De verkiezingsresultaten van oktober 2015 in Portugal

Auteur: 
Joaquim Da Fonseca

We leven in economisch turbulente tijden. Terwijl de 1 % rijksten zich onnoemelijk verrijkt, moet de meerderheid van de Europeanen harde besparingsmaatregelen verteren. De sociaaldemocratische partijen kunnen hun rol van verdedigers van de arbeiders niet langer waarmaken en voeren een liberaal beleid. Zelfs de schamelste pogingen tot verandering worden verpletterd door de Europese machine, zoals onlangs nog in Griekenland. Als mensen zien dat de wereld vierkant draait, bestaat het risico dat ze verbitteren. De zoektocht naar verandering kan twee kanten uit: vooruit, naar een sociaal alternatief, of achteruit, naar extreemrechtse, nationalistische en simplistische oplossingen.

Ook de Portugezen zijn op zoek naar een alternatief. Om historische redenen vormen extreemrechtse partijen van het slag van het FN in Frankrijk er niet dezelfde bedreiging. In de voorbije parlementsverkiezingen van 5 oktober 2015 heeft ‘echt’ links een doorbraak geforceerd, net zoals in Spanje: het Links Blok (BE, Bloco de Esquerda) en de Communistische Partij (PCP) behaalden 20 % van de stemmen. Rechts, dat sinds vier jaar aan de macht was, verloor zijn meerderheid in het parlement. Die verkiezingsuitslag heeft geleid tot een regering van de Socialistische Partij die voor bepaalde maatregelen de steun zal krijgen van het Links Blok en de PCP.

Wat kunnen we van zo’n regeringsformule verwachten? Gaat het om een regeringscoalitie die een links beleid zal voeren? Om de vorming van deze PS-regering te begrijpen moeten we even terugblikken op de vijf voorbije besparingsjaren in Portugal.

Het besparingsbeleid van de Socialistische Partij

De schuldencrisis en het pact met de Trojka

De besparingen worden ingevoerd in de context van de economische wereldcrisis op het einde van de jaren 2000. In 2009 wordt Portugal geleid door een minderheidsregering onder leiding van de PS. Zoals in veel andere landen doen ook hier de banken een beroep op de nationale schatkist om het hoofd boven water te houden. Het gaat specifiek om de Banco Português de Negócios (BPN) en de Banco Privado Português (BPP). Na de redding van deze twee bankinstellingen kan de Portugese overheid nog moeilijk geld lenen op de markt om de schulden af te lossen. De socialistische premier José Sócrates werkt een besparingsplan uit dat beantwoordt aan de Europese verwachtingen inzake stabiliteit en groei.

De PS krijgt in het parlement de steun van de rechtse partijen, de Democratische Socialistische Partij (PSD) en de Partido Popular (PP).1 Tussen maart en november 2010 keuren zij drie Programas de Estabilidade e Crescimento (PEC – Stabiliteits- en groeiprogramma’s) goed. Deze PEC’s voorzien in een bevriezing van de lonen en een daling van het ambtenarenbestand, de privatisering van talrijke overheidsbedrijven en een verhoging van de btw van 21 naar 23 %.

In maart 2011 kan Sócrates geen meerderheid meer bekomen voor zijn vierde besparingsplan en dient hij zijn ontslag in. Er worden nieuwe verkiezingen uitgeschreven voor juni.

Omdat de regering van lopende zaken niet langer haar schuldverplichtingen kan nakomen, kondigt ze op 6 april 2011 onderhandelingen aan met het Internationaal Muntfonds (IMF) en de Europese Unie.

Op 5 mei 2011 sluit Sócrates een akkoord met de Europese Centrale Bank, de Europese Commissie en het IMF. Portugal krijgt een lening van 78 miljard euro en moet in ruil een reeks structurele en budgettaire maatregelen nemen onder voogdij van de Trojka. Dit memorandum legt heel wat sociale, politieke, economische en fiscale hervormingen op.2 De verkiezingen, nauwelijks een maand na de ondertekening van het akkoord, verontrusten de Europese Commissie. Op de vooravond herinnert ze eraan dat “het akkoord na de verkiezingen in zijn geheel moet uitgevoerd worden, ongeacht de resultaten”. “Het succes van het programma hangt af van de prompte uitvoering ervan. De volgende regering moet de verantwoordelijkheid voor het programma op zich nemen en de maatregelen uitvoeren.”3

