Griekenland: Syriza en de sociaaldemocratische weg

Auteur: 
Cécile Chams

 “Syriza is klaar om haar historische regeringsverantwoordelijkheid op te nemen”, zo verklaarde Alexis Tsipras, de jonge voorzitter van de Griekse radicaal-linkse coalitie. Het stichtingscongres van 10 tot 14 juli 2013 maakte van Syriza een echte partij. Volgens de laatste peilingen zou ze de grootste van het land kunnen worden en de volgende regering mogen vormen. Voor sommigen1 vertegenwoordigt de partij ‘het laatste sprankje hoop’ voor Griekenland en ‘het alternatief voor Europa’.

De oprichting van Syriza als radicaal-linkse verkiezingscoalitie dateert van 2002. Vandaag is het een volwaardige partij. De belangrijkste fractie is Synaspismos, een afscheuring van de Communistische Partij van Griekenland (KKE) die zich omvormde tot partij in 1991. Tot deze groep behoorde de ‘eurocommunisten’, geïnspireerd door de omvorming van de Franse en Italiaanse communistische partijen. Ze waren voor de integratie in de Europese Unie en beschouwden het socialisme niet langer als een fundamenteel alternatief voor het kapitalisme. Een reeks organisaties en kleine partijen met trotskistische, maoïstische, anarchistische of ecologische inslag sloten zich aan bij deze kern.

Tijdens de laatste verkiezingen forceerde Syriza een indrukwekkende doorbraak: de partij klom van 4,9 % in 2009 naar 26,9 % van de stemmen in juni 2012.

Syriza voerde campagne met een voorstel voor een linkse antibesparingsregering. Die zou de Griekse schuld heronderhandelen, de lonen en de werkgelegenheid in de openbare sector herstellen en de onrechtvaardige belastingen afschaffen. Ondertussen zou ze wel in de eurozone en de Europese Unie blijven. Het was de jonge leider Alexis Tsipras (39 jaar), die met zijn charme en spitsvondige slogans de kiezers moest verleiden en van dit discours overtuigen.

De verkiezingsoverwinning maakte van de coalitie de tweede politieke formatie van Griekenland na de (rechtse) Nieuwe Democratie. Om haar project voor ‘een linkse regering’ te kunnen realiseren, besloot Syriza zich om te vormen van beweging tot volwaardige partij. Hierdoor kon ze bij een nieuwe verkiezingsoverwinning ook de vijftig bijkomende zetels in de wacht slepen die aan de grootste partij worden toegekend. De organisatie en het programma van Syriza werden besproken op een conferentie in december 2012 en vervolgens op het Eerste Partijcongres van 10 tot 14 juli 2013.

Heronderhandeling van de schuld met de Europese Unie

De ‘afschaffing van een belangrijk deel van de schuld’ is een kernpunt dat op het partijcongres werd aangenomen. Het economisch programma van Syriza van 2012 stelt: “De geaccumuleerde schuld aanpassen en de voorwaarden scheppen voor een toekomstige financiering van de ontwikkeling door de afschaffing van een groot deel van de schuld… Deze aanpassing zal gebeuren in het kader van een Europese oplossing die geldt voor alle landen van de Europese Unie en op basis van bilaterale onderhandelingen.”2

Het Links Platform binnen Syriza (zie kader ‘Interne verdeeldheid’) diende een amendement in dat stelde dat “Syriza heel de Griekse schuld moet verwerpen, de annulering van alle leenovereenkomsten met de Trojka ondersteunen en indien nodig de betaling staken om te komen tot een volledige kwijtschelding van de schuld”. Het Congres van 2013 verwierp dit amendement, maar het kreeg toch nog 40 % ja-stemmen.

Philippe Marlière3, professor aan het University College van Londen en lid van het Links Front in Frankrijk, zegt hierover: “Tijdens de verkiezingen van juni laatstleden [2012] benadrukte de partij dat ze het memorandum van de Trojka zou opheffen, als ze aan de macht kwam. Binnen de leidende kringen van Syriza is dit standpunt geëvolueerd.” Hij vervolgt: “Een linkse regering zou de schuld niet langer annuleren, maar zou wel meer tijd vragen om haar verplichtingen na te komen.” Tsipras bevestigde dit tijdens zijn bezoek aan Duitsland in januari 2013. In een interview met de radiozender Deutsche Welle verklaarde hij dat zijn partij de schuld niet eenzijdig zou annuleren, maar vooral zou onderhandelen over nieuwe leenovereenkomsten. “Een belangrijk bedrag van de nominale waarde van de schuld moet worden kwijtgescholden”, zei hij recent nog.4

Syriza is dus van mening dat althans een gedeelte van de schuld legitiem is of dat het zou volstaan te onderhandelen met de Europese Unie over een gedeeltelijke kwijtschelding van de schuld om het lot van de bevolking te verbeteren. Dat betekent dat de werkers toch een beetje zullen betalen, al is het misschien iets minder dan nu.

De leiders van Syriza stellen wel dat ze het memorandum willen opheffen, de besparingsmaatregelen met andere woorden. Volgens politicoloog Nicolas Mottas echter zijn het ‘memorandum’ en de ‘leenovereenkomst’ geen twee verschillende zaken. “In de leenovereenkomst zelf staat dat de uitvoering van de bepalingen van het memorandum een voorafgaande voorwaarde is; het memorandum en het leenakkoord zijn de twee kanten van één medaille.”5

In een interview met het Franse tijdschrift Z preciseerde Iphigenia Kamtsidou, professor Grondwettelijk Recht aan de Aristotelesuniversiteit van Thessaloniki: “Van belang is nu dat de memoranda en de leenovereenkomsten heel het politieke en institutionele leven van Griekenland onderwerpen aan wat het buitenland wil. Het zijn de schuldeisers die bepalen welke doelstellingen we moeten nastreven, wat de inhoud zal zijn van het algemeen beleid van het land en welke wettelijke maatregelen moeten genomen worden.”6 Eén clausule van de leenovereenkomst voorziet zelfs dat de Griekse overheid haar immuniteit moet opgeven bij wanbetaling, wat erop neerkomt dat haar goederen kunnen aangeslagen worden.

