Is het fascisme in Oekraïne een Russische uitvinding?

Auteur: 
Jean-Marie Chauvier

Over de Maidanrevolutie en haar gevolgen

Het vraagstuk van het Oekraïense fascisme, met of zonder aanhalingstekens, is niet van levensbelang en ik wil me er dan ook niet blind op staren.

Wat nu speelt, is in de eerste plaats het verschrikkelijke risico op een mogelijke oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Dat idee alleen al was enkele maanden geleden nog compleet ondenkbaar. Maar daar blijft het niet bij. Er hangt het Oekraïense volk een sociale ramp boven het hoofd. Want met de macht die uit de Maidanopstand voortvloeit, kunnen zowel de Europese plannen voor vrijhandel als de ‘hervormingen’ onder de bescherming van het IMF, worden doorgevoerd. Nu moet je weten dat de Europese Unie en de Verenigde Staten op een opzettelijk avonturistische en provocerende manier net die oppositiepartijen in Kiev aan de macht hebben geholpen, die in het land eigenlijk in de minderheid zijn (niet representatief in het oosten en het zuiden van Oekraïne). Tegelijkertijd hebben ze de voorhoedes van die partijen nog eens extra opgezweept: de neonazistische en ultranationalistische partijen en groeperingen. Je moet ook weten dat dit aspect van de Oekraïense realiteit al lang door onze media wordt stilgehouden. Onlangs hebben ze er wel over bericht, omdat het onmogelijk was er nog langer over te zwijgen. Maar ze deden dit enkel om de ernst van de situatie te minimaliseren (‘een extremistische minderheid’) en om de banden met fascistische en nazistische organisaties in twijfel te trekken. Daarom is het nodig dat we erover spreken en dat we dit fenomeen proberen uit te leggen, dat nergens anders in Europa voorkomt.

De uitspraak is choquerend en confronterend: “De Russische propaganda schildert de rebellen van het Maidanplein af als fascisten en neonazi's”.

En het klopt ook. Op de affiche voor de aanhechting van de Krim bij Rusland stond de kaart van Oekraïne afgebeeld, bedekt met een hakenkruis. Walgelijk gewoon. Die propaganda maakt een karikatuur van de feiten. Maar dat doet de onze ook, alle gebeurtenissen krijgen een Westers jasje. Bij ons zijn het de goede pro-Europese Oekraïners tegen de pro-Russische slechteriken. Bij de Russen zijn het de goede Oekraïners die vriendjes zijn met Rusland, tegen de slechte, fascistische Oekraïners, die ook nog eens door het Westen worden betaald. Aan beide zijden doemt het oude schrikbeeld weer op. Koude oorlog? Maar er is meer. Er is de koloniale ideologie van het Westen, dat zijn model overal wil opdringen en niet verdraagt of begrijpt dat hier verzet tegen komt. Er zijn de ideologieën van onderdrukte en vernederde landen: Rusland door het Westen en Oekraïne door Rusland. En er zijn de messiaanse ideologieën, bij alle partijen, die hun ‘revolutionaire’ plannen of hun hoop voor het hier en nu, elders gaan projecteren. Ieder zijn Maidan!

Volksopstand, fascistische staatsgreep, een ‘groot schaakbord’ waarbij de demonstranten slechts pionnen zijn van de grote mogendheden, ... er is voor elk wat wils. En eens partij gekozen, zal iedereen de informatie gebruiken die hem het beste uitkomt.

Ik ben van mening dat we geen ‘partij moeten kiezen’, maar dat we meer te weten moeten komen en meer moeten proberen te begrijpen. Wat niet betekent dat we, wanneer het zover is, een kat geen kat moeten noemen. Maar hoe vind je de gulden middenweg?

Om te beginnen, wie waren die demonstranten op het Maidan eigenlijk? Ik baseer me hiervoor op getuigenissen, die elkaar gedeeltelijk tegenspreken.

Eerst waren er inwoners van Kiev (het merendeel Russisch sprekend, studenten en leden van de ‘middenklasse’) die opkwamen voor het Europese gedachtegoed - vrijheid, democratie, welvaart - dat sinds jaar en dag door ngo's wordt verspreid. Ngo's die ook effectief door het Westen worden gefinancierd (de beroemde foundations van de Verenigde Staten). Daarna kwamen de mensen uit de meestal arme plattelandsregio's uit het westen van het land. Zij werden met bussen aangevoerd door de (ex-sociaal-nationale) Svoboda- of Vrijheidspartij van Oleg Tjagnibog, die beweert dat Oekraïne door een ‘Moskovitisch-joodse maffia’ wordt geregeerd. Zijn partij behaalt 10 % in heel Oekraïne en meer dan 30 % in verscheidene regio's in het westen van het land, het radicaalnationalistische bastion Galicië.

