De noodtoestand in Frankrijk

Auteur: 
Maxime Van Laere

Op 13 november 2015 wordt Parijs in de vroege avond getroffen door een reeks terroristische aanslagen. Die terroristische en criminele daden schokken ons niet alleen door hun omvang, maar ook door de voorbereiding van de daders en het aantal slachtoffers: Frankrijk is recht in het hart geraakt.

Na de aanslagen komt de Franse regering in een buitengewone ministerraad samen. Er moeten tegelijk maatregelen worden genomen om de daders te vatten en de betrokken netwerken te straffen en om een herhaling van dergelijke daden te voorkomen.

Na speculaties van de pers over de verschillende mogelijkheden die de Franse staat hiervoor heeft, haalt deze laatste uiteindelijk de ‘noodtoestand’, die werd uitgevonden om de Algerijnse onafhankelijkheidsbeweging te onderdrukken, vanonder het legislatieve stof. Net als andere instrumenten, zoals de staat van beleg, brengt de noodtoestand een serieuze beperking van de burgerlijke en politieke vrijheden met zich mee en de personaliteiten uit de rechterlijke wereld en het verenigingsleven vrezen dan ook machtsmisbruik.

Hoe kunnen we zes maanden later de toepassing van de noodtoestand evalueren, en de doeltreffendheid en het respect voor de democratische rechten nagaan?

November 2015: Frankrijk recht in het hart geraakt

Op 13 november 2015 vinden in Frankrijk terroristische aanslagen van zelden geziene omvang en professionalisme plaats: drie commando’s voeren zo goed als gelijktijdig op verschillende plaatsen in de hoofdstad aanvallen uit. Van die aanslagen zal die op de Bataclan tijdens een concert van de groep Eagles of Death Metal de meest bloedige zijn. De totale balans toont 130 doden.

De shock bij de Franse bevolking is zo hevig dat we de situatie in bepaalde opzichten kunnen vergelijken met wat de Amerikanen na 11 september 2001 doormaakten. Die shock is trouwens des te zwaarder omdat hij een escalatie betekent in vergelijking met de andere aanslagen die IS (Daesh) recent in Frankrijk pleegde: de mislukte aanslag in de Thalys, de Hyper Casher en Charlie Hebdo. Slechts enkele dagen eerder had IS nog erg gewelddadig in Libanon toegeslagen en op die manier, in hun eigen woorden, “een klimaat van internationale terreur” gecreëerd.

Door zich tegen de eerder progressieve jongeren te keren1, bevestigt IS haar strategie in Europa: de ‘grijze zone’ vernietigen. Ze willen de ontmoetings- en uitwisselingsplaatsen verwoesten tussen Europeanen met een moslimcultuur of -geloof en de anderen.2 Met die strategie wil IS een ‘botsing der beschavingen’ ontketenen.

Achteraf kan men stellen dat het opmerkelijk is dat de daders geen onbekenden waren voor het gerecht en/of de inlichtingendiensten. Tegen Syriëstrijder Samy Amimour liep al sinds 2013 een internationaal aanhoudingsbevel en Brahim Abdeslam werd door de Belgische geheime dienst in het oog gehouden. Abdelhamid Abaaoud, die het brein achter de aanslagen zou zijn geweest, werd door de Spaanse diensten gelinkt aan een project voor aanslagen tegen een Franse concertzaal. En al die informatie was al eerder aan de Franse inlichtingendienst doorgegeven.

De onderzoekers verdrinken echter in een zee aan informatie, een gevolg van de zogenaamde ‘grote netten’-strategie. Die strategie van de politiediensten is aan het licht gebracht door Edward Snowden en Glenn Greenwald die de uitwassen van de Amerikaanse geheime diensten hebben blootgelegd. Die strategie is de droom van elke technofiel: ze voorziet de verschillende inlichtingendiensten dan ook van een ongelofelijke hoeveelheid gegevens. Maar zodra ze met de echte wereld in contact komt, botst ze op haar limieten: ze brengt niet alleen een enorme schending van de privacy met zich mee maar bewijst ook totaal ondoeltreffend te zijn bij het voorkomen van misdaden. De onderzoekers worden immers bedolven onder de informatie.3 Toch besluit de Franse regering op de aanslagen te reageren op basis van de gegevens die ze uit de ‘grote netten’ vist.

Luc Hennart, de voorzitter van de rechtbank van Eerste Aanleg van Brussel, zegt zelfs: “Op dit ogenblik is het zo’n beetje ‘paniekvoetbal’: de bal gaat alle kanten uit. Er wordt niet echt structureel nagedacht en men neemt maatregelen om de indruk te wekken dat er toch iets wordt gedaan. Maar dat is geen gepast antwoord. En ze duwt ons vooral in de richting van een volledig andere maatschappij. Door deze maatregelen worden onze vrijheden steeds verder ingeperkt. We lopen dus gevaar.”4

De noodtoestand

Nog tijdens de nacht van de aanslagen wordt een buitengewone ministerraad samengeroepen. François Hollande verwoordt er de visie van de Franse overheid: “We moeten blijk geven van eenheid en koelbloedigheid. Frankrijk moet zich sterk en groots opstellen tegenover terreur en de autoriteiten moeten krachtig optreden.”5 De noodtoestand wordt afgekondigd. Op 26 november 2015 wordt ze vervolgens een eerste keer voor drie maanden verlengd, nadat dit door de parlementskamers met een overdonderende meerderheid is goedgekeurd en op 26 februari 2016 nog een tweede keer voor drie maanden, nog steeds met een erg comfortabele meerderheid. Maar de keuze voor de noodtoestand was niet vanzelfsprekend, er waren verschillende middelen beschikbaar.

Ten eerste bepaalt artikel 16 van de Grondwet dat “wanneer de instellingen van de Republiek, de onafhankelijkheid van de Natie, de integriteit van haar grondgebied of de uitvoering van haar internationale verbintenissen op een ernstige en directe manier worden bedreigd en wanneer de wettige uitoefening van de grondwettelijke macht van de overheid wordt onderbroken, neemt de president van de Republiek na officieel overleg met de eerste minister, de voorzitters van de Nationale Vergadering en van de Grondwettelijke Raad de maatregelen die door die omstandigheden worden vereist.”6

In die omstandigheden kan de president een einde stellen aan de scheiding der machten en alles in eigen handen centraliseren. In de hele Franse geschiedenis werd dit artikel slechts één maal geactiveerd: tijdens de ‘Putsch van de Generaals’ in 1961 toen aanhangers van Frans-Algerije probeerden de verkozen regering omver te werpen.

