De mooie, misvormde wereld van de arbeid

Auteur: 
Lothar Geisler
Poging van een lezende arbeider om door de digitale bomen het bos niet uit het oog te verliezen

Als netwerk naar de toekomst

Een mens kan flink hoofdpijn krijgen als hij kijkt welke veranderingen er in de nabije toekomst pijlsnel op ons afkomen, ook in de productiewereld en ‘in de toegevoegde-waardeketen’1: Cyber-Physical Systems (CPS), Cyber Physical Production Systems (CPPS), Enterprise Resource Planning Systems (ERP-systemen), PPS (productieplanning- en sturingssysteem), cloudworking, crowdsourcing enz. Waarover gaat het hier eigenlijk? Zeker niet alleen over een nieuwe techniek, maar ook over nieuwe organisatievormen van zowel planning, productieproces als verkoop. Samengevat: over de visie van een verregaande netwerkvorming tussen (producerende en consumerende) mensen en (rekenende en producerende) machines in het WorldWideWeb. De machines zijn uitgerust met sensoren en zullen almaar meer data verzamelen, die almaar sneller benutten en zich almaar meer zelf gaan aansturen. In het verleden werden beslissingen en acties van mensen, dus arbeidskracht, ‘ingevoegd’, nu regelen met elkaar gekoppelde ‘denktuigen’ veel dingen (ogenschijnlijk) uit zichzelf, ze werken min of meer op ‘automatische piloot’. Nog korter samengevat: in het ‘internet der dingen’ (koelkast aan handelaar: de melk is op!) moet ook de industriële productie geïntegreerd worden.

In het personeelsblad van chemieconcern Evonik lees ik bij het coververhaal2:“De nieuwe datawereld ontketent een revolutie in de bestaande manieren van denken en werken. Evonik doet ijverig mee aan die veranderingen. Industrie 4.0: dit wordt smart.” Het gaat om spiksplinternieuwe producten, kunststoffen voor 3D-printers, zachte materialen voor robots, die weldra schouder aan schouder met mensen zullen werken, en materialen die zelf als sensor, of als data- of energieopslag werken. Het gaat om meer flexibiliteit, om modulaire en flexibele concepten voor installaties waardoor het concern, door kortere productie- en innovatiecycli bij de klanten, de mogelijkheid heeft nieuwe producten sneller en ook in kleinere hoeveelheden rendabel te produceren.

De productie automatiseren en vanop afstand sturen is in de chemische industrie allang niks nieuws meer. In de toekomst zullen extra sensoren en digitale databronnen nog meer data verzamelen, ook uit omgevingen buiten het eigenlijke productieproces: van verkoopsgegevens over geleverde grondstoffen, markt- en prijsinformatie, weersvoorspellingen tot de afval- en vuilwaterstromen toe, het productieproces kan preciezer in kaart gebracht en gestuurd worden.

Hoe dat concreet in zijn werk moet gaan, wordt nog onderzocht, zowel met research als met pilootprojecten, bv. door het door de Duitse staat gesubsidieerde, dus met ons belastinggeld betaalde, project SIDAP. De naam zegt precies waarover het gaat: een ‘schaalbaar integratieproject voor het verzamelen, analyseren en verwerken van big data3 in de procesindustrie’. Evonik, IBM en de TU München staan in voor de praktische tests van het verzamelen en benutten van big data in productieprocessen en werken gemeenschappelijke standaards uit. Een andere onderzoeksgroep die luistert naar de naam Manufacturing Intelligence onderzoekt intussen hoe computers in de almaar groeiende bergen data patronen kunnen herkennen en nuttig kunnen gebruiken. En in een ander pilootproject wordt samen met een gereedschapsproducent een ventiel bestudeerd om te weten te komen welke data er nodig zijn en hoe die vervangen, verwerkt, versleuteld en beschermd worden. De ‘smart fabriek’ heeft nu eenmaal ‘smart componenten’ nodig, dus ook ventielen, pompen en reservoirs moeten ‘smarter’ worden.

