Is het recht op abortus een vrouwenrecht?

Auteur: 
Morgane De Meur

Is het recht op abortus een vrouwenrecht? Deze vraag roept opnieuw heel wat controverse op en plaatst twee groepen lijnrecht tegenover elkaar. Aan de ene kant de voorstanders van het verbod die beweren dat het leven heilig is en de klemtoon leggen op de risico’s voor de vrouw die haar toevlucht neemt tot abortus; aan de andere kant de voorstanders van de vrijheid die de beslissing leggen bij de vrouw en opkomen voor individuele vrijheid.

Wij zullen eerst het juridisch kader van de Belgische wetgeving schetsen en daarna overgaan tot de analyse van de vier belangrijkste hindernissen voor de invoering van dit recht op internationaal vlak.

Het Belgisch juridisch kader

Zesentwintig jaar geleden deed zich in de Belgische mentaliteit een revolutie voor: na meer dan dertig jaar strijd werd met de op 3 april 1990 in het parlement goedgekeurde wet abortus uit het Strafwetboek geschrapt. Voortaan was het niet langer een misdrijf als “de zwangere vrouw die door haar situatie in een noodtoestand verkeert een geneesheer verzoekt haar zwangerschap af te breken”.1

De beschikkingen inzake abortus stonden in het Strafwetboek ingeschreven onder het hoofdstuk “Misdrijven en wandaden tegen de familieorde en de openbare zedelijkheid”. De nieuwe wet stelt de voorwaarde van “noodtoestand” in vraag omdat dit begrip beschouwd wordt als “in de praktijk niet objectiveerbaar” en als “een bron van rechtsonzekerheid”. De wet maakt deel uit van een beleid van sociale vooruitgang voor de rechten van de vrouw en richt zich op de uitroeiing van seksuele stereotypen die het gedrag beïnvloeden en ook op een beleid van genderintegratie.

Historiek

Vroeger stonden, net zoals vandaag overigens, elk jaar meer dan 15.000 vrouwen voor de moeilijke keuze om al dan niet hun zwangerschap te onderbreken. Van abortus (VZO of vrijwillige zwangerschapsonderbreking) of voorbehoedsmiddelen was in de geboortewet van 1923 geen sprake.

In het begin van de jaren zestig volgen de vrouwen het voorbeeld van de arbeidsters van de wapenfabriek FN in Herstal en binden de strijd aan voor gelijk loon. Hoewel ze werken zoals de mannen hebben ze niet dezelfde rechten. En ze zullen nog tot 1965 moeten wachten voor er een wet komt die de vrouw de toestemming geeft te werken zonder de zegen van haar man en het recht over haar eigen goederen te beschikken.2

In de progressieve milieus slaan mannen en vrouwen de handen in elkaar om die revolterende situatie aan te klagen. Spontaan nemen duizenden mensen deel aan almaar grotere manifestaties. Er worden ook duizenden handtekeningen opgehaald.

Uiteindelijk zal het negentien wetsvoorstellen vergen voor er een compromis wordt bereikt.3 Meer nog dan een weerspiegeling van de politieke overeenstemming is dit wetsvoorstel het symbool van het bewustzijn dat dit ernstige maatschappelijke probleem op dwingende wijze een juridische invulling moest krijgen.4

Abortus blijft in het Strafrecht maar wordt niet langer beschouwd als een misdrijf wanneer de volgende voorwaarden vervuld zijn (opgesomd onder titel VII, artikel 350 van het Strafrecht):

  • De zwangerschapsonderbreking moet plaatsvinden in het eerste trimester van de zwangerschap (vóór het einde van de twaalfde week na de bevruchting).
  • De noodtoestand van de patiënte moet door een geneesheer erkend worden.
  • De zwangerschapsonderbreking moet onder medisch verantwoorde omstandigheden door een geneesheer worden verricht in een instelling voor gezondheidszorg waaraan een voorlichtingsdienst is verbonden die de zwangere vrouw opvangt en haar omstandig inlicht over de mogelijke alternatieven voor abortus.
  • De geneesheer kan de zwangerschapsonderbreking niet eerder verrichten dan zes dagen na de eerste raadpleging.
  • De vrouw moet, de dag van de ingreep, schriftelijk te kennen hebben gegeven dat ze vastbesloten is de ingreep te ondergaan. Voor het eerste trimester van de zwangerschap voorziet de wet geen andere beperkingen.
  • De wet voorziet zeer zware gevangenisstraffen voor wie een zwangerschapsonderbreking uitvoert tegen de wil van de vrouw in, en straffen van een maand tot een jaar voor een vrouw die een zwangerschapsonderbreking ondergaat die niet aan de voorziene voorwaarden voldoet.