Het artikel maakte deel uit van een hervormingsproject van François Hollande om het toe te passen in de toestand van “oorlogsterrorisme” waarmee Frankrijk heeft af te rekenen. Het huidige artikel 16 is hieraan niet aangepast, omdat “de normale functionering van de overheid niet onderbroken is en het ondenkbaar is bevoegdheden naar de militaire overheid over te hevelen. En toch zijn we in oorlog.”7 Die kwestie vinden we niet langer terug in het wetsvoorstel voor de hervorming van de grondwet die door het Franse parlement is aangenomen.

Het tweede mogelijke instrument staat in artikel 36 van de Grondwet en handelt over de staat van beleg die in een wet van 1849 werd bepaald. De staat van beleg is bedacht op basis van de krijgswet van 1789 en ingevoerd om het hoofd te bieden aan de revolutionaire bewegingen van 1848 en 1849. Ze werd daarna nog geactiveerd voor de onderdrukking van de Commune van Parijs (1871) en tijdens beide wereldoorlogen. De staat van beleg laat toe om de politiebevoegdheden van de burgerlijke overheid over te dragen aan de militaire overheid, waarbij ze ook uitgebreid worden. Ze laten nu bijvoorbeeld dag en nacht huiszoekingen toe – een project dat ook deel uitmaakt van de 18 voorstellen van de regering Michel-De Wever – of het verbod van publicaties en bijeenkomsten die “de openbare orde kunnen verstoren” of de opheffing van de “onschendbaarheid van de woning” zodat ordeverstoorders in ballingschap kunnen worden gestuurd. Met de staat van beleg kunnen bovendien gespecialiseerde rechtbanken worden ingesteld, onder de controle van de militaire overheid. Om die maatregel na twaalf dagen te verlengen, is de goedkeuring van het parlement nodig. Ook die maatregel maakte deel uit van de hervormingen die de regering Hollande heeft willen doorvoeren om haar te kunnen gebruiken in niet-oorlogssituaties of bij opstanden, want daartoe is ze momenteel beperkt. Bovendien wil de regering de maatregel uitbreiden in de tijd, zonder de controle van het parlement, zoals nu het geval is. Dit project doet de krant Le Monde denken aan de Patriot Act die na de aanslagen in 2001 door Bush werd ingevoerd.8 Dit voorstel is niet langer terug te vinden in het wetsvoorstel tot hervorming van de grondwet die door het parlement is aangenomen.

Het derde instrument dat in dit geval is weerhouden, is de noodtoestand, en het enige instrument dat niet op de grondwet is gebaseerd. De noodtoestand onderscheidt zich van de staat van beleg doordat de politiebevoegdheden in de handen van de burgerlijke overheid blijven en niet onder de militaire autoriteiten vallen. Verder staat hij een uitgebreidere macht en grotere beperkingen van de burgerlijke en politieke vrijheden toe: de vrije meningsuiting, persvrijheid, bewegingsvrijheid, onschendbaarheid van de woning...

Een ander belangrijk verschil is dat het kader van de noodtoestand erg vaag is. Er is geen oorlog of opstand voor nodig en hij kan dus makkelijk worden uitgeroepen, ook in situaties die ‘enkel’ een zware verstoring van de openbare orde inhouden. Een definitie die vaag en breed genoeg is om er onbeperkt gebruik van te kunnen maken.

Dit mechanisme maakt momenteel deel uit van een hervormingsproject met het doel in de Grondwet te worden opgenomen.

Steeds meer voor de uitvoerende macht, steeds minder democratische controle

In de drie gevallen zien we één tendens naar voor komen, nog benadrukt door de hervormingsprojecten: de uitvoerende macht wordt in belangrijke mate versterkt. Dat gebeurt hoofdzakelijk ten koste van de rechterlijke macht. Door de heersende neoliberale logica versterkt die tendens en wordt ze almaar sterker. Bij de wetgevende macht zien we hetzelfde gebeuren. Een ontstellend grote meerderheid van de goedgekeurde wetten begint bij voorstellen van de uitvoerende macht en soms gaat dat zelfs zo ver dat ze de wetgevende macht omzeilt. In België gebeurde dat bij het akkoord over de redding van Dexia: de regering kende een staatsgarantie toe van 50 miljard euro voor de duur van 40 jaar. Een Koninklijk Besluit legde dat vast op het ogenblik dat de Belgische regering een regering van lopende zaken was. Maar het gebeurde ook in Frankrijk, in de lente van 2015, met de hervorming van het arbeidsrecht. En heel recentelijk overwogen de Franse minister van Werk El Khomri en haar regering om artikel 49.3 in te roepen, waarmee ze het parlement eenvoudigweg kunnen overslaan.9

De scheiding der macht is er nochtans niet voor niets. Het is een van de belangrijkste resultaten die de burgerlijke revoluties tegen het Ancien Regime hebben behaald: een einde stellen aan de onderwerping van alle staatsorganen aan de wil van de regering. Dankzij de scheiding der machten kunnen we op een relatief onafhankelijke rechtspraak rekenen die de bevolking die ermee te maken krijgt, verregaande garanties moet bieden. De werkelijkheid is natuurlijk veel genuanceerder en het gerecht als element van de bovenstructuur van de samenleving weerspiegelt de klassenverhoudingen binnen die samenleving. Maar de garanties voor onafhankelijkheid die slechts na hevige strijd zijn verkregen, zijn verworvenheden die we moeten behouden en uitdiepen.

In die zin dragen de hervormingen die de regering Hollande wil doorvoeren – en die ze als absoluut noodzakelijk voorstelt in een context waarin de bevolking in een morele shock10 was door de aanslagen –, een hoog risico op uitwassen met zich mee.

Instrumenten om het oorlogsterrorisme te bestrijden

De hervormingen en het optreden van de Franse staat die we in het vorige hoofdstuk hebben overlopen en het voorstel om de vervallenverklaring van de Franse nationaliteit op te nemen in de Grondwet roepen belangrijke vragen op.

Op 16 november 2015 houdt François Hollande een toespraak voor het Congres. Hij stelt er het “Veiligheidspact” voor. Tijdens die toespraak kondigt hij niet alleen de verschillende hervormingen aan die we al hebben besproken (noodtoestand, staat van beleg, artikel 16 uit de Grondwet), maar ook de vervallenverklaring van de Franse nationaliteit en de verlenging van de noodtoestand.11

Op dit ogenblik heeft het hervormingsproject van de Grondwet de eerste fase van het parlement doorlopen (317 voor, 199 stemmen tegen en 51 onthoudingen). Ook de tekst van het eerste artikel, de noodtoestand, heeft de Franse Senaat overleefd (301 stemmen voor, 38 tegen en 7 onthoudingen). Volgens de procedure moet het Congres nu wel nog bijeenkomen om de hervorming van de Grondwet af te ronden. Een deel van de hervormingen die de regering Hollande eerst wilde doorvoeren, zijn niet in die tekst opgenomen. Maar de noodtoestand verwerft hiermee wel degelijk een grondwettelijke grondslag.

