Davos, de productieven en de generatie Z

Auteur: 
David Pestieau

“Jeugdwerkloosheid, vergrijzing en toenemende ongelijkheid wakkeren volkswoede aan die de wereldgroei bedreigt.”[1]. Dat stelden de multinationals, de miljonairs en de belangrijkste staatshoofden van deze wereld in januari van dit jaar op het Wereld Economisch Forum in Davos.

Zij die verantwoordelijk zijn voor de crisis, zeggen nu dat wat ze zelf gezaaid hebben – de werkloosheid en de ongelijkheid – zou kunnen leiden tot revolte. Maar ze verduidelijken meteen dat dit de wereldgroei in gevaar zou kunnen brengen en … zou kunnen leiden tot een nog zwaardere crisis.

Deze promotoren van het liberale eenheidsdenken overstelpen ons met hun waarheden via ideologische massacampagnes die precies tot doel hebben elke poging tot revolte te verijdelen: ‘We moeten een gunstig klimaat scheppen voor de ondernemingen die instaan voor de rijkdom in onze maatschappij’; ‘We moeten veel langer werken en de jongeren moeten geactiveerd worden om aan werk te raken’; ‘De staat moet afslanken, bezuinigen is noodzakelijk’; ‘De economie moet bevrijd worden van elke mogelijke staatsinmenging’; ‘De vakbonden staan afkerig van verandering en gedragen zich onverantwoordelijk’.

In ons land worden deze campagnes politiek overgenomen door nationalistisch (N-VA) en liberaal (MR en Open VLD) rechts. Die formaties steken het niet onder stoelen of banken dat ze de invloed van vakbonden en van sociale bewegingen willen afzwakken en willen afrekenen met het ontluikend succes van de PVDA.

Zonder daarom elke keer deze campagnes openlijk over te nemen, geeft de sociaaldemocratie toch vrij spel aan dit offensief door zich achter dit beleid te scharen van besparingen, van het ‘behoud van de competitiviteit’, van de ‘modernisering van de openbare diensten’. We zien het in België gebeuren met de politiek van premier Elio Di Rupo (PS) en vicepremier Vande Lanotte (SP.A).

Marxistisch links dat de huidige economische orde wil bestrijden, moet vechten om de actuele regeringsmaatregelen te counteren en tegelijk de ideeën die dit beleid rechtvaardigen onderuit te halen. Ze moet dit ideologische offensief afstoppen door alternatieve voorstellen en ideeën naar voren te schuiven.

Wie zijn die productieven? Wie creëert hier rijkdom?

Die van Davos zeggen ons dat ondernemingen de motor van de groei zijn. Om uit de crisis te raken, moeten we tegemoet komen aan de behoeften van CEO’s en van aandeelhouders. Door de loonkost te verlagen. Door te aanvaarden dat werknemers meer overuren presteren. Door nieuwe belastingverlagingen voor de bedrijven. Door te knippen in het budget voor sociale zekerheid. Om aan de groei te voldoen. Samengevat, zij stellen ons nog wat meer voor van hetzelfde beleid dat precies tot de huidige crisis heeft geleid.

Die openlijk patronale taal komt natuurlijk niet zo goed over in crisistijd. Ze maken daarbij ook nog eens actief gebruik van allerlei tactieken om verdeeldheid te zaaien. Zo aarzelt De Wever, voorzitter van de N-VA, niet om zijn pijlen af te schieten op rappers, Walen, vreemdelingen, jongeren, kunstenaars, marxisten...

In het fameuze ideologische interview met De Standaard waarin hij homo’s en hun regenboog T-shirts stigmatiseert, gaat hij nog verder. De journalist vraagt: “U hebt ooit gezegd dat de tegenstelling arbeid-kapitaal niet meer relevant is. Dat de nieuwe breuklijn loopt tussen productieven en niet-productieven.” De Wever antwoordt daarop bevestigend: “De staat is een monster dat geld opzuigt en uitspuwt. Wie brengt dat geld op? Mensen die toegevoegde waarde creëren. Wie consumeert dat geld? De niet-productieven. Maar die zijn electoraal zo belangrijk geworden dat ze het staatsbestel continueren. [...] Wij moeten langer werken, véél langer werken.”[2]

