De opkomst van Afrika en de groeiende agressiviteit van het Westen

Auteur: 
Tony Busselen

Begin augustus 2013 stelde het Franse ministerie van Defensie de derde versie voor van het document Horizons stratégiques. Doel van de studie is “vanuit een analyse van de globale strategische tendensen de gevolgen trekken voor de positionering van Frankrijk in het internationale systeem gedurende de komende drie decennia”.[1]

Op internet circuleert tevens een final draft-versie van de nationale veiligheidsstrategie van de VS 2013. Blijkbaar gaat het om een werkdocument dat bedoeld is om het huidige document getiteld “National Security Strategy” dat sinds 2010 op de website van het Witte Huis staat te actualiseren.[2]

Beide documenten hebben gemeen dat ze uitgaan van een veranderende wereld. Het Franse document wijdt een volledig hoofdstuk aan ‘het einde van de Westerse overheersing’ en noemt dit de belangrijkste tendens in de wereld. Voor Washington is het dan weer duidelijk dat ‘de VS zich moeten voorbereiden op een multilaterale wereld waar we kunnen uitgedaagd worden door zowel bondgenoten als vijanden’.

Beide documenten stippelen een weg uit om deze tendens te weerstaan. De Franse strategen schrijven dat “de Verenigde Staten hun geleidelijke en relatieve verzwakking constateren en hun inspanningen zullen concentreren in de zone van de Stille oceaan. Ze zullen hun Europese bondgenoten vragen zich meer in te zetten in hun onmiddellijke omgeving” (lees: Afrika, Oost-Europa en het Midden Oosten). En “cruciaal zal de capaciteit zijn om gezamenlijk operaties te kunnen uitvoeren met de Europese legers en met het VS-leger”. Voor de VS-strategen staat het dan weer vast dat de VS hun “militair, economische en culturele superioriteit” moeten behouden. “Daarom moeten de Amerikanen ervan uitgaan dat we een natie zijn die de ‘eerste is onder zijn gelijken’.”

Een omwenteling in de internationale economische krachtsverhoudingen

“Terwijl Azië en Afrika tegen de volgende eeuwwisseling rond de 80 % van de wereldbevolking zullen uitmaken en de 7 grootste opkomende economieën tweemaal groter zullen zijn dan de huidige G7[3], zal het relatief demografisch en economisch gewicht van de OESO-landen[4] verder blijven dalen (14 % van de wereldbevolking in 2040 en 43 % van de wereldproductie tegen 2030)” lezen we in Horizons stratégiques.

Deze cijfers liggen in de lijn van wat het jaarrapport van het VN-programma over de menselijke ontwikkeling eerder dit jaar al signaleerde (zie grafiek).

Grafiek 1. Evolutie van het aandeel in de wereldproductie van Brazilië, India en China en van de Westerse landen

Evolutie van het aandeel in de wereldproductie van Brazilië, India en China en van de Westerse landen

Bron: Human Development Report 2013, p. 13. De koopkrachtpariteit in dollar van 1990 geldt als basis.

Toelichting: Deze grafiek vergelijkt de evolutie van het aandeel in de wereldproductie van twee groepen landen: de BIC (Brazilië, India en China: lichtgrijze curve) en de Westerse mogendheden (Canada, Frankrijk, Duitsland, Italië, Verenigd Koninkrijk en de VS: de donkere curve).

De Zuiderse landen hebben hun aandeel in de wereldproductie praktisch verdubbeld van 25 % in 1980 tot 47 % in 2010. De voorbije 30 jaar groeide de handel tussen de Zuiderse landen onderling van 10 % van de wereldhandel naar 25 %. De handel tussen de landen in het Noorden viel echter terug van 46 % van de wereldhandel tot 30 %. Binnenkort zal de Zuid-Zuid-handel omvangrijker zijn dan de Noord-Noord-handel. Het rapport voorziet dat deze opkomst van het Zuiden verder zal gaan en zelfs zal versnellen in de 21e eeuw.

