Griekenland: van de machtsstrijd tot het Dictaat van Brussel

Auteur: 
Marc Botenga

Op 15 juli 2015 aanvaardde het Griekse parlement het hervormingsplan, opgelegd door de Europese instellingen. Samen met de stakingen en demonstraties van de vakbonden ADEDY en PAME, maakt dit plan voor heel even een einde aan de eerste zes maanden van helse strijd sinds de verkiezing van de regering van eerste minister Alexis Tsipras op 25 januari. De inhoud van het hervormingsplan mag door niemand in vraag worden gesteld. Het is nochtans rechtuit neokolonialistisch: er moet, via privatiseringen, 50 miljard worden bezuinigd. De Griekse regering ziet zich hierdoor verplicht haar hele land te koop te zetten, van de grote havens van Piraeus tot Thessaloniki, over de eilanden tot zelfs de luchthavens. Voortaan moeten haast alle Griekse wetten eerst door de Europese instellingen zijn goedgekeurd, vooraleer ze aan het nationale parlement kunnen worden voorgelegd. Volgens Nobelprijswinnaar voor economie Paul Krugman is de tekst “pure wraakzucht, pure vernietiging van de nationale soevereiniteit, zonder hoop op herstel”.[1]

     Dat een regering en een parlement, waarvan Syriza de meerderheid uitmaakt, dergelijk dictaat aanvaardt, roept uiteraard vragen op. Syriza beweerde immers radicaal links te zijn en werd net verkozen om een eind aan al die besparingen te maken. Hoe is het dan zover kunnen komen?

     Stathis Kouvelakis, lid van de linkervleugel van het Centraal Comité van Syriza, schuift een subjectieve factor naar voor: “Links bulkt van de mensen die wel goede bedoelingen hebben, maar die op het speelveld van de echte politiek geen enkel gewicht in de schaal werpen. Dat zegt veel over de mentale verwoesting die het resultaat is van dat haast religieuze geloof in het Europeanisme[2]. Het betekent dat die mensen tot het bittere einde geloofden dat ze echt iets van de Trojka konden verkrijgen. Ze dachten dat ze als ‘partners’ wel een soort compromis zouden bereiken, dat ze een aantal fundamentele waarden deelden, zoals respect voor het democratische mandaat of de mogelijkheid tot een discussie op basis van economische argumenten.”[3]

     We komen hier later nog op terug. De Griekse regering had duidelijk al te veel vertrouwen in de Europese instellingen en dacht dat ze echt kon overleggen met de ‘partners’ rond de tafel. Dit overdreven vertrouwen kwam ongetwijfeld voort uit ideologische overtuigingen. Ze geloofden in een Unie waar kan worden gedebatteerd, niet een Unie waar enkel de machtsverhoudingen van tel zijn. Maar aan subjectieve factoren alleen hebben we niet genoeg om uit te leggen hoe het Dictaat van Brussel tot stand is gekomen. Om die zes maanden te analyseren, kunnen we niet anders dan eerst deze machtsstrijd en de objectieve machtsverhoudingen onder de loep te nemen.

     Het draait daar rond de onderhandelingstafel natuurlijk om de machtsverhoudingen, die ook op het economische beleid van de Europese Unie zijn gebaseerd.[4] Griekenland vertegenwoordigt minder dan 2 % van het Europese bbp. De Griekse regering stond moederziel alleen tegenover de instellingen en ‘partners’ waarvan, zoals de Griekse minister van Financiën Yannis Varoufakis vaststelde, niemand bereid was om zelfs maar te beginnen onderhandelen.[5] Er is, bij Tsipras' laatste voorstel, de poging van de Griekse regering geweest om de schuldeisers te verdelen en Griekenland van het IMF los te maken. Er is de oorlog geweest die de Europese Centrale Bank tegen de Griekse economie voerde, de inmenging van de Europese machten met het binnenlandse beleid van een soeverein land en de ongerustheid van Duitsland dat bang was dat de verstikkende regels van de Europese verdragen onder druk zouden komen te staan. En er is ontegensprekelijk een interne Griekse dimensie. De nieuwe regering heeft te weinig ingezet op een mobilisatie van de bevolking en heeft vooral de Griekse staatsinstellingen ingezet. Ze had echter geen overwicht binnen de Griekse maatschappij, noch werd ze volledig door de regering gecontroleerd. En op het niveau van het Europese continent ten slotte, is er wel een opkomende solidariteitsbeweging, maar die heeft (nog) niet genoeg invloed om het autoritarisme van de instellingen nieuwe wegen te kunnen opleggen. Maar het Dictaat van Brussel regelt uiteindelijk niets essentieel en het ontstaan van een Europese sociale verzetsbeweging lijkt als een fundamentele verworvenheid uit de machtsstrijd tussen Griekenland en de Europese Unie naar voor te komen.

De inmenging voor de verkiezingen kondigt het conflict al aan

De ongerustheid rond de Griekse kwestie begint al lang voor 25 januari. Terwijl de regering Samaras, een coalitie tussen socialisten en conservatieven, in december 2014 op haar laatste benen loopt, wekt het nieuws van de nieuwe parlementaire verkiezingen in Griekenland, binnen de Europese Unie heel wat ongerustheid op. Volgens de peilingen, zou Syriza immers met ruime voorsprong winnen. En Syriza is een linkse coalitiepartij die belooft komaf te maken met de bezuinigingen en de memorandums waarmee de Trojka Griekenland nu al vijf jaar bestuurt. Peter Praet, economist en directeur van de Europese Centrale Bank (ECB) maakt zich zorgen: “De toename van het populisme zou een alarmbel moeten laten rinkelen. De regeringen zouden nu in de eerste plaats de moeilijke politieke beslissingen moeten nemen en indien nodig hervormingen doorvoeren.”[6]

     De Europese instellingen beginnen te beseffen dat een Syriza-regering misschien niet klakkeloos de gewoonten van de oude sociaaldemocratie zullen overnemen, zoals die van François Hollande en de Franse Parti socialiste. Die hadden in 2012 de Franse presidentsverkiezingen gewonnen met beloftes om een einde aan de besparingen te maken en om zelfs opnieuw over het Begrotingspact te onderhandelen. De dag na de verkiezingen waren die beloftes alweer vergeten.

     Daarna begint de Europese Uunie zijn pijlen op de Griekse kiezer te richten. Ze wil die kiezer intimideren door hem voor te spiegelen wat er zou gebeuren mocht hij voor het alternatief kiezen. Goed wetende dat de meeste Grieken de euro willen behouden, laten Duitse regeringsbronnen uitschijnen dat een ‘Grexit’, waarbij Griekenland de eurozone verlaat of wordt uitgezet, door kanselier Angela Merkel haast onvermijdelijk wordt geacht in het geval dat Syriza de verkiezingen wint. Europa zou wankelen en de eurozone zou in gevaar zijn. Enkele dagen voor de verkiezingen schort de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling zijn ontwikkelingsprojecten in Griekenland op omdat de situatie zogezegd te onstabiel is.