Kortom, Maidan heeft een massa ontevreden mensen samengebracht die de maffiose praktijken van de machthebbers niet langer konden verdragen. Ze verwierpen zelfs het akkoord van 21 februari, dat de oppositiepartijen en president Janoekovitsj samen hadden afgesloten. Dit is uitgelopen op een regelrechte staatsgreep - een radicale wending. Die is door een spectaculair actieve minderheid opgelegd aan de rest van Oekraïne, waaronder de bevolking van het oosten en het zuiden, die passief was gebleven. Dat is puur een vaststelling, zonder partij te kiezen: ‘Het andere Oekraïne’ en de Krim zijn volledig genegeerd. De leidende partijen van het Maidan vertegenwoordigden enkel het westerse en centrale deel van Oekraïne. Ook de demonstranten zelf kwamen voornamelijk uit die regio’s en uit Kiev. Er waren ook wel kleine pro-Maidan-demonstraties in het oosten en het zuiden van het land. Maar er waren evenzeer ‘tegenbetogingen’. Hoe het ook zij, de Westerse leiders die actief in deze crisis zijn tussengekomen, hebben enkel met het Maidan echt gepraat. De anderen, waaronder Janoekovitsj, die ze tot capitulatie moesten brengen, zijn gewoon opzij geschoven. Waren ze dan zo naïef te denken dat de Russisch sprekenden, de Russen op de Krim en Vladimir Poetin hier niet op zouden reageren? Of zochten ze opzettelijk het conflict op, waarbij het Oekraïense grondgebied in stukken uiteen zou vallen en waardoor er misschien oorlog zou uitbreken? Ik durf me zo’n cynisme haast niet voor te stellen, maar het zou niet de eerste keer zijn dat zoiets gebeurt!

De Krim scheurde zich af en er werd een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis aangesneden. Tot grote verbazing van het Westen speelt de ‘wet van sterkste’ nu in het voordeel van het andere kamp. Poetin heeft ze een loer gedraaid! Net zoals de Verenigde Staten of Frankrijk dat doen wanneer het hen uitkomt, schendt Rusland het internationaal recht en stelt het zich boven de regels van de Verenigde Naties. Terwijl onze wereld zonder deze fragiele instelling toch snel in een jungle zou veranderen. Poetin speelt avonturier en misschien ook leerling-tovenaar. Hij schuift de doos van Pandora nog wat verder open en speelt zo in de kaart van het separatisme dat ook Rusland kan doen uiteenvallen. “Hij krijgt de Krim erbij, maar verliest Oekraïne”, meent een Amerikaanse strateeg. In ieder geval verliest hij de sympathie van veel Russisch gezinde Oekraïners en verstevigt hij de positie van de anti-Russische nationalisten. Op korte termijn is deze ‘overwinning’ in elk geval niet die van ‘de vriendschap der volkeren’!

Het Maidan-avontuur keert zich ook tegen de Oekraïners. Laten we eerlijk zijn: dit was niet wat de pro-Russische Oekraïners, of zelfs Poetin, wilden. Poetin heeft gewoon de kans gegrepen die de Euro-Atlantistische avonturiers hem hebben geboden. Deze confrontatie is ook het resultaat van een jarenlange haatpropaganda tegen Rusland en de Russisch sprekenden. Die is het werk van de nationalisten en hun Westerse ‘sponsors’ (de Amerikaanse fondsen) die ‘een eigen Oekraïne’ wilden. Het resultaat is er: ze ‘hebben’ het, maar toch niet helemaal.

Oekraïne is nu in handen van nationalisten en van (voorlopig nog) pro-Westerse groeperingen, maar ook van oligarchen die bij de machtswissel gewoon op post blijven, behalve dan bepaalde leden van de clan van Janoekovitsj. Het is een regering van bankiers en avonturiers. Oekraïne is kleiner geworden, maar ook etnisch homogener. De nationalisten kunnen dus tevreden zijn. Als de Krim geen deel meer is van Oekraïne, dan komt dit door de afvalligheid van de Russen, waarvan de meerderheid terug bij Rusland wilde horen. De Russisch sprekende bevolking in het oosten van het land is nu een minderheidsgroep geworden (gezien het afscheuren van de Krim). Het is dus maar te hopen dat het regime ondanks alles een modus vivendi met hen bereikt, want anders zouden de inwoners van het Donetsbekken en Zaporija of die van Odessa misschien ook wel hun ‘aansluiting bij Rusland’ kunnen eisen. In het beste geval zullen de relaties door nationalisme worden ondermijnd. Volgens het ergste scenario, breekt er een burgeroorlog uit. Of nog erger, een oorlog tussen Oekraïne en Rusland. Maar er is nog hoop dat Oekraïne, ook zonder de Krim, zijn samenhang kan behouden. Hiervoor is het absoluut noodzakelijk dat het een soort politiek staatspatriotisme kan opwekken dat zich losmaakt van het etnisch nationalisme en van de anti-Russische haat die door de ‘radicalen’ in Galicië en op het Maidan is gecultiveerd.

Van de spontane opstand naar de paramilitaire ‘omkadering’

Het merendeel van de betogers op het Maidanplein waren geen ‘fascisten’. Ze wilden ook op geen enkele manier de gewelddadige afloop die we op 18-22 februari hebben gezien. Het was eerder een onbeschrijfelijke chaos van goede bedoelingen (de democratie), onzinnige dromen (het Europese paradijs) en vermomde strategieën. (Een gemilitariseerd extreemrechts dat zich voordoet als de ‘verdediger’ van de demonstranten tegen de gevreesde oproerpolitie Berkut).

Er waren ook anarchisten, trotskisten en andere linksgezinden: sommigen onder hen droegen de vlag met de sterren van de Europese Unie, maar dan in het rood! Zij hopen op een ‘socialistisch Europa’. Het geeft een idee over de kloof tussen de Europese realiteiten en het droombeeld van de ‘linkse oppositie’ in Kiev. Deze linkse activisten zijn trouwens door de fascistische milities in elkaar geslagen. De beweging is geradicaliseerd toen de parlementaire meerderheid – de Partij van de Regio’s en de Communistische Partij – repressieve wetten begon goed te keuren. De Communistische Partij had nochtans kritiek geuit op de politiek van Janoekovitsj en ze had duizenden handtekeningen verzameld voor een referendum over de kwestie van de economische ‘unie’. Dit mocht dan wel zeer democratisch zijn, op het Maidan had het geen enkel effect. En dat is ook begrijpelijk: het doel van de oppositieleiders en van hun Westerse medestanders was immers geen ‘democratische volksraadpleging’. Ze wilden met geweld de aansluiting bij de associatieovereenkomst met de Europese Unie bekomen, nadat Janoekovitsj die, ondanks behoorlijke druk, niet had willen ondertekenen toen Brussel en Washington daarom vroegen.