De productieven en niet-productieven van De Wever

De Wever vertelt ons dat de tegenstelling arbeid-kapitaal niet meer bestaat. Je moet maar durven! Op een ogenblik dat Stephen Odell, de boss van Ford, 10.000 Limburgse gezinnen op de keien gooit. Dat 10.000 gezinnen in het Luikse verzocht worden om de productie te verlaten, om de winsthonger van Mittal te stillen. En dat het aantal faillissementen op maandbasis nooit eerder zo hoog lag als in de voorbije maand januari. Heeft De Wever dan niet gehoord dat de dividenden van de grote aandeelhouders in België van 9 miljard euro in 2000 zijn gestegen tot 30,6 miljard euro in 2011; een stijging met 240 %? Heeft hij niets gelezen over die 76 miljard euro winst die de 30.000 grootste bedrijven in België boekten in 2011?

De voorzitter van de N-VA stelt dat de echte tegenstelling in onze maatschappij die is tussen ‘productieven’ en ‘niet-productieven’. Vertaal: tussen de werknemers aan de ene kant en de werklozen, gepensioneerden, zieken aan de andere kant. De enen zouden altijd maar meer aan de staat moeten betalen, terwijl de anderen, de niet-productieven, consumeren. Echte haattaal om ‘actieven’ op te zetten tegen gepensioneerden en werklozen. En ziedaar de mirakeloplossing van de N-VA: snoeien in het budget van de sociale zekerheid en de werknemers veel langer laten werken.

De Wever brengt ons terug tot twee vragen. Wie zijn degenen die in deze maatschappij rijkdom, de meerwaarde produceren? De werknemers en hun gezinnen en niemand anders. Zij staan elke ochtend op, passeren langs de prikklok en produceren rijkdom. Zij lopen de meeste risico’s en hopen geen arbeidsongeval te hebben of ziek te worden. Zonder die werkers kan die kleine minderheid met een eigendomstitel zijn machines en bedrijven niet laten draaien.

En de tweede vraag, wie eigent zich al die rijkdom toe? Wie rooft in werkelijkheid de staatskas leeg? Multinationals zoals Mittal die aan elke belasting weten te ontsnappen.[3] 20 van de 100 grootste multinationals ter wereld maken handig gebruik van de sluipwegen in het fiscaal paradijs België. Ze maakten in België 25,4 miljard euro winst waarop ze maar 0,18 miljard euro belasting betalen.[4] Miljardairs zoals Arnault – in ons land vol enthousiasme verwelkomd door N-VA en MR – die geen centiem belasting betalen.[5] Speculanten die voor hun computerscherm zitten te spelen met het spaargeld van miljoenen werkers. Dat zijn de echte niet-productieven, de parasieten van onze maatschappij. Daar hebben De Wever of de liberalen het nooit over. De Wever en de liberalen verdoezelen dus het liefst het klassenkarakter van onze maatschappij.

De sociaaldemocratie van haar kant is kampioen in misleiding. Zij hebben alleen kritiek op het ‘hyperkapitalisme’, een soort op drift geraakt ‘gereguleerd’ kapitalisme. Daarbij zouden aan de ene kant de ‘geldmagnaten’ staan en aan de andere kant de ondernemers en de werknemers. Demotte, Waals minister-president en een socialist, klaagt over “een deel van de patroons” met “een zeer ‘gefinancialiseerde’ visie op de economie, uitsluitend gebaseerd op de geldstromen. Ze delen de onderneming op in stukjes en nemen de financieel meest interessante stukken voor zichzelf en de rest gooien ze weg met de mensen die er werken en al, zelfs als het gaat om stukken die economisch nog goed presteren… We hebben nood aan meer bewustwording van de gematigde patroons – diegenen die nog niet op sleeptouw zijn genomen door deze desastreuze en zeer ideologische visie.”[6]

Zo hernemen Demotte, Di Rupo, Vande Lanotte en konsoorten het oude fabeltje over de ‘industriële’ kapitalisten versus de ‘speculatieve’ kapitalisten. Terwijl de pure kapitalistische logica gewoon wil dat alle multinationals die vandaag de wereld overheersen, maximaal winst maken. Hun neiging om zich steeds meer te wenden tot de sfeer van geld en financies is een objectief gegeven. En ze slepen een hele reeks van onderaannemingsbedrijven en kmo’s die meer en meer van hen afhankelijk zijn, in hun kielzog mee.

