De kinderbijslag splitsen? Het wordt vooral erger...

Auteur: 
Michael Verbauwhede

De zesde Belgische staatshervorming zal vanaf juli 2014 geleidelijk aan in werking treden. De splitsing van de kinderbijslag is een van de belangrijkste gevolgen van die hervorming. Over die splitsing is al heel wat inkt gevloeid, vooral wegens de ingewikkelde gevolgen die ze met zich mee zal meebrengen.

Maar waarom heeft men de kinderbijslag gesplitst? Werkte het systeem dan niet? Komt er een beter systeem? Of zal het in tegendeel een zware sociale achteruitgang betekenen? Welke gevolgen zal die splitsing voor de bevolking hebben? Dat zijn enkele vragen waarop we zullen proberen te antwoorden. Om daarop te antwoorden en om de inzet goed te vatten, moeten we het huidige systeem nog eens overlopen.

Het huidige stelsel

Een toelage voor elk kind

Kinderbijslagen zijn voor de ouder(s) van een kind gewaarborgd tot de 31e augustus van het jaar waarin het kind 18 jaar wordt, of 21 jaar indien het als minstens 66 % gehandicapt wordt erkend, of tot 25 jaar indien het studeert, leerjongen is of op een werkloosheidsuitkering wacht.

Alle werknemers, zelfstandigen en ambtenaren hebben dus recht op kinderbijslag voor hun kinderen. De andere ouders1 hebben via het stelsel van de gewaarborgde gezinsbijslag recht op kinderbijslag.

"Die gezinsbijslagen omvatten de gewone kinderbijslagen, wezenbijslagen, forfaitaire kinderbijslag voor bij een particulier geplaatste kinderen, de toeslagen (sociale, voor kinderen met een aandoening of handicap, leeftijdstoeslag, toelage voor de éénoudergezinnen en een jaarlijkse toeslag voor de gewone kinderbijslagen en voor de wezenbijslagen), de geboorte- en adoptiepremie."2

Ons kinderbijslagstelsel hangt samen met de sociale zekerheid. Door te werken kan een persoon immers een recht openen om een sociaal risico te dekken.

Ons land kent dus drie kinderbijslagstelsels, volgens de band met de arbeid, waaraan men nog een ietwat bijzondere vierde pijler moet toevoegen: het stelsel van de werknemers, dat van de overheidssector, dat van de zelfstandigen en dat van de gewaarborgde gezinsbijslagen. Dat laatste stelsel is een ultiem vangnet voor zij die geen band met het werk hebben.3

Tussen die stelsels waren er verschillen, die stap voor stap werden weggewerkt. Het enige belangrijke verschil is dat tussen het stelsel van de werknemers en dat van de zelfstandigen. Het staatshervormingsakkoord (zie verder) voorziet erin dat die verschillen vóór de overdracht worden geregeld.

De financiering

Financiering van het werknemersstelsel

Sinds 1995 worden voor de werknemers alle sociale bijdragen van alle takken in één globale bijdrage bijeengebracht. De kinderbijslagen vormen nu één tak van de sociale zekerheid (er zijn er in totaal zeven).4 De verschillende takken worden vanuit de globale bijdrage gefinancierd, volgens hun door het Beheercomité van de sociale zekerheid vastgelegde behoeften. De RKW5 beheert de middelen voor de kinderbijslagen van het werknemersstelsel.

"Naast de financiering door de werknemersbijdragen geniet de sociale zekerheid ook staatstoelagen en de zogenoemde 'alternatieve financiering'. De sociale bijdragen vertegenwoordigen globaal ongeveer 65 % van de middelen van het stelsel, 20 % van die middelen komen uit de alternatieve financiering en 10 % uit de staatssubsidies."6

Daarnaast wordt het stelsel van de gewaarborgde gezinsbijslag via het mechanisme van het globale beheer van het werknemersstelsel gefinancierd.

