Over radicale hervormingen binnen de burgerlijke staat: een Chileense ervaring (1970-1973)

Auteur: 
Guillermo Polanco Pérez

11 september 2013. 40 jaar geleden stelde een militaire staatsgreep in Chili een einde aan de legitieme grondwettelijke regering van de socialistische president Salvador Allende Gossens.
Hier en daar verschijnen politieke, economische en sociale analyses. Maar over de oorzaken en de verantwoordelijkheden die geleid hebben tot de institutionele crisis tijdens de 1000 dagen van de Chileense weg naar het socialisme (4 november 1970 – 11 september 1973) horen we zo goed als niets. Het is belangrijk om hier vandaag over te praten en het debat te voeren. We moeten het proces analyseren en zelfs kritiek formuleren op dit hele proces en op de institutionele breuk. Het lijdt immers geen twijfel dat elk volk in de strijd voor de opbouw van het socialisme hier rechtstreeks of onrechtstreeks rekening mee zal moeten houden.

In dit artikel verdedig ik een aantal stellingen of standpunten van mensen op het terrein, van historici, maar ook iets persoonlijks. Dat ik het thema van de institutionele breuk aanpak, wil niet zeggen dat ik daarin de voornaamste oorzaak zie voor het mislukken van de Unidad Popular (UP). De reden ligt gewoon in de actualiteit: er zijn op dit moment in Latijns-Amerika heel veel verschuivingen aan de gang in de politieke krachtsverhoudingen en dat zou wel eens kunnen leiden tot gelijkaardige conflicten als in Chili 40 jaar geleden.

De geboorte van de Unidad Popular

Van bij het begin van de 20e eeuw was er onder een brede laag van de Chileense arbeidersklasse in tal van sectoren een sterk ontwikkelde klassenstrijd. Chili is een van de meest geïndustrialiseerde landen van Latijns-Amerika onder het juk van het Amerikaanse imperialisme. Gevoed door illusies en geïnspireerd door het geloof in de grondwet, verdedigden verschillende arbeidersleiders echter lange tijd het Chileense leger, de militaire handlanger van de grootburgerij. Hierdoor en door de conservatieve invloed van de machtige katholieke kerk kon men de strijd van de arbeiders in bedwang houden. Ondanks de massale financiële steun van de Verenigde Staten aan de rechtse coalitie en aan de Christen-Democratie (DC), kende de volksbeweging een sterke groei op het eind jaren 1960. Salvador Allende, de presidentskandidaat van de Unidad Popular (UP), won op 4 september 1970 de verkiezingen met 36,3 % van de stemmen. Hij versloeg nipt Alessandrini (rechtse kandidaat) die 34,9 % behaalde en Radomiro Tomic (DC) met 27,8 % van de stemmen. De DC die verdeeld was tussen een overheersende rechter vleugel en een linkse minderheid, had bij haar strijd om de stemmen van de volksmassa gekozen voor een programma van radicale hervormingen, dat tamelijk nauw aansloot bij het programma van de UP. Omdat geen van de presidentskandidaten een absolute meerderheid had behaald, moest het Congres de president aanwijzen. Op 25 oktober 1970 wordt de opperbevelhebber van de strijdkrachten, generaal René Schneider, vermoord met steun van de CIA. René Schneider had beloofd dat hij de Grondwet zou eerbiedigen en dat het leger zich niet met de politiek zou bemoeien.[1] Op 26 oktober 1970 steunde de DC Allende bij de stemming in het Congres die zijn verkiezing moest bekrachtigen. Maar in een klimaat van uiterste politieke spanning hadden ze hem vooraf gedwongen zijn handtekening te zetten onder een "wet voor de handhaving van de democratie en de burgerlijke vrijheden". Eén van de waarborgen die hij moest ondertekenen, was dat het niet langer aan het staatshoofd toekwam om de opperbevelhebber van het leger aan te duiden en dat dit voortaan gebeurde door de legerstaf zelf.