De wet van de confrontatie heeft dus alle andere mogelijkheden verdrongen: er moest ‘een revolutie’ komen en dit keer zou die niet zoals in 2004 op een compromis uitlopen. Ze zouden doorgaan tot het bittere einde, tot er een ander bewind kwam. Er werden Amerikaanse en Europese afgevaardigden ingeschakeld (Mevr. Nuland) en intellectuelen zoals Bernard-Henri Levy brulden vanop de tribune op het Maidan opzwepende woorden zoals “Jullie (de Oekraïeners) waren al een grote beschaving toen Rusland nog niets was!” Hetzelfde soort uitspraken als die waarmee nationale haat werd gezaaid. Het is op dat ogenblik – terwijl ze barricades oprichtten, officiële gebouwen bestormden, frontaal het gevecht met de Berkut oproerpolitie aangingen – dat de beweging meer en meer werd ingesloten door gevechtseenheden, paramilitaire milities die kenners (zoals ik) meteen herkenden. Zo waren er de ultranationalistische UNA-UNSO-milities die ook aan de oorlogsfronten in Tsjetsjenië, Abchazië en Transnistrië vochten. Of de bendes authentieke nazi’s van Patriot Ukrainy. En tot slot de Pravyi Sektor, de ‘rechter’ of ‘rechtse’ sector (de term is polysemantisch), die al deze groeperingen samenbrengt en erg professioneel wordt geleid door Dmitro Yarosh, ‘de aanvoerder van het Maidan’.

Een opmerkelijk punt: op het ogenblik dat de situatie was gekalmeerd en dat een akkoord (ondertekend op 21 februari 2014) in de maak was, hebben de stoottroepen van het Maidan op 18 februari de aanval opnieuw geopend. Ze hebben de oproerpolitie aangevallen, die hierop met echte kogels heeft geantwoord.

Over deze verschrikkelijke feiten is nog geen duidelijkheid geschapen. De Sektor had zijn militanten opgeroepen om gewapend naar het Maidan te komen. Niet-geïdentificeerde sluipschutters hebben zowel op de demonstranten als op de politie geschoten. Een ‘mysterie’ dat hopelijk wordt opgehelderd wanneer het ware verhaal achter deze tragedie bekend wordt. In totaal zijn er bij de opstand en de onderdrukking een honderdtal doden gevallen. President Janoekovitsj, die duidelijk geen baat had bij zo’n bloedige afloop, kon niets anders dan de benen nemen. Zo kon er een nieuwe regering met rechtse en extreemrechtse partijen komen. Ze kreeg de zegen van haar Westerse beschermheren, die nochtans overtuigde aanhangers waren van het ‘akkoord’ van 21 februari, dat nu snel naar de vuilnismand werd doorverwezen.

Op 27 februari trad de partij Svoboda, die volledig naar rechts is overgeslagen, tot de regering toe. We vinden er Dmitro Yarosh, ‘aanvoerder van het Maidan’ terug, net zoals Andriy Parubyi, secretaris van de nationale veiligheids- en defensieraad. Het is geen ‘fascistische regering’ zoals de Russische propaganda wil doen geloven. Maar het is wel degelijk een alliantie tussen de ultraliberalen, die de door het IMF opgelegde ‘shocktherapie’ moeten doorvoeren en een extreemrechts dat gediend heeft als stormram om ‘Janoekovitsj omver te werpen’… Fascisten aan de macht dus, aangemoedigd door de Verenigde Staten en de Europese Unie? Het is niet te geloven. De boodschap komt niet aan. Er moet een probleem zijn. Welk probleem?

Een ernstig probleem: een boodschap ‘die niet aankomt’

Ik stel het nu al twintig jaar vast. Regelmatig vestig ik de aandacht op de feiten en daden van dit extreemrechts. En toch komt de informatie niet aan. Er is een echte Westerse black-out. Dat geldt ook voor de linkse middens. Het taboe is de hele Maidanopstand lang blijven bestaan. En toen het uiteindelijk echt niet langer kon worden geheimgehouden, hebben kranten zoals Le Monde erover geschreven. Maar dan wel om het fenomeen te minimaliseren, om de indruk te wekken dat het slechts gaat om een minderheid van extremisten, om de waarheid te verhullen, dat die extremisten zowel de centrale als een groot deel van de regionale macht in handen hebben, dat ze in verscheidene gebieden in het westen van het land terreur zaaien, lokalen van niet-nationalistische partijen in brand steken, enz...