Sinds het begin van de Griekse crisis heeft Syriza het almaar over ‘de schuldencrisis’ om de bevolking te doen geloven dat daar de kern van het probleem ligt. Maar de schuld is een van de gevolgen van de kapitalistische crisis en niet de oorzaak. Oorzaak van de crisis is het dertigjarige beleid van dalende loonkosten en sociale uitkeringen met een algemene daling van de koopkracht van de bevolking tot gevolg. Deze afgenomen koopkracht bleef lange tijd verborgen doordat de economie teerde op het maken van schulden, tot aan het uitbreken van de crisis. Vandaag vinden de geproduceerde goederen geen kopers meer. De oorzaak van de crisis ligt in het feit dat de rijkdom, voortgebracht door de maatschappij, niet terugvloeit naar diegenen die hem voortgebracht hebben, maar geconcentreerd blijft bij de monopolies, in de handen van een steeds kleiner aantal kapitalisten. De inkomens van de werknemers en hun gezin worden vandaag afgeschraapt om de Europese banken in leven te houden. Een helse spiraal! Dat is de reden waarom de schuld en alle besparingsmaatregelen (memoranda) volledig verworpen moeten worden.

Oude keynesiaanse recepten

“Wij gaan opnieuw de verzorgingsstaat instellen en deze nog versterken”, verklaart Syriza vandaag. “Wij gaan komaf maken met het memorandum en de uitvoeringswetten. Wij gaan een programma van sociaal en economisch herstel uitwerken, de economie productief en milieuvriendelijk maken en zo de aan de arbeidersklasse toegebrachte wonden helen en geleidelijk de voorwaarden scheppen voor stabiele werkgelegenheid en een fatsoenlijk leven, met toereikende lonen en pensioenen en nieuwe banen. We hebben alle afgedankte werkers (uit de overheidsdiensten) nodig en we zullen ze opnieuw in dienst nemen.”

Voor de financiering van dit programma wil Syriza twee hulpmechanismen in ere herstellen. Op het Kreiskyforum van 24 september 2013 in Wenen geeft Alexis Tsipras enige uitleg: “Een regering van Syriza zal een Europees Marshallplan op tafel leggen met een autonome bankunie, centralisering van de openbare schuld door de Europese Centrale Bank en een uitgebreid programma van overheidsinvesteringen. Eerst en vooral zullen wij een speciale conferentie eisen over de Europese schuld, naar analogie met de Conferentie van Londen van 1953 over de toenmalige Duitse schuld, waar men besliste een groot deel daarvan verbeurd te verklaren en een moratorium op de betaling van de interesten en een groeiclausule instelde.”

Is dit programma realiseerbaar? “Enerzijds kunnen we ons vandaag moeilijk voorstellen welke landen bereid zouden zijn om een nieuw Marshallplan uit te werken”, zegt Philippe Marlière.7 “De huidige economische en geopolitieke voorwaarden zijn niet te vergelijken met die van het begin van de Koude Oorlog, die gebaseerd waren op concurrentie met de Sovjet-Unie.” “Het Atlantisch kapitaal, dat in verleiding werd gebracht door de plundering van het naoorlogse West-Duitsland, opteerde uiteindelijk voor economisch herstel tegen het communistisch blok in het Oosten, om er het bruggenhoofd van een kapitalistisch, liberaal en anticommunistisch West-Europa van te maken”, aldus de verklaring van de Franse communisten.8

“Anderzijds is een gedeeltelijke kwijtschelding van de Griekse schuld, zoals men deed met de Duitse (in 1953), vandaag geen uitgemaakte zaak”, vervolgt Philippe Marlière. “Het eigenzinnige gedrag van de Trojka en van Duitsland geeft weinig reden tot optimisme.”

In overeenstemming met wat eurocommissaris voor Economische en Monetaire Zaken Olli Rehn in oktober 2013 zei, houdt de Europese controle over de Griekse financies niet op wanneer de leenovereenkomst vervalt. Een Griekse krant commentarieert: “Als een eventuele regering van Syriza een keynesiaans beleid zou willen voeren, zou het eerst haar partners in de eurozone moeten overtuigen om het huidige wettelijke kader te veranderen of anders uit de gemeenschappelijke munt moeten stappen. Met andere woorden: als Syriza probeert de ‘economische orthodoxie’ te verlaten, zou Griekenland voor het Europees gerechtshof gedaagd worden en veroordeeld tot het betalen van zware boetes en zouden zelfs de Europese subsidies in het raam van de MFK-verordening voor 2014-2020 (voor een Meerjarig Financieel Kader) opgeschort worden.”9

De nieuwe Pasok?

Het is niet de eerste keer dat men in Griekenland probeert de sociale welvaartstaat te herstellen. “In 1981 kwamen de Griekse socialisten voor het eerst aan de macht. De Pasok was gewapend met een keynesiaans ge-inspireerd programma – wat ze een derde weg naar het socialisme noemde – om de vraag aan te wakkeren, de economische groei op te krikken en door te voeren. Centraal in dit economisch en sociaal arsenaal, maar ook centraal voor het politieke imago van de partij, stond een herverdelingsbeleid ten voordele van het volk. De Pasok legde nadruk op de uitbouw van een sterke sociale welvaartstaat met als orgelpunt de oprichting van een nationaal gezondheidssysteem.”10

Wat is er van het herstelprogramma uit 1981 van de Pasok geworden? Volgens La Revue socialiste heeft “het duidelijke fiasco van de Pasok om de grote belastingfraude te beperken het begrotingstekort en de schuld dramatisch doen toenemen. De schuld die 28,6 % van het bbp bedroeg in 1980, bereikte na het einde van het tweede mandaat van de Pasok het alarmpeil (80,7 % van het bbp in 1990). Het bestuur van de Pasok ligt wel degelijk aan de basis van de huidige schuldencrisis. In het algemeen voerden de socialistische regeringen van de jaren 1980 een onbezonnen financieel beleid, dat leidde tot het fiasco van de herverdelingsdoelstellingen (wat ze in de periode 1981-83 met de ene hand aan het werkende volk gaven, hebben ze met de andere hand genomen door hun besparingsbeleid van de jaren 1985-87). Een te laks financieel beleid, dat grotendeels ten goede kwam aan de ondernemingswereld, de vrije beroepen en de zwarte economie. Niet alleen hebben de linkse – en grotendeels retorische – keuzes van de Pasok de privileges van een veruit ongelijk kapitalisme niet eens in vraag gesteld, maar zij hebben de rijkdom van de ‘zelfstandige’ middenklassen in hoge mate doen toenemen.”11

