Geschiedenis van de CP Bolsjewiki
HOOFDSTUK VII : DE PARTIJ DER BOLSJEWIKI IN DE PERIODE VAN DE VOORBEREIDING EN HET VOLTREKKEN VAN DE SOCIALISTISCHE OKTOBERREVOLUTIE. (Van April 1917 tot 1918)
1. - De situatie in het land na de Februarirevolutie. - De partij treedt uit de illegaliteit en gaat tot de openlijke politieke arbeid over. - Lenins aankomst in Petrograd. - Lenins Aprilstellingen. De oriëntering van de partij op de overgang naar de socialistische revolutie.
De gebeurtenissen en de houding van de Voorlopige Regering bevestigden van dag tot dag de juistheid van de lijn der bolsjewiki. Zij toonden steeds duidelijker, dat de Voorlopige Regering niet vóór, maar tegen het volk was, niet voor de vrede, maar voor de oorlog, dat zij noch vrede, noch grond, noch brood wilde en kon geven. De verhelderende werkzaamheid van de bolsjewiki vond een gunstige bodem.
Terwijl de arbeiders en de soldaten de tsaristische regering hadden omvergeworpen en de wortels van de monarchie hadden vernietigd, neigde de Voorlopige Regering met beslistheid naar het behoud van de monarchie. Op 2 Maart 1917 stuurde zij in het geheim Goetsjkof en Sjoelgin naar de tsaar. De bourgeoisie wilde de macht aan de broeder van Nicolaas Romanow, Michael, overgeven. Maar toen Goetsjkof op een meeting van spoorwegarbeiders zijn redevoering eindigde met de uitroep: "Leve keizer Michael", eisten de arbeiders dat Goetsjkof onmiddellijk zou worden gearresteerd en gefouilleerd en zeiden zij verontwaardigd: "Lood om oud ijzer!"
Het was duidelijk, dat de arbeiders het herstel van de monarchie niet zouden toelaten.
Terwijl de arbeiders en de boeren, die de revolutie hadden voltrokken en hun bloed hadden vergoten, het staken van de oorlog verwachtten, brood en grond wilden verkrijgen en vastberaden maatregelen in de strijd tegen de ontreddering eisten, bleef de Voorlopige Regering doof voor deze eisen, die de levensbelangen van het volk betroffen. Deze regering, die uit de meest vooraanstaande vertegenwoordigers van de kapitalisten en de landheren bestond, dacht er zelfs niet aan om de eisen van de boeren ten aanzien van de overdracht van de grond in te willigen. Zij was evenmin in staat de werkers brood te geven, omdat men hiervoor noodzakelijkerwijze de belangen van de grote graanhandelaars moest aantasten en met alle mogelijke middelen het graan bij de landheren en bij de koelakken in beslag moest nemen, waartoe de regering niet wilde besluiten, omdat zij zelf met de belangen van deze klassen was verbonden. Zij was evenmin in staat om vrede te geven. Verbonden met de Engels-Franse imperialisten, dacht de Voorlopige Regering er niet alleen niet aan om de oorlog te staken, maar poogde zij integendeel van de revolutie gebruik te maken om Rusland meer actief aan de imperialistische oorlog te doen deelnemen, teneinde haar imperialistische plannen tot verovering van Constantinopel, van de Zee-engten en van Galicië te kunnen verwezenlijken.
Het was duidelijk, dat er aan het goede vertrouwen van de volksmassa's in de politiek van de Voorlopige Regering spoedig een einde moest komen.
Het werd duidelijk, dat de dubbele macht, die na de Februarirevolutie tot stand was gekomen, zich niet meer lang zou kunnen handhaven, want de loop van de gebeurtenissen eiste, dat de macht ergens op één plaats zou worden geconcentreerd: òf binnen de muren van de Voorlopige Regering, òf in handen van de Sovjets.
De compromispolitiek van de mensjewiki en van de sociaal-revolutionairen genoot weliswaar voorlopig nog steun onder de volksmassa's. Er was nog steeds een niet gering aantal arbeiders en er waren nog meer soldaten en boeren, die geloofden, dat "spoedig de Constituante zal komen en alles zich ten goede zal keren", die meenden, dat de oorlog niet werd gevoerd om veroveringen te maken, maar uit noodzaak ter verdediging van de tsaar. Zulke mensen noemde Lenin, zich te goeder trouw vergissende landsverdedigers. Onder al deze mensen werd de sociaal-revolutionair-mensjewistische politiek van beloften en overredingen voorlopig nog als de juiste politiek beschouwd. Maar het was duidelijk, dat de beloften en de overredingen niet lang zouden kunnen toereiken, want de loop der gebeurtenissen en de houding van de voorlopige Regering brachten aan het licht en toonden van dag tot dag aan, dat de compromispolitiek van de sociaal-revolutionairen en mensjewiki een politiek van uitstel en van bedrog van goedvertrouwende mensen was.
De Voorlopige Regering beperkte zich niet steeds tot de politiek van de verholen strijd tegen de revolutionaire beweging van de massa's, tot de politiek van combinaties tegen de revolutie achter de schermen. Zij deed nu en dan pogingen om openlijk tot de aanval tegen de democratische vrijheden over te gaan, pogingen om de "discipline te herstellen", vooral onder de soldaten, pogingen om "orde te scheppen", d.w.z. om de revolutie binnen de door de bourgeoisie gewenste perken te houden. Maar hoeveel moeite zij zich hiervoor ook getroostte, het gelukte haar niet en de volksmassa's maakten met vurige ijver de democratische rechten - de vrijheid van het woord, van drukpers, van vereniging en vergadering, van demonstraties - tot werkelijkheid. De arbeiders en de soldaten trachtten ten volle gebruik te maken van de voor het eerst door hen veroverde democratische rechten, om actief aan het politieke leven van het land deel te nemen, om de tot stand gekomen toestand te begrijpen en te overdenken en een besluit te nemen, hoe men verder moest handelen.
Na de Februarirevolutie traden de organisaties van de bolsjewistische partij, die illegaal onder de moeilijkste verhoudingen van het tsarisme hadden gewerkt, uit de illegaliteit en begonnen hun politiek en organisatorisch werk openlijk te verrichten. Het ledental van de organisaties der bolsjewiki was in die tijd niet groter dan 40-45.000. Maar dit waren in de strijd geharde kaders. De partijcomités werden gereorganiseerd volgens de beginselen van het democratisch centralisme. Voor alle partijorganen werd van onder tot boven de verkiesbaarheid vastgesteld.
De overgang van de partij naar een legale toestand verwekte meningsverschillen in de partij. Kamenjew, en enige functionarissen van de Moskouse organisatie, b.v. Rykow, Boebnow en Nogin, stonden op het halfmensjewistische standpunt van de voorwaardelijke ondersteuning van de voorlopige Regering en van de politiek van de landsverdedigers. Stalin, die zo-even uit de ballingschap was teruggekeerd, Molotow en anderen verdedigden tezamen met de meerderheid van de partij, de politiek van wantrouwen in de Voorlopige Regering, traden tegen de landverdedigingspolitiek op en riepen op tot de actieve strijd voor de vrede tegen de imperialistische oorlog. Een deel van de partijfunctionarissen weifelde en bracht zijn politieke achterlijkheid, als gevolg van het langdurig verblijf in de gevangenis of in ballingschap, tot uitdrukking.
De afwezigheid van de leider der partij, Lenin, deed zich gevoelen. Op 3 (16) April 1917 keerde Lenin, na een langdurige ballingschap, naar Rusland terug. De aankomst van Lenin had voor de partij, voor de revolutie een geweldige betekenis.
Nog uit Zwitserland, toen hij pas de eerste berichten over de revolutie had ontvangen, schreef Lenin aan de partij en aan de arbeidersklasse van Rusland in zijn "Brieven uit de verte":
"Arbeiders! Gij hebt in de burgeroorlog tegen het tsarisme wonderen van proletarisch en volksheroïsme verricht, gij moet wonderen bij de organisatie van het proletariaat en het ganse volk verrichten om uw overwinning in de tweede étappe van de revolutie voor te bereiden" (Lenin, Verz. Werken VI, 19.)
Lenin kwam op 3 April 's nachts in Petrograd aan. Op het Finse station en op het plein voor het station waren duizenden arbeiders, soldaten en matrozen bijeengekomen om Lenin te ontmoeten. Een onbeschrijfelijke geestdrift greep de massa's aan, toen Lenin de wagon verliet. Zij namen Lenin op hun handen en droegen zo hun leider naar de grote zaal van het station, waar de mensjewiki Tschjeïdze en Skobelew in naam van de Petrogradse Sovjet "begroetings"-redevoeringen begonnen uit te spreken, waarin zij "de hoop tot uitdrukking brachten", dat Lenin met hen een "gemeenschappelijke taal" zou vinden. Maar Lenin luisterde niet naar hen, hij ging langs hen heen naar de massa van arbeiders en soldaten en hield van een pantserauto af zijn beroemde redevoering, waarin hij de massa's opriep tot strijd voor de overwinning van de socialistische revolutie. "Leve de socialistische revolutie!" - zo eindigde Lenin zijn eerste redevoering na de lange jaren van zijn ballingschap.
Na zijn aankomst in Rusland gaf Lenin zich met heel zijn energie aan het revolutionaire werk. Op de dag na zijn aankomst hield Lenin een referaat over de oorlog en de revolutie op een vergadering van bolsjewiki en daarna herhaalde hij de stelling van zijn referaat in een vergadering, waar behalve bolsjewiki ook mensjewiki aanwezig waren.
Dit waren Lenins beroemde Aprilstellingen, die aan de partij en aan het proletariaat de duidelijke revolutionaire lijn voor de overgang van de burgerlijke naar de socialistische revolutie gaven,
Lenins stellingen hadden een geweldige betekenis voor de revolutie, voor het verdere werk van de partij. De revolutie betekende de grootste ommekeer in het leven van het land en de partij had in de nieuwe verhoudingen van de strijd, na de omverwerping van het tsarisme, een nieuwe oriëntering nodig, ten einde stoutmoedig en vastberaden op de nieuwe weg voort te schrijden. Deze oriëntering gaven Lenins stellingen aan de partij.
De Aprilstellingen van Lenin gaven het geniale plan voor de strijd van de partij voor de overgang van de burgerlijk-democratische revolutie naar de socialistische revolutie, voor de overgang van de eerste étappe van de revolutie naar de tweede étappe, de étappe van de socialistische revolutie. Door haar gehele voorafgaande geschiedenis was de partij tot deze grote taak voorbereid. Reeds in 1905 had Lenin in zijn brochure "Tweeërlei tactiek van de sociaal-democratie in de democratische revolutie" gezegd, dat het proletariaat na de omverwerping van het tsarisme over zal gaan naar het voltrekken van de socialistische revolutie. Het nieuwe in de stellingen bestond hierin, dat zij een theoretisch gemotiveerd en concreet plan gaven, om met de overgang naar de socialistische revolutie te beginnen,
Op economisch gebied kwamen de overgangsmaatregelen neer op de nationalisatie van de gehele grond in het land, met confiscatie van de grond der landheren, op de samenstelling van alle banken tot één nationale bank en invoering van controle daarop van de kant van de Sovjet van Arbeidersafgevaardigden, op de invoering van controle op de maatschappelijke productie en op de verdeling van de producten.
Op politiek gebied stelde Lenin de overgang van de parlementaire republiek naar de republiek van de Sovjets voor. Dit was een belangrijke stap vooruit op het gebied van de theorie en de praktijk van het Marxisme. Tot op dit tijdstip hadden de Marxistische theoretici de parlementaire republiek als de beste overgangsvorm naar het socialisme beschouwd. Thans stelde Lenin voor om de parlementaire republiek te vervangen door de republiek van de Sovjets als de doelmatigste vorm van politieke organisatie van de maatschappij gedurende de overgangsperiode van het kapitalisme naar het socialisme.
"Het eigenaardige van het huidige moment in Rusland, werd er in de stellingen gezegd, ligt in de overgang van de eerste étappe van de revolutie, die de bourgeoisie aan de macht heeft gebracht, ten gevolge van het onvoldoende klassebewustzijn en de onvoldoende georganiseerdheid van het proletariaat naar haar tweede étappe, die de macht in handen van het proletariaat en de armste lagen van de boeren moet geven". (Lenin, Verz. Werken VI, 29.)
En verder:
"Geen parlementaire republiek - de terugkeer van de Sovjets van Arbeidersafgevaardigden naar de parlementaire republiek zou een stap achteruit betekenen - maar de republiek van de Sovjets van Arbeiders-, Landarbeiders- en Boerenafgevaardigden over het gehele land, van onderen tot boven". (Lenin, Verz. Werken VI, 30.)
De oorlog, zeide Lenin, blijft ook onder de nieuwe, Voorlopige Regering een roofoorlog, een imperialistische oorlog. Het is de taak van de partij, dit aan de massa's uiteen te zetten en hun aan te tonen, dat men de oorlog niet door een niet-gewelddadige, doch werkelijk democratische vrede kan beëindigen, zonder de bourgeoisie omver te werpen.
Ten aanzien van de Voorlopige Regering stelde Lenin de leuze op: "Generlei steun aan de Voorlopige Regering!"
Lenin wees er verder in de stellingen op, dat onze partij zich in de Sovjets voorlopig nog in de minderheid bevond, dat daar het blok van de mensjewiki en de sociaal-revolutionairen, dat de burgerlijke invloed op het proletariaat overbracht, overheerste. Derhalve was het de taak van de partij:
"Aan de massa's uiteen te zetten, dat de Sovjets van Arbeidersafgevaardigden de enig mogelijke vorm van een revolutionaire regering zijn en dat daarom onze taak, zolang deze regering zich aan de invloed van de bourgeoisie onderwerpt, alleen kan zijn de geduldige, systematische, standvastige, zich vooral aan de praktische behoeften van de massa's aanpassende uiteenzetting van de fouten hunner tactiek. Zolang wij in de minderheid zijn, kritiseren wij en zetten wij de fouten uiteen, terwijl wij tegelijkertijd de noodzakelijkheid van de overgang van de gehele staatsmacht aan de Sovjets van Arbeidersafgevaardigden propageren". (Terzelfder plaatse, blz. 30.)
Dit betekende, dat Lenin niet tot de opstand tegen de Voorlopige Regering opriep, die op het gegeven ogenblik het vertrouwen van de Sovjets genoot, niet de omverwerping van deze regering eiste, maar er naar streefde, om door verhelderingswerk en de kracht der overreding de meerderheid in de Sovjets te veroveren, de politiek van de Sovjets te veranderen en door middel van de Sovjets de samenstelling en de politiek van de regering te wijzigen.
Dat was de oriëntering op de vreedzame ontwikkeling van de revolutie.
Lenin eiste verder de "vuile was" weg te werpen, de naam van sociaal-democratische partij op te geven. Ook de partijen van de IIe Internationale en de Russische mensjewiki noemden zich sociaal-democraten. Deze naam was besmeurd, geschandvlekt door de opportunisten, door de verraders van het socialisme. Lenin stelde voor om de bolsjewistische partij communistische partij te noemen, zoals Marx en Engels hun partij hadden genoemd. Deze naam is wetenschappelijk juist, omdat het einddoel van de bolsjewistische partij het bereiken van het communisme is. Rechtstreeks van het kapitalisme, kan de mensheid alleen naar het socialisme overgaan, d.w.z. naar het gemeenschappelijke bezit van de productiemiddelen en naar de verdeling van de producten volgens de arbeid van iedere persoon. Lenin zeide, dat onze partij verder ziet. Het socialisme moet noodzakelijkerwijze geleidelijk tot het communisme uitgroeien, op welks vaandel geschreven staat: "Van ieder volgens zijn bekwaamheden, aan ieder volgens zijn behoeften".
Tenslotte eiste Lenin in zijn stellingen de vorming van een nieuwe Internationale, van de IIIe, de Communistische Internationale, van een Internationale, vrij van opportunisme en sociaalchauvinisme.
Lenins stellingen verwekten een gehuil van woede onder de bourgeoisie, de mensjewiki en de sociaal-revolutionairen.
De mensjewiki wendden zich tot de arbeiders met een oproep, die met de waarschuwing begon, dat de "revolutie in gevaar is". Het gevaar bestond volgens de mening van de mensjewiki hierin, dat de bolsjewiki de eis van de overgang van de macht aan de Sovjets van Arbeiders- en Soldatenafgevaardigden hadden gesteld.