Rechts wint de verkiezingen van 2011

De Portugese PS heeft het land geleid volgens dezelfde liberale recepten als veel andere rechtse partijen en heeft zelf de eerste grote bezuinigingsmaatregelen doorgevoerd. De PEC’s waren volgens Sócrates een manier om onder de voogdij van het IMF uit te komen. “Não estou disponível para governar com o FMI”, zei hij in maart 2011. “Ik ben niet beschikbaar om te regeren met het IMF.”4 Maar op 3 mei ondertekende hij het memorandum en zingt het welbekende refrein: “Zonder ons zou het nog veel erger geweest zijn.” Het is dan ook logisch dat de PS de verkiezingen van juni 2011 verliest; in de veralgemeende paniek duwen de media en de internationale pers Portugal bovendien in de armen van Passos Coelho, de leider van de centrumrechtse PSD.

In juni 2011 behaalt de PSD 108 van de 230 zetels in het Portugese parlement. Voeg daarbij de 24 zetels van de rechts radicale partij Partido do Centro Democrático e Social - Partido Popular (CDS-PP) en je bekomt een absolute meerderheid die het door de Trojka verwachte bezuinigingsbeleid tot een goed einde zal brengen. Coelho stelt overigens het IMF en de schuldeisers meteen gerust tijdens de verkiezingsnacht: “Ik zal er alles aan doen om diegenen die vanuit het buitenland naar ons kijken gerust te stellen: Portugal zal geen last zijn voor andere landen die ons het nodige geleend hebben opdat wij onze verantwoordelijkheden en verbintenissen zouden kunnen nakomen.”5

Vier besparingsjaren

Een ijverige regering

Passos Coelho wil niet alleen de besparingsmaatregelen doorvoeren, hij wil de verwachtingen van de geldschieters nog overtreffen: het begrotingstekort tot 3 % terugbrengen en Portugal volledig hervormen.

Tussen juni 2011 en januari-mei 2015 voert de Portugese regering 4 soorten maatregelen door.6

  • Een drastische daling van de overheidsuitgaven. De begrotingen van de gezondheidssector, het onderwijs, het transport en justitie worden gekort. Tussen 2010 en 2014 moet de gezondheidszorg het doen met 2,5 miljard euro minder. Er wordt gesnoeid in het personeel van de openbare diensten (onderwijzers, ambtenaren, bedienden). De arbeidsduur wordt verlengd van 35 naar 40 uur per week zonder loonsverhoging. Werknemers die meer dan 1.000 euro netto verdienen verliezen hun dertiende en viertiende maand. De werkloosheidsuitkeringen worden beperkt tot 540 dagen en de pensioenleeftijd opgetrokken van 63 naar 66 jaar.

  • Een belastingverhoging. De regering voert de btw-verhoging door die de vorige regering al had gepland: ze stijgt van 21 naar 23,25 % voor alle producten en van 5 naar 21 % voor water, gas en elektriciteit. De sociale bijdrage van de bedienden stijgt van 13 naar 18 %. In de openbare diensten zoals het vervoer en de gezondheidszorg komen nooit geziene tariefverhogingen. Het remgeld bij doktersbezoeken klimt van 5 naar 20 euro.

  • De privatisering van overheidsbedrijven. De post (CTT Correios), de vlieghavens (Aeroportos de Portugal), de energiebedrijven (het gasbedrijf REN), het goederenvervoer per spoor (CP Carga…) en de belangrijkste overheidsverzekeraar Caixa Seguros) worden te koop gezet.

  • Een concurrentiebeleid en de afschaffing van sociale rechten. Coelho vermindert de vergoedingen bij afdanking met 50 %, versoepelt de procedure voor collectieve afdankingen, vermindert de bedrijfsbelasting van 28 naar 20 % en maakt komaf met de verhoogde compensaties voor overuren. Tussen 2010 en 2015 zal het aantal Portugezen dat nog beschermd is door een collectieve arbeidsovereenkomst dalen van 1,5 miljoen naar 300.000.

