Belgisch buitenlands beleid kiest de verkeerde kant

Auteur: 
Marc Botenga

Door het hoofdstuk “Internationaal beleid” van het regeerakkoord loopt een rode draad: defensie, handel en ontwikkelingssamenwerking moeten de belangen van de multinationals op een efficiëntere en agressievere manier verdedigen. Resultaat; de NAVO krijgt voorrang op de VN, een handelsverdrag met de Verenigde Staten moet een economische NAVO tot stand brengen en ontwikkelingssamenwerking wordt geïnstrumentaliseerd. [1]

Onderworpen aan budgettaire en militaire NAVO-dictaten

Liever de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie dan de Verenigde Naties

Inzake defensie is het regeerakkoord opmerkelijk offensief en pro-Atlantisch. De militaire alliantie van de NAVO lijkt belangrijker te worden dan het multilateralisme van de Verenigde Naties. Dat is een erg verontrustende evolutie.

     De Belgische deelname aan VN-missies, die onder andere instaan voor vredeshandhaving, wordt beperkt tot het strikt noodzakelijke. De ontmijningsmissie in Libanon werd stopgezet, alhoewel de Libanese ontmijningsdoelstellingen voor het uitschakelen van mijnen en clustermunitie niet gehaald zijn. Het Lebanon Mine Action Center vermoedt dat dit ten vroegste in 2020 het geval zal zijn. In plaats van ambities binnen het VN-kader op te drijven, wil de regering “enkel bijdragen aan VN-blauwhelmoperaties indien we een missie kunnen ondersteunen met specifieke capaciteiten waarin de VN met tekorten kampt”.[2] Maar als het over de offensieve militaire NAVO-alliantie gaat of over het inzetten van de troepen van de European Union Battle Group buiten de Europese Unie, dan horen we een ander geluid. Dan wil de regering “dat de NAVO blijft inspelen op nieuwe uitdagingen”.[3] En ook aan andere NAVO-missies, zoals die in Afghanistan, zal het Belgisch leger blijven deelnemen.

     Meer belang hechten aan NAVO-operaties dan aan VN-operaties is geen onschuldige keuze. Het NAVO-beleid staat immers scherp in tegenstelling tot het Handvest van de VN. Dat handvest werd in 1945 aangenomen met de expliciete bedoeling vrede en stabiliteit in de wereld te promoten. Na de Tweede Wereldoorlog was dat geen overbodige luxe. De stichting van de NAVO in 1949 daarentegen had alles te maken met de drie vijanden die volgens de Westerse machten een bedreiging vormden. De eerste vijand was de Sovjet-Unie, die een groeiende invloed had op haar bondgenoten in Oost-Europa en Oost-Azië, vooral de Volksrepubliek China en de Democratische Volksrepubliek Korea. De tweede vijand was de interne vijand in het Westen. De communistische partijen hadden bij de bevolking veel respect verworven voor hun enorme rol in de antifascistische weerstand. De derde vijand ten slotte was de opkomende onafhankelijkheidsstrijd in vele kolonies. Deze vijanden hadden een gemeenschappelijke kenmerk: ze bedreigden alle drie het vrije verkeer van Westers, en vooral Amerikaans, kapitaal. Wanneer hun macht zou toenemen, dan zouden steeds meer markten worden gesloten voor Amerikaanse bedrijven en exportproducten en zou het voor de Verenigde Staten en zijn Europese bondgenoten moeilijker worden om de absolute controle over de natuurlijke rijkdommen van andere landen te behouden.

     De NAVO werd zo al snel, ook in België, de sleutel van de militaire strategie tegen democratie, mensenrechten en soevereiniteit. De NAVO sponsorde in verschillende landen stay-behind-netwerken, geheime netwerken met geheim agenten en wapenarsenalen. Officieel was het bedoeling om deze netwerken te activeren indien een buitenlandse vijand West-Europa zou bezetten. Maar de door de NAVO ‘voorspelde’ Sovjetinvasie kwam er niet en de netwerken werden gebruikt tegen de interne vijand. In Frankrijk organiseerden heel wat tegenstanders van de Algerijnse onafhankelijkheid zich in de Organisation de l’armée secrète. In Griekenland speelde de Hellenic Raiding Force een belangrijke rol in het begin van de extreem rechtse staatsgreep van 1967. Een commissierapport, opgesteld onder een centrumlinkse coalitie in het Italiaanse parlement, stelde in 2000 vast dat de Verenigde Staten en lokale bondgenoten in de stay-behind-netwerken in Italië een ‘strategie van de spanning’ voorstonden om de communistische partij, die steeds meer Italiaanse kiezers kon bekoren, en in zekere mate ook de socialistische partij van de macht te houden.[4] Een strategie van de spanning houdt in dat men bepaalde aanslagen niet tegenhoudt, ze valselijk toeschrijft aan bepaalde groepen of eventueel zelfs mee organiseert om zo de bevolking bang te maken. Het Italiaanse rapport gaat gedetailleerd in op moordpartijen, bomaanslagen en militaire operaties en de rol die medewerkers van het Italiaanse staatsapparaat of personen gelinkt aan Westerse inlichtingendiensten speelden. Gelijkaardige activiteiten hadden in de jaren 1980 plaats in België en Luxemburg. De criminele activiteiten van het Gladionetwerk, dat zich uitstrekte van België tot Italië, brachten het Europees Parlement ertoe om op 22 november 1990 de NAVO en de Verenigde Staten te veroordelen voor onrechtmatige invloed op de Europese binnenlandse politiek.

     Na de ontbinding van het socialistische blok blijft de NAVO de soevereiniteit van landen ondermijnen. Soevereiniteit, een grondbeginsel van het VN-Handvest, is een basisvoorwaarde voor democratie. De NAVO, waarvan de missie ooit als defensief omschreven werd, heeft in feite een bijzonder offensieve agenda. Die moet het mogelijk maken om overal waar de toegang tot exportmarkten en grondstoffen bedreigd wordt, van Colombia tot de Filipijnen, op te treden. Deze evolutie in de NAVO-agenda kan niet los worden gezien van de economische crisis. Het besparingsbeleid van de Europese Unie verergert alleen maar de crisis. Terwijl in het rijke Westen de economische crisis hard toeslaat, groeit de economie van andere landen, waaronder China en India. Het centrum van de wereldeconomie komt steeds meer in het Oosten te liggen. De opkomende machten namen twintig jaar geleden maar 35 procent van de economische productie op wereldschaal voor hun rekening; vandaag is dat al ongeveer de helft. En wat nog opmerkelijker is: ze deden dat zonder grootschalige oorlogen, kolonialisme of interventies. Integendeel, ze integreerden met succes in de bestaande economische wereldorde. Het Westen wil echter niet lijdzaam toezien hoe nieuwe rivalen de Westerse economische wereldoverheersing aantasten. De uitbreiding van de NAVO met nieuwe leden, partnerschappen en actieterreinen dient om die opkomende landen en rivalen in toom te houden.