Plechanow nam in zijn krant de "Jedinstwo" (De Eenheid") een artikel op, waarin hij Lenins redevoering "het ijlen van een koortslijder" noemde. Plechanow beriep zich op de woorden van de mensjewiek Tschjeïdze, die verklaard had: "Alleen Lenin zal buiten de revolutie staan blijven, maar wij zullen onze eigen weg gaan".
Op 14 April had de Petrogradse algemene stadsconferentie van de bolsjewiki plaats. Zij keurde Lenins stellingen goed en maakte ze tot de grondslag van haar werk. Enige tijd later keurden ook de plaatselijke organisaties van de partij Lenins stellingen goed.
De gehele partij, uitgezonderd enige enkelingen van het type Kamenjew, Rykow en Pjatakow, nam Lenins stellingen met ontzaglijke genoegdoening aan.
2. - Het begin van de crisis van de Voorlopige Regering. - De Aprilconferentie van de partij der bolsjewiki.
Terwijl de bolsjewiki zich op de verdere ontwikkeling van de revolutie voorbereidden, bleef de Voorlopige Regering haar tegen het volk gericht werk verrichten. Op 18 April verklaarde de minister van buitenlandse zaken van de Voorlopige Regering Miljoekow aan de Geallieerden, dat "het streven van het gehele volk er op gericht was, om de wereldoorlog tot de beslissende overwinning door te zetten en dat de Voorlopige Regering van zins was de verplichtingen, die met betrekking tot onze bondgenoten waren aanvaard, ten volle na te komen".
De Voorlopige Regering legde dus een eed van trouw af aan de tsaristische verdragen en beloofde om ook verder zoveel bloed van het volk te vergieten als de imperialisten voor het bereiken van het "zegevierende einde" nodig hadden.
Op 19 April werd deze verklaring ("de nota van Miljoekow") onder de arbeiders en de soldaten bekend.
Op 20 April riep het Centraal-Comité van de partij der bolsjewiki de massa's op om tegen de imperialistische politiek van de Voorlopige Regering te protesteren. Op 20 en 21 April (3-4 Mei) 1917 gingen de arbeiders- en soldatenmassa's, aangegrepen door verontwaardiging over de "nota van Miljoekow", ten getale van niet minder dan 100.000 man naar de demonstratie. Op de vaandels prijkten de leuzen: "Publiceert de geheime verdragen!", "Weg met de oorlog!", "Alle macht aan de Sovjets!" De arbeiders en de soldaten marcheerden van de voorsteden naar het centrum van de stad, waar zich de Voorlopige Regering bevond. Op de Newski-Boulevard en op andere plaatsen hadden botsingen met enkele groepen van de bourgeoisie plaats.
De openhartigste contrarevolutionairen, zoals generaal Kornilow, riepen op om op de demonstranten te schieten en gaven zelfs desbetreffende bevelen. Maar de troepenafdelingen, die zulke bevelen ontvingen, weigerden ze uit te voeren.
Een kleine groep van leden van het Petrogradse comité van de partij (Bagdatjew en anderen) stelde tijdens de demonstratie de leuze op van de onmiddellijke omverwerping van de Voorlopige Regering. Het Centraal-Comité van de partij der bolsjewiki veroordeelde op scherpe wijze de houding van deze "linkse avonturiers", daar het van mening was, dat deze leuze niet actueel en onjuist was, de partij bij de verovering van de meerderheid der Sovjets in de weg stond en in tegenspraak was met de oriëntering van de partij op de vreedzame ontwikkeling van de revolutie.
De gebeurtenissen van 20-21 April betekenden het begin van de crisis van de voorlopige Regering. Dat was de eerste ernstige scheur in de compromispolitiek van de mensjewiki en de sociaal-revolutionairen.
Op 2 Mei 1917 traden Miljoekow en Goetsjkof onder de druk van de massa's uit de Voorlopige Regering ..
De eerste voorlopige coalitie-regering werd gevormd, waarin, naast de vertegenwoordigers van de bourgeoisie, mensjewiki (Skobelew, Tseretelli) en sociaal-revolutionairen, (Tsjernow, Kerenski, e.a.) traden.
Derhalve hielden de mensjewiki, die in 1905 van mening waren, dat de deelneming van vertegenwoordigers van de sociaal-democratie aan een revolutionaire voorlopige regering ontoelaatbaar was, thans de deelneming van hun vertegenwoordigers aan een contrarevolutionaire voorlopige regering voor toelaatbaar.
Dat was de overgang van de mensjewiki en de sociaal-revolutionairen naar het kamp van de contrarevolutionaire bourgeoisie.
Op 24 April 1917 werd de VIIe Conferentie (de April-Conferentie) van de bolsjewiki geopend. Voor de eerste maal sinds het bestaan van de partij kwam er een conferentie van de bolsjewiki openlijk bijeen, een conferentie, die wat haar betekenis betreft, in de geschiedenis der partij de plaats van een congres inneemt.
De Al-Russische April-Conferentie toonde de stormachtige groei van de partij aan. Op de conferentie waren 133 afgevaardigden met beslissende en 18 afgevaardigden met raadgevende stem aanwezig. Zij vertegenwoordigden 80.000 georganiseerde leden van de partij.
De conferentie besprak de partijlijn en werkte die uit voor alle fundamentele vraagstukken van de oorlog en de revolutie: de tegenwoordige toestand, de oorlog, de Voorlopige Regering, de Sovjets, het agrarische vraagstuk, het nationale vraagstuk enz.
Lenin ontwikkelde in zijn referaat de opvattingen die hij reeds vroeger in zijn Aprilstellingen had uitgesproken. De taak van de partij bestond hierin, om de overgang van de eerste étappe van de revolutie, "die de macht aan de bourgeoisie heeft gegeven .... naar de tweede étappe te verwezenlijken, die de macht in handen van het proletariaat en van de armste lagen van het boerendom moet geven" (Lenin). De partij moet koers zetten naar de voorbereiding van de socialistische revolutie. Als de eerstkomende taak van de partij stelde Lenin de leuze op: "Alle macht aan de Sovjets!".
De leuze : "Alle macht aan de Sovjets" betekende, dat het noodzakelijk was een einde te maken aan de dubbele macht, d.w.z. aan de verdeling van de macht tussen de Voorlopige Regering en de Sovjets, dat het nodig was de gehele macht aan de Sovjets over te dragen en de vertegenwoordigers van de landheren en de kapitalisten uit de machtsorganen te verdrijven.
De conferentie stelde vast, dat het een van de belangrijkste taken van de partij was, om aan de massa's onverpoosd de waarheid uiteen te zetten, dat "de Voorlopige Regering, wat haar karakter betreft, het orgaan van de heerschappij van de landheren en de bourgeoisie" was, en eveneens om het verderfelijke van de compromispolitiek van de sociaal-revolutionairen en de mensjewiki te onthullen, die het volk met leugenachtige beloften bedrogen en het aan de slagen van de imperialistische oorlog en van de contrarevolutie blootstelden".
Op de Conferentie traden Kamenjew en Rykow tegen Lenin op. Zij praatten de mensjewiki na, dat Rusland nog niet rijp was voor de socialistische revolutie, dat in Rusland alleen een burgerlijke republiek mogelijk was. Zij stelden aan de partij en de arbeidersklasse voor, zich er toe te beperken de Voorlopige Regering te "controleren". In het wezen van de zaak stonden zij, evenals de mensjewiki, op het standpunt van het handhaven van het kapitalisme, van het handhaven van de macht der bourgeoisie.
Ook Zinowjew trad op de Conferentie tegen Lenin op en wel met betrekking tot de vraag, of de bolsjewistische partij in de Vereniging van Zimmerwald moest blijven, dan wel met deze Vereniging moest breken en een nieuwe Internationale scheppen. Zoals de jaren van de oorlog hadden aangetoond, had deze Vereniging, hoewel zij propaganda voor de vrede maakte, toch in feite niet met de burgerlijke landsverdedigers gebroken. Daarom drong Lenin er op aan onmiddellijk uit deze Vereniging te treden en een nieuwe, de Communistische Internationale te organiseren. Zinowjew stelde voor om bij de Zimmerwalders te blijven. Lenin veroordeelde dit optreden van Zinowjew op energieke wijze en noemde zijn tactiek "aartsopportunistisch en schadelijk".
De April-Conferentie besprak eveneens het agrarische en het nationale vraagstuk.
Naar aanleiding van Lenins referaat over het agrarische vraagstuk nam de Conferentie het besluit over de confiscatie van de grond der landheren met de overdracht daarvan ter beschikking van de boerencomités en over de nationalisatie van de gehele grond in het land. De bolsjewiki riepen de boeren op tot de strijd voor de grond en bewezen aan de boerenmassa's, dat de partij van de bolsjewiki de enige revolutionaire partij was, die de boeren metterdaad hielp om de landheren ten val te brengen.
Grote betekenis had het referaat van kameraad Stalin over het nationale vraagstuk. Lenin en Stalin hadden reeds voor de revolutie, aan de vooravond van de imperialistische oorlog, de grondslagen van de politiek van de partij der bolsjewiki voor het nationale vraagstuk uitgewerkt. Lenin en Stalin zeiden, dat de proletarische partij de nationale bevrijdingsbeweging van de onderdrukte volken, gericht tegen het imperialisme, moet ondersteunen. In verband hiermede verdedigde de bolsjewistische partij het recht van de naties op zelfbeschikking, de afscheiding en het vormen van zelfstandige staten daarbij inbegrepen. Dit standpunt verdedigde kam. Stalin als referent van het Centraal-Comité op de conferentie.
Tegen Lenin en Stalin trad Pjatakow op, die tezamen met Boecharin reeds in de oorlogsjaren ten aanzien van het nationale vraagstuk een nationaal-chauvinistisch standpunt had ingenomen. Pjatakow en Boecharin waren tegen het recht van de naties op zelfbeschikking.
De vastberaden en consequente positie van de partij ten aanzien van het nationale vraagstuk, de strijd van de partij voor de volledige rechtsgelijkheid van de naties en voor het vernietigen van alle vormen van nationale onderdrukking en nationale niet-rechtsgelijkheid verzekerden haar de sympathie en de steun van de onderdrukte nationaliteiten.
Ziehier de tekst van de resolutie over het nationale vraagstuk, aangenomen door de April-Conferentie:
"De politiek van de nationale onderdrukking, die een erfenis van het absolutisme en de monarchie is, wordt gesteund door de landheren, de kapitalisten en de kleine bourgeoisie, ten behoeve van de bescherming van hun klassenvoorrechten en van de verdeling van de arbeiders volgens de verschillende nationaliteiten. Het moderne imperialisme, dat het streven om de zwakke volken aan zich ondergeschikt te maken versterkt, is een nieuwe factor van de verscherping van de nationale onderdrukking.
Voorzover het opheffen van de nationale onderdrukking in de kapitalistische maatschappij te bereiken is, is dit alleen mogelijk bij een consequent-democratische republikeinse staatsinrichting en staatsbestuur, die de volledige rechtsgelijkheid van alle naties en alle talen verzekeren.
Voor alle naties, die tot het Russische Rijk behoren, moet het recht op vrije afscheiding en op het vormen van een zelfstandige staat worden erkend.
Het ontkennen van dit recht en het niet-nemen van maatregelen, die de praktische verwezenlijking daarvan waarborgen, staat gelijk aan de ondersteuning van de politiek van veroveringen of annexaties. Alleen de erkenning door het proletariaat van het recht der naties op afscheiding, verzekert ten volle de solidariteit van de arbeiders van de verschillende naties en bevordert de werkelijk democratische toenadering van de naties...
Het is niet geoorloofd om het vraagstuk van het recht der naties op vrije afscheiding te verwisselen met het vraagstuk van de doelmatigheid van de afscheiding van deze of gene natie op dit of dat ogenblik. Dit laatste vraagstuk moet de partij van het proletariaat in elk afzonderlijk geval volkomen zelfstandig beslissen van het gezichtspunt van de belangen der gehele maatschappelijke ontwikkeling en van de klassenstrijd van het proletariaat voor het socialisme uit.
De partij eist gebiedsautonomie op ruime schaal, het afschaffen van het toezicht van bovenaf, het afschaffen van de verplichte staatstaal en het vaststellen van de grenzen der zich zelf besturende en autonome gebieden op de grondslag van het inzicht van de plaatselijke bevolking zelf in de economische en levensverhoudingen, de nationale samenstelling van de bevolking, enz.
De partij van het proletariaat verwerpt met kracht de zogenaamde "cultureel-nationale autonomie", d.w.z. de afscheiding uit het beheer door de staat van het schoolwezen, enz. en de overdracht daarvan aan een soort van nationale landdagen. De arbeiders, die in één plaats wonen en zelfs zij, die in dezelfde bedrijven werken, worden door de cultureel-nationale autonomie kunstmatig verdeeld, naar gelang zij tot deze of gene "nationale cultuur" behoren, d.w.z. de cultureel-nationale autonomie versterkt de verbinding van de arbeiders met de burgerlijke cultuur van de verschillende naties, terwijl de sociaal-democratie tot taak heeft de internationale cultuur van het wereldproletariaat te versterken.
De partij eist, dat er in de constitutie als grondbeginsel wordt opgenomen, dat alle voorrechten, welke dan ook, van één van de naties, alle overtredingen van de rechten der nationale minderheden, welke dan ook, ongeldig worden verklaard.
De belangen van de arbeidersklasse eisen de aaneensluiting van de arbeiders van alle nationaliteiten van Rusland in unitaire proletarische organisaties, zowel op het gebied van de politiek en de vakbeweging, als van de coöperatie, de opvoeding enz. Alleen zulk een aaneensluiting in unitaire organisaties van arbeiders der verschillende nationaliteit, zal het proletariaat de mogelijkheid geven om in de strijd tegen het internationale kapitaal en tegen het burgerlijke nationalisme de overwinning te behalen". (De K.P.S.U. (b) in resoluties. Deel I, blz. 239-240).
Op de April-Conferentie werd dus de opportunistische, anti-Leninistische lijn van Kamenjew, Zinowjew, Pjatakow, Boecharin, Rykow en hun weinige geestverwanten ontmaskerd.
De Conferentie ging eenstemmig met Lenin mede, nam met betrekking tot alle belangrijke vraagstukken een duidelijke stelling in en zette koers op de overwinning van de socialistische revolutie.
3. - De successen van de bolsjewistische partij in de hoofdstad. - Het mislukt offensief van de troepen van de Voorlopige Regering aan het front. - Het neerslaan van de Julidemonstraties van de arbeiders en soldaten.
Op de grondslag van de besluiten van de Aprilconferentie verrichtte de partij een geweldig werk om de massa's te winnen, om hen tot strijdvaardigheid op te voeden en te organiseren. De lijn van de partij bestond in deze periode hierin, om door geduldige uiteenzetting van de bolsjewistische politiek en door de ontmaskering van de compromispolitiek van de mensjewiki en de sociaal-revolutionairen, deze partijen van de massa's te isoleren en de meerderheid in de Sovjets te veroveren.
Behalve hun werk in de Sovjets verrichtten de bolsjewiki een geweldig werk in de vakverenigingen en in de fabrieks- en bedrijfscomités.
Een bijzonder omvangrijk werk werd door de bolsjewiki in het leger verricht. Er werden overal militaire organisaties opgericht. Aan de fronten en in het achterland werkten de bolsjewiki onverpoosd aan het organiseren van de soldaten en de matrozen. Een bijzonder grote rol speelde de bolsjewistische frontkrant "Okopnaja Prawda" ("De Waarheid der Loopgraven") bij het revolutioneren van de soldaten.
Dank zij dit propagandistisch en organisatorisch werk van de bolsjewiki brachten de arbeiders reeds in de eerste maanden van de revolutie in vele steden herkiezingen van de Sovjets, ten uitvoer, vooral van de districtssovjets, zij wierpen de mensjewiki en de sociaal-revolutionairen er uit en kozen in hun plaats aanhangers van de bolsjewistische partij.
Het werk van de bolsjewiki leverde prachtige resultaten op, vooral in Petrograd.
Van 30 Mei tot 3 Juni 1917 had de Petrogradse Conferentie van de fabrieks- en bedrijfscomités plaats. Op deze Conferentie gingen reeds driekwart van de afgevaardigden met de bolsjewiki mee. Het Petrogradse proletariaat was bijna in zijn geheel voor de bolsjewistische leuze - "Alle macht aan de Sovjets!"