Lezen we even wat Jacques Julliard schrijft in Marianne, waarbij hij een wijdverbreide visie samenvat: “Wanneer ze het heeft over het fascistische en nazistische gevaar van de paramilitaire formaties in Oekraïne, neemt ze letterlijk de argumentatie over van de Sovjets over de opstand van Berlijn in 1953, van Boedapest in 1956 en van Praag in 1968 (we gooien dus lekker alles op een hoop en plakken er nog een paar anachronismes uit de Koude Oorlog bij). Er zijn inderdaad wel fascistisch getinte extreemrechtse paramilitaire groeperingen in Oekraïne, maar die vormen slechts een zeer kleine minderheid.” (Hoeveel jaar heeft hij erover gedaan om ze te ontdekken en ze meteen daarna te minimaliseren?) Wat verder vergelijkt de auteur de eventuele verdeling van Oekraïne met de opsplitsing… van Duitsland en Korea.[1]

De onbenulligheid van zijn betoog is verbijsterend! Wanneer een vrouwelijke luisteraar van France Inter tijdens een uitzending die volledig aan het onderwerp is gewijd, het waagt een vraag over ‘extreemrechts’ te stellen, wordt ze meteen de mond gesnoerd en beschuldigd van ‘pro-Poetin propaganda’. Hetzelfde scenario bij Jean-Luc Mélenchon. Wanneer hij het Westerse avonturisme in de Oekraïense crisis aan de kaak stelt, krijgt hij van Daniel Cohn-Bendit een batterij verwensingen naar het hoofd geslingerd. Dit komt steeds vaker en bij een hoop vragen voor: ‘ze’ weten niet meer wat te antwoorden, ze voelen zich in de val gelokt en dus beginnen ze de andere te beledigen. Je voelt zo dat het Westerse establishment zich geen raad meer weet!

Het feit zelf dat het Westen in Kiev fascistische strijdkrachten heeft gebruikt, heeft het onbehagen alleen maar groter gemaakt: hoe kunnen ze dat rechtvaardigen? Zolang ze kunnen, ontkennen ze en doen ze alsof ze nergens van weten. Er zijn zelfs joden die het bestaan van antisemitische aanslagen ontkennen, die net door andere joodse bronnen zijn gesignaleerd. Waarom deze stilte of discretie? Zou er een zekere intimidatie bestaan, een angst om er hier in Oekraïne over te praten, waar ‘die mensen van extreemrechts’ de plak zwaaien, maar ook hier bij ons, waar er een soort censuur of autocensuur heerst? We zouden hier een ander onderwerp moeten aansnijden, dat ook steeds terugkomt: het ‘opmaken van de publieke opinie’ waarbij de Oekraïense zaak een nieuw schoolvoorbeeld is.

Maar in plaats van hier en nu op deze vragen te antwoorden, zouden we ons beter eerst een andere vraag stellen: wanneer spreken we over ‘fascisten’ en wanneer over ‘neonazi’s’? Aangezien beiden veeleer scheldnamen zijn dan strikte concepten, is dit niet zo makkelijk vast te stellen. En die bewegingen en partijen zijn uiteraard geen exacte kopie van de nationaal-fascisten en nazi’s van de jaren dertig en veertig. Hun gemeenschappelijke ‘moeder’, de OUN (Organisatie van Oekraïense Nationalisten) is, met haar verschillende strekkingen, min of meer geëvolueerd in de richting van de westerse ideologie, die ook die van haar nieuwe Amerikaanse sponsors is. Zijn het dan ‘post-fascisten’ of “post-nazi's’? Dat zou zowel voor hun militanten als voor de Oekraïense analisten een belediging zijn. Onze media hebben het voorzichtig over ‘nationalisten’. Hetzelfde woord wordt in België voor de N-VA gebruikt. Volstaat die term dan niet om ook Svoboda of de Pravyi Sektor te benoemen? Volgens mij niet. Zelfs de analogie met het Franse Front National schiet tekort. Stellen we ons in België eens het volgende voor: wat zouden we er in België van zeggen, mocht een Vlaamse partij de tradities van het VNV en het Verdinaso opeisen, twee bewegingen die onder de nazibezetting collaboreerden en mobiliseerden voor de SS? Of mocht een Franstalige partij zich een opvolger noemen van Léon Degrelle, oud-aanvoerder van het Waals Legioen (SS-brigade en -divisie) en beroemd oud-strijder aan het Oekraïense front? Is dat een schaamteloze vergelijking? Om ze te staven, bots ik tegen andere hindernissen aan. Een gebrek aan informatie. En soms ook: desinformatie. Een gebrek? Welk gebrek?

1920-1939: Sovjet-Oekraïne en Pools Oekraïne, gescheiden door het lot

Ik heb het over een gebrek aan kennis over de geschiedenis van het Oekraïense nationalisme en dan meer in het bijzonder dat van Galicië, die regio in het westen van Oekraïne, die tot 1939 deel uitmaakte van Polen. In de 19e en begin 20e eeuw bestond de Oekraïense nationale beweging uit socialistische, democratische en etnische stromingen. Ze richtte zich tegen het rijk van de tsaren en van Oostenrijk-Hongarije. We zien de beweging terug bij de Russische revolutie en tijdens de burgeroorlog bij de eerste nationalistische, antibolsjewistische machthebbers. Simon Petljoera, de toenmalige leider, vermengt het socialistische en nationalistische ideeëngoed. Maar zijn troepen geven zich over aan grootschalige anti-Joodse pogroms – de grootste massamoorden vóór het nazisme.