Wie kent de namen van die multinationals die niet op de beurs zitten, niet speculeren, niet uit zijn op een winstpercentage met minstens twee cijfers? Ze bestaan niet. Waarom een oproep doen voor meer bewustwording van ‘gematigde’ patroons? Om de aandacht af te leiden van de werkelijke tegenstelling in deze maatschappij, die tussen de klasse van de werknemers en de klasse van de kapitalisten?

Inderdaad, we hebben aan de ene kant de producenten van winst, van crisis, van speculatie. En aan de andere kant de werkers, de producenten van rijkdom. Die daar zelf steeds minder van krijgen. Voor hen alleen koopkrachtverlies, meer flexibiliteit, steeds minder werkzekerheid en werk dat steeds schaarser wordt.

Zij zien elke dag hoe de sociale zekerheid – de verzekering tegen de risico’s van het leven (beroepsziekten, brugpensioen bij herstructurering, werkloosheid), waar onze ouders en grootouders keihard voor hebben gevochten – steeds verder wordt ontmanteld.

Hoog tijd om het roer om te gooien. De rijkdom die de werkers produceren, moet teruggaan naar die werkers. Alleen met dit uitgangspunt kan de wereld van de arbeid de tewerkstelling beschermen, de koopkracht behouden, de werkomstandigheden bewaren en de sociale zekerheid vrijwaren.

Generatie Z: verloren of nog een toekomst?

“Voor het eerst sinds generaties geloven veel mensen niet meer dat hun kinderen het beter zullen hebben”, stelt het Forum van Davos.

Europa heeft 27 miljoen werklozen. De jeugdwerkloosheid in de eurozone ligt op 22 %. In België 18 %; in Brussel 33 %. En een derde van de jongeren die in ons land wel een job hebben, moeten het doen met een tijdelijk contract.

De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) wijst op het groeiend aantal jongeren die volledig afhaken in onze maatschappij – zonder werk, zonder diploma, zonder opleiding: 12,7 % in de Europese landen, een op de acht jongeren![7]

Hier ligt een bijzonder grote uitdaging voor onze maatschappij: een dergelijke massale werkloosheid aanvaarden of niet? Maatregelen treffen die de wortels van het systeem zelf aanpakken of alleen symptoombestrijding? Accepteren we zomaar dat generatie Y (jongeren, geboren in de jaren 1980 en begin jaren 1990) en Z (jongeren, geboren na 1995) verloren generaties zijn?

Onze politieke verantwoordelijken voeren inderdaad een ‘verloren generatie’-beleid. Zij zijn het die massale werkloosheid combineren met loopbaanverlenging en een repressief activeringsbeleid voor jongeren. Resultaat: zij zetten de arbeidsmarkt onder druk. De patroons kunnen nog wat selectiever zijn, want voor elke baan staan honderd kandidaten te springen. Er ontstaat een neerwaartse spiraal voor lonen en werkvoorwaarden en de jongeren zijn hiervan de eerste slachtoffers. Zij moeten baantjes zonder veel toekomst aanvaarden en met ultraflexibele uren, want ze mogen toch niet tegen ‘de modernisering van de arbeidsmarkt’ zijn. Zij moeten baantjes aannemen die onder hun eigenlijke diplomaniveau liggen; laaggeschoolden zonder diploma vallen hierdoor helemaal uit de boot. En die moeten dan maar verplicht op werkstage gaan voor een uurloon van 2,5 euro (een voorstel van minister van Werk, Monica De Coninck).

Hierdoor krijgt ‘werk hebben’ eigenlijk ook een andere inhoud. Van bron van stabiliteit in ons leven, met een gewaarborgd inkomen waarmee we ook een toekomst kunnen plannen, zelfstandig kunnen gaan leven en wonen… wordt ‘werk’ vandaag bron van instabiliteit: flexibiliteit van werkuren en van loon, een laag loon, zonder vast contract... en vooral met een tijdelijk karakter. 60 % van de uitzendkrachten zijn jonger dan 30, 40 % zelfs jonger dan 25.[8] Een job hebben houdt vandaag geen enkele garantie in op een fatsoenlijk minimum maandinkomen.

