De liberalisering van bpost: de gevolgen voor de arbeidsvoorwaarden en de openbare dienst

Auteur: 
Maxime Vancauwenberge

Inleiding

In het verleden was De Post een Belgische openbare dienst met een groot aantal werknemers, de meerderheid daarvan postbodes. De postbode werd statutair aangeworven en was dus een ambtenaar. Hij kende zijn wijk en de inwoners ervan op zijn duimpje en aarzelde niet om hen indien nodig bij te staan. Hij bestelde hoofdzakelijk brieven, administratieve post en aangetekende zendingen. Hij betaalde ook de pensioenen uit. Tot op vandaag blijft dat het beeld van de postbode dat bij de bevolking leeft, vooral bij oudere mensen.

     Maar in 2010 werd De Post bpost en onderging ze een gedaanteverandering.[1] Het personeelsbestand daalde van 46.000 werknemers in 1989 naar 27.479 in 2014, een daling van 40 %. In 2020 zou bpost niet meer dan 20.800 werknemers mogen tellen.[2] De gemiddelde opbrengst, voortgebracht door een voltijds tewerkgestelde werknemer, is gestegen van 53.000 euro per jaar in 2003 naar 100.000 euro in 2014, bijna een verdubbeling. Sinds 2004 is bpost winstgevend. In 2014 bedroeg de bruto jaarwinst 480 miljoen euro.[3]

     Ook de markt waarin bpost opereert is erg veranderd. Van oudsher werden er brieven tussen personen, administratieve briefwisseling en ook publiciteits- en persartikelen verwerkt. Op die markt is bpost nog altijd de dominante speler. Maar de komst van het internet heeft die markt fel doen krimpen. De markt van pakjes of pakketten daarentegen, waar de concurrentie in alle hevigheid woedt, is aanzienlijk groter geworden. Bpost moet er het hoofd bieden aan drie belangrijke concurrenten: DHL, TNT en UPS.

     Dit artikel overloopt de drie belangrijkste hervormingen van de voorbije vijftien jaar. De liberalisering van de postsector in 1997 had ingrijpende gevolgen. De sortering en de voorbereiding van de briefuitreiking werd geautomatiseerd, Georoute stippelt de ideale ronde voor de postbode uit en hulppostbodes zijn een nieuwe categorie postbodes. Wij gaan de gevolgen van deze hervormingen na, niet alleen op de arbeidsomstandigheden van de postbodes maar ook voor de openbare dienst als dusdanig.

De liberalisering en ‘modernisering’ van bpost

Om goed te begrijpen wat het doel van de hervormingen was, schetsen we eerst het kader waarin ze werden doorgevoerd.

De liberalisering van de postsector

In 1991 vormt de regering Martens VIII De Post om tot een autonoom overheidsbedrijf.[4] Voortaan moet De Post opereren als een privéonderneming om, volgens de regeringsmeerderheid, “een grotere flexibiliteit en een betere aanpassing aan de publieke noden mogelijk te maken”.[5]

     In 1997 vaardigt de Europese Unie haar eerste richtlijn voor de postbedeling uit en opent daarmee de weg voor de liberalisering van de sector, een proces dat in 2011 wordt voltooid.

     Door die hervormingen wordt het belangrijkste doel van bpost het “behoud van de positieve financiële resultaten”.[6] De regering beseft echter van in het begin dat die rentabiliteitsdoelstelling een bedreiging vormt voor de missie van de openbare diensten en voert daarom een ‘beheerscontract’ in. De overheid en De Post sluiten een overeenkomst waarbij het overheidsbedrijf zich ertoe verbindt zijn missie van openbare dienst te vervullen, “iets wat het waarschijnlijk niet spontaan zou doen als het alleen zijn eigen belang voor ogen heeft”, volgens de regering.[7]

     Nog in 1997 bepaalt de Europese postrichtlijn het begrip ‘universele dienst’. Bepaalde noodzakelijke diensten die niet door de markt zouden kunnen verleend worden, moeten gevrijwaard blijven. Elke lidstaat moet garanderen dat elke inwoner beroep kan doen op een kwaliteitsvolle postdienst, altijd en overal en tegen toegankelijke en eenvormige prijzen.

     De liberalisering van de postsector beantwoordt in feite aan de eisen van de grote Europese kapitalisten en dit om twee belangrijke redenen.