Financiering van het zelfstandigenstelsel

Wat de zelfstandigen aangaat, sluit de zelfstandige zich bij een sociale zekerheidskas aan waaraan hij een bijdrage betaalt. Het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) int de bijdragen en coördineert de uitbetaling van de toelagen (kinderbijslag, pensioen, ziekteverzekering, verzekering tegen arbeidsongeschiktheid). De uitbetaling van de kinderbijslagen voor zelfstandigen hangt af van de sociale zekerheidskas waarbij de zelfstandige is aangesloten. Bij gebrek daaraan zorgt het RSVZ voor de uitbetaling.

Financiering van het ambtenarenstelsel

In het stelsel van de overheidssector financieren de overheidsinstellingen (gewesten, gemeenschappen, federale staat) rechtstreeks de kinderbijslagen van hun ambtenaren. Wat de provinciale en plaatselijke besturen aangaat, storten de overheden een werkgeversbijdrage van 5,25 % op het brutoloon van de werknemers aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (RSZ-PPO).

De kinderbijslagen: een paritair beheerd armoedebestrijdingsmechanisme dat goed werkt

Het Belgische systeem heeft dus verschillende kenmerken.

Het systeem kenmerkt zich in de eerste plaats door zijn paritair beheer. In de verschillende beheerorganen van de kinderbijslagen (RSVZ, RKW, RSZPPO, enz.) vindt men zowel vertegenwoordigers van de werknemers (vakbonden) of van anderen (bv. Ligue des familles en Gezinsbond, Vie féminine, de Socialistische Vooruitziende vrouwen, enz.).7 We komen er op terug.

Vervolgens ontvangt elke (of bijna elke8) ouder voor zijn kind in België kinderbijslag. Er valt wellicht nog heel wat te zeggen over de hoogte van de toelagen (en over de criteria waardoor die bedragen schommelen), maar het gaat toch om een (licht) herverdelingsmechanisme van de rijkdom, vooral dankzij de sociale toeslagen. Universitaire studies tonen ook het belang aan van de kinderbijslagen en toeslagen om de armoede te bestrijden: "De uitkomst van een simulatieoefening van basiskinderbijslagen in de hele Europese Unie bevestigt ook dat de kinderbijslagen een essentieel onderdeel vormen van elk beleid dat erop gericht is om de kinderarmoede (en de armoede in het algemeen) te voorkomen en te bestrijden."9 De kinderbijslag opheffen zou de kinderarmoedegraad in België met 11 % verhogen.10 Volgens een deskundige van Partena (een kinderbijslagkas) "zijn de kinderbijslagen geen luxe [...]. Als Partena ze één dag te laat uitbetaalt, staat de telefoon de hele dag roodgloeiend."11

Ondanks de ingewikkelde architectuur (verschillende stelsels, verschillende bedragen, verschillende kinderbijslagkassen, voor een totaal van 700 mogelijke combinaties) komen de kinderbijslagen voor 2,8 miljoen kinderen uiteindelijk op tijd en met het correcte bedrag toe.12 Op internationaal vlak maakt de RKW met zijn kwaliteitscontroleproject trouwens indruk.13 Volgens de Vereniging van Kinderbijslagfondsen (VKG) bedraagt de efficiëntiegraad in 2012 96,13 %.14 De recente besparingsmaatregelen bedreigen overigens de kwaliteit van hun diensten: de kinderbijslagkassen moeten miljoenen euro besparen.15

De kinderbijslag splitsen: waarom, voor wie?

Wie wou de kinderbijslag splitsen?

Vooral de Vlaamse partijen wilden de kinderbijslag splitsen. Naast de onvermijdelijke N-VA16, eisten ook de CD&V17 en de Open VLD18 de splitsing van de kinderbijslag. Ze volgden daarin de Gezinsbond die al jaren de volledige overdracht van de kinderbijslag naar Vlaanderen eist.19