     Het is dus geen toeval dat we sinds 1991 een eindeloze lijst oorlogen of andere interventies meemaken: Irak, Joegoslavië, Somalië, Afghanistan, Soedan, Libanon, Ivoorkust, Libië, Syrië, Mali, de Centraal-Afrikaanse Republiek en Oekraïne. Zelfs wanneer de NAVO om bepaalde redenen niet direct betrokken is, zoals tijdens de Libische oorlog, neemt ze snel, soms via bondgenoten, bepaalde taken over. De NAVO is immers bijzonder nuttig om de lasten van een langdurige bezetting of controle van een land te verdelen over haar bondgenoten. Iedereen draagt dan zijn steentje bij aan de blijvende onderwerping van het land in kwestie. Vanuit Westers perspectief is het niet onjuist te stellen dat we ongeveer aan een oorlog per jaar zitten. Laten we het voorbeeld van Frankrijk nemen. In 2008 kwam Parijs tussenbeide in Tsjaad, in 2009 (weer) in Afghanistan, in 2010 in Ivoorkust, in 2011 in Libië, in 2012 en 2013 in Mali en de Centraal Afrikaanse Republiek en in 2014, net als België, (weer) in Irak en het Midden-Oosten.

Weg met de soevereiniteit

Oorlog is natuurlijk maar één manier om de wereld onder controle te houden. Het steunen van reactionaire krachten om strategisch gelegen en zich ietwat onafhankelijk opstellende landen te destabiliseren, is een andere. De NAVO-bondgenoten hebben zich daar in recente conflicten in gespecialiseerd. Zowel Syrië, en bij uitbreiding het Midden-Oosten, als Oekraïne zijn vandaag daarvan de trieste getuigen. Beide landen zijn complexe landen met een grote diversiteit, die elk een eigen ontwikkelingspad verdienen. Iedere buitenlandse interventie kan fataal zijn voor de bestaande machtsevenwichten tussen economische klassen, talen, godsdiensten en etnische groepen.

     In Oekraïne heeft de tussenkomst van NAVO-bondgenoten desastreuze gevolgen. Sedert de ongrondwettige vervanging van de zogenaamde pro-Russische oligarchen van voormalig president Janoekovitsj door pro-Westerse oligarchen in februari 2014 staat het bestaan van het land zelf op het spel. Voor de Verenigde Staten en de Europese Unie moest Janoekovitsj vertrekken omdat hij een obstakel was voor de integratie van Oekraïne in de Westerse invloedssfeer. Westerse politici defileerden over het Maidanplein in Kiev. Hun aanmoedigingen zetten de betogers aan tot een ongrondwettige en pro-Westerse machtsgreep. Toen de Sovjet-Unie in 1991 uiteenviel, had het Westen Rusland nochtans beloofd dat het in Oekraïne neutraal zou blijven. Gesterkt door de steun van Europa en de Verenigde Staten permitteren de nieuwe Oekraïense leiders zich de bezorgdheden van een deel van de bevolking aan de kant te schuiven. Door de taalrechten van minderheden, de persvrijheid en de economische banden met Rusland te negeren, hebben de nieuwe leiders van Oekraïne een gewelddadige reactie uitgelokt in het oosten van het land, waar de economie in grote mate afhangt van de economische banden met Rusland. De fascistische en extreem rechtse milities van Pravyi Sektor en Svoboda hebben geweld gebruikt en mensen geïntimideerd om hun agenda erdoor te duwen, waarna de Oekraïense regering met de steun van het Westen een open oorlog begonnen is tegen de bevolking in het oosten, de oorlog om Donbass. De gewapende groepen in Oost-Oekraïne kregen vervolgens materiële steun van Rusland, met alle gevolgen van dien.

     In de hoop in Damascus een volledig van het Westen afhankelijke regering aan de macht te krijgen, hebben Westerse mogendheden reactionaire rebellen in Syrië bewapend, getraind en gefinancierd. Het conflict is intussen uitgegroeid tot een van de meest bloedige humanitaire drama’s van deze eeuw, met miljoenen vluchtelingen en bijna tweehonderdduizend doden. Dat de opstand escaleerde toen het Westen intervenieerde, wordt vandaag vergeten. De Syrische Nationale Raad werd opgericht te Istanboel in Turkije en vroeg[5] en kreeg al snel buitenlandse steun in november 2011.[6] De Raad sluit nadien aan bij de Syrische Nationale Coalitie, opgericht in 2012 te Doha in Qatar, maar verlaat hem in 2014. Intussen vechten vele rebellen die door het Westen werden getraind, mee aan de kant van Islamitische Staat. Ook nu blijft het Westen, naast de internationaalrechtelijk illegale luchtaanvallen, de zogenaamde gematigde Syrische oppositie trainen. In september 2013 kondigde Obama aan dat de eerste volledig door de CIA opgeleide rebellenbrigade zich bij de strijders zou voegen.[7] Die moeten de strijd met Assad aangaan. Nu zouden een paar duizend strijders – lees: huurlingen – in Turkije opgeleid worden om tegen IS te vechten. Ook Saoedi-Arabië wil een basis ter beschikking stellen. Het gaat om strijders van buiten Syrië die vooral hondstrouw de bevelen vanuit Washington, Riyad of Ankara zullen opvolgen. Niemand die echt gelooft dat het sturen van een paar duizend huurlingen naar het huidige kruitvat tot een beter Syrië zal leiden. Maar dat zal Washington en Brussel een zorg wezen!