     Ten eerste schept ze nieuwe potentiële markten. In 1985 vertegenwoordigt de postsector gemiddeld 15 % van de nationale rijkdom in de Europese Gemeenschap. De crisis woedt in alle hevigheid en de Europese kapitalisten zijn op zoek naar nieuwe groeisectoren. De overheidsbedrijven en de openbare diensten zijn nieuw te veroveren gebieden.[8] Ook al is De Post bij aanvang van het liberaliseringsproces maar weinig rendabel, toch voorziet de regering Martens VIII dat het bedrijf rendabel zal worden “op middellange termijn, de tijd die nodig is om de hervorming toe te laten [...] effect te hebben”.[9] Na 24 jaar is bpost uiterst rendabel geworden en lijkt ze nu rijp te zijn voor verdere privatisering.

     De tweede reden ligt in de cruciale rol die de postsector speelt in de rentabiliteit van het geheel van de grote Europese ondernemingen. De postsector bevindt zich inderdaad in de kern van de economie en “als essentieel middel voor communicatie en commerciële uitwisseling is [hij] van vitaal belang voor alle economische en sociale activiteiten”.[10] De modernisering moet De Post beter aanpassen aan de noden van deze grote ondernemingen.

De ‘modernisering’ van de postsector

Na de intrede op de markt volgt de modernisering: de Post moet een rendabele onderneming worden. Naast belangrijke technische en organisatorische ontwikkelingen is de ‘modernisering’ vooral een culturele en ideologische strijd om de geest van de openbare diensten te veranderen, de geest die de openbare diensten vanaf hun oprichting na de Tweede Wereldoorlog heeft geïnspireerd en bij talrijke postbodes nog altijd leeft.

     Van bij zijn aantreden in 2002 dringt de voormalige CEO Johnny Thijs aan op die noodzakelijke verandering van de waarden en de bedrijfscultuur bij het personeel. Hij heeft nieuwe waarden bepaald “die elke medewerker zich eigen moet maken om de uitdagingen van morgen aan te kunnen”.[11] En verder: “De vele veranderingen kunnen echter pas met succes worden doorgevoerd als de bedrijfscultuur wijzigt.”[12] (onze cursivering) In 2004 ondervraagt Guido De Padt (VLD[13]) Johnny Thijs over de “grote cultuurkloof tussen top en basis: aangenomen wordt dat de visie op de toekomst van het bedrijf bij deze twee groepen van personeelsleden totaal verschillend is”.[14] De toenmalige CEO antwoordt: “Er wordt [...] meer flexibiliteit en meer productiviteit geëist [van het personeel]. Deze eis wordt soms slecht gezien op het terrein waar men gedurende tientallen jaren andere gewoontes heeft aangehouden.”[15] (onze cursivering)

     Die woorden van Johnny Thijs tonen aan wat echt bedoeld wordt met die modernisering: het gaat om een verandering van bedrijfscultuur om het hoofd te kunnen bieden aan de uitdagingen van morgen – de liberalisering – en de noodzaak van een productiever en flexibeler personeel. Daarvoor moet de postbode komaf maken met zijn ‘andere gewoontes’, dat wil zeggen de sociale rol van de postbodes, hun dienstbetoon aan de gebruikers en de praatjes die ze met hen slaan. De postbode moet dus zo rendabel mogelijk zijn en dat gaat voor op het dienstbetoon.

     Door de ‘zin van het werk’ te veranderen wordt uiteindelijk het idee zelf van een openbare dienstverlening op de helling gezet. Na de Tweede Wereldoorlog krijgen de openbare diensten als eigendom van de collectiviteit drie missies mee: continuïteit van de dienst en dus de onmogelijkheid bankroet te gaan; gelijkheid van de gebruikers; en tot slot aanpassing aan de noden van de gebruikers en de technologische evoluties.[16] Verbetering van de efficiëntie moet dan de bezorgdheid weerspiegelen  voor het gemeenschappelijk goed van de gebruikers.[17]

     Vanaf de jaren negentig krijgen de overheidsbedrijven in navolging van de privésector een nieuw soort management.[18] Rentabiliteit en behoud van de concurrentiepositie op een markt zijn de nieuwe ordewoorden.[19] In die nieuwe opvatting van een openbare dienst wordt geen waarde meer gehecht aan tijd voor en dienstverlening aan de gebruikers, in het bijzonder de minst begoeden. Integendeel, dat soort waarden wordt bestraft.[20]

     Na vijftien jaren van ‘modernisering’ is de rentabiliteitsdoelstelling grotendeels bereikt: in 2014 bedroeg de jaarlijkse rentabiliteit 480 miljoen en werden aanzienlijke dividenden uitgekeerd aan de aandeelhouders.