Deze politieke leiders hebben geen enkele industriële politiek voor ons land, behalve dan eentje zonder toekomst, enkel gericht op concurrentie en ongelijkheid, een politiek van cadeaus aan de grootste ondernemingen. Een beleid dat banen vernietigt, zoals nu bij Ford en ArcelorMittal, en dat de resterende vaste banen opdeelt in twee of drie minibaantjes. Een beleid dat denkt in termen van competitiviteit en in alle landen de lonen naar beneden stuwt in een helse neerwaartse spiraal. Die politiek vernietigt niet alleen bestaande banen maar ook toekomstig werk, normaal bestemd voor generatie Z. Door gedwongen ontslagen, maar ook door vervroegd vertrek op pensioen van werknemers die niet vervangen worden.

Van de oudere werknemers die blijven, eisen de nationale en de Europese overheden dat ze langer werken en dat terwijl er massale werkloosheid is. Ze zijn een generatieconflict aan ‘t creëren: terwijl de ouderen harder en langer moeten werken, blijven hun kinderen zonder werk zitten.

Zijn jongeren een bron van problemen of de toekomst?

Dezelfde verantwoordelijken bieden de jongeren niet alleen geen enkel toekomstperspectief, maar bovendien dringen ze ons een beeld op van de jeugd als een last, een bron van problemen. Zelfs als een potentieel gevaar.

De hele aanpak van de activatie van jongeren legt dat bloot: wie geen werk vindt, vliegt van de dop, komt bij het OCMW terecht, wordt dan opgepikt met een Artikel 60 statuut, opnieuw aan het werk gezet met een tijdelijke mini-job, vervolgens opnieuw werkloos... Een eindeloze draaimolen die de jongeren met behulp van sancties moet ‘disciplineren’ zodat ze die onzekerheid aanvaarden.

Maatregelen waardoor jongeren een boete riskeren voor het gooien van sneeuwballen (in Antwerpen bijvoorbeeld) of voor het eten van een broodje op de trappen van een openbaar gebouw (in Mechelen) gaan in dezelfde richting. Sommigen, zoals bv. Bart De Wever, stellen rappers zelfs voor als potentiële delinquenten.[9].

Een oplossing bieden deze staten niet. Ze voelen de hete adem van mogelijke revoltes als gevolg van die massale jeugdwerkloosheid, en dus verscherpen en verbreden de staten hun repressieve instrumenten. Ze creëren daarbij ook het ideologische kader, nodig om die repressie te rechtvaardigen.

Die leiders geloven niet dat jongeren in staat zijn een toekomst op te bouwen, waarin ze kunnen werken, samen leven en zich kunnen ontspannen.

Jongeren moeten jong kunnen zijn en van tijd tot tijd een sneeuwbal kunnen gooien. Zonder het zwaard van de wet boven hun hoofd, zonder administratieve sanctie in het vooruitzicht. Jongeren moeten zichzelf kunnen zijn en ook naar de muziek kunnen luisteren die ze zelf willen. Jongeren moeten samen naar het park kunnen trekken, ergens gaan wandelen zonder dat de politie hun aanwezigheid meteen als hinderlijke overlast beschouwt. Jongeren hebben recht op een plaats op school, hebben recht op onderwijs. Jongeren hebben recht op een toekomst en op fatsoenlijk werk in een Europa, dat vandaag verwoest wordt door de werkloosheid.

We moeten generatie Z opnieuw een toekomst bieden. Zij zijn het toch die morgen verder moeten bouwen aan deze wereld. Ze hoeven niet terug te keren naar 19e-eeuwse toestanden. Ze hebben een toekomstplan nodig, ze hebben recht op vast werk, een fatsoenlijk loon, een woning, toegang tot cultuur en sport. We zouden de overheden moeten afrekenen op het in praktijk brengen van een echt generatie Z-plan.

Een plan bijvoorbeeld voor het scheppen van meer werk bij de overheid om te voldoen aan de enorme noden en behoeften die in onze maatschappij bestaan inzake kinderopvang, onderwijs, nieuwbouw of isoleren van gebouwen. Hierop doelt de PVDA in het luik ‘tewerkstelling’ van de miljonairstaks: 3 miljard van deze taks is bestemd voor het scheppen van 100.000 vaste banen bij de overheid. Nuttige banen voor de samenleving en efficiënt voor een positief effect op de arbeidsmarkt. Het zal de neerwaartse spiraal afremmen. Daarmee kan het huidige beleid dat mensen langer doet werken, omgekeerd worden en kunnen er wetten komen om ontslagen tegen te gaan.

