Gemeentelijke administratieve sancties, democratie en openbare ruimte

Auteur: 
Aurélie Decoene

Jongeren die een sneeuwballengevecht hielden of die een broodje aten met hun voeten op een bank. 145 mensen die in oktober 2012 aan het Banket van de rijken in Brussel deelnamen. De artsen en medewerkers van Geneeskunde voor het Volk die op de Grote Markt in Antwerpen het griepvaccin kwamen promoten. De leden van de PVDA die tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen actie voerden tegen de reglementering over aanplakborden in de Stad Antwerpen. Wat hebben al deze mensen met elkaar gemeen? Ze hebben allen een gemeentelijke administratieve sanctie (GAS) gekregen, die tot 250 euro kan oplopen – of tot 125 euro voor min-zestienjarigen.

Vooral in Vlaanderen zijn de gemeentelijke administratieve sancties de laatste maanden niet uit de kranten weg te denken. Het zijn voornamelijk de absurde toepassingen ervan die de voorpagina's halen. Humo, een van de meest gelezen Vlaamse tijdschriften, organiseerde onlangs zelfs een wedstrijd, met de belofte de meest uitzinnige boete terug te betalen.

Maar de GAS-boetes beperken zich niet tot absurditeiten of maatregelen tegen activisten. De gemeentelijke administratieve sancties omvatten, op een meer anonieme en bijgevolg discretere manier, een eindeloze waaier aan boetes. Ze verschillen van gemeente tot gemeente en kunnen iedereen kunnen treffen. Omdat u uw vuilzak niet op de juiste dag hebt buitengezet of een oude koelkast op straat hebt achtergelaten die door een speciale dienst moet worden opgehaald. Omdat het grasperk voor uw huis niet netjes onderhouden is of omdat u de sneeuw of ijzel niet van de stoep hebt geveegd. Omdat uw barbecue te veel rook veroorzaakt of wegens nachtlawaai na 22 uur. Omdat u uw hond niet aan de leiband hield of omdat uw fiets aan een boom was vastgemaakt enzovoort. De lijst is lang en net daarom kan alles wat enigszins als ‘overlast’ kan worden beschouwd, er ook toe behoren.

Een wet die onlangs in het Parlement werd goedgekeurd breidt het toepassingsgebied van de sancties uit en verlaagt de minimumleeftijd tot veertien jaar. Dat laatste voorstel heeft gelukkig een golf van verontwaardiging en protest veroorzaakt in het verenigingsleven, onder andere bij de Chiro, maar ook bij de Liga voor de mensenrechten en de Ligue des droits de l'homme. Dankzij deze reacties kon het debat over de relevantie van dit soort van boetes opnieuw worden aangezwengeld.

De N-VA verkondigt luid en duidelijk dat ze het gebruik van de GAS-boetes wil opdrijven om zo de bevolking in de pas te doen lopen. Wie “alles doet wat niet mag”, moet weten dat de N-VA-burgemeesters van nu af aan klaar staan om elk “verkeerd gebruik” van de openbare ruimte actief tegen te gaan. Alle partijen van de federale meerderheid (PS-SP.A, CDH, CD&V, MR,Open Vld) gaan, elk met eigen accenten en volgens eigen politieke kleur, akkoord met het principe dat er een snel en efficiënt middel nodig is om ‘overlast’ te bestraffen.

Antisociaal, tegen de jongeren, anti-oppositie, antidemocratisch, willekeurig: de GAS-boetes maken de weg vrij voor repressie. Maar moeten we opkomen tegen het bestaan zelf van de GAS-boetes? Of enkel tegen het misbruik dat ervan wordt gemaakt? Hoe werd probleemgedrag dat nu door de GAS-boetes wordt geviseerd, vroeger aangepakt? En welke positieve voorstellen kunnen we naar voren schuiven, in plaats van alleen maar tegen de GAS-boetes stelling te nemen?