Het Chileense volksfront is ontstaan rond kandidaat Salvador Allende voor de presidentsverkiezingen in 1970. Binnen de politieke partijen die gezamenlijk de Unidad Popular (UP) vormen, is de overgang naar het socialisme dagelijks onderwerp van discussie. Het idee van de "overgang naar het socialisme" is in het programma van de Unidad Popular een "overgang" binnen het kader van de democratie en de bestaande grondwet. Om over te gaan van de Chileense maatschappij, zoals die toen bestond – met de overheersing van het monopoliekapitaal, de grootgrondbezitters en de Amerikaanse imperialisten –, naar een maatschappij met meer gelijkheid en meer sociale rechtvaardigheid, aanvaardt Allende de oppositie tegen de eigen uitgangspunten. Allende betrachtte sociale verandering binnen de grondwettelijke parameters van een burgerlijke staat, waarbij hij geen eenheidspartij vooropstelde en alles wat niet zou stroken met de instellingen en staatsstructuren die bestonden, uit de weg ging. Dat leverde hem kritiek op uit extreemlinkse hoek. Zij stelden dat radicale sociale hervormingen slechts mogelijk waren als men eerst de volksstaat had opgericht die de bestaande kapitalistische en aan het imperialisme onderworpen staat zou vervangen. Het vraagstuk van 'hoe en wanneer die hervormingen en veranderingen doorvoeren' was aanleiding tot veel discussie en strijd binnen de Unidad Popular. Er vormden zich twee fronten met een duidelijk verschillende tactiek: de ene was revolutionair en vastbesloten het proces te versnellen en de andere was reformistisch en gaf er de voorkeur aan langzaam vooruit te gaan met het oog op consolidering om vervolgens over te schakelen op een grotere versnelling. In het eerste kamp zaten vooral een groot deel van de Socialistische Partij van Chili en de Beweging van Revolutionair Links (de MIR). Tot het tweede kamp behoorden onder meer de communistische partij en Allende zelf.

Politieke partijen binnen Unidad Popular

Socialistische Partij van Chili (PSCh)

Marxistisch-leninistische organisatie met als strategisch doel de verovering van de macht en de oprichting van een revolutionaire staat die Chili zou bevrijden van zijn afhankelijkheid en van zijn economische achterstand. Volgens de partij konden vormen van vreedzame en wettelijke strijd onmogelijk leiden tot deze machtsovername (Congres van 1969). In feite liepen in de Socialistische Partij verschillende linkse stromingen door elkaar: revolutionair, radicaal reformistisch en legalistische reformistisch (zoals Allende zelf), trotskistisch, maoïstisch, anticommunistisch sociaaldemocratisch enzovoort.

Communistische Partij van Chili (PCCh)

Marxistisch-leninistische organisatie op één lijn met de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. De PCCh verdedigde het gradualisme (een stelling die een geleidelijke ontwikkeling voorstaat) waarbij de partij voortdurend naar een vergelijk zocht met de Christen-Democratie binnen de bestaande instellingen. De partij had een sterke inplanting onder de arbeidersklasse en in de belangrijkste vakbondsfederatie, de CUT (Central Unitaria de Trabajadores).

De Radicale Partij (PR)

In 1888 opgericht door de meest progressieve vleugel van de liberale partij. In 1937 maakte de partij samen met de socialistische en communistische partijen deel uit van het Volksfront, dat in het land de verkiezing mogelijk maakte van de eerste progressieve president, de radicale Pedro Aguirre Cerda.

MAPU (Movimiento de Accion Popular Unitaria)

Politieke partij, ontstaan uit de afsplitsing van een dissidente groep binnen de Christen-Democratie en die zich in 1972 uitsprak voor het marxisme-leninisme. Volgens hun leider, Rodrigo Ambrosio, was het "ondenkbaar dat een linkse partij niet koos voor dit analyse-instrument".

Christelijk links (IC)

De partij is ontstaan uit de Christendemocratie in reactie op de rechtse stellingen die in deze organisatie steeds meer de overhand kregen. De partij definieert zichzelf als "revolutionair met christelijke en humanistische inspiratie", sterk beïnvloed door de bevrijdingstheologie.

Onafhankelijk volksinitiatief. (Accion Popular Independiente - API)

Linkse partij met een duidelijk nationalistische en populistische strekking die de deelname van zelfstandigen aan de nationale politiek mogelijk maakte en afstand nam van een verouderd en reactionair verleden.

De MIR (Movimiento de Izquierda Revolucionaria) zat niet in de Unidad Popular. De partij volgde consequent het voorbeeld van de Cubaanse weg naar de revolutie en was sterk gekant tegen de politiek van het gradualisme, verdedigd door de Communistische Partij. Ze had veel invloed onder de jongeren, vooral bij studenten en in de volkswijken van de grote steden.