“Afrika is de tweede regio na Zuid-Azië waar de menselijke ontwikkeling het snelst vooruit gaat”, stelt het rapport. Het inkomen per inwoner steeg er met 5 % per jaar, dat is het dubbele van de jaren 1990. De levensverwachting steeg tussen 2000 en 2012 met 5,5 jaar tot 55 jaar, terwijl ze tussen 1990 en 2000 stagneerde. Dat gebeurde in een periode waarin de relaties met de opkomende economieën (vooral China) intenser werden.[5]

Deze evolutie zorgt voor zeer verontruste analyses in het Westen. Zo titelde de Amerikaanse krant The Global Post tijdens de recente reis van Obama in Afrika: “Obama in Africa: China 1, US 0”.[6] De krant noteert dat het handelscijfer van China met Afrika van 2011 tot 2012 steeg van 166,3 miljard dollar tot 198,5 miljard. In datzelfde jaar daalde het handelscijfer van de VS met Afrika van 125,8 miljard dollar naar 99,6 miljard.[7] De zakenwebsite Bloomberg stelt verschrikt vast dat China meer dan 150 commerciële attachés heeft in Afrika en de VS maar 6.[8]

De mythe van het Chinese imperialisme

China is sinds enkele jaren de grootste handelspartner van Afrika. Velen zien hierin het bewijs van een nieuw, Chinees imperialisme in Afrika. Het is zeker zo dat de groeiende aanwezigheid in Afrika van Chinese privéondernemingen gepaard gaat met allerlei vormen van uitbuiting zoals dat eigen is aan bijvoorbeeld lokale privébedrijven die werken volgens de principes van de vrije markt. Bovendien zijn er ook cultuurverschillen die voor spanningen zorgen. Maar de verhalen over grootschalige aankoop van landbouwgronden, wegslepen van grondstoffen aan lage prijzen en dergelijke blijken meestal hardnekkige mythes. Iemand die zich al jaren bezig houdt met het systematisch toetsen van deze verhalen aan de feiten, is Deborah Brautigam, professor en directeur van het programma voor internationale ontwikkeling aan de John Hopkins universiteit in Washington. Op haar website China in Africa: the real story, haalt ze geregeld dergelijke mythen onderuit.[9] Een bezoek aan haar website kan alvast veel misverstand en fantasie de wereld uit helpen.

Het is al te gemakkelijk om de groeiende handel tussen China en Afrika te betitelen als imperialisme. Lenin geeft drie kenmerken die slaan op de internationale aspecten van het imperialisme als systeem: “de kapitaalexport krijgt in vergelijking met de warenexport, een bijzonder grote betekenis”; “er vormen zich internationale monopolistische verbonden van kapitalisten, die de wereld onder elkaar verdelen”, en “de territoriale verdeling van de wereld tussen de grootste kapitalistische mogendheden is voltooid”.[10]

Lenin maakt onderscheid tussen handel (warenexport en import) en kapitaalexport. Wat de handel betreft, mag er wel worden gewezen op het groeiende positief handelsoverschot voor Afrika. In 2012 voerde Afrika voor 113 miljard dollar uit naar China en voerde het voor 85,3 miljard dollar in. Bijna de helft van de ingevoerde producten uit China bestaat uit goederen die nuttig zijn voor de economische ontwikkeling (voertuigen, machines, generatoren).

Als we het echter hebben over de economische basis voor imperialistisch overheersing, dan gaat het over kapitaalexport door leningen of door directe buitenlandse investeringen die aan transnationale ondernemingen en banken directe macht geeft over de economie van een ander land. Dat Afrika zich blauw betaalt aan de schulden die het heeft bij het Westen is genoegzaam bekend. Die Afrikaanse schuldenlast werd opgebouwd in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw en wordt al drie decennia door het IMF gebruikt als instrument om aan de meeste Afrikaanse regeringen ultraliberale maatregelen op te leggen in het voordeel van de Westerse transnationale bedrijven. Nieuwe Chinese leningen zijn dikwijls concessioneel (niet winstgevend) of ze gebeuren in een scenario dat eigenlijk neerkomt op ruilhandel (olie of koper in ruil voor infrastructuurwerken). China scheldt ook geregeld schulden kwijt zonder voorwaarden. Het IMF ziet er bovendien nauwkeurig op toe dat Afrikaanse landen met een hoge schuldenlast ‘zeker geen nieuwe schulden kunnen maken’. Kortom op het vlak van kapitaalexport via leningen heeft het Westen Afrika al lang in de tang en krijgt China, als het dat al zou willen, als kandidaat-imperialist tot nu toe geen kans.

Kapitaalexport via directe buitenlandse investeringen zorgt ervoor dat transnationale bedrijven eigendommen verwerven in andere landen. En ook hier blijkt China nog altijd op een veel lager niveau te staan dan het Westen.