De Franstalige partijen waren officieel geen vragende partij, maar sommige Franstalige partijen (vooral de PS) aanvaardden de overdracht van een deel van de bevoegdheid (zoals het beheer) naar de deelstaten. Hoe dan ook pleitten sommige in Wallonië ervoor om de kinderbijslag te regionaliseren. Bijvoorbeeld Robert Deschamps, een in de Waalse politiek erg bekende Naamse academische economist. Hij vindt dat de gewesten perfect voor de kinderbijslag zouden kunnen bevoegd zijn. "De sociale zekerheid zou de kinderbijslag niet meer betalen. De federale staat zou dan zijn financiering van de sociale zekerheid kunnen verminderen en het overeenkomstige deel aan de Gewesten doorstorten [...]. Daarna maakt het niet veel uit of de gewesten dat geld verschillend besteden, dat het ene de jongens en het andere de meisjes bevoordeelt."20

Waarom wil men splitsen?

Er worden verscheidene argumenten aangehaald om de kinderbijslag te splitsen.

Een grotere efficiëntie

Dat is het argument van de CD&V en de N-VA: het federaal systeem stokte omdat de bevoegdheden onder verschillende overheden vallen (hier de gezinsbevoegdheid die onder de gemeenschappen en de federale overheid valt). Zonder de kinderbijslag altijd rechtstreeks te noemen (maar het ging duidelijk daarover) zijn die partijen van mening dat het overdragen van bevoegdheden naar de deelstaten het systeem efficiënter en doeltreffender zou maken.

De komst van een confederale Staat

De drie rechtse Vlaamse partijen waren zeer duidelijk: België moest naar een confederale staat evolueren waarin de Belgische staat nog maar een zeer beperkt aantal bevoegdheden zou overhouden. De rest moest naar de gewesten/gemeenschappen worden overgedragen.

De welvaart van alle Belgen (maar vooral van de Vlamingen) verzekeren

Deze partijen beweren dat het hun bedoeling is om het welzijn van de Belgen te waarborgen. De feitelijke bedoeling is het verhogen (of toch moduleren van de kinderbijslag aan Nederlandstalige kant.21 Zo eiste de Gezinsbond – meer dan 200.000 leden in 2009 – een door de Vlaamse Gemeenschap betaalde toeslag voor de Vlaamse gezinnen.22 Het is dus wel degelijk de bedoeling om een eigen en voor Vlaanderen gunstiger (omdat het over meer middelen beschikt) gezinsbeleid te ontwikkelen. Un enfant ≠ een kind, en die partijen aanvaarden dat volledig. Binnen de Open VLD opperen sommigen het idee om de kinderbijslag te fiscaliseren (dat wil zeggen een fiscaal voordeel toekennen in plaats van een toelage).23

De kinderbijslag uit de sociale zekerheid lichten

Er gaan ook veel stemmen op om de kinderbijslag uit de sociale zekerheid te lichten. Zij moet immers een sociaal risico dekken (zoals werkloos worden). Maar een kind krijgen is strikt genomen geen 'risico'. En plots heeft de kinderbijslag niets meer met de sociale zekerheid te maken.

Achter dit ogenschijnlijke technische debat schuilt wellicht de kern van het probleem. De kinderbijslagen worden door de sociale bijdragen betaald. Door de uitkeringen uit de sociale zekerheid te halen kan men in werkelijkheid de werkgeversbijdragen verminderen en die last naar de staatsbegroting doorschuiven. Om de demografische uitdaging het hoofd te bieden doet dat voorstel alle werknemers aan de quasi universele takken van de sociale zekerheid, zoals de kinderbijslag en de gezondheidszorg, bijdragen (iedereen of toch bijna iedereen geniet ze immers), via bijvoorbeeld een algemene sociale bijdrage. De financiering van de sociale zekerheid mag dan inderdaad in gevaar zijn, maar dit voorstel versterkt alleen het standpunt van de werkgevers dat men "de arbeidskosten moet verlagen".24

Door de kinderbijslag te fiscaliseren zou het paritair beheer eigen aan de sociale zekerheid geen zin meer hebben, waardoor de vakbonden voor minder tegengewicht zouden kunnen zorgen. Dat is overigens het eerste voorstel van de N-VA om de arbeidskosten te verlagen: de werkgeversbijdragen op de uitkeringen en de gezondheidszorg verlagen.25 De Gezinsbond, CD&V en Open VLD en ook Robert Deschamps delen die opvatting.