De parlementsverkiezingen van 1973

Partij Stemmen % Volksvertegen-woordigers
(In totaal 150)
Tabel 1. Uitslag van de parlementsverkiezingen van 1973
  PSCh 687.600 18,4 28
  PCCh 587.800 16,0 25
  PR 134.200 3,6 5
  MAPU 90.700 2,5 2
  IC 43.500 1,2 1
  API 29.000 0,8 2
  Lijststemmen   UP 30.000 0,8 0
  Totaal UP 1.602.800 43,3 63

In april 1971 haalde de UP bij de gemeenteraadsverkiezingen 51 % van de stemmen.

De Chileense weg naar het socialisme

Basis voor de regering Allende vormde Het basisprogramma voor de Volkseenheid en De 40 eerste maatregelen van de Volksregering. Dat was de concrete weg van Chili naar het socialisme. Het veronderstelde dat een niet-gewelddadige overgang naar het socialisme met respect voor de wettelijkheid van de Chileense staat mogelijk was voor een kapitalistische staat uit de Derde Wereld. Uitgaande van deze vooronderstelling was het niet nodig te rekenen op een eenheidspartij van de arbeidersklasse, omdat de regering kon steunen op een aaneensluiting van alle politieke krachten die streefden naar radicale sociale en politieke veranderingen.

Hieronder enkele maatregelen, genomen in het eerste jaar van de UP-regering:

  • februari 1971: versnelling van het proces van de landhervormingen;
  • juli 1971: nationalisering van de grote kopermonopolies (unaniem goedgekeurd door het Congres);
  • november 1971: erkenning van Cuba en van de andere socialistische landen;
  • werkloosheid daalt van 8 naar 4 %;
  • inflatie teruggebracht van 36 % naar 22 %.

Maar al zeer snel wordt alles in het werk gesteld om de Chileense economie te saboteren en lam te leggen. Daardoor neemt de ontevredenheid bij een deel van de bevolking en vooral bij de middenklasse toe. De CIA richtte hiervoor een comité op met volgende leden: Ford Motor Company, ITT, Anaconda, Bank of America, First National City Bank, Firestone, Pfizer, Dow Chemicals, Kennecot Copper, Bethlehem Steel en nog anderen.

De actie van de politieke partijen, hoofdelement van de institutionele crisis

In de rangen van alle partijen binnen de UP leven twee cruciale politieke vragen: hoe brede lagen van de Christen-Democratie ertoe brengen zich aan te sluiten bij de UP? En hoe de UP verenigen om zijn programma in de praktijk te brengen en de plannen van de klassenvijand in de war te sturen? De verschillende partijen geven hierop een verschillend antwoord.

Eerste antwoord. Brede projecten en polarisatie

Op het einde van de jaren 1960 krijgen heel langzaam een aantal brede politieke projecten vorm in Chili. Zij gaan onderling de confrontatie aan in een poging het voortouw te nemen en doorkruisen de rangen van de Socialistische partij van Chili, de MIR en de Nationale Partij (extreem rechts). Ze overschaduwen Allende en de institutionele partijen die het gradualisme voorstaan, zoals de Radicale Partij, de Communistische Partij en de Christen-Democratische Partij. Dat leidt tot een extreme polarisatie op het politieke toneel. Een pragmatisch midden dat de op de spits gedreven strijd tussen de verschillende tendensen kan temperen, bestaat niet en dat verergert deze toestand nog. In 1973 is die polarisatie tot het uiterste opgevoerd; elke politieke centrumkracht die voor een "pragmatisch evenwicht" kon zorgen, is verdwenen. In deze context is het centrum de politieke kracht die tot een compromis moet komen tussen de monopolies en de werkende klasse, wat er in feite op neerkomt de volksmassa's "een politiek van het minste kwaad" te doen aanvaarden.