Een verontrustende optiek

De optiek waarin al die hervormingen en alle acties van de overheid zich afspelen, is samengebald in het nieuwe concept van oorlogsterrorisme. De term verschijnt in de toespraak van 16 november en dekt wat de Franse staat als een nooit eerder geziene situatie voorstelt: “We zijn in oorlog. Maar het is een nieuw soort oorlog waarbij een grondwettelijk stelsel nodig is dat toelaat om de crisis te beheersen.”12 De oorlog tegen het terrorisme wordt dus niet meer alleen in Afrika of in het Midden-Oosten gevoerd, maar ook in Frankrijk en zelfs tegen een binnenlandse vijand.

Wanneer je het hebt over een staat van oorlog op het nationaal grondgebied en over een binnenlandse vijand, ben je natuurlijk niet neutraal. Het beeld van de binnenlandse vijand werd altijd al gebruikt om nieuwe veiligheidsmaatregelen te rechtvaardigen en te wettigen. Vooral in het postkoloniale tijdperk heeft deze opvatting toegelaten om volkswijken – bastions van de binnenlandse vijand die naar onafhankelijkheid en/of communisme streefden – voor te stellen als wetteloze gebieden, zoals in de oude theorie over de koloniale landen. Historisch gezien gaat dit begrip van de binnenlandse vijand gepaard met de invoer van militaire middelen uit de koloniale oorlog om de controle over het binnenlandse grondgebied en over de bevolking te verzekeren. “Het bevat een dynamiek die geen onderscheid maakt tussen de bevoegdheden van het leger en de politie en laat beide zelfs samensmelten. Die metamorfose van de structuur van de sociale controle is merkbaar in de steeds verder doorgedreven band tussen de media- en de veiligheidsnetwerken (belast met de verspreiding van de vijandbeelden en de middelen om hem te overwinnen), tussen de politie- en militaire netten (die ze moeten samenstellen, toelaten en omzetten in overheidsopdrachten) en, tot slot, tussen industriële en financiële netten die de veiligheidsmarkt – waar nog een relatieve privatisering van de interne controle geldt – willen inpalmen.”13

Sedert november maakt die oorlogstaal, met de logica van de binnenlandse vijand, deel uit van de retoriek van zowel de Franse als de Belgische regering. Het gaat dan ook om een erg vreemde tegenstrijdigheid: de noodtoestand zestig jaar geleden is net ingesteld om kost wat kost te vermijden om in oorlogstermen over Algerije te spreken.

Nu klinkt Hollande echter net als George W. Bush met zijn War on Terror. Een ander tijdperk, andere vijanden, een strijd die de regering dit keer wel probeert in de schijnwerpers te zetten…

Vandaag weten we dat de oorlog tegen het terrorisme die de VS in de nasleep van 11 september 2001 heeft verklaard, volledig is mislukt. Er gaan dan ook veel stemmen op om een andere weg in te slaan: “Met die woordkeuze loop je het risico de Fransen tegen elkaar op te zetten. En dat gebeurt volgens een scheidingslijn waarbij je al snel ziet dat ze gebaseerd is op racistische argumenten en niet op objectieve criteria. […] Of we nu in oorlog zijn of niet, niemand kan eraan twijfelen dat we er enkel uit zullen raken door – zoals we dat zedig zeggen – de jongeren in de marge ‘met migratieafkomst’ erbij te betrekken en niet door ze uit te sluiten.”14

Wat betekent de noodtoestand?

Op 1 november 1954 valt het Front de Libération Nationale Algérien (FLN) een reeks symbolen van het Franse kolonialisme aan in Algerije. Met 70 aanslagen bestoken ze de meer dan 120 jaar durende Franse aanwezigheid in Algerije. Deze ‘Rode Allerheiligen’ luidt het begin van de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog in. Frankrijk weigert resoluut om het standpunt van de onafhankelijkheidsstrijders te aanhoren: “Algerije is een deel van Frankrijk en Frankrijk erkent geen enkele andere instantie dan die van zichzelf.15” Ze moeten het vuur blussen vooraleer het een oncontroleerbare bosbrand wordt: “De regering zal de nodige maatregelen nemen om de veiligheid en het respect voor de wet te garanderen. Ze zal hierbij op geen enkel ogenblik aarzelen, uitstellen of halve maatregelen nemen. Iedereen, zowel hier als daar, moet weten dat we de opstand fors zullen aanpakken en dat we geen compromissen zullen sluiten. De criminele wil van enkele personen is niet gerechtvaardigd en moet daarom zonder enige zwakheid met repressie worden beantwoord. Wanneer het erop aankomt de interne vrede van de Natie, de eenheid, de integriteit van de Republiek te verdedigen, zijn we niet bereid compromissen te sluiten. De Algerijnse departementen maken deel uit van de Franse Republiek. Ze zijn al lange tijd Frans en dit is onherroepelijk.”16

Om die toespraken concreet te maken, wordt voor de noodtoestand gestemd en die wordt onmiddellijk en voor een duur van zes maanden op Algerije toegepast met de wet van 3 april 1955.17

Door de noodtoestand kunnen in de strijd tegen het FLN de fundamentele vrijheden worden ingeperkt (vrijheid van meningsuiting, van vergadering, van handel) en krijgen de bestuursorganen een uitgebreide politiebevoegdheden, wat normaal voorbehouden is aan de rechterlijke macht. Ook komt de rechtspraak in handen van militaire rechtbanken.

Maar de noodtoestand heeft nog een tweede doel: de ideeënstrijd voeren. Het gaat erom de repressie in Algerije voor te stellen als een politieoperatie op grondgebied van de Republiek. De soldaten van het FLN zijn geen strijders en de gevangenen worden niet als krijgsgevangenen beschouwd.

Volgens de wet van 9 augustus 1849 kan de staat van beleg worden toegepast “in geval van imminent gevaar dat voortkomt uit een buitenlandse oorlog of uit een gewapende opstand.”18 Mocht het de staat van beleg hebben uitgeroepen, dan had dit betekend dat Frankrijk toegaf in oorlog te zijn of dat Algerije in opstand was gekomen. In zo’n situatie zou de VN kunnen tussenkomen, wat bij de noodtoestand niet het geval is want die is er voor het behoud van de openbare orde. Edgard Faure, voorzitter van de Ministerraad, geeft dat in 1955 ook expliciet toe: “De eenvoudige waarheid is dat de term ‘staat van beleg’ onvermijdelijk het idee van een oorlog oproept en wat de zaken in Algerije betrof, moest elke zinspeling op de oorlog zorgvuldig worden vermeden.”19

Daarna wordt de noodtoestand nog zes keer uitgeroepen tot hij vandaag opnieuw van kracht werd: nog twee keer in Algerije, drie keer in de loop van de jaren tachtig in Franse overzeese departementen en gebieden en in Frankrijk tijdens het oproer van 2005.