Repressie: middelen en ideologie

De GAS-boetes maken deel uit van de nieuwe repressiemaatregelen die de regerende partijen gebruiken tegen de bevolking en tegen hen die weerstand bieden. We kunnen niet over een repressiemiddel spreken zonder de context te bekijken waarin het werd aangenomen en waarin het wordt en zal worden gebruikt.

Een onderdrukkingsmiddel in volle ontwikkeling

De GAS-boetes zijn geen alleenstaand fenomeen. Er wordt nog op talloze andere manieren afbreuk gedaan aan de democratische rechten: door dwangsommen tegenover het stakingsrecht te plaatsen, door regeringsmaatregelen die een einde maken aan het sociaal overleg, door processen tegen actievoerders, door directe tussenkomst van de politie bij sociale conflicten, door politiegeweld bij manifestaties.

De toename van het politiegeweld komt, enerzijds, voort uit de zin om erop los te slaan en, anderzijds, uit het gebruik van nieuwe wapens (taser, rubberkogels)...

De invloed van een reactionaire ideologie

De groeiende repressie wordt gerechtvaardigd en aangemoedigd door een reactionaire ideologie. Deze ideologie plaatst alles wat als antisociaal gedrag wordt beschouwd in een criminele sfeer, terwijl vroeger de sociale diensten een omkadering gaven en er een preventiebeleid werd gevoerd. Er werd geredeneerd in termen van sociale en collectieve problemen.

Met het opdelen en privatiseren van de openbare diensten werd het officiële doel, “de strijd tegen de armoede”, omgebogen tot een – zeer reële – “strijd tegen de armen” en, in het verlengde hiervan, tegen het volk. “We moeten de mensen responsabiliseren”, betekent voor de goede verstaander: “Het probleem ligt bij hen, we moeten hen straffen.”

Verdelen om te heersen

Het beknotten van de democratische rechten gebeurt ook door concrete beslissingen die de bevolking verdelen en die de reactionaire trends binnen het gerechtelijke apparaat versterken. Op het niveau van de politieke instellingen wordt de uitvoerende macht versterkt (in eerste instantie op Europees niveau) en worden verkiezingen ontweken door vanuit de Europese Commissie technocraten aan het hoofd van regeringen te plaatsen (Monti, Papademos).

Dat fenomeen kende recent een enorme versnelling onder invloed van de veranderende objectieve omstandigheden: de groeiende en steeds zichtbaarder wordende tegenstellingen tussen de onderdrukking van de grote meerderheid van de bevolking en de arrogantie van een minderheid die zich steeds sneller verrijkt.

GAS-boetes, wat zijn dat precies?

De GAS-boetes zorgen ervoor dat de macht van de gemeentebesturen op twee manieren groeit. Ze kunnen nu zelf te bepalen welk gedrag op hun grondgebied zal worden bestraft. De gemeenten (de sanctionerend ambtenaar) is nu bevoegd om over sancties te beslissen die voorheen aan de rechterlijke macht waren voorbehouden. Het gaat dus zowel over een decentralisatie als over een verscherping van de repressie.

Dat alles berust op het wel zeer vage concept “openbare overlast”. Het Nationaal Veiligheidsplan (2008-2011) definieert dat als volgt: “Openbare overlast doet zich voor wanneer individuele, materiële gedragingen het harmonieuze verloop van de menselijke activiteiten verstoren en de levenskwaliteit van de inwoners van een gemeente, wijk of een straat, verlagen op een manier die de normale druk van het sociale leven overschrijdt.” “De bestrijding van overlast richt zich op een grijze zone van toegelaten gedrag dat anderen op subjectieve manier als storend ervaren.” (Debruyne en Deschutter, 2009). De manier waarop men tegen bepaald gedrag en sociale problemen aankijkt, bepaalt dus de betekenis van het concept overlast. Het is dus een sociale constructie, het resultaat van een zekere machtsverhouding.