Coelho, de voorbeeldige leerling

De regering van Passos Coelho is een voorbeeldige leerling en de Trojka blijft haar dan ook gedurende heel de legislatuur de hemel in prijzen. Merkel, Juncker, Lagarde, een voor een komen ze naar Lissabon om de premier te feliciteren voor zijn verantwoordelijkheidszin en strengheid. Ongetwijfeld zijn ze veel te druk bezig met Coelho te bewieroken om de manifestanten te horen die telkens hun bezoekjes opfleuren met gejouw tegen de dictaten van de Trojka.7

Hier volgt een staaltje van de ijver van de regering. Wanneer het Grondwettelijk Hof in 2013 en 2014 oordeelt dat de doorgevoerde maatregelen ongrondwettelijk zijn, legt Passos Coelho het advies naast zich neer. In april 2013 verklaart de Europese Commissie dat zij “met genoegen vaststelt dat de Portugese regering, na de beslissing van het Portugese Grondwettelijk Hof over de begroting voor 2013, bevestigt vast te houden aan het aanpassingsplan, met inbegrip van de fiscale doelstellingen en het respecteren van de toekomstige aflossingstermijnen. Elke afwijking van de doelstellingen van het programma of elke heronderhandeling ervan zou de overeengekomen inspanningen die al door de Portugese burgers werden gedaan, te niet doen. […] De Commissie heeft er alle vertrouwen in dat de Portugese regering de gepaste maatregelen zal nemen om de begroting aan te passen met respect voor het programma dat door de Trojka wordt gesteund.”8

Syndicaal en politiek verzet

Passos Coelho mag dan al een goede leerling zijn in de ogen van de Europese Commissie en het IMF, het betekent niet dat de Portugezen zijn besparingsmaatregelen slikken. Hun afwijzing komt op verschillende manieren tot uiting. Om te beginnen in het parlement, waar de afgevaardigden van de communisten, de groenen en het Links Blok zich met hand en tand verzetten tegen de maatregelen van de regering van de PSD-CDS/PP. Die linkse oppositie is ook naar het Grondwettelijk Hof gestapt en zal de spreekbuis worden van het verzet op straat en op de werkvloer.

In september 2012 en november 2013 trekken miljoenen Portugezen door de straten van de grootste steden van het land. Ze beantwoorden tijdens de hele legislatuur de oproepen van de vakbondscentrales en de CGTP, de grootste vakbondsconfederatie, de burgerbewegingen en de communistische partij.

Daarnaast organiseert het verzet zich op de werkvloer, in de openbare diensten en de bedrijven. Er volgen meerdere algemene en ook sectorale stakingen, onder andere in het openbaar vervoer en het onderwijs, tegen de privatisering van de nationale luchtvaartmaatschappij TAP of van het stadsvervoer van Lissabon en Porto. De laatste staking was in juli 2015 bij het openbaar vervoer in Lissabon.

De betogingen en stakingen zetten de regering onder druk en slagen erin haar af en toe te doen terugkrabbelen. Zo moest Coelho afzien van de privatisering van het openbaar vervoer of de hervorming van de ziekteverzekering. Zonder die volksmobilisatie zou de regering nog harder toegeslagen hebben. Wat niet belet dat Coelho en Portas stevig blijven zitten aan het stuur van hun pletwals zonder zich veel te bekommeren om de wil van het volk (bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2013 leed rechts grote verliezen), het advies van het Grondwettelijk Hof, de stakingen of de alarmerende rapporten over de algemene situatie van het Portugese volk.

2014: het land op de knieën en een verzwakte economie

In mei 2014 loopt het contract met de Trojka af. De regering viert het vertrek van de inspecteurs met veel poeha terwijl het land zowel economisch als sociaal een puinhoop is. De Portugese economie zit op de knieën.9 De daling van de inkomens deed de binnenlandse vraag instorten. Dat leidde op zijn beurt tot de sluiting van talrijke ondernemingen en lokale handelszaken. Tijdens de legislatuur van Coelho is de koopkracht met 13 % gedaald.

De overheidsschuld is gestegen tot 130 % van het bnp. De nationale productie is met 7 % gekrompen. Vanaf 2014 en in 2015 zien we een bescheiden heropleving dankzij de export van diensten of halfafgewerkte producten, maar de economie blijft kwetsbaar en afhankelijk. De geplande daling van het begrotingsdeficit wordt niet gehaald: het bedraagt nu 4,8 % in plaats van de voorziene 3 %.