De noodtoestand in de praktijk

De noodtoestand onderscheidt zich dus van de staat van beleg doordat de politiebevoegdheden in de handen van de burgerlijke overheid blijven en niet naar de militaire autoriteiten gaan. Verder kent hij uitgebreidere bevoegdheden toe en staat hij grotere beperkingen van de burgerlijke en politieke vrijheden toe: de vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, bewegingsvrijheid, onschendbaarheid van de woning…

De noodtoestand maakt het namelijk mogelijk – dit is een van de opvallendste maatregelen – om huiszoekingen uit te voeren zonder toestemming van de rechter, op initiatief van de prefecten, de plaatselijke uitvoerende overheden.

Vandaag beperkt het hervormingsvoorstel dat de noodtoestand in de Grondwet wil laten opnemen de verlenging van de noodtoestand tot periodes van drie maanden en kan dit enkel via een wet gebeuren, onder controle van het parlement dus.20

Een groot net dat de vrijheden beperkt maar de terroristen door de mazen laat glippen

Na twee maanden lijkt het erop dat de noodtoestand eerder het falen van de logica van het ‘grote net’ aantoont: 3.021 huiszoekingen in twee maanden. Dit zijn huiszoekingen die wegens hun dringendheid zijn opgedragen door de administratieve overheden die echter niet aan dezelfde onafhankelijkheidsgaranties voldoen als de rechterlijke macht.21

381 mensen zijn onder huisarrest geplaatst, waaronder – zeer opmerkelijk – tijdens de klimaattop COP21 in Parijs ook diverse milieuactivisten. 366 personen werden aangehouden en 316 mensen zijn in hechtenis genomen.

Bij die 3.400 procedures zijn 25 strafbare feiten vastgesteld die verband hielden met terroristische activiteiten en die strafbare feiten hebben geleid tot… vier procedures voor terrorisme. Vier gevallen waarbij het gerecht van mening was dat er voldoende bewijzen waren om de procedure verder te zetten. Dat is in 0,11 % van alle politieacties die in het kader van de noodtoestand zijn gehouden. De overige 21 procedures die aan het antiterrorisme waren gelinkt, betroffen goedpraten van terrorisme, een overtreding die in 2014 in het Strafwetboek is ingevoerd. Die feiten gebeurden in pamfletten of op de sociale netwerken.22

Pierre Henri Brandet, woordvoerder van de minister van Binnenlandse Zaken, verklaarde in januari 2016 nochtans: “De administratieve huiszoekingen zijn niet op geruchten gebaseerd. Er zijn altijd elementen die een huiszoeking rechtvaardigen.” Jean-Jacques Urvoas, minister van Justitie en opvolger van Christiane Taubira, heeft er bij de voorstelling van de balans op aangedrongen dat er bij acties in het kader van de noodtoestand steeds een verband moet zijn met de motieven die deze acties mogelijk hebben gemaakt. De feiten tonen dat dit in veel gevallen niet klopt.

Het ritme van ingeleide procedures onder de noodtoestand is afgenomen (‘slechts’ 538 huiszoekingen en 68 huisarresten van 1 januari en april 2016) maar de kritiek op de aard ervan blijft evengoed gelden.

De meeste van die acties vonden immers plaats op basis van een signalement in de bestanden van de Franse Inlichtingendienst. Deze laatste verzamelt erg gevarieerde profielen, van milieuactivisten over biologische tuinbouwers tot ook individuen waarvan wordt gedacht dat ze ‘sympathie’ voor terrorisme kunnen koesteren. En daar botst het systeem van het ‘grote net’ van de Franse Inlichtingendienst op zijn limieten. Aanslagen kunnen er niet worden door verhinderd.

Die verslaving aan massa’s gegevens en het geloof in de almacht van algoritmes om de informatie te sorteren en misdrijven te voorkomen vóór ze plaatsvinden, liggen aan de basis van die verering van de logica van het grote net. Maar die verslaving werkt als een vicieuze cirkel. Gus Hunt, technisch directeur van de CIA, beseft dat: “Aangezien we geen punten die we niet hebben met elkaar kunnen verbinden, proberen we hoofdzakelijk alles met elkaar in verband te brengen en die informatie tot in het oneindige te bewaren.”23 Evgeny Morozov, een auteur die gespecialiseerd is in de sociale gevolgen van de nieuwe technologieën, meent dat dit overdreven bijhouden van informatie tot waanzin leidt. En wel in de letterlijke zin van het woord: “De onmogelijkheid om een grote hoeveelheid gegevens te filteren.” Het resultaat daarvan zijn schendingen van het privéleven, massale vals positieve resultaten met alle gevolgen van dien voor wie onterecht is beschuldigd en een gebrek aan doeltreffendheid in de strijd tegen echte terroristen.24

Om resultaten tegen de terroristen te boeken, moeten we het gerechtelijke net juist gaan sluiten. Het is toch in die zin dat oud-antiterrorismerechter Trévidic voorstelt: “Wanneer de inlichtingendiensten vrij spel hebben, bestaat het gevaar dat we veel te laat ingrijpen… Ons systeem is jarenlang zeer doeltreffend geweest, net omdat we vroegtijdig ingrepen en dit in volledige overeenstemming met de agenten van de DST (Direction de la surveillance du territoire, de voormalige Franse veiligheidsdienst). We verzamelden bewijzen en van zodra iemand tot actie dreigde over te gaan, deden we de dag erna om 6 uur een inval. Nooit, niet één keer, is iemand die we gerechtelijk in het oog hielden tot de actie kunnen overgaan, nooit! Dat kunnen we helaas niet zeggen van de jihadi’s waarvan we merken dat ze allemaal of toch bijna in de gaten werden gehouden, wat hen niet heeft verhinderd om tot actie over te gaan.”25

Noch Salah Abdeslam, noch de cel van Verviers zijn dankzij de methodes van het grote net gearresteerd. Dat is wel gebeurd dankzij de methodes van het gerichte onderzoek.

Toch wordt met de noodtoestand duidelijk de hele bevolking geviseerd, welke gevolgen dat ook mag hebben op het vlak van vrijheden.

Op 27 november 2015 al waarschuwde Frankrijk ervoor dat het zich niet langer aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) zou houden.26 Dit kan dankzij artikel 15 van het EVRM dat zegt dat “in geval van oorlog of van een ander publiek gevaar dat het leven van de natie bedreigt”, kan een staat die het verdrag ondertekent “maatregelen nemen die afwijken van de verplichtingen” van het Verdrag.