Melkkoeien voor de privé of gemeenschapsgoederen?

‘We leven boven onze stand, de staat moet afslanken, bezuinigen is noodzakelijk’, is nog zo’n ‘waarheid’ van het eenheidsdenken. Ze vormt de basis voor een versterkt offensief tegen de openbare diensten. Dat is al begonnen in de jaren 1980 en in intensiteit toegenomen na de crisis van de overheidsschuld, veroorzaakt door de redding van de banken.

Want wat is de realiteit? “Het volstaat de evolutie van de Belgische overheidsuitgaven ten opzichte van het bruto binnenlands product te analyseren om zeer duidelijk vast te stellen dat ze de afgelopen dertig jaar stabiel is gebleven – ongeveer 43 % van het bbp.”[10] De schuld is enkel vergroot door de redding van de banken en door de economische crisis.

Als de staat de transfer van arbeid naar kapitaal organiseert

Het patronaat maakt gebruik van de schuldencrisis om de staat aan te zetten in de begroting voor sociale uitgaven en openbare dienstverlening te snijden. Zodat dit geld kan terugvloeien naar de kassa van het kapitaal. Zo stelde de Belgische regering voor 2013 een begroting op met 3,7 miljard besparingen – onder meer door een vermindering van het aantal ambtenaren (meer dan 4000 banen gaan verloren) – waarbij ze pertinent elke vorm van nieuwe politiek terzijde schuift. Behalve eentje, die van een ‘competitiviteitsplan’ met een combinatie van loonbevriezing, indexmanipulatie en nieuwe lastenverlagingen. Dat plan zou de ondernemingen op twee jaar 1,8 miljard euro extra opbrengen.[11] En globaal blijven alle fiscale cadeaus behouden. De staat organiseert op die manier zelf een transfer van inkomen uit arbeid, van de sociale budgetten naar inkomen uit kapitaal. En elke poging om aan de privileges van de ondernemingen te raken wordt onmiddellijk gestopt omdat ze de competitiviteit in gevaar zou brengen of een bedreiging zou vormen voor de hele economie.

Maar er is meer. De ideologische aanval op overheidsstatuten en pensioenen en op de zogezegde ‘voordelen’ van de ambtenaren beogen natuurlijk te besparen op de begroting. Tegelijk is het een onderdeel van een globaal plan om de arbeidsmarkt te breken. Het statuut en de werkzekerheid in de openbare sector moeten eraan geloven en er zal alleen nog met contractuelen worden gewerkt. Wat ooit de standaard was, bestaat niet meer en dat heeft ook zo zijn effect in de privésector. Dat verzwakt ook de overheidsvakbonden. Het patronaat wil de hele arbeidsmarkt almaar kwetsbaarder maken.

Kansen voor de privé, risico’s voor de overheid

De kroniek van de redding van de banken Fortis en Dexia is bijzonder verhelderend: in onze maatschappij zijn opbrengsten en zekerheid voor de privé, verliezen en onzekerheid voor de overheid. 160 jaar lang was de ASLK een openbare bank en kende ze nooit financiële problemen. Twaalf jaar waren voldoende om de bank aan de rand van het faillissement te brengen, in extremis gered door de staat die zo op zijn beurt wegzonk in de schulden. Idem voor het Gemeentekrediet. Maar die waarheid hebben ze snel verdoezeld. Honderd keer, duizend keer opnieuw werd herhaald dat de staat niet geroepen is om een bank te beheren.

De experts die alle theorieën verspreid hebben die tot de crisis hebben geleid, zijn doodleuk verder de lakens blijven uitdelen in de media. En in de hoop dat iedereen zou vergeten hoe het eigenlijk in elkaar zat, gaan diezelfde experts doodleuk verder met ons dezelfde recepten in de maag te splitsen. Minister van Financiën Vanackere stelt voor om het risicokapitaal aan te moedigen: wie investeert op de beurs, krijgt fiscaal voordeel. Charles Michel stelt voor om de erfenisrechten te hervormen met lagere belastingtarieven voor wie investeert in… risicokapitaal op de beurs. Waarom? Omdat de privébanken nog heel moeilijk geld lenen aan ondernemingen. Ja, die banken die de gemeenschap heeft gered van de ondergang nadat ze onverantwoorde risico’s namen… op de beurs. Diezelfde banken willen vandaag geen risico’s meer nemen. En wij zouden nog een tweede keer moeten betalen door nieuwe fiscale cadeaus te geven om de beurs opnieuw en nog wat sterker te doen groeien, die beurs die toch duidelijk aan de oorsprong ligt van alle speculatie. Dat een openbare banksector noodzakelijk zou zijn voor een gezonde werking van de financies, dat vinden onze heren excellenties (die zich allemaal de eerste van de klas wanen) ondenkbaar.