Het land telt nu een werkloosheidsgraad van 18 %, bij de jongeren zelfs 45 %. De minuscule daling eind 2014 (naar 13 % in april 2015)10 is grotendeels te danken aan onzekere tewerkstelling in de export van diensten (zie hierboven), aan de uitsluitingen van de werkloosheidsuitkeringen, aan het feit dat werknemers die een niet-betaalde opleiding volgen of deeltijds werken niet langer als werkzoekenden worden beschouwd en tot slot ook aan een van de frappantste gevolgen van deze besparingsgolf: veel Portugezen emigreren naar andere landen, op zoek naar werk.11 Er circuleren verschillende cijfers, maar naar schatting zouden tussen 2011 en 2014 zo’n drie- tot zeshonderdduizend Portugezen hun land verlaten hebben. Dat is 4 tot 6 %. Deze cijfers doen terugdenken aan de migratie tijdens de koloniale oorlogen en de periode van dictatuur onder Salazar.12

Ook op sociaal niveau zijn de cijfers alarmerend. 30 % van de Portugezen moet het stellen met minder dan 450 euro per maand.13 De vraag naar voedselhulp is spectaculair gestegen en Caritas Portugal rapporteert schrikwekkende cijfers over de armoede zowel onder de werklozen als onder de working poor.14 Sectoren die vroeger voor iedereen toegankelijk waren − onderwijs, gezondheidszorg, openbaar vervoer − zijn nu voor velen onbetaalbaar.

De toegang tot gezondheidszorg gaat sterk achteruit. Vaak moet je tot elf maanden wachten voor je bij een specialist terecht kunt en de prijs van de consultaties is de hoogte in geschoten.15 Het is dan ook een uitgeput volk dat zich in oktober 2015 naar de stemhokjes begeeft voor de parlementsverkiezingen.

De verkiezingen van 2015: weg met de besparingen

Enkele maanden voor de verkiezingen start Passos Coelho nog met de privatisering van de TAP en het openbaar vervoer in Porto en Lissabon. De regering injecteert in augustus 2015 ook 4,9 miljard overheidsgeld in de private Banco Espírito Santo. Noch de rechtse partijen noch het IMF steken hun postelectorale bedoelingen onder stoelen of banken: verder besparen.

De parlementsverkiezingen van 4 oktober 2015

De PSD en de CDS-PP komen op met de eenheidslijst Portugal a Frente (PaF - Portugal Vooruit). Hun ambitie: hun absolute meerderheid bevestigen. De PS van haar kant wil de eenheidslijst de loef afsteken.

De rechtse coalitie mag dan al de verkiezingen gewonnen hebben, het volk heeft echt wel de PaF afgestraft: ze verliest haar absolute meerderheid en valt van 51 % terug naar 38 %. Van de 230 zetels in het Portugese parlement kan de PaF er maar 107 binnenhalen (tegenover 131).

De PS scoort lichtjes beter dan in 2011: 32 % (tegenover 28 %) en 86 zetels (tegenover 74). De partij profiteert niet echt van de afstraffing van rechts en slaagt er niet in de grootste partij van het land te worden.

Twee partijen links van de PS konden in vergelijking met vorige verkiezingen een pak meer kiezers overtuigen: het Links Blok gaat van 5,2 % naar 10,2 % en van 8 naar 19 afgevaardigden. De CDU, de alliantie van de communisten met de groenen, gaat van 7,9 % naar 8,3 % en van 16 naar 17 afgevaardigden.

Het overgrote deel van de Portugese kiezers spreekt zich uit tegen de besparingen en de rechtse coalitie. De PS en de twee linkse formaties (de CDU en het Links Blok) behalen de meerderheid van de zetels: 122 op 230.

Welke regering?

Op de verkiezingsavond zelf verklaren de PCP en het Links Blok dat zij, ondanks hun grote meningsverschillen met de PS, bereid zijn ervoor te zorgen dat de uittredende regering niet kan terugkeren en dat zij met de PS willen vastleggen onder welke voorwaarden. Ze willen dat er een einde komt aan de bezuinigingen en de schadelijkste maatregelen van de vorige regering. Het vertrek van de uittredende regering was voor de PCP de belangrijkste boodschap die de werkende mensen bij de verkiezingen tot uitdrukking brachten. De PCP verklaart dat zij zich, om het hoofd te bieden aan de sociale en economische catastrofe in het land, heeft geëngageerd om “tegemoet te komen aan de vraag naar verandering in het nationale politieke leven”.16