Het akkoord over de staatshervorming en de beslissingen nadien

Het akkoord over de staatshervorming van oktober 2011 voorziet in de overdracht van het kinderbijslagbeleid naar de gemeenschappen en in Brussel naar de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) om (zegt men) te vermijden dat er in Brussel subnationaliteiten zouden ontstaan. In Vlaanderen is het duidelijk dat de Vlaamse Gemeenschap de bevoegdheid zal overnemen, maar in de Federatie Wallonië-Brussel zou de bevoegdheid naar het Waalse Gewest gaan.

In het akkoord staat: "Het recht op kinderbijslag wordt vastgelegd in de Grondwet." Daardoor zal het voor een deelgebied verboden zijn om de kinderbijslag eenvoudigweg af te schaffen, maar dat zal niet beletten om de bedragen te doen schommelen (naar boven of naar beneden.26)

Daarbij wordt "vóór de overheveling het verschil tussen loontrekkenden en zelfstandigen weggewerkt". Op dat punt is er nog geen enkel akkoord bereikt, want de bevoegde federale ministers (Philippe Courard van de PS voor de werknemers en Sabine Laruelle van de MR voor de zelfstandigen) liggen daarover met elkaar overhoop.

Door het ingewikkelde mechanisme van de kinderbijslagen zullen "tijdens een overgangsperiode de gemeenschappen en de GGC desgewenst een beroep kunnen doen op de huidige betalingsinstellingen om, tegen betaling, het administratieve beheer en de uitbetaling van de kinderbijslagen te blijven verzekeren". Daarin werd trouwens voorzien tijdens de discussies in het Uitvoeringscomité van de Institutionele Hervormingen (Comori): "De deelstaten zijn nog niet klaar om zelf voor de uitbetaling van de kinderbijslag in te staan. Het staatshervormingsakkoord voorziet er dus in dat ze tot 31 december 2019 een beroep kunnen doen op de federale besturen. En tijdens die overgangsperiode zouden de bedragen ongewijzigd blijven."27, 28

Het akkoord bepaalt ten slotte: "De verdeling van de financieringsmiddelen van de nieuwe bevoegdheden van de Gemeenschappen zal via demografische sleutels gebeuren. De verdeling van de middelen inzake de gezinsbijslag zal gebeuren volgens de bevolkingssleutel 0-18 jaar inbegrepen van elk van de drie gemeenschappen en van de GGC (forfaitaire sleutel). De enveloppes van de deelstaten zullen vervolgens evolueren volgens de consumptieprijzenindex ende groei van de bevolking van 0 tot en met 18 jaar van elke entiteit"29. Het gaat dus niet om een financiering volgens de behoeften (er zijn bijvoorbeeld nu meer toeslagen voor arme gezinnen in Wallonië en Brussel dan in Vlaanderen). Naast een akkoord over de financieringswet bereikte de COMORI ook een akkoord over wat zedig de "verdeling van de begrotingsinspanningen" heet. De gemeenschappen, gewesten en plaatselijke besturen (gemeenten en provincies) zullen tussen 2014 en 2016 2,5 miljard euro moeten besparen. Langs de ene kant zullen de gemeenschappen dus nieuwe bevoegdheden krijgen, en langs de andere kant vraagt de federale regering hen op aandringen van de EU om een besparingskuur te volgen.

Een akkoord met antisociale gevolgen

Het akkoord zal belangrijke gevolgen hebben. Sommigen treffen de kinderbijslag in het hart, en andere lijken zo uit Absurdistan te komen.

Gevolgen voor de financiering en dus op het bedrag van de bijslagen

Voor de financiering hanteert men de bevolkingssleutel (zie hoger). Maar in Brussel en Wallonië zijn er veel meer rechthebbenden die sociale toeslagen krijgen dan in Vlaanderen. Indien men alleen met de financiële overdracht met betrekking tot de kinderbijslag rekening houdt, schieten die gewesten er bij in.