In het begin beloonde de Pasok haar kiezers en ze maakte daarvoor staatsschulden: de partij schiep meer banen bij de overheid, verhoogde de lonen en breidde de sociale rechten uit. Dit beleid verbeterde enigszins de levensvoorwaarden van het volk en stimuleerde de consumptie. Maar tegelijk beschermde de Pasok de belangen en privileges van de reders, de grote monopolies en de orthodoxe kerk en hield de klasse van monopoliekapitalisten in stand. Die klasse ging op haar beurt meer eisen stellen. De Pasok kon echter niet de kool én de geit sparen. Om aan de macht te blijven gaf ze er de voorkeur aan de Griekse monopolies en de Europese geldschieters te steunen, terwijl het volk besparingsmaatregelen opgelegd kreeg. Dat leidde tot de ondergang van de partij. In 2009 haalde ze nog 43,92 % van de stemmen, in 2012 nog maar 13,18 %. De socialistische partij verloor haar linkse masker volledig en werkt vandaag samen met de voormalige ‘vijand’, de Nieuwe Democratie, en past ijverig de recepten van de Trojka toe.

Afhankelijk van de situatie zijn de sociaaldemocratische partijen voorstanders van massale overheidstussenkomst of zingen ze de lof van de markt. Dat is de voorbije decennia wel gebleken. Een regering met sociaaldemocraten of conservatieve liberalen (of beide) doet er niet toe, de internationale burgerij lukt er steeds in de winstvoet en de kapitaalaccumulatie van de monopolies veilig stellen.

Ligt de redding dan in de Europese Unie?

Syriza wil “het project Europa opnieuw opbouwen en doen evolueren naar een democratische unie met een democratische werking, naar sociale rechtvaardigheid en naar socialisme”. In de politieke resolutie van het stichtingscongres van Syriza van 2013 wordt overigens slechts drie keer naar het socialisme verwezen, en dan nog meer in de betekenis van een morele deugd dan van een politiek systeem.

Syriza spitst haar kritieken toe op de Griekse coalitieregering en op de “politieke krachten van het merkelisme”.12 Maar ze stelt de principes die de Europese Unie onderbouwen, niet in vraag. Tsipras preciseert: “Ons voorstel van een zo breed mogelijke Europese alliantie tegen het besparingsbeleid sluit aan bij de essentie van het Europese integratieproces, zoals verwoord door Jean Monnet, de architect van de Europese Unie: ‘We verenigen geen staten, maar we verenigen mensen’.” Bankier Jean Monnet was in werkelijkheid een voorstander van de oprichting van de Verenigde Staten van Europa, naar Amerikaans model. Dankzij deze verbeten Atlantist konden de VS rechtstreeks invloed uitoefenen op de opbouw van de Europese Unie. Hij was een voorstander van de supranationale instellingen in de essentiële sectoren van de economie.13 De Europese Unie loopt vandaag in het spoor van Monnet en andere grondleggers en is meer dan ooit de politieke uitdrukking van de multinationals van de landen die deze Unie samenstellen.

Tsipras bevestigde zijn standpunt tegenover de Oostenrijkse sociaaldemocraten. De veranderingen die hij voorstelt om “de eurozone te redden” zijn mogelijk “zonder te breken met de nu geldende verdragen”.14 Aan die verdragen – van Maastricht tot Lissabon – zal dus niet geraakt worden, hoewel ze de lidstaten precies onderwerpen aan de instellingen en de werking van de Europese Unie, met inbegrip van de begrotingsprincipes, de economische, sociale en rechterlijke beslissingen of ook nog de gemeenschappelijke defensie, die de militaire integratie versterkt en de samenwerking met de NAVO bekrachtigt.

Hoe zou Syriza dan, eens aan de macht, haar beloftes kunnen waarmaken? In haar economisch programma van 201215, stelt de partij: “Wij zullen het begrotingstekort doeltreffend en rechtvaardig aanpakken en daarbij voorrang geven aan herverdeling en groei met respect voor het milieu. Ook zullen we daarvoor proberen geleidelijk de lonen en de sociale uitgaven te vermeerderen.”

Over de financiering van haar herstelprogramma blijft Syriza zeer vaag: “De inkomsten van de overheid zullen komen van een belasting op de grote fortuinen, op nettowinsten, op de hoge inkomens, het grootgrondbezit en de bezittingen van de Kerk. Zal het volstaan een “vermogenskadaster” in te stellen en “de tarieven en belastingschalen voor de personenbelasting en de heffingen op inkomsten van rechtspersonen op het niveau van het Europese gemiddelde” te brengen? Voeren de andere Europese landen, met hogere belastingtarieven, een relancebeleid? Om het geld terug te halen van rijke Grieken die hun fortuin veilig in Zwitserland hebben opgeborgen, verdedigt Syriza “de ondertekening van een bilateraal akkoord met Zwitserland over de belastingheffing op de spaartegoeden van Griekse burgers die in dat land verblijven”. Men is al heel lang over een dergelijk akkoord aan het onderhandelen en dat zal natuurlijk niet lukken. Er staats zelfs niets in het voorstel van Syriza om de rijken die hun geld op rekeningen in Zwitserland zetten, te sanctioneren door bijvoorbeeld hun eigendommen in Griekenland te onteigenen. Ook niets over het annuleren van het stelsel van ‘zero belasting’ voor de reders en de Kerk. Maar Syriza is wel uit op een akkoord “met de maritieme bedrijfstak en de kringen van de reders, met het oog op de afschaffing van de 58 verschillende fiscale uitzonderingen en met het doel een stevig en duurzaam belastingstelsel te creëren, dat beantwoordt aan de grondwettelijke plicht van alle Griekse burgers om bij te dragen aan de belastingen”.