De Portugese president Cavaco Silva heeft er alles aan gedaan om de vorming van een PS-regering te verhinderen. Op 22 oktober duidt hij opnieuw Passos Coelho aan als formateur, ook al heeft rechts geen meerderheid en weet hij maar al te goed dat een links akkoord in de maak is. Cavaco Silva rechtvaardigt zijn antidemocratische coup de force aldus: de Portugezen zouden alles te vrezen hebben van “een gebrek aan vertrouwen vanwege de financiële instellingen, onze schuldeisers, de investeerders en de buitenlandse financiële markten”. 17

In de weken na de verkiezingen sluiten zowel de PCP als het Links Blok afzonderlijk een bilateraal akkoord met de PS. Voor de PCP was een PS-regering het enige mogelijke alternatief. De onderhandelingen met de PS hebben geleid tot een akkoord waarin beide partijen bereid zijn om samen op te treden om tegemoet te komen aan een aantal dringende noden van de werkers en Portugese het volk. Het gaat om een aantal basismaatregelen zoals de verhoging van het minimumloon, de daling van de btw en de stopzetting van de privatiseringen.

Een globaal regeerakkoord was niet mogelijk gezien de gekende meningsverschillen over de houding tegen de buitenlandse verplichtingen (Europese Unie, NAVO, IMF) of tegenhover de belangen van het grootkapitaal.

De PCP is het eens met de thema’s die de nieuwe regering moet aanpakken op een aantal vlakken, maar helemaal niet over de oplossing. De PCP verklaart dat ze alle voorstellen zal ondersteunen die tegemoetkomen aan de belangen van de werkers en dat ze zelf ook voorstellen zal indienen in het parlement. Dat houdt in dat ze zich ook het recht voorbehoudt zich te verzetten tegen elke maatregel die zou ingaan tegen de belangen van de werkers. Dat zal geval per geval worden beoordeeld. De PCP volgt deze oriëntatie “waarbij ze haar identiteit behoudt, zonder aan de aard van de partij of andere zaken te verzaken”, preciseerde Jerónimo de Sousa, algemeen secretaris van de PCP.18 De PCP en het Linkse Blok zullen dus niet toetreden tot de regering onder leiding van van Costa.

De laatste poging van Passos Coelho loopt dan ook met een sisser af. Op 10 november weigert de meerderheid van de parlementairen (de PS, de PCP, de Groenen en het Links Blok) het vertrouwen te geven en de regering van Passos Coelho. Uiteindelijk wordt op 26 november de PS-regering in het zadel gehesen en wordt Antonio Costa, de voorzitter van de PS, eerste minister.

Een PS-regering, geen linkse regering

Er is hier dus geen sprake van een regeringscoalitie van de BE-PCP-PS, zelfs niet van een linkse regering. Het gaat om een minderheidsregering van de PS. Ze kan voor sommige initiatieven rekenen op de steun van het Links Blok, de PCP en de Groenen. De PCP heeft de PS ook beloofd dat ze elke motie van wantrouwen van de rechterzijde zou verwerpen.

Voor de PCP is het mogelijk “om beperkte maar niettemin belangrijke stappen te zetten om de afbraak van de voorbije vier jaar te keren. Dit mag niet verkeerd begrepen worden. Ze ontslaat ons niet van de doelstelling van een breuk met het rechtse beleid en de concretisering van een patriottisch en links beleid, maar vereist dat juist. Dat links beleid is absoluut noodzakelijk om te breken met de macht van het monopoliekapitaal en met de Europese kapitalistische integratie en haar overheersingsinstrumenten. De PCP zal haar organisaties blijven versterken, haar politieke initiatieven blijven uitbouwen en de massastrijd blijven aanmoedigen.”19

Voorlopige wapenfeiten van de regering en voortzetting van de strijd

Op 5 december keurt het parlement (PS, PCP, PEV en BE) de opschorting goed van de privatisering van het openbaar vervoer. De verkoop van de metro, de trams en de bussen van Porto en Lissabon aan Franse en Spaanse ondernemingen werd in 2012 door de regering van Passos Coelho opgestart. Daarnaast heeft de regering het minimumloon verhoogd tot 530 euro vanaf 2016.