Op 3 (16) Juni 1917 kwam het Iste Al-Russische Sovjet-Congres bijeen. De bolsjewiki waren nog in de minderheid, zij hadden op het Congres iets meer dan 100 afgevaardigden tegenover 700-800 mensjewiki, sociaal-revolutionairen en anderen.
De bolsjewiki stelden op het Iste Sovjet-Congres hardnekkig de verderfelijkheid van de compromispolitiek met de bourgeoisie aan de kaak en legden het imperialistische karakter van de oorlog bloot. Lenin hield op het Congres een redevoering, waarin hij de juistheid van de bolsjewistische lijn aantoonde en verklaarde, dat alleen de Sovjetmacht brood aan de werkers en grond aan de boeren kon geven, de vrede tot stand kon brengen en het land uit de ontreddering voeren.
In die tijd had er in de arbeidersdistricten van Petersburg een massacampagne plaats om een demonstratie te organiseren en eisen aan het Sovjet-Congres voor te leggen. Met de wens om een eigenmachtige demonstratie van de arbeiders te voorkomen en er op speculerend om de revolutionaire stemming der massa's, voor zijn eigen doeleinden te gebruiken, besloot het Uitvoerend Comité van de Petrogradse Sovjet de demonstratie in Petrograd op 18 Juni (1 Juli) vast te stellen. De mensjewiki en de sociaal-revolutionairen rekenden er op, dat de demonstratie onder antibolsjewistische leuzen zou plaats hebben. De bolsjewistische partij bereidde zich energiek op deze demonstratie voor. Kam. Stalin schreef toen in de "Prawda" dat " ... het onze taak is te bereiken, dat de demonstratie in Petrograd op 18 Juni onder onze revolutionaire leuzen plaats heeft."
De demonstratie van 18 Juni 1917, die aan het graf van de voor de revolutie gevallen slachtoffers plaats had, werd tot een echte monstering van de krachten van de bolsjewistische partij. Zij toonde de groeiende revolutionaire stemming van de massa's en hun toenemend vertrouwen in de bolsjewistische partij. De leuzen van de mensjewiki en sociaa1-revolutionnairen over het vertrouwen in de Voorlopige Regering, en de noodzakelijkheid om de oorlog voort te zetten, gingen teloor in de geweldige massa van bolsjewistische leuzen, 400.000 man demonstreerden met vaandels, waarop de leuzen: "Weg met de oorlog!", "Weg met de tien kapitalistische ministers!" "Alle macht aan de Sovjets!" geschreven stonden.
Het was een volledige mislukking voor de mensjewiki, de sociaal-revolutionairen en de Voorlopige Regering, in de hoofdstad.
De Voorlopige Regering, die van het Iste Sovjet-Congres steun had ontvangen, besloot evenwel de imperialistische politiek voort te zetten. Juist op de dag van de 18e Juni joeg de Voorlopige Regering, die daarmede de wil van de Engels-Franse imperialisten vervulde, de soldaten aan het front in het offensief. De bourgeoisie zag in dit offensief de enige mogelijkheid om aan de revolutie een einde te maken. De bourgeoisie hoopte, in geval het offensief succes had, de gehele macht in haar handen te nemen, de Sovjets te verdringen en de bolsjewiki te verpletteren. Bij een mislukking kon men de gehele schuld op diezelfde bolsjewiki afwentelen en hen ervan beschuldigen dat zij het leger tot ontbinding hadden gebracht.
Er viel niet aan te twijfelen, dat het offensief zou mislukken.
En het mislukte inderdaad. De vermoeidheid van de soldaten, het feit dat zij het doel van het offensief niet begrepen, het wantrouwen in de bevelvoering waartegenover de soldaat vreemd stond, het gebrek aan granaten en artillerie, - dit alles leidde tot de mislukking van het offensief aan het front.
De tijding van het offensief aan het front en daarop van de mislukking van dat offensief, bracht de hoofdstad in opwinding. De verontwaardiging van de arbeiders en de soldaten kende geen grenzen. Het bleek, dat de Voorlopige Regering, die een vredespolitiek verkondigde, het volk had bedrogen. Het bleek, dat de Voorlopige Regering voor de voortzetting van de imperialistische oorlog was. Het bleek dat het Al-Russische Centrale Uitvoerende Comité van de Sovjets en de Petrogradse Sovjets het misdadige optreden van de Voorlopige Regering niet wilden of niet konden tegengaan en zelf achter haar aan sukkelden.
De revolutionaire verontwaardiging van de Petrogradse arbeiders en soldaten trad buiten de perken. Op 3 (16) Juli begonnen er spontaan demonstraties in Petrograd, in het Wyborgse district. Zij duurden de gehele dag. De afzonderlijke demonstraties groeiden aan tot één machtige gewapende demonstratie onder de leuze van de overgang van de macht aan de Sovjets. De bolsjewistische partij was tegen een gewapend optreden op dat moment, daar zij van mening was, dat de revolutionaire crisis nog niet rijp was geworden, dat het leger en de provincie nog niet bereid waren om een opstand in de hoofdstad te ondersteunen, dat een geïsoleerde en voorbarige opstand in de hoofdstad de contrarevolutionaire verplettering van de voorhoede van de revolutie alleen maar zou kunnen vergemakkelijken. Maar toen het duidelijk werd dat het niet mogelijk was, de massa's van de demonstratie af te houden, besloot de partij om aan de demonstratie deel te nemen, met het doel haar een vreedzaam en georganiseerd karakter te verlenen. Dit gelukte aan de partij der bolsjewiki en honderdduizenden demonstranten begaven zich naar de Petrogradse Sovjet en naar het Centraal Uitvoerend Comité van de Sovjets, waar zij van de Sovjets eisten, dat zij de macht in handen zouden nemen, met de imperialistische bourgeoisie zouden breken en een actieve vredespolitiek voeren.
Ondanks het vreedzame karakter van de demonstratie liet men reactionaire troepenafdelingen van "jonkers" (leerlingen der officiersscholen) en officieren tegen de demonstranten oprukken. De straten van Petrograd werden met het bloed van de arbeiders en soldaten overstroomd. Om de arbeiders neer te slaan, werden van het front de meest achterlijke, contrarevolutionaire troepenafdelingen opgeroepen.
Nadat zij de arbeiders- en soldatendemonstratie neergeslagen hadden, stortten zich de mensjewiki en de sociaal-revolutionairen, in bondgenootschap met de bourgeoisie en de witgardistische generaals, op de bolsjewistische partij. Het gebouw van de redactie van de "Prawda" werd verwoest, de "Prawda", de "Soldaten-Prawda" en een aantal andere· bolsjewistische kranten werden verboden. Op straat werd de arbeider Woinow door "jonkers" vermoord, alleen omdat hij de "Listok Prawdy" ("Het blad van de Prawda") verkocht. De ontwapening van de Roodgardisten nam een aanvang. De revolutionaire troepenafdelingen van het Petrogradse garnizoen werden uit de hoofdstad verwijderd en naar het front gestuurd. Er hadden in het achterland en aan de fronten arrestaties plaats. Op 7 Juli werd het bevel uitgevaardigd om Lenin te arresteren. Er werd een aantal op de voorgrond staande functionarissen van de bolsjewistische partij ge1uresteerd. De drukkerij "Troed" ("De Arbeid") waar de bolsjewistische uitgaven werden gedrukt, werd verwoest. In een mededeling van de procureur van het Petrogradse gerechtshof werd gezegd, dat er tegen Lenin en een aantal andere bolsjewiki rechtsingang was verleend wegens "hoogverraad" en het organiseren van een gewapende opstand. De beschuldiging tegen Lenin was in de staf van generaal Denikin, op grond van getuigenissen van spionnen en provocateurs, gefabriceerd.
De voorlopige coalitieregering, waartoe zulke op de voorgrond staande vertegenwoordigers van de mensjewiki en sociaal-revolutionairen als Tseretelli en Skobelew, Kerenski en Tsjernow behoorden, was dus in het moeras van het openlijke imperialisme en van de openlijke contrarevolutie terecht gekomen. In plaats van een vredespolitiek was zij een politiek van het voortzetten van de oorlog gaan voeren. In plaats van de democratische rechten van het volk te beschermen, was zij met geweld van wapenen een politiek van liquidatie van deze rechten en van repressie tegen de arbeiders en soldaten gaan voeren.
Waartoe de vertegenwoordigers van de bourgeoisie, Goetsjkof en Miljoekow niet hadden kunnen besluiten, dat besloten de "socialisten" Kerenski en Tseretelli, Tsjernow en Skobelew ter hand te nemen.
De dubbele macht was geëindigd.
Zij was geëindigd ten gunste van de bourgeoisie, want de gehele macht ging in handen van de Voorlopige Regering over en de Sovjets met hun sociaal-revolutionaire mensjewistische leiding werden tot een aanhangsel van de Voorlopige Regering.
Geëindigd was de vreedzame periode van de revolutie, want de bajonet was op de dagorde geplaatst.
Met het oog op de gewijzigde situatie, besloot de bolsjewistische partij haar tactiek te wijzigen. Zij ging in de illegaliteit, verborg haar leider Lenin uiterst zorgvuldig en begon zich tot de opstand voor te bereiden, teneinde de macht van de bourgeoisie met geweld van wapenen omver te werpen en de Sovjetmacht in te stellen.
4. - De koers van de partij der bolsjewiki op de voorbereiding van de gewapende opstand. - Het VIe Congres van de Partij.
Het VIe Congres van de partij der bolsjewiki kwam in Petrograd bijeen terwijl er een ongelooflijke ophitsing van de burgerlijke en kleinburgerlijke pers plaats had. Het kwam bijeen tien jaar na het Ve Congres te Londen en vijf jaar na de Conferentie der bolsjewiki te Praag. Het Congres duurde van 26 Juli tot 3 Augustus 1917 en had illegaal plaats: er werd in de pers enkel melding gemaakt van het feit, dat het Congres was bijeengeroepen, maar niet van de plaats, waar het werd gehouden. De eerste zittingen hadden plaats aan de Wyborgse zijde. De laatste zittingen werden gehouden in een schoolgebouw bij de Narwapoort, waar thans het Cultuurhuis is gebouwd. De burgerlijke pers eiste de arrestatie van de deelnemers aan het Congres. Rechercheurs liepen zich het vuur uit de sloffen om de plaats te vinden waar het Congres werd gehouden, maar zij konden die maar niet vinden.
De bolsjewiki waren dus, vijf maanden na de omverwerping van het tsarisme, gedwongen om in het geheim bijeen te komen, de leider van de proletarische partij, Lenin, was genoodzaakt, zich in die tijd in een hut in de buurt van het station Razliw te verbergen.
Vervolgd door de speurders van de Voorlopige Regering kon Lenin niet op het Congres aanwezig zijn, maar hij leidde het van de illegaliteit uit door bemiddeling van zijn medestrijders en leerlingen in Petrograd: Stalin, Swerdlow, Molotow en Ordzjonikidze.
Er waren op het Congres 157 afgevaardigden met beslissende en 128 afgevaardigden met raadgevende stem aanwezig. De partij telde in die tijd ongeveer 240.000 leden. Voor de 3e Juli d.w.z. voor de verplettering van de arbeidersdemonstratie, toen de bolsjewiki nog legaal werkten, had de partij 41 persorganen, waaronder 29 in de Russische en 12 in andere talen.
De jacht op de bolsjewiki en op de arbeidersklasse in de Julidagen had de invloed van onze partij niet alleen niet verminderd, maar had die integendeel, nog vergroot. De afgevaardigden uit de verschillende plaatsen noemden een groot aantal feiten, dat de arbeiders en de soldaten in massa de mensjewiki en de sociaal-revolutionairen begonnen te verlaten en hen vol verachting "sociaalcipiers" noemden. De arbeiders en soldaten, die lid waren van de partijen der mensjewiki en der sociaal-revolutionairen, verscheurden hun partijboekjes, traden met een verwensing uit hun partij en vroegen de bolsjewiki om hen in hun partij op te nemen.
De voornaamste vraagstukken van het Congres waren het politieke verslag van het Centraal-Comité en het vraagstuk van de politieke toestand. In zijn referaten hierover toonde kam. Stalin met grote duidelijkheid aan, dat de revolutie ondanks alle inspanning van de bourgeoisie om haar te onderdrukken, groeide en zich ontwikkelde. Hij toonde aan, dat de revolutie het vraagstuk van de verwezenlijking van de arbeiderscontrole op de productie en op de verdeling van de producten aan de orde stelde, alsmede het vraagstuk van de overgave van de grond aan de boeren en dat van de overdracht van de macht uit handen van de bourgeoisie aan de arbeidersklasse en de arme boeren. Hij zeide, dat de revolutie wat haar karakter betreft, socialistisch werd.
De politieke toestand in het land had zich na de Julidagen scherp gewijzigd. De dubbele macht bestond niet meer. De Sovjets met hun sociaal-revolutionaire mensjewistische leiding hadden de gehele macht niet willen grijpen. Daarom waren de Sovjets lichamen zonder macht geworden. De macht had zich in handen van de burgerlijke Voorlopige Regering geconcentreerd en deze bleef de revolutie ontwapenen, haar organisaties vernielen, de partij der bolsjewiki verpletteren. De mogelijkheden tot een vreedzame ontwikkeling van de revolutie waren verdwenen. Er blijft, zeide kam. Stalin, één weg over - de macht met geweld te grijpen door de Voorlopige Regering omver te werpen. Maar de macht grijpen kan alleen het proletariaat in bondgenootschap met de dorpsarmoede.
De Sovjets, die nog altijd door de mensjewiki en de sociaal-revolutionairen werden geleid, waren in het kamp van de bourgeoisie terecht gekomen en konden in de huidige toestand alleen in de rol van handlangers der Voorlopige Regering optreden. De leuze "Alle macht aan de Sovjets", zeide kam. Stalin, moet na de Julidagen van de dagorde worden geschrapt. Evenwel, het tijdelijk intrekken van deze leuze betekent geenszins het opgeven van de strijd voor de macht van de Sovjets. Het gaat niet om de Sovjets in het algemeen, als organen van de revolutionaire strijd, maar alleen om die Sovjets, welke door de mensjewiki en de sociaal-revolutionairen worden geleid.
De vreedzame periode van de revolutie is geëindigd, zeide kam. Stalin, er is een niet-vreedzame periode, een periode van worstelingen en uitbarstingen aangebroken." (Notulen van het VIe Congres der R.S.D.A.P. (b), blz. 111.)
De partij schreed naar de gewapende opstand.
Er waren op het Congres mensen, die de invloed van de bourgeoisie weerspiegelden en tegen de koers naar de socialistische revolutie ingingen.
De Trotskist Preobrazjenski stelde voor, om er in de resolutie over de verovering van de macht op te wijzen, dat het alleen mogelijk zou zijn, het land op de socialistische weg te leiden, indien in het Westen een proletarische revolutie zou uitbreken.
Tegen dit Trotskistisch voorstel trad kameraad Stalin op.
"De mogelijkheid is niet uitgesloten, - zeide kam. Stalin, - dat juist Rusland het land zal zijn, dat de weg naar het Socialisme baant... Men moet de overleefde voorstelling over boord werpen, alsof alleen Europa ons de weg zou kunnen wijzen. Er bestaat een dogmatisch Marxisme en een scheppend Marxisme. Ik sta op de bodem van het laatste" (Notulen van het VIe Congres van de R.S.D.A.P. (b) blz. 233-234.)
Boecharin, die op het Trotskistische standpunt stond, beweerde dat de boeren voor de landsverdediging waren, dat zij zich in een blok met de bourgeoisie bevonden en niet met de arbeidersklasse zouden meegaan.
In zijn antwoord aan Boecharin toonde kam. Stalin aan, dat er verschillende soorten van boeren zijn; er zijn welgestelde boeren, die de imperialistische bourgeoisie ondersteunen en er is de boeren-armoede, die een bondgenootschap met de arbeidersklasse zoekt en haar in de strijd voor de overwinning van de revolutie zal ondersteunen.
Het Congres verwierp de amendementen van Preobrazjenski en Boecharin en bekrachtigde de ontwerpresolutie van kam. Stalin.