Tijdens de stemming hangt er in het parlementair halfrond een loden stilte. Het wetsvoorstel wordt goedgekeurd en het veeleer lauwe applaus op de socialistische banken zou nog doen vergeten dat hier geschiedenis wordt geschreven. Koning Boudewijn doet nog enige moeite om zijn persoonlijke overtuiging te laten voorgaan op zijn grondwettelijke rol door zich te beroepen op gewetensproblemen.5 Maar zijn weigering om de abortuswet te ondertekenen wordt met een juridisch handigheidje omzeild.

Evolutie van het aantal vrijwillige zwangerschapsonderbrekingen sinds de goedkeuring van de wet

De officiële Belgische cijfers worden opgesteld door de Nationale Commissie voor de Evaluatie van de Vrijwillige Zwangerschapsonderbreking. Volgens dit rapport is het totale aantal VZO’s relatief stabiel. De cijfers uit de jaren negentig mogen dan al weinig betrouwbaar zijn vanwege de grote schrik voor gerechtelijke vervolging die dan nog altijd aan de ingreep kleeft, sindsdien is het aantal door de evaluatiecommissie geregistreerde abortussen evenredig gestegen met het aantal geboorten. In ons land worden jaarlijks zo’n 18.000 abortussen uitgevoerd.

En toch zijn deze cijfers voor sommigen “een drama”, zoals voormalig aartsbisschop André Joseph Léonard het verwoordde in zijn homilie van 5 april 2015.6 De katholieke kerk beschouwt abortus nog altijd als “een zware zonde” die bestraft wordt met “automatische excommunicatie”7.

De Wereldgezondheidsorganistie becijferde nochtans dat wereldwijd elk jaar meer dan 65.700 vrouwen sterven aan de gevolgen van abortus in de landen waar dit recht erg beperkt of onwettelijk is. Het gaat vooral om vrouwen die niet over de nodige middelen beschikken en dan maar hun toevlucht nemen tot levensgevaarlijke methodes. Zo’n 25 % van de wereldbevolking woont in 54 landen met een zeer strenge abortuswetgeving (vooral in Afrika, Latijns-Amerika en Azië). Dokters van de Wereld benadrukt dat “de strenge wetgeving in geen geval het aantal abortussen doet dalen maar de armen ertoe aanzet hun leven op het spel te zetten in clandestiene en risicovolle plaatsen”.8

De huidige hindernissen

Op politiek vlak is er heel wat veranderd in België. Ons land is goed geïntegreerd in een Europa met veel verschillende strekkingen. Als wij nu de indruk krijgen dat conservatieve stromingen weer de kop opsteken, vragen wij ons terecht af of het recht op vrijwillige abortus in Europa bedreigd is.

De huidige stand van zaken in de Europese Unie geeft geen reden tot vrolijkheid: in landen waar de katholieke kerk nog heel sterk aanwezig is, zoals bijvoorbeeld Ierland, zijn de voorwaarden zeer streng. In Italië weigert 80 % van de geneesheren de ingreep uit te voeren. In Hongarije, waar de extreemrechtse fractie van Viktor Orban de scepter zwaait, willen nieuwe wetsvoorstellen abortus verbieden. In Spanje is abortus voor minderjarige vrouwen sinds 9 september 2015 aan strenge beperkingen onderworpen. Dat is het werk van een neoliberale en ultraconservatieve regering die het land meteen 30 jaar achteruit sloeg, terug naar het tijdperk van Franco. In Portugal werd een wet goedgekeurd die de ingreep niet langer terugbetaalt en ongewild zwangere vrouwen aan vernederende gesprekken onderwerpt.9,10

Wij onderscheiden internationaal vier belangrijke hindernissen voor het recht van de vrouw op abortus.

Het wetsvoorstel ter wijziging van het juridisch statuut van de foetus in België

Minister van Justitie Koen Geens in zijn Beleidsverklaring Justitie van 17 november 2014: “Er wordt een nieuwe wetgeving uitgewerkt rond de naam en registratie van levenloos geboren kinderen. Deze nieuwe wetgeving zal bij de registratie rekening houden met de evoluties binnen de neonatologie waar de grens van de levensvatbaarheid lager ligt dan deze gehanteerd in het Burgerlijk Wetboek. Het wordt ook mogelijk om dit kind, naast een voornaam, een familienaam te geven zonder dat dit tot enig ander rechtsgevolg aanleiding geeft.”11

De meest recente wetsvoorstellen die een wijziging van het statuut van levenloos geboren foetussen beogen, werden ingediend door de SP.A op 20 januari 2015 en de CD&V op 10 september 2014. Het wetsvoorstel van Open VLD dateert van 2011. Het voorziet in een drempel van 106 dagen vanaf de conceptie, dat wil zeggen 15 weken zwangerschap. Dit voorstel lijkt weerhouden te worden.