Eind 2011 kende de gecumuleerde waarde van investeringen in Afrika volgende volgorde: Frankrijk heeft 58 miljard dollar, de VS 57 miljard dollar, Groot-Brittannië 48 miljard dollar, Maleisië 19 miljard dollar, Zuid-Afrika 18 miljard dollar en dan pas komt China met 16 miljard dollar en India met 14 miljard dollar.[11] Deze verhoudingen blijven eveneens behouden als men de jaarlijkse investeringen bekijkt tussen 2003 en 2009.[12] Voor China is de kapitaalexport in vergelijking met de warenexport dus nog maar weinig ontwikkeld.

Westerse regeringen zijn directe belangenverdedigers van banken en transnationale ondernemingen

In tegenstelling tot China treden Westerse regeringen op als directe belangenverdedigers van hun banken en transnationale ondernemingen in Afrika.

De politieke en militaire inmenging van de VS en Europa in Afrika steekt schril af tegenover de politiek van de Chinese regering die gestoeld is op respect voor mekaars soevereiniteit, niet inmenging in binnenlandse aangelegenheden, gelijkheid en wederzijds voordeel.

Als het Westen Libië plat bombardeert of president Gbagbo omverwerpt in Ivoorkust, dan zien we daarna grote delegaties van zakenlui die samen met hun ministers van Buitenlandse Zaken de buit komen binnen halen. Maar ook in tijden van relatieve vrede krijgen Westerse transnationale bedrijven stevige rugdekking in de vorm van politieke en diplomatieke druk en militaire garanties. Hoe dat in zijn werk gaat wordt zeer duidelijk uit de doeken gedaan in het boek Grondstoffenjagers van Raf Custers. In hoofdstuk 7 gaat Custers in op de manier waarop de Canadese en Amerikaanse regering alle denkbare druk en inmenging inzetten om de belangen van hun respectieve mijnreuzen First Quantum en FreeportMcMoran te verdedigen.[13]

Wat gebeurt er als een Chinese bank een grote investering doet in Afrika? Toen de Congolese regering het in 2008 aandurfde om het fameuze China-contract te sluiten dat voorzag in een investering van 9 miljard dollar (3 miljard in mijnbouw en twee schijven van 3 miljard elk in aanleg van wegen, hospitalen, scholen…) af te betalen met het koper en kobalt dat het mijnproject zou produceren, stak in het Westen een storm van woede en verontwaardiging op. Deze woede en verontwaardiging werden vertaald in twee jaar chantage door het IMF met als resultaat dat één schijf van 3 miljard dollar wegviel en dat de Chinese Eximbank die de investering financierde dat mocht doen zonder enige garantie, volledig op eigen risico, iets wat geen enkele kapitalistische bank normaal zou doen. Natuurlijk zorgde dit voor een zware vertraging van de uitvoering van het hele project. Vijf jaar later zijn er nog maar voor 458 miljoen dollar infrastructuurwerken uitgevoerd en 540 miljoen dollar in het mijnproject geïnvesteerd. Maar dan wel zonder dat daar één kilo koper of kobalt tegenover stond. Toen de Chinese Eximbank als garantie voor de hele operatie de 32 % aandelen van Congo in het mijnproject wilde overnemen, werd dit geweigerd en vandaag worden de onderhandelingen gewoon verder gezet. Van chantage, dreigementen of militaire druk vanuit de Chinese regering is geen sprake.[14]

De 21e eeuw zal de opkomst van Afrika zien

De veranderende internationale krachtsverhoudingen maken dat de Afrikaanse elites zich meer tegen de oude koloniale meesters durven afzetten. De Zuid-Afrikaanse president Zuma vertelde bijvoorbeeld tijdens een interview aan de Financial Times: “Als jullie Afrika blijven behandelen als een voormalige kolonie, dan zullen de mensen zich tot nieuwe partners wenden die hen op een andere manier behandelen.”[15]

Na eeuwen van slavenhandel, kolonisering, koloniale oorlogen, neokoloniale dictaturen, inmenging en staatsgrepen in dienst van Westerse belangen, krijgen Afrikaanse leiders nu de mogelijkheid om met partners in zee te gaan die hen behandelen als gelijken. Ze kunnen bovendien de verschillende nieuwe partners en de oude meesters tegen elkaar uit spelen om betere voorwaarden te verkrijgen voor de eigen economische ontwikkeling. Dat biedt de mogelijkheid om de draad terug op te nemen van de jaren 1960, de tijd van de grote Afrikaanse nationalisten en antikolonialen, en zich onafhankelijker op te stellen.