Het is in dit klimaat van ‘verruwing’ van de Eerste Wereldoorlog en de burgeroorlog, nog aangesterkt door de wrok van de nederlaag, dat de beweging radicaliseert. In 1920 valt het Oekraïense grondgebied ten prooi aan verdragen die het opsplitsen tussen Polen, Roemenië en Tsjechoslowakije. En in de centrale en oostelijke delen van het huidige Oekraïne ziet een Oekraïense Sovjetrepubliek het licht, die in 1922 mee aan de wieg van de Sovjet-Unie zal staan. Daar, in de Sovjet-Unie, kan de jonge Oekraïense natie groeien en bloeien als nooit en nergens tevoren – dankzij de taal, de alfabetisering en het onderwijs komt er een echte ‘Oekraïnisering’ op gang. Maar daarna komt het centralisme van Stalin, het ontstaan van de industrieën en de toestroom van migranten uit andere regio’s van de Sovjet-Unie naar dit ontwikkelingsgebied (de industriële bekkens van Oost-Oekraïne). Hierdoor begint een nieuwe russificatie. In diezelfde periode ondergaan het centrale en uiterst oostelijke deel van Oekraïne, zoals trouwens alle graanregio’s in de Sovjet-Unie, de verschrikkelijke hongersnood van 1932-33.

We onthouden dus dat de West- en Oost-Oekraïners tussen 1920 en 1939 totaal verschillende levens leidden. Zo wordt het Sovjet-Oekraïense volk geboren, een smeltkroes van nationaliteiten, dat beproevingen doorstaat en ontwikkelingen ondergaat en zich tijdens de invasie van Hitler in 1941 zeer solidair achter de Sovjetzaak schaart.

Intussen heerst in het westen het Poolse regime, dat de Oekraïense taal, cultuur en politiek onderdrukt. Hetzelfde geldt voor het Roemeense Boekovina en Bessarabië, waar de Oekraïeners als slaven worden behandeld. De mensen in Ruthenië is een beter lot beschoren. De regio staat in die tijd bekend onder de naam Subkarpatisch Oekraïne of Subkarpatisch Rusland en komt overeen met het huidige Transkarpatië, dat Tsjechoslowakije in 1946 aan de Sovjet-Unie zal afstaan.

De Organisatie van Oekraïense Nationalisten (OUN), bondgenoot van de nazi's

In deze context wordt in Galicië de Organisatie van Oekraïense Nationalisten gevormd, de OUN, waarvan de huidige Oekraïense nationalisten zich de erfgenamen noemen. De OUN is anti-Pools, antisovjet en antisemitisch en heeft het gemunt op ‘alle bezetters’ van Oekraïens land: Polen, Russen en joden.

De ideologie van de OUN is die van zijn voornaamste theoreticus Dmitro Dontsov en maakt ontegensprekelijk deel uit van de fascistische familie. Als ‘integraal nationalist’, etnicist en xenofoob, linkt hij ‘volk’ aan ‘ras’, sociaal darwinisme en de cultus van het ‘herenvolk’. We waren zelfs niet ver meer af van het völkische nationaalsocialisme (het idee van het ras van een volk), alleen stond de conservatieve en elitaire Dontsov voor bepaalde aspecten dichter bij Salazar, Horthy of Franco. De bekendste leider van de OUN was Stepan Bandera. Overal op Maidan hing zijn foto, maar daar werd door de Westerse journalisten met geen woord over gerept. Hij is nochtans een symbolische figuur voor het Oekraïense nationalisme. Alle huidige nationalistische organisaties claimen van de OUN en Bandera af te stammen. Een aantal onder hen, waaronder Svoboda, beweert zelfs dat hun wortels bij de Waffen-SS Galitchina (Galizien) liggen.

“Bandera, zo las ik in zeer ernstige, linkse kranten, kan geen fascist worden genoemd”. Ja, dat zal wel. Was hij de leider van de OUN of niet? Zou hij de ideologie ervan ooit hebben verloochend? Dat zou toch geweten zijn. In elk geval heeft hij het niet gedaan toen hij er zelf de leiding had, in 1940-41. En het is waar, bepaalde nazistische instanties (de geheime dienst van het Abwehr, de racistische theoreticus van Baltische afkomst Alfred Rosenberg) spiegelden de verschillende anti-Russische nationalistische groeperingen in de Sovjet-Unie in die tijd voor, dat ze onder Duits protectoraat onafhankelijk konden worden. Ze zouden dus niet als joodse of Russische Untermenschen worden behandeld. Het was een manier om de echte aard van de hitleriaanse oorlog te verhullen: vernietiging, uitroeiing en Lebensraum-kolonisatie in het oosten.

Bandera hing de fascistische ideologie aan én streed voor de Oekraïense onafhankelijkheid. Dus vormde hij een alliantie met nazi-Duitsland en richtte hij de Oekraïense bataljons van de Wehrmacht op. Roman Shukhevych, zijn wapenbroeder en aanvoerder van een van die bataljons, kreeg de leiding over het Schutzmannshaft 201, een nazi-politiebataljon dat de Sovjetpartizanen in Wit-Rusland de kop moest indrukken. Daarna heeft hij het Oekraïense Opstandelingenleger (UPA of OUN-UPA) gesticht. Dit is het leger van Banderisten dat aan de volkerenmoord op de joden en de zigeuners heeft deelgenomen en een genocidale slachting onder de Poolse bevolking in Wolynië heeft uitgevoerd. Het klopt dat Bandera, Shukhevych en de OUN-UPA meningsverschillen en zelfs gewapende conflicten met de Duitse bezetter hebben gehad. De oorzaak hiervan was dat deze laatste zijn belofte over Oekraïense onafhankelijkheid niet nakwam.[2] De banderisten hebben dus de wapens opgenomen tegen de bezetter, waarop hun Duitse vrienden hen een serieuze bolwassing hebben gegeven, terwijl ze intussen hun strijd tegen de gezamenlijke vijand, het ‘judeo-bolsjewisme’ verderzetten. Maar vandaag de dag is het voldoende een conflict met de bezetter te hebben gehad, om bij het ‘verzet’ te horen. Zo kunnen hun verdedigers het nu voorstellen alsof ze ‘tegen elke bezetter’ en zelfs ‘tegen de twee totalitaire staten’ hebben gevochten. Vooral dit laatste klonk goed in Westerse oren. Zo zijn de ‘totalitaristen’ van de jaren 1930-40 tot ‘antitotalitaristen’ omgedoopt, wat toch wel heel goed uitkomt!