Die twee wapenfeiten hebben van de PS-regering geen linkse regering gemaakt. De loonsverhoging naar 530 euro beantwoordt niet aan de syndicale eis van 600 euro. Bovendien gaat de verhoging gepaard met een daling van de patronale bijdragen.20

Deze PS-regering zou ook het rechtse beleid kunnen voortzetten. Zo heeft ze op 23 december een begrotingsaanpassing laten goedkeuren om de privébank BANIF te kunnen herfinancieren. De bank krijgt 2,5 miljard euro steun met de bedoeling de geconsolideerde bank te verkopen aan de Spaanse groep Santander… voor amper 150 miljoen euro.21 Om die maatregel erdoor te krijgen had de PS de onthoudingen van rechts nodig. De Europese Commissie was in de zevende hemel. De commissaris voor Mededinging verklaarde: “De maatregelen [voor herkapitalisatie met overheidsfondsen] die vandaag werden goedgekeurd zullen haar in staat stellen de markt op een ordentelijke manier te verlaten en zullen een solide bank de mogelijkheid bieden een groot deel van haar activiteiten in het belang van de cliënten te hernemen. De onlangs verkozen Portugese regering moest snel reageren in een moeilijke situatie en ik ben blij met de oplossing die samen met de Portugese autoriteiten werd uitgewerkt.”22

De PCP heeft tegen deze maatregel van de PS-regering gestemd. Ze stemde tegen omdat “dit beleid de banken redt en mensen opoffert. Het gaat om een stem tegen de dictaten van de Europese Unie die ingaan tegen de belangen van de Portugezen. Een stem tegen de privilegies van de bankiers die overheidsgeld gebruiken en misbruiken en een beroep doen op de overheid om hun misdaden te betalen terwijl ze zelf vrij rondlopen en in luxe leven. Het is een stem tegen de besnoeiingen in de lonen, de pensioenen, veiligheid en justitie, de culturele sector, het onderwijs, de gezondheidszorg, enkel om de avonturen van de bankiers te betalen. Het financiële systeem moet in dienst staan van het volk. Het komt alleen aan het volk toe om het financiële systeem te controleren. Enkel een bank in handen van het volk besteelt het land niet.”23

De strijd in het parlement gaat dus voort maar we moeten ook blijven op straat komen. Dat zei de algemeen secretaris van de CGTP, de belangrijkste Portugese vakbondsorganisatie, tijdens een interview aan de krant Público, kort voor de ambtsaanvaarding van Antonio Costa.

Waarom blijft de CGTP betogen? De socialistische partij heeft nu toch een regering kunnen vormen? “Om twee redenen”, zegt Armenio Carlos. “Op dit ogenblik is de medewerking van de werkers van fundamenteel belang. Zij moeten op straat komen om te bevestigen dat ze sociale verandering willen en tegelijk om invloed uit te oefenen op die verandering. En ten tweede: wij weten dat de rechtse lobby’s die het patronaat gunstig gezind zijn, heel sterk mobiliseren om het beleid van de pas geïnstalleerde regering te beïnvloeden. De arbeiders en het volk moeten hun hoofdrol blijven spelen in de beslissingen die moeten genomen worden.”24

Een verschillend traject

De EU staat in dienst van een ultraliberaal beleid, geleid door en voor de Duitse industriëlen en de Griekse poging om de dictaten van Europa naast zich neer te leggen werd door de Europese Commissie platgewalst. In die context heeft Portugees links gekozen voor een poging tot ommekeer van het besparingsbeleid.

Die strijd is essentieel en biedt een perspectief aan de vaak wanhopige bevolking die op zoek is naar een alternatief en hoop. Zonder die hoop kunnen de volkeren van Europa de meest duistere richtingen uitgaan, zoals we onlangs hebben gezien in Frankrijk.

Vandaag kunnen ongetwijfeld beperkte gevechten worden gewonnen. Daarbij mogen we niet uit het oog verliezen dat op middellange termijn, als we een toekomst willen voor de mensheid, een radicale verandering op economisch, ecologisch en politiek vlak nodig zal zijn.

Een verhoging van het minimumloon met 70 euro kan mager lijken, maar het ziet ernaar uit dat in de huidige situatie, zelfs voor dit soort beperkte doelstellingen de strijd grimmig zal zijn, ook in Portugal. Er wacht een moeilijke strijd tegen de lobby’s van de rechtse krachten in Europa maar ook in eigen land. Want zij gaan er alles aan doen om elke poging om af te wijken van het ultraliberale besparingsmodel, te verijdelen.

De linkse partijen die in Europa echt kiezen voor een progressief beleid voor het volk, voor een beleid dat breekt met het kapitalisme, moeten kant kiezen voor de Portugese linkerzijde.