Dit betekent niet dat de Franse autoriteiten nu een blanco cheque in handen hebben. Hun daden kunnen immers voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens worden veroordeeld. Maar het versterkt toch het gevoel van ongerustheid over mogelijk wangedrag. Michel Tubiana van de Franse Liga voor Mensenrechten (Ligue des Droits de l’homme, LDH) heeft op die aankondiging gereageerd: “Tijdens de eerste tien dagen heeft de Liga niets gezegd, maar ze keurt de verlenging van de noodtoestand met drie maanden af, want die is niet gerechtvaardigd. Ik stel vandaag vast waarvoor ik van in het begin het bangst was: steeds meer willekeurige maatregelen in de strijd tegen het terrorisme. We zijn begonnen bij de moslims en dan overgegaan naar de sociale sector, met maatregelen tegen activisten in het kader van de COP21.”27

Een noodtoestand die nu al op drift is

Bij de opvallendste uitwassen zien we het huisarrest van 24 milieuactivisten op 25 november 2015. De dagvaardingen vermelden geen enkele reden waarom de betrokkenen persoonlijk worden geviseerd, behalve dan het feit dat ze hebben deelgenomen aan vergaderingen over de klimaattop in Parijs, de COP21.

Het monddood maken van die activisten, in volle klimaattop in Parijs, kan niet anders worden gezien als een vorm van machtsmisbruik. Ze waren betrokken bij de organisatie van manifestaties rond de ambitieuze klimaatakkoorden en zijn het slachtoffer geworden van een maatregel die bedoeld was om het terrorisme in Frankrijk te bestrijden. Twee Franse advocaten geven hierover hun mening: “Op die manier leg je huisarrest op aan je politieke tegenstanders, precies zoals om het even welk autoritair regime zou hebben gedaan. Iets wat we in dit land al heel lang niet meer hebben gezien.”28 Het Franse Grondwettelijk Hof dat door de advocaat van een milieuactivist bij de zaak was betrokken, heeft geweigerd dit als misbruik te beschouwen. De zaak wordt nu voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens gebracht.

Huisarrest betekent dat de betrokkene zich niet buiten een erg beperkte zone rond zijn woning mag begeven. Aangezien deze maatregel zonder proces wordt toegepast, hebben de personen in kwestie geen recht op een elektronische enkelband en moeten ze zich drie keer per dag op het commissariaat melden. Hierdoor wordt een sociaal leven via het werk, familie of ontspanning zo goed als onmogelijk gemaakt. “Als het doel is om te deradicaliseren, dan bereik je hiermee net het tegengestelde en speel je de terroristen in de kaart”, denkt Bilal die ervan verdacht wordt geradicaliseerd te zijn omdat hij actief is binnen een islamitische ngo.29

En dan is er nog de surrealistische verklaring van Christophe Rouget, de communicatieverantwoordelijke bij de Vakbond voor kaderleden van de binnenlandse veiligheidsdienst CFDT (SCSI-CFDT): “We profiteren van deze mogelijkheid om procedures af te ronden die we niet in een juridisch vorm kunnen gieten.”30 We maken van dit mechanisme gebruik om vermoedelijke misdadigers te vatten die niets met terrorisme te maken hebben maar van wie de rechters vóór de instelling van de noodtoestand oordeelden dat er niet genoeg elementen waren om tot vervolging over te gaan.

Volgens de Franse afdeling van Amnesty International wordt er niet langer uitgegaan van de onschuld van de Franse burgers: “De logica van de bewijslast wordt omgekeerd, dat is een inbreuk op het vermoeden van onschuld. In naam van de preventie bieden we mensen die geen enkel misdrijf hebben begaan steeds minder zekerheid.”31

In een verslag van 3 februari 2016 geeft Amnesty kritiek op dit instrument dat “uitgebreide bevoegdheden verleent met erg weinig controle op de toepassing ervan en die voor een hele reeks overtredingen van de mensenrechten hebben gezorgd”. “Brutale noodmaatregelen, zoals nachtelijke huiszoekingen en huisarresten, overtreden de rechten van honderden mannen, vrouwen en kinderen die er getraumatiseerd en gestigmatiseerd uitkomen.”32

Een honderdtal organisaties sluiten zich bij deze analyse aan en roepen op om de noodtoestand op te heffen.33 Die oproep wordt in januari 2016 gevolgd door een andere oproep die zich toespitst op de juridische en democratische gevolgen en die onder andere ondertekend is door de Vakbond van de magistratuur, de Vakbond van de Franse advocaten en het Internationaal Observatorium voor het gevangeniswezen.34

De Franse Nationale Adviescommissie voor de Mensenrechten, een onafhankelijke administratieve instelling, publiceert op 19 februari 2016 op haar beurt een erg harde evaluatie van de noodtoestand. De evaluatie maakt gewag van “uitwassen” en “ontsporingen” van de noodtoestand die “een niet te rechtvaardigen achteruitgang van de rechtsstaat” veroorzaken. Volgens de commissie zijn de genomen maatregelen “hoofdzakelijk van die aard dat ze een bevolking en een religieuze overtuiging stigmatiseren. De tekst citeert onder andere, tijdens de huiszoekingen, “dat er geen rekening wordt gehouden met de mogelijke aanwezigheid van minderjarigen of kwetsbare personen (zwangere vrouwen, bejaarden, mindervaliden, enz.)”, “het gebruik van fysiek” en “psychologisch geweld”, mensen worden “handboeien omgedaan”, “de gewilde of ongewilde beschadiging van religieuze symbolen of culturele voorwerpen”, “haast systematische materiële schade”, “misplaatste, kwetsende en zelfs beledigende en discriminerende uitlatingen van de politieagenten en rijkswachters”, enz.35

De Franse Vakbond van de magistratuur vindt dat “de strijd tegen terrorisme wordt omgedraaid: het verbod op manifestaties, huiszoekingen en huisarresten viseren ook activisten in het algemeen. Een blinde en ongecontroleerde repressie betekent bovendien een nodeloze verspilling van de politiemacht die veel beter zou worden ingezet voor het opsporen en voorkomen van echte criminele projecten.”36

Van alle kanten wordt de noodtoestand bekritiseerd. De Liga voor Mensenrechten heeft juridische stappen ondernomen waarbij ze de Raad van State vraagt de noodtoestand op te heffen of de president van de Republiek hiertoe opdracht te geven. Het verzoek werd verworpen met het argument dat “het imminente gevaar dat ten gevolge van de uitzonderlijk zware aanslagen tot het uitroepen van de noodtoestand heeft geleid nog niet is geweken [...] De rechter in kortgeding van de Raad van State vindt dat de beslissing van de president van de Republiek om de noodtoestand niet op te heffen, geen zware of illegale aanval is op een fundamentele vrijheid.”37

In België

Op 19 november 2015 stelde de regering Michel-De Wever haar maatregelen in de strijd tegen het terrorisme voor tijdens de plenaire zitting van de Kamer. Zes van die maatregelen waren eerder al goedgekeurd door de ministerraad en de andere staan nog steeds in de startblokken. Zonder diepgaande analyse38, merken we toch op dat de gevolgde logica in grote lijnen dezelfde is als die in Frankrijk: het leger op straat, de inperking van persoonlijke vrijheden, onder andere door de verlenging van de maximale duur van de politiehechtenis en de vereenvoudiging van het instellen van bepaalde onderzoeksmethodes (afluisteren van telefoongesprekken, infiltratie …) zonder een voldoende beschermend kader, nachtelijke huiszoekingen …