Duitse, Amerikaanse, Canadese en Oekraïense historici hebben geschreven over de rol van de OUN tijdens de oorlog. Helaas hebben bijvoorbeeld Franstalige lezers hier zelfs geen weet van. De uitgevers houden zich niet bezig met die ‘details’ uit de geschiedenis. Er bestaat trouwens een karikatuur (die in de film Apocalypse voorkomt) waarop ‘de Oekraïeners’ de Duitsers als grote bevrijders verwelkomen, alsof ‘gans’ Oekraïne ‘de kant van Duitsland’ had gekozen. Dit klopt niet. Een deel van de Oekraïners heeft met de Duitsers gesympathiseerd. Vooral dan in het westen, waar de mensen bij de Sovjetaanhechting in 1939 erg onder de brutaliteiten (onderdrukking, deportaties) hadden geleden. Het is dan ook in die regio's (het oostelijke ex-Galicië dat tot in 1939 onder Poolse heerschappij viel) dat de legers van de OUN worden opgericht. Het is in Krakau (met de ‘algemene Duitse regering’ tijdens het bezette Polen) dat het centrale Oekraïense Comité wordt gevestigd dat systematisch de collaboratie zal organiseren, bijgestaan door verscheidene ‘nationale comités’ in het bezette Oekraïne. Maar de overgrote meerderheid van de Oekraïense strijders vocht aan de zijde van het Rode Leger en de sovjetpartizanen. Als de ‘radicalen’ vandaag graven schenden, dan zijn het die van hen.

Een andere tak van de OUN werd geleid door Andriy Melnik, rivaal van de banderisten, en gesteund door de Grieks-Katholieke Kerk (uniate). Zij richtten de Divisie van de Waffen-SS Galizien (Galitchina) op. Maar als we het er nu over hebben, schrappen we de verwijzing naar de Waffen-SS. Subtiel!

Dààr begint de desinformatie. En het zijn vandaag vooral journalisten en historici uit Oekraïne, Amerika of Canada – meestal afkomstig uit Galicië – die daarvoor zorgen, en in Parijs en elders in het Westen het woord gaan nemen. Vooral in Canada zijn ze zeer sterk vertegenwoordigd. Een ander miskend aspect van deze geschiedenis is de rol van de diaspora. De Oekraïense nazicollaborateurs, de militanten van de OUN en de SS, zijn in 1944 Oekraïne (het Rode Leger) ontvlucht. De Britten en de Verenigde Staten hebben hen geholpen Amerika binnen te raken. Velen werden daarbij in de apotheken van de Koude Oorlog gerecycleerd, bijvoorbeeld in Duitsland, in München, bij FreeEurope. Ze zijn ‘steunpilaren van de Vrije Wereld’ geworden.

Van daaruit zijn ze – zijzelf of hun afstammelingen – na het einde van de Sovjet-Unie naar Oekraïne teruggekeerd. Aangezien de ‘communisten’ het ‘ideologische front’ in 1991 hadden verlaten, hebben zij het ingenomen. En zo kunnen ze dus de geschiedenis herschrijven en in Oekraïne nieuwe schoolboeken laten drukken... En bij ons? Bij ons schrijven ze ‘over Oekraïne’ en stellen ze de volksencyclopedieën samen.

Westers revisionisme

Het toppunt hiervan stond onlangs in Courrier international. Ik citeer: de banderisten waren de “nationalistische Oekraïense partizanen van Stepan Bandera die eerst tegen de nazi’s en daarna, van 1942 tot 1950, tegen het Rode Leger hebben gestreden. De sovjet- en later de Russische geschiedschrijvers schilderen hen af als fascisten en collaborateurs”.[3] Dit staat in een noot van de redactie. De verantwoordelijke van de rubriek ‘Oekraïne’ is een zekere Larissa Kotelevets. Zou zij toevallig geen nationalistische Oekraïense militante zijn? Dit soort geïnspireerd ‘revisionisme’ vinden we ook in de artikels van Wikipedia terug. Zoals een Russische journalist het zei: weldra wordt Himmler als de ‘voorloper van de strijd voor de Mensenrechten’ voorgesteld.

Waar halen ze die nonsens? De fascistische ideologie ligt aan de basis van het banderisme en de collaboratie met de nazi’s begint aan het einde van de jaren dertig. In 1941-42 zitten de banderisten in de Wehrmacht en bij de nazipolities. In 1943, met het UPA, moorden ze Polen, joden en zigeuners uit. Ja, daarna, tot 1950, dan strijden ze uitsluitend tegen het Rode Leger en vooral tegen de NKVD, de geheime dienst van de Sovjet-Unie. Dit ‘anti-Sovjet’ of ‘antistalinistische verzet’ wordt in het Westen zeer geapprecieerd, ook bij anticommunistisch links. Het verklaart eveneens de huidige welwillendheid tegenover het UPA, dat begin jaren 50 ook een zeer strijdlustige en moedige rol heeft gespeeld tijdens de Goelag-opstanden. Na de destalinisatie van Chroestsjov, keren de bevrijde oud-leden van het UPA naar het land terug. Ze verbinden zich aan dissidente milieus die hen publiciteit in het Westen beloven en hen opnieuw een plaats geven bij het verzet tegen heerschappij uit het Oosten.