Om die omslag te maken wordt er vooral erg hard gerekend op de IT-afdeling van het concern. Die werd in 2014 trouwens al omgedoopt tot een Global IT & Process Center. Met het oog op de toekomst uit de nieuwe bazin haar bezorgdheid over de bescherming van knowhow of met andere woorden de IT-veiligheid. Ruim 1000 administratieve medewerk(st)ers van Evonik maken zich intussen heel andere zorgen, bv. bij de Financial Services (boekhouding) en zelfs bij de interne IT-afdeling, want hun arbeidsplaatsen zijn overtollig geworden en weggerationaliseerd. Daarover wordt met geen woord gerept in het coverartikel over hoe prachtig smart manufacturing is, daarin wordt geen link gelegd met wat het een met het ander te maken heeft. In de veel geciteerde studie van ING.DiBa kun je echter wel lezen in welke sectoren die nieuwste technologieboost de meeste arbeidsplaatsen zal kosten: administratieve taken (kantoor/secretariaat/administratieve medewerkers), ongeschoold werk (bv. magazijnwerk/logistiek), mecaniciens, chauffeurs en machine-operatoren.

De aloude, harde, essentiële kern

Het maakt niet uit welk etiket je kleeft op de huidige technische en organisatorische omwentelingen in de arbeidsmarkt – Industrie 4.0, Smart Factory, Office 2.0, Economie 4.0, digitale transformatie, het tweede machinetijdperk, digitalisering van de arbeid, Industrial Internet … Ondanks de vele nieuwe mogelijkheden, ondanks de massa’s vele nieuwe (ook voor het marxisme als wetenschap) nog niet beantwoorde detailvragen bestaat de harde, essentiële kern erin die omwentelingen voldoende verstaanbaar te maken aan werkende mensen. En dat kan met slechts heel weinig, welbekende begrippen, met begrippen zoals ‘automatisering’, ‘flexibilisering’, ‘rationalisering’, ‘intensivering’, ‘winstmaximalisatie’ enz.

Als lezende arbeider mag je je dus niet door elke ‘alles is zo nieuw’-hype laten meesleuren. En daar zijn twee redenen voor. Ten eerste: achter die concrete dingen en nieuwe ontwikkelingen schuilen nog altijd dezelfde motivaties en drijfveren van het kapitaal als vroeger. Ten tweede: zo kan er op een aanschouwelijkere manier een brug geslagen worden tussen de tot dusver opgedane (klassenstrijd)ervaringen met ‘industriële revolutie’ en de bestaande organisatorische concepten en instrumenten.4 Want hoe belangrijk nieuwe ervaringen in de strijd ook zijn, bv. die van de nieuwe klikwerkers en de collega’s bij onlinebedrijf Amazon5, de oude boeten niet aan belang in.

En wat is die aloude, harde essentiële kern nu precies? Ruim 30 jaar geleden, toen de band tussen marxistische wetenschappers en de arbeidersbeweging nog hechter was en ze allebei nog sterker waren, werd het zo geformuleerd: “… nieuwe arbeidsmiddelen die bepaalde vormen van menselijke activiteit vervangen maar instrumenten van menselijk handelen zijn…, worden onder kapitalistische klassen- en eigendomsverhoudingen als productiekrachten van het kapitaal ontwikkeld en zijn dus geen ‘neutrale’ techniek, maar een middel voor het intensiveren en rationaliseren van de kapitaalreproductie, en dat beïnvloedt wezenlijk de organisatie van de manier waarop die arbeidsmiddelen in bedrijven worden ingezet en toegepast. De universaliteit ervan heft de band met de commerciële belangen van het kapitaal niet op, de toepassing ervan situeert zich veeleer binnen de tegenstelling tussen de rationaliteit van een bedrijf en de concurrentie binnen de maatschappij. Het zijn instrumenten van kapitalistische, op het intensiveren van loonarbeid gerichte rationalisering en geen middelen voor de bewuste, geplande ontplooiing van de persoonlijkheid en de productiekrachten van de individuen.”6