     Een tweede techniek om zich met het Griekse verkiezingsproces te moeien, gebeurt via de discussie over ‘nuttig stemmen’. De Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble geeft zeer duidelijk lucht aan zijn minachting voor de kiezers en verklaart koudweg dat Griekenland sowieso dezelfde weg moet blijven volgen “ongeacht wie de winnaar van de verkiezingen is”.[7] Terwijl Syriza belooft opnieuw met de instellingen over de Griekse schuld te onderhandelen, verklaart Christine Lagarde, directeur van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) al onbewogen: “Schulden zijn schulden. En het is een contract.”[8] Bij Jean-Claude Juncker, de president van de Europese Commissie, horen we hetzelfde liedje: “Het maakt niet uit wie in Athene de regering gaat vormen, afgesloten overeenkomsten moeten worden nageleefd.”[9] Als bij toeval vergeten al die brave mensen er wel bij te zeggen dat Griekenland die akkoorden enkel onder enorme druk van de Trojka heeft afgesloten. Een hoge ambtenaar van de Europese Commissie verklaart, wanneer hij het over een eventuele overwinning van Syriza heeft: “Als een land zichzelf wat wil voorliegen, dan is dat zijn probleem.” [10]

     In de peilingen blijft Syriza niettemin ruimschoots voorop. De tacticus in mevrouw Merkel slaat daarop een meer gematigde, minder dramatische toon aan. “Ik denk niet echt dat dit een beslissende week voor de euro is,” verklaart ze op 19 januari in verband met de Griekse verkiezingen.[11] Merkel neemt zo officieel het standpunt in van hen die al een tijdje vonden dat het mogelijk moet zijn om met Syriza te onderhandelen. Maar ze gebruikt die verzoenende woorden wel heel doelbewust. Zoals twee medewerkers van Merkel achteraf aan de belangrijke Duitse krant Die Welt toegeven: de kanselier verwachtte dat Tsipras zijn eisen ten opzichte van de Trojka na de verkiezingen aanzienlijk zou bijstellen.[12]

Het verdict van de stembus tenietdoen

Noch de intimidatie, noch het gebrek aan respect voor de verkiezingen hebben het verhoopte effect. Syriza wint de verkiezingen met gemak en behaalt 149 van de 300 zetels in het Griekse parlement. De linkse partij heeft geen andere keuze dan samen met de rechtse antibesparingspartij ANEL, de Onafhankelijke Grieken, een regering te vormen. De Europese instellingen zijn ontgoocheld. Zij hoopten op een alliantie met de partij To Potami, een centrumlinkse partij die verklaard had bereid te zijn de nieuwe hervormingen toe te passen.

     Maar hoewel de partijen die van hen afhangen bij de stembus een nederlaag hebben geleden, laten de instellingen zich niet uit het lood slaan. De Europese Centrale Bank (ECB) gooit alle schijn van onpartijdigheid overboord en valt de Griekse regering zwaar aan. Op die manier wil ze Athene verlammen. Enkele dagen voor de Griekse verkiezingen, beloofde de ECB om zo'n 1 140 miljard euro in de Europese financiële markten te pompen. De bedoeling hiervan was om de economie opnieuw op gang te trekken door geld beschikbaar te stellen en zo de consumptie te stimuleren. Een van de economieën die dit het hardst nodig hadden, was de Griekse. Maar die viel erbuiten. Door die beslissing verliezen investeerders en financiële markten hun vertrouwen in Athene nog meer en verdiept de kloof tussen de landen binnen de eurozone nog. Bovendien heeft die maatregel als voordeel dat de gevolgen van een mogelijke Grexit, waarbij Griekenland de eurozone verlaat, voor de anderen landen in de eurozone vrij beperkt blijven. Op die manier zouden de andere landen aan de onderhandelingstafel zich niet al te veel laten afschrikken door het dreigement van een Grexit door Griekenland.

     In een tweede maatregel wijst de ECB een Grieks plan af om snel aan tien miljard euro te raken. Aangezien het land nood had aan liquide geldmiddelen, had Varoufakis voorgesteld dat Athene obligaties zou uitgeven om zo aan die tien miljard te komen om de drie volgende maanden te overbruggen.

     Op vier februari ’s avonds trekken de leiders van de ECB de strop rond de Griekse nek aan. Ze verbieden de Griekse privébanken om nog langer Griekse staatsobligaties als onderpand voor leningen te gebruiken, hoewel dit voor alle bankinstellingen in de eurozone toch een courante praktijk is. Om te voorkomen dat Griekenland zonder liquiditeiten komt te zitten, verhoogt de ECB het debet van een ander financieringssysteem van de banken, de zogenaamde noodsteun of ELA (Emergency Liquidity Assistance). De gouverneur van de Griekse Centrale Bank benadrukt evenwel dat de intresten die op deze bedragen moeten worden betaald, veel hoger liggen: 1,55 %, in plaats van de normale 0,05 %. Vanaf de maand maart revalueert de BCE die ELA wekelijks. Dit betekent met andere woorden dat Griekenland, zijn regering en zijn inwoners elke week opnieuw met de dreiging van een totale drooglegging van de banken wordt geconfronteerd. Een krachtig middel om een volledig land te destabiliseren.

De dreiging die van de Griekse regering uitgaat

De Griekse regering wordt als een bedreiging gezien. Om die onder controle te krijgen, moet een economische oorlog worden ontketend. In januari 2015 benadrukt de Duitse krant Die Zeit dat de nieuwe Griekse regering een gevaar voor Europa betekent, “niet zozeer omwille van financiële dan wel om ideologische redenen”.[13] De krant onderlijnt zo de ware oorzaak van de ongerustheid die de verkiezing van de regering-Syriza binnen de Europese Unie heeft opgewekt: de mogelijkheid dat er een barstje, hoe klein ook, zou kunnen komen in die eensgezinde mening van de Europese instellingen over de besparingen.

     “Onze grootste fout? Dat we verkeerd hebben ingeschat hoe erg ze ons wilden vernietigen. Het was een chantage van de mort subite, de onmiddellijke dood van de economie. Om een voorbeeld te stellen in Europa en angst te zaaien onder de volkeren die anders misschien wel eens voor een ander economisch beleid zouden kunnen kiezen”, bevestigt een Griekse minister achteraf aan de Franse krant L'Humanité.[14] De Europese onderhandelaars worden bij de gesprekken inderdaad gedreven door de angst dat zelfs de kleinste overwinning van de Griekse regering het hele huidige model van de Europese Unie kan laten wankelen. De kleinste Griekse politieke overwinning zou het sociale verzet elders kunnen versterken. De eenheid van de onderhandelaars en de Europese instellingen die met hun ‘geen enkele toegeving’ allemaal op dezelfde lijn zaten, kwam er op basis van een analyse van de evolutie van de machtsverhoudingen binnen Europa. Er moest kost wat kost vermeden worden dat de regering-Tsipras een golf van sociaal verzet op gang bracht die zich dan van bij de post en de spoorwegen in Duitsland, over een ruk naar links in Spanje en Portugal naar de strijd over het water in Ierland zou verspreiden. Ze vreesden dat de Europese burgers het verband zouden leggen tussen de btw-verhoging voor de elektriciteit, de verhoging van de pensioenleeftijd en de verlaging van de lonen in Griekenland en... de btw-verhoging voor de elektriciteit, de verhoging van de pensioenleeftijd en de indexsprong in België.

     De Griekse plannen om het belastingtarief voor bedrijven van 26 % naar 29 % op te trekken, of om de grote telecombedrijven te laten betalen voor hun 4G- en 5G-licenties worden zonder pardon geweigerd. Ook de voorstellen om de werkgeversbijdragen voor aanvullende pensioenen terug naar hun vorige niveau te brengen of om speciale belastingen te heffen op de hoge winsten van bedrijven, stoten op een hardvochtig ‘njet’. Het steunsysteem voor de armsten en de gepensioneerden moet niet worden aangepast, het moet worden afgezwakt. Er hoeft niet met de vakbonden overlegd te worden om het pensioensysteem te hervormen en voor de bewoners van de eilanden met lage inkomens is er ook geen belastingaftrek nodig. De subsidies aan de boeren moeten worden stopgezet. En de btw op basisvoedingsproducten kan ook niet naar 13 % worden teruggebracht en die op medisch materiaal kan zeker niet naar 6 %.