Grafiek 1. Bpost, een uiterst rendabele onderneming

Bron: Jaarverslagen van bpost.[21]

Drie belangrijke hervormingen

Hierna analyseren we de drie belangrijkste moderniseringen van de voorbije vijftien jaar, in het bijzonder de gevolgen voor de arbeidsomstandigheden en de openbare dienstverlening.

De automatisering van de postsortering en de voorbereiding van de briefuitreiking

Na de ophaling worden de brieven eerst gesorteerd in de sorteercentra en daarna doorgestuurd naar de verschillende distributiekantoren. Daar wordt de uitreiking voorbereid, dat wil zeggen gerangschikt in de volgorde van de ronde van de postbodes.

     Vroeger deden de postbodes dat zelf maar sinds 2002 heeft de directie van bpost fors geautomatiseerd. Dankzij deze automatisering “verbetert de uitreikingskwaliteit, omdat het risico op fouten bij de verwerking van post afneemt” en verder worden ook “aanzienlijke kostenverminderingen” gerealiseerd door te snoeien in het personeel.[22]

     Op tien jaar tijd is het werk van de postbode aanzienlijk veranderd. Daar waar de tijd van de postbode in 2002 nog grotendeels opging aan de voorbereiding van de post, is dat in 2007 maar een derde meer, in 2010 een vijfde en vandaag een tiende.[23]

Gevolgen voor de arbeidsvoorwaarden

De automatisering van de sortering en voorbereiding van de post maakt dat meer en meer postbodes enkel nog post bestellen, vaak zonder enige pauze als gevolg van het opgelegde werkritme.

     Na ernstige sociale conflicten werd minister Jean-Pascal Labille, verantwoordelijk voor bpost, in 2012 door meerdere parlementsleden op de rooster gelegd. Op de vraag hoe zwaar het werk van de postbodes eigenlijk was, antwoordde hij dat “de taak van postbode fysiek doenbaar is”.[24]

     Een studie van de VUB nuanceert nochtans de ministeriële uitspraak. Ze beoordeelt de postbestelling als zwaar werk en stelt voor de werklast te verminderen.[25]

Gevolgen voor de openbare dienst

Waar rentabiliteit het doel is, dienen technologische vernieuwingen om het personeelsbestand af te slanken. Een van de belangrijkste doelstellingen van de strategische plannen van bpost luidt kostenvermindering, in het bijzonder de personeelskosten, vooral door natuurlijke afvloeiingen niet te vervangen.

     De doelstelling verandert in grote mate de rol die de openbare diensten spelen in de maatschappij. De Post verleende voorheen niet alleen een dienst aan de bevolking maar bood ook vast werk, in het bijzonder aan sociale groepen die door de gewijzigde economie kwetsbaar waren geworden.[26] In het kader van een openbare dienst zouden de technologische vernieuwingen de postbodes de mogelijkheid geven meer tijd uit te trekken om bijvoorbeeld de bevolking bij te staan of andere diensten te verlenen.

Georoute of het einde van de ‘sociale rol’ van de postbode

De Georoutesoftware werd in 2001 in gebruik genomen met als doel “de verbetering van de behandeling en bedeling van de post”. Met die software kan het ideale bedelingstraject uitgestippeld worden in functie van bepaalde criteria zoals het reliëf van het landschap, de hoeveelheid en het gewicht van de post, de rusttijden enzovoort. Om de 12 tot 18 maanden worden de bedelingsrondes herberekend.[27]

     In 2012 zegt Paul Magnette, toen minister van Overheidsbedrijven: “De postmannen worden bij een reorganisatie betrokken vooraleer die wordt doorgevoerd. Bij de invoering van een nieuwe organisatie kunnen de postmannen immers via een overlegmechanisme laten weten welke problemen er zijn en die laten controleren. De organisatie wordt eventueel bijgestuurd.”[28]

     De werkelijkheid is echter anders: er worden effectief werkgroepen georganiseerd om over de reorganisatie van de rondes te discuteren, maar de inhoud is strak afgelijnd. Wanneer bijvoorbeeld een ronde wordt opgedoekt, mogen de deelnemers enkel kiezen welke ronde zal wegvallen.