Tweede antwoord. Een proces van de-institutionalisering

De ontwikkeling van een aantal processen van polarisatie, van de-institutionalisering (sabotage van de instellingen) en van "de-legitimatie" (het ontnemen van de wettelijke status aan een aantal instellingen en structuren) kan een verklaring bieden voor de politieke crisis binnen de Unidad Popular. Het hoofdprobleem was precies het feit dat het politieke systeem niet bij machte was om het wegvallen van het evenwicht, dat het politieke centrum had kunnen realiseren, op te vangen. Rechts lag aan de basis van deze de-institutionalisering. Om de regering nietig te verklaren of omver te werpen, zal rechts handig gebruik maken van het lamleggen van al het wetgevend werk, van de mobilisatie van de massa en van politiek geweld. Het systeem verliest dan ook elke legitimiteit. Maar links zal ook een duit in het zakje doen bij deze de-institutionalisering in hun poging hun hele programma te realiseren zonder dat ze daarvoor institutioneel over een meerderheid beschikten. De radicaal tegengestelde keuzes, verdedigd door de twee blokken – het reformistische en het revolutionaire front – binnen de UP, verzwakten aanzienlijk de fundamenten van het politieke systeem. Ze bevorderden het uiteenspatten van het centrum dat niet langer kon optreden als onderhandelaar en scheidsrechter. Een uitgelezen strategie om over te stappen naar acties buiten het kader van de wettelijke instellingen.

Derde antwoord. Zware fouten van de Unidad Popular

Twee belangrijke standpunten bieden een verschillende verklaring voor het mislukken van de Unidad Popular op grond van de eigen fouten, gebreken en tegenstellingen binnen links. Volgens het eerste standpunt was de "institutionele weg" of de "Chileense weg" mogelijk maar zijn ze er niet in geslaagd de basisvoorwaarden te scheppen om deze weg te ontwikkelen en te verdedigen. De tweede visie stelt dat de manier waarop de UP zijn project formuleerde en/of probeerde toe te passen, het praktisch onmogelijk maakte om het uit te voeren.

Vierde antwoord. Een akkoord met de Christen-Democratie is noodzakelijk

Er waren een aantal basisvoorwaarden nodig om de 'Chileense weg' uit te kunnen voeren, toe te passen en te ontwikkelen. Er waren steeds meer krachten nodig voor dit project, er moesten constant nieuwe hervormingen worden doorgevoerd en het Parlement moest achter de veranderingen staan. Dat alles verplichtte de UP om met de Christendemocratie te onderhandelen. Voorheen en van bij het begin hield de UP zich staande met twee verschillende strategieën. Er was de strategie van diegenen die de voorkeur gaven aan de traditionele weg – waaronder de PC, de PR, een deel van de PS en Allende zelf – en er was de strategie van hen die behoefte hadden aan een aantal nieuwe keuzes – waaronder het andere deel van de PS en de MAPU en, buiten de UP, de MIR. Resultaat: 0-0 voor wat betreft het gemeenschappelijke politieke leven. Dat liep uiteindelijk uit op immobilisme aan beide zijden. De gematigden vonden dat ze over haalbare voorstellen moesten onderhandelen met de Christen-Democratie. De linkerzijde van de PS, de MAPU en de MIR hadden echter geen enkel haalbaar en geloofwaardig voorstel: daardoor ontbrak het aan politieke leiding.

       De 'Chileense weg' is gebotst op de politieke structuur van de Chileense staat die was georganiseerd en gestructureerd om de veranderingen die de Unidad Popular voorstelde beperkt te houden of zelfs te verhinderen. Het bleek ook niet mogelijk om een "blok voor de verandering" op te bouwen met de gematigden en nog veel minder om de tactiek toe te passen van "zonder compromissen vooruitgaan" tot aan de vernietiging van de staat door de revolutionairen. Veel mensen, onder andere ook Luis Corvalán Lepe, denken dat deze politieke impasse de voorwaarden heeft gecreëerd voor het succes van de staatsgreep.

       Nog andere verklaringen sluiten aan bij deze interpretatie, zoals de interventie van het Amerikaanse imperialisme, het feit dat de MIR veel verder ging in zijn programma dan de UP, het totaal ontbreken van een militair beleid om de regering te verdedigen, het onvermogen om de rechtse agitatie de kop in te drukken.

       Uiteindelijk doen deze verklaringen er niet zoveel toe. De eenheid van links en de toenadering tot de Christen-Democratie treden als thema's die het duidelijkst op de voorgrond. Grote verdediger van deze uitleg is Corvalán Lepe: "Nu ik wat meer afstand kan nemen, kan ik zeggen dat een van de belangrijkste factoren die de omverwerping van president Allende mogelijk maakte, met uitzondering van de eerste maanden van de regering van de UP, het feit is dat er geen ééngemaakte globale politieke leiding was tussen de Unidad Popular en de regering, in staat om een beleid op te zetten dat nationaal een meerderheid achter zich kon scharen in de strijd voor democratische hervormingen. Die leiding had zich moeten toeleggen op het zoeken naar een akkoord met de Christen-Democratie en ze had moeten proberen om samen met hen te regeren, vanuit de wil om tot een coalitie te komen van alle krachten die de verandering gunstig gezind waren en zo ook de steun te krijgen van de meerderheid van de bevolking. Het programma van de Unidad Popular zat niet helemaal op één lijn met de Christen-Democratie, maar de UP had kunnen zoeken naar overeenstemming en deelakkoorden kunnen onderhandelen die konden zorgen voor de nodige stabiliteit. Dan hadden ze een blok kunnen vormen om de Verenigde Staten en reactionair rechts in Chili tegen te houden."