Wie kijkt ervan op dat de BDA, de Duitse koepelorganisatie van werkgeversverenigingen, in haar officiële stellingname over digitalisering (mei 2015) volop blijft inzetten op concurrentie- en nationale logica en nieuwe kansen ziet voor een nog offensievere deregulering van de rechten inzake werk, sociale voorzieningen en medezeggenschap, de flexibilisering van de werktijden en de afbouw van de rest van de sociale, door de staat opgelegde regels. Dat betekent dus meer interim-werk, meer contracten voor losse arbeids- en dienstenprestaties, meer tijdelijke opdrachten. In plaats van een maximale arbeidstijd van 8 uur per dag zou er een wekelijkse maximumtijd van 48 uur moeten komen. Het bedrijfsreglement zou moeten worden aangepast aan de te verwachten hogere snelheid van beslissings- en omzettingsprocessen. ‘Factoren die tot vertraging kunnen leiden’ – daarmee worden de medezeggenschapsrechten van de ondernemingsraden bedoeld – zouden afgebouwd moeten worden. Dat zijn de dingen die ook mevrouw Merkel als ‘marktconforme democratie’ wil doorvoeren. En wanneer de baas van de BDA dat allemaal zegt, vergiftigt hij het debat over Werken 4.0 helemaal niet, zoals de kritiek van collega Buntenbach (DGB, de koepelorganisatie van de Duitse vakbonden) luidt. Hij verduidelijkt die veeleer: het belang van het monopoliekapitalisme is het gif dat, loerend naar alle aspecten van de ontwikkeling van de productiekrachten, al die destructieve dingen voortbrengt waar men zich zorgen om maakt. Het belangrijkste probleem is niet de wetenschappelijk-technologische revolutie, maar de sociale revolutie die allang had moeten plaatsvinden.

Over kansen en risico’s

“De eerste grote lijnen van de Arbeidsmarkt 4.0 worden zichtbaar, ook al is er nog een lange weg te gaan. Welke richting die weg zal uitgaan en welke afslagen we zullen nemen, dat wordt nu bepaald.” Dat staat in het voorwoord van het boek dat ik absoluut wil aanbevelen aan alle lezende arbeid(st)ers die over dit onderwerp meepraten en zich ook zelf een mening willen vormen over verschillende stellingnames: het jaarboek Gute Arbeit 2016. “Vanuit het standpunt van de vakbonden is het hoog tijd de mogelijke gevolgen voor de werkomstandigheden van de werknemers aan te pakken en een vakbondsstrategie te ontwikkelen.” We kunnen het alleen maar eens zijn met die woorden en met dat wat de tweede voorzitter van IG Metall, Christiane Benner, heeft gezegd: “Er zijn potentiële kansen, maar de gevaren zijn reëel.” Het boek reikt tal van waardevolle feiten aan en zet aan tot nadenken over kansen en risico’s, nieuwe conflictlijnen en actieterreinen waarop we hier niet dieper zullen ingaan en die we niet willen beoordelen.

Maar één gedachte wil ik me vooraf toch veroorloven. Over de vragen of en in welke mate potentiële kansen werkelijkheid worden en of en in welke mate reële risico’s ingedijkt kunnen worden, beslist enkel en alleen de maatschappelijke krachtsverhouding, de globale machtsopsplitsing tussen monopoliekapitaal en arbeid. krachtsverhouding, de globale machtsopsplitsing tussen monopoliekapitaal en arbeid. En alles wat op bedrijfsniveau, op cao-niveau of op wettelijk niveau bereikt is en waarvoor nog gestreden moet worden, kan ten grave worden gedragen, bv. wanneer TTIP, CETA enz. geen halt wordt toegeroepen. En wanneer we met de vakbonden niet tot meer verzet komen.

Zo moeten we natuurlijk ook de huidige toestand op de arbeidsmarkt in Duitsland (en daarbuiten) zien als het resultaat van die reële machtsverdeling, en ook van de vakbondsstrategieën in de voorbije ‘neoliberale’ decennia. En alles wat de toekomst brengt, komt daarbovenop! Wat dat betreft hoort de zeer behulpzame appendix van het jaarboek Gute Arbeit 2016 met de belangrijkste basisgegevens en trends uit de ‘arbeidsmarkt van vandaag’ eigenlijk aan het begin te staan. En door de nieuwe uitdagingen moeten ook de strategieën die de vakbonden tot dusver hebben gebruikt grondig worden doorgelicht! Versta me niet verkeerd: het vakbondsdebat over goede digitale arbeid is absoluut noodzakelijk. Maar wie de consequente strijd voor ‘recht op werk voor iedereen!’ verder op zijn beloop laat, wie radicale arbeidstijdvermindering slechts als tweederangsprioriteit eist en alleen oog heeft voor de Duitse arbeidsomstandigheden, schiet het doel voorbij.