Syriza legt niet uit hoe de regering zonder de steun van een brede buitenparlementaire beweging in staat zou zijn om deze maatregelen zelfs maar op te leggen. Manolis Glezos, vroegere antifascistische militant en afgevaardigde van Syriza, zegt: “De mensen vragen mij waar het geld vandaan zal komen, maar ik vrees dat ons antwoord niet overtuigend klinkt.”16 Maar komaf maken met de besparingen is niet mogelijk zonder te breken met het systeem dat dergelijk beleid in de hand werkt, of dat nu in Griekenland is of elders in Europa. Het is niet mogelijk zonder een strategie voor de strijd, zonder de strijd van de werkers en de uitgebuite bevolking tegen de klasse die zich ondanks de crisis blijft verrijken. Toch verspreidt Syriza de illusie van een kapitalistisch systeem, dat kan hervormd worden en aanvaardbaar gemaakt voor de volksmassa’s. De voorwaarde luidt dat “het moet bestuurd worden op basis van humanistische waarden”.

Er is in dit programma geen sprake van mobilisatie van het volk met duidelijke ordewoorden tegen de grote fortuinen. Er is ook geen sprake van enige mobilisatie van de werkers tegen het verzet van de burgerlijke klasse, dat onvermijdelijk zal volgen. Geen woord, ten slotte, over het feit dat men onmogelijk een einde kan maken aan de besparingen zonder de rol in vraag te stellen van de Europese Unie als imperialistische macht die van Griekenland een laboratorium heeft gemaakt.

Het socialisme van Syriza

In 1981 sprak de Pasok over ‘de derde weg naar het socialisme’. Vandaag heeft Syriza het over ‘het socialisme van de 21e eeuw’. Volgens het programma van Syriza gaat het om “een alternatieve weg van sociale redding, van sociale, productieve en milieuvriendelijke heropbouw in het belang van de sociale meerderheid”. Maar geen van beiden wil de oorzaak van de crisis aanpakken, dat wil zeggen het kapitalistisch systeem zelf. Zonder een strategie van strijd onder leiding van de arbeidersklasse tegen de uiterst kleine minderheid die alle rijkdom bezit, de grootburgerij, zal het programma van Syriza hetzelfde lot ondergaan als dat van de Pasok.

Syriza wil “de lopende privatiseringen annuleren en de geprivatiseerde strategische ondernemingen terug onder overheidscontrole brengen”. Zo geformuleerd is het niet meer dan een vrome wens. Wat betekent immers “terug onder overheidscontrole brengen” als men niet terzelfder tijd de kwestie van kapitaaleigendom aanpakt? In haar politieke resolutie17 heeft Syriza het kort over de kapitalistische crisis van overaccumulatie, “die voornamelijk gekenmerkt wordt door de inflatie in de financiële sector” en stelt ze het “neoliberale kapitalisme” aan de kaak, dat vooral gekenmerkt wordt door “de flexibilisering van de arbeid” en “de privatisering van ondernemingen in moeilijkheden”.

De analyse van Syriza choqueert Philippe Marlière: “Alexis Tsipras blijft maar herhalen dat Europa het hoofd moet bieden aan een “structurele crisis van het kapitalisme en zijn neoliberale model. Zouden de maatregelen voor de herschikking van de schuld volstaan voor een herstel van de economie en een onverwijlde verhoging van de lonen? Zouden zij een antikapitalistische etappe naar het socialisme zijn? Niets is minder zeker. (…) De dringende sociale maatregelen - die overigens getuigen van gezond verstand - worden uitgewerkt binnen een radicaal reformistisch kader. Nergens kijkt men verder dan het kapitalisme, vooral niet op het vlak van de budgettaire en institutionele dwangbuis van de eurozone”.18

De visie van Syriza spaart het kapitalistisch systeem zelf. De oorsprong van de economische crisis van relatieve overproductie, gepaard aan de overaccumulatie van kapitaal, ligt in de kapitalistische productieverhoudingen, in de tegenstelling tussen diegenen die de rijkdom produceren, dat wil zeggen de werkers, en diegenen die zich deze rijkdom toe-eigenen, namelijk de kapitalistenklasse, de grote monopolies op kop. Syriza verkiest de notie “subversie” boven de notie “klassenstrijd”. Die laatste term is volledig afwezig in haar discours, terwijl subversie maar liefst twaalf (!) keer voorkomt in de politieke congresresolutie. Het is een vage term die wijst op verzet tegen een systeem. Vooral de anarchistische, anti-autoritaire stroming, die sterk vertegenwoordigd is in Griekenland en in Syriza, is hier voorstander van. Subversie staat tegenover de organisatie van de werkers in een partij en in vakbonden die strijd voeren. De term “subversie” heeft in de alterglobalistische wereld een meer culturele gevoelswaarde gekregen. Het is een beweging van burgers tegen de consumptiemaatschappij, tegen de onrechtvaardigheid.

Men mag verhopen dat de Syriza wel degelijk de bedoeling heeft om de fouten van Pasok niet te herhalen en dat ze de privileges van het grootkapitaal zal aanpakken. Maar wat moeten we denken van Tsipras’ toespraak tot de Griekse patroons tijdens de jaarlijkse vergadering van de Federatie van Griekse ondernemingen (SEV). Het is waar dat hij heeft beloofd het minimumloon van 751 euro en ook de collectieve arbeidsovereenkomsten in ere te herstellen. Maar hij was daar vooral om het patronaat ervan te verzekeren dat “Syriza bereid is haar historische regeringsverantwoordelijkheid op te nemen”. Hij zei: “Sociale consensus en stabiliteit zijn de zuurstof voor de economie. Zonder zekerheid wordt, meer dan welke andere factor ook, vooral de productiedynamiek belemmerd. […] Wij gaan overheidsinvesteringen lanceren met een snel rendement, niet om de privésector te verdrijven, maar om hem aan te moedigen. Wij, de volgende regering van het land, wij willen de productieve privé-investeringen vergemakkelijken, het privé-initiatief stimuleren, dat risico’s neemt op de vrije markt. Niet het pirateninitiatief…”19 Hier is duidelijk geen sprake meer van “subversie”.