De politici en verschillende deskundigen die aan de basis van de nieuwe financieringswet liggen hebben gezegd dat de berekeningswijze van de toekomstige dotaties voor de deelstaten niet tot een lezing per bevoegdheid kan herleiden. Men moet ze als een globale enveloppe beschouwen.

Het 'verlies' voor de kinderbijslag zou worden gecompenseerd door een 'winst' in andere overgedragen sectoren. De deelstaten blijven wel vrij om die overgedragen bedragen te besteden zoals zij het willen. Bovendien, zeggen de specialisten nog die de financieringswet hebben onderhandeld, zal een overgangsmechanisme gedurende 10 jaar de negatieve gevolgen van de nieuwe financieringswet voor een deelstaat compenseren30.

Een feitenanalyse doorprikt dit naïeve optimisme.

In de eerste plaats staan sommige deelgebieden (het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest) financieel droog. De huidige bevoegdheden krijgen al te weinig middelen (zie bijvoorbeeld het onderwijs). Meer bevoegdheden krijgen zonder extra middelen om de nu al ondergefinancierde bevoegdheden te betalen zal de globale financiële toestand van de betrokken deelgebieden dus niet oplossen.

Bovendien, zo meent Paul Palsterman (ACV-studiedienst) "staat het geplande financieringsmechanisme de Gemeenschappen niet toe om een, zelfs doelgericht, structureel verbeteringsbeleid inzake de kinderbijslag te voeren, behalve door de middelen aan te wenden die ze elders hebben of door die verbeteringen door besparingen te compenseren"31. Voeg daaraan de 2,5 miljard euro besparingen toe die men tegen 2016 moet vinden, waardoor de Gewesten en Gemeenschappen dreigen verscheurende keuzes te moeten maken: dan maar leraars ontslaan? Of het inschrijvingsgeld verhogen? De kinderbijslag verminderen?

De analisten bevestigen tot slot twee zaken: enerzijds draagt de federale overheid bevoegdheden over, maar globaal niet de nodige middelen om die bevoegdheden te beheren (90% van de middelen).32 Anderzijds wil de federale overheid besparingsmaatregelen doorvoeren en de gewesten en gemeenschappen dwingen om daaraan mee te doen. De bevoegdhedenoverdrachten passen dus in een machtsspel tussen de verschillende overheden.

Samengevat: Ondanks het standstilleffect bestaat er een grote kans dat de kinderbijslagen in Brussel en Wallonië zullen dalen, of potentieel zullen verhogen in Vlaanderen, zoals De Morgen suggereert: "In de praktijk zal Vlaanderen, dat over meer middelen beschikt, een hogere kinderbijslag kunnen betalen".33 Het autonome beheer van de kinderbijslag maakt dat mogelijk.

Gevolgen voor de werking van de uitbetalingsorganen

Zoals al gezegd werken de besturen en instellingen die de kinderbijslagen uitbetalen zeer goed. Er bestaat een groot risico dat de kwaliteit van de dienst (en dus de tijdige en correcte uitbetaling van de bijslagen) zal verminderen.

Nemen we bijvoorbeeld Brussel. De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie zal de kinderbijslagen beheren. Die instelling beheert een budget van ongeveer 90 miljoen euro en beschikt over circa 70 ambtenaren.34 De instelling is niet gewapend om die nieuwe bevoegdheden aan te pakken: het budget zal vertienvoudigen en het aantal ambtenaren zal door het dak gaan (men spreekt over vele honderden). Het gaat zelfs zo ver dat de Brussels regering een 'transitiemanager' heeft aangesteld om de huidige werking van de administratie door te lichten en aan een nieuwe strategie bij te dragen.35 Volgens de Union des Classes moyennes "dreigt de chaos".36

Brussel heeft nog een ander probleem, namelijk dat van de mogelijke blokkering. Voor de afkondiging (van wettelijke normen op het vlak van de GGC) heeft elke ordonnantie (bijvoorbeeld over de begroting, dus de kinderbijslagen) een dubbele handtekening van een Franstalige en een Nederlandstalige minister van de GGC nodig. Indien een Nederlandstalige minister weigert te tekenen, zou alles geblokkeerd worden. En in de GGC is een minister enkel voor de parlementsleden van zijn eigen taalgroep verantwoordelijk: indien een Nederlandstalige minister zou weigeren te tekenen en daarbij op de steun van de meerderheid van zijn taalgroep zou kunnen rekenen, zou hij een sterke blokkeringspositie innemen.