Henri Mova Sakanyi, ambassadeur van de Democratische Republiek Congo in Brussel, tevens academicus en professor internationale relaties, schrijft naar aanleiding van de Chinees-Afrikaanse samenwerking: “Afrika bezit 30 % van de grondstoffenreserves. Het continent biedt een enorm potentieel aan hernieuwbare energiebronnen. De landbouwproductie van Afrika vertegenwoordigt 66 % van de cacao, 40 % van de palmolie enzovoort.” Sakanyi besluit dat “de 21e eeuw de eeuw van de opkomst van Afrika zal zijn.”[16]

Groeiende agressiviteit van het Westen als antwoord

De Westerse overheersing wordt momenteel in vraag gesteld door de tendens naar soevereine ontwikkeling in het Zuiden, mee voortgestuwd door de opkomende economieën. Maar dit vormt een direct gevaar voor het imperialisme als systeem. Het Westen antwoordt met groeiende militaire agressiviteit.

In Horizons stratégiques lezen we dat niet alleen regionalisme, tribalisme of religieus radicalisme problemen zijn waar het Franse leger de komende decennia in Afrika mee geconfronteerd zal worden. Maar ook “nationalistische en/of pan-Afrikaanse gevoelens zouden zich kunnen ontwikkelen, soms ten nadele van de Westerse belangen”. Een andere grote dreiging: “De vermindering van het relatief aandeel van Europa als belangrijkste donor van ontwikkelingshulp zou de gerichtheid van Afrikaanse landen ten Zuiden van de Sahara op Europa kunnen aantasten ten voordele van de belangrijkste opkomende economieën.”

De Franse strategen voorzien nog een hele reeks Afrikaanse oorlogen: “Het einde van het taboe op de onaantastbaarheid van de grenzen zou een watervaleffect kunnen hebben in het hele continent en daarbuiten.” En daarbij horen de nood aan Westerse militaire interventies en ze besluiten: “Afrika zal een zone blijven die begeerd wordt en waar conflicten kunnen uitbreken en het zal een prioritaire strategische zone zijn voor Frankrijk.”[17]

De versie van 2013 van de National Security Strategy van de VS zegt dan weer laconiek: “De verschuiving van het geopolitieke zwaartepunt van West naar Oost zal een doorgedreven vermindering eisen van militair personeel in Europa om meer troepen te plaatsen in Azië en Afrika.”

Afrika het slagveld van de toekomst

In 2007 werd naast de bestaande vijf grote commandocentra van waaruit het optreden van het VS-leger in de hele wereld wordt geleid, een zesde commandocentrum opgericht onder de naam AFRICOM. Het ging om de belangrijkste hervorming van de commandostructuur van het VS-leger sinds de Tweede Wereldoorlog. Doel is alle en activiteiten van het VS-leger in Afrika te coördineren.

Sindsdien groeit de aanwezigheid van het VS-leger in Afrika op een haast onmerkbare manier maar zeer snel via allerlei kleinschalige veiligheidsoperaties, trainingsprogramma’s en oefeningen. Nick Turse, uitgever van de website TomDispatch.com die zorgvuldig informatie geeft over het VS-leger, publiceerde een kaart met een overzicht van de uitbouw van een indrukwekkend netwerk van Amerikaanse militaire aanwezigheid op het Afrikaanse continent.[18]

Figuur 1. Militaire aanwezigheid van de VS in Afrika[19]

Militaire aanwezigheid van de VS in Afrika

Turse vult deze kaart aan met twee andere elementen. Hij heeft het ten eerste over een logistiek netwerk dat de kleine en grote vestingen van het VS-leger (op de kaart punten 4) met elkaar moet verbinden voor de aanvoer van voedsel, brandstof en uitrusting van de Amerikaanse troepen. Luitenant kolonel Corrick van de logistieke eenheid van het VS-leger noemde dit, met een verwijzing naar Marco Polo “de nieuwe kruidenroute voor Afrika” en schreef dat dit netwerk steeds verder groeit en “zich uiteindelijk over heel Afrika zal uitstrekken”.[20]

Turse vermeldt ten tweede ook een reeks logistieke hubs aan de rand van Afrika: in Spanje, Griekenland, Sicilië. Hij vermeldt investeringsprojecten in bestaande militaire basissen vanwaar AFRICOM in de toekomst grotere militaire operaties in Afrika kan lanceren. Zoals de uitbouw van de militaire luchtmachtbasis in Caserna Del Din in Noord-Italië (310 miljoen dollar). En de grote militaire basis Camp Lemonnier in Djibouti, in dienst sinds 2001; er zijn vandaag al 4000 VS-soldaten gestationeerd. (400 miljoen dollar tussen 2013 en 2017 waaronder 150 miljoen voor logies voor nog meer troepen).