     Ex-minister van Financiën Yannis Varoufakis van zijn kant, reageert geërgerd: “Je schuift een argument naar voor waar je echt hard op hebt gewerkt – om er zeker van te zijn dat het logisch coherent is. En als antwoord krijg je alleen lege blikken. Alsof je niets had gezegd. Wat je zegt, heeft niets te maken met wat zij zeggen. Je had even goed het Zweedse volkslied kunnen zingen – de reactie zou identiek zijn geweest.”[15] Efklidis Tsakalotos, die hem later zou opvolgen op het ministerie van Financiën, zegt net hetzelfde: “Wanneer ik, als universitair, een argument in een discussie naar voor breng, dan verwacht ik dat de andere daarna met een tegenargument komt. Maar wat wij als antwoord kregen, waren gewoon regels. Als we het over typische Griekse zaken hadden, zoals bijvoorbeeld het typische eiland-karakter, dan kregen we als antwoord: maakt niet uit, er zijn regels en die moeten worden nageleefd. Een echte discussie bleek gewoon onmogelijk. Voor iemand die universitaire studies heeft gedaan, is het heel moeilijk in deze omstandigheden een compromis te aanvaarden.”[16]

     De opkomst van een linkse regering die probeert haar beloftes na te komen, betekent voor Duitsland een bijzonder risico. De Griekse regering bevestigt immers de Europese verdragen te willen respecteren. Maar sommige voorstellen breken wel met de logica van het zogenaamde Europees Budgettair Pact, officieel het Verdrag inzake Stabiliteit, Coördinatie en Bestuur (VSCB). Voor dit verdrag, dat sinds 2013 van kracht is, zijn besparingen heilig en een onwrikbare budgettaire ‘vuistregel’. Het eist dat, behalve in bepaalde uitzonderlijke omstandigheden, het overheidstekort te allen tijde minder dan 0,5 % van het bbp bedraagt. Een regering mag dus geen tekort hebben, zelfs niet tijdelijk, zelfs niet om te investeren in een programma voor openbare werken. Ten tweede moet de schuld van een land jaarlijks met een twintigste worden teruggedrongen. Het doel hiervan is om uiteindelijk aan een schuld van minder dan 60 % van het bbp te komen. Het Griekse voorstel om de terugbetalingen te spreiden, stelt de filosofie achter dit Europese verdrag en de verheerlijking van de besparingen in vraag. En het is nu net met dit soort verdragen dat Berlijn zijn geëiste besparingen aan de Europese Unie oplegt. Als Griekenland erin slaagt de toepassing ervan wat ‘flexibeler’ te maken, wie garandeert dan dat andere landen niet net hetzelfde gaan doen?

     En daarom: geen toegevingen. Volgens Varoufakis was dit wat hem het meest heeft getroffen: “Dat zeer machtige mensen je recht in de ogen kijken en zeggen: ‘Je hebt gelijk in wat je zegt, maar we zullen je toch verpulveren.’”[17]

Van de strop tot de verstikking

De gevolgen van de uitspraak van de ECB zijn meteen voelbaar. De Griekse staat kan niet langer geld lenen van zijn eigen banken. En aangezien de ECB niet rechtstreeks aan de Europese staten leent, kunnen die niet anders dan bij privébanken aankloppen. De beperking van de middelen van de privébanken betekende dus ook dat er een strop rond het budget van de Griekse regering werd gelegd. De impact van de beslissingen van de ECB is zo groot, dat de Griekse regering na haar compromis met de instellingen van eind februari beslist om haar schulden verder af te betalen. Hoewel die beslissing de Griekse schatkist tot op de bodem leegmaakt, wil de regering het politieke risico niet lopen om niet tijdig te betalen. John Milios, lid van het Centraal Comité van Syriza, vindt net dat Griekenland in gebreke moet blijven, maar op basis van het compromis van februari had de Griekse regering niet het flauwste vermoeden dat de instellingen het land tot op de rand van het bankroet zouden duwen.[18] Wat ze wel weet, is dat als ze niet betaalt, de pogingen om haar ten val te brengen nog zullen toenemen.

     Een insider van de onderhandelingen vertelt hoe die verbintenis de regering ertoe heeft verplicht om vanaf maart op alle mogelijke manieren op overheidsuitgaven te besparen: “We hebben alle geldreserves uit verschillende branches, agentschappen en lokale overheden verzameld om het IMF te kunnen terugbetalen. […] Hierdoor was er intern op den duur minder cash geld beschikbaar. Banken, exportbedrijven, productiebedrijven, [...] niemand kon ons nog geld lenen. De mensen konden hun schulden niet langer betalen. Ze konden niet meer de minste kredietverlenging krijgen. Het kredietsysteem hield op met werken en begon uiteen te vallen.”[19]

     Eind juni, wanneer Alexis Tsipras aankondigt dat hij een referendum over de Europese voorstellen organiseert, wordt de economische oorlog nog heftiger. De ECB besluit om het niveau van de ELA niet meer te verhogen, waardoor de Griekse banken vanaf 29 juni verplicht gesloten blijven. De beurs van Athene sluit de deuren. Dezelfde insider van daarnet vergelijkt liquiditeit met het bloed van de economie en vertelt ons over de gevolgen van die beslissing: “Toen de ECB alles stopzette, betekende dit voor ons zoveel als een hartaanval. En daar zien we nu de weerslag van. Verschillende organen zijn verlamd. Sommige hebben opgehouden te werken, andere proberen het nog wel, maar de bloedtoevoer is te zwak.”

     Een rapport van het IMF van eind juli beschrijft de rampzalige gevolgen van die beslissing van de ECB.[20] De banken zijn twee weken gesloten gebleven. In die periode is het financieringstekort in Griekenland gegroeid van 25 miljard tot 85 miljard euro. Door die hele economische oorlogvoering zal de Griekse staatsschuld in twee jaar tijd stijgen van 177 % naar 200 % van het bbp. Op enkele weken tijd hebben de Europese instellingen dus een land dat al in crisis verkeerde, nu volledig tot zinken gebracht.

De politieke inmenging

De oorlog van de Europese instellingen tegen de Griekse regering blijft niet puur economisch. De Europese instellingen, in nauwe samenwerking met de media van de superrijke Griekse oligarchen, zetten Syriza van bij het begin onder druk om zich van zijn linkse vleugel te ‘ontdoen’. Ze hoopten zo een regering van nationale eenheid te creëren en het ‘linkse interval’ af te sluiten. In januari probeert de voorzitter van het Europees Parlement Martin Schulz, Syriza er al toe aan te zetten een kartel te vormen met de liberale partij To Potami. In Athene ontmoet hij Stavros Theodorakis, voorzitter van To Potami, met een duidelijke boodschap: “De oppositie van vandaag is de regering van morgen.”[21] Op het ogenblik van het referendum hoopt de sociaaldemocraat Schulz openlijk dat er in Athene een “regering van technocraten” zal opstaan.[22]

     Vanaf midden juni geven de Europese ambtenaren onverbloemd toe dat het de bedoeling is een regeringswissel te bekomen in Griekenland. Hiermee krijgen we een idee van de echte betekenis van de uitdrukking ‘het vertrouwen van zijn Europese partners genieten’ (of net niet).

     Alsof ze deze boodschap wil bevestigen, begint de Europese Commissie de Griekse oppositie rond de onderhandelingstafel uit te nodigen. Terwijl de Griekse regering in de imposante gebouwen rond het Schumanplein in Brussel zit te onderhandelen, ontvangen Europees commissaris Pierre Moscovici (PS, Frankrijk) en vice-voorzitter van de Europese Commissie Jyrki Katainen in de zaal daarnaast regelmatig en met veel vertoon de leiders van To Potami (liberaal), PASOK (sociaaldemocratisch) en de ND (conservatief). Alsof er helemaal geen Griekse verkiezingen waren geweest. Alsof niet de regering van Alexis Tsipras democratisch was verkozen, maar wel het kleine partijtje To Potami, dat door de oligarch Bobolas wordt gefinancierd en bij de verkiezingen van 25 januari amper 6 % van de stemmen behaalde.