Op zich is dit niet verbazend. Frankrijk en België koesteren een nauwe samenwerking en coördinatie. Op 1 februari 2016 ontmoette Charles Michel de Franse premier Manuel Valls in Hertoginnedal te Brussel.39

Ze hebben er beslist om een verbindingsmagistraat aan te stellen om de uitwisseling tussen beide landen ‘vloeiender’ te maken. Ook herbevestigde Valls hoe belangrijk het is om, volgens de logica van het grote net, nog meer gegevens te verzamelen op alle terreinen, en om de uitwisseling van die informatie te optimaliseren. De gevolgen voor het in kaart brengen van gegevens in België zijn nog niet gekend, maar de logica die in Frankrijk overheerst, bedreigt het respect voor de privacy. Hetzelfde geldt voor dna-databanken of de spionage-algoritmes die met de nieuwe wet voor de controle op elektronische informatie zijn ingevoerd.40 Dat zijn redenen tot ongerustheid over de mogelijke ontwikkelingen in België.

De twee premiers hebben er tijdens die vergadering ook voor gekozen de gemengde Frans-Belgische politiepatrouilles uit te breiden. Zoals die patrouille die op 15 maart 2016 tijdens een huiszoeking in Vorst onder vuur werd genomen.

Die Frans-Belgische uitwisselingen roepen ook de kwestie van het leger in de Belgische straten op. In Frankrijk is het leger al sinds 3 december 1996 zonder onderbreking ‘voorlopig’ aanwezig en dit in het kader van het plan Vigipirate.41 Die maatregel heeft de samenleving gemilitariseerd en onder druk gezet. Het leger wordt immers ook ingezet voor bepaalde politieopdrachten, wat het gevoel van een binnenlandse oorlog opwekt.42

Precedenten in de antiterrorismewetgeving na 2001

Eerst en vooral zijn de achttien maatregelen die in België zijn genomen ondoeltreffend en soms zelfs nutteloos. Bovendien kunnen ze een gevaar inhouden voor de democratische rechten. Het risico dat ze tegen sociale bewegingen worden gebruikt, is reëel. De helft van die achttien maatregelen zijn op iedereen van toepassing, niet alleen op activisten. Zo is er het PNR (afkorting van het Engelse Passenger Name Record dat een lijst opstelt van eenieders vliegreizen).43

Volgens de definitie van het terrorisme die sinds twee kaderbesluiten van de Europese Unie in het Belgische recht is opgenomen, worden als terroristisch beschouwd: daden die “een land of een internationale organisatie ernstig kunnen schaden” en die “opzettelijk gepleegd zijn met het oogmerk om een bevolking ernstige vrees aan te jagen of om de overheid of een internationale organisatie op onrechtmatige wijze te dwingen tot het verrichten of het zich onthouden van een handeling, of om de politieke, constitutionele, economische of sociale basisstructuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.”44

Advocate Marie-Pierre de Buisseret zei hierover al in 2012: “De grens tussen terrorisme en vreedzaam verzet wordt vaag en dreigt zelfs te verdwijnen.”45 In 2009 erkende zelfs een federale procureur tijdens een parlementaire hoorzitting dat de al beschikbare bijzondere onderzoeksmethodes in 95 % van de gevallen worden ingezet voor zaken die niets met terrorisme te maken hebben!46

Charles Michel heeft op 6 april 2016 nog aangekondigd dat er meer inspanningen moeten worden gedaan om de antiterroristische maatregelen door te voeren en de middelen ervoor nemen almaar toe: 200 miljoen euro in 2015, 400 miljoen in 2016.47

De nieuwe maatregelen komen dus bovenop een arsenaal van al bestaande en gebruikte instrumenten waarvan het gebruik serieus in vraag wordt gesteld en waarvan de nadelige gevolgen voor sociale militanten reëel zijn. De jongste verklaringen van François Fillon, een van de kandidaten bij de voorverkiezingen bij de Franse rechterzijde zijn duidelijk. Hij scheert Nuit Debout, de nachtelijke wakes die zijn uitgebouwd in het spoor van het verzet tegen de hervorming van de Arbeidswet van minister El Khomri, over dezelfde kam als terrorisme: “Ik begrijp de woede van de linkerzijde over het beleid van François Hollande. Maar ik ben diep geschokt omdat men enerzijds de noodtoestand heeft en anderzijds dergelijke vorm van samenkomsten toelaat.”48

De noodtoestand in België?

De staat van beleg maakt wel degelijk deel uit van het Belgische wetgevende arsenaal.49 In tegenstelling tot zijn Franse naamgenoot kan ze pas uitgeroepen worden na een verklaring dat het land in staat van oorlog verkeert en het is ook niet mogelijk om grondrechten tijdelijk op te heffen. Artikel 187 van de Grondwet stelt dat “De Grondwet noch geheel noch ten dele kan worden geschorst.”

Constitutionalisten als Hughes Dumont van de Université Saint-Louis50 of professoren als Jogchum Vrielink van de KU Leuven51 pleiten daarom voor een grondwetsherziening op dit punt. Zij vinden het een ideaal instrument omdat het toelaat delen van de grondwet tijdelijk te schorsen. Maar ze waarschuwen beiden: er is een afbakening nodig. De toelichting van Vrielink is interessant: volgens hem verdwijnt met een tijdelijke noodtoestand de noodzaak om blijvende antiterreurwetten op te stellen waarvan de inhoud, zoals hij zegt vaak, discriminerend is.

Als we zien hoe een dergelijke maatregel in Frankrijk wordt gebruikt, lijkt ons de toepassing ervan in België niet wenselijk. Precies omdat het mogelijk maken van de noodtoestand op geen enkele manier garandeert dat die toestand niet gewoon de norm wordt. De hervormingen die we in Frankrijk hebben gezien, wijzen zelfs in die richting. Deze maatregel brengt door zijn omvang elke vorm van politieke of sociale oppositie in gevaar. De deur staat wagenwijd open voor misbruiken, willekeur en autoritarisme; het risico dat we daarnaar afglijden is gewoon veel te groot.