Daarom vind ik het uitgangspunt van specialist arbeidsrecht Wolfgang Däubler nog altijd erg nuttig: “Het is belangrijk de eis voor recht op werk altijd weer te blijven herhalen omdat die eis, net zoals looneisen, erg geschikt is om een gemeenschappelijke actie van alle werknemers mogelijk te maken, over alle levensbeschouwelijke en politieke kloven heen: een gepaste baan hebben, is een wens die voor iedereen duidelijk en herkenbaar is. Tot slot kan de visualisatie van het recht op arbeid in zekere zin verhelderend werken, als die verwijst naar de grenzen die in het bestaande economisch systeem zijn afgebakend en ervoor zorgen dat we blijven nadenken over maatschappelijk-politieke alternatieven die het recht op arbeid niet alleen in theorie maar ook in de werkelijkheid concreet omzetten.”7

Misvormde ontwikkeling van productiekrachten 4.0

Toen marxistische wetenschappers in de jaren tachtig al discussieerden over de omwentelingen waarvan men toen al wist dat die eraan zaten te komen en over de beheersbaarheid van de wetenschappelijk-technologische revolutie8, spraken ze meestal van de “misvormde ontwikkeling van de productiekrachten”. Dit is niet de plek om dat debat gedetailleerd te schetsen. Maar we zouden het wel opnieuw moeten opnemen en het bruikbaar maken voor actuele debatten – en ook de band met marxistische wetenschappers weer meer aanhalen om de ontwikkeling van productiekrachten beter te begrijpen en de misvormingen respectievelijk de oorzaken ervan efficiënter te bestrijden. Want het is onmiskenbaar dat zulke misvormingen en destructieve tendensen niet zijn afgenomen. Ik pik er gewoon drie uit.

De trend om alle aspecten van het leven te commercialiseren en te privatiseren om kapitalistische ‘meerwaarde te genereren’ blijft ondanks of net door alle kapitalistische crisisprocessen aanhouden en reikt tot in de genen van de natuur (zaaigoed, geneesmiddelen enz.) en van de mens. Die trend is ook een belangrijke stuwende kracht achter de verzamelwoede van gegevens via het internet en heeft verstrekkende gevolgen, bv. voor de verzekeringseconomie (geïndividualiseerde tarieven enz.).

Het internet en wat het aanbiedt (inclusief het ‘systeem der systemen’, de datakabel, router, provider en centrale servers) wordt gecontroleerd door een handvol globale IT-giganten.9 Er staat geen maat op hun macht en hun ‘digitale dominantie’.10 En hun eigen voorstellingen van de toekomst en hun plannen om de wereld nog verder tot één groot netwerk uit te bouwen zouden bij ons alarmbellen moeten doen afgaan.11

De militarisering van de volledige levenssfeer en de invloed van het militair-industrieel complex (inclusief de geheime diensten) op onderzoek, ontwikkeling, het gebruik van nieuwe technologieën en het wereldwijd veiligstellen van de daarvoor noodzakelijke grondstoffen is groter dan ooit. Hetzelfde geldt voor onderwijs, cultuur, media en het gebruik van het internet voor militaire en andere doelstellingen, bv. het veiligstellen van macht en massamanipulatie.

Wat ik daarmee wil aangeven: de weg die we allemaal samen moeten afleggen is langer en lastiger en vereist veel meer (het liefst internationaal met elkaar verbonden) tegenkracht van de vakbonden en vanuit de maatschappij dan we kunnen halen uit een vrolijke 4.0-upgrade van de ‘dialoog tussen de sociale partners’, ‘co-management’, de ‘vermenselijking van de arbeidsmarkt’, het ‘arbeidspact’ of ‘economisch nationalisme’ om zo tot ‘goede digitale arbeid’ te komen. Dat de mensen “hun interactie met de natuur rationeel regelen, onder hun gezamenlijke controle brengen…; haar met de geringste inspanning uitvoeren en dat volgens de waardigste en efficiëntste omstandigheden van hun menselijke natuur”12 is en blijft het doel van en de maatstaf voor onze politiek.