       Clodomiro Almeyda deelt grotendeels dit standpunt, behalve op één belangrijk punt. Hij vindt dat ze niet konden onderhandelen met de hele DC[2], maar enkel met de progressieve vleugel van deze partij, ook al stelt hij in een van zijn geschriften het militaire vraagstuk centraal. Almeyda zegt hierin dat links de tegenstander heeft onderschat en de eigen krachten heeft overschat. Volgens hem waren de strategie en de tactieken van de "krachten die verandering voorstonden […], gebaseerd op een dubbelzinnige inschatting van de sterkte van de coalitie in het land, die veel te optimistisch, zo niet triomfalistisch was, alsof die verenigde krachten onverdeeld gunstig stonden tegenover revolutionaire veranderingen in Chili en voldoende sterk om die te realiseren". Wat het verleden betreft, haalt Almeyda enkele zaken aan die ze anders hadden moeten aanpakken, bijvoorbeeld het werk om de legitieme basis van de regering te verstevigen en het tot stand brengen van allianties met de "progressieve afdeling van de DC". Zaken die men wel heeft geprobeerd, maar toen het al te laat was. Ook binnen de linkse krachten noteert Almeyda het bestaan van twee tegengestelde tendensen binnen de UP – een die de haalbaarheid van het proces benadrukte en een andere die eerder uitging van de mogelijkheid van een confrontatie, maar die zelf geen concrete en realistische voorstellen deed om die confrontatie vóór te zijn, te controleren en uiteindelijk te winnen. Door deze tegenstellingen kwam het nooit tot het uitwerken en verstevigen van een brede strategie ter verdediging van het revolutionaire proces in Chili. Almeyda voegt hier nog het militaire probleem aan toe als een belangrijke factor in het mislukken van de UP. Hij benadrukt bijvoorbeeld dat door de weerslag op de strijdkrachten van het openlijke sociale conflict de breuk in het politieke systeem en de antirevolutionaire militaire subversie voorspelbaar waren. Precies om die reden hadden ze een militair beleid moeten hebben. Zonder zich echt uit te spreken over dit onderwerp, verklaarde hij: "We moeten jammer genoeg vaststellen dat er globaal genomen voor de algemene doelstellingen die de Unidad Popular hoopte te realiseren, in feite geen echt alomvattend politiek-militair plan bestond om de gunstige voorwaarden te scheppen om de strijdkrachten hun repressieve rol te ontnemen. We hadden op zijn minst hun politieke en militaire slagkracht moeten neutraliseren om te vermijden dat deze bron van elke macht op het ogenblik dat de crisis op zijn dieptepunt zat, volledig of gedeeltelijk ter beschikking stond van de contrarevolutie."

       Ook andere politici en historici, zoals Jorge Arrate, minister onder Allende, vestigden de aandacht op de problemen van het bondgenootschap met het centrum en de verdeeldheid binnen links, vooral naar het einde van deze hele periode toe. En ze benadrukten tegelijk ook het belang van het militaire vraagstuk bij de uitwerking van het proces. Hun stelling: "Geconfronteerd met de meest kritieke fase, is de UP niet in staat tot een akkoord met de christendemocratische oppositie en tot het realiseren van een echte breuk met het verleden en het versnellen van de nodige veranderingen. In augustus 1973 "verscheuren" de twee lijnen binnen de UP elkaar, niet in staat het proces te "consolideren", noch "in een hogere versnelling" te schakelen in de ontwikkeling. Met een verdeelde volksbeweging kan de regering van Salvador Allende zich alleen maar handhaven dankzij de steun van de militaire leiders die trouw blijven aan de grondwet."