De impact van de noodtoestand is belangrijk. Frédéric Sicard, de nieuwe stafhouder en woordvoerder van de Parijse advocaten ziet het zo: “Alle specialisten zeggen het: het juridische arsenaal bestond op het ogenblik van de aanslagen, maar de overheid beschikt niet over de middelen om ze te gebruiken. Nog een wet meer zal hieraan niets veranderen. Maar met de huidige tekst kan de Frankrijk op een week tijd echter veranderen in een dictatuur. Dat is onaanvaardbaar.”52

Besluiten

De evolutie die we nu zien, in Frankrijk met de noodtoestand, in België met het ‘niveau 3’ en de inhoud van de achttien voorgestelde maatregelen, is verontrustend. Want meer nog dan de huidige toestand zijn het de gevolgen voor de toekomst, die zorgen baren. Vanessa Codaccioni, die onlangs Justice d’exception. L’État face aux crimes politiques et terroristes heeft gepubliceerd, toont aan dat het grootste risico van die mechanismes ligt in het gevaar dat ze blijven duren.53 Vaak worden ze in de gauwte opgesteld om aan een specifiek situatie het hoofd te bieden, maar daarna blijven ze actief en viseren ze nieuwe doelgroepen. Het Hof voor Staatsveiligheid (Cour de Sûreté de l’État), een uitzonderingsrechtbank die de misdaden van de OAS (Organisation de l’Armée Secrète) aan het einde van de Algerijnse oorlog moest beoordelen, is daarna blijven bestaan. Het zal worden ingezet tegen radicaal-links na Mei 68 en daarna tegen de Corsicaanse nationalisten. Voor Vanessa Codaccioni maakt dat van een uitzonderlijk instrument een middel om een alledaagse bedreiging te bestrijden. Het gemeen recht en de uitzonderingsregimes raken met elkaar verward en de veiligheidsinstrumenten worden zo “pijnlozer en onzichtbaarder, maar des te gevaarlijker voor het democratische leven.”54

Want meer dan de huidige en gekende doelgroepen van die instrumenten, de terroristen, baart hun brede spectrum zorgen. Dat heeft nu al bijkomende schade aangericht. Zowel de noodtoestand als de staat van beleg zijn instrumenten die in Frankrijk het licht zagen. Ze moesten volkopstanden onderdrukken (in Algerije in de jaren vijftig voor de noodtoestand en op de Parijse barricades in de 19e eeuw voor de staat van beleg). Niets wijst erop dat ze ook vandaag niet opnieuw hiervoor zullen worden gebruikt. Integendeel, we hebben dat al kunnen vaststellen tijdens de COP21.

Want de hele logica die de scheiding der machten opzij schuift, is een erg riskante zaak voor de beperkte verworvenheden van de burgerdemocratieën. De Belgische onderzoeksrechter Damien Vandermeersch meent dat “een land dat toelaat dat zijn rechterlijke macht wordt geïnstrumentaliseerd en dat de feitelijk macht in handen van de politie legt, moeten we een politiestaat noemen.”55

De argumenten die de staten aanhalen om die kritiek te pareren, zijn niet overtuigend. Ze beweren dat het niet gaat om “het verlies van de rechtsstaat, want het is de rechtsstaat zelf die deze mogelijkheid biedt”.56 Maar voor ons biedt de wettigheid onvoldoende garantie voor de bescherming van alle democratische stemmen, vakbonden, partijen, verenigingen en activisten. De geschiedenis telt helaas veel voorbeelden. De wettigheid is niets anders dan de uitdrukking van de klassenstrijd en van de staat. Vandaag biedt de wet niet genoeg garantie meer om wie dan ook te verdedigen. Dan blijft enkel nog de machtsstrijd over om misbruiken te voorkomen.

Maxime Van Laere (mvanlaere at hotmail.com) is bachelor in de rechten en volgt nu een masterstudie geschiedenis. Hij volgt in het bijzonder de beperkingen van de democratische vrijheden, onder meer op het internet.


1 Courrier International, “Vu des USA: c’est le Paris jeune et progressiste qui a été frappé”, november 2015. Zie: http://www.courrierinternational.com/article/vu-des-États-unis-cest-le-....

2 Editie van januari 2015 van het onlinemagazine van Daesh, artikel hier samengevat: https://collectifculturecommuneblog.wordpress.com/2015/03/15/Daech-la-zo....

3 Voor een meer diepgaande uitleg over de limieten van het ‘grote net’: http://imposteurs.over-blog.com/2015/12/opinion-des-mesures-anti-terrori....

4 B. Boulet, “Luc Hennart sur les mesures anti-terroristes: ‘On va vers une société où il ne fera pas bon de vivre’”, Le Soir, 7 januari 2016. Zie: https://www.rtbf.be/info/regions/bruxelles/detail_luc-hennart-sur-les-me....

5 François Hollande tijdens zijn toespraak over de afkondiging van de noodtoestand, 14 november 2015.

6 Grondwet van de Vijfde Franse Republiek, art. 16.

7 François Hollande voor het Congres op 16 november 2015. Het Congres is in Frankrijk een uitzonderlijke gezamenlijke bijenkomst van de Kamer en de Senaat.

8 Le Monde, “État d’urgence et article 16: pourquoi Hollande veut-il réviser la Constitution?”, 16 januari 2016. Zie: http://www.lemonde.fr/les-decodeurs/article/2015/11/16/État-d-urgence-e....

9 20 minutes, “Réforme du travail: El Khomri pourrait jouer la carte du 49.3”, 18 februari 2016. Zie: http://www.20minutes.fr/economie/1789183-20160218-reforme-travail-el-kho....

De procedure 49.3 uit de grondwet maakt het mogelijk het parlement bij een wetsvoorstel over te slaan.

10 Zoals Naomi Klein dat ontwikkelt: shocks (economische crisis, klimaatrampen, aanslagen) worden gerecupereerd om de neoliberale plannen van privatisering van onderwijs en veiligheid enz. op de dagorde te plaatsen. Zie Naomi Klein, De shockdoctrine, 2007, De Geus.

11 Hij heeft het onder meer over de opvoering van de aanvallen tegen Daesh, de aanwerving van meer politiemannen en het bijeenroepen van een vergadering van de VN-veiligheidsraad. L’Express, 16 november 2015, “État d’urgence, Constitution… Six annonces du pacte de sécurité de Hollande”. Zie:
http://www.lexpress.fr/actualite/politique/Etat-d-urgence-constitution-c....

12 Le Monde, “Face au ‘terrorisme de guerre’, Hollande prône un ‘autre régime constitutionnel’”, 16 november 2015.

Zie http://www.lemonde.fr/attaques-a-paris/article/2015/11/16/hollande-la-fr....

13 M. Rigouste, “L’ennemi intérieur, de la guerre coloniale au contrôle sécuritaire”, Cultures et Conflits, nr. 67, herfst 2007, p. 157-174.

14
P. Haski, “Prochaine étappe: ‘ennemi inhtérieur’?”, Le Temps, 19 november 2015. Zie: http://www.letemps.ch/opinions/2015/11/19/prochaine-etape-ennemi-interieur.