“We gaan het gevecht voeren in het parlement”

Voor Syriza is de arbeidersklasse niet meer dan een onderdeel van de bevolking. In haar politieke resolutie heeft Syriza het enkel over de arbeidersklasse als over een sociale laag die in het bijzonder het slachtoffer is geworden van de besparingen. De arbeidersbeweging heeft geen rol van betekenis te spelen in het project van een linkse regering. Die linkse regering zal het product zijn van “een veelvormige sociale massabeweging die de dagelijkse aanvallen van de regering op elk front zal afslaan en de voorwaarden zal creëren voor de grote sociale en politieke subversie. De linkse regering zal het resultaat zijn van dit grote initiatief en van de mobilisatie van het volk.” Syriza citeert in lyrische bewoordingen een voorbeeld: “De brede volksstrijd voor de subversie die massaal het gevecht gevoerd heeft tegen de memoranda en de schuld, overal, op de werkvloer, in de wijken.” Maar geen woord over de belangrijkste gevechten die de arbeiders geleverd hebben: de staalarbeiders, bijvoorbeeld, die de regering na negen maanden staking deden plooien (2011-2012) of de matrozen die het behoud van de collectieve arbeidsovereenkomsten afdwongen (2012).

De staalarbeiders van Aspropyrgos nabij Athene staakten tegen het besparingsplan van hun werkgever die hun nog maar vijf uur per dag wilde laten werken voor een loon van 500 euro. Zij konden standhouden dankzij de steun van PAME – het militante arbeidersfront dat dicht aanleunt bij de KKE – en van alle Griekse werkers. Maar kom bij hen niet af met Syriza. “In Volos, een andere staalfabriek van dezelfde groep, stemde Syriza bij monde van zijn syndicale afgevaardigde tegen de staking en voor het besparingsplan van de patroon”, zegt Yannis, een staalarbeider van Aspropyrgos. Hetzelfde kunnen we zeggen over de arbeiders van de scheepswerven, van wie de grote meerderheid bij PAME is aangesloten. In 2012 moesten ze het hoofd bieden aan een ‘links blok’ waarvan ook Syriza deel uitmaakte, dat hun voorstelde minder uren te werken voor minder loon. Dit voorstel kreeg maar 26 stemmen van de 400 aanwezige metaalarbeiders.20

Doordat heel wat syndicalisten uit de Pasok zijn overgelopen, is Syriza uitgegroeid tot de vierde syndicale kracht van het land. Maar PAME behoudt zijn derde plaats21 in heel het land en de eerste plaats in bepaalde regio’s of sectoren. Dat bleek opnieuw bij de syndicale verkiezingen van 2013 van de havenarbeiders van Piraeus (de haven van Athene), en ook in de bouwsector of in de voedingssector. Daar hebben de leden van PAME hun positie van eerste syndicale kracht nog versterkt. Bij de verkiezingen in de voedingsindustrie won de lijst van PAME met 80 % van de stemmen tegen een coalitie van syndicalisten van Syriza, de Pasok en de Nieuwe Democratie22, die eigenlijk een ‘anti-PAME’-lijst was.

Hoewel Syriza zich richt tot een veeleer jong kiespubliek, blijft de inplanting onder de studenten zeer zwak. De lijst AP.EN. die door Syriza wordt gesteund, behaalde tijdens de verkiezingen van de studentenvakbonden van 17 april 2013 maar 6,45 % van de stemmen aan de universiteiten en 2,07 % aan de hogescholen. AP.EN. komt maar op de vijfde plaats na de lijsten van de Nieuwe Democratie, de Pasok, de Communistische Jeugd en Antarsya en blijft ver achter de lijst die gesteund wordt door de Communistische Jeugd (KNE), die 15,77 % van de stemmen (+1,64 %) behaalde aan de universiteiten en 18,4 % (+2,9 %) in de hogescholen.

Georges Stathakis, een van de leiders van Syriza, legde in 2012 de rol van zijn partij uit als volgt: “Het besparingsbeleid zal verder gezet worden, zoveel is zeker… De Grieken zullen misschien betogen. Maar wij van Syriza zullen de strijd voeren vanuit de oppositie in het parlement, zonder de mensen te vragen de straat op te trekken.”23

Kortom, Syriza doet er alles aan om in de regering te geraken en weinig of niets aan het uitbouwen van een oppositiebeweging onder de werkers, de werklozen, de jongeren of iedereen die op een of andere manier door de crisis wordt getroffen.

Van een ‘linkse regering’ naar een ‘regering van nationale redding’

Doordat Syriza is opgeschoven naar de oude stellingen van de Pasok, hoeft het dan ook niet te verbazen dat vroegere ministers en leidende figuren van de Pasok Syriza steunen of erbij aansluiten. Syriza stelt haar ‘linkse regering’ voor als een ‘radicaal alternatief’ voor Griekenland en Europa. Maar wie zal deel uitmaken van deze regering?

In september 2012 verklaarde Tsipras hierover het volgende aan een Argentijnse krant: “De sociaaldemocratie is niet in staat een oplossing uit te werken voor de reële sociale problemen van het volk. In Griekenland verschilt de Pasok, de partij die de sociaaldemocratie vertegenwoordigt, niet van de rechtse vleugel. Het is er een kopie van.”24 Nog geen jaar later richt Tsipras een oproep tot de sociaaldemocratie en zelfs tot de liberalen. In zijn openingstoespraak op het stichtingscongres van Syriza25 noemt hij de drie stromingen op die hij voor zijn project wil winnen “om het land en het volk te leiden naar het licht van het post-memorandumtijdperk”. Het gaat om de KKE, de Communistische Partij van Griekenland; maar ook diegenen “die ooit hun hoop stelden op de Pasok… maar nooit hun geloof en hun engagement voor de democratie, de volkssoevereiniteit, de nationale onafhankelijkheid en de sociale rechtvaardigheid hebben verraden”. En ten slotte ook “de burgers die ge-inspireerd zijn door de ideeën van het politieke liberalisme…, die begrijpen hoe erg de democratie in Griekenland vandaag bedreigd is”. Om de meerderheid te behalen en een ‘linkse regering’ te kunnen vormen overweegt Syriza een bondgenootschap met krachten die voortgekomen zijn uit de Pasok en Democratisch Links (Dimar), een centrumpartij die deel uitmaakte van de besparingsregering.26 Het Links Platform binnen Syriza daarentegen is van mening dat “Syriza een eenheidsfront moet vormen met alle linkse partijen, ook met de communistische partij en met Antarsya27 maar moet weigeren samen te werken met de politieke krachten of de politici die het besparingsbeleid hebben uitgevoerd of aanvaard, met inbegrip van Dimar.”28