Het Congres besprak het economische platform van de bolsjewiki en bekrachtigde het. De hoofdpunten daarvan waren: de confiscatie van de grond der landheren en de nationalisatie van de gehele grond in het land, de nationalisatie van de banken, de nationalisatie van de grote industrie, de arbeiderscontrole op de productie en de verdeling.
Het Congres legde de nadruk op de betekenis van de strijd voor de arbeiderscontrole op de productie, die bij de overgang tot de nationalisatie van de grote industrie een grote rol speelde.
Het VIe Congres legde bij al zijn besluiten met bijzondere kracht de nadruk op de Leninistische stelling van het bondgenootschap van het proletariaat en de armste boeren, als de voorwaarde voor de overwinning van de socialistische revolutie.
Het Congres veroordeelde de mensjewistische theorie van de neutraliteit der vakverenigingen. Het Congres wees er op, dat de ernstige taken, waarvoor de arbeidersklasse van Rusland stond, alleen dán konden worden vervuld, als de vakverenigingen strijdvaardige klassenorganisaties zouden blijven, die de politieke leiding van de partij der bolsjewiki erkenden.
Het Congres nam een resolutie aan over "de Jeugdbonden", welke in die tijd niet zelden eigenmachtig tot stand kwamen. Het gelukte de partij als resultaat van haar verdere arbeid, om deze jonge organisaties aan de partij, als haar reserve, te verbinden.
Op het Congres werd de kwestie besproken of Lenin voor het gerecht zou verschijnen. Kamenjew, Rykow, Trotski en anderen waren reeds voor het Congres van mening, dat Lenin voor het gerecht van de contrarevolutionairen moest verschijnen. Kam. Stalin sprak zich ten scherpste tegen Lenins verschijnen voor het gerecht uit. Het VIe Congres sprak zich eveneens uit tegen Lenins verschijning voor het gerecht; het was van mening, dat dit geen gerecht, maar een wraakneming zou zijn. Het Congres twijfelde er niet aan, dat de bourgeoisie slechts hiernaar streefde Lenin, haar gevaarlijkste vijand, fysiek te vernietigen. Het Congres protesteerde tegen de burgerlijke en politieophitsing tegen de leiders van het revolutionaire proletariaat en zond Lenin een begroeting.
Het VIe Congres nam nieuwe statuten van de partij aan. In de partijstatuten werd er op gewezen, dat alle organisaties van de partij volgens de beginselen van het democratische centralisme moeten worden opgebouwd.
Dit betekende:
- - dat alle leidende organen van de partij, van boven tot beneden verkiesbaar zijn; -
- - dat de partijorganen periodiek voor hun partijorganisaties rekening en verantwoording moeten afleggen; -
- - dat er een strenge partijdiscipline is, waarbij de minderheid zich aan de meerderheid moet onderwerpen; -
- - dat de besluiten van de hogere organen voor de lagere voor alle leden van de partij onvoorwaardelijk bindend zijn.
In de partijstatuten werd gezegd, dat men als lid van de partij wordt aangenomen door de plaatselijke organisaties, op aanbeveling van twee leden van de partij en na bekrachtiging door de algemene vergadering van de leden der partijorganisatie.
Het VIe Congres nam de "interregionalisten" met hun leider Trotski in de partij op. Dat was een kleine groep, die sinds 1913 in Petrograd bestond en uit Trotskistische mensjewiki en een aantal vroegere bolsjewiki, die uit de partij waren getreden, bestond. De "interregionalisten" waren tijdens de oorlog een centristische organisatie. Zij streden tegen de bolsjewiki, maar zij waren het ook in vele opzichten niet met de mensjewiki eens, zij namen dus een tussenstandpunt, een centristische, weifelende positie in. Tijdens het VIe Partijcongres verklaarden de "interregionalisten", dat zij het in alle opzichten met de bolsjewiki eens waren, en verzochten in de partij te worden opgenomen. Het Congres voldeed aan hun verzoek en rekende er op, dat zij mettertijd echte bolsjewiki zouden kunnen worden; Sommigen van de "interregionalisten", b.v. Wolodarski, Oeritski en anderen zijn later werkelijk bolsjewiki geworden. Wat Trotski en sommige van zijn intieme vrienden betreft, zij traden, zoals later is gebleken, niet in de partij om ten gunste van de partij te werken, maar om haar aan het wankelen te brengen en van binnen uiteen te scheuren.
Alle besluiten van het VIe Congres waren gericht op de voorbereiding van het proletariaat en de armste boeren tot de gewapende opstand. Het VIe Congres richtte de partij op de gewapende opstand, op de socialistische revolutie.
Het door het Congres uitgevaardigde manifest van de partij riep de arbeiders, de soldaten en de boeren op, krachten te verzamelen voor de beslissende gevechten tegen de bourgeoisie.
Het eindigde met de woorden:
"Bereidt u voor tot nieuwe gevechten, strijdvaardige kameraden! Verzamelt uw krachten, sluit u in strijdvaardige colonnes aaneen, volhardend, moedig en rustig, zonder op provocatie in te gaan! Onder het vaandel van de partij, proletariërs en soldaten! Onder ons vaandel, onderdrukte dorpen!"
5. - De samenzwering van generaal Kornilow tegen de revolutie. - De verplettering van de samenzwering. - De overgang van de Sovjets in Petrograd en Moskou naar de zijde van de bolsjewiki.
Toen de bourgeoisie de gehele macht in handen had genomen, begon zij zich voor te bereiden op de verplettering van de machteloos geworden Sovjets en het vormen van een openlijke contrarevolutionaire dictatuur. De miljonair Rjaboesjinski verklaarde brutaalweg, dat hij de uitweg uit de toestand hierin zag, dat "de knokige hand van de honger, de volksellende, "de quasi-vrienden van het volk, de democratische Sovjets en Comités bij de keel zou vatten". Aan het front woedden de krijgsraden te velde en de doodstraf voor de soldaten. Op 3 Augustus 1917 eiste de opperbevelhebber, generaal Kornilow, de invoering van de doodstraf ook in het achterland.
Op 12 Augustus werd in Moskou in het Grote Theater de Staatsconferentie bijeengeroepen om de krachten van de bourgeoisie en de landheren te mobiliseren. Op deze conferentie waren in hoofdzaak vertegenwoordigers van de landheren, de bourgeoisie, de hogere bevelvoering, het officierscorps en de kozakken aanwezig. De Sovjets waren op de conferentie door mensjewiki en sociaal-revolutionairen vertegenwoordigd.
Op de dag van de opening van de Staatsconferentie organiseerden de bolsjewiki in Moskou als protest een algemene staking, die de meerderheid van de arbeiders omvatte. Tegelijkertijd hadden er ook in een aantal andere steden stakingen plaats.
De sociaal-revolutionair Kerenski dreigde in zijn redevoering op de conferentie pralend, dat hij alle pogingen van de revolutionaire beweging, daaronder ook de pogingen van de boeren om eigenmachtig de grond van de landheren in bezit te nemen, met "bloed en ijzer" zou onderdrukken.
De contrarevolutionaire generaal Kornilow eiste openlijk de "afschaffing van de Comités en Sovjets".
Naar de Stafka, zoals toen de staf van de opperbevelhebber werd genoemd, naar generaal Kornilow strekten de bankiers, kooplieden en fabrikanten hun handen uit, en beloofden geld en ondersteuning.
Tot generaal Kornilow kwamen ook de vertegenwoordigers van de "Geallieerden", d.w.z. van Engeland en Frankrijk, en eisten, dat er met het optreden tegen de revolutie niet zou worden gedraald.
De zaak liep op een samenzwering van generaal Kornilow tegen de revolutie uit.
De samenzwering van Kornilow werd openlijk voorbereid. Om de aandacht van de samenzwering af te leiden, verspreidden de samenzweerders het gerucht, dat de bolsjewiki voor de dag van 27 Augustus, waarop sinds het begin van de revolutie zes maanden verlopen waren, in Petrograd een opstand voorbereidden. De Voorlopige Regering, met Kerenski aan het hoofd, wierp zich op de bolsjewiki, versterkte de terreur tegen de proletarische partij. Tegelijkertijd bracht generaal Kornilow troepen bijeen om hen tegen Petrograd te laten oprukken, de Sovjets te liquideren en een regering van de militaire dictatuur te vormen.
Kornilow had zich over zijn contrarevolutionair optreden van te voren met Kerenski verstaan. Maar op het ogenblik dat Kornilow zijn actie begon, veranderde Kerenski plotseling van houding en scheidde hij zich van zijn bondgenoot af. Kerenski vreesde, dat de volksmassa's, nadat zij zich tegen de Kornilowiade verheven en haar verpletterd zouden hebben, tegelijkertijd tevens de burgerlijke regering van Kerenski zouden wegvegen, indien deze zich thans niet van de Kornilowiade afperkte.
Op 25 Augustus liet Kornilow het 3e cavaleriecorps, onder bevel van generaal Krymow, naar Petrograd oprukken en verklaarde, dat hij van plan was "het vaderland te redden". In antwoord op de opstand van Kornilow riep het Centraal-Comité van de bolsjewistische partij de arbeiders en soldaten op, om aan de contrarevolutie actief gewapend tegenstand te bieden. De arbeiders begonnen zich snel te bewapenen en zich voor te bereiden om tegenstand te bieden. De Roodgardistische afdelingen werden in deze dagen enige malen zo sterk. De vakverenigingen mobiliseerden hun leden. De revolutionaire troepenafdelingen in Petrograd werden eveneens voor de strijd gereed gemaakt. Er werden om Petrograd loopgraven gegraven en prikkeldraadversperringen aangelegd, de spoorwegrails werden opgebroken. Enige duizenden gewapende matrozen kwamen uit Kroonstad voor de verdediging van Petrograd aan. Er werden naar de "wilde divisie", die naar Petrograd oprukte, afgevaardigden gestuurd, die aan de soldaten, welke uit Kaukasische bergbewoners bestonden, de betekenis van Kornilows optreden uiteenzetten, waarop de "wilde divisie" weigerde naar Petrograd op te rukken. Er werden ook naar de andere troepenafdelingen van Kornilow agitators gezonden. Overal waar gevaar dreigde, werden revolutionaire comités en staven voor de strijd tegen de Kornilowiade gevormd.
De dodelijk verschrokken sociaal-revolutionair-mensjewistische leiders, Kerenski inbegrepen, zochten in die dagen bescherming bij de bolsjewiki, want zij hadden zich overtuigd, dat de bolsjewiki de enige reële kracht in de hoofdstad, waren, die in staat was Kornilow te verslaan.
Maar hoewel de bolsjewiki de massa's voor de verplettering van de Kornilowiade mobiliseerden, staakten zij toch de strijd tegen de regering van Kerenski niet. De bolsjewiki ontmaskerden ten overstaan van de massa's de regering van Kerenski, van de mensjewiki en de sociaal-revolutionairen, die door hun gehele politiek de contrarevolutionaire samenzwering van Kornilow objectief in de hand hadden gewerkt.
Als resultaat van al deze maatregelen werd de Kornilowiade verpletterd. Generaal Krymow schoot zich dood. Kornilow en zijn medewerkers, Denikin en Loekomski, werden gearresteerd (Kerenski stelde hen overigens spoedig weer in vrijheid).
De verplettering van de Kornilowiade had met één slag de krachtsverhouding tussen de revolutie en de contrarevolutie blootgelegd en in het licht gesteld. Zij had aangetoond, dat het gehele contrarevolutionaire kamp, van de generaals en de cadettenpartij, tot de zich in gevangenschap bij de bourgeoisie bevindende mensjewiki en sociaal-revolutionairen, tot de ondergang was gedoemd. Het was duidelijk geworden, dat de politiek om de ondragelijke oorlog te rekken en de door het slepende houden van de oorlog veroorzaakte economische ontreddering hun invloed onder de volksmassa's definitief hadden ondermijnd.
De verplettering van de Kornilowiade had verder aangetoond, dat de bolsjewistische partij tot de beslissende kracht van de revolutie was gegroeid, tot een kracht, die in staat was om alle kuiperijen van de contrarevolutie de kop in te drukken. Onze partij was nog niet de regerende partij, maar zij handelde in de dagen van de Kornilowiade als een echte regerende macht, want haar aanwijzingen waren door de arbeiders en soldaten zonder weifelen ten uitvoer gebracht.
Tenslotte had de verplettering van de Kornilowiade aangetoond, dat de Sovjets, die schijnbaar waren gestorven, in werkelijkheid een zeer grote kracht van revolutionair verzet in zich verborgen. Er viel niet aan te twijfelen, dat het juist de Sovjets en hun revolutionaire comités waren, die aan de troepen van Kornilow de weg hadden versperd en hun krachten hadden gebroken.
De strijd tegen de Kornilowiade had de Sovjets van Arbeiders- en Soldatenafgevaardigden, die wegkwijnden, tot nieuw leven gewekt, had hen uit de gevangenis der compromispolitiek bevrijd, hen op de brede weg van de revolutionaire strijd gevoerd en hen aan de zijde van de bolsjewistische partij gebracht.
De invloed van de bolsjewiki in de Sovjets groeide, als nooit te voren. De invloed van de bolsjewiki begon ook op het platteland snel toe te nemen.
De opstand van Kornilow had aan de brede massa's van de boeren getoond, dat de landheren en de generaals, nadat zij de bolsjewiki en de Sovjets zouden hebben verpletterd, zich daarna op de boeren zouden hebben geworpen. Daarom begonnen de brede massa's van de arme boeren zich steeds nauwer om de bolsjewiki aaneen te sluiten. Wat de middelboeren betreft, wier weifelingen de ontwikkeling van de revolutie in de periode van April tot Augustus 1917 hadden geremd, deze begonnen zich na de verplettering van de Kornilowiade duidelijk naar de bolsjewistische partij te keren en sloten zich bij de massa van de arme boeren aan. De brede massa's van de boeren begonnen te begrijpen, dat alleen de partij der bolsjewiki in staat was de landheren te verpletteren, dat alleen zij bereid was om de grond aan de boeren te geven. De maanden September en Oktober 1917 toonden een ontzaglijke vermeerdering van het aantal inbeslagnemingen van de grond der landheren door de boeren. Overal begon het eigenmachtig bewerken van de grond der landheren. Overredingen noch strafexpedities konden de boeren nog langer weerhouden om zich tot de revolutie te verheffen.
De revolutie nam een steeds sneller tempo aan.
De Sovjets leefden op en kregen nieuwe leden, .de bolsjewisering van de Sovjets nam een aanvang. De fabrieken, de bedrijven en de troepenafdelingen kozen nieuwe afgevaardigden en zonden in plaats van de mensjewiki en de sociaal-revolutionairen, vertegenwoordigers van de bolsjewistische partij naar de Sovjets. Op de dag volgende op de overwinning op de Kornilowiade, op 31 Augustus, spreekt de Petrogradse Sovjet zich voor de politiek van de bolsjewiki uit. Het oude, mensjewistisch-sociaal-revolutionaire presidium van de Petrogradse Sovjet, met Tschjeïdze aan het hoofd, treedt af en maakt plaats voor de bolsjewiki. Op5 September gaat de Moskouse Sovjet van Arbeidersafgevaardigden naar de kant van de bolsjewiki over. Het sociaal-revolutionair-mensjewistische presidium van de Moskouse Sovjet treedt eveneens af en maakt de weg vrij voor de bolsjewiki.
Dat betekende, dat de voornaamste voorwaarden, noodzakelijk voor een succesvolle opstand, reeds gerijpt waren.
De leuze: "Alle macht aan de Sovjets!" stond opnieuw op de agenda.
Maar het was al niet meer de oude leuze van de overgang van de macht aan de mensjewistisch-sociaal-revolutionaire Sovjets. Neen, dit was de leuze van de opstand van de Sovjets tegen de Voorlopige Regering, met het doel de gehele macht in het land aan de door de bolsjewiki geleide Sovjets te geven.
De partijen van het compromis begonnen uiteen te vallen. Onder de druk van de revolutionair gezinde boeren ontstond, bij de sociaal-revolutionairen een linkervleugel, de "linkse" sociaal-revolutionairen, die hun ontevredenheid over de politiek van het compromis met de bourgeoisie tot uitdrukking begonnen te brengen.
Bij de mensjewiki ontstond op haar beurt een groep van "linksen", de zogenaamde "internationalisten", die naar de bolsjewiki begonnen over te hellen.