Het huidige wetsontwerp moet deze basis nog verstevigen door: (1)de lijst van strafbaar gedrag uit te breiden (uitbreiding van de lijst van de gemengde inbreuken1, in het bijzonder van de parkeerovertredingen); (2) de boetes te verhogen (met 100 euro voor volwassenen en 50 euro voor minderjarigen); (3) de minimumleeftijd te verlagen naar veertien jaar (in de wet van 1999 ging het alleen om meerderjarigen, sinds 2005 was dat al uitgebreid naar jongeren vanaf zestien jaar);

Het is evident dat dit de verkeerde richting uitgaat, maar het probleem zit nog veel dieper. De essentie zelf van de GAS-boetes is betwistbaar.

Een democratische vraag

De uitvoerende macht wordt steeds meer en het volk steeds minder belangrijk

De vaakst gehoorde kritiek op de GAS-boetes is dat ze de scheiding der machten schenden: een deel van de rechterlijke macht wordt immers doorgeschoven naar de uitvoerende macht. Daarbij komt nog dat de gemeenten nu zowel rechter als betrokken partij worden: hoe meer boetes ze uitschrijven, hoe meer geld ze binnenkrijgen. Een hele geruststelling als we kijken naar de rampzalige financiële situatie van de meeste gemeenten!

De GAS-boetes raken aan de basisgaranties van ons rechtssysteem en dan vooral aan de mogelijkheid om zich te verdedigen, aan de veronderstelde onpartijdigheid van de rechter en aan het recht op tegenspraak bij een proces. Dankzij de GAS-boetes wordt de procedure sneller en minder duur voor de staat. De machtsverhouding speelt de facto in het voordeel van de gemeenten: het is voor iedereen eenvoudiger en goedkoper de boete te betalen dan om een gerechtelijke procedure tegen de gemeente te starten.

Ook op gebied van informatie vormen de GAS-boetes een democratisch probleem. "Iedereen wordt geacht de wet te kennen", maar hoe kan iemand de gemeentereglementen kennen van alle gemeenten waar hij komt? Door de GAS-boetes worden we allemaal potentiële overtreders van de wet. In de praktijk zal dit voor de één al wat meer van toepassing zijn dan voor de ander, afhankelijk van ieders sociale situatie.

Moeten we daarom teruggaan naar het vorige systeem? Daarmee zouden we voorbijgaan aan alle andere beperkingen van het gerechtelijk apparaat, waarvan het klassenkarakter belangrijker wordt naarmate de democratische rechten afnemen. Het probleem is vooral dat er zich een machtsverschuiving voordoet in het voordeel van een uitvoerende macht waar de bevolking geen enkele controle over heeft. De democratische problemen die door de GAS-boetes aan de oppervlakte komen, vragen om een breder debat over de inspraak van de bevolking en de controle die ze kan hebben over de instellingen. Dat impliceert dus ook dat er democratische hervormingen van het rechtssysteem nodig zijn.

Protest en verzet: vandaag meer dan ooit

De GAS-boetes worden ook meer en meer gebruikt om de vrijheid van meningsuiting in te perken. Pamfletten uitdelen maakt deel uit van de fundamentele vrijheid om zich politiek te uiten. Maar het wordt nu geregeld als ‘overlast’ beschouwd, aangezien er altijd wel een deel van de pamfletten op de grond terechtkomt. Meestal doen de gemeenten zelfs de moeite niet meer om een excuus te vinden. Bij het Banket van de rijken, een initiatief van de Actie Comités Europa in oktober 2012, kregen 145 personen (!) een boete omdat ze zich niet snel genoeg hadden verspreid.

De regeringspartijen voeren aan dat ze een snelle methode nodig hebben om het ‘verkeerde’ gebruik van de openbare ruimte aan te pakken. De GAS-boetes zijn voor hen de gedroomde manier om alle tegenwerking strafbaar te maken.

Het democratische debat is al uit het Parlement gelicht, waar geen enkele partij zich nog uitspreekt tegen het strikte besparingsbeleid. En dan zouden wij ook niets meer mogen zeggen? Het is in deze periode van crisis juist belangrijker dan ooit om de democratische rechten uit te breiden en de bevolking alle gelegenheid te geven druk op de regering uit te oefenen.