Chili, een elitaire staat

Er bestaat een fundamentele kritiek op de keuzes die de UP in de praktijk heeft gemaakt. Centraal in deze kritiek staat de stelling dat de strategie van de UP is mislukt als gevolg van de manier waarop de UP die strategie in de praktijk bracht.

       Een analyse die vertrekt van de marxistische theorie over de staat, toont dat de UP geen rekening hield met de objectieve grenzen en tegenstellingen van zijn tactiek. Met de UP konden de volkskrachten door de buigzaamheid van de staat triomferen, maar het was moeilijk de inhoud van de staat te wijzigen, met name de economische en politieke hervormingen door te voeren die de productieverhoudingen en de politieke bovenbouw zouden veranderen. Een aantal mensen meent dat de fout die de UP maakte, erin bestond dat ze geen rekening hield met het elitaire karakter van de staat en de staatsinstellingen en geloofde dat een wijziging mogelijk was van binnen uit, door de staat geleidelijk aan te veroveren. Er moet minstens aan twee voorwaarden zijn voldaan om dit te realiseren: (a) dat de burgerij zich neerlegt bij het wettelijk aan de macht komen van de volkskrachten en (b) dat de volksbeweging zich strikt binnen de legale weg ontwikkelt. Maar, gezien de aard van de voorgestelde hervormingen, hebben geen van beide gereageerd zoals verwacht. De UP aanvaardde van in het begin het reactionaire verzet omdat die oppositie nu eenmaal wettelijk was, terwijl de volksbeweging aan de zijlijn ageerde en/of inging tegen een wettelijkheid die ze niet als de hare beschouwde. Er waren maar twee uitwegen uit deze situatie: "een revolutionaire breuk" of "een antirevolutionaire breuk". Omdat het karakter van de staat niet wezenlijk veranderde, kon de burgerij de bestaande mechanismen aan het werk zetten om opnieuw volledig controle te krijgen over de staat. Door binnen het kader te blijven van de burgerlijke staatsinstellingen, met een arbeidersklasse die op allerlei manieren strijdbaar en revolutionair was, bleven er twee opties over: (1) ervoor zorgen dat de vooruitgang, geëist door de volkskrachten, onbetekenend is door gebruik te maken van het centrum als katalysator voor een "politiek van het minste kwaad" waaraan de arbeiders zich onderwerpen; (2) het leger en de binnenlandse fascistische krachten, ondersteund door het imperialisme, doen tussenkomen.

       Er bestaan ook minder radicale stellingen. Sommigen wijzen erop dat, ondanks een aantal dubbelzinnigheden, het programma van de UP toch de wegen uitstippelde die noodzakelijk waren om een revolutionaire politiek te ontwikkelen. Het is mislukt, maar dat komt omdat binnen de UP de voorstanders van het gradualisme hun plannen niet konden doorvoeren. In feite bleven de gematigden tot op het einde toe vasthouden aan een niet-revolutionaire lijn die inging tegen een aantal essentiële punten van het gemeenschappelijk programma.

       Een andere stelling meent dat de "revolutionaire tendensen" hun verantwoordelijkheid op drie vlakken uit de weg zijn gegaan en zo de mislukking van de regering hebben bezegeld.

1.      Het plan voor allianties met de middenklasse, de kleinburgerij en de kleine eigenaars en hun politieke vertegenwoordiger, de Christendemocratie, in het besef dat het programma van de UP totaal geen oog had voor de werknemers, verbonden met het agrarische en industriële midden- en kleinbedrijf.

2.      Tot op het einde verdedigde men het professionalisme en het respect van het Chileense leger voor de grondwet.

3.      Men was niet in staat om gebruik te maken van het staatsapparaat – beperkte objectieven in verhouding tot het programma van de UP – en om te profiteren van de gunstige politieke conjunctuur.

       De Chileense historicus Fernando Mires meent dat er naast tactische fouten in de strijd ook een aantal fouten inherent zijn aan de aard van links. Hij omschrijft deze zogenaamde "structurele fout" of "erfzonde" van de UP als "fixatie op de staat" en hij wijst ook op de manier waarop de UP zijn programma ontwikkelde. Mires verwijst naar het parlementarisme van de partijen binnen de UP en naar de spanningen die deze cultuur creëerde met de ideologische keuzes, vooral binnen de Socialistische Partij. Tegelijk bemoeilijkte deze "fixatie op de staat" de band met een volksbeweging die niet altijd binnen de rigide dynamiek van de staat handelde, zoals bleek uit de ervaring van de Volksvergadering van Concepción in 1972.