Ook de Duitstalige Gemeenschap zal voor enkele duizenden rechthebbenden een volledig nieuwe administratie moeten opzetten.

Het vormt één van de grootste risico's in de overdracht van de kinderbijslag naar de deelstaten: laattijdige betalingen, fouten in de uitbetaling of in het dossierbeheer, enz. Volgens een recent onderzoek is dat voor de meeste ouders de grootste bekommernis bij de op til staande defederalisering.37

Gevolgen voor het paritair beheer

Het beheer van de kinderbijslag door werkgevers, werknemers en gezinsorganisaties. Dat systeem zorgt voor "stabiliteit en efficiëntie, en eventueel voor een echte tegenmacht voor het beleid".38

Er bestaat een groot risico dat het stelsel bij de overdracht door de staat of 'technocraten' wordt beheerd. Volgens de Franstalige christelijke arbeidersbeweging MOC houdt de bevolking zo aan het Belgische socialezekerheidssysteem vast omdat zijn "beheer [...] verscheidene actoren verenigt die de ervaring hebben om akkoorden te sluiten die voldoende gesteund worden opdat ze zouden worden nageleefd. [...] De actoren zien zich als de behoeders van een cruiseschip dat op de lange termijn op koers moet blijven en dat niet aan de veranderingen van coalities en ministers mag onderhevig zijn."39

In Vlaanderen gaan er openlijk stemmen op die betwisten dat de kinderbijslagen bij de sociale zekerheid thuishoren (en dus paritair worden beheerd).40 Het einde van het paritair beheer zou het einde kunnen inluiden van de tegenmacht die de vakbonden en rechthebbenden (de gezinsorganisaties) vormen. De aanval van Vlaams rechts tegen de macht van de vakbonden (zie de aanval van de N-VA tegen het ACW), die hen hun geloofwaardigheid moet doen verliezen, heeft wellicht (en onder andere) de bedoeling om hen van het toekomstig beheer van de kinderbijslag (en van andere parastatale instellingen) uit te sluiten. In dat geval zou de sociale achteruitgang voor die (neo)liberale partijen worden vergemakkelijkt.

In de Duitstalige gemeenschap zou de kinderbijslag in handen van de staat komen.

Gevolg: het ene kind is niet langer gelijk aan het andere

De autonomie voor de gemeenschappen om de kinderbijslag naar eigen goeddunken te beheren en vast te leggen zal in elk geval een onderscheid tussen de kinderen invoeren, afhankelijk van waar ze wonen (goedgekeurd criterium om het stelsel te bepalen waaronder het kind zal vallen).

Er bestaat een groot risico dat er verschillen zullen ontstaan tussen enerzijds Vlaanderen en anderzijds Wallonië en Brussel. En die verschillen zijn zelfs niet uit te sluiten tussen Wallonië en Brussel. Volgens een recent onderzoek meent 86 % van de gezinnen echter dat de bedragen moeten verhogen.41 Het is niet zeker dat de volgende regeringen dat zullen inwilligen.

Bijgevolg zal het ene Belgische kind niet meer gelijk zijn aan het andere, afhankelijk van waar het woont, alsof dat criterium een verschillende behandeling zou rechtvaardigen!

Besluit

Uit het voorgaande blijken de echte bedoelingen van de Vlaamse nationalisten en confederalisten. In tegenstelling tot wat ze beweren zal het nieuwe stelsel niet efficiënter werken dan het oude. Men heeft dus beslist om een heel stuk van de sociale zekerheid te splitsen, niet opdat het beter zou werken, maar puur uit nationalisme. België is alvast zeker van een plaatsje in het wereldkampioenschap absurditeiten.