Gevolgen voor de arbeidsvoorwaarden

De invoering van de Georoutesoftware heeft geleid tot ernstige sociale conflicten in 2003, 2006 en 2012. Telkens was de almaar toenemende werklast de oorzaak.[29]

     In mei 2012 organiseert de directie een enquête onder het personeel. Uit de resultaten blijkt dat “de goede financiële resultaten van bpost [...] de personeelsleden geruststellen” maar dat “dit beleid en de veranderingen die daarvoor nodig zijn, zichtbaar stress veroorzaken”, te wijten aan de werklast.[30] Deze enquête maar ook aangehaalde VUB-studie bevestigen de woorden van de vakbonden, die de voortdurende afbraak van de arbeidsvoorwaarden aan de kaak stellen.

Gevolgen voor de openbare dienstverlening

Een van de belangrijkste doelstellingen van de modernisering en de invoering van Georoute is een betere kwaliteit van de bedeling en dus een grotere tevredenheid van de klant. We moeten die doelstelling evenwel beoordelen in het kader van een onderneming die winstgevend wil zijn.

     Het gaat in de eerste plaats niet langer om dienstverlening maar om een commerciële doelstelling.[31] Men spreekt niet meer van ‘gebruikers’ van een openbare dienst maar van ‘klanten’; die verandering is niet zo onschuldig als ze lijkt. De ‘gebruiker’ maakt gebruik van een dienst terwijl een ‘klant’ een dienst koopt. Het idee van ‘klant’ is dan ook rechtstreeks verbonden met het idee van rentabiliteit.

     Ten tweede is het voor bpost als op winst gerichte onderneming ook logisch dat het zich concentreert op de grootste klanten en niet zozeer op de gewone burgers. “Aangezien 250 klanten zorgen voor 35 % van de inkomsten, is het van essentieel belang deze klanten [...] te behouden”, zo meent Johnny Thijs in 2004.[32] In 2007 zegt hij dat het vooral de gewone burgers zijn die zich beklagen over de sluiting van de postkantoren en niet het commerciële cliënteel dat “het overgrote deel van de omzet van De Post voor zijn rekening neemt”.[33] Ook in het jaarverslag van 2010 neemt de directie duidelijk stelling: “Het is buitengewoon belangrijk dat onze klanten tevreden zijn, en in het bijzonder onze grote klanten. De 1.000 grootste klanten tekenen immers voor 65 % van onze omzet. We moeten er dus, door de kwaliteit van onze dienstverlening en door onze betrouwbaarheid, voor zorgen dat zij ons trouw blijven.”[34] (onze cursivering). In 2012 kwam 47 % van de omzet van 100 klanten.[35]

     Om die grote klanten tevreden te stellen zal bpost focussen op de bedelingstijden ten koste van de sociale rol van de postbode. Georoute deelt elke ronde op in verschillende handelingen die binnen een bepaalde tijd en op de snelst mogelijke manier moeten uitgevoerd worden.

     De sociale rol is een belangrijk onderdeel van een openbare dienst. Voor postbodes gaat het van het afhalen van geneesmiddelen bij de apotheker voor een oudere dame die zich niet meer kan verplaatsen tot tijd hebben voor een praatje met de gebruikers. Die rol wordt geleidelijk afgeschaft. Ex-CEO Johnny Thijs zei in 2007 dat “de postbode zich [moet] [...] beperken tot zijn klassieke taak, namelijk de postbedeling”.[36]

     De grote klanten − en dat zijn bijna allemaal ondernemingen − hebben uiteraard geen nood aan die sociale rol maar willen vooral hun post snel versturen en ontvangen.

     Op die manier verandert De Post meer en meer van een openbare dienst in een dienst aan de grote bedrijven. Door het accent te leggen op de postbedeling in plaats van op de sociale rol wordt ook een bepaald soort klant naar voor geschoven. Joëlle Toledano kon de verschillende klanten typeren. Aan het ene uiterste bevinden zich de minst begoeden voor wie de sociale rol van de postbode garant staat voor een betere integratie in de maatschappij, en aan het andere uiterste de grote ondernemingen voor wie de prestaties van De Post raken aan de kern van hun concurrentiepositie. Denk bijvoorbeeld maar aan het toenemend belang van de postorderverkoop.[37] Voor die grote ondernemingen zijn de snelle bedeling en het vertrouwen van cruciaal belang.

De invoering van hulppostmannen

In 2010 wordt een totaal nieuwe categorie postbodes ingevoerd: de hulppostmannen. Al sinds 2000 worden de gepensioneerde statutaire postbodes ofwel niet meer vervangen ofwel vervangen door contractuele postbodes. Vanaf 2010 worden enkel nog hulppostbodes aangeworven ter vervanging van de natuurlijke afvloeiingen. Vandaag maken ze al 20 % van het personeelsbestand uit. Samen met de contractuele postbodes vertegenwoordigen ze 50 %.