       De historicus wijst ook op de beperkingen van het UP-programma, vooral wat de mogelijkheden voor het afsluiten van economische akkoorden betreft. Bijvoorbeeld het voornemen om de economische planning gedeeltelijk te baseren op een bondgenootschap met een groep van de "nationale kapitalisten", een groep die volgens hem niet eens bestond en die, als hij bestond, rechts zou hebben gesteund.

Als besluit onthouden we volgende elementen: het gebrek aan eenheid binnen de UP, het ontbreken van een centrumpositie, de tactische fouten, de extreme radicalisten, de mislukte strategieën, de analyses die niet voldeden, het gebrek aan een alternatief voor de crisis, de te enge programma's, het gebrek aan soepelheid en vooral het gebrek aan eengemaakt politiek en ideologisch werk om de werkende massa te verenigen. Verder zijn er de spanningen, de tekortkomingen en de verdeeldheid op het formele en institutionele gebied van het concrete beleid. Ten slotte mogen we de tussenkomst van het Amerikaanse imperialisme en de houding van de sociale bewegingen niet vergeten.

       Stuk voor stuk factoren die in verschillende mate invloed hadden op de ontbinding van de instellingen onder de regering van Salvador Allende. Vandaag is er nog steeds een gebrek aan informatie en aan inzicht over de jaren 1970-73, ook al hebben we hier toch gedeeltelijk een antwoord kunnen geven op een aantal vragen.

       Hoe beter we deze periode begrijpen, hoe beter we zullen weten hoe de sociale krachten die hebben deelgenomen aan de "Chileense weg naar het socialisme", zelf deze drie jaar hebben beleefd en aangevoeld. En laat ons hierbij niet vergeten dat de staat het product en de uitdrukking is van het onverzoenlijke karakter van de klassentegenstellingen en dat in elk revolutionair proces of in elke periode van maatschappelijke verandering deze tegenstellingen vroeg of laat voor onevenwichten zullen zorgen en aanleiding zullen geven tot een breuk in de gevestigde orde en de staatsinstellingen en onvermijdelijk zullen leiden tot sociale klassenbotsingen.

       De ervaring van de UP in Chili toont aan dat het niet volstaat om de verkiezingen te winnen op basis van een programma dat de steun krijgt van de werkende mensen. Je moet weten hoe je dit programma concreet in de praktijk brengt op een weg vol voetangels en klemmen.

Guillermo Polanco Pérez (emoanco at live.be) is een vroegere militant en leider van de Socialistische Jeugd. Hij werd er in 1972 op 16-jarige leeftijd lid van. In 1980-1982 werkte hij clandestien aan de heropbouw van de Socialistische Partij van Chili en hij oefende er verschillende verantwoordelijke functies uit. In 1983-1984 was hij een studentenleider aan de Universiteit van Antofagasta. Onder de dictatuur van Pinochet werd hij vervolgd, gevangen gezet en verbannen. Sinds 1985 leeft hij als hij erkend politiek vluchteling in België.


[1]    Zijn opvolger, vanaf 26 oktober 1970, generaal Carlos Prats deelt deze constitutionele visie. Onder enorme druk van de hogere officieren legt hij zich erbij neer zijn ontslag in te dienen op 22 augustus 1973. Hij wordt de volgende dag vervangen door Augusto Pinochet. Op 11 september 1973 staat die aan het hoofd van de fascistische staatsgreep die leidt tot de omverwerping van Allende en van zijn regering en tot een sociale, culturele en economische achteruitgang die decennia lang zal aanhouden. Op 30 september 1974 wordt generaal Prats in Buenos Aires vermoord door de Chileense geheime politie. De Chileense fascisten brengen op de meest letterlijke manier de woorden "de macht komt uit de loop van het geweer"in praktijk.

[2]    Eduardo Frei, sterke man van de Christen-Democratie en president van Chili tussen 1964 en 1970, gekozen met de steun van de Verenigde Staten, had in 1970 opgeroepen om te stemmen voor Alessandrini, de kandidaat van de rechtse coalitie, en niet voor Radomiro Tomic, de kandidaat van zijn eigen partij, terwijl de Verenigde Staten Alessandrini ondersteunden. In augustus 1973 verklaart Eduardo Frei, die toen Senaatsvoorzitter was, de regering van Allende ongrondwettelijk, wat de deur openzette voor de staatsgreep.