     De Franse krant l'Humanité merkt op dat onze eerste minister Charles Michel naar aanleiding van de top van 25 en 26 juni van de gelegenheid gebruik heeft gemaakt om Theodorakis en Albert Rivera, de leider van de Spaanse partij Ciudadanos, op een ‘werkdiner’ uit te nodigen. Ciudadanos is, net zoals To Potami in Griekenland, opgericht als tegengewicht voor de linkse golf in Spanje.

     De aanwezigheid van de Griekse oppositiepartijen in Brussel ondermijnt het gewicht van de onderhandelaars van de Griekse regering nog meer. Het is de bedoeling een alternatieve meerderheid voor het Griekse parlement te vormen. Of, met andere woorden, om over te gaan tot een regeringswissel in Griekenland. Juncker geeft het zelfs openhartig toe: “Ik wilde de garantie hebben dat er een meerderheid zou zijn in het Griekse parlement. Stel u voor dat Tsipras na een Europees akkoord naar Athene terugkeert en dat het Parlement er alles verwerpt! Ik had op eigen initiatief alle leiders van de oppositie ontvangen. Op die manier kon ik, telkens als Tsipras zei ‘dat zal het Parlement nooit goedkeuren’, antwoorden dat dit niet zou gebeuren.”[23]

De interne Griekse dimensie

De Griekse regering is nauwelijks opgewassen tegen die immense Europese macht. Ze moet al het hoofd bieden aan enorme moeilijkheden in Griekenland zelf. Bepaalde delen van de burgerij worden hard getroffen door de bezuinigingsmaatregelen. Zij zijn dus niet meteen tegen de plannen van de nieuwe regering. Maar de regering-Tsipras komt wel tegenover een twintigtal Griekse oligarchische miljardairsfamilies te staan die een hele reeks economische sectoren controleren, zoals die van de reders, de bouwsector, de banken en de aardolie. Een van hen is bijvoorbeeld de reder Latsis Spiras. Hij is onder andere aandeelhouder van Hellenic Petroleum, dat niet alleen de drie grootste raffinaderijen van het land beheert, maar ook de belangrijke Eurobank en de constructiereus Lamda Development. Die oligarchen hebben goed geprofiteerd van de privatiseringsprojecten van de EU en hebben geen enkele reden om zich ertegen te verzetten. Economisch gezien, willen die oligarchen kost wat kost vermijden dat de fiscaliteit in hun nadeel wordt herzien of dat er meer structurele economische maatregelen komen. Zij varen wel bij de Griekse onderwerping aan de EU. En via hun televisiekanalen kunnen ze makkelijk hun eigen standpunt verspreiden. Op politiek vlak zijn ze bang hun greep op het staatsapparaat te verliezen. Jarenlang konden ze daar immers ongestoord via vriendjespolitiek en cliëntelisme van profiteren.

     Van Varoufakis’ eerste voorstellen aan de Eurogroep op 23 februari tot het zo goed als laatste voorstel van Tsipras op 9 juli 2015, schuift de Griekse regering altijd maatregelen naar voren om voorzichtig aan bepaalde belangen van de oligarchen te knabbelen. In zijn politieke beginverklaring voor het parlement belooft Tsipras de mobilisering van de financiële brigade om de prioritaire lijsten van belangrijke depothouders te controleren. Ook wilde hij krachtigere technieken gebruiken om fiscale fraude via financiële transacties op te sporen. Verder voorzag hij ook de mobilisering van de Toezichthoudende Instantie voor Controleurs van de Overheidsinstellingen, om zo de effectieve controle op de wettigheid van de overheidsopdrachten te verzekeren.[24] Tsipras neemt het eveneens op tegen de ondoorzichtige leningen die de banken gratis aan de media verstrekken. De reder Alafouzos, aandeelhouder van Skai News en zijn oligarchische collega Bobolas van Mega Channel, hebben de boodschap begrepen. Zeker omdat Tsipras er ook nog de kwestie van de 4G- en 5G-licenties bijhaalt, waarvoor voortaan moet worden betaald en die nu via een openbaar bod moeten verlopen. Ook de symboliek achter de arrestatie van Bobolas om hem te verplichten (een deel van) zijn achterstallige belastingen te betalen, blijft niet onopgemerkt.

     In de Europese economische oorlog en de strijd tegen de oligarchen, werpt de macht die Syriza bij de verkiezingen heeft veroverd maar heel weinig gewicht in de schaal. Extreemrechts is binnenin de oproerpolitie geïnfiltreerd, de regering vertrouwt de militaire informatiediensten niet en binnen de ministeries zijn de voorbeelden van sabotage legio. Ook blijven veel vakbonden in de eerste plaats trouw aan de traditionele partijen.

     Varoufakis realiseert zich al snel dat de Trojka haar tentakels overal heeft uitgespreid. Volgens documenten die de rechtse krant Kathimerini publiceert, zou hij gezegd hebben: “Sta mij toe u te vertellen – en het is echt een fascinerend verhaal – met welke moeilijkheden ik word geconfronteerd. De secretaris-generaal van Overheidsinkomsten van mijn ministerie werd volledig en rechtstreeks door de Trojka gecontroleerd. Mijn ministerie werd dus niet gecontroleerd door mijn minister of door mij, als minister. Neen, het werd gecontroleerd door Brussel.”[25] Varoufakis benoemt daarop een goede jeugdvriend, een informaticaprofessor aan de Columbia University in de Verenigde Staten, binnen het informaticadepartement van het ministerie. En die merkt al heel snel iets abnormaal op: “Ik beheer de machines, ik beheer het materiaal, maar ik beheer de software niet. De software is eigendom van de Secretaris-generaal van Overheidsinkomsten, die door de Trojka wordt gecontroleerd.”[26] Om binnen zijn eigen ministerie ook maar iets te kunnen doen zonder dat de Trojka ervan op de hoogte was, was Varoufakis dus verplicht zijn eigen computers te hacken.

     De Britse journalist Paul Mason beschrijft andere beperkingen van het staatsapparaat: “Eens aan de macht, is Syriza achter het onvoorstelbare geheim van de Griekse staat gekomen. Zonder oligarchen is ze gewoon niet efficiënt. De oude partijen waren zo diep in het cliëntelisme geworteld dat ze nauwelijks behoefte hadden aan een burgerlijk bestuur, of aan de bumpers die worden gevormd door onafhankelijke controleurs of een quango [zelfstandig bestuursorgaan,], wat in een staat als Groot-Brittannië wel het geval is.”[27] Met andere woorden, het institutionele orgaan waar Syriza mee moet werken, is niet neutraal. Het is opgericht om heel specifieke belangen te dienen en functioneert ook enkel voor die belangen.