     De blinde onderwerping van België aan het agressieve NAVO-beleid heeft directe negatieve gevolgen voor de Belgische bevolking. De problematiek van de Syriëstrijders is er een pijnlijk voorbeeld van. Maar ook de houding tegenover Rusland in de Oekraïense kwestie is contraproductief. Tot voor kort nam Rusland ongeveer tien procent van de Europese landbouwexport af. Het ging om fruit en groenten, maar ook om vlees, melkproducten, wijn en alcohol. Op 29 juli 2014 nam de Europese Unie verregaande sancties tegen Rusland, die onder meer de Russische financiële sector en olie-industrie raakten. De sancties lokten echter tegensancties uit en de Belgische peren mogen in Rusland niet meer worden verkocht. Als de huidige escalatie blijft duren, zou Rusland ook energiesancties kunnen nemen tegen de Europese Unie, die een vierde van haar gas uit Rusland importeert.

Militaire begrotingsengagementen die de volgende generaties zullen verstikken

Op het eerste gezicht spreken het regeerakkoord en de begroting elkaar tegen. Op de begroting 2015 wordt er op defensie 225 miljoen bespaard en de komende jaren lopen de besparingen nog op. Dienstwagens zullen niet meer worden gerepareerd, liften zullen worden afgeschakeld en de verwarmingsknop in de kazernes zal in april worden toegedraaid. Maar er komen ook grotere besparingen. Regeringsvliegtuigen zullen vaker aan de grond worden gehouden, de luchtmacht mag minder vliegen en de zeemacht minder varen en het bedrag voor munitieaankopen wordt met een derde verminderd. Er wordt dus bezuinigd bij Defensie. In het regeerakkoord lezen we echter: “Om internationaal relevant te blijven en een aantrekkelijke werkgever te blijven, is een belangrijk luik investeringen in de toekomst nodig, zowel op het vlak van grond-, lucht- als marine-component-materieel. Hiervoor zullen dus belangrijke investeringsbudgetten moeten worden voorzien door de regering.”[8] En verder: “De regering zal een beslissing nemen die België toelaat op lange termijn een capaciteit jachtvliegtuigen te behouden in het licht van de aangekondigde vervanging van de huidige F-16 en zal een strategische oriëntatie bepalen voor de opvolging van onze M-Fregatten, Mijnenjagers en andere wapensystemen zoals de drones en het belangrijke materieel van de landmacht.”[9]

     Die investeringen zijn een logisch gevolg van de keuze voor een offensief leger in dienst van de NAVO. De regering-Di Rupo engageerde zich ook al tegenover de NAVO om het defensiebudget van ons land te doen stijgen. Wereldoverheersing kost immers geld. Daarom wil de NAVO nu al de defensie-uitgaven van de lidstaten op twee procent van het bruto binnenlands product (bbp) brengen. Voor België kan dat een stijging van 2,7 miljard euro per jaar betekenen. Niet verwonderlijk dus dat de minister verklaarde dat de deelname aan buitenlandse missies de belangrijkste taak van het leger blijft.[10] De regering verantwoordt die grote investeringen ook door te wijzen op de belangrijke besparingen van de voorbije jaren op defensie. De officiële cijfers van de NAVO relativeren die besparingen echter. In 2009 maakten de totale uitgaven voor defensie (inclusief pensioenen, onderzoek en ontwikkeling en dergelijke) 1,2 % van het bbp uit. In 2013 was dat 1,0 %. De militaire uitgaven varieerden van 3,400 miljard in 2005 over 4,048 miljard in 2009 naar 3,964 miljard in 2013. De militaire uitgaven per inwoner zijn tussen 2005 en 2012 gedaald van 431 dollar naar 399 dollar.[11] Zeventien NAVO-lidstaten geven nu per inwoner minder geld dan België uit. Wat de uitgaven op militair vlak betreft, plaatst België zich altijd tussen de middelgrote landen, terwijl het eigenlijk toch een heel klein landje is.

     Op langere termijn zijn deze engagementen een echte tijdbom en verkleinen ze de manoeuvreerruimte van toekomstige regeringen. De investeringen zijn eigenlijk gewoon uitgaven. Ze worden vandaag gemaakt, maar de volgende regeringen zullen ze moeten betalen. Om een budgettair evenwicht te bereiken zullen die regeringen dan moeten besparen op andere investeringen, bijvoorbeeld sociale diensten.

Geen geld voor onderwijs, maar wel voor F-35’s

Het dossier over de vervanging van de F-16’s toont helaas perfect aan hoe België volkomen onderworpen is aan de militaire en budgettaire keuzes van de NAVO. Als vervanger van de F-16 zal waarschijnlijk worden gekozen voor de F-35. België zou een veertigtal toestellen aankopen. Het gaat om een totaal ondemocratische keuze. Niet alleen weigerde de regering de resultaten van een vergelijkende vragenlijst aan het parlement te tonen, maar volgens een enquête van de Universiteit Antwerpen is ook maar 25 procent van de Belgen gewonnen voor de vervanging van de F-16’s. Logisch, want de aankoop houdt noch sociaal noch economisch noch militair steek.

     Het prijskaartje van deze keuze is aanzienlijk. Sommigen hielden het tot voor kort bij een kostprijs van iets meer dan 60 miljoen euro per toestel, maar intussen zouden de productiekosten per vliegtuig al opgelopen zijn tot 125 miljoen euro. Kevin Page, begrotingsambtenaar van het Canadese parlement, berekende dat de aankoop en onderhoud van 65 F-35’s Canada over dertig jaar bijna 30 miljard dollar zou kosten.[12] Op basis van een brief van de Nederlandse minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert kunnen we ervan uitgaan dat, naast een aankoopprijs van ongeveer 5 miljard euro, het onderhoud van veertig F-35’s België jaarlijks 283 miljoen euro zal kosten.[13] Met één zo’n gevechtsvliegtuig zou de regering dus 3.125 leerkrachten in België een jaar lang een job kunnen bezorgen. Vredesorganisaties als Intal, Vrede en Vredesactie spreken van een aankoopsom van 6 miljard euro. Line De Witte van studentenbeweging Comac vatte het als volgt samen: “Eén gevechtsvliegtuig minder en we moeten helemaal niet besparen op onderwijs.”[14]