Tsipras opperde herhaaldelijk de mogelijkheid van een “regering van nationale redding met Syriza”. Een ander leidinggevend lid van Syriza ging nog verder en stelde voor “een regering van nationale redding te vormen, en daarbij enkel de neonazi’s en de extreemrechtse fractie van de Nieuwe Democratie uit te sluiten.”29

Het is dan ook geen verrassing dat voormalige ministers en vooraanstaande leden van de Pasok Syriza steunen of er zich bij aansluiten. Wij citeren onder andere Louka Katseli, minister van Economie, vervolgens minister van Werkgelegenheid in de regering van Georges Papandreou (2009 tot 2011). Zij steunde het eerste besparingsplan dat de rechten van de werkers afbrak. Nadien nam zij afstand van haar partij en bekritiseerde ze onder meer het voorstel tot referendum over de besparingsmaatregelen: “De flater van de uittredende regering is dat ze geen duidelijke routebeschrijving heeft voorgelegd aan de Grieken. Wat me ook getroffen heeft, is dat de uittredende regering het akkoord van 27 oktober, dat ze op Europees niveau heeft gegeven, op de helling zet door het idee van een referendum te lanceren. Ik sta gekend als een harde tante in de onderhandelingen met de Trojka, toen ik nog minister was, maar ik ben van mening dat als je tot een akkoord bent gekomen, je je daar ook aan moet houden.”30 Ze zei ook dat ze bang was dat de bezuinigingen zouden leiden tot een sociale explosie: “We zitten in een diepe recessie. Het gevaar voor stakingen bestaat, of die nu expliciet zo genoemd worden of een andere naam krijgen. De syndicale confederaties zijn niet in staat een sociale explosie te voorkomen, want ze zijn op het terrein, vooral in de privésector, weinig representatief. Hierin schuilt dan weer het gevaar dat de Communistische partij munt slaat uit de woede.”

Nadat ze weigerde het tweede besparingsplan goed te keuren, werd ze uit de Pasok gezet. “Ik heb tegen gestemd, omdat dit plan de recessie nog doet toenemen, het begrotingstekort groter maakt en de schuld onhoudbaar, zegt ze. Het is een slecht recept. Bovendien houdt een economisch pakket van dit type voor het eerst in de geschiedenis de afbraak in van de collectieve overeenkomsten die een onderdeel vormen van het Europees sociaal pact. Een aantal bepalingen in dit plan, ten slotte, zijn ongrondwettelijk, want ze geven onze geldschieters het recht beslag te leggen op de openbare goederen als Griekenland in de toekomst achterstand zou oplopen bij het betalen van zijn schuldvorderingen.”31

Nadien vormde ze met Harris Kastanidis een nieuwe sociaaldemocratische partij onder de naam Sociaal Pact. Deze groepering steunde de vorming van een regering met Syriza. Kastanidis was minister van Buitenlandse Zaken (1985-86), van Transport (1996-97), woordvoerder van de Pasok (2004-2007), minister van Justitie (2009-2011) en opnieuw minister van Binnenlandse Zaken (2011). Louka Katseli: “We hopen dat de partij de aanzet kan geven voor billijke en rechtvaardige hervormingen en dat ze een einde zal stellen aan deze corporatistische staat en het cliëntelisme die al lange tijd bestaan in Griekenland. We moeten de verlaging van lonen en pensioenen en de verhoging van de belastingen een halt toeroepen, een belastinghervorming doorvoeren en strijden tegen de belastingontwijking, investeringen aanmoedigen, de overheidssector reorganiseren.”32 Er is volgens Katseli geen sprake van om de schuld te verwerpen, noch om de besparingsplannen die de Trojka het land oplegt, af te wijzen. “We hebben een partnership dat is gebaseerd op vertrouwen en ik denk dat beide partijen er belang bij hebben dat de samenwerking ook iets opbrengt. Daarom is het nodig dat we eerst en vooral naar de crisis kijken in de tewerkstelling en naar de echte economische crisis en dat we bekijken hoe we de economische groei kunnen herstellen, zodat de fiscale consolidatie die van essentieel belang is, ook realistisch kan zijn en effect heeft.”33

Onder de Pasokfiguren die een regering met Syriza steunen, vinden we Gerasimos Arsenis, de echtgenoot van Louka Katseli, minister van Economie (1984-85), van Defensie (1993-96) en van Onderwijs (1996-2000), Marilisa Xenogiannakopoulou (actief lid van de Pasok sinds de jaren 1980, minister van Volksgezondheid in 2009-2010), Spyros Kouvelis (viceminister van Buitenlandse Zaken, 2009-2011) en Lambros Michos (lid van de Pasok sinds 1974 en voormalig parlementslid). Ook sommige syndicale leiders van wie bekend was dat ze al jaar en dag lid waren van de Pasok, hebben zich bij Syriza aangesloten.

Met de Pasok regeren is voor Syriza geen nieuwigheid. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 vormde Syriza een bondgenootschap met de Pasok in drie gemeenten van Athene en Thessaloniki. Op het eiland Ikaria voerde Syriza samen met de Pasok en Nieuwe Democratie campagne tegen de communistische lijst van de KKE die daar al tientallen jaren de meerderheid had. Syriza aanvaardde zelfs de steun van de extreemrechtse partij Laos die haar kandidaat terugtrok. De KKE behaalde op haar eentje 49,5 % van de stemmen, de anti-KKE-alliantie slechts een paar honderd stemmen meer.