     In mei 2015 bevestigt een lid van het Centraal Comité van Syriza de moeilijkheden: “We zijn er ons altijd van bewust geweest, en dat zijn we nog steeds, dat het met de huidige machtsverhoudingen niet makkelijk zal zijn een radicaal programma volledig te realiseren. We zijn ons ervan bewust dat de regering vormen niet hetzelfde is als de macht hebben. We moeten vechten tegen een systeem van staatsstructuren en -mechanismes. Bepaalde daarvan weigeren eenvoudigweg om samen te werken, andere lekken informatie naar Duitsland. Ze maken deel uit van het oude regime. En er is ook de kwestie van de media. Daar zien we een driehoek tussen de banken, de media en de partijen PASOK en ND. De bankiers bezitten een deel van de media via illegale leningen die nooit zullen worden terugbetaald. In ruil hiervoor, doen die media alsof ze de banden niet zien tussen die banken en de politieke wereld. We hebben beslist ons hiertegen te verzetten en de strijd aan te gaan.”[28]

     Bij die interne strijd heeft de bliksemsnelle opkomst van Syriza, een partij die bovendien in verschillende stromingen is onderverdeeld, ook nadelen gehad. Een jonge studente vertelt: “Twee jaar geleden bestond Podemos nog niet en Syriza behaalde slechts 3 % van de stemmen. Maar Griekenland heeft een explosie gekend van sociale bewegingen, die over het algemeen allemaal uit zo’n tien tot veertig personen bestonden. Alexis Tsipras is hen gaan opzoeken en heeft hen samengebracht.”[29] Dankzij die tactiek en de geleidelijke afzwakking van hun politieke eisen, konden ze een steeds breder electoraat bereiken en hun doel om in de regering te raken, bereiken. Maar noch de organisatie, noch de capaciteit van de partij om het volk te mobiliseren, zijn die electorale opgang gevolgd. Wat die mobilisering betreft, heeft de partij trouwens gekozen voor een strategie die zich concentreert op de verkiezingen en op de parlementaire strijd.

     Syriza moest meer dan 10 % van haar leden voor regeringsfuncties inzetten en dat waren nogal logisch vooral kaderleden. Zo heeft de regeringsdeelname de partij vanuit bepaalde gezichtspunten zelfs nog verzwakt. De journalisten van de pro-Syriza-krant I Avgi reageren gefrustreerd omdat ze het kiezerspubliek van de partij zelfs niet kunnen bereiken: “Van I Avgi worden dagelijks tot 2.000 exemplaren verkocht. Behalve op zondag, dan kunnen we met onze speciale editie tussen 5.000 en 10.000 lezers verleiden. Via Facebook raakt de krant regelmatig tot bij zo’n 15.000 lezers. De Grieken kopen relatief weinig kranten, vooral omdat die in tijden van crisis nog eens een extra kost betekenen. Het is ongelofelijk moeilijk om een boodschap over te maken van de regering naar haar kiezers en dan vooral naar arbeiders toe.” Het zal inderdaad niet makkelijk geweest zijn een gunstiger machtsevenwicht op basis van sociale mobilisatie op te zetten. Maar de campagne voor het referendum toont wel dat de regering op dat vlak ongetwijfeld beter had kunnen doen.

De angst voor het referendum

Het moment waarop Tsipras beslist een referendum te houden over het zoveelste besparingsvoorstel van de Europese instellingen, is een hoogtepunt. Geconfronteerd met de druk van Europa en de moeilijke interne machtsverhoudingen besluit de Griekse regering beroep te doen op het volk. Ze vraagt de mensen hiervoor om de besparingsvoorstellen van de Europese instellingen te verwerpen. Een week lang gebruikt Tsipras zijn positie als premier en zijn officiële toespraken om het volk te mobiliseren.

     De zogenaamde onderhandelingen, waren dat eigenlijk al lang niet meer. Zoals de voorzitter van de Eurogroep, de Nederlandse sociaaldemocraat Jeroen Dijsselbloem het samenvatte: “De deur blijft openstaan voor de Grieken om onze voorstellen te aanvaarden.”[30] Griekenland bestempelt het “laatste aanbod” van de Eurogroep als “vernederend”, “verstikkend” en “antidemocratisch”. Volgens Tsipras schenden deze voorstellen de sociale en fundamentele Europese rechten. “Ze zijn het bewijs, verklaart hij, “dat het doel van een aantal partners en instellingen niet is om een leefbaar akkoord te vinden dat in ieders voordeel is. Hun doel is om het hele Griekse volk te vernederen.” De eerste minister roept de bevolking op om niet toe te geven. “Op dit ogenblik dragen onze schouders de historische verantwoordelijkheid tegenover de strijd en opofferingen van het Griekse volk voor de consolidatie van de democratie en de nationale soevereiniteit, en de verantwoordelijkheid voor de toekomst van ons land. En die verantwoordelijkheid vereist dat ons antwoord op dit ultimatum steunt op de soevereine wil van het Griekse volk.”[31]

     Voor de Europese Unie is dit referendum een ramp. De betrokkenheid van het volk, waarvan het referendum een onderdeel is, zou de machtsverhoudingen uit evenwicht kunnen brengen. De Eurogroep herinnert zich nog goed hoe het Franse en het Nederlandse volk in 2005 het Europese grondwettelijke verdrag verwierp en ze vindt de keuze voor een referendum dan ook “triest”. “Vrij bizar”, bevestigt Belgisch minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA). Met dit soort referendum, begrijpen we, worden de deuren naar verdere onderhandelingen gesloten. Christine Lagarde, voorzitter van het IMF, dreigt ermee Griekenland op 1 juli failliet te verklaren. Volgens de regels van het IMF zou het land op dat ogenblik nog recht hebben op een betaaltermijn van minstens een maand.

     Er ontketent zich een ongekende propaganda tegen de Grieken. De machtigste lokale media scharen zich allen achter het ja-kamp. De ECB sluit de Griekse banken en Griekenland wordt, zonder het resultaat van het referendum af te wachten, uit de Eurogroep gezet. Varoufakis probeert zich tegen die uitzetting te verzetten door de wettigheid van die beslissing in vraag te stellen: “Dit veroorzaakte wat opwinding. De vergadering werd vijf tot tien minuten stilgelegd, de secretarissen en ambtenaren praatten onder elkaar en aan de telefoon, tot een van de ambtenaren zich uiteindelijk tot mij wendde en het volgende zei: ‘OK, wettelijk gezien bestaat de Eurogroep niet eens, er bestaat geen enkel verdrag dat deze groep samenbrengt.’ We hebben hier dus te maken met een onbestaande groep die de allergrootste macht heeft om het leven van de Europeanen te bepalen. Aangezien ze volgens de wet niet bestaat, moet de groep aan niemand verantwoording afleggen; er zijn geen notulen, alles is vertrouwelijk. Geen enkele burger weet dus wat er binnen de groep wordt gezegd... Er worden beslissingen over leven en dood genomen, maar geen enkel lid kan verantwoordelijk worden gehouden voor wat dan ook.”[32] Een beter voorbeeld van het antidemocratische karakter van de Europese supranationale staat kunnen we ons moeilijk voorstellen. Op geen enkel ogenblik was de Grexit dichterbij dan toen. Een Grexit die zou worden opgelegd aan een land dat hier niet op was voorbereid. In de weken die op het referendum volgen, zal Wolfgang Schäuble die Grexit ook officieel op de onderhandelingstafel leggen.

     Tegen het advies van zijn linkse vleugel in weigert Tsipras zijn land voor een Grexit klaar te maken. Het is een illusie te geloven dat de Grexit als een magische toverspreuk zou werken. Integendeel, op korte termijn zou een Grexit verwoestende gevolgen kunnen hebben, maar Juncker bevestigt achteraf dat dit op de onderhandelingstafel wel degelijk een nuttig argument is geweest voor de Griekse regering: “Maandenlang en zelfs nog tot op het laatste ogenblik was ik ervan overtuigd dat als de eurozone uit elkaar viel, alles uit elkaar kon vallen. Als de meest elementaire, de meest vitale band wordt doorbroken, dan kan alles op losse schroeven komen te staan. Als het element van de Europese constructie, dat lang werd gezien als de bekroning van onze naoorlogse geschiedenis, verloren ging, dan konden we alles verliezen. Hoe konden de binnenlandse markt en de vier vrijheden overleven als de monetaire unie ineenzakte? En dus was ik er als de dood voor te zien hoe alles uiteen zou vallen. Als de muntunie ophoudt te bestaan, dan kan alles ophouden.[33]