Turse noteert dat de kaart met AFRICOM-activiteiten doet denken aan “een veld vol paddestoelen na een regenbui”. Op haast onmerkbare manier is het VS-leger op korte tijd Afrika binnengeslopen. Turse citeert luitenant-kolonel Beaurpere: “Een directe openlijke aanwezigheid van VS-troepen op het Afrikaanse continent kan consternatie veroorzaken bij onze partners die fier zijn op hun verworven onafhankelijkheid en zelfstandig hun veiligheid willen verdedigen.” Generaal Rodriguez die sinds oktober 2012 AFRICOM leidt, beaamt: “De geschiedenis van de Afrikaanse naties, het kolonialisme, al die zaken tonen ons aan dat we moeten optreden met een lichte voetafdruk.”

De Amerikaanse militaire strategen zijn zich ervan bewust hoe diep het antikolonialisme geworteld zit. Niet alleen bij de Afrikaanse bevolking maar ook bij hun partners, dit wil zeggen de Afrikaanse leiders met wie ze akkoorden sluiten. En ze gaan daar voorlopig zeer tactisch mee om. “Op discrete manier zijn het Pentagon en AFRICOM Afrika aan het ombouwen tot het slagveld van de toekomst”, besluit Turse.

Ook Frankrijk is van de partij

Frankrijk had al sinds verschillende decennia vaste basissen in Djibouti (1900 manschappen), Gabon (900) en Senegal (350). De voorbije decennia verhoogde het Franse leger echter zijn militaire aanwezigheid in landen als Ivoorkust (450), Mali (1000 vanaf januari 2014), Tsjaad (950) en de Centraal-Afrikaanse Republiek (200).[21] Ten slotte zijn er ook Franse troepen discreet aanwezig in landen als Burkina Faso (aantal onbekend)[22] en Kameroen (500)[23]. Het gestaag opdrijven van het aantal troepen gebeurde tijdens en in de nasleep van recente oorlogsoperaties in Ivoorkust, Mali, Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek. Vooral het Malinese leger werd net als de andere West-Afrikaanse legers de voorbije decennia speciaal verzorgd met allerlei trainingsprogramma’s. De Franse generaal Bruno Clément-Bollée, verantwoordelijk voor het opleidingsprogramma van het Malinese leger, somde tijdens een interview de reeks op: Flintlock, Acri, Acot, Recamp en nu EUTM (de actuele missie van de Europese Unie voor de vorming van het Malinese leger). De interviewer reageert “Als je ziet hoe dat Malinese leger vorig jaar is ineen gestort, dan heb je het gevoel dat al die programma’s mislukt zijn.” De generaal antwoordt: “Waarom de instrumenten van defensie af en toe ineen stuiken ondanks die hulp die we nu al vijftigtal jaren geven? De soevereiniteit van de landen legt veel uit. Meer bepaald de soevereiniteit op het gebied van het personeelsbeleid: wat doet men met de chefs? Wie zijn die chefs?”[24]

Met andere woorden Afrikaanse naties moeten hun soevereiniteit opgeven en hun militair apparaat onder Westerse voogdij stellen. Franse generaals moeten kunnen beslissen welke generaals aan het hoofd komen van de West-Afrikaanse legers.

Het debat binnen links

Het Afrikaanse continent zal in de komende decennia snel evolueren. Westerse regeringen zullen zich steeds agressiever opstellen in Afrika. De strategen van AFRICOM ontwikkelden een tactische aanpak die rekening houdt met de diepgewortelde antikoloniale gevoelens en de onafhankelijkheidswil die leven onder het Afrikaanse volk en bij heel wat Afrikaanse politieke leiders.