     De aankoop van de F-16’s zou voor ons land een nuloperatie geweest zijn door de creatie van jobs in eigen land en de economische return voor de Belgische luchtvaartindustrie. Het Vlaams Vredesinstituut wees er echter al op dat ons land weliswaar van bij het begin betrokken is bij de ontwikkeling van de F-16, maar dat de F-35’s kant-en-klaar zullen worden gekocht. België zal dus nauwelijks aanspraak kunnen maken op industriële participatie.[15] Zelfs Denis Ducarme van de regeringspartij MR merkte vorig jaar op dat de producent van de F-35 toegaf dat de aanschaf van de gevechtsvliegtuigen geen economische voordelen voor de Belgische markt zou opleveren.[16] Het Nederlandse Centraal Planbureau maakte een kosten-batenanalyse van een Nederlandse deelname in het F-35-programma en stelde vast dat “het netto effect voor de economie naar verwachting verwaarloosbaar klein” is.[17]

     Militair gezien is de F-35, een gevechtsvliegtuig van de vijfde generatie, helemaal niet nodig voor de Belgische defensie. Ons land is omringd door bondgenoten en dus volstaan toestellen van de vierde generatie ruimschoots voor de verdediging van ons luchtruim. Het regeerakkoord geeft impliciet toe dat het de bedoeling is een aanvalscapaciteit te bewaren. Het gaat er dus niet om ons luchtruim te kunnen verdedigen, maar wel om andere landen te kunnen bombarderen. Nochtans hebben de F-16’s noch in Libië noch in Afghanistan noch in Irak de vrede en de democratie een stap dichterbij gebracht. Integendeel!

     Wat de F-35 en de Rafale, ook een mogelijke opvolger voor de F-16, onderscheidt van andere alternatieven is hun capaciteit om kernwapens te vervoeren. Het is geen toeval dat het regeerakkoord het non-proliferatieverdrag en het strategisch concept van de NAVO, dat van kernwapens een fundamenteel deel van onze defensie maakt, op dezelfde lijn plaatst. De onderwerping van België aan de NAVO heeft dus ook een nucleaire dimensie. “Op gebied van nucleaire ontwapening en non-proliferatie kiezen we voor een realistische en pragmatische aanpak met het VN-verdrag inzake nucleaire non-proliferatie en het zgn. strategische concept van de NAVO als eerste leidraden”. Die zin uit het regeerakkoord is op zich al contradictorisch. Het non-proliferatieverdrag eist dat landen die kernwapens hebben, hun voorraden afbouwen. In het strategisch concept van de NAVO vormen deze wapens een pijler van de defensiestrategie. Gezien de teneur van het regeerakkoord is het duidelijk de bedoeling van de regering om het strategisch concept en niet het non-proliferatieverdrag als leidraad te nemen. Van het weghalen van de Amerikaanse kernwapens uit de basis van Kleine Brogel is geen sprake meer. Het strategisch plan dat de minister tegen april aan de regering zal voorleggen, zal die keuze waarschijnlijk in de praktijk omzetten.

Oorlog in het buitenland, militarisering in het binnenland

De militarisering van onze economie en onze maatschappij waar het regeerakkoord op aanstuurt, is bijzonder verontrustend. De regering wil de uitbouw van een militair-industrieel complex steunen. In het regeerakkoord belooft ze dat er voor die investeringen een militaire programmawet zal komen die over tien jaar loopt. Ook bepaalde activiteiten van het leger zullen worden uitbesteed aan de privésector.

     Daarnaast zal het leger kunnen worden ingezet voor binnenlandse bewakingsopdrachten. De bevoegdheid van de militaire politie zal zelfs worden uitgebreid zodat ze ook kan optreden bij verkeersovertredingen. Het inzetten van militairen voor bewakingsopdrachten na de terreurdreiging in Verviers is een concrete toepassing van deze keuze. Voormalig parlementslid Lode Vanoost merkt op dat de wetsvoorstellen van de N-VA die het gemakkelijker willen maken om het leger in te zetten voor taken van binnenlandse veiligheid gevaarlijk zijn.[18] Vandaag kan het leger in België alleen worden ingezet in bepaalde gevallen, zoals natuurrampen en internationale topvergaderingen. Wanneer de minister van Binnenlandse Zaken nu aan de minister van Defensie in dergelijke gevallen vraagt soldaten in te zetten, is het mandaat ook beperkt qua inhoud en duur. Vanoost wijst erop dat de voorstellen van de N-VA die beperkingen opheffen. Het leger zou dan zonder regeringsbeslissing voor ieder type van operatie, zonder beperkend mandaat en onbeperkt in de tijd kunnen worden ingezet.

     Verder zegt het regeerakkoord: “De communicatie tussen Defensie en de bevolking is essentieel voor de rekrutering, het maatschappelijk draagvlak en het imago van het leger. Defensie zal meer aandacht besteden aan haar communicatie, onder andere inzake sociale media.”[19] Met andere woorden, meer aandacht voor oorlogspropaganda op sociale media. Oorlog is volgens onze regering nog niet sexy genoeg. Onze jongeren moeten worden warm gemaakt voor oorlog.

     Oorlog in het buitenland, militarisering in het binnenland; het is een keuze die de NAVO eerder al maakte. Het is ook een onaanvaardbare keuze. Er bestaat nochtans een alternatief. Inzake buitenlands beleid moet België een eigen vredesvisie en vredesstrategie ontwikkelen. In plaats van deel te nemen aan militaire interventies kunnen we ons bijvoorbeeld specialiseren in vredes- en ontwapeningsinitiatieven, zoals de initiatieven die ons land vroeger al nam inzake uranium- en clustermunitie en de militaire deelname aan ontmijningsopdrachten. Andere kleine landen zoals Zwitserland doen dat ook, als bemiddelaar in conflicten of met internationale humanitaire hulp. En met het geld dat we zo besparen, kunnen we in ons land pensioenen, lonen en onderwijs financieren.