Met deze overdracht lijkt de weg naar een confederaal België te zijn ingeslagen, te meer daar een deel van de gezondheidszorg en de bijstand aan personen ook al gedefederaliseerd is.

Al is het zogezegd de bedoeling om het welzijn van alle Belgen te waarborgen, het lijkt vooral de concurrentie tussen de gemeenschappen te verzekeren. De hoogte van de kinderbijslag zal immers van gemeenschap tot gemeenschap verschillen, met mogelijk hogere bedragen in Vlaanderen. De splitsing van de kinderbijslag zal dus voor een deel van de bevolking een belangrijke achteruitgang betekenen. De bevoegdhedenoverdracht en de onvoldoende overgehevelde middelen zullen de deelstaten ertoe aanzetten om te besparen.

Ten slotte slaat de splitsing van de kinderbijslag een zeer grote bres in het solidariteitsbeginsel dat tot nu in het socialezekerheidssysteem gold. De financiering blijft federaal (in de zin dat de gemeenschappen van de federale overheid geld krijgen om die bevoegdheid te financieren), maar het beheer komt in handen van de gemeenschappen, met eigen regels. Er bestaat een groot risico dat het paritair beheer van de kinderbijslag in het gedrang komt. En dat is wellicht de eerste doelstelling (en grote overwinning) van de Vlaamse confederalisten/nationalisten.

Hoe moeten we op die defederalisering reageren?

De geschetste evolutie leidt tot enkele logische besluiten.

De kinderbijslag herfederaliseren

De overdracht van de kinderbijslagen zal op middellange termijn de gezinnen in België verarmen, tegen het elementairste solidariteitsbeginsel in. De kinderbijslagen herfederaliseren en ze weer bij de sociale zekerheid onderbrengen zal de enige manier zijn om de toekomst van de solidariteit te vrijwaren.

Het paritair beheer behouden

Het paritair beheer van de kinderbijslag wordt zwaar bedreigd: de vakbonden en rechthebbenden (zoals de gezinsorganisaties) moeten bij het beheer van de kinderbijslagen betrokken blijven, ongeacht het niveau (federaal, gewestelijk, enz.).

Un enfant = een kind

De kinderbijslag moet overal in België gelijk blijven. Kinderen worden met gelijke rechten geboren, en het is onaanvaardbaar dat een kind van één gewest meer kinderbijslag krijgt dat een kind van een ander gewest.

Elke poging om de kinderbijslag te verminderen bestrijden

De volgende regeringen zullen nieuwe bevoegdheden krijgen maar tegelijk besparingsmaatregelen treffen. De kinderbijslagen dreigen te verminderen, net zoals het aantal leerkrachten verminderde toen het onderwijs naar de gemeenschappen ging. We moeten elke poging om de uitkeringen uit te hollen als een aanslag op de solidariteit veroordelen.

Michael Verbauwhede (michael.verbauwhede at gmail.com) werkt bij de Ligue des familles. Dit artikel is een persoonlijk standpunt.


1 Omdat het kind de rechthebbende van de bijslag is, gaat hij soms niet naar een ouder, zoals in het geval van kinderen die in een pleeggezin zijn geplaatst.

2 Ligue des familles, Le système fédéral actuel, www.citoyenparent.be/allocs (geraadpleegd in juli 2013).

3 74 % van de gezinnen valt onder het werknemersstelsel, 7,5 % onder dat voor zelfstandigen, en 0,66 % valt onder het stelsel van de gewaarborgde gezinsbijslag.

4 De rust- en overlevingspensioenen, de werkloosheid, de arbeidsongevallenverzekering, de beroepsziektenverzekering, de gezinsbijslagen, de ziekte- en invaliditeitsverzekering, de jaarlijkse vakantie.

5 Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers.

6 Ligue des familles, op.cit.

7 Laatstgenoemden zijn echter niet in het beheercomité van de RSZPPO vertegenwoordigd.

8 Zo zijn de buitenlandse ambtenaren van het stelsel uitgesloten.

9 B. Cantillon et alii, "Kinderarmoede en kinderbijslag in de Europese Unie", Kinderbijslag in de strijd tegen armoede in Europa. Een studie: Sociale toeslagen in de Belgische kinderbijslag, Brussel, 2010, p. 67.