Maar binnen links nemen velen deze grondstroom al enkele decennia lang niet meer ernstig. Al te veel wordt er op korte termijn en gevoelsmatig gereageerd op humanitaire crisissen en wantoestanden. Dat vertaalt zich in de visie van het humanitaire en verlichte Westen tegen de barbaarse en corrupte Afrikaanse leiders. Deze beeldvorming maakt blind voor het echte politieke leven op het continent en voor de reële doelstellingen en de inzet van de Afrika-politiek van Westerse regeringen. ‘Kritisch zijn ten aanzien van onze regeringen’, wordt in Europa dikwijls vertaald in het eisen van nog meer inmenging van het Westen tegen de Afrikaanse leiders.

Afrika bekijken door de bril van de onafhankelijkheidsstrijd en de eigen geschiedenis, zorgt voor een heel andere kijk.

In Latijns-Amerika kan links bogen op twee eeuwen ervaring met politiek verzet dat begon met Bolívar, Toussaint Louverture, José Marti... De Bolívars en Marti’s in Afrika heten Kwame Nkrumah, Patrice Lumumba, Um Nyobé… Ze behaalden pas 150 jaar na Bolívar de eerste grote overwinningen tegen de Westerse overheersing in Afrika.[25] In de jaren 1960 en 1970 hebben de oude koloniale machten en de VS van het gebrek aan politieke en organisatorische ervaring van deze leiders gebruik gemaakt om de meesten uit te schakelen, dikwijls door staatsgrepen en moorden.

Na de nederlagen van deze eerste generatie Afrikaanse leiders die de onafhankelijkheid afdwongen, vormde er zich, met steun en bescherming van het Westen, een compradore-burgerij.[26] Deze burgerij baseert zich op alle mogelijke reactionaire feodale elementen in de Afrikaanse samenleving. Met irrationalisme, regionalisme, tribalisme, tracht men een deel van de bevolking achter zich te krijgen in de strijd om de macht. Individualisme uit zich in de strijd van de chefs, waar intriges als normale politieke methoden worden bekeken.

Daarbovenop zorgde de interne strijd binnen de internationale communistische beweging en oppervlakkige interpretaties van het marxisme in de jaren 1960-1990 voor verwarring en ontsporing binnen de linkse revolutionaire beweging in Afrika. Een beweging als de UNITA van Savimbi zag er geen graten in om een front aan te gaan met de CIA en het apartheidsregime om in naam van het marxisme-leninisme het zogenaamde sociaal-imperialisme van de toenmalige Sovjet-Unie te bestrijden.[27] Anderen, zoals de huidige president van Congo-Brazzaville, Sassou, of de voormalige president van Ethiopië, Menghistu, kozen tijdens de Koude Oorlog opportunistisch kamp voor Moskou en ze installeerden regimes die ze marxistisch noemden maar dat helemaal niet waren. Wel was er een zeer belangrijke bijdrage vanuit Cuba aan de bevrijdingsstrijd in Angola en de strijd tegen het apartheidsregime; het positieve effect van de Cubaanse bijdrage is tot vandaag voelbaar.[28]

In deze context wil het hedendaagse Afrika, in een snel veranderende wereldsituatie, het voorbeeld volgen van de opkomende landen als China, India en Brazilië. Bij de Afrikanen zelf en ook bij een grootaantal van hun leiders zit het verlangen naar onafhankelijkheid en vooruitgang nog steeds diep geworteld. Maar het continent moet ook het hoofd bieden aan steeds agressievere inmenging en tussenkomsten van de VS en van Europese regeringen.

Telkens is het resultaat dat de compradore-burgerij nog meer wordt versterkt. Dat zien we duidelijk na Westerse tussenkomsten in Zuid-Soedan, Somalië, Libië, Mali, Ivoorkust, Rwanda en Burundi. Washington tracht steeds ‘politieke oplossingen’ op te leggen die de etnische en/of religieuze verdeling bestendigen. Het VS-imperialisme probeert ook grote Afrikaanse staten op te splitsen in kleinere, etnisch zogezegd meer homogene eenheden, zoals in Soedan (wat gelukt is met de afsplitsing van Zuid-Soedan) en de Democratische Republiek Congo (door de steun aan de Rwandese agressie in Oost-Congo). 