In het Westen worden de media en leerstoelen aan universiteiten door ‘een bepaald Oekraïne’ ingenomen. Het is het Oekraïne van de banderisten die wel tot het liberalisme zijn bekeerd, maar toch trouw blijven aan ‘de traditie’ en zeer vijandig staan tegenover ‘het andere Oekraïne’… Van dat andere Oekraïne hebben onze media niet het flauwste idee, of anders hebben ze het nog maar pas ontdekt, met alle clichés en vooroordelen van dien. Zo hebben ze het dan over ‘pro-Russisch’ of ‘heimwee naar de Sovjet-Unie’. Dit was, zeer beknopt, de geschiedenis van het radicale Oekraïense nationalisme en zijn relaties met ‘het Westen’: eerst fascistisch, in de jaren dertig en veertig en nu de laatste decennia anticommunistisch en geamerikaniseerd. Het verklaart zonder twijfel de welwillendheid tegenover de mannen van Svoboda, intussen ‘onze bondgenoten’ bij de gevechten in Oekraïne.

Waarom moeten we dan spreken over ‘fascisten’ en ‘nazi’s’? Ik baseer mijn antwoord op de historische afstamming die ze zelf opeisen: de huidige opvolgers van de OUN, van het UPA en van Bandera vieren samen hun overwinningen uit het verleden (Bandera en Shukhevych werden in 2010 door president Viktor Joesjtsjenko uitgeroepen tot ‘nationale helden’). Elk jaar komen ze op 28 april samen om het ontstaan van de Galitchina-divisie (Waffen-SS) in 1943 te herdenken. Dit is niets nieuws, de kenners weten dit maar al te goed... maar niet de tv-kijkers of de lezers van de Westerse pers. Deze ‘hinderlijke’ gebeurtenissen worden zorgvuldig voor hen verborgen gehouden. Ooit zouden de redenen van zo’n langdurige en systematische leugen door omissie bekend moeten worden. Maar we moeten wel toegeven dat de termen ‘fascist’ en ‘nazi’ door emoties of propaganda bezoedeld zijn. Hoe kunnen we ze dan wel noemen? Nationalisten? Radicalen? Extreemrechts? In ieder geval: radicale nationalisten met een naziverwantschap.

Terug naar de actualiteit: van Svoboda tot Pravyi Sektor

Keren we terug naar de actualiteit. Zou Svoboda echt een partij zijn die gewoon “wat meer naar rechts overhelt”, zoals Laurent Fabius het zou hebben gezegd?

Laten we Fabius (en anderen: Bernard-Henri Lévy, Cohn-Bendit, Julliard) dan eens uitnodigen op de volgende SS-viering in Lviv, die plaatsvindt onder de hoogste bescherming van de regeringspartij Svoboda. Dat is op 28 april 2014. Zullen er nu dan wel filmploegen aanwezig zijn, terwijl dat bij alle vorige jaren nooit het geval was?

Maar ik wil niet vasthouden aan een primair antifascisme, dat iedereen in Oekraïne zou stigmatiseren die zich bij dit extreemrechts en bij de symbolische figuur van Stepan Bandera aansluit. Het is een vreemde maar reële situatie: authentieke militanten voor de democratische vrijheden en zelfs voor het antikapitalisme en zelfbestuur, staan er zij aan zij met nationalistische en fascistische militanten die niet minder toegewijd zijn aan ‘de zaak van het volk’ en ‘de revolutie’ tegen de oligarchen, de onderdrukking en... ‘de bolsjewieken’.

De ‘herinneringenoorlog’ (symbolen, monumenten) neemt een belangrijke plaats in, in het politieke leven van dit land, dat is getraumatiseerd door de burgeroorlog van 1918-20, de hongersnood van 1932-33, de volkerenmoord van de nazi’s en de deportaties onder Stalin. Het fenomeen van Maidan ging gepaard met de vernietiging van een veertigtal standbeelden van Lenin, op initiatief van Svoboda. Zo zijn er weer enkele rekeningen met het ‘bolsjewisme’ vereffend.

Men krijgt soms de indruk dat het hier gaat om een vergeldingsactie van de nationalisten voor wat het Rode Leger hun in 1920 en 1945 heeft aangedaan. Maar dit is een ‘detail’ dat veel buitenlandse waarnemers ontglipt, omdat ze zich enkel op de actualiteit focussen. We onderschatten het belang van de geschiedenis.

En het gaat hier niet enkel om het veroordelen van ‘de fascisten’. We zouden – maar dat is weer een ander verhaal – het reilen en zeilen van dit Oekraïense radicaal nationalisme moeten begrijpen, dat zich meet met het niet minder radicale bolsjewisme, stalinisme en Poolse nationalisme. We zouden moeten begrijpen waarom en hoe deze oude conflicten blijven verder leven in een felle ‘herinneringenoorlog’, waarin het eerherstel van Bandera gecounterd wordt door dat van Stalin en omgekeerd...

Al een twintigtal jaren heerst er een zware identiteitscrisis. Aan de ene kant zijn er de volkeren in het westen (voornamelijk in Galicië), die zich met de banderisten identificeren en de Sovjetgeschiedenis verwerpen. Aan de andere kant is er het oosten, dat ondanks alle ontberingen betere herinneringen aan de Sovjet-Unie heeft overgehouden en liever op 9 mei de overwinning op het fascisme viert, dan de Waffen-SS op 28 april of de OUN-UPA op14 oktober.