Sociale klassen en openbare ruimte

Een potentieel explosieve sociale cocktail

De sociale situatie van de jongeren geeft ons een goed idee van de huidige tegenstrijdigheden van het kapitalistische systeem. Zij zijn de eersten die door de stijging van de werkloosheid worden geraakt De grote wereldleiders noemden in Davos de jeugdwerkloosheid zelfs het voornaamste probleem waarmee het kapitalisme momenteel te kampen heeft.

De onderfinanciering van het onderwijs verzwakt een systeem dat sowieso al tot de meest ongelijke van Europa behoort. Buizen, afhaken, weggestuurd worden van school, ...: het is recht evenredig met de sociale klasse van de ouders. De technische en beroepsscholen stellen zich meer en meer ten dienste van de behoeften van de bedrijven, met overspecialisatie en gebrek aan algemene vorming tot gevolg. Dit soort van onderwijs biedt onze jongeren geen enkele toekomst. Ook de demografische explosie, waar geen enkele serieuze overheidsinvestering tegenover staat, doet de situatie geen goed.

Daarnaast verdwijnen door de bezuinigingen op de openbare diensten en op de subsidies voor het verenigingsleven geleidelijk aan de voor iedereen toegankelijke cultuur- en sportmogelijkheden. Bovendien gaan de talloze discriminaties waarvan de lagere bevolkingsgroepen het slachtoffer worden, gepaard met een toenemend racisme en islamofobie.

De polarisatie tussen een arrogante minderheid die zich voortdurend blijft verrijken, en de brede lagen van de bevolking, en dan vooral de jongeren, de mensen van vreemde origine en de mensen zonder papieren, die steeds kwetsbaarder worden, neemt toe. De burgerij heeft de werkende mensen geen enkele toekomst te bieden, noch met woorden, noch met daden. Met hun onlesbare dorst naar winst hebben de monopolies een potentieel explosieve sociale cocktail gecreëerd, vooral dan in de grote steden. De bourgeoisie is erg bang van deze mogelijke sociale explosie. Het is in dat kader dat we de politieke wil om de repressie op een snelle manier op te drijven (zoals met de GAS-boetes), kunnen verklaren.

Allerlei vormen van gedrag die vandaag als ‘overlast’ worden bestempeld, zouden met preventie opgelost kunnen worden, mocht er behoorlijk worden geïnvesteerd in de openbare diensten en in sociale rechten.

GAS-boetes en city marketing: een helse cirkel

De politiek van bestraffing en stigmatisering vervult ook een meer directe behoefte, namelijk de sociale ellende, die vooral in de steden welig tiert, uit het straatbeeld helpen. Voor vele jongeren is de straat gewoon de enige plaats waar ze kunnen afspreken. Om nog niet te spreken van de mensen die op straat wónen. Marginaliteit en ellende – en alle spanningen die eruit voortvloeien – werpen een smet, storen, confronteren, en zorgen ervoor dat de rijken zich ongemakkelijk voelen.

Ze voelen er zich zelfs zo ongemakkelijk bij dat de regeringspartijen al een ander plan klaar hebben: zoveel mogelijk (inter)nationale investeerders naar de steden lokken. Ze profileren zich op de groeiende markt van interstedelijke concurrentie als een aantrekkelijke plaats, zowel op commercieel en toeristisch gebied als om er te wonen. Om de rentabiliteit van deze investeringen te garanderen, hebben de overheden van de steden er natuurlijk alle belang bij de groepen die niet binnen dit ontwikkelingsmodel passen, te disciplineren. Ze noemen het “responsabilisering” (Debruyne en Deschutter, 2009).

De GAS-boetes helpen de gemeentelijke overheden de stabiliteit en controle te behouden, des te meer omdat de gemeenten zelf kunnen bepalen in welke graad en in welke buurten ze deze “controle” wil uitoefenen, wat op zich soms al op intimidatie neerkomt. Dankzij de GAS-boetes kan de politie de jongeren in volkswijken ongestoord lastigvallen. Kwam er vroeger nog kritiek op deze intimidatiepraktijken, dan worden ze nu ... nu officieel aangemoedigd, met volledig legale boetes als kers op de taart.