Met het TTIP naar een onrechtvaardige wereldhandel

Het onderdeel van het regeerakkoord over handel illustreert hoe de regering naar de pijpen van de multinationals danst en tegen de belangen van haar eigen bevolking en de bevolking van ontwikkelingslanden ingaat. Het was bijzonder frappant te zien hoe de regeringsonderhandelaars alles in het werk stelden om de vrijhandel en het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag (TTIP) te verdedigen. Zowel in België als elders heeft het maatschappelijk middenveld nochtans gewaarschuwd tegen de nefaste gevolgen van dit verdrag. Niet alleen voor de voedselveiligheid, de gezondheidszorg, de overheidsdiensten en de cultuur, maar ook – onder andere door de mechanismen voor geschillenregeling tussen de Verenigde Staten en investeerders – voor de democratie zelf. Arbitrageclausules in het TTIP geven multinationals immers het recht een land juridisch te vervolgen wanneer het parlement van dat land zijn burgers wil beschermen tegen, bijvoorbeeld, ongezonde producten. Zo’n clausule veegt zelfs alle schijn van democratie weg. Met zo’n clausule is er geen sprake meer van bescherming van de lokale productie of van de promotie van generische geneesmiddelen ten koste van de winsten van grote farmaceutische bedrijven.[20]

Naar een economische NAVO

Maar de regering maakt zich geen zorgen over die risico’s. Volgens het regeerakkoord monden het TTIP en de NAVO uit in de verwezenlijking van één grote trans-Atlantische droom: “De trans-Atlantische samenwerking, die gebaseerd is op gemeenschappelijke waarden en belangen, heeft een sterk potentieel dat zo goed mogelijk moet worden gebruikt, vooral op gebied van internationale veiligheid – in het kader van de NAVO – en internationale handel – in het kader van een omvattend handels- en investeringsakkoord tussen de EU en de VS.”[21] Wat verder staat wel dat daarbij “een transparant proces wordt verzekerd en een bepaald aantal belangrijke sociale en culturele belangen evenals de voedselveiligheid worden gevrijwaard”[22], maar dat is niet veel meer dan een vijgenblad.

     Het TTIP is ook een oorlogsverklaring op wereldniveau aan elke vorm van rechtvaardige handel. De Ontwikkelingsagenda van Doha voor wereldwijde liberalisering is afgesprongen door de hevige weerstand van de landen uit het Zuiden. Daarom wil de NAVO nu een ‘economische NAVO’ creëren, zodat ze op wereldschaal voorwaarden kan opleggen ten voordele van het Europese en Amerikaanse kapitaal. Op die manier zorgt het TTIP ervoor dat elke kans op rechtvaardige handel bij voorbaat gedoemd is te mislukken. Het verdrag is een regelrechte aanslag op de ontwikkeling en de soevereiniteit van de ontwikkelingslanden, die tot in het oneindige de economische overheersing van het Westen zullen moeten verdragen.

     De doelstellingen van de NAVO en het TTIP lopen opvallend parallel: de nieuwe wereldorde aan de rest van de wereld opleggen in het voordeel van trans- en multinationale ondernemingen. Terwijl de militaire interventies van de NAVO het soevereiniteitsconcept vernietigen, poogt het TTIP de economische beleidsruimte van andere landen te vernietigen.

Een vrijhandelsdoctrine opgelegd aan de ontwikkelingslanden

Het hele regeerakkoord is doordrongen van de vrijhandelsdoctrine die investeringen ten gunste van multinationals moet stimuleren. Minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders voerde onder de vorige regering al voornamelijk een economische diplomatie, gericht op het sluiten van handels- en investeringsakkoorden die de economische belangen van onze bedrijven waarborgen. Zo heeft ons land geprivilegieerde betrekkingen met Saoedi-Arabië, dat de mensenrechten volop schendt. Begin 2014 leidde prinses Astrid een economische missie naar dat land. Fernand Huts, de baas van Katoennatie, mocht Saoedi-Arabië aanprijzen als het beloofde land omdat hij er geen belastingen moet betalen.[23] Geen woord over de grove schendingen van de mensenrechten in dit land waar vrouwen niet mogen autorijden, waar in 2013 niet minder dan 79 executies werden uitgevoerd en waar zowel in 2014 als in 2015 mensen werden onthoofd.[24] Bij economische diplomatie is de drijfveer winst, niet mensenrechten.

     Dat geldt eveneens voor de Belgische betrekkingen met Congo. Tijdens de vorige legislatuur ijverden Belgische bedrijven voor de herziening van de Congolese landbouwwet, die de toegang tot landbouwgrond beperkt tot bedrijven die in meerderheid in handen zijn van Congolese staatsburgers. Minister Reynders ging op vraag van grote Belgische bedrijven zelfs persoonlijk bij president Kabila pleiten voor een herziening van de wet.[25]

     In de nieuwe regering is Reynders weer bevoegd voor Buitenlandse Zaken. De regering belooft ook nu weer alles in het werk te stellen om de lopende onderhandelingen over bilaterale investeringsbeschermingsverdragen die op het ogenblik geblokkeerd zijn, af te ronden en te bekrachtigen. Dat veel van die verdragen, zoals dat met Colombia, geblokkeerd zijn wegens hun mogelijke negatieve invloed op de mensenrechten, laat de regering koud. De intentie om het vrijhandelsakkoord met Peru en Colombia te bekrachtigen, toont een diep misprijzen voor de sociale strijd en de mensenrechten in die landen. Dankzij de vrijhandel krijgen de multinationals vrije toegang tot de markten, overheidsdiensten en natuurlijke hulpbronnen van het Zuiden. Vaak gaat dit ten koste van de plaatselijke economie en de kleine lokale producenten. De vrijhandelsovereenkomst tussen de Verenigde Staten en Mexico bracht de Mexicaanse en Amerikaanse werkende bevolking in rechtstreekse concurrentie met elkaar. Het gevolg ervan was dat de lonen daalden, de werkomstandigheden verslechterden en er meer precaire jobs kwamen. De vrijhandelsakkoorden met Centraal-Amerika, Colombia en Peru volgen dezelfde logica.

     De regering belooft dat ze op Europees niveau ervoor zal pleiten om de fundamentele arbeidsrechten en de internationale milieunormen te respecteren en in te bouwen in het mandaat van de Europese Commissie bij onderhandelingen over investeringsovereenkomsten en vrijhandelsakkoorden. Ook op het vlak van ontwikkelingssamenwerking zegt ze hiervoor te zullen pleiten. Maar het is helemaal niet duidelijk over welke normen het gaat en aan wie ze zullen worden opgelegd. De regering wijst hier op de sociale verantwoordelijkheid van de bedrijven, maar dat houdt alleen maar een niet-bindend engagement in. Het lijkt bovendien alsof het regeerakkoord de multinationals wil geruststellen: ze hoeven geen dwingend wetgevend kader te vrezen. De regering heeft geen enkele reële ambitie om de voorzichtige OESO-richtlijnen voor multinationals of de VN-principes inzake bedrijven en mensenrechten bindend te maken. Evenmin wil ze de in België gevestigde bedrijven dwingen de Agenda voor waardig werk van de Internationale Arbeidsorganisatie te respecteren.