Afsluitende opmerking

Op de computerbeurs CeBIT (2016) stelde de Duitse minister van Economie Gabriel (SPD) trots zijn nieuwe ‘Digitale strategie 2025’ voor: “De succesvolle digitale transformatie van onze nationale economie is absoluut noodzakelijk om onze concurrentiepositie te behouden en te versterken. Het is onze bedoeling van Duitsland het modernste industrieland te maken. Met de Digitale strategie 2025 presenteren we de eerste systematische aanzet die aangeeft welke instrumenten in de toekomst noodzakelijk zijn.”13

Volgens die strategie moet er tegen 2025 een nationaal glasvezelnetwerk uitgebouwd worden dat de sprong naar het gigabitnetwerk mogelijk maakt. Daarvoor moet tot 100 miljard euro geïnvesteerd worden. Met een fonds waarin 10 miljard wordt gestort, wil de federale minister voor Economie ervoor zorgen dat ook landelijke regio’s zo’n aansluiting krijgen. Nog meer miljarden vloeien naar start-ups om die een duwtje in de rug te geven en naar middenstandsondernemingen om hun investeringen in de digitale wereld en micro-elektronica te verlichten. Schoolopleidingen en school-bedrijfsberoepsopleidingen moeten meer op de eisen van de digitale economie worden afgestemd. Aan Duitse hogescholen moeten nieuwe leerstoelen worden ingericht, onder andere voor big data en IT-veiligheid.

Minister Gabriel was nog niet aan zijn persconferentie begonnen toen Sven Gabor Janszky, directeur van 2b AHEAD, de denktank van de werkgevers, verkondigde dat hij die uitbouw van het glasvezelnetwerk een “totaal verkeerde investering” vond, aangezien die beantwoordde aan “de technologische stand van zaken uit de jaren 1990”. Als alternatief met veel toekomstmogelijkheden verwees hij naar het aanbieden van internet aan de hele wereldbevolking vanuit de ruimte: “Het maakt niet uit of Google, Facebook of Qualcomm dat doet… ze werken er allemaal aan, kleine satellieten op lage hoogte in een baan om de aarde brengen… Dat soort internetverbindingen door satellieten in een lage baan zal wereldwijd tot een verandering leiden die de impact van de val van de Berlijnse Muur vele malen zal overstijgen.” Die aanpak zou de wereldwijde economie niet alleen nieuwe informatiestromen opleveren, maar vooral nieuwe afzetmarkten mogelijk maken … net zoals bij het instorten van het Oostblok. Alleen gaat het deze keer niet om een paar honderd miljoen mensen maar om 3 miljard mensen.” Een Duitse digitale strategie zou er dus (volgens hem) “goed aan doen de geplande 100 miljard te gebruiken om de Duitse regio’s zo snel mogelijk op die nieuwe technologie aan te sluiten. Zo kan men samen met de Duitse economie proberen verhinderen dat slechts enkele Amerikaanse concerns niet alleen de macht hebben over de inhoud maar ook de macht over de manier waarop die wordt verspreid. Kort samengevat: bouw met dat geld een Europese vloot satellieten om zelf internet aan te bieden.”14