Syriza beweert dat ze het Griekse volk uit de besparingsellende zal leiden door samen te werken met voormalige Pasok-ministers die de akkoorden met de Trojka hebben goedgekeurd en de besparingsplannen die hieruit voortvloeien. Ook op Europees niveau stelt Syriza zich open voor de sociaaldemocraten. “Een linkse regering in Griekenland zal de hand reiken naar de Europese sociaaldemocraten, naar de liberale vrijdenkers van Europa, naar alle Europeanen die niet willen dat Europa verder afglijdt naar een nachtmerrie. En wij zullen hen vragen zich bij ons aan te sluiten op basis van een gemeenschappelijk project: de stabilisering van de eurozone – een eerste etappe naar een open, democratisch en verenigd Europa”, verklaart Tsipras aan de Oostenrijkse sociaaldemocraten.34 

Radicaal-links? Niet echt…

“We moeten duidelijk maken dat ons standpunt… geenszins een bedreiging inhoudt voor de VS noch een poging is om de geopolitieke voorwaarden van de regio te destabiliseren”, verklaart Alexis Tsipras bij zijn bezoek aan de Verenigde Staten in januari 2013. “Integendeel, voegt hij eraan toe, onze politiek is een aanvulling op de internationale initiatieven, ook die van de regering van Obama, in het kader van een brede en wereldwijde macro-economische stabilisering.”35 In een vrije tribune in de New York Times schrijven twee Amerikaanse professoren, James K. Galbraith en Yanis Varoufakis, dat “Syriza niet van plan is uit de NAVO te stappen, noch de Amerikaanse militaire basissen te sluiten.”36 Daarvoor baseren ze zich op Tsipras’ eigen uitspraken tijdens zijn ontmoetingen in de VS.

“Alexis op het balkon… Tsipras in het salon”37, titelde een Grieks dagblad in oktober 2013. De voorzitter van Syriza heeft inderdaad leren jongleren met een dubbel discours: pakkende slogans en beloften voor zijn kiezers en geruststellende woorden voor de Europese en Amerikaanse leiders en de financiële kringen. Surfend op de nationalistische golf stelt hij tegenover zijn publiek Griekenland voor als een Duitse ‘kolonie’, vanwege de schuld, en de euro als ‘drager van het Duitse beleid’. Om Europa te democratiseren moet het vooral bevrijd worden van de ‘Duitse overheersing’. Het gaat hier niet om een oorlog van het Griekse en Europese kapitaal tegen de werkers en de volksmassa’s. Griekenland wordt beschreven als ‘het epicentrum van de strategie van de Europese Unie tegen Zuid-Europa’. Tijdens zijn bezoek aan Duitsland in januari 2013 had Tsipras een ontmoeting met de minister van Financiën, Wolfgang Schäuble. Hij wilde de Duitse leiders laten inzien dat zijn ‘linkse regering’ de crisis zou bedwingen en de fundamentele structuren van de Europese Unie zou respecteren.

Hetzelfde discours gaf hij ten beste bij zijn bezoek aan de VS nog diezelfde maand. Philippe Marlière: “De linkervleugel van Syriza verwijt Alexis Tsipras dat hij nu al op zoek is naar compromissen met de instellingen van het financiële kapitalisme. Zijn reis naar Washington veroorzaakt wat linkse oprispingen. Tsipras ontmoette er vertegenwoordigers van Buitenlandse Zaken en verzekerde hen dat Griekenland in de NAVO zal blijven, als zijn partij aan de macht komt. Hij had ook een onderhoud met de verantwoordelijken van het IMF. Zijn conferentie aan het Brookings Institution, een zeer sociaalliberale denktank, werd ook opgevat als een poging om zich het imago van een respectabel en pragmatisch politicus aan te meten… Er is niet veel meer nodig om de linkse, antikapitalistische vleugel in Griekenland te doen denken dat Alexis Tsipras nu al in de huid kruipt van een sociaaldemocratische premier.”38

Het programma van Syriza is de afgelopen twee jaar aanzienlijk veranderd. Nemen we bijvoorbeeld de eisen voor de overheidssector. Voor de verkiezingen van 6 mei 2012 plakte Syriza in heel het land affiches met de eis “100.000 banen, nu, in de scholen, in de ziekenhuizen en in de openbare diensten”. Na de verkiezingen stond de eis voor aanwervingen nog altijd op het programma, maar zonder concreet cijfer. In juli 2013 is er geen sprake meer van bijkomende aanwervingen, maar alleen nog van het annuleren van de ontslagen. In de politieke resolutie van het congres staat dat “alle bedienden die ontslagen werden, opnieuw worden aangenomen” en verder dat “het eerste doel is het herstel van de arbeidsverhoudingen, van de collectieve arbeidsovereenkomsten, de minimumlonen, de werkloosheidsuitkeringen en de kinderbijslag op het niveau van voor de memoranda”. Over al deze eisen is niets meer te horen in recente toespraken van Syriza. In december 2013 roept Tsipras in een toespraak voor de Grieks-Amerikaanse Kamer van Koophandel de zakenwereld op om te helpen “bij de heropbouw van het land”. Hij geeft uitleg bij de drie hervormingen die een links bestuur zal doorvoeren: een “eenvoudig, transparant, stabiel en doeltreffend” belastingsysteem; een “antibureaucratische en efficiënte” overheidsadministratie die “bevrijd zal zijn van partij-afhankelijkheid, voorkeursbehandelingen en gebrek aan meritocratie” en ten slotte de strijd tegen kartelvorming “met een anti-oligopolide wetgeving en een echt onafhankelijke rekruteringscommissie.”39 Al deze voorstellen zijn perfect aanvaardbaar voor de meerderheid van de politieke klasse, van sociaaldemocraten tot liberalen.

Naarmate Syriza dichter bij de macht komt, verliest haar programma zijn eerder radicale aspecten om aanvaardbaar te worden voor een deel van de Griekse en de Europese burgerij.