     Het regeerakkoord is als het ware een open uitnodiging om de sociale normen die in de mandaten van de onderhandelingen voor vrijhandelsakkoorden staan, in dit geval te gebruiken als protectionistische maatregelen tegen de ontwikkelingslanden. Wanneer we in bepaalde sectoren normen opleggen op maat van onze bedrijven, met andere woorden normen waaraan alleen ‘onze’ bedrijven kunnen voldoen, dan lopen we het gevaar de ontwikkeling van een plaatselijke economie in het Zuiden te ondermijnen. In bepaalde strategische sectoren willen we bedrijven uit ontwikkelingslanden normen op maat opleggen alvorens ze toegang te geven tot de Europese markt, maar op hetzelfde ogenblik eisen we wel dat die landen hun eigen markten openstellen voor onze ‘goede’ producten.

Een egocentrische ontwikkelingssamenwerking

Met ontwikkelingssamenwerking kan een regering pogen armoede, ongelijkheid, ongelijke machtsverhoudingen en economische uitbuiting in andere landen weg te werken. Ontwikkelingssamenwerking alleen is natuurlijk niet genoeg. Om dat te bereiken moet ons buitenlands beleid ook stoppen met de soevereiniteit van landen te ondergraven. Een handelsbeleid dat multinationals meer kansen geeft om andere landen leeg te roven, gaat in tegen alle duurzame ontwikkelingsmodellen.

     Ondanks de opkomst van nieuwe groeilanden blijven de noden hoog: 1,2 miljard mensen leven in extreme armoede, met een inkomen van minder dan 1,25 dollar per dag. 2,47 miljard mensen hebben minder dan 2 dollar per dag. De rijkste 1 procent bezit bijna de helft van alle rijkdom in de wereld, terwijl de 70 procent armsten het moeten stellen met amper 3 procent van de rijkdom. De 85 rijkste miljardairs bezitten samen evenveel als de helft van de wereldbevolking. Hoewel er meer dan voldoende voedsel is voor de hele bevolking op aarde, lijden toch bijna 1 miljard mensen honger.[26] Die ongelijkheid is een tijdbom.

     De Britse ngo Health Poverty Action berekende in haar rapport Honest Accounts dat er jaarlijks ongeveer 134 miljard dollar van het rijke Westen naar Afrika stroomt, vooral onder de vorm van leningen, buitenlandse investeringen en hulp, maar dat er jaarlijks ook ongeveer 192 miljard dollar wegstroomt uit Afrika. Het gaat voornamelijk om winsten gemaakt door buitenlandse multinationals, belastingontwijking en kosten die de plaatselijke regeringen maken om de gevolgen van de klimaatsverandering op te vangen. Netto verliest Afrika dus zo’n 58 miljard dollar per jaar.[27]

     De voorbije kwarteeuw stroomde via terugbetalingen van schulden alleen al ongeveer 530 miljard dollar van Zuid naar Noord. Jarenlang betaalde Congo maandelijks 50 miljoen dollar schulden terug aan de internationale schuldeisers, terwijl de regeringsuitgaven voor gezondheid in 2002 maar 0,2 dollar per persoon per jaar bedroegen. Vandaag heeft het land een publiek gezondheidsbudget van minder dan tien dollar per jaar en per inwoner.[28] Tunesië wil dit jaar 2 miljard schuld afbetalen, driemaal meer dan het Tunesische gezondheidsbudget.[29] Schuldeisers en internationale financiële instellingen zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank leggen de schuldenlanden onaanvaardbare voorwaarden op voor schuldvermindering: besparen in de sociale sectoren, de openbare diensten privatiseren en de hele economie opengooien. Ook nieuwe leningen worden aan dergelijke voorwaarden gekoppeld. In februari 2014 gaf de bevoegde commissie van het Europees Parlement groen licht voor een nieuwe lening aan Tunesië, op voorwaarde dat de Tunesische regering de banken herkapitaliseerde, de lonen blokkeerde, de vennootschapsbelasting verminderde en de pensioenen en ziekteverzekering hervormde.

     Net als bij ons komen overal in de wereld vakbonden en volksorganisaties op voor de basisrechten van de bevolking. Net als bij ons staan ze oog in oog met multinationals die de basisrechten van de mensen beknotten. Professor Olivier De Schutter, van 2008 tot 2014 speciaal rapporteur van de VN voor het recht op voedsel, schreef in zijn eindrapport dat de grote agro-industriële groepen door hun dominante positie in feite een vetorecht hebben verworven in het politieke systeem.[30] Vandaag wordt zelfs in voedsel, en dus honger, gespeculeerd.

     In dit conflict kiest het regeerakkoord partij. De Belgische ontwikkelingssamenwerking loopt het risico nog meer te worden ingezet voor de belangen van de Belgische rijken en bedrijven en zal ook worden gebruikt om andere doelstellingen dan ontwikkeling te verwezenlijken.

Voor ‘onze’ rijken

Ontwikkelingssamenwerking zal om te beginnen worden ingezet ten dienste van ‘onze’ rijken. De regering doet wel alsof ze de autonomie van de niet-gouvernementele ontwikkelingsorganisaties respecteert, maar in feite dringt ze de ngo’s een keuze op. “De sectoren waarop we willen focussen in onze partnerlanden hangen in grote mate af van de lokale toestand en van de toegevoegde waarde die we kunnen aanbieden o.a. voor onze bedrijven, experten en universiteiten.”[31] De passage over de “stimulering van de privésector, motor van economische groei, vooral door de verbetering van het investeringsklimaat in de partnerlanden”[32] geeft aan dat de regering het gebruik van ontwikkelingsgeld veeleer beschouwt als een manier om een vruchtbare voedingsbodem te kweken in het belang van de Belgische bedrijven. Zo’n ontwikkelingssamenwerking kan misschien perfect verenigbaar zijn met het handels- en investeringsbeleid van ons land, maar het is totaal onverenigbaar met de behoefte aan duurzame ontwikkeling op wereldvlak.