Dezelfde recepten die ze gebruikt hebben voor de banken, passen ze ook steeds meer toe in andere sectoren, waar de golf van privatiseringen en deregulering die in de jaren 1990 is begonnen, onverkort verdergaat. En niet alleen op initiatief van de liberalen. Toen Paul Magnette nog minister was, heeft hij een hervormingsplan voor de NMBS uitgewerkt: een splitsing tussen de infrastructuur (Infrabel) en de vervoersoperator (NMBS). Precies naar de wens van de ultraliberale Europese commissaris voor Transport, Siim Kallas. De rampzalige gevolgen voor de prijzen, de stiptheid en de veiligheid van het spoorwegvervoer doen er niet veel toe. Met deze opsplitsing kunnen ze de deregulering bij het spoor nog wat verder ontwikkelen, door ons spoorwegnet open te stellen voor concurrentie.

Magnette moet trouwens voor niemand onderdoen. Hij staat ook niet afkerig van een toenemende privatisering van de post om ‘de overheidsfinanciën te verlichten’: de staatsparticipatie zou kunnen afnemen van 51 tot 26 % van het kapitaal.

En de man, toen nog minister en nog geen voorzitter van de PS, ging nog een stapje verder: “We zullen het achteraf goed moeten uitrekenen, want die bedrijven brengen dividend in het laatje. Zoals Electrabel, die in het begin helemaal niets betaalde, daarna 250 miljoen en vervolgens 550 miljoen. Het is een privébedrijf, maar gereguleerd en dat brengt iets op voor de staat: dat kan een zinvol model zijn.”[12] Ziedaar het model van Magnette voor de overheidsbedrijven: Electrabel! De staat heeft geen enkele controle op dat energiebeleid – en dus al evenmin op de ecologische toekomst van het land. En door hun gepeperde facturen hebben de verbruikers de investering in de kerncentrales al in een veelvoud afgeschreven. De staat recupereert peanuts – in werkelijkheid netto 200 miljoen – en dus kan dat best ‘een zinvol model’ zijn... Een zekere Elio Di Rupo zei precies hetzelfde toen eind jaren 1990 de ASLK en het Gemeentekrediet verkocht werden.

Gemeenschapsgoederen

Het patronaal establishment tracht af te raken van de sociale verworvenheden die maken dat een deel van het belastinggeld niet de egoïstische belangen van een paar grote ondernemingen dient, maar integendeel de gemeenschap. Voor de financiering van het onderwijs bijvoorbeeld of de gezondheidszorg, het openbaar vervoer en sociale woningen.

Dat establishment streeft naar een ultra-individualistische samenleving, een samenleving waarin iedereen maar zijn eigen plan moet trekken, zoals in de Verenigde Staten, zonder vakbonden, zonder collectieve belangenverdediging. Zij vinden het normaal dat gezinnen steeds meer uit eigen zak betalen, dat de overheidsbedrijven gedereguleerd of geprivatiseerd worden.

Dat terwijl beknibbelen op openbare dienstverlening de crisis alleen maar doet verergeren. Dat terwijl juist in crisistijd het behoud en de groei van de kwaliteitsvolle en toegankelijke openbare diensten meer dan noodzakelijk is. Openbaar vervoer voor al diegenen die hun auto niet meer kunnen betalen. Crèches, scholen en voldoende onderwijzend personeel voor kinderen en jongeren. Betaalbare rust- en verzorgingshuizen voor onze ouderen. Wat ook fatsoenlijke tewerkstelling garanderen inhoudt en goede loon- en werkvoorwaarden voor de openbare ambtenaren.

Op dit uiterst belangrijke punt moet marxistisch links werken aan de eenheid tussen de privésector en de overheidssector; een eenheid die maar al te vaak bedreigd wordt door verdeeldheid, corporatisme, vooroordelen.