Voor de plichtsgetrouwe historici (want die zijn er zeker) is het aartsmoeilijk een weg te vinden tussen die interpretaties van de geschiedenis, die allen lijnrecht tegenover elkaar staan. De opstand op Maidan heeft een omslag uitgelokt, die de binaire schema’s radicaliseert en tegelijkertijd Oekraïne in een soort van burgeroorlog stort. Deze toestand is allerminst bevorderlijk voor de ‘Oekraïense verzoening’ waarop de verlichte ‘patriotten’, die de emotionele pest van het nationalisme verwerpen, hadden gehoopt.

Integendeel, de svobodisten lijken een post-nazisme in te huldigen, waarbij de meest reactionaire thema’s uit hun propaganda een liberale respectabiliteit meekrijgen, dankzij de officiële erkenning van Svoboda en zijn leider Oleg Tjagnibok door de afgevaardigden van de Verenigde Staten en de Europese Unie. Dit soort liberaal-fascisme zagen we eerder ook al in Chili. In Oekraïne combineert het de archaïsche symbolen van het plaatselijke nationaalsocialisme met de eisen van een economisch beleid conform aan de neoliberale regels. Maar zal Svoboda hiermee instemmen? Zeker is dat niet. En indien de partij de ‘pijnlijke maatregelen’ goedkeurt die door Jatsenjoek al werden aangekondigd, mag ze zeker moeilijkheden verwachten met haar volksbasis in Galicië en in de rest van het westen van Oekraïne. Want de kleine boeren in het westen worden, net zoals de arbeiders uit het oosten, de belangrijkste slachtoffers van de aangekondigde gespierde ‘liberalisering’.

De (ex?-)neonazistische partij wordt rechts ingehaald door een Pravyi Sektor dat al even positief staat tegenover de ‘Europese waarden’. Brussel zou binnenkort wel eens problemen kunnen krijgen met zijn kameraadjes die misschien geen genoegen zullen nemen met de rol van ‘nuttige idioten’.

Yarosh’s ‘sector’ is anti-imperialistisch, antimondialistisch, partizaan voor de Oekraïense neutraliteit en staat vijandig tegenover de NAVO. Ze zijn veel minder geobsedeerd door etniciteit dan Svoboda, omdat ze ook Russen in hun rangen tellen. Dit zorgt zeker voor spanningen binnen de nieuwe ‘revolutionaire’ leiding, vooral langs de kant van eerste minister Arseni Jatsenjoek, die erom bekend staat nauwe banden te hebben met de Verenigde Staten, en van zijn partij Batkivsjtsjyna (Vaderland) van de ‘nimf’ Joelia Tymosjenko. Zo heeft ook de harde interventie waarmee een commando van Svoboda een directeur van de televisie heeft verplicht ontslag te nemen, negatieve reacties gewekt bij Oudar. Oudar is een vroegere oppositiepartij die geen deel uitmaakt van de regering. Haar leider Vitali Klitsjko lijkt het dichtst van allemaal bij de Europese Unie te staan en is Angela Merkels favoriet. Dat gewelddadige optreden van Svoboda is klein bier in vergelijking met hoe dezelfde partij en ook de andere ‘ultra’s’ in verscheidene regio’s tekeergaan. Maar dit keer werd de gebeurtenis opgepikt door de Westerse media, wat laat uitschijnen dat de houding van de partij van Oleg Tjagnibok wrevel begint op te wekken en dat enkele hooggeplaatsten in Kiev hebben beslist er ‘openbaarheid aan te geven’.

Even samenvatten. De ‘Maidanrevolutie’ is uitgelopen op een bloedbad. Via een staatsgreep is een neoliberaal team aan de macht gekomen dat sterke banden heeft met extreemrechts. Het Kremlin heeft hierop gereageerd met de afscheuring van de Krim (dit was zo gewild door zijn Russische meerderheid) en de annexatie ervan door Rusland. Zo ontstaat er een breuk tussen twee ‘broedervolkeren’ die zich voordien meestal ook echt broers voelden. Het resultaat is een enorme menselijke en sociale ramp en een constante dreiging van een burger- en internationale oorlog. Dàt zijn de feiten waarvoor alle betrokkenen, ook wijzelf, verantwoording zouden moeten afleggen, en wel in de eerste plaats de westerse leiders en hun politieke en intellectuele ‘missionarissen’ die op Maidan olie op het vuur zijn komen gooien.

21 maart 2014

Jean-Marie Chauvier (chauvierjeanmarie at gmail.com) is als journalist gespecialiseerd in landen die vroeger deel uitmaakten van de Sovjet-Unie. Van 1964 tot 1969 was hij in Moskou correspondent voor de Drapeau Rouge en van 1975 tot 1996 journalist bij de RTBF.


[1]     Marianne, 7-13 maart 2014.

[2]     Op 30 juni 1941 kondigden de banderisten in Lemberg (Lviv) een “onafhankelijke Oekraïense Staat” af, ter ere van Hitler en het IIIe Reich. Maar Berlijn was niet akkoord. Bandera werd opgesloten in Sachsenhausen en in 1944 bevrijd. Vele OUN-militanten werden het slachtoffer van de onderdrukking van de nazi’s. Ze mochten Duitslands bondgenoot zijn, zolang ze maar gehoorzaamden.

[3]     Courrier international, nr. 218, 6-12 maart 2014, p. 10.