     Naast de belangrijke ideologische factor gelinkt aan de kwestie van de macht en de Europese Unie, heeft ook de onzekerheid over de economische gevolgen van zo’n Grexit ongetwijfeld een rol gespeeld in die weigering om het land op een Grexit voor te bereiden. Afhankelijk van de omstandigheden en de voorwaarden zou zo’n Grexit immers heel verschillende economische gevolgen kunnen hebben. Vrijwel meteen na het Dictaat van Brussel beschuldigden de rechterzijde en de oppositie Varoufakis van verraad en eisten ze zijn hoofd. Volgens hen zou de ex-minister van Financiën een geheim noodplan hebben ontwikkeld, dat ook een terugkeer naar de drachme inhield. Maar het is duidelijk dat de gerechtvaardigde angst voor een interne politieke destabilisatie en de objectieve beperkingen van de regeringsgezinde krachten om te organiseren en te mobiliseren, zwaar op Tsipras’ uiteindelijke beslissing hebben gewogen. Zoals ook het geval was geweest bij de beslissing om de schulden te blijven terugbetalen. De verkiezingsuitslag van januari 2015 gaf uitdrukking aan het bewustzijn van het volk. De uitslag had aangetoond dat de overgrote meerderheid van de Grieken komaf wilde maken met de besparingen maar Griekenland wel binnen de Europese Unie en de eurozone wilde houden. Het land op een Grexit voorbereiden had enorm veel werk gekost, iets wat de Griekse regering gedurende die zes maanden ondoenlijk, onnodig of misplaatst heeft geacht.

Regeringswissel in Athene

De ‘nee-stem’ (OXI) behaalt bij het referendum een enorme overwinning. Ze betekent dat de regering een gevecht heeft gewonnen, maar het is ook een overwinning voor de volks- en arbeidersbuurten in een land waar links vaak het onderspit delft tegen een heel netwerk van cliëntelisme. Het is een nog grotere overwinning dan de verkiezingsuitslag van januari en ze toont duidelijk dat het bewustzijn van de massa is geëvolueerd. Ze stemden ‘neen’, terwijl de Grieken toch ook voor gesloten banken stonden en met een Grexit werden bedreigd. Het ‘neen’ brengt een slag toe aan de wettigheid van de Trojka en aan de wettigheid van de ganse aristocratie van de Europese Unie. Na de referendums van 2005, toont dit nieuwe referendum nu dat er geen enkele steun meer is voor hun beleid en dit ondanks de ongeziene hegemonische campagne van de Europese technocraten, de Griekse oligarchen en de privémedia.

     OXI wordt een symbool van het Europese verzet tegen de besparingspolitiek. Toch weigert Tsipras de stem van de massa en de duizelingwekkende overwinning van het ‘neen’ te gebruiken om een alternatief voor de voorstellen van de Europese instellingen naar voor te schuiven. Integendeel. Hij bereidt zelf een voorstel voor met voor 12 miljard bezuinigingsmaatregelen. Volgens Varoufakis komt dit omdat Tsipras de Europese Unie nooit voor het blok wil plaatsen.[34] John Milios, die zich tegen het referendum verzet, beweert dat Tsipras op een minder uitgesproken overwinning had gehoopt, om zo de Europese voorstellen toch te kunnen aanvaarden.[35] Paul Krugman zegt zelfs dat Tsipras het referendum wilde verliezen.[36] Stathis Kouvelakis heeft een andere versie. Hij citeert de kabinetsvergadering van 26 juli waarbij de beslissing werd genomen om een referendum te organiseren. Volgens Kouvelakis was de regering verrast door de heftige Europese reactie. De meerderheid van de regering dacht nooit dat de Europese Unie zo ver zou gaan dat ze een volledig land zou verstikken.[37] Maar dat is wel degelijk wat er gebeurt en na zes maanden te hebben gevochten en weerstand te hebben geboden aan de dreiging van een Grexit, de gesloten banken en een economie die de dieperik ingaat, moet de Griekse regering uiteindelijk zwichten.

     Op 22 juli zal Varoufakis nog voor de tweede golf besparingsmaatregelen stemmen, die ook een deel van zijn eigen hervormingen bevatten. Maar wanneer hij begrijpt dat de eerste minister het ‘nee’ aan de bezuinigingen wil ombuigen in een ‘ja, koste wat kost’ en zijn capitulatie voor het Dictaat van Brussel voorbereidt, neemt Varoufakis ontslag als minister. De Griekse regering heeft geen Plan B en geeft haar populariteit op die tijdens de referendumcampagne was gegroeid. Ze moet alles uit handen geven. Met als onvermijdelijk gevolg: het Dictaat van Brussel.

     Op 15 en 22 juli keurt het Griekse parlement het Dictaat goed. Dit gebeurt door de alternatieve meerderheid die Schulz en Juncker zo zorgvuldig hadden voorbereid. Van de 149 Syriza-afgevaardigden zijn er nauwelijks veertig die het akkoord niet goedkeuren. Ook de Griekse Communistische Partij (KKE) en de fascisten van Gouden Dageraad stemmen tegen. To Potami, het conservatieve Nieuwe Democratie en de sociaaldemocraten van PASOK redden het Dictaat. Tsipras’ keuze luidt zo een regeringswissel in. In een gemeenschappelijke verklaring net voor de stemming van 15 juli zet de meerderheid van de leden van het Centraal Comité van de partij zich af tegen het Dictaat van Brussel.[38] Tsipras zal hierop weigeren een uitzonderlijke vergadering van het Centraal Comité bijeen te roepen. Hij wijzigt de samenstelling van zijn regering. Lafazanis, op dat ogenblik minister van Energie en leider van het Links Platform van Syriza, wordt samen met acht andere linkse leden ontslagen. Onder hen bevinden zich ook Dimitris Stratoulis, viceminister van Gezondheid en de viceminister van Defensie, Kostas Isichos. Nadia Valavani, viceminister van Financiën had zelf al vóór de stemming in het parlement ontslag genomen. Maar het Links Platform zelf verlaat de partij niet en blijft de regering-Tsipras steunen.

     De eerste zes maanden van de machtsstrijd tussen de nieuwe Griekse regering van Alexis Tsipras en de Europese instellingen eindigt zo duidelijk met een nederlaag voor de Grieken. Na een ongelijke strijd, moest de Griekse regering kiezen tussen een executie en een capitulatie, bevestigt Varoufakis. En ze heeft voor dat laatste gekozen.

Een zogenaamde Europese overwinning

Na die zes maanden slagen de instellingen erin een tijdelijke overwinning in de wacht te slepen. Ze hebben kunnen voorkomen dat een land een andere weg koos dan die van de besparingen. Een soevereine regering werd verplicht haar bevolking een beleid op te leggen dat die bevolking zelf al tot twee keer toe had verworpen. Maar om zover te komen, zijn de hoge kringen van de Europese Unie zeer ver moeten gaan. Zes maanden van economische oorlogvoering hebben duidelijk gemaakt welke wapens de Europese instellingen tegen de democratie kunnen inzetten en ook hoe snel ze bereid zijn om die wapens ook effectief te gebruiken.

     Er mag in Athene dan wel echt een machtswissel hebben plaatsgevonden, het Dictaat van Brussel heeft toch vooral een Europese dimensie. De Europese Unie heeft zich het recht toegeëigend de Griekse nationale wetten tot in het kleinste detail te bepalen. De Europese Unie heeft laten zien dat het eigenlijk wel degelijk nog steeds Duitsland is die de plak zwaait. Het is ironisch dat dit alles is gebeurd met een pro-Europese regering die met voorstellen is gekomen die enkele decennia geleden nog door de traditionele sociaaldemocratische partijen zouden zijn verdedigd.