Wat de anarchisten betreft, die, wat hun invloed aangaat, toch al een nietig groepje waren, deze vielen thans definitief in kleine groepjes uiteen, waarvan, sommige zich met de beroepsmisdadigers en provocateurs onder het uitschot van de maatschappij verbonden, andere "ideologische" onteigenaars werden, die de boeren en de kleine luiden uit de stad uitplunderden en de arbeidersclubs hun gebouwen en hun spaarpenningen afnamen, terwijl weer andere groepjes openlijk naar het kamp van de contrarevolutionairen overgingen en persoonlijk een goed leven zochten als dienstknechten der bourgeoisie. Zij allen waren tegen iedere macht, ook en in het bijzonder tegen de revolutionaire macht van de arbeiders en boeren, daar zij er van overtuigd waren, dat de revolutionaire macht hun niet zou toestaan het volk uit te plunderen en volksbezit te roven.
Na de verplettering van de Kornilowiade deden de mensjewiki en de sociaal-revolutionairen nog een poging om de stijgende revolutionaire golf te verzwakken. Met dit doel riepen zij op 12 September 1917 de Al-Russische democratische conferentie bijeen, bestaande uit vertegenwoordigers van de socialistische partijen, van de Sovjets van het compromis, de vakverenigingen, de Zemstwo's, de handels- en industriekringen en de troepenafdelingen. De conferentie vormde een Voorparlement (een Voorlopige Raad van de republiek). De compromispolitici meenden, dat zij met behulp van het Voorparlement de revolutie tot staan konden brengen en het land van de weg van de Sovjetrevolutie naar de weg van de burgerlijk-constitutionele ontwikkeling, van het burgerlijke parlementarisme, konden doen overgaan. Maar dat was een hopeloze poging van bankroete politici om het rad van de revolutie terug te draaien. Deze poging moest schipbreuk lijden en leed dan ook werkelijk schipbreuk. De arbeiders bespotten de parlementaire spraakoefeningen van de compromismannen.
Het Centraal-Comité van de bolsjewistische partij besloot het Voorparlement te boycotten. De bolsjewistische fractie van het Voorparlement, waarin mensen als Kamenjew en Teodorowitsj zaten, wilde weliswaar het Voorparlement niet verlaten, maar het Centraal-Comité van de partij dwong hen uit het Voorparlement te treden.
De deelneming aan het Voorparlement werd hardnekkig verdedigd door Kamenjew en Zinowjew, die daarmede de partij van de voorbereiding van de opstand poogden af te leiden.
Kam. Stalin trad in de bolsjewistische fractie van de Al-Russische democratische conferentie met kracht tegen de deelneming aan het Voorparlement op. Hij noemde het Voorparlement een "misgeboorte van de Kornilowiade".
Lenin en Stalin beschouwden zelfs een kortstondige deelneming aan het Voorparlement als een ernstige fout, daar dit bij de massa's de bedrieglijke hoop kon verwekken, alsof het Voorparlement werkelijk iets voor de werkers zou kunnen doen.
Tegelijkertijd bereidden de bolsjewiki volhardend de bijeenroeping van het IIe Sovjet-Congres voor, waarop zij de meerderheid meenden te zullen krijgen, Ondanks alle uitvluchten van de mensjewiki en de sociaal-revolutionairen, die in het Centrale Uitvoerende Comité zaten, werd onder de druk van de bolsjewistische Sovjets de bijeenroeping van het He Al-Russische Sovjet-Congres voorde tweede helft van Oktober 1917 vastgesteld.
6. - De Oktoberopstand in Petrograd en de arrestatie van de Voorlopige Regering. Het tweede Sovjet-Congres en de vorming van de Sovjetregering. De dekreten van het IIe Sovjet-Congres over de vrede en over de grond. De overwinning van de socialistische revolutie. De oorzaken van de overwinning der socialistische revolutie.
De bolsjewiki begonnen zich krachtig op de opstand voor te bereiden. Lenin wees er op, dat nu de bolsjewiki in de Sovjets van de Arbeiders- en Soldatenafgevaardigden in de beide hoofdsteden, Moskou en Petrograd, de meerderheid hadden gekregen, zij de staatsmacht in handen konden en moesten nemen. Bij het opmaken van de resultaten van de afgelegde weg legde Lenin er de nadruk op, dat "de meerderheid van het volk voor ons is". In zijn artikelen en in zijn brieven aan het Centraal-Comité en aan de bolsjewistische organisaties gaf Lenin het concrete plan van de opstand aan: hoe men de troepenafdelingen, de vloot en de Roodgardisten moest, gebruiken, welke beslissende punten in Petrograd er moesten worden bezet om het succes van de opstand te verzekeren enz.
Op 7 Oktober kwam Lenin illegaal uit Finland in Pet rog rad aan. Op 10 Oktober 1917 had de historische bijeenkomst van het Centraal-Comité van de partij plaats, waarop besloten werd om in de eerstvolgende dagen de gewapende opstand te beginnen. De historische resolutie van het Centraal-Comité van de partij, die door Lenin was geschreven, luidde:
"Het Centraal-Comité stelt vast, dat zowel de internationale toestand van de Russische revolutie (de opstand van de Duitse vloot als een extreem verschijnsel van de in geheel Europa aangroeiende socialistische wereldrevolutie, vervolgens het gevaar van een vrede tussen de imperialisten, met het doel, de revolutie in Rusland te verstikken) alsook de militaire toestand (het onbetwistbare besluit van de Russische bourgeoisie en van Kerenski & Co. om Petrograd aan de Duitsers over te geven), benevens het feit dat de proletarische partij de meerderheid in de Sovjets heeft verkregen - dat dit alles in verband met de boerenopstand en met het feit, dat het vertrouwen van het volk op onze partij is overgegaan (de verkiezingen in Moskou) en tenslotte de klaarblijkelijke voorbereiding van. een tweede Kornilowiade (het verwijderen van troepen uit Petrograd, het overbrengen van Kozakken naar Petrograd, de omsingeling van Minsk door Kozakken enz.) - dat dit alles de gewapende opstand op de dagorde plaatst.
Vaststellend derhalve, dat de gewapende opstand volledig onvermijdelijk is, roept het Centraal-Comité alle partijorganisaties op, zich hierdoor te laten leiden en alle praktische vraagstukken (het Sovjet-Congres van het Noordelijke Gebied, het wegzenden van troepen uit Petrograd, het optreden van de Moskouers en de Minskers enz.) van dit gezichtspunt uit te beslissen." (Lenin, Verz. Werken, Deel VI, blz. 320.)
Tegen dit historische besluit traden twee leden van het Centraal-Comité, Kamenjew en Zinowjew op, zij stemden tegen de resolutie. Zij droomden, evenals de mensjewiki, over een burgerlijke parlementaire republiek en belasterden de arbeidersklasse door te beweren, dat zij niet bij machte was om de socialistische revolutie te voltrekken, dat zij nog niet sterk genoeg was om de macht te grijpen.
Hoewel Trotski op deze vergadering niet rechtstreeks tegen de resolutie stemde, stelde hij toch een zodanig amendement op de resolutie voor, dat haar te niet moest doen en de opstand moest doen mislukken. Hij stelde voor, om de opstand niet te beginnen voor de opening van het IIe Sovjet-Congres, hetgeen betekende, de zaak van de opstand vertragen, de datum van de opstand van te voren bekend maken, de Voorlopige Regering daarvoor waarschuwen.
Het Centraal-Comité van de bolsjewistische partij zond gevolmachtigden naar het Donetz-bekken, naar de Oeral, Helsingfors, Kroonstad, naar het Zuidwestelijke front enz., om daar de opstand te organiseren. De kam. Worosjilow, Molotow, Dzjerzjinski, Ordzjonikidze, Kirow, Kaganowitsj, Koeibysjew, Froenze, Jaroslawski en anderen ontvingen speciale opdrachten van de partij om de opstand op verschillende plaatsen te leiden. Kam. Zjdanow werkte in de Oeral, in Sjadrinsk, onder de militairen. Aan het Westelijk front, in Wit-Rusland, bereidde Jezjow de soldatenmassa tot de opstand voor. De gevolmachtigden van het Centraal-Comité maakten de leiders van de plaatselijke bolsjewistische organisaties bekend met het plan van de opstand en mobiliseerden hen om gereed te zijn tot hulp aan de opstand in Petrograd.
Op aanwijzing van het Centraal-Comité van de partij werd er een Revolutionair Militair Comité bij de Petrogradse Sovjet gevormd, dat de legale staf van de opstand werd.
Intussen verzamelde ook de contrarevolutie haastig haar krachten. Het officierscorps werd in de contrarevolutionaire "Bond van officieren" georganiseerd. Overal vormden de contrarevolutionairen staven voor de formatie van stootbataljons. Aan het einde van Oktober beschikte de contrarevolutie over 43 stootbataljons. Er werden speciale bataljons georganiseerd, bestaande uit ridders van het Georgekruis.
De regering van Kerenski stelde de kwestie aan de orde om de regering van Petrograd naar Moskou te doen verhuizen. Hieruit bleek, dat zij de overgave van Petrograd aan de Duitsers voorbereidde, teneinde de opstand in Petrograd te voorkomen. Het protest van de Petrogradse arbeiders en soldaten dwong de Voorlopige Regering om in Petrograd te blijven.
Op 16 Oktober had er een uitgebreide zitting van het Centraal-Comité van de partij plaats. Op deze zitting werd een Partijcentrum met kam. Stalin aan het hoofd gekozen om de opstand te leiden. Dit Partijcentrum was de leidende kern van het Revolutionair Militaire Comité bij de Petrogradse Sovjet en leidde praktisch de gehele opstand.
In de zitting van het Centraal-Comité traden de capitulanten Zinowjew en Kamenjew opnieuw tegen de opstand op. Nadat zij afgewezen waren, gingen zij er toe over om openlijk in de pers tegen de opstand, tegen de partij, op te treden. Op 18 Oktober werd er in de mensjewistische krant "Nowaja Zjizn" ("Het Nieuwe Leven") een verklaring van Kamenjew en Zinowjew gepubliceerd, waarin zij mededeling deden over de voorbereiding van de opstand door de bolsjewiki en schreven, dat zij de opstand voor een avontuur hielden. Kamenjew en Zinowjew onthulden dus voor de vijanden het besluit van het CentraalComité over de opstand, over het organiseren van de opstand in de allernaaste tijd. Dat was verraad. Lenin schreef in verband hiermede: "Kamenjew en Zinowjew hebben aan Rodzjanko en Kerenski het besluit van het Centraal-Comité van hun partij over de gewapende opstand uitgeleverd". Lenin stelde in het Centraal-Comité de kwestie om Zinowjew en Kamenjew uit de partij te royeren.
De door de verraders gewaarschuwde vijanden van de revolutie begonnen onmiddellijk maatregelen te nemen om de opstand te voorkomen en de leidende staf van de revolutie, de partij der bolsjewiki, te verpletteren. De Voorlopige Regering hield een geheime zitting, waarin een besluit werd genomen over de maatregelen voor de strijd tegen de bolsjewiki. Op 19 Oktober ontbood de Voorlopige Regering inderhaast troepen van het front naar Petrograd. De bereden patrouilles in de straten werden versterkt. De contrarevolutie slaagde er in om in Moskou bijzonder sterke krachten bijeen te brengen. De Voorlopige Regering had een plan uitgewerkt: op de dag vóór de opening van het He Sovjet-Congres een aanval te doen op het Smolny, waar het Centraal-Comité der bolsjewiki verblijf hield, dit te bezetten en het leidende centrum van de bolsjewiki te verpletteren. Hiervoor werden naar Petrograd troepen gehaald, op wier trouw de regering rekende.
Evenwel, de dagen en uren van het bestaan van de Voorlopige Regering waren reeds geteld. Er was al geen enkele kracht meer in staat om de zegetocht van de socialistische revolutie tegen te houden.
Op 21 Oktober werden er naar alle revolutionaire troepenafdelingen bolsjewistische commissarissen van het Revolutionair Militair Comité gezonden. Op alle dagen, die aan de opstand voorafgingen, werd er energiek aan de voorbereiding van de strijd gewerkt, . onder de troepen, op de fabrieken en in de bedrijven. Ook oorlogsschepen - de kruisers "Aurora" en "Zarja Swobodi" (Morgenrood van de Vrijheid") kregen bepaalde opdrachten.
Op de zitting van de Petrogradse Sovjet praalde Trotski en verklapte hij aan de vijand de termijn van de opstand, de dag, die de bolsjewiki voor het begin van de opstand hadden bestemd. Om de regering van Kerenski geen gelegenheid te geven de gewapende opstand te doen mislukken, besloot het CentraalComité de opstand vroeger dan de vastgestelde termijn en een dag voor de opening van het IIe Sovjet-Congres te beginnen en te voltrekken.
Kerenski begon zijn actie de 24e Oktober (6 November) - in de vroege morgen met het uitvaardigen van een bevel tot verbod van het Centraal-Orgaan van de partij der bolsjewiki de "Rabotsjii Poetj" ("De Arbeidersweg") en door het zenden van pantserauto's naar het gebouw van de redactie van de "Rabotsjii Poetj" en naar de drukkerij van de bolsjewiki. Maar om 10 uur 's morgens verjoegen op aanwijzingen van kam. Stalin Roodgardisten en revolutionaire soldaten de pantserauto's en stelden een versterkte bewaking op bij de drukkerij en het redactiegebouw van de "Rabotsjii Poetj". Om 11 uur 's morgens verscheen de "Rabotsjii Poetj" met de oproep om de Voorlopige Regering omver te werpen. Tegelijkertijd werden op aanwijzing van het Partijcentrum, voor de opstand met spoed afdelingen revolutionaire soldaten en Roodgardisten bij het Smolny samengetrokken.
De opstand was begonnen.
Op 24 Oktober kwam Lenin 's nachts naar het Smolny en nam hij de leiding van de opstand rechtstreeks in handen. De gehele nacht kwamen er revolutionaire troepenafdelingen en afdelingen van de Rode Garde naar het Smolny. De bolsjewiki stuurden hen naar het centrum van de hoofdstad, teneinde het Winterpaleis, waar de Voorlopige Regering zich had verschanst, te omsingelen.
Op 25 Oktober (7 November) bezetten de Rode Garde en de revolutionaire troepen de stations, de post, de telegraaf, de ministeries en de staatsbank. Het Voorparlement werd ontbonden.
Het Smolny, waar zich de Petrogradse Sovjet en het Centraal-Comité van de bolsjewiki bevonden, werd het militair hoofdkwartier van de revolutie, van waaruit de militaire bevelen werden gegeven.
De Petrogradse arbeiders toonden in die dagen, dat zij onder de leiding van de bolsjewistische partij een goede school hadden doorlopen. De revolutionaire troepenafdelingen, die door het werk van de bolsjewiki tot de opstand waren voorbereid, voerden punctueel de militaire bevelen uit en vochten zij aan zij met de Rode Garde. De marine bleef bij het leger niet ten achter. Kroonstad was een vesting van de bolsjewistische partij, waar men de macht van de Voorlopige Regering reeds sinds lange tijd niet meer erkende. De kruiser "Aurora" kondigde op 25 Oktober door de donder van zijn op het Winterpaleis gerichte kanonnen het begin van een nieuw tijdperk aan, van het tijdperk van de Grote Socialistische Revolutie.
Op 25 Oktober (7 November) werd de oproep van de bolsjewiki "Aan de burgers van Rusland" gepubliceerd. In deze oproep stond te lezen, dat de burgerlijke Voorlopige Regering ten val was gebracht en de staatsmacht in handen van de Sovjets was· overgegaan.
De Voorlopige Regering hield zich in het Winterpaleis schuil onder de bescherming van de jonkers en de stootbataljons. In de nacht van 25 op 26 Oktober namen de revolutionaire arbeiders, soldaten en matrozen stormenderhand het Winterpaleis in en arresteerden zij de Voorlopige Regering.
De gewapende opstand had in Petrograd overwonnen.
Het IIe Al-Russische Sovjet-Congres werd op 25 Oktober (7 November) 1917, om 10 uur 45 minuten 's avonds in het Smolny geopend, toen de zegevierende opstand in Petrograd reeds. in volle gang was en de macht in de hoofdstad zich in feite reeds in handen van de Petrogradse Sovjet bevond ..