     De hulppostbode is dus de postbode van morgen die, althans volgens de directie, beantwoordt aan de rentabiliteitsnoden van bpost na de liberalisering. Het loon van de hulppostman is lager dan dat van de gewone postbode en hij moet ook flexibeler zijn. De directie hoopt met deze hulppostbodes makkelijker de bedrijfscultuur en bedrijfsideologie te kunnen veranderen

Grafiek 2. Het personeel van bpost

Bron: Jaarverslagen van bpost en verslagen van parlementaire commissies.

Een lagekostenpostbode

De belangrijkste reden voor de aanwerving van hulppostmannen is het lagere loon, dat spreekt voor zich. Zoals elke onderneming die winstgevend wil zijn, probeert ook bpost de loonmassa in te krimpen.

     Een statutaire postbode ontvangt een beginloon van 1.808,15 euro bruto per maand.[38] Op het einde van zijn loopbaan is dat bedrag opgeklommen tot 2.583,95 euro. Bij de invoering van de hulppostmannen in 2010 bedroeg hun beginloon 1.594,56 euro, zonder enige verhoging tijdens hun verdere loopbaan. Dat is een loonverschil van 12 % bij aanvang en van bijna 40 % op het einde van de loopbaan.

     Verschillende vakbondsacties hebben het bruto maandloon van de hulppostmannen op 1.743,47 euro gebracht. Maar de verhoging voor anciënniteit blijft uit. Op het einde van hun loopbaan bedraagt het verschil met het bruto maandloon van een statutaire postbode 840,48 euro.

Grafiek 3. Loon van de nieuwe postbodes

Bron: Loonfiche.

Een flexibele postbode
Een makkelijk af te danken postbode

In een brochure voor de investeerders van bpost schrijft de directie dat “het statuut van statutaire personeelsleden en de voorwaarden van collectieve arbeidsovereenkomsten de operationele flexibiliteit van bpost [kunnen] beperken”.[39] Ze wil effectief snel het personeelsbestand kunnen aanpassen aan de marktevolutie en het werkvolume.

     Het statutair personeel geniet echter werkzekerheid. De directie kan zich daardoor niet zomaar van die personeelsleden ontdoen, behalve bij een zware fout. Ook het contractueel personeel, met uitzondering van de hulppostmannen, geniet werkzekerheid op basis van de afgesloten collectieve arbeidsovereenkomsten. Zij zijn beschermd tegen afdankingen voor economische en technische redenen. Alleen de hulppostmannen hebben geen werkzekerheid. De directie heeft overigens toegezegd “om alle herstructureringen te verwezenlijken zonder verplichte ontslagen, met uitzondering van hulppostmannen”.[40] (onze cursivering)

Een postbode zonder ronde

De voortdurende reorganisatie van de rondes met Georoute en de wil om de besteltijden zo laag mogelijk te houden, vereist postbodes die bereid zijn regelmatig een andere ronde te lopen. Ze werken in functie van die reorganisaties maar ook om afwezige of afgevloeide collega’s vervangen.

     De statutaire postbodes werden na enkele jaren ‘titularis’ van een ronde. De directie kan hen dan niet meer verplaatsen zonder hun toestemming. Wie titularis is van een ronde, heeft een lagere werklast: na verloop van tijd kent hij het traject op zijn duimpje, hij raakt de weg niet meer kwijt en hij maakt minder fouten enzovoort.

Niet-betaalde overuren

Veel postbodes klagen omdat ze elke dag een tot twee uur moeten overwerken om hun ronde te kunnen afwerken. Dat zijn niet-betaalde overuren. De directie is immers van oordeel dat de toegewezen tijd volstaat.

     De reportage van journalist Olivier Bailly[41], die daarvoor een tijdje bij bpost ging werken, bevestigt dat. De minister van Overheidsbedrijven kwam met volgende uitleg: “Vooreerst moet gesteld worden dat bpost alle regelgeving met betrekking tot werktijd en werkvoorwaarden strikt respecteert. [...] De werktijd per dag bedraagt 7.36 uur.”[42]

     De postmannen vrezen dat als ze weigeren niet-betaalde overuren te presteren, ze misschien een van de moeilijkere rondes krijgen toegewezen of dat hun verlofaanvraag wordt geweigerd. Ze hebben ook schrik om afgedankt te worden.