De openbare diensten zijn een sociale verworvenheid op het conto van de hele arbeidersbeweging. Zij heeft de sociale dienstverlening opgebouwd en die moet absoluut overeind blijven. Ze moet aan de gemeenschap toebehoren; ze is van alle mensen en voor alle mensen; ze moet toegankelijk, efficiënt en goedkoop zijn. En ze moet nog worden uitgebreid. Bijvoorbeeld in de banksector en de energiesector. Het gaat daar immers om veel te kostbare goederen om in handen van de privésector te laten.

De dictatuur van de cijfers, de democratie van het aantal

In Davos spraken de machtigen van deze aarde openlijk hun vrees uit voor sociale revoltes. Er ent zich vandaag een crisis van de democratie op de economische crisis. Overal in Europa en ook in België. Getuige hiervan de verharding van allerlei wetten tegen de democratische beweging, van administratieve boetes (die nu al worden uitgeschreven voor burgerinitiatieven of het uitdelen van pamfletten) tot de antiterreurwetgeving (waarvan het toepassingsveld zo breed is dat ze kan gebruikt worden tegen zo goed als elke vorm van protest tegen de gevestigde orde). Getuige hiervan ook de strenge veroordeling van activisten, bijvoorbeeld in het GGO aardappelproces (een militante werd veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf omdat ze met de pers gepraat had), het gewelddadig politieoptreden tegen de werknemers van ArcelorMittal (waarbij een betoger een oog verloor) of de dwangsommen tegen het stakingsrecht, zoals tegen de werknemers in de toelevering bij Ford (met een vonnis dat van januari tot mei elke blokkade, met inbegrip van de openbare weg, verbiedt!).

Al die daden gaan gepaard met een ideologisch offensief tegen de vakbonden, de progressieve organisaties en de partijen die hiertegen protesteren.

“De vakbonden doen het weer”

Ministers en partijen aan de macht kunnen maar moeilijk verhullen dat de echte beslissingen genomen worden door een kleine minderheid van aandeelhouders. Minister van Werk, Monica De Coninck, gaf het onlangs zelf toe. Ze kan niets doen om … de tewerkstelling te verdedigen: “Arcelor da’s nog erger dan Ford. Je staat daar echt compleet machteloos tegenover. Het enige dat we nog kunnen doen, is nadenken over reconversie en productdifferentiatie.”[13] Tegenover werknemers, werklozen, gepensioneerden: de macht van antisociale maatregelen. Tegenover multinationals, de zelfverklaarde onmacht, de georganiseerde berusting.

Het blijft bij wat verbale verontwaardiging. Verder kan mijnheer Mittal, aanhanger van de democratie van ‘een aandeel, een stem’ – en die met één pennentrek 10.000 jobs kan schrappen – gerust zijn. Geen enkele minister kan iets ondernemen tegen zijn economische dictatuur. Geen enkele wet om hem te vervolgen voor de miserie die hij in zoveel gezinnen veroorzaakt. Geen enkele politieagent om hem te arresteren.

Erger, zoals overal elders in Europa, zijn er een aantal patroons die openlijk stellen dat ze overwegen het land te destabiliseren als er niet aan hun eisen tegemoet wordt gekomen. Onlangs kon de baas van de Vlaamse kmo’s, Karel Van Eetvelt, ongestoord verklaren dat ondernemers in het noorden van het land het wel eens zouden kunnen laten voelen in 2014 als ‘de politiek’ haar ultraliberale programma niet uitvoert. En geen enkele politieke tenor die protesteerde tegen die aankondiging die veel weg heeft van het dreigen met een staatsgreep.[14]

Anderzijds zetten grote politieke partijen openlijk een vraagteken bij de legitimiteit van de vakbonden en hun recht om weerstand te bieden. Gwendolyn Rutten, voorzitster van Open VLD, liet alle remmen los toen het ABVV begin februari besliste om weg te blijven van de onderhandelingstafel over lonen en flexibiliteit: “Nu doen ze het weer. Hoelang gaan we dat nog pikken?”[15] “Het ABVV is geen sociale partner meer”, zei Alexander De Croo, minister van Pensioenen (Open VLD), met in zijn kielzog een horde opiniemakers.