De bolsjewiki kregen op het Congres de overweldigende meerderheid. De mensjewiki, de "Boendisten" en de rechtse sociaal-revolutionairen, die zagen, dat voor hen het liedje uit was, verlieten het Congres en verklaarden, dat zij weigerden aan het werk daarvan deel te nemen. In hun op het Sovjet-Congres voorgelezen verklaring noemden zij de Oktoberrevolutie een "militaire samenzwering". Het Congres brandmerkte de mensjewiki en de sociaal-revolutionairen als verraders en merkte op, dat het hun vertrek niet alleen niet betreurde, maar dit integendeel toejuichte, daar het Congres, dank zij het vertrek van de verraders, een werkelijk revolutionair Congres van arbeiders- en soldatenafgevaardigden was geworden.
In naam van het Congres werd de overgang van de gehele macht in handen van de Sovjets afgekondigd.
"Steunend op de wil van de overweldigende meerderheid van de arbeiders, de soldaten en de boeren, steunend op de zegevierende opstand van de arbeiders en het garnizoen, die zich in Petrograd heeft voltrokken, neemt het Congres de macht in handen", werd er in de oproep van het IIe Sovjet-Congres gezegd.
Op 26 Oktober (8 November) 1917 in de nacht nam het IIe Sovjet-Congres het decreet betreffende de vrede aan. Het Congres stelde aan de oorlogvoerende landen voor om onmiddellijk, minstens voor de tijd van drie maanden, een wapenstilstand te sluiten, teneinde vredesonderhandelingen te voeren. Het Congres richtte zich tot de regeringen en tot de volken van alle oorlogvoerende landen en tegelijkertijd tot "de klassebewuste arbeiders van de drie meest vooraanstaande volkeren der mensheid en van de grootste aan de huidige oorlog deelnemende staten Engeland, Frankrijk en Duitsland". Het riep deze arbeiders op, hulp te verlenen, om de "zaak van de vrede met succes tot het einde door te zetten en daardoor tevens de zaak van de bevrijding van de werkende en uitgebuite massa's van de bevolking van iedere slavernij en iedere uitbuiting".
In dezelfde nacht nam het IIe Sovjet-Congres het dekreet betreffende de grond aan, volgens hetwelk "de landhereneigendom van de grond onmiddellijk zonder enige schadeloosstelling wordt afgeschaft". Op de grondslag van deze agrarische wet werd een algemene boereninstructie aangenomen, samengesteld op grond van 242 plaatselijke boereninstructies. Volgens deze instructie werd het particuliere eigendomsrecht op de grond voorgoed afgeschaft en vervangen door het eigendom van het gehele volk, door het staatseigendom van de grond. De landheren-, domein- en kloostergronden werden overgedragen in het kosteloze vruchtgebruik van alle werkers.
Volgens dit decreet ontvingen de boeren van de Socialistische Oktoberrevolutie in totaal meer dan 150 miljoen desjatienen[i] nieuwe grond, die zich vroeger in handen van de landheren, de bourgeoisie, de tsarenfamilie, de kloosters en de kerken bevonden had.
De boeren werden bevrijd van de jaarlijkse betaling van de pachtsom van ongeveer 500 miljoen goudroebel aan de landheer.[ii]
Alle bodemschatten (petroleum, steenkool, ertsen enz.), de bossen en de wateren gingen in eigendom van het volk over.
Tenslotte werd op het IIe Al-Russische Sovjet-Congres de eerste Sovjetregering gevormd - de Raad van Volkscommissarissen. De Raad van Volkscommissarissen werd geheel uit bolsjewiki samengesteld. Lenin werd tot voorzitter van de Eerste Raad van Volkscommissarissen gekozen.
Zo eindigde het historische IIe Sovjet-Congres.
De Congresafgevaardigden keerden naar huis terug om de tijding van de overwinning van de Sovjets in Petrograd over te brengen en de verbreiding van de Sovjetmacht over het gehele land te verzekeren.
De macht ging niet terstond in alle plaatsen aan de Sovjets over. Terwijl in Petrograd de Sovjetmacht reeds bestond, werd er gedurende enige dagen hardnekkig en verbitterd in de straten van Moskou gestreden. Teneinde de overgang van de macht aan de Moskouse Sovjet te verhinderen, waren de contrarevolutionaire partijen van de mensjewiki en de sociaal-revolutionairen tezamen met de witgardisten en de jonkers een gewapende strijd tegen de arbeiders en soldaten begonnen. Eerst enige dagen later werden de rebellen verslagen en in Moskou de Sovjetmacht ingesteld.
In Petrograd zelf en in enige districten van de stad werden in de eerste dagen na de overwinning van de· revolutie door de contrarevolutionairen pogingen gedaan om de Sovjetmacht omver te werpen. Op 10 November 1917 bracht Kerenski, die tijdens de opstand uit Petrograd naar het gebied van het Noordelijke front was gevlucht, enige afdelingen Kozakken op de been en liet hen onder aanvoering van generaal Krasnow naar Petrograd oprukken. Op 11 November 1917 bracht de contrarevolutionaire organisatie "het Comité tot redding van het vaderland en de revolutie", aan het hoofd waarvan sociaal-revolutionairen stonden, in Petrograd de jonkers tot opstand. De opstandelingen werden echter zonder veel moeite verslagen. De opstand van de jonkers was in de loop van één dag, tegen de avond van 11 November, door de matrozen en de Roodgardisten geliquideerd en op 13 November werd generaal Krasnow bij de heuvels van Poelkowsk verslagen. Evenals tijdens de Oktoberopstand, leidde Lenin ook nu persoonlijk het neerslaan van de tegen de Sovjets gerichte opstand. Zijn onbuigzame vastberadenheid en zijn rustige zekerheid van de overwinning bezielden de massa's en sloten hen aaneen. De vijand was verslagen. Krasnow werd gevangen genomen en gaf zijn "erewoord", dat hij de strijd tegen de Sovjetmacht zou staken. Op grond van dit "erewoord" werd hij in vrijheid gesteld, maar zoals later bleek, brak Krasnow dit generaalserewoord. Wat Kerenski betreft, deze was er in geslaagd, als vrouw verkleed, "in onbekende richting" te verdwijnen.
In Mohilow, in het hoofdkwartier van de opperbevelhebber van de legers, poogde generaal Doechonin eveneens een opstand te organiseren. Toen de Sovjetregering aan Doechonin voorschreef om onmiddellijk onderhandelingen met de Duitse bevelvoering over een wapenstilstand te beginnen, weigerde hij dit bevel van de regering op te volgen. Doechonin werd daarop op bevel van de Sovjetmacht van zijn post ontheven. Het contrarevolutionaire hoofdkwartier werd verpletterd, waarbij Doechonin door de zich tegen hem kerende soldaten werd gedood .
Ook de bekende opportunisten in de partij: Kamenjew, Zinowjew, Rykow, Sjlapnikow en anderen, poogden een uitval tegen de Sovjetmacht te doen. Zij begonnen de vorming te eisen van een "algemeen-socialistische regering", onder deelneming van de mensjewiki en de sociaal-revolutionairen, die zo juist door de Oktoberrevolutie waren ten val gebracht. Op 15 November 1917 nam het Centraal-Comité van de partij der bolsjewiki een resolutie aan, waarin een overeenkomst met de contrarevolutionaire partijen van de hand werd gewezen en Kamenjew en Zinowjew tot onderkruipers van de revolutie werden verklaard. Op 17 November verklaarden Kamenjew, Zinowjew, Rykow en Miljoetin, die het met de politiek van de partij niet eens waren, dat zij uit het Centraal-Comité traden. Op dezelfde dag, 17 November, legde Nogin in zijn eigen naam en in naam van de leden van de Raad van Volkscommissarissen Rykow, W. Miljoetin, Teodorowitsj, A. Sjlapnikow, D. Rjazanow, Joerenjew en Larin een verklaring af, dat zij het met de politiek van het Centraal-Comité van de partij niet eens waren en dat de bovengenoemde personen uit de Raad van Volkscommissarissen traden. De desertie van dit troepje lafaards verwekte gejubel bij de vijanden van de Oktoberrevolutie. De gehele bourgeoisie en haar handlangers koesterden leedvermaak, schreeuwden over de ineenstorting van het bolsjewisme, voorspelden de ondergang van de bolsjewistische partij. Maar het troepje deserteurs deed de partij geen ogenblik weifelen. Het Centraal-Comité brandmerkte hen met verachting als deserteurs van de revolutie en als handlangers van de bourgeoisie en ging tot de orde van de dag over.
Wat betreft de "linkse" sociaal-revolutionairen, deze wilden hun invloed onder de boerenmassa's behouden, die sterk met de bolsjewiki sympathiseerden; zij besloten geen twist met de bolsjewiki te zoeken en voorlopig het eenheidsfront met hen in stand te houden. Het Congres van de Boeren-Sovjets, dat in November 1917 plaats had, erkende alle veroveringen van de socialistische Oktoberrevolutie en decreten van de Sovjetmacht. Er werd met de "linkse" sociaal-revolutionairen een overeenkomst gesloten en enige "links" sociaal-revolutionairen werden in de Raad van Volkscommissarissen opgenomen (Kolegajew, Spiridowona, Prosjan en Steinberg). Deze overeenkomst bleef echter slechts in stand tot aan het ondertekenen van de vrede van Brest en de vorming van comités van de dorpsarmoede, toen er onder de boeren een diepgaande differentiatie plaats had en de "linkse" sociaal-revolutionairen, die steeds meer de belangen van de koelakken tot uitdrukking brachten, een opstand tegen de bolsjewiki op touw zetten en door de Sovjetmacht werden verpletterd.
Van Oktober 1917 tot Januari-Februari 1918 had de socialistische revolutie zich over het gehele land kunnen uitbreiden. De uitbreiding van de Sovjetmacht over het grondgebied van het reusachtige land had in zulk een snel tempo plaats, dat Lenin haar de "zegetocht" van de Sovjetmacht noemde.
De Grote socialistische Oktoberrevolutie had de overwinning behaald.
Van de reeks oorzaken, die deze betrekkelijk gemakkelijke overwinning van de socialistische revolutie in Rusland bepaalde, moet men de volgende als hoofdoorzaken beschouwen.
1. De Oktoberrevolutie stond tegenover zulk een betrekkelijk zwakke, slecht georganiseerde, politiek weinig ervaren vijand als de Russische bourgeoisie. De economisch nog niet sterk geworden en geheel van de regeringsbestellingen afhankelijke Russische bourgeoisie had nóch de politieke zelfstandigheid, nóch voldoende initiatief, die nodig waren om een uitweg uit de toestand te vinden. Zij had niet de ervaring van politieke combinaties en van politiek bedrog op grote schaal, - die bijvoorbeeld de Franse bourgeoisie bezit, zij had niet de school doorlopen van bedrieglijke compromissen in grote omvang, zoals bijvoorbeeld de Engelse bourgeoisie. Terwijl zij gisteren nog een overeenkomst met de tsaar had gezocht, die door de Februarirevolutie was ten val gebracht, wist zij, toen zij hierna aan de macht was gekomen, niets beters te bedenken dan in alle hoofdzaken de politiek van de gehate tsaar voort te zetten. Zij was, evenals de tsaar, voor "de oorlog tot aan de overwinning", ondanks het feit, dat de oorlog voor het land ondragelijk was geworden en deze het volk en het leger tot in de hoogste graad had uitgeput. Zij was, evenals de tsaar, voor het in hoofdzaak in stand houden van de landhereneigendom van de grond, ondanks het feit, dat de boeren onder het gebrek aan grond en de verdrukking door de landheren bezweken. Wat betreft de politiek ten aanzien van de arbeidersklasse, ging de Russische bourgeoisie in haar haat jegens de arbeidersklasse nog verder dan de tsaar, want zij trachtte, niet alleen de onderdrukking van de kant van de bedrijfseigenaars en de fabrikanten te handhaven en te versterken, maar maakte die ook door het toepassen van massa-uitsluitingen ondragelijk.
Het is niet te verwonderen, dat het volk geen wezenlijk onderscheid zag tussen de politiek van de tsaar en de politiek van de bourgeoisie en dat het zijn haat jegens de tsaar op de Voorlopige Regering van de bourgeoisie overbracht.
Zolang de partijen van het compromis, de sociaal-revolutionairen en de mensjewiki een bepaalde invloed onder het volk bezaten, kon de bourgeoisie deze partijen als dekmantel gebruiken en haar macht handhaven. Maar nadat de mensjewiki en de sociaal-revolutionairen zich als agenten van de imperialistische bourgeoisie hadden ontmaskerd en zich daardoor van hun invloed onder het volk hadden beroofd, bleken de bourgeoisie en haar Voorlopige Regering in de lucht te hangen.
2. Aan het hoofd van de Oktoberrevolutie stond een revolutionaire klasse als de arbeidersklasse van Rusland, een klasse, gestaald in de strijd, die in een korte tijd twee revoluties had doorgemaakt en die aan de vooravond van de derde revolutie de autoriteit van leider van het volk in de strijd voor de vrede, de grond, de vrijheid, het socialisme, had veroverd. Ware er niet zulk een leider van de revolutie, die het vertrouwen van het volk verdiende, als de arbeidersklasse van Rusland geweest, dan zou ook het bondgenootschap van de arbeiders en de boeren niet hebben bestaan en zonder dit bondgenootschap zou de Oktoberrevolutie niet hebben kunnen overwinnen.
3. De arbeidersklasse van Rusland had zulk een betrouwbaar bondgenoot in de revolutie als de arme boeren, die de overgrote meerderheid van de boerenbevolking uitmaakten. De ervaring van acht maanden revolutie, die gerust kan worden gelijkgesteld aan de ervaring van enige tientallen jaren van "normale" ontwikkeling, was voor de werkende massa's der boeren niet zonder gevolg gebleven. In die tijd hadden zij de mogelijkheid, in de praktijk alle partijen in Rusland te toetsen en zich er van te overtuigen, dat noch de cadetten, noch de sociaal-revolutionairen en de mensjewiki op ernstige wijze met de landheren in conflict zouden geraken en ter wille van de· boeren bloed zouden vergieten; zij hadden gezien, dat er in Rusland slechts één partij bestond, die niet met de landheren was verbonden en die bereid was de landheren te verpletteren om aan de boeren datgene te geven, wat zij nodig hadden; dit was de partij der bolsjewiki. Deze omstandigheid diende als reële grondslag voor het bondgenootschap van het proletariaat en de arme boeren. Het bestaan van het bondgenootschap van de arbeidersklasse en de arme boeren bepaalde ook de houding van de middelboeren, die lange tijd hadden geweifeld en zich kort voor de Oktoberopstand eerst werkelijk naar de kant van de revolutie keerden en zich bij de arme boeren aansloten.
Het behoeft niet te worden bewezen, dat de Oktoberrevolutie zonder dit bondgenootschap niet zou hebben kunnen overwinnen.
4. Er stond aan het hoofd van de arbeidersklasse een in de politieke strijd beproefde partij: de partij der bolsjewiki. Alleen een partij als die van de bolsjewiki was stoutmoedig genoeg om het volk naar de beslissende stormloop te leiden en ver-ziend genoeg om alle mogelijke klippen op de vaart naar het doel te omzeilen - alleen zulk een partij was in staat om zó kundig, zo verschillende revolutionaire bewegingen als de algemeen-democratische beweging voor de vrede, de democratische boerenbeweging voor de inbezitneming van de grond der landheren, de nationale bevrijdingsbeweging van de onderdrukte volken voor nationale rechtsgelijkheid en de socialistische beweging van het proletariaat voor het ten val brengen van de bourgeoisie en voor het instellen van de dictatuur van het proletariaat, in één algemene, revolutionaire stroom te verenigen.
Er valt niet aan te twijfelen, dat de vereniging van deze verschillende revolutionaire stromen in één algemene, machtige revolutionaire stroom het lot van het kapitalisme in Rusland heeft beslist.
5. De Oktoberrevolutie begon op een moment toen de imperialistische oorlog nog in volle gang was, toen de voornaamste burgerlijke staten in twee vijandelijke kampen waren gesplitst, toen zij, in beslag genomen door de oorlog tegen elkander en elkander verzwakkend, niet de mogelijkheid hadden om zich ernstig met de "Russische kwestie" te bemoeien en actief tegen de Oktoberrevolutie op te treden.
Er valt niet aan te twijfelen, dat deze omstandigheid de overwinning van de socialistische Oktoberrevolutie aanmerkelijk heeft vergemakkelijkt.