Een ‘klantgerichte’ postbode

Welke gevolgen heeft de aanwerving van hulppostmannen voor de openbare dienst? Een ‘klantgerichte’ postbode staat tegenover een postbode die een dienst verleent aan de ‘gebruiker’.

Van het statuut naar het contract: een ideologische betekenis

Vroeger werden alle postbodes statutair aangeworven. Ze waren ambtenaren en geen contractuelen. Deze laatsten werden aangeworven zoals bij een privéonderneming.

     In een privéonderneming is de leiding van de werkgever over het werk van de werknemer nauwkeurig bepaald en beschikt de werkgever over absolute macht. Dat is vastgelegd in de arbeidswetgeving. De ambtenaar staat echter in dienst van de bevolking en het algemeen belang, ook al moet hij de orders uitvoeren van zijn hiërarchische overste. De ambtenaar en zijn overste staan in dienst van eenzelfde zaak die hun handelingen moet leiden.[43] Het statuut isoleert zo de ambtenaar van de markt.[44] De ontwikkeling van de openbare diensten na de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog ging dan ook gepaard met een sterke invraagstelling van de markteconomie.

     Dat uit zich op drie manieren. Eerst en vooral ontvangt de ambtenaar een vergoeding, niet voor zijn werk maar voor zijn engagement. Ten tweede geniet hij werkzekerheid, wat de continuïteit van de openbare dienst waarborgt. Ten derde staat het de privéondernemer vrij personeel te ronselen op de arbeidsmarkt terwijl de overheid aanwerft op basis van een examen.[45]

     Zoals gezegd was de aanwerving van statutaire ambtenaren voor het bestuur van de diensten en bedrijven die van essentieel belang waren voor de collectiviteit het gevolg van de invraagstelling van de marktmechanismen. Dat ze nu geleidelijk vervangen worden door contractuele werknemers betekent niet alleen een verslechtering van de arbeidsvoorwaarden maar ook een herstel van de markt en zijn rentabiliteitseisen voor het bestuur van een openbare dienst.

Diversificatie van contracten om het verzet te breken

In Frankrijk was de diversificatie van contracten een wapen in handen van de directie van La Poste om de opvatting van een openbare dienst bij de oudere postbodes te veranderen. Françoise Piotet zegt hierover dat een ander arbeidsbeleid “een van de manieren is om een hindernis op te werpen tegen dit verzet dat steunt op een andere opvatting van arbeid … Dat men almaar meer zijn toevlucht neemt tot arbeidsovereenkomsten van onbepaalde duur is een van de middelen om geleidelijk het gedrag te veranderen. Die contractuele werknemers hebben immers niet dezelfde cultuur als de ‘oude’ postbodes. De omvorming van het arbeidsbeleid is een zeer efficiënt middel om de gewilde verandering in het gedrag op het werk af te dwingen.”[46] Ook Fabienne Hanique zegt dat “bij La Poste, en specifieker in de beslissingscentra, het idee dat de leeftijd (de ‘te ver gevorderde’ leeftijd) en het statuut (van ambtenaar) van de werknemers een rem betekenen op de invoering van de modernisering, vrij ruim aanwezig is. Met dit voor ogen vestigt [de directie van La Poste] al haar hoop op de aanwerving van jonge contractuele werknemers [...].”[47]

Het einde van de eigen ronde luidt het einde van de postbode in

De hulppostmannen zijn de enige postbodes die nooit titularis kunnen worden van hun ronde.

     Nochtans is dat onontbeerlijk voor een goed contact met de gebruikers en een goede dienstverlening. Talrijke postbodes beschouwen hun werk niet enkel als het bestellen van post maar ook het opbouwen van relaties met hun gebruikers. Dat maakt integraal deel uit van hun visie op een openbare dienst.

     Maar banden smeden met de gebruikers, de tijd nemen voor een praatje of een geneesmiddel afhalen bij de apotheker is natuurlijk niet rendabel. Door de hulppostmannen niet langer titularis van hun ronde te maken belet de directie de nieuwe postbodes banden te smeden met de gebruikers, wat nochtans essentieel is voor een goede dienstverlening.

Moet een openbare dienst bestuurd worden door de markt?

De rentabiliteitsdoelstelling, inherent aan de markt, verplicht bpost zich te concentreren op de grootste klanten ten nadele van de bevolking. De sociale rol die altijd integraal deel uitmaakte van het beroep van postbode, wordt geleidelijk opgeheven.