     Redenen genoeg voor de ontwikkelingssamenwerking en ngo’s om te vrezen dat hun werk voor andere doeleinden zal worden ingezet, niet langer in het belang van het ontwikkelingsland, maar wel in het belang van ‘onze’ bedrijven of de regering. In deze context is de vermelding van “een interdepartementale samenwerking tussen Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking” voor regio’s zoals Centraal Afrika erg verontrustend.

Ontwikkelingshulp gebruikt voor andere doelstellingen

De regering zal ontwikkelingssamenwerking ook inzetten om de migratie aan te pakken. In het regeerakkoord benadrukt de regering haar voornemen om te focussen op landen die “een impact hebben op de migratiestromen naar ons land, zoals o.a. de regio’s van de Grote Meren en Noord-Afrika”.[33] Ze wil “via ontwikkelingssamenwerking namelijk ook aandacht voor o.a. vrede en stabiliteit, veiligheid (terrorismebestrijding), migratie en klimaatbeleid”.[34] Bovendien wil de regering de begrotingssteun aan ontwikkelingslanden koppelen aan de inspanningen en de resultaten van die landen in de strijd tegen corruptie, het respect voor de mensenrechten en een goed beheer en samenwerking op het gebied van justitie en migratie. Met andere woorden, de regering is van plan alleen nog steun te geven aan landen die zich inzetten om potentiële vluchtelingen en emigranten in het Zuiden te houden. Het geld is dus niet langer in de eerste plaats bestemd voor de bestrijding van ongelijkheid of armoede. Ontwikkelingslanden kunnen ‘beloond’ worden als ze de armen die naar Europa willen trekken, tegenhouden of vastzetten. De ontwikkelingslanden worden dus niet zozeer aangemoedigd om te investeren in sociale doelen en menselijke ontwikkeling, maar wel in prikkeldraad en detentiecentra. Zo lopen we niet alleen het gevaar dat de onderontwikkeling groeit, maar in het verleden is ook gebleken dat deze manier van werken kan leiden tot ernstige schendingen van de mensenrechten.

     Vervolgens kondigt de regering aan, in tegenstelling tot wat Charles Michel in 2009 als minister van Ontwikkelingssamenwerking beloofde, dat een deel van de ontwikkelingshulp naar andere doeleinden zal gaan: “De federale overheid zal via haar ontwikkelingssamenwerking verder een bijdrage leveren tot een internationale klimaatfinanciering.”[35]

     Net zoals de vorige regering, zal ook deze regering in het budget voor ontwikkelingssamenwerking snoeien. De vorige regering had beloofd het budget voor ontwikkelingshulp te bevriezen, maar heeft er in de praktijk toch fors de bijl ingezet. In 2013 daalde het budget met 6,1 procent. In dat jaar besteedde de regering uiteindelijk 1,73 miljard euro aan ontwikkelingssamenwerking; dat is maar 0,45 procent van het bruto nationaal inkomen. Op twee jaar tijd, in 2012 en 2013, werd 687 miljoen euro bespaard op het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Dat was een daling van ongeveer 30 procent ten opzichte van 2010, toen ons land nog 0,64 procent van het bruto nationaal inkomen (bni) aan ontwikkelingssamenwerking besteedde.[36] In andere landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, stegen in die periode de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking. Zweden besteedde in 2013 niet minder dan 1,02 procent van zijn bruto nationaal inkomen aan ontwikkelingssamenwerking.

     Het is dus nonsens als de regering in het regeerakkoord belooft dat ze inspanningen zal doen om het budget voor ontwikkelingssamenwerking op te trekken tot 0,7 procent van het bruto binnenlands product, maar tegelijk besparingen aankondigt. Volgens Alexander De Croo, minister van Ontwikkelingssamenwerking, zal er immers de komende vijf jaar bespaard worden: 150 miljoen euro in 2015 tot 279 miljoen euro in 2019.[37] Dat komt neer op een totaal van 1 miljard euro.

Die inkrimping van het budget zal zichtbaar worden in het aantal landen dat ontwikkelingshulp krijgt; vijftien landen in plaats van achttien. Hoogstwaarschijnlijk zullen drie Latijns-Amerikaanse landen uit de boot vallen.

     Het regeerakkoord stelt ook dat het de bedoeling is het aantal door de overheid erkende ngo’s te verminderen. Die organisaties spelen nochtans een belangrijke rol in de Belgische ontwikkelingssamenwerking. De regering zegt ook dat ze de kwaliteitseisen voor de medewerkers van de niet-gouvernementele ontwikkelingssamenwerking strenger zal maken.

     Daarnaast stelt het regeerakkoord voor het aantal multilaterale partnerorganisaties van twintig op vijftien te brengen. Het gaat over ontwikkelingsorganisaties zoals de Wereldgezondheidsorganisatie, UNAIDS, de UNHCR, het UNDP, het Internationale Rode Kruis, UNICEF, de IOM of de IAO. En dat op een ogenblik dat de uitbraak van ebola West-Afrika aantoont dat zulke grensoverschrijdende epidemieën alleen met een internationale aanpak efficiënt kunnen worden bestreden en voorkomen en dat de coördinatie door deze internationale organisaties hierbij onontbeerlijk is. Het verminderen van de steun aan deze organisaties heeft het effect van een tijdbom.

Marc Botenga (botengam at gmail.com) is doctor in de politieke wetenschappen en legt zich toe op internationale politiek.


[1]  Regeerakkoord, 9 oktober 2014. Zie: www.premier.be/sites/default/files/articles/Accord_de_Gouvernement_-_Reg..., p. 181-210

[2]  Regeerakkoord, op.cit., p. 203-204.

[3]  Ibid., p. 203

[4]  Rapport van de onderzoekscommissie van de Italiaanse Senaat, opgesteld door senator Giovanni Pellegrino, Il terrorismo, le stragi ed il contesto storico-politici proposta di relazione, Zie: www.archivioguerrapolitica.org/wp-content/uploads/2012/08/Commissione-pa...

[5]  The Wall Street Journal, “Syria Opposition Leader Interview Transcript”, Interview met Burhan Ghalioun, de leider van de Syrian National Council, 2 december 2011. Zie: www.wsj.com/articles/SB10001424052970203833104577071960384240668.