Ook de N-VA voert een echte campagne van ‘vakbondbashing’. Eerst waren er de aanvallen op het stakingsrecht bij de algemene staking van 30 januari 2012, daarna op de spoorstakingen. Dan kregen we in januari en februari 2013 de ‘onthullingen’ over veronderstelde fraude, eerst bij de internationale tak van de vakbonden, vervolgens bij het ACW. ‘Onthullingen’ met duidelijk politieke bedoelingen. Zo wees Jan Jambon van de N-VA op de ‘morele fouten’ van het ACW waardoor volgens hem voortaan geen enkele organisatie van de Christelijke Arbeidersbeweging het zich nog kon permitteren om de ridicule belastingaanslag en fraude van grote ondernemingen aan te klagen. De timing voor deze ‘onthullingen’ was niet onschuldig. Ze werden gedaan op het ogenblik dat het ACV zijn campagne lanceerde voor een vermogensbelasting en kort voor een grote vakbondsbetoging op 21 februari 2013. Deze ideologische campagne van rechts gaat samen met de druk van de socialistische partijen op de syndicale leiders om hun verantwoordelijkheid op te nemen in de antisociale hervormingen door zich erbij aan te sluiten en hun verzet ertegen op te geven.

Maar de arbeidersbeweging kent haar geschiedenis. Ze weet dat toen het establishment van mening was dat de vakbonden ‘slechte sociale partners’ waren, zij streden voor het afschaffen van de kinderarbeid in de mijnen, voor de invoering van betaald verlof, voor de uitbouw van de sociale zekerheid. Zij weet ook dat raken aan de democratische legitimiteit van de vakbonden en hun actiemiddelen een groot gevaar inhoudt voor de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van organisatie van de werknemers. De geschiedenis heeft dat aangetoond.

De vakbonden organiseren drie miljoen werknemers, mensen die ’s ochtends opstaan, langs de prikklok passeren en de rijkdom van dit land produceren. De werknemers hebben het recht zich samen met de vakbonden te mengen in beslissingen die hen aanbelangen, om zich te organiseren, om weerstand te bieden. Dat is de democratie van het aantal tegen de dictatuur van de cijfers.

David Pestieau (david.pestieau at solidaire.org) is directeur van het weekblad Solidair en de Studiedienst van de Partij van de Arbeid van België.


[1]     Global Risks 2012, World Economic Forum Davos, januari 2013. http://www3.weforum.org/docs/WEF_GlobalRisks_Report_2012.pdf.

[2]     Bart De Wever, “De mens is niet goed van nature”, De Standaard, 2 februari 2013. Zie: http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20130201_00454147.

[3]     Wat de studiedienst van de PVDA op donderdag 31 januari 2013 onthulde.

[4]     L’Echo en De Tijd, 2 februari 2013.

[5]     De Morgen, 1 februari 2013. Arnault betaalde nul euro belasting op zijn winst van 193 miljoen euro.

[6]     Le Soir, 28 februari 2012, “Demotte secoue les patrons et exige un ‘vrai’plan de relance fédéral.” [Demotte schudt de patroons door elkaar en eist een ‘echt’ federaal relanceplan.]

[7]     L’Echo, 23 januari 2013.

[8]     Idea Consult, 2007.

[9]     Bart de Wever, “Ho’s en blingbling”, De Standaard, 15 januari 2013. “In de jaren negentig was rap misschien nog een vernieuwende en aangename mengeling van humor en sociale kritiek, vandaag reikt het jongeren vooral het belang aan van dames van lichte zeden ( ho's ), geld en juwelen ( blingbling ) en het criminele bestaan om voorgaande te verwerven ( the thuglife ). Wie zichzelf culturaliseert met die boodschap, loopt het risico zijn culturele voorbeelden voor werkelijkheid te nemen en zich te bezondigen aan criminaliteit.” Zie:  http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20130114_00433336.

[10]    Le Soir, 24 september 2012. Olivier Bonfond, “Non, les Belges n’ont pas vécu au-dessus de leurs moyens”, [Neen, de Belgen hebben niet boven hun stand geleefd].

[12]    La Libre, 12 januari 2013.

[13]    Le Soir, 16 februari 2013.

[14]    Financieel Dagblad, 26 januari 2013, geciteerd in De Wereld Morgen, 28 januari 2013.

[15]    De Standaard, 5 februari 2013.