     Die rentabiliteitsdoelstelling staat ook haaks op de tewerkstellings- en arbeidsvoorwaarden van de postbodes. De werklast wordt voortdurend zwaarder en de hulppostmannen die sinds 2010 werden aangeworven ter vervanging van statutaire postbodes, moeten flexibeler werken voor een lager loon.

     De regering is geenszins van plan die oriëntatie te veranderen. Integendeel, ze overweegt bpost helemaal te privatiseren. Dat was al de bedoeling tijdens de vorige legislatuur, toen Paul Magnette in La Libre Belgique verklaarde “op dat vlak geen ideologische weerstand te hebben”.[48] Alexander De Croo, nu minister van Post, heeft nog maar pas de wet[49] veranderd om een totale privatisering van bpost mogelijk te maken.

     De huidige regering plant ook de afschaffing van de universele dienst om meer plaats te maken voor de markt. De regering beroept zich op het rapport van het Belgisch instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT) om de postwetgeving in zijn geheel te evalueren. Het BIPT beveelt namelijk aan om elke verplichting tot volledige dekking van het grondgebied en tot eenvormige tarieven af te schaffen. Kortom, een privéonderneming zou niet verplicht zijn uw gemeente of wijk aan te doen als ze van oordeel is dat die niet rendabel genoeg is en/of ze zou u meer kunnen doen betalen als ze het wel doet. De huidige minister meent dat “het begrip ‘universele diensten’ een eigentijdse invulling krijgen”.[50]

     Het spel is evenwel nog niet gespeeld. De vakbonden hebben de voorbije jaren al laten zien dat ze in staat zijn het personeel te mobiliseren en dat ze de directie kunnen doen achteruitkrabbelen. Het behoud van de openbare dienst en fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden vereist evenwel dat voor het bestuur van een openbare dienst de marktlogica in vraag wordt gesteld.

Maxime Vancauwenberge (vancau.max at gmail.com) heeft arbeidswetenschappen gestudeerd aan de ULB. Zijn eindwerk handelde over de hulppostbodes.


[1]      Bij bpost schrijft men de naam van het bedrijf altijd met kleine letters. Met die naamsverandering wilde het management De Post voorstellen als een dynamische onderneming met het oog op de liberalisering van de markt.

[2]      John Cultiaux, Esteban Martinez en Jean Vandewattyne, “La négociation des conditions de travail et d’emploi dans les entreprises publiques belges : le cas de la poste”, Comment le travail se négocie-t-il ? Colloquium Réseau relations professionnelles de l’Association française de sociologie, Aix-en-provence, 2015, p. 5.

[3]      De winst voor aftrek van intresten, belastingen en afschrijvingen.

[4]      Het gaat om de wet van 1991 over de hervorming van bepaalde economische openbare bedrijven. De Regie van Telegrafie en Telefonie, de Regie der Posterijen, de Regie der Luchtwegen en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen worden omgevormd tot autonome overheidsbedrijven.

[5]      Didier Nuchelmans en Giuseppe Pagano, “Les entreprises publiques autonomes”, Courrier hebdomadaire du CRISP, nr.1321-1322, 1991, p. 3.

[6]      Verslag van 29 april 2011 namens de Commissie voor de Infrastructuur, het verkeer en de overheidsbedrijven uitgebracht door Valérie De Bue. “Het strategisch plan 2011-2015 van bpost”, p. 5. Zie: http://www.lachambre.be/FLWB/pdf/53/1413/53K1413001.pdf.

[7]      Nuchelmans en Pagano, op. cit., p. 41.

[8]      Gérard de Selys in Thérèse Michels en Gérard Mugemangango, Une poste publique. Pourquoi ? Bruxelles, PTB, 2013, p. 3.

[9]      Nuchelmans en Pagno, op. cit., p. 71.

[10]    Europese Commissie, geciteerd in Marie Kaisin, Étude et analyse de la poste face à la libéralisation du secteur, ULB, 2005, p. 18.

[11]    Jaarverslag 2002, p. 21.

[12]    Jaarverslag 2002, p. 46.

[13]    Nu Open-VLD genoemd.

[14]    Verslag van 7 januari 2004 namens de commissie voor de infrastructuur, het verkeer en de overheidsbedrijven uitgebracht door Valérie De Bue, “Debat over De Post”, p. 15.

[15]    Idem, p. 22.

[16]    Gérard de Selys, De kraak van de eeuw. Dossier privatiseringen, Antwerpen, EPO, 1995, p. 22.