[6]  The Washington Post, Karen DeYoung, “Clinton meets with Syria opposition”, 6 december 2011. Zie: www.washingtonpost.com/world/middle_east/clinton-meets-with-syria-opposition/2011/12/06/gIQApzQ9ZO_story.html.

[7]  The Independent, Adam Withhnall, “Syria crisis: First CIA-trained rebel unit about to join fighting against Assad regime, says President Obama”, 3 september 2013. Zie: www.independent.co.uk/news/world/middle-east/syria-crisis-first-ciatrained-rebel-unit-about-to-join-fighting-against-assad-regime-says-president-obama-8796873.html.

[8]  Regeerakkoord, op.cit., p. 207.

[9]  Ibid, p. 208.

[10]  De Standaard, Vandeput zal verlenging Irak-missie voorleggen aan ministerraad, 17 november 2014. Zie: www.standaard.be/cnt/dmf20141117_01380061.

[11]  NATO Public Diplomacy Division, 24 februari 2014, Financial and Economic Data Relating to NATO Defence, Zie: www.nato.int/nato_static_fl2014/assets/pdf/pdf_topics/20140224_140224-PR2014-028-Defence-exp.pdf.

[12]  CBCNews, Kevin Page says defence purchasing ‘broken’ and ‘wrong’, 3 mei 2012. Zie: http://www.cbc.ca/news/politics/kevin-page-says-defence-purchasing-broke....

[13]  De Morgen, F-35 torpedeert budget defensie, 5 januari 2015. Zie: www.demorgen.be/binnenland/f-35-torpedeert-budget-defensie-a2171078/.

[14]  Line De Witte: “Besparen op jeugd, dat is besparen op de toekomst!”, 20 oktober 2014. Zie: www.pvda.be/artikels/line-de-witte-besparen-op-jeugd-dat-besparen-op-de-toekomst.

[15]  Vlaams Vredesinstituut, Adviesnota, Advies over de beslissing tot aankoop van een nieuw gevechtsvliegtuig voor de luchtcomponent van de Belgische Defensie, 16 juni 2014. Zie: www.vlaamsvredesinstituut.eu/sites/vlaamsvredesinstituut.eu/files/files/....

[16]  RTBF, D. Ducarme (MR): “Le remplacement des F-16 devra soutenir l'emploi”, 26 augustus 2014. Zie: www.rtbf.be/info/belgique/detail_d-ducarme-mr-le-remplacement-des-f-16-devra-soutenir-l-emploi?id=8340776.

[17]  CPB Document N° 013, Martin Koning en Bert Minne, Participeren in de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter, Een globale kosten-baten analyse, oktober 2001. Zie: www.jsfnieuws.nl/wp-content/JSF16_CPB_Rapport_011000.pdf.

[18]  Lode Vanoost, Leger op straat dient ander doel dan veiligheid, 22 januari 2015. Zie: www.dewereldmorgen.be/artikel/2015/01/22/leger-op-straat-dient-ander-doel-dan-veiligheid.

[19]  Regeerakkoord, op.cit., p. 207.

[20]  Voor een meer getetailleerde analyse van het TTIP zie Henri Houben in Marxistische Studies nr. 105, “De grote trans-atalantische braderie”. Zie: marx.be/nl/content/de-grote-trans-atlantische-braderie.

[21]  Ibid., p. 185.

[22]  Ibid., p. 191-192.

[23]  Gazet van Antwerpen, F. Huts: “We betalen hier in Saudi-Arabië geen belastingen”, 18 maart 2014. Zie: www.gva.be/cnt/aid1555126/we-betalen-hier-in-saudi-arabie-geen-belastingen.

[24]  Reuters, Angus McDowall, Saudi Arabia steps up beheadings; some see political message, 20 oktober 2014. Zie: www.reuters.com/article/2014/10/20/us-saudi-execution-idUSKCN0I91G220141020. Foreign Policy, Saudi Arabia’s Beheadings Are Public, but It Doesn’t Want Them Publicized, 20 januari 2015. Zie: http://foreignpolicy.com/2015/01/20/saudi-arabias-beheadings-are-public-....

[25]  Tony Busselen, Reynders op pad tegen Congolese landbouwwet, PVDA, 4 april 2012. Zie: www.archief.pvda.be/nieuws/artikel/article/minister-reynders-op-pad-tegen-congolese-landbouwwet.html.

[26]  Knack, 1 miljard mensen lijden honger, 11 oktober 2011. Zie: www.knack.be/nieuws/wetenschap/1-miljard-mensen-lijden-honger/article-normal-10986.html.

[27]  Health Poverty Action, Honest Accounts? The true story of Africa’s billion dollar losses, juli 2014. Zie: www.healthpovertyaction.org/wp-content/uploads/downloads/2014/08/Honest-Accounts-report-web-FINAL.pdf.

[28]  Be cause health, Financement et qualité des services et soins de santé, Abstract Book de l’atelier de capitalisation et échange d’expériences sur le financement du système de santé organisé à Kinshasa du 23 au 25 octobre 2012. Zie: www.apps.who.int/gho/data/node.country.country-COD & http://www.be-causehealth.be/media/42597/rapport_atelier_kin-rdc_octobre_2012_financement__qualit__soins_version_finale_mars_2013.pdf.

[29]  CNCD, Renaud Vivien, Dette tunisienne : l’UE doit revoir sa copie, 5 maart 2014. Zie: www.cncd.be/Dette-tunisienne-l-UE-doit-revoir.

[30]  United Nations, General Assembly, Human Rights Council, Olivier De Schutter, Report of the Special Rapporteur on the right to food, Final report: The transformative potential of the right to food, 24 januari 2014. Zie: www.srfood.org/images/stories/pdf/officialreports/20140310_finalreport_e..., p. 14

[31]  Regeerakkoord, p. 200.

[32]  Ibid., p. 199.

[33]  Ibid.

[34]  Ibid.

[35]  Ibid., p. 102.

[36]  11.11.11, Jaarrapport 2013 - Besparingen vormen sterk contrast met uitdagingen, 18 september 2014. Zie: http://www.11.be/fr/item/jaarrapport-2013.

[37]  11.11.11, 11.11.11 betreurt groeipad van besparingen op ontwikkelingssamenwerking, 17 oktober 2014. Zie: http://www.11.be/fr/item/11-11-11-betreurt-groeipad-van-besparingen-op-o....