Midden de ideologische verwarring hanteren sommige opposanten van nationalistische regeringen vlot marxistisch klinkende taal en klagen de Afrikaanse nationalistische leiders als verraders aan omdat ze “niet handelen als een Chavez”.[29]

Maar de landen van Zuidelijk Afrika, verenigd in de Ontwikkelingsgemeenschap voor Zuidelijk Afrika (SADC)[30] slagen er in om zich als blok onafhankelijk op te stellen. In hun regio vind je geen basissen of nederzettingen van het VS-leger. De Zuid-Afrikaans president Zuma nam de leiding van het verzet tegen de oorlog in Libië. De SADC vocht na de mislukking van de bemiddelingspoging in Libië met succes voor het leiderschap van de Afrikaanse Unie met het doel de pan-Afrikaanse eenheid opnieuw te verstevigen.

De voorbije jaren beslisten de presidenten van Angola, Zuid-Afrika en de Democratische Republiek Congo om een hechte politieke, militaire en economische alliantie op te bouwen. Ook dit gaat lijnrecht in tegen de recepten van de VS en Europa. Beslissend hierbij is ook dat in het grote centraal gelegen Congo, Joseph Kabila nu al 12 jaar te midden van oorlogen en hevige permanente politieke aanvallen en diplomatieke druk, de eenheid van het land blijft verdedigen en zelfs een begin van economisch relance kan voorleggen. Lumumba werd al na 2,5 maand uitgeschakeld, Laurent Kabila hield slechts 3 jaar en 8 maand stand.

In de Hoorn van Afrika is er veel verzet tegen de Westerse inmenging. Eritrea bouwt er hardnekkig een staat en samenleving op die op eigen krachten steunt.

Linkse, marxistische partijen uit alle hoeken van het continent hebben zich de voorbije jaren verenigd in het African Left Network Forum en publiceren hun gezamenlijke verklaringen op hun website http://www.alnef.org.za/.

Natuurlijk is dit Afrika in verzet onderwerp van debat. Het vandaag overheersende ideaal bij Afrikaanse nationalistische leiders om aan te sluiten bij de opkomende economieën, biedt op korte termijn een alternatief voor de Washington-consensus die door het IMF nu al decennia lang wordt opgelegd. Dat geeft ook een stevige duw aan het streven naar echte onafhankelijkheid en vooruitgang. Maar het heeft ook zijn beperkingen. De uitdagingen in Afrika zijn, net als in het hele Zuiden, op lange termijn niet te beantwoorden met de principes van de vrije markt die juist de kern uitmaken van de economische politiek van de opkomende economieën.[31]

Men kan zich ook afvragen of sommige nationalistische Afrikaanse leiders soms niet teveel compromissen sluiten. Waarom ze niet meer energie steken in de organisatie van een echte volksbeweging die hun project nog beter zou kunnen dragen. Of waarom sommige linkse politieke en syndicale bewegingen er niet in slagen een beslissende impact te hebben op het politieke leven. Maar dit debat heeft pas echt zin, als men zich eerst principieel opstelt binnen het kamp van het reële verzet tegen de groeiende agressiviteit van de VS en de Europese Unie en indien men wil leren van de Afrikaanse onafhankelijkheidsstrijd.

Tony Busselen (tony.busselen at gmail.com) is auteur van Une histoire populaire du Congo, Aden, 2010. Hij is lid van het Internationaal Departement van de Partij van de Arbeid van België.


[1] Délégation aux affaires stratégiques, Horizons stratégiques, Ministère de la Défense, 5 augustus 2013. Zie: http://www.defense.gouv.fr/das/reflexion-strategique/prospective-de-defe....

[2] University of Texas, Austin, National Security Strategy 2013. Zie: http://www.utexas.edu/lbj/sites/default/files/file/news/National%20Secur....

[3] Volgende landen maken deel uit van de G7: Verenigde Staten van Amerika, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Japan, Canada en Italië.

[4] 34 van de meest geindustrialiseerde landen zijn lid van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Zie: http://www.oecd.org/.

[5] The 2013 Human Development Report, The Rise of the South: Human Progress in a Diverse World, 2013. Zie: http://www.undp.org/content/dam/undp/library/corporate/HDR/2013GlobalHDR....

[6] Erin Conway-Smith, The Global Post, Obama in Afirca: China 1, US 0, 1 juli 2013. http://www.globalpost.com/dispatch/news/regions/africa/south-africa/1306....

[7] Idem.

[8] Bloomberg, Obama’s Opportunity to Improve US investment in Africa, 7 juli 2013. Zie: http://www.bloomberg.com/news/2013-07-07/obama-s-opportunity-to-improve-....