[17]    Boltansky en Thevenot geciteerd door John Cultiaux, Les perdants de la modernisation, Parijs, Desclée de Brouwer, 2012, p. 72.

[18]    John Cultiaux, op. cit., p. 11.

[19]    Idem, p. 76.

[20]    Idem, p. 80.

[21]    Brutowinst staat hier voor ‘genormaliseerde EBIT’ (Earnings Before Interests and Taxes). Het is de beste indicator voor de berekening van de rentabiliteit van een onderneming omdat hij enkel rekening houdt met de exploitatiewinsten vóór betaling van interesten en belastingen.

[22]    De Post, Jaarverslag 2004, p. 30.

[23]    Idem, p. 8.

[24]    Valérie De Bue, Werkomstandigheden - bpost - Werkstress, Schriftelijke vragen en antwoorden, 2013, nr. 0298, wetgevendemacht nr. 53.

[25]    Romain Meeusen, Rapport final, Résultats et recommandations. Charge physique des facteurs, Brussel, VUB, 2012.

[26]    Marie Cartier, Les facteurs et leurs tournées. Un service public au quotidien, Parijs, La Découverte, 2003, p. 305.

[27]    John Cultiaux en Jean Vandewattyne, “Les conditions de travail et d'emploi au cœur des conflits sociaux chez bpost” in Gracos Iannis, “Grèves et conflictualité sociale en 2012” II. Secteur public et questions européennes, Courrier hebdomadaire du CRISP, nr. 2174-2175, 2013/9-10, p. 23.

[28]    André Frederic, “Bpost. - Nieuwe aanpassing van de Georoutesoftware”, Schriftelijke vragen en antwoorden, Kamer van volksvertegenwoordigers; nr. 0545, wetgevende macht nr. 53, 2012.

[29]    John Cultiaux, Esteban Martinez en Jean Vandewattyne, op. cit., 2015, p. 12.

[30]    Idem.

[31]     Fabienne Hanique, Le sens du travail: Chronique de la modernisation au guichet, Erès, Toulouse, 2004, p. 198.

[32]    Verslag van 7 januari 2004 namens de commissie voor de infrastructuur, het verkeer en de overheidsbedrijven uitgebracht door Valérie De Bue, “Debat over De Post”, p. 25. Zie: http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/51/0658/51K0658001.pdf.

[33]    Verslag van 14 december 2007 namens de commissie voor de infrastructuur, het verkeer en de overheidsbedrijven uitgebracht door M. Guido De Padt. Debat over De Post in het licht van de vanaf 2011 totaal vrijgemaakte postmarkt, p.3.

[34]    bpost, Jaarverslag 2010, p.14

[35]    bpost, Prospectus voor de investeerders, 2013, p.23

[36]    Guido De Padt, “Debat over De Post in het licht van de vanaf 2011 totaal vrijgemaakte postmarkt”, 14 december 2007, p. 16. Zie: http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/52/0575/52K0575001.pdf.

[37]    Joëlle Toledano, “Quel devenir pour le secteur postal : une grille d'analyse”, Sociétés contemporaines, nr. 32, 1998, p. 76.

[38]     Loon van 2000. Dat is het laatste jaar dat bpost nog statutaire postbodes heeft aangeworven. Geïndexeerd.

[39]    Bpost, Prospectus voor de investeerders, 2013, p. 27.

[40]    Idem, p. 98.

[41]    Olivier Bailly, “Bpost: la libéralisation au pied de la lettre”, Politique, nr. 78, pp. 72-82.

[42]    Valérie De Bue, “Werkomstandigheden.- bpost. – Werkstress”, Schriftelijke vragen en antwoorden, 2013, nr. 0298, wetgevendemacht nr. 53.

[43]    Françoise Piotet, Epmloi et travai. Le grand écart, Armand Collin, Parijs, 2007, p. 95.

[44]    Alain Supiot, “Le droit du travail”, in Françoise Piotet, op. cit., p. 94.

[45]    Françoise Piotet, op. cit., p. 95.

[46]    Idem, p. 88.

[47]    Fabienne Hanique, op. cit., 2004, p. 223.

[48]    La Libre, 6 mei 2015.

[49]    De wet van 1991 over de hervorming van de overheidsbedrijven verplicht de overheid meerderheidsaandeelhouder te blijven van bpost met 50 % + 1 aandeel.

[50]    Regering Michel, Regeerakkoord, p. 208. Zie: www.premier.be/sites/default/files/articles/Accord_de_Gouvernement_-_Reg....