15 François Mitterrand voor de Commissie Binnenlandse Zaken op 7 november 1954.

16 Pierre Mendès France tijdens zijn toespraak voor de Nationale Vergadering op 12 november 1954.

17 Wet nr. 55-385 van 3 april 1955 die de noodtoestand instelt en de toepassing ervan op Algerije verklaart, Journal Officiel de la République, 7 april 1955

18 Wet van 9 augustus 1849 over de staat van beleg, Bulletin des lois, nr. 186, 1849.

19 E. Faure, Mémoires, deel II, p. 197.

20 Sénat Français, Projet de loi constitutionnelle, 10 februari 2016. Zie: http://www.senat.fr/leg/pjl15-395.html.

21 France 24, Reportage, “France: des voix s’élèvent pour critiquer l’état d’urgence”, 21 december 2015. Zie: http://www.france24.com/fr/20151221-focus-france-attentats-paris-Etat-ur....

22 Code Pénal (Frankrijk), art. 421-2-5.

23 The Huffington Post, “CIA’s Gus Hunt On Big Data: We ‘Try To Collect Everything And Hang On To It For Ever’”, 21 maart 2013. Zie: http://www.huffingtonpost.com/2013/03/20/cia-gus-hunt-big-data_n_2917842....

24 E. Morozov, Pour une politique du Big Data, Les Prairies Ordinaires, 2015, p. 82 en volgende.

25 Paris Match, 30 september 2015. Zie: http://www.parismatch.com/Actu/Societe/La-France-est-l-ennemi-numero-un-....

26 Le Monde, “État d’urgence: la France envisage de déroger à la Convention européenne des droits de l’homme”, 27 november 2015. Zie: http://www.lemonde.fr/attaques-a-paris/article/2015/11/27/État-d-urgenc....

27 France 24, “État d’urgence: la France va déroger à la Convention européenne des droits de l’homme”, 27 november 2015. Zie: http://www.france24.com/fr/20151127-france-État-urgence-droits-homme-ce....

28 Mediapart, “Militants assignés à résidence : lettre ouverte à Manuel Valls”, 28 november 2015. Zie: https://blogs.mediapart.fr/edition/les-invites-de-mediapart/article/2811....

29 France 24, “France: des voix s’élèvent pour critiquer l’état d’urgence”, 21 december 2015. Zie: http://www.france24.com/fr/20151221-focus-france-attentats-paris-Etat-ur....

30 Politis, “Les perquisitions administratives préfigurent un ‘État policier’”, 17 november 2015.Zie: http://www.politis.fr/articles/2015/11/les-perquisitions-administratives....

31 Dominique Curis, France 24, “France: des voix s’élèvent pour critiquer l’état d’urgence”, op. cit.

32 Le Monde, “Amnesty International appelle à la fin de l’état d’urgence”, 4 februari 2016. Zie: http://www.lemonde.fr/police-justice/article/2016/02/04/Etat-d-urgence-a....

33 Zie: http://www.nousnecederonspas.org/sortir-de-lÉtat-durgence/.

34 Le Monde, “État d’urgence et l’urgence d’en sortir: l’analyse juridique”, 28 januari 2016. Zie: http://libertes.blog.lemonde.fr/2016/01/28/Etat-durgence-et-lurgence-den....

35 Le Monde, “La commission des droits de l’homme étrille la mise en œuvre de l’état d’urgence”, 19 februari 2016. Zie: http://www.lemonde.fr/police-justice/article/2016/02/19/la-commission-de....

36 Syndicat de la magistrature, “Non à l’état d’urgence permanent”. Motie unaniem aangenomen door het 49e Congres van de Vakbond van de magistratuur in Toulouse op 29 november 2015”, Fédération des travailleurs des industries du livre, du papier et de la communication CGT, 29 november 2015.

37 Raad van State (Frankrijk), 27 januari 2016, Liga voor Mensenrechten en andere, nr. 396220.

38 De gedetailleerde en diepgaande analyse is beschikbaar op de website van de PVDA. Zie: http://ptb.be/articles/etude-pourquoi-les-18-mesures-contre-le-terrorism.... Klikken op tab “Dossier terrorisme”.

39 RTL Info, “Manuel Valls et Charles Michel expliquent comment ils luttent, ensemble, contre le terrorisme”, 2 februari 2016. Zie: http://www.rtl.be/info/monde/europe/entretien-exclusif-rtl-info-manuel-v....

40 Zie: https://www.laquadrature.net/fr/la-france-dans-lere-de-la-surveillance-d....

41 Zie: https://fr.wikipedia.org/wiki/Plan_Vigipirate.

42 M. Rigouste, op. cit.

43 Joke Callewaert en Jan Buelens in Le Vif: “De helft van de achttien antiterroristische maatregelen zijn op iedereen van toepassing”, 25 november 2015.

44 Belgisch Strafwetboek, art. 137, § 1.

45 Marie-Pierre de Buisseret, “Nous sommes tous des terroristes”, Progress Lawyers Network, 2012. Zie: http://www.progresslaw.net/docs/20130301103442KPEN.pdf.

46 Ligue des droits de l’homme (België), “Lois antiterroriste: tout ça pour ça?” Zie: http://www.liguedh.be/index.php?option=com_content&view=article&id=592:l....

47 Le Vif, “La Belgique veut muscler son arsenal antiterroriste”, 6 april 2016.

48 Le Monde, “François Fillon ‘choqué’ par le mouvement Nuit Debout, ‘toléré’ en plein état d’urgence”, 10 april 2016.

49 Belgisch Staatsblad, Wetsbesluit van 11 oktober 1916 betreffende de staat van oorlog en de staat van beleg, 15 oktober 1916.

50 Le Vif, “Pourquoi l’état d’urgence est impossible en Belgique”, 27 november 2015. Zie: http://www.levif.be/actualite/belgique/pourquoi-l-État-d-urgence-est-im....

51 Le Vif, “L’instauration d’un état de’urgence temporaire en Belgique serait plus efficace que de nouvelles lois”, 5 februari 2016. Zie: http://www.levif.be/actualite/belgique/l-instauration-d-un-Etat-d-urgenc....

52 Le Figaro, “Frédéric Sicard : il est urgent de réformer l’accès à la profession d’avocat”, 1 maart 2016.

53 Vanessa Codaccioni, Justice d’exception: L’État face aux crimes politiques et terroristes, CNRS Éditions, Parijs, 2015.

54 G. Mazeau, “Juger les terroristes”, in L’Histoire Magazine, februari 2016.

55 D. Vandermeersch, “Un projet de loi particulièrement inquiétant”, Journal des Procès, 29 juin 2002. Geciteerd door J.-P. Paye (2008).

56 Le Monde, “Bernard Cazeneuve à propos des dérogations à la Convention européenne des droits de l’homme”, 27 november 2015. Zie: www.lemonde.fr/attaques-a-paris/article/2015/11/27/Etat-d-urgence-la-fra....