[10] Lenin, Imperialisme als hoogste stadium van kapitalisme, [1916] hoofdstuk 7. Zie: https://www.marxists.org/nederlands/lenin/1916/imperialisme/index.htm.

[11] The UN Conference on Trade and Development (UNCTAD), The Rise of BRICS FDI and Africa, 25 maart 2013. Zie: http://unctad.org/en/PublicationsLibrary/webdiaeia2013d6_en.pdf.

[12] The China Analyst, Resources for Infrastructure: China's Role in Africa’s New Business Landscape, september 2011. De tweede grafiek geeft de directe investeringen per jaar. Zie: http://www.thebeijingaxis.com/tca/editions/the-china-analyst-sep-2011/88....

[13] Raf Custers, Grondstoffenjagers, Uitgeverij EPO, Antwerpen, 2013, p. 133-156.

[14] Johanna Jannson, The Sicomines agreement revisited: prudent Chinese banksand risk-taking Chinese companies, in Review of AfricanPoliticalEconomy, Roskilde University, Denemarken, 1 maart 2013, p. 157.

[15] Jacob Zuma, Zuma warns West’s colonial ‘corporates’, Financial Times, 3 maart 2013.

[16] Henri Mova Sakanyi, La Chine en Afrique : Grammaire d’un basculement géopolitique, Dounia n°3, september 2010, p.117-118.

[17] Horizons stratégiques, Ministère de la Défense , 5 augustus 2013, p. 212-214.

[18] Nick Turse, AFRICOM's Gigantic “Small Footprint”, Tomdispatch.com, 5 september 2013. Zie: http://www.tomdispatch.com/blog/175743/.

[19] Deze kaart werd gerealiseerd door Steven Struyf voor Marxistische Studies. Hij bouwde hiervoor verder op de kaart van Nick Turse, The Nature of the US Military Presence in Africa, TomlDispatch.com, 26 juli 2012.

[20] Nick Turse, The Nature of the US Military Presence in Africa, TomlDispatch.com, 26 juli 2012.

[21] Franse ministerie van Defensie, Opérations (http://www.defense.gouv.fr/operations/) en Forces prépositionnées. (http://www.defense.gouv.fr/ema/forces-prepositionnees). Cijfers werden genoteerd op 25 september 2013.

[22] JeuneAfrique, Au Burkina l’armée française se fait discrète, 16 mei 2012.

[23] Le Messager, L'armée française fait la Police au Cameroun!, 26 augustus 2013.

[24] Idem.

[25] Ludo Martens, Che Guevara, Le Congo et l’Afrique, Kinshasa, 23 april 2005.

[26] Compradore-burgerij is een burgerij die haar rijkdom haalt uit de bemiddeling tussen koloniale of neokoloniale bedrijven en regeringen en de plaatselijke staat en economie. In tegenstelling tot de nationale burgerij parasiteert ze dikwijls op haar posities in het staatsapparaat en levert geen echte productieve bijdrage tot de plaatselijke economie.

[27] Ludo Martens, La politique de Léonid Brezjnev et la théorie du ‘social-impérialisme’, 30 april 2000, p. 16-17.

[28] Jihan El Tahri, Cuba, une odyssée africaine, reportage, coproductie van ARTE France, Temps noir, Big Sister, ITVS, BBC, 2007.

[29] Mbelu Babanya Kabudi, Un leadership collectif, responsable et visionnaire pour la RDC, www.ingeta.com, 8 april 2013. Dezelfde Mbelu verwijst geregeld naar Chávez, Michel Collon en Stiglitz. Maar hij schreef tevens een lofbetuiging aan Honoré Ngbanda, veiligheidschef van Mobutu en somde een tiental vooraanstaande mobutisten op die volgens hem in aanmerking komen om deel uit te maken van een collectief leiderschap dat zich zou inspireren op Chávez als alternatief voor president Kabila.

[30] Ontwikkelingsgemeenschap voor Zuidelijk Afrika, in het Engels afgekort als SADC, South African Development Community.

[31] Communistische Partij van Zuid-Afrika, The South African Road to socialism, 13th Congress Political Program of the SCAP 2012-2017, chapter 2 Why Socialism?, juli 2012.

Zie ook Samir Amin, De opkomende landen en de uitdagingen van de globalisering, in Marxistische Studies, nr. 99, 2012. Zie: http://marx.be/nl/content/archief?action=get_doc&id=93&doc_id=574.