Wat ziet de lezende arbeider op die manier nog maar eens bevestigd? Ten eerste, het gaat hier niet om hem maar in de eerste plaats om de Duitse economie, om haar concurrentiepositie, haar (kleingeestige) nationale beleid en om de (imperialistische) concurrentiestrijd voor marktaandeel en nieuwe afzetmarkten op de hele aardkloot. Ten tweede, wanneer het om de arbeider gaat (bv. schoolopleiding en gecombineerde school-beroepsopleiding), moet hij keurig afgericht worden, zich aanpassen en zich niet bezighouden met de uitwerking van de digitalisering in zijn belang als werkende mens. (Voor dat laatste moet door de onverzettelijkheid van de ondernemers zoals altijd hard gestreden worden.) Ten derde, zelfs bij degenen die de belangen van het kapitaal verdedigen zijn er tal van tegenstrijdige belangen en onopgeloste vragen, en die zullen er ook altijd zijn. (En er zullen nieuwe tegenstellingen ontstaan!) Dus: voor ons is er geen reden om ons minderwaardig te voelen, ook al zijn vele nieuwe vragen nog niet beantwoord en zal dat ook nog enige tijd zo blijven – wij moeten onvervaard aan de slag gaan om onze belangen te verwoorden en onze antwoorden uit te werken. En dan moeten we aan de slag om ze te realiseren, een taak die nog veel zwaarder zal zijn.

Lothar Geisler is chemisch laborant, journalist en redacteur bij het tweemaandelijkse tijdschrift Marxistische Blätter (www.marxistische-blaetter.de).


1 Onder toegevoegde waarde verstaan burgerlijke economen de mate waarin de waarde van de output van productie hoger is dan de waarde van de input van die productie. Zij spreken over cirkels, ketens en netwerken van toegevoegde waarde, maar reppen meestal met geen woord over wat waarde is en hoe die vermeerderd wordt – namelijk door arbeidskracht! Vakbondsmensen en links denkende mensen zouden daar beter op blijven hameren voordat ze dat begrip in de mond nemen.

2 Folio , nr. 1, februari 2016, p. 12 e.v.

3 Men spreekt van big data wanneer men werkt met een of meer datasets die te groot zijn om met reguliere databasemanagementsystemen onderhouden te worden. De hoeveelheid data die opgeslagen wordt, groeit exponentieel. Dit komt doordat consumenten zelf steeds meer data opslaan in de vorm van bestanden, foto’s en films (bijvoorbeeld op Facebook of YouTube) maar ook doordat er steeds meer apparaten zelf data verzamelen, opslaan en uitwisselen (het zogenaamde internet der dingen) en er steeds meer sensordata beschikbaar zijn. Niet alleen de opslag van deze hoeveelheden is een uitdaging. Ook het analyseren van deze data speelt een steeds grotere rol.

4 Wat mensen er ook een beetje voor kan behoeden de ‘digitale transformatie’ op zich, of uit zichzelf, een groter transformerend potentieel toe te dichten.

5 Joern Boewe, Johannes Schulten, “Der lange Kampf der Amazon-Beschäftigten”, Labor des Widerstands: Gewerkschaftliche Organisierung im Onlinehandel, Analyses der Rosa-Luxemburg-Stiftung.

6 André Leisewitz, “Wissenschaftlich-technische Revolution und deformierte Produktivkraftentwicklung”, in jahrbuch des IMSF 13, 1987, p. 19.

7 Wolfgang Däubler, Das Arbeitsrecht 2, 2e editie, Reinbek 1981, p. 42. Ook zeer lezenwaardig is zijn artikel “Arbeitsrecht in der digitalisierten Gesellschaft” in het tijdschrift SPW, nr. 212, p.40 e.v.

8 Jahrbuch des IMSF 13, Umbrüche: Beherrschbarkeit der Technik, Rationalisierungstyp und Technologiepolitik, Tendenzen politischer Kultur, Frankfurt/Main 1987.

9 Zie Ulrich Dolata, “Internetökonomie und Internetkonzerne, Märkte – Expansion – Macht” in: Gute Arbeit –2016, p. 148 e.v.

10 Zie Malte Daniljuk, “Digitale Dominanz – Wie Informationstechnologie globale Herrschaft verändert” in LuXemburg, nr. 3/2015, p. 22 e.v.

11 Eric Schmidt, Jared Cohen, “Die Vernetzung der Welt”, Reinbek 2013 en de recensie in Marxistische Blätter, nr5/2014, p. 120.

12 Marx-Engels, Werke, Deel 25, p. 828.

13 Persbericht van het Duitse ministerie voor Economie en Energie, 14 maart 2016. Zie: https://www.bmwi.de/BMWi/Redaktion/PDF/Publikationen/digitale-strategie-....

14 Persbericht van 2b AHEAD van 14 maart 2016.