10 Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid, "75e verjaardag van de kinderbijslag", 1/2006, Brussel, 2006, p. 5

11 La Libre Belgique, 22 november 2012.

12 P. Lemaire, "La défédéralisation des allocations familiales", Ensemble !, nr. 78, Brussel, 2013, p. 38.

13 Le Soir, 30 mei 2013. Zie ook H. Van Hoorick, "La qualité du service à l'assuré social, facteur d'évaluation des organismes privés dans la sécurité sociale", 2006, www.issa.int (geraadpleegd in juli 2013).

14 Merk op dat een deel (15 %) van de werkingstoelagen voor de kinderbijslagkassen wordt toegekend volgens de efficiëntie. Ze hebben er dus alle belang bij om efficiënt te werken.

15 La Libre, "De kinderbijslagkassen gaan kopje onder", november 2012, www.lalibre.be (geraadpleegd in juli 2013).

16 N-VA, Nu durven veranderen. Een sterk sociaal en economisch perspectief voor Vlaanderen en Wallonië. Verkiezingsprogramma 13 juni 2010.

17 CD&V, Nooit opgeven. Verkiezingsprogramma CD&V 2010.

18 Open VLD, Een nieuwe start. Ambitie 2020, welvaart creëeren, welvaart verdelen. Verkiezingsprogramma Open VLD - Federale verkiezingen 13 juni 2010.

19 Gezinsbond, "Informateur Reynders ontvangt Gezinsbond", Persbericht 21 juni 2007, www.gezinsbond.be (geraadpleegd in juli 2013).

20 La Libre Belgique, 11 februari 2008.

21 N-VA, Nu durven veranderen (…), p. 65.

22 Studiedienst Gezinsbond, Aanvullende kinderbijslag op gemeenschappelijk niveau, maart 2009, www.gezinsbond.be (geraadpleegd in juli 2013).

23 P. Palsterman, "Les aspects sociaux de l'accord de réformes institutionnelles du 11 octobre 2011", CH CRISP, 2127-2128, Brussel, 2012, p. 48

24 J. Cottenier, "Vakbonden lopen warm voor een andere financiering van de sociale zekerheid", Marxistische Studies, nr. 69/70, Brussel, 2005.

25 N-VA, op.cit., p. 16.

26 Sommige juristen beschouwen dat als een standstill, maar volgens ons (en de ervaring van het Grondwettelijk Hof dat zich over die kwesties moest uitspreken) zullen de bedragen van de kinderbijslag effectief kunnen verminderd worden.

27 Dat punt is besproken. Dat zou betekenen dat de RKW verschillende bedragen voor verschillende deelgebieden zou moeten beheren. Dat zou administratief gesproken zeer moeilijk zijn.

28 La Libre Belgique, 11 juni 2013.

29 Regeerakkoord, december 2011, www.premier.fgov.be (geraadpleegd in juli 2013), p. 40 e.v.

30 Zie P. Lemaire, op.cit., p. 36.

31 P. Palsterman, op.cit., p. 50.

32 De Morgen, 10 juli 2013.

33 Ibid.

34 La Libre Belgique, 29 januari 2013.

35 "GGC stelt transitiemanager aan", www.fremault.irisnet.be (geraadpleegd in juli 2013).

36 Le Soir, 11 mei 2013.

37 La Libre Belgique, 22 november 2012.

38 P. Lemaire, op cit.

39 P. Feltesse, "Compétences transférées: les propositions du MOC", Démocratie, 3/2013, Brussel, 2013, p. 9.

40 Gezinsbond, "Overheveling bevoegdheid kinderbijslagen. Een eerste evaluatie van de Gezinsbond n.a.v. het Institutioneel Akkoord", oktober. 2011, www.gezinsbond.be (geraadpleegd in juli 2013).

41 La Libre Belgique, 22 november 2012.