Met deze politiek van op maat gemaakte repressie, kunnen de lokale besturen (met het oog op de verkiezingen) ook een antwoord bieden op het gevoel van onveiligheid bij de bevolking. De snelheid waarmee het nieuwe wetsontwerp wordt behandeld, is ongetwijfeld niet vreemd aan de haast om de wet nog voor de volgende verkiezingen van mei 2014 in werking te laten treden.

Het recht op openbare ruimte

Men wil de steden dus ‘ontdoen’ van een al te zichtbare en hinderlijke aanwezigheid van de lagere volksklassen. Bijgevolg wordt een hele waaier van sociale contacten die niet langer in de openbare ruimte kunnen worden beleefd, naar de privésfeer verbannen. Deze privatisering van de openbare ruimte (ten voordele van de rijksten) druist in tegen onze grondrechten. Daarom is het belangrijk op te komen voor ons recht op een echt democratische openbare ruimte.

En wat meer is, door de inherente band tussen de GAS-boetes en de visie op de openbare ruimte staan sommige bevolkingsgroepen al bijna kansloos tegenover de boetes. Want aangezien we niet allemaal hetzelfde zijn, gebruiken we de openbare ruimte ook niet allemaal op dezelfde manier. We maken trouwens niet eens allemaal gebruik van dezelfde publieke ruimtes.

Conclusies

De aanklachten tegen de GAS-boetes zijn niet min: ze zijn fundamenteel antidemocratisch, nodigen uit tot willekeur en passen binnen een ideologie die de zwaksten wil straffen door de sociale problemen te individualiseren. Eens deze sociale problemen tot individuele problemen zijn omgebogen, maken ze simpelweg geen deel meer uit van het debat. Dus hoeft er ook geen oplossing meer voor gezocht te worden. De klus is geklaard: de enige verantwoordelijkheid die de machthebbers nu nog hebben, komt neer op het cultiveren van het idee dat ze alleen maar handelen met de veiligheid van de burgers in gedachten. Intussen wordt alles voorbereid om het protest in de kiem te smoren en ervoor te zorgen dat de politieke machthebbers en de belangen die ze verdedigen, ongeschonden blijven, mocht de bevolking toch echt in beweging komen.

Hoeft er dan helemaal niets te worden bestraft? Toch wel! Los van de problemen die ontstaan door de toenemende sociale ongelijkheid, zijn bepaalde gedragingen die door de GAS-boetes worden geviseerd, wel degelijk problematisch. In de volksbuurten vormen het afval en de kleine criminaliteit voor vele bewoners een reëel probleem. De hamvraag is: hoe en met welke bedoeling reageren we op die problemen? De GAS-boetes lossen geen enkele van de problemen die wij willen aanpakken, op. Integendeel, ze verergeren de situatie en duwen de mensen nog verder in de miserie. Onderdrukking is geen vorm van opvoeding. Er moeten opbouwende en educatieve sancties komen, vastgelegd door een democratische rechterlijke macht die de hele bevolking vertegenwoordigt.

Aurélie Decoene (aureliedecoene at gmail.com) is voorzitter van Comac, de jongerenbeweging van de Partij van de Arbeid van België.

Bronnen

Pascal Debruyne et Maartje Deschutter, “Stedelijk beleid in de strijd tegen ‘overlast’. De stad als een vriendelijke, maar resolute suppoost of nachtwaker”, Vlaams marxistisch tijdschrift, 43-1, 2009.

Loïc Wacquant, Punir les pauvres. Le nouveau gouvernement de l'insécurité sociale, Éditions Agone, 2004.

Daniel Zamora, “Le capitalisme contre le droit à la ville”, Marxistische Studies, nr. 98, 2012.

1 Gemengde inbreuken maken zowel deel uit van het strafrechtelijke als het administratieve veld, en worden dus per beslissing van het parket exclusief aan het ene of het andere toegewezen.