Interne verdeeldheid

Op het stichtingscongres van Syriza van juli 2013 waren 3430 afgevaardigden. Ze kregen minder dan een maand tijd om zich uit te spreken over de voorbereidende teksten van de partijleiding. Het merendeel van de debatten was gewijd aan interne kwesties, voornamelijk de ontbinding van de partijen en organisaties waaruit Syriza is samengesteld. De oppositie liet flink van zich horen en in een gespannen klimaat definieerde het congres uiteindelijk Syriza als een partij die ‘talrijke tendensen’ groepeert, waarvan het lot zal beslecht worden na ‘wederzijdse consultaties’ die ‘een redelijke tijd’ zouden duren.

In plaats van de eenheid te versterken, legde het congres de diepe kloof bloot tussen de verschillende groepen van Syriza met de meerderheidsvleugel, gedomineerd door Synaspismos, en het Links Platform dat meerdere organisaties groepeert, meestal van trotskistische signatuur. Het Platform vertegenwoordigde 30 % van de stemmen op het laatste congres tegenover 25 % op de conferentie van december 2012. Het congres verwierp de amendementen van het Links Platform, terwijl die toch 30 à 40 % van de stemmen behaalden. 

Het ging om volgende amendementen40:

- Syriza moet heel de Griekse schuld verwerpen, de annulering van alle leenovereenkomsten van de Trojka ondersteunen en indien nodig de betaling staken om te komen tot een volledige kwijtschelding van de schuld.

- Syriza moet instemmen met de nationalisering van heel het banksysteem en alle strategische sectoren van de economie onder de controle van de werkers en het volk, als noodzakelijk middel om de behoeften van de werkers te vervullen en de aanvallen van de kapitalisten tegen de arbeidersklasse af te slaan.

- Syriza moet oproepen tot de vorming van een linkse regering die de breuk met de eurozone en de Europese Unie moet voorbereiden.

- Syriza moet oproepen tot een eenheidsfront van alle linkse partijen, ook de Communistische Partij en Antarsya, maar moet weigeren samen te werken met de politieke krachten of de politici die het besparingsbeleid hebben uitgevoerd of aanvaard, met inbegrip van Dimar.

Cécile Chams volgt de politieke evolutie in Griekenland al jaren. 


1 C. Durand en R. Keucheyan, Syriza ou le moment de changer l’Europe, Libération, 14 mei 2012. Zie: http://www.liberation.fr/monde/2012/05/14/syriza-ou-le-moment-de-changer...

2 The Economic Program of Syriza-EKM, 12 juni 2012. Zie: http://greekleftreview.wordpress.com/2012/06/12/the-economic-program-of-....

3 P. Marlière, Alexis Tsipras entre radicalisme et ‘réalisme’, Médiapart, 22 maart 2013. Zie: http://blogs.mediapart.fr/blog/philippe-marliere/220313/alexis-tsipras-e....

5 Nicolas Mottas, Syriza : le charme caché de l’opportunisme, 5 avril 2013 (en grec). Zie: http://leninreloaded.blogspot.be/2013/04/blog-post_3049.html

7 P. Marlière, op.cit., 22 maart 2013.

8 Solidarité Internationale PCF, 13 oktober 2013. Zie: http://solidarite-internationale-pcf.over-blog.net/article-alexis-tsipra....

10 G. Moschonas en A. Pantazopoulos, Le Pasok et le rêve brisé de la Grèce, La Revue socialiste, nr. 39, 5 oktober 2010. Zie: http://www.revuesocialiste.fr/2010/10/05/le-pasok-et-le-reve-brise-de-la....

11 G. Moschonas en A. Pantazopoulos, op.cit.

12 Alexis Tsipras, Ik ben trots als Griek links in Europa te leiden, Euractiv, 26 november 2013. Zie: http://www.euractiv.com/eu-elections-2014/alexis-tsipras-greek-proud-lea....

13 Werner Wüthrich, La “méthode Monnet”, une clé pour comprendre la crise de l’euro, Horizons et Débats, 19 december 2011. Zie: http://www.horizons-et-debats.ch/index.php?id=3035.

14 Alexis Tsipras, Kreiskyforum, op.cit., Wenen, 24 september 2013.

15 Het economisch programma van Syriza, 12 juni 2012, Greek Left Review. Zie: http://greekleftreview.wordpress.com/2012/06/12/the-economic-program-of-....

16 Ekathimerini, 31 oktober 2013.

17 Politieke Resolutie van het 1e Congres van Syriza, 5 augustus 2013. Zie: http://left.gr/news/political-resolution-1st-congress-syriza.

18 P. Marlière, Médiapart, 22 maart 2013.

19 902, Ta Nea en Ekathimerini, 13 mei 2013

20 Rizospastis, 24 april 2012.

21 Na de syndicale krachten die aanleunen bij de Nieuwe Democratie en de Pasok.

22 Persmededeling van KKE, 1 maart 2013.

23 La Tribune, 29 juni 2012.

25 Links, international journal for socialist renewal, 10 juli 2013. Zie: http://links.org.au/node/3448.

26 Democratisch Links (DIMAR) is het resultaat van een rechtse afscheuring van Synaspismos. Tot 21 juni 2013 maakte zij deel uit van de regering van Nieuwe Democratie en de Pasok. Dimar heeft het grootste deel van de besparingsmaatregelen mee goedgekeurd.

27 Kleine extreemlinkse partij.

28 P. Petrou, The battle for SYRIZA goes on, 31 juli 2013. Zie: http://socialistworker.org/2013/07/30/the-battle-for-syriza-goes-on.

29 P. Petrou, idem.

32 L’Humanité, idem.

34 Alexis Tsipras op het Kreiskyforum in Wenen, 24 september 2013.

36 James K. Galbraith en Yanis Varoufakis, Alleen SYRIZA kan Griekenland redden, New York Times, 23 juli 2013. Zie: http://www.nytimes.com/2013/06/24/opinion/only-syriza-can-save-greece.ht....

37 To Vima, 6 oktober 2013.

38 P. Marlière, Médiapart, op.cit., 22 maart 2013.

40 P. Petrou, op.cit.

14