     De Europese Unie is trouwens duidelijk van plan deze crisis te gebruiken om haar macht over het beleid van de lidstaten nog te verstevigen. In april 2015 had Wolfgang Schäuble Washington al eens verzekerd dat “Frankrijk tevreden zou zijn mocht iemand het parlement dwingen [om harde hervormingen goed te keuren], maar dat is moeilijk, het is een democratie”.[39] Op dat ogenblik besteedde niemand veel aandacht aan die uitspraak, maar vandaag begrijpen we zo beter de Europese omvang van de Griekse kwestie. De leidende Europese klassen hebben intussen een Verslag van de vijf voorzitters gepubliceerd. Daarin stellen ze voor het sociaaleconomische beleid nog verder van de burgers te verwijderen en de antisociale keuzes van de Europese instellingen nog te versterken. François Hollande heeft opgeroepen tot de vorming van een “regering van de eurozone”.[40] Ook bij de groenen horen we de vraag naar “meer Europa.”

Wanneer de overwinning van de sterkste ook een pyrrusoverwinning is

Maar de machtsstrijd waarin de Griekse regering de Europese instellingen heeft gedwongen, heeft in werkelijkheid ook een andere weg vrijgemaakt. Eigenlijk was de overwinning van de Europese instellingen over de twee fundamentele aspecten die we hierboven hebben aangehaald, minder triomfantelijk dan ze hadden gehoopt.

     Enerzijds, en in weerwil van de racistische campagnes over de zogezegde luiheid van de Grieken, had de Keizer van Brussel zes maanden lang geen kleren aan. Zelfs na het Dictaat van Brussel moest Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad, toegeven dat hun oorspronkelijke vrees actueel blijft: “Het is niet alleen een Grieks fenomeen. Mijn intuïtie zegt me dat deze nieuwe intellectuele stroming voor gans Europa een risico vormt. Vooral die illusie van radicaal links dat je zomaar een alternatief kan vinden voor de traditionele Europese visie op de economie.”[41] De wil om tot het bittere eind te gaan om links alle hoop te ontnemen heeft de antisociale aard van de Europese Unie aan het licht gebracht. Op 12 juli, de dag van het Dictaat van Brussel, maakt de hashtag “This is a coup” (Dit is een staatsgreep) furore op Twitter. Dat was geen toeval. Zes maanden lang werd een democratisch verkozen regering onderworpen aan chantage, economische oorlogsvoering en een ongeziene politieke destabilisering. Zes maanden lang was iedereen getuige van de wrevel van de Schäubles, Dijsselbloems en Junckers over de democratie en de sociale vooruitgang. De Belgische schrijver Geert Van Istendael benadrukt: “We moeten Tsipras en de zijnen dankbaar zijn dat ze barsten hebben geslagen in het betonnen pantser van het Brusselse conformisme. Ze hebben miljoenen Europeanen aan het denken gezet, tot in het dorpscafé”.[42]

     Anderzijds heeft de angst voor het einde van de overheersing van het ordoliberalisme, de Duitse versie van het neoliberalisme, ook een bijzondere weerslag gehad binnen de eurozone. Zo betreurde de Duitse filosoof Jurgen Habermas, een grote aanhanger van een steeds verder doorgedreven Europese integratie: “Ik vrees dat de Duitse regering, haar sociaaldemocratische fractie inbegrepen, in één nacht het politieke kapitaal heeft verspeeld dat een beter Duitsland in een halve eeuw heeft vergaard.”[43] De voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker bevestigt een breuk binnen de Europese Unie: “Ik heb vastgesteld dat er over dit punt [Griekenland], net zoals over migratie – een ander belangrijk onderwerp – een feitelijke breuk bestaat – die tot nu toe enkel virtueel was – in de Europese solidariteit. Ik kom dus tevreden uit deze ervaring – gelukkig kan je er niet van worden – maar ben wel zeer ongerust over de toekomst.”[44]

     Juncker en Tusk doen er goed aan zich zorgen te maken. In plaats dat ze bijvoorbeeld de Griekse schulden aan het IMF kwijtschelden, hebben ze het land verplicht om aan diezelfde instelling nog een nieuwe lening aan te vragen. De sociale en economische crisis zal nog erger worden, de schuldenberg wordt groter en Schäuble zal blijven dromen van een Grexit. Dit dictaat zou daarvan trouwens een begin kunnen zijn. Het resultaat is een dictaat dat helemaal niets regelt, maar deze machtsstrijd heeft diepe wonden binnen Europa geslagen.

     In Brussel, Parijs, Athene en Berlijn hebben tienduizenden deelnemers tijdens verschillende Europese dagen voor solidariteit met Griekenland, gelijktijdig tegen de Dictaten van Brussel gemanifesteerd. Toen de Portugese Communistische Partij opriep tot een Coalitie voor een democratische eenheid, hebben 100.000 demonstranten in Lissabon de verkiezingscampagne geopend met de eis voor een links beleid. En in Spanje hebben de regionale en lokale verkiezingen aangetoond dat links er een erg groot potentieel heeft. In Londen kwamen op 20 juni 250.000 mensen bijeen tegen de grootste antisociale aanval die het land sinds Thatcher heeft gekend. In Duitsland steunden veel vakbonden het oorspronkelijke programma van de Griekse regering. Sindsdien zijn er bij de Duitse postbedrijven en bij de Duitse spoorwegen wekenlang grote stakingen geweest van tienduizenden werknemers. In Ierland worden de Europese plannen om de watervoorziening geleidelijk aan te privatiseren, bevochten met Griekse vlaggen in de hand. Van Italië tot België, waar het sociale verzet in de herfst terug zal opstarten, worden concrete initiatieven voor solidariteit met de strijd van de Griekse bevolking gelanceerd.

     Deze keer is de machtsverhouding buiten proportie in het voordeel van de Europese instellingen doorgeslagen. Maar de machtsstrijd met Griekenland droeg duidelijk de kiemen van een volledig andere machtsverhouding op het Europese continent. Het is een continent waarvan de grondslagen zullen rusten op het sociale verzet dat vandaag inziet hoe de wurging van Griekenland niet zozeer een bewijs is van de macht van de dominante Europese klassen, maar hoe het een uitdrukking is van hun diepe angst voor een groeiende protestbeweging.

Marc Botenga (botengam at gmail.com) is doctor in de politieke wetenschappen en legt zich toe op internationale politiek.


[1]    Paul Krugman, “Killing The European Project”, The New York Times Opinion Pages, 12 juli 2015. Zie: http://krugman.blogs.nytimes.com/2015/07/12/killing-the-european-project/.

[2]          Europeanisme: Europeanisten menen dat de inwoners van de Europese Unie een gemeenschappelijke identiteit hebben. Ze beklemtonen de culturele, politieke en ideologische verwantschappen van Europeanen.

[3]    Sebastian Budgen en Stathis Kouvelakis , “Greece: The Struggle Continues”, Jacobin Mag, 14 juli 2015. Zie: https://www.jacobinmag.com/2015/07/tsipras-varoufakis-kouvelakis-syriza-euro-debt/.

[4]    Sebastian Budgen en Costas Lapavitsas, “Greece: Phase Two”, Jacobin Mag, 12 maart 2015. Zie: https://www.jacobinmag.com/2015/03/lapavitsas-varoufakis-grexit-syriza/.

[5]    Harry Lambert, “Exclusive: Yanis Varoufakis opens up about his five month battle to save Greece”, New Statesman, 13 juli 2015. Zie: http://www.newstatesman.com/world-affairs/2015/07/exclusive-yanis-varouf....

[6]    AFP, “La BCE met en garde contre la montée du populisme en Europe”, La Libre Belgique, 31 december 2014. Zie: http://www.lalibre.be/actu/international/la-bce-met-en-garde-contre-la-m....

[7]    E-Kathimerini, “Greek election winner must stick to austerity, Schaeuble says”, 14 januari 2015. Zie: http://www.ekathimerini.com/166266/article/ekathimerini/news/greek-elect....