Joaquim Da Fonseca (joaquim.df at gmail.com) is coördinator in een wijkcentrum in Brussel. Hij heeft hedendaagse geschiedenis gestudeerd aan de UCL. 


1 De Socialistische Partij (SP) is een sociaaldemocratische partij. De Partido Socialista Democratica (PSD) is van centrumrechtse signatuur.

2 Voor de inhoud van het Memorandum of Economic and Financial Policies, surf naar de website van het IMF: https://www.imf.org/external/np/loi/2011/prt/051711.pdf.

3 P. Wise, “Portugal warned about ‘deep recession’”, Financial Times, 5 mei 2011. Zie: http://www.ft.com/intl/cms/s/0/d6d944c0-7705-11e0-be6e-00144feabdc0.html....

4 Nuno Carraguiero, “Não enstou disponível para governar com o FMI”, Jornal de negócios, 19 maart 2011. Zie: http://www.jornaldenegocios.pt/economia/detalhe/soacutecrates_quotnatild....

5 Le Monde, “Large victoire de la droite aux législatives portugaises”, 6 juni 2011. Zie: http://www.lemonde.fr/europe/article/2011/06/06/large-victoire-de-la-dro....

6 Voor een zo goed als volledig overzicht van de besparingsmaatregelen en de gevolgen ervan voor de bevolking, zie de studie, besteld door het Europees Parlement en uitgegeven in 2015. Mariana Rodrigues Canoilho, The impact of the crisis on fundamental rights across Member States of the EU Country Report on Portugal, Brussel, januari 2015. Zie: http://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2015/510020/IPOL_STU(2015)510020_EN.pdf.

7 Zie het verslag van het bezoek van Angela Merkel in november 2012, Philip Wittrock, “‘Merkel Get Out!’, Chancellor Faces Angry Protests in Portugal”, Spiegel International, 13 november 2012.

8 European Commission, Statement by the European Commission on Portugal, 7 april 2013. Zie: http://europa.eu/rapid/press-release_MEMO-13-307_en.htm.

9 Voor concrete cijfers, zie: http://www.tradingeconomics.com/portugal/indicators.

10 Marc Berry, “Portugal, une économie dans la tourmente”, La Tribune, 28 juli 2014.

11 Romaric Godin, “Les faux-semblants de la sortie du Portugal du programme d’aide”, La Tribune, 18 mei 2014.

12 Mariana Rodrigues Canoilho, op. cit, p. 13.

13 Ibid, p. 14.

14 Caritas Cares, Portugal Report, november 2015. Zie: http://www.caritas.eu/sites/default/files/2015_caritas_cares_country_rep....

15 Mathilde Gérard, “Au Portugal, un système de santé anesthésié par l’austérité”, Le Monde, 15 februari 2012. Zie: http://www.lemonde.fr/europe/article/2012/05/15/au-portugal-un-systeme-d....

16 Verklaring van het Centraal Comité van de PCP van 13 december 2015. Zie: http://www.pcp.pt/en/statement-pcp-central-committee.

17 Ibid.

18 Joaquim Da Fonseca, “Rechts verliest en legt democratie naast zich neer”, Solidair, 26 oktober 2015. Zie: http://solidair.org/artikels/portugal-rechts-verliest-verkiezingen-en-le....

19 Verklaring van het Centraal Comité van de PCP van 13 december 2015, op. cit.

20 Comunicação Sindical, Posição da CGTP-IN sobre o Salário Mínimo Nacional, 16 december 2015.

21 Les Echos, “La banque portugaise Banif vendue à Santander”, 21 december 2015. Zie: http://www.lesechos.fr/finance-marches/banque-assurances/021572526505-la....

22 Europese Commissie, “Aides d’État: la Commission autorise une aide supplémentaire de maximum 3 milliards d’euros pour la résolution de la banque portugaise Banif et la vente d'actifs à Banco Santander Totta”, 21 december 2015. Zie: http://europa.eu/rapid/press-release_IP-15-6380_fr.htm?locale=FR.

23 PCP, Miguel Tiago, “Só a banca nas mãos do povo não rouba o país”, 23 december 2015. Zie: http://www.pcp.pt/so-banca-nas-maos-do-povo-nao-rouba-pais.

24 Interview met Arménio Carlos, algemeen secretaris van de CGTP, “Promessas não podem transformar-se ‘em enormíssimas frustrações’”, Público, 29 november 2015. Zie: http://www.publico.pt/economia/noticia/promessas-nao-podem-transformarse....