7. - De strijd van de bolsjewistische partij voor de verankering van de Sovjetmacht. De vrede van Brest. Het VIIe Partijcongres.
Om de Sovjetmacht te verankeren, was het nodig, het oude, burgerlijke staatsapparaat te vernietigen, te breken en In plaats daarvan een nieuw apparaat van de Sovjetstaat te vormen. Het was verder nodig de overblijfselen van de standenorde en het regiem van de nationale onderdrukking te vernietigen, de voorrechten van de kerk af te schaffen, de contrarevolutionaire organisaties van allerlei slag, legale en illegale, te liquideren en de burgerlijke Constituante te ontbinden. Het was tenslotte nodig om na de nationalisatie van de grond, ook de gehele grootindustrie te nationaliseren en daarna, uit de oorlogstoestand te geraken, een einde te maken aan de oorlog, die aan de verankering van de Sovjetmacht het meest in de weg stond.
Al deze maatregelen werden in de loop van enige maanden, van einde 1917 tot midden 1918, ten uitvoer gebracht.
De door de sociaal-revolutionairen en de mensjewiki georganiseerde sabotage van de ambtenaren van de oude ministeries werd gebroken en geliquideerd. De ministeries werden opgeheven en in hun plaats werden er Sovjetbestuurapparaten en desbetreffende Volkscommissariaten gevormd. Er werd voor het beheer van de industrie van het land een Hoge Raad van de Volkshuishouding gevormd. De Al-Russische buitengewone commissie (W. Tsj. K.) voor de strijd tegen de contrarevolutie en tegen de sabotage met F. Dzjerzjinski aan het hoofd, werd georganiseerd. Er werd een decreet uitgevaardigd over het vormen van een Rood Leger en een Rode Vloot. De Constituante, waarvoor de verkiezingen in, hoofdzaak nog vóór de Oktoberrevolutie hadden plaats gehad en die de decreten van het IIe Sovjet-Congres over de vrede, over de grond en over de overgang van de macht aan de Sovjets geweigerd had te bekrachtigen, werd ontbonden.
Met het doel om de overblijfselen van het feodalisme, van het standenwezen en de ongelijkheid op alle gebieden van het maatschappelijke leven volledig te liquideren, werden er decreten uitgevaardigd over de opheffing van de standen, over de vernietiging van de beperkingen op nationaal en religieus gebied, over de scheiding van kerk en staat en van school en kerk, over de rechtsgelijkheid van de vrouwen, over de rechtsgelijkheid van de nationaliteiten van Rusland.
In een speciaal besluit van de Sovjetregering, bekend als de "Declaratie van de Rechten van de Volken van Rusland", werd vastgesteld, dat de vrije ontwikkeling van de volken van Rusland en hun volledige rechtsgelijkheid wet zijn.
Om de economische macht van de bourgeoisie te ondermijnen en de nieuwe Sovjetvolkshuishouding te organiseren, in de eerste plaats om een nieuwe Sovjetindustrie te organiseren, werden de banken, de spoorwegen, de buitenlandse handel, de handelsvloot en de gehele grootindustrie in al haar takken: de steenkoolindustrie, de metaalindustrie, de petroleumindustrie, de chemische industrie, de machinebouw, de textielindustrie, de suikerindustrie, enz. genationaliseerd.
Teneinde ons land van de financiële afhankelijkheid van en de uitbuiting door de buitenlandse kapitalisten te bevrijden, werden de buitenlandse leningen in Rusland, die de tsaar en de Voorlopige Regering hadden gesloten, geannuleerd. De volken van ons land wensten de schulden niet te betalen, die voor de voortzetting van de roofoorlog waren aangegaan en die ons land in schuldslavernij bij het buitenlandse kapitaal hadden gebracht.
Al deze en dergelijke maatregelen ondermijnden radicaal de krachten van de bourgeoisie, de landheren, het reactionaire ambtenarencorps, de contrarevolutionaire partijen en verstevigden de Sovjetmacht in het land in aanzienlijke mate.
Maar men kon de toestand van de Sovjetmacht niet ten volle verzekerd achten, zolang Rusland zich in staat van oorlog met Duitsland en Oostenrijk bevond. Teneinde de Sovjetmacht definitief te verankeren, moest er een einde aan de oorlog worden gemaakt. Daarom bracht de partij van de eerste dagen van de overwinning der Oktoberrevolutie af, de strijd voor de vrede tot ontplooiing.
De Sovjetregering stelde aan "alle oorlogvoerende volken en aan hun regeringen voor, onmiddellijk onderhandelingen over een rechtvaardige democratische vrede te beginnen". De "Geallieerden" - Engeland en Frankrijk - weigerden echter het voorstel van de Sovjetregering te aanvaarden. In verband met de weigering van Frankrijk en Engeland tot het aangaan van vredesonderhandelingen, besloot de Sovjetregering, de wil van de sovjets vervullend, - vredesonderhandelingen met Duitsland en Oostenrijk te beginnen.
De vredesonderhandelingen begonnen op 3 December in Brest-Litowsk. Op 5 December werd de overeenkomst inzake de wapenstilstand, inzake het tijdelijk staken van de militaire operaties ondertekend.
De onderhandelingen hadden plaats in een situatie van ontreddering der volkshuishouding, van algehele oorlogsmoeheid, waarin onze troepenafdelingen het front verlieten, in een situatie, dat het front uiteenviel. Het bleek tijdens de onderhandelingen, dat de Duitse imperialisten er naar streefden, geweldige stukken grondgebied van het vroegere tsaristische rijk in bezit te nemen en dat zij Polen, de Oekraïne en de Oostzee-landen tot van Duitsland afhankelijke sta ten wilden maken.
De oorlog onder deze omstandigheden voort te zetten, betekende het bestaan van de zo juist geboren Sovjetrepubliek op het spel te zetten. De arbeidersklasse en de boeren zagen zich voor de noodzakelijkheid geplaatst, op de zware vredesvoorwaarden in te gaan, de terugtocht te aanvaarden voor het toenmaals gevaarlijkste roofdier - het Duitse imperialisme teneinde een adempauze te verkrijgen, de Sovjetmacht te versterken en een nieuw leger, het Rode Leger te vormen, een leger, dat in staat zou zijn om het land tegen de aanval van de vijanden te verdedigen.
Alle contrarevolutionairen, van de mensjewiki en de sociaal-revolutionairen tot en met de openlijkste witgardisten, voerden een woedende agitatie tegen het ondertekenen van de vrede. Hun lijn was duidelijk: zij wilden de vredesonderhandelingen doen mislukken, een offensief van de Duitsers provoceren en de nog niet sterk geworden Sovjetmacht aan deze aanval blootstellen, de veroveringen van de arbeiders en de boeren in gevaar brengen.
Hun bondgenoten in deze duistere opzet bleken Trotski en zijn handlanger Boecharin te zijn, die tezamen met Radek en Pjatakow de aan de partij vijandige groep, die onder het masker van de door haar gekozen naam van "linkse communisten" schuil ging, aanvoerden. Trotski en de groep van "linkse communisten" voerden in de partij een verbitterde strijd tegen Lenin en eisten de voortzetting van de oorlog. Deze lieden speelden de Duitse imperialisten en de contrarevolutionairen in het binnenland kennelijk in de kaart, daar zij het daarheen trachten te leiden, dat de jonge Sovjetrepubliek, die nog geen leger bezat, aan de slagen van het Duitse imperialisme werd blootgesteld.
Dat was een soort van provocatiepolitiek, kunstig gemaskeerd door linkse frasen.
Op 10 Februari 1918 werden de vredesonderhandelingen in Brest-Litowsk afgebroken. Ondanks het feit, dat Lenin en Stalin, in naam van het Centraal-Comité van de partij, op het ondertekenen van de vrede stonden, overtrad Trotski, die voorzitter van de Sovjetdelegatie in Brest was, op verraderlijke wijze de ondubbelzinnige voorschriften van de bolsjewistische partij. Hij verklaarde, dat de Sovjetrepubliek op grond van de door Duitsland gestelde voorwaarden de vrede weigerde te ondertekenen en tegelijkertijd deelde hij de Duitsers mede, dat de Sovjetrepubliek geen oorlog zou voeren en de demobilisatie van het leger zou voortzetten.
Dat was monsterachtig: Meer konden de Duitse imperialisten van een verrader van de belangen van het Sovjetland niet verlangen.
De Duitse regering verbrak de wapenstilstand en ging tot het offensief over. De overblijfselen van ons oude leger konden de druk van de Duitse troepen niet weerstaan en begonnen uiteen te lopen. De Duitsers rukten snel op, bezetten een geweldig grondgebied en bedreigden Petrograd. Het Duitse imperialisme had zich, toen het het Sovjetland binnendrong, ten doel gesteld de Sovjetmacht omver te werpen en ons vaderland tot zijn kolonie te maken. Het oude uiteengevallen tsaristische leger was niet in staat om de gewapende krijgsbenden van het Duitse imperialisme te weerstaan. Onder de slagen van het Duitse leger week het terug.
Maar de gewapende interventie van de Duitse imperialisten verwekte een machtige revolutionaire geestdrift in het land. Op het door de partij en de Sovjetregering uitgegeven parool "het socialistische vaderland is in gevaar", antwoordde de arbeidersklasse met het nog krachtiger formeren van afdelingen van het Rode Leger. De jonge, afdelingen van het nieuwe leger, het leger van het revolutionaire volk, weerstonden heldhaftig de aanval van de tot de tanden gewapende Duitse rover. Er werd bij Narwa en bij Pskow aan de Duitse occupanten vastberaden tegenstand geboden. Hun opmars naar Petrograd werd· gestuit. De dag van de afweer van de troepen van het Duitse imperialisme - 23 Februari - werd de geboortedag van het jonge Rode Leger.
Reeds op 18 Februari 1918 had het Centraal-Comité van de partij het voorstel van Lenin aanvaard om een telegram aan de Duitse regering te zenden inzake het onmiddellijke sluiten van de vrede. Om zich nog gunstiger vredesvoorwaarden te verzekeren, zetten de Duitsers het offensief voort en eerst op 22 Februari verklaarde de Duitse regering zich er toe bereid de vrede te ondertekenen, . terwijl de vredesvoorwaarden nu veel zwaarder waren dan de eerste vredesvoorwaarden.
Lenin, Stalin en Swerdlow moesten in het Centraal-Comité op de meest vastberaden wijze tegen Trotski, Boecharin en de andere Trotskisten strijden om het besluit inzake de vrede door te zetten; Lenin wees er op, dat Boecharin en Trotski "metterdaad de Duitse imperialisten hielpen en de groeiende ontwikkeling van de revolutie in Duitsland belemmerden". (Lenin, Complete Werken, Deel XXII, blz. 307).
Op 23 Februari nam het Centraal-Comité het besluit om de voorwaarden van de Duitse bevelvoering te aanvaarden en het vredesverdrag te ondertekenen. Het verraad van Trotski en Boecharin kwam de Sovjetrepubliek duur te staan. Letland, Estland, om van Polen niet te spreken, kwamen aan Duitsland, de Oekraïne werd van de Sovjetrepubliek afgescheiden en tot een vazalstaat (afhankelijke staat) van Duitsland gemaakt. De Sovjetrepubliek verplichtte zich om aan de Duitsers een oorlogsschatting te betalen.
Intussen zetten de "linkse communisten" de strijd tegen Lenin voort en zakten zij steeds dieper in het moeras van het verraad.
Het Moskouse gebiedsbureau van de partij, dat tijdelijk in handen van de "linkse communisten" (Boecharin, Osinski, Jakowlewa, Stoekow, Mantsew) was geraakt, nam een op scheuringgerichte resolutie van wantrouwen jegens het CentraalComité aan en verklaarde, dat het van mening was, "dat de scheuring in de partij in de naaste toekomst nauwelijks te vermijden was". Zij gingen in deze resolutie zo ver, dat zij het volgende Sovjetvijandige besluit aannamen: "Wij beschouwen het in het belang van de internationale revolutie", schreven de "linkse communisten" in dit besluit, "als doelmatig om de mogelijkheid van het teloorgaan van de Sovjetmacht, die thans zuiver formeel is geworden, te aanvaarden".
Lenin noemde dit besluit "zonderling en monsterachtig".
In die tijd was de werkelijke oorzaak van deze partijvijandelijke houding van Trotski en de "linkse communisten" voor de partij nog niet duidelijk. Maar zoals het proces tegen het Sovjetvijandelijke "blok van de rechtsen en de Trotskisten" dit onlangs (begin 1938) heeft vastgesteld, maakten Boecharin en de door hem aangevoerde groep van "linkse communisten", zoals gebleken is, tezamen met Trotski en de "linkse" sociaal-revolutionairen toen deel uit van een geheime samenzwering tegen de Sovjetregering. Boecharin, Trotski en hun medeplichtigen aan de samenzwering stelden zich, zoals gebleken is, ten doel het vredesverdrag van Brest te doen mislukken, W. J. Lenin, J. W. Stalin en J. M. Swerdlow te arresteren, hen te vermoorden en een nieuwe regering te vormen, bestaande uit Boecharinisten, Trotskisten . en "linkse" sociaal-revolutionairen.
Terwijl, zij een geheime contrarevolutionaire samenzwering organiseerde, deed de groep van "linkse communisten" met de ondersteuning van Trotski, tegelijkertijd een openlijke aanval op de bolsjewistische partij, streefde zij er naar een scheuring in de partij te verwekken en in de gelederen van de partij ontbinding te brengen. Maar de partij sloot zich op dat moeilijke ogenblik om Lenin, Stalin en Swerdlow aaneen en ondersteunde het Centraal-Comité, zowel ten aanzien van de vrede als van andere vraagstukken.
De groep van "linkse communisten" zag zich geïsoleerd en verslagen.
Teneinde het vraagstuk van de vrede definitief te beslissen, werd het VIIe Partijcongres bijeengeroepen.
Het VIIe Partijcongres werd op 6 Maart 1918 geopend. Het was het eerste Congres, bijeengeroepen nadat onze partij de macht had gegrepen. Op het Congres waren 46 afgevaardigden met beslissende stem en 58 afgevaardigden met raadgevende stem aanwezig. Er waren 145.000 partijleden vertegenwoordigd. In werkelijkheid had de partij in die tijd niet minder dan 270.000 leden. Dit verschil is hierdoor te verklaren, dat met het oog op het buitengewone karakter van het Congres, een aanzienlijk deel van de organisaties er niet in was geslaagd afgevaardigden te zenden en dat het aan de organisaties, wier grondgebied tijdelijk door de Duitsers was bezet, niet mogelijk was afgevaardigden te zenden.
In zijn referaat over de vrede van Brest zeide Lenin op dit Congres dat " ... de zware crisis, die onze partij thans doorleeft in verband met de linkse oppositie, die zich in de partij heeft gevormd, een van de zwaarste crises is, die de Russische revolutie heeft doorgemaakt". (Lenin) Complete Werken, Deel XXII, blz. 321).
Lenins resolutie over het vraagstuk van de vrede van Brest werd met 30 tegen 12 stemmen, bij 4 stemonthoudingen aangenomen.
Lenin schreef op de dag nadat de resolutie was aangenomen in het artikel "De rampzalige vrede":
"De vredesvoorwaarden zijn ondraaglijk zwaar. Maar toch zal de geschiedenis het hare doen... Aan het werk voor de organisatie, organisatie en nog eens organisatie! Ondanks alle beproevingen, welke zij ook zijn, behoort de toekomst aan ons" (terzelfder plaatse, blz. 288).
In de resoluties van het Congres werd opgemerkt, dat ook in de toekomst militaire acties van de imperialistische staten tegen de Sovjetrepubliek onvermijdelijk zijn en dat het Congres het daarom als de voornaamste taak van de partij beschouwt, de meest energieke en vastberaden maatregelen te nemen om de zelfdiscipline en de discipline van de arbeiders en de boeren te versterken, ten einde de massa's voor te bereiden tot de offervaardige verdediging van het socialistische vaderland, tot de organisatie van het Rode Leger en de militaire scholing van de gehele bevolking.
Nadat het Congres de juistheid van de Leninistische lijn ten aanzien van de vrede van Brest had bekrachtigd, veroordeelde het de positie van Trotski en Boecharin en het brandmerkte de pogingen van de· "linkse communisten", die de nederlaag hadden geleden, om op het Congres zelf hun scheuringswerk voort te zetten.
