In de voetsporen van Charles Darwin en Karl Marx
In de voetsporen van Charles Darwin en Karl Marx
Wat is hun betekenis voor ons hedendaags wetenschappelijk mens- en wereldbeeld?
zondag 19 augustus 2012, Marxistische Zomeruniversiteit
Spreker en museumgids: Dirk Van Duppen, Dokter van Geneeskunde voor het Volk.
Er is een ochtend-, middag- en avondprogramma. De drie onderdelen kunnen ook apart gevolgd worden.
Nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen en de gevolgen voor ons inzicht in de diepe tijd van de evolutie: vanaf het eerste leven tot het ontstaan van de mens.
DEEL 1
Voormiddag van 9u00 tot 12u30: les en discussie.
Nieuwe ontdekkingen in de neurowetenschappen, de evolutionaire biologie, de moleculaire genetica, de paleontologie, antropologie, evolutionaire psychologie en (dierlijke) gedragswetenschappen geven ons betere inzichten in de diepe tijd van de evolutie. We overlopen de evolutie vanaf het eerste leven tot het ontstaan van de mens met zijn instincten, zijn bewustzijn, zijn empathisch vermogen en de zin tot samenwerking enerzijds, en zijn hebzucht en drang tot rivaliteit anderzijds, en tenslotte zijn vermogen tot wetenschappelijk denken en doen.
Er is geen speciale voorkennis vereist.
DEEL 2
Namiddag van 14u30 tot 16u30: geleid bezoek aan het natuurhistorisch museum te Brussel, www.natuurwetenschappen.be/museum.
Vertrek kort na het middageten met carpooling naar het museum. Bijeenkomst in de inkomhal van het museum om 14u.30. De rondleiding duurt +/- 2 uur. Terug voor het avondeten. Een geleide rondwandeling doorheen de galerij van de dinosaurussen, het zaaltje over het ontstaan van de mens en de galerij van de evolutie illustreert de theorie met talrijke concrete voorbeelden.
DEEL 3
Avondlezing om 20u 00: Karl Marx en het Darwinisme
Nieuwe ontdekkingen in neurowetenschappen, sociopsychologie en in diergedragsonderzoek geven empirische ondersteuning voor wat de mens uniek maakt. De mens is een sociaal en verstandig breindier. Zijn evolutionair ontwikkeld empathisch vermogen leidt mede tot taal en zelfbewustzijn. Dit leidt tot het vermogen voor wetenschappelijk denken en doen, de grondvermogens die de culturele evolutie van de homo sapiens hebben mogelijk gemaakt. ‘De start van het historisch materialisme' zou Karl Marx het destijds genoemd hebben.
Marx en Engels droegen het Darwinisme op handen. Maar tegelijkertijd waren zij bezorgd voor het misbruik van wat zij toen noemden ‘het bourgeois Darwinisme’, het latere sociaal-Darwinisme, dat diende als morele legitimatie van de strijd van de bourgeoisie tegen de toenmalige armenwetten en sociale bescherming. We bekijken de authentieke stellingnamen van Marx en Engels over het Darwinisme tegen het licht van nieuwe wetenschappelijke bevindingen én tegen het licht van de sociaaleconomische en politieke actualiteit.
Varianten van een sociaal-Darwinisme steken terug de kop op, met bijvoorbeeld de Britse psychiater Dalrymple of het ‘Voor wat hoort wat’ discours van Patrick Janssens. Ze dienen vandaag als morele legitimatie van een toenemende afbraak van arbeidsprotectie en van sociale bescherming, volgens Duits model. Het laat ons zien dat moraal niet alleen voortkomt uit evolutionair ingeslepen staketsels bij groepsdieren, maar ook door de mens bewust kan ge- of misbruikt worden ter verdediging van belangen, ter legitimatie van mistoestanden of omgekeerd ter rechtvaardiging van de strijd om deze ongedaan te maken.