[8]    Le Soir, “Grèce: ‘une dette est une dette’, prévient le FMI”, 19 januari 2015. Zie: http://www.lesoir.be/761791/article/actualite/fil-info/fil-info-economie....

[9]    E-Kathimerini, “Juncker: Any new Greek government expected to respect commitments of predecessors”, 22 januari 2015. Zie: http://www.ekathimerini.com/166506/article/ekathimerini/news/juncker-any....

[10]  Aline Robert, “Commission fears Greece is ‘deceiving’ itself”, Euractiv.com, 20 januari 2015. Zie: http://www.euractiv.com/sections/euro-finance/commission-fears-greece-deceiving-itself-311409

[11]  Stefan Wagstyl, “German media lambast ECB plan for quantitative easing in eurozone”, The Financial Times, 19 januari 2015. Zie: http://www.ft.com/intl/cms/s/0/a4c15eb4-9fd3-11e4-aa89-00144feab7de.html....

[12]  Arne Delfs en Brian Parkin, “Merkel rechnet bei Syriza-Sieg mit Einlenken Tsipras”», Die Welt, 19 januari 2015. Zie: http://www.welt.de/newsticker/bloomberg/article136540617/Merkel-rechnet-....

[13]  Jochen Bittner, “Putins Trojaner”, Die Zeit, 29 januari 2015. Zie: http://www.zeit.de/politik/ausland/2015-01/griechenland-russland-europa-....

[14]  Rosa Moussaoui, “Grèce ‘Notre principale erreur ? Avoir mal mesuré leur volonté de nous détruire’”, L'Humanité, 15 juli 2015. Zie: http://www.humanite.fr/grece-notre-principale-erreur-avoir-mal-mesure-leur-volonte-de-nous-detruire-579417.

[15]  Harry Lambert, “Yanis Varoufakis full transcript: our battle to save Greece”, New Statesman, 13 juli 2015. Zie: http://www.newstatesman.com/world-affairs/2015/07/yanis-varoufakis-full-....

[16]  Emilie Poinssot, “Grèce: ‘Nous présentons nos arguments, on nous répond par des règles’”, Mediapart.fr, 27 april 2015. Zie: http://syriza-fr.org/2015/04/30/entretien-avec-euclide-tsakalotos-ministre-delegue-aux-relations-economiques-internationales-du-gouvernement-tsipras-et-desormais-coordinateur-de-lequipe-des-negociateurs-a-bruxelles/.

[17]  Harry Lambert, op. cit.

[18]  John Milios en Michal Rozworski, “Ending the Humanitarian Crisis”, Jacobin Mag, 21 juli 2015. Zie: https://www.jacobinmag.com/2015/07/tsipras-euro-merkel-debt-grexit/.

[19]  Christian Salmon, “Un Insider raconte: comment l'Europe a étranglé la Grèce”, Mediapart.fr, 7 juli 2015. Zie: http://www.mediapart.fr/article/offert/86c629dfef9f2a22faf6cc1b21b0ee14.

[20]  International Monetary Fund, “Greece: An Update of IMF Staff’s Preliminary Public Debt Sustainability Analysis”, IMF Country Report, nr. 15/186, 14 juli 2015. Zie: http://www.imf.org/external/pubs/ft/scr/2015/cr15186.pdf.

[21]  Keep Talking Greece, “EP Schulz openly says, he would prefer a SYRIZA-To Potami coalition”, 29 januari 2015. Zie: http://www.keeptalkinggreece.com/2015/01/29/ep-schulz-openly-says-he-wou....

[22]  AFP, “Schulz says Greek govt should resign after a 'yes' vote”, E-Kathimerini, 2 juli 2015. Zie: http://www.ekathimerini.com/198842/article/ekathimerini/news/schulz-says....

[23]  Béatrice Delvaux en Jurek Kuczkiewicz, “Jean-Claude Juncker: ‘Si l’Eurozone se décomposait, tout pouvait être remis en cause’”, Le Soir, 22 juli 2015. Zie: http://www.lesoir.be/942622/article/actualite/union-europeenne/2015-07-22/jean-claude-juncker-si-l-eurozone-se-decomposait-tout-pouvait-etre-remis-en.

[24]  “Présentation du projet gouvernemental au nouveau Parlement grec par Alexis Tsipras”, Solidaire.org, 11 februari 2015. Zie: http://solidaire.org/articles/presentation-du-projet-gouvernemental-au-nouveau-parlement-grec-par-alexis-tsipras.

[25] Xenia Kounalaki, “Varoufakis claims had approval to plan parallel banking system”, E-Kathimerini, 26 juli 2015. Zie: http://www.ekathimerini.com/199945/article/ekathimerini/news/varoufakis-claims-had-approval-to-plan-parallel-banking-system.

[26]  Xenia Kounalaki, idem.

[27]  Paul Mason, “Greece in chaos: will Syriza’s last desperate gamble pay off?”, The Guardian, 29 juni 2015. Zie: http://www.theguardian.com/world/2015/jun/29/greece-chaos-syriza-gamble-....

[28]  Gesprek met de auteur, mei 2015.

[29]  Marc Bussone, Sébastien Crépel en Bruno Vincens, “Des Chantiers d’espoir pour retisser le lien politique”, L’Humanité, 16 avril 2015. Zie: http://www.humanite.fr/des-chantiers-despoir-pour-retisser-le-lien-polit....

[30]  Open Europe, Twitter, 25 juni 2015 om 8.26 uur. Zie : https://twitter.com/OpenEurope/status/614092329473953792.

[31]  Alexis Tsipras, “An end to the blackmail”, Jacobin Mag, 27 juni 2015. Zie: https://www.jacobinmag.com/2015/06/tsipras-speech-referendum-bailout-troika/.

[32]  Harry Lambert, op. cit.

[33]  Béatrice Delvaux en Jurek Kuczkiewicz, op. cit.

[34]  Harry Lambert, op. cit.

[35]  John Milios en Michal Rozworski, op. cit.

[36]  Paul Krugman, “Disaster in Europe”, The New York Times Opinion Pages, 12 juli 2015. Zie: http://krugman.blogs.nytimes.com/2015/07/12/disaster-in-europe/?_r=0.

[37]  Sebastian Budgen en Stathis Kouvelakis, op. cit.

[38]  Enikos, “Syriza in revolt: more than 50 % of Central Committee against bailout”, 15 juli 2015. Zie: http://en.enikos.gr/politics/32506,Syriza-in-revolt-more-than-50-of-Cent....

[39]  “Schäuble: la France doit être réformée de force”, LeFigaro.fr, 16 april 2015. Zie: http://www.lefigaro.fr/flash-eco/2015/04/16/97002-20150416FILWWW00430-sc....

[40]  “Hollande plaide pour un ‘gouvernement de la zone euro’”, Le Monde.fr, 19 juli 2015. Zie: http://www.lemonde.fr/europe/article/2015/07/19/hollande-plaide-pour-un-....

[41]  Peter Spiegel, “Donald Tusk interview: the annotated transcript”, Financial Times, Brussels Blog, 16 juli 2015. Zie: http://blogs.ft.com/brusselsblog/2015/07/16/donald-tusk-interview-the-an....

[42]  Geert Van Istendael, “De boekhouders hebben de macht gegrepen in Europa”, Mo Magazine, 20 juli 2015. Zie: www.mo.be/column/boekhouders-hebben-macht-gegrepen-europa.

[43]  Philip Oltermann, “Merkel ‘gambling away’ Germany’s reputation over Greece, says Habermas”, The Guardian, 16 juli 2015. Zie: http://www.theguardian.com/business/2015/jul/16/merkel-gambling-away-germanys-reputation-over-greece-says-habermas.

[44]  Béatrice Delvaux en Jurek Kuczkiewicz, op. cit.