Het sluiten van de vrede van Brest schonk de partij de mogelijkheid, tijd te winnen voor de versterking van de Sovjetmacht en voor het in orde brengen van de volkshuishouding van het land.
Het sluiten van de vrede schonk de mogelijkheid, gebruik te maken van de botsingen in het kamp van het imperialisme (waar de oorlog tussen Oostenrijk - Duitsland en de Entente werd voortgezet) , de krachten van de vijand in ontbinding te brengen, de Sovjethuishouding te organiseren en het Rode Leger te scheppen.
Het sluiten van de vrede schonk de mogelijkheid aan het proletariaat, de boeren aan zijn zijde te houden en krachten te verzamelen voor de verplettering van de witgardistische generaals in de periode van de burgeroorlog.
In de periode van de Oktoberrevolutie had Lenin aan de bolsjewistische partij geleerd, hoe men onverschrokken en vastberaden moet aanvallen, als de noodzakelijke voorwaarden daarvoor aanwezig zijn. In de periode van de vrede van Brest leerde Lenin aan de partij, hoe men ordelijk moet terugtrekken op het ogenblik, dat de kracht,en van de tegenstander kennelijk onze krachten te boven gaan, ten einde zich met de grootste energie voor een nieuwe aanval op de vijanden voor te bereiden.
De geschiedenis toonde aan hoe juist de lijn van Lenin was. Op het VIIe Partijcongres werd het besluit genomen om de naam van de partij te veranderen en tevens om wijzigingen in het partijprogram aan te brengen. De partij noemde zich van nu af Russische Communistische Partij (bolsjewiki) of R.C.P. (b). Lenin stelde voor de partij communistische partij te noemen, daar deze naam precies met het doel overeenkomt, dat de partij zich stelt: de verwezenlijking van het communisme.
Er werd voor de samenstelling van een nieuw partijprogram een bijzondere commissie gekozen, waarvan Lenin, Stalin en anderen lid waren; als grondslag van het program werd het door Lenin uitgewerkte ontwerp aangenomen.
Het VIIe Congres heeft dus een groot historisch werk verricht: het versloeg de verholen vijanden in de partij, de "linkse communisten" en de Trotskisten, het slaagde er in zich aan de imperialistische oorlog te onttrekken, het verkreeg de vrede, de adempauze, het schonk de mogelijkheid aan de partij, tijd te winnen om het Rode Leger te organiseren en verplichtte de partij om socialistische orde te scheppen in de volkshuishouding.
8. - Lenins plan om aan de 8ocialistische opbouw te beginnen. De Comités van de dorpsarmoede en het beteugelen van de koelakken. Het oproer van de "linkse" 8ociaal-revolutionnairen en de onderdrukking daarvan. Het Ve Sovjet-Congres en de aanneming van de Grondwet van de R.S.F.S.R.
Toen de Sovjetmacht vrede had gesloten en een adempauze had gekregen, begon zij de socialistische opbouw te voltrekken. Lenin noemde de periode van November 1917 tot Februari 1918 de periode van de "Roodgardistische aanval op het kapitaal". In de loop van de eerste helft van 1918 gelukte het aan de Sovjetmacht, de economische macht van de bourgeoisie te breken, de commandoposten in de volkshuishouding (de fabrieken, de bedrijven, de banken, de spoorwegen, de buitenlandse handel, de handelsvloot enz.) in haar handen te concentreren, het burgerlijke apparaat van de staatsmacht te breken en de eerste pogingen van de contrarevolutie om de Sovjetmacht ten val te brengen zegevierend te liquideren.
Maar dit alles was nog verre van voldoende. Ten einde voorwaarts te schrijden was het nodig om van de verwoesting van het oude naar de opbouw van het nieuwe over te gaan. In het voorjaar van 1918 begon derhalve de overgang naar de nieuwe étappe van de socialistische opbouw, de overgang van "de onteigening van de onteigenaars" naar de georganiseerde verankering van de behaalde overwinningen, naar de opbouw van de Sovjetvolkshuishouding. Lenin was van mening, dat het noodzakelijk was, alles uit de adempauze te halen, wat er uit te halen viel, om aan de bouw van het fundament van de socialistische economie te beginnen. De bolsjewiki moesten leren, op nieuwe wijze de productie te organiseren en te beheren. Lenin schreef, dat de partij der bolsjewiki Rusland overtuigd had, dat zij Rusland voor het volk op de rijken had veroverd; thans, zeide Lenin, moest de partij der bolsjewiki leren Rusland te besturen.
Lenin achtte het de voornaamste taak in deze étappe om zich rekenschap te geven van wat er in de volkshuishouding werd geproduceerd en de controle op het verbruik van de gehele voortgebrachte productie te voeren. In het land overheersten in de volkshuishouding de kleinburgerlijke elementen. De miljoenen kleine eigenaars in stad en land vormden een voedingsbodem voor de groei van het kapitalisme. Deze kleine eigenaars erkenden geen arbeidsdiscipline en geen algemene staatsdiscipline, zij onderwierpen zich noch aan de verrekening, noch aan de controle. Op dit moeilijke ogenblik vormden de kleinburgerlijke elementen van de speculatie en de handel, alsmede de pogingen van de kleine eigenaars en handelaars om zich aan de volksnood te verrijken, een bijzonder groot gevaar.
De partij streed energiek tegen de ordeloosheid in de productie, tegen het ontbreken van arbeidsdiscipline in de industrie. De massa's maakten zich de nieuwe arbeidsgewoonten langzaam eigen. Met het oog hierop werd in deze periode de strijd voor de arbeidsdiscipline de taak, die de grootste aandacht vereiste.
Lenin wees op de noodzakelijkheid, om in de industrie de socialistische wedijver tot ontplooiing te brengen, het stukloon in te voeren, de "gelijkmakerij" te bestrijden, om naast methoden van opvoeding en overtuiging eveneens methoden van dwang toe te passen tegen hen, die zoveel mogelijk van de staat wilden halen, die luierden en zich met speculatie ophielden. Hij was van mening, dat de nieuwe discipline, de arbeidsdiscipline, de discipline van maatschappelijke samenhorigheid, de Sovjetdiscipline, door de miljoenen werkers in het dagelijkse, praktische werk moest worden verwezenlijkt. Hij wees er op, dat "deze zaak een geheel historisch tijdperk in beslag zal nemen". (Lenin Complete Werken, Deel XXIII, blz. 44.)
Al deze vraagstukken van de socialistische opbouw, van het scheppen van nieuwe, socialistische productieverhoudingen, werden door Lenin in zijn beroemd werk "De naaste taak van de Sovjetmacht" toegelicht.
De "linkse communisten", die tezamen met de sociaal-revolutionairen en de mensjewiki optraden, streden ook met betrekking tot deze vraagstukken tegen Lenin. Boecharin, Osinski en anderen traden op tegen het invoeren van de discipline, tegen de eenhoofdige leiding van de ondernemingen, tegen het gebruiken van de specialisten in de industrie, tegen het invoeren van de bedrijfscalculatie. Zij belasterden Lenin met de bewering, dat deze politiek de terugkeer tot de burgerlijke orde betekende. Tegelijkertijd propageerden de "linkse communisten'" de Trotskistische opvattingen, dat de socialistische opbouw en de overwinning van het socialisme in Rusland niet mogelijk zijn.
Achter de "linkse" frasen verborg zich bij de "linkse communisten" de verdediging van de koelak, de luiaard, de speculant, die tegen de discipline waren en vijandig stonden tegenover de regeling van het economische leven door de staat, tegenover de verrekening en de controle.
Nadat de partij de vraagstukken van de organisatie van de nieuwe, de Sovjetindustrie tot oplossing had gebracht, ging zij tot de vraagstukken van het platteland over. Op het platteland woedde in die tijd de strijd van de dorpsarmoede tegen de koelakken. De koelakken hadden krachten verzameld en namen de aan de landheren ontnomen grond in bezit. De dorpsarmoede had hulp nodig. In hun strijd tegen de proletarische staat weigerden de koelakken hun graan tegen de vastgestelde prijzen aan de staat te verkopen. Zij wilden de Sovjetstaat door middel van de honger dwingen, om van de verwezenlijking der socialistische maatregelen af te zien. De partij stelde zich tot taak om de contrarevolutionaire koelakken te verpletteren. Ten einde, de dorpsarmoede te organiseren en met succes de strijd tegen de koelakken, die over overschotten van graan beschikten, te voeren, werd een veldtocht van de arbeiders naar het platteland georganiseerd.
"Kameraden, arbeiders! - schreef Lenin. - Denkt er aan dat de toestand van de revolutie kritiek is. Denkt er aan dat alleen gij en niemand anders de revolutie kunt redden. Tienduizenden uitgezochte, vooraanstaande, het socialisme toegewijde arbeiders, die zich niet laten omkopen en zich niet aan roof overgeven, die bekwaam zijn om een ijzeren kracht te scheppen tegen de koelakken, de speculanten, de plunderaars, de omkoopbare elementen, de desorganisatoren - ziehier, wat noodzakelijk is.". (Lenin, Complete" Werken, Deel XIII, blz. 25).
"De strijd voor het graan is de strijd voor het socialisme" zeide Lenin en onder deze leuze werd de veldtocht van de arbeiders naar het platteland georganiseerd. Er werd een reeks van decreten uitgevaardigd, die een levensmiddelendictatuur instelden en aan de organen van het Volkscommissariaat voor de levensmiddelenvoorziening buitengewone volmachten verleenden om graan tegen de vastgestelde prijzen te kopen.
Door het Decreet van 11 Juni 1918 werden de "Comités van 'de dorpsarmoede, (Kombjedy) gevormd. Deze Comités speelden een grote rol in de strijd tegen de koelakken, bij de herverdeling van de onteigende landerijen en de verdeling van de bedrijfsinventaris, bij het inzamelen van de levensmiddelenoverschotten bij de koelakken en de levensmiddelenvoorziening van de arbeiderscentra en het Rode Leger. Er ging 50 miljoen ha koelakkengrond aan de arme en de middelboeren over. Bij de koelakken werd een aanzienlijk deel van de productiemiddelen ten gunste van de dorpsarmoede in beslag genomen.
Het organiseren van de Comités van de dorpsarmoede was een nieuwe étappe in de ontwikkeling van de socialistische revolutie op het platteland. De Comités van de dorpsarmoede waren de steunpunten van de dictatuur van het proletariaat op het platteland. Door middel van deze Comités werden ook voor een groot deel de kaders van het Rode Leger uit de boerenbevolking geformeerd.
De veldtocht van de proletariërs naar het platteland en het organiseren van de Comités van de dorpsarmoede versterkten de Sovjetmacht op het platteland en hadden een geweldige politieke betekenis voor het winnen van de middelboer voor de Sovjetmacht.
Aan het einde van 1918, toen de Comités van de dorpsarmoede hun taak hadden vervuld, hielden zij op te bestaan en smolten zij met de dorpssovjets samen.
Op 4 Juli 1918 werd het Vde Sovjet-Congres geopend. Op het Congres voerden de "linkse" sociaal-revolutionairen een verbitterde strijd tegen Lenin ter verdediging van de koelakken. Zij eisten dat de strijd tegen de koelakken zou worden gestaakt en dat er verder geen levensmiddelenafdelingen van arbeiders naar het platteland zouden worden gezonden. Toen de "linkse" sociaal-revolutionairen er zich van overtuigd hadden, dat hun lijn op de vastberaden tegenstand van de meerderheid van het Congres stuitte, organiseerden zij een oproer in Moskou; zij bezetten de Drieheiligensteeg en openden van daaruit het artillerievuur op het Kremlin. Dit "links"-sociaal-revolutionaire avontuur werd echter in de loop van enige uren door de bolsjewiki onderdrukt. In een aantal plaatsen van het land poogden de lokale organisaties van de "linkse" sociaal-revolutionairen eveneens in opstand te komen, maar overal werd dit avontuur snel de kop ingedrukt.
Zoals thans door het proces van het Sovjetvijandelijke "blok van de rechtsen en de Trotskisten" is vastgesteld, was het oproer van de "linkse" sociaal-revolutionairen met de voorkennis en de instemming van Boecharin en Trotski georganiseerd en vormde het een deel van het algemene plan van de contrarevolutionaire samenzwering der Boecharinisten, Trotskisten en "linkse" sociaal-revolutionairen tegen de Sovjetmacht.
In deze zelfde tijd drong de "linkse" sociaal-revolutionair Bloemkin, later een agent van Trotski, het Duitse gezantschap binnen en vermoordde hij Mirbach, de Duitse gezant in Moskou, met het doel een oorlog met Duitsland te provoceren. Het gelukte evenwel aan de Sovjetregering om de oorlog te voorkomen en de provocatie van de contrarevolutionairen te doen mislukken.
Op het Vde Sovjet-Congres werd de grondwet vim de R.S.F.S.R., de eerste Sovjetgrondwet, aangenomen.
KORT SAMENGEVATTE GEVOLGTREKKINGEN.
De partij der bolsjewiki vervult in de loop van acht maanden, van Februari tot Oktober 1917, een uiterst moeilijke taak: zij verovert de meerderheid in de arbeidersklasse, in de Sovjets, zij brengt miljoenen boeren aan de kant van de socialistische revolutie. Zij ontrukt deze massa's aan de invloed van de kleinburgerlijke partijen (de sociaal-revolutionairen, de mensjewiki, de anarchisten), zij ontmaskert stap voor stap de politiek van deze partijen, die tegen de belangen van de werkers was gericht. De partij der bolsjewiki brengt een ontzaglijk politiek werk aan het front en in het achterland tot ontplooiing en bereidt de massa's tot de socialistische Oktoberrevolutie voor.
Beslissende momenten van deze periode in de geschiedenis van de partij zijn: de aankomst van Lenin uit de emigratie, Lenins Aprilstellingen, de April-Conferentie van de partij en het VIe Partijcongres. De arbeidersklasse put uit de besluiten van de partij de kracht tot en de zekerheid van de overwinning en vindt daarin antwoord op de belangrijkste vragen van de revolutie. De April-Conferentie richt de partij op de strijd voor de overgang van de burgerlijk-democratische revolutie naar de socialistische revolutie. Het VIe Congres stelt de partij de gewapende opstand tegen de bourgeoisie en haar Voorlopige Regering als doel.
De partijen van het compromis, de sociaal-revolutionairen en de mensjewiki, de anarchisten en de overige niet-communistische partijen, voltooien hun ontwikkeling: zij allen worden reeds vóór de Oktoberrevolutie tot burgerlijke partijen, die voorstanders zijn van de ongereptheid en het behoud van de kapitalistische orde. De partij der bolsjewiki is de enige, die de strijd van de massa's voor het ten val brengen van de bourgeoisie en het instellen van de macht der Sovjets leidt.
Tegelijkertijd doen de bolsjewiki de pogingen van de aanhangers van de capitulatie in de partij - Zinowjew, Kamenjew, Rykow, Boecharin, Trotski, Pjatakow - te niet, om de partij van de weg van de socialistische revolutie af te brengen.
De arbeidersklasse, aangevoerd door de partij der bolsjewiki, werpt in bondgenootschap met de arme boeren, met de steun van de soldaten en de matrozen, de macht van de bourgeoisie omver en stelt de macht van de Sovjets in, vestigt een nieuw staatstype, de socialistische Sovjetstaat, schaft de eigendom der landheren op de grond af, geeft de grond aan de boeren in gebruik, nationaliseert de gehele grond in het land, onteigent de kapitalisten, verovert de vrede, het uittreden uit de oorlog, verkrijgt de noodzakelijke adempauze en schept op deze wijze de voorwaarden voor het ontplooien van de socialistische opbouw.
De socialistische Oktoberrevolutie versloeg het kapitalisme, ontnam aan de bourgeoisie de productiemiddelen en maakte de fabrieken, de bedrijven, de spoorwegen, de banken tot eigendom van het gehele volk, tot maatschappelijke eigendom.
Zij stelde de dictatuur van het proletariaat in en gaf de leiding van een geweldige staat aan de arbeidersklasse en maakte haar dus tot heersende klasse.
Daardoor opende de socialistische Oktoberrevolutie een nieuw tijdperk in de geschiedenis van de mensheid - het tijdperk van de proletarische revoluties.
[i] 1 Desjatiene = 1.092 ha – Vert.
[ii] 1 Goudroebel = f 1.25 (goud) - Vert.
Terug naar de inhoudstafel