Elk van die wetsvoorstellen roept heel wat vragen op. Zo vrezen sommigen dat de inschrijving van de levenloos geboren foetus in het Burgerlijk Wetboek en de naamgeving binnen een termijn die deze (van 12 weken) voor een abortus benadert, een inbreuk kan zijn op de abortuswetgeving. Met die erkenning wordt immers aan de foetus die “noch levend noch levensvatbaar” is, een bestaan toegekend. Dit kan leiden tot de impliciete veroordeling van laattijdige VZO’s, die dan zelfs op gelijke voet kunnen gesteld worden met kindermoord.12

De gebruikte terminologie bevestigt dit bovendien. Men spreekt hier immers niet meer over foetussen maar over “levenloze kinderen”. Artikel 2 van het Voorontwerp van wet is een aanpassing artikel 80 bis van het Burgerlijk Wetboek dat nu als volgt luidt: betreffende “de kinderen die meer dan 180 dagen na hun vermoedelijke verwekking geboren worden: dit artikel zal slechts van toepassing zijn wanneer het kind geen enkel teken van leven vertoont op het ogenblik van de geboorte.” De belangrijkste wijziging ligt in de mogelijkheid om de akte van aangifte van een levenloos kind door een ambtenaar van de burgerlijke stand vroeger dan 9 maanden zwangerschap te dateren waardoor elke medische of vrijwillige zwangerschapsonderbreking binnen het toepassingsgebied van dit artikel valt.

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer heeft een gunstig advies gegeven aan “het voorontwerp van wet tot wijziging van artikel 80 bis van het Burgerlijk Wetboek over de aangifte van een levenloos kind, invoeging van een artikel 80 ter en 80 quater en tot wijziging in het afstammingsrecht van de wettelijke periode van verwekking van een kind”.13

Iedereen is het erover eens dat de drempel moet verlaagd worden zodat de ouders die met een miskraam of therapeutische abortus worden geconfronteerd, passend kunnen rouwen. Maar de vervlechting van psychologische parameters en rechtselementen leidt tot verwarring. Moet de wet dicteren hoe de ouders moeten rouwen na een miskraam? Kunnen ze niet beter aangepaste psychomedische begeleiding krijgen in plaats van een administratief document? Veel artsen weigeren bovendien een foetus van minder dan 24 weken te reanimeren. Waar is de samenhang tussen de nieuwe wet en de medische realiteit?

En tot slot nog dit: als er sprake is van drempelverlaging, zouden we ons dan ook niet moeten buigen over de toekenning van nieuwe sociale en fiscale rechten (ouderschapsverlof, medische bijstand, psychologische opvolging, ouderschapsverzekering, terugbetaling door het ziekenfonds, hulp bij de teraardebestelling…) voor de vrouwen die vóór het verstrijken van de periode van 180 dagen een levenloos kind gebaard hebben? Vandaag heeft die vraag maar een beperkte reikwijdte want ze kan alleen maar betrekking hebben op het verkrijgen van medisch verlof.

Dit debat vereist de medewerking van het adviescomité voor bio-ethiek en van ziekenhuisdeskundigen.

De gewetensbezwaarden van de OVSE

De OVSE 14 organiseert ontmoetingen tussen nationale delegaties en organisaties voor de verdediging van de rechten van de mens waar van gedachten kan gewisseld worden over actuele onderwerpen. Recent echter zijn die ontmoetingen uitgegroeid tot bijeenkomsten van religieuze fundamentalisten uit heel Europa. Onlangs werd nog een levendig debat gevoerd over de verruiming van het principe van gewetensbezwaar.15 Voor die fundamentalisten moet gewetensbezwaar niet alleen abortus voorkomen maar ook de arts zelf het recht geven de uitvoering van die ingreep te weigeren. Aan de basis ligt het geval van een Poolse dokter, Bogdan Chazan, hoofd van een kliniek, die niet alleen weigerde de zwangerschap af te breken van een vrouw bij wie de foetus ernstige misvorming vertoonde en geen enkele kans op leven had, maar ook zijn collega’s verbood de abortus uit te voeren.

Zo’n visie zou de vrouw haar rechten ontnemen in naam van de religieuze vrijheid van iemand anders. We mogen zulke bedreigingen niet minimaliseren en we moeten ons vastberaden verzetten tegen het inroepen van de religieuze vrijheid voor discriminerende doeleinden. Het al dan niet aanhangen van een godsdienst is een absolute vrijheid maar de uitoefening daarvan kan beperkt worden om de rechten van anderen te beschermen. Die beperkingen zijn ingeschreven in het Europese recht.

Belangrijk in dit verband is de zaak Tysiac tegen Polen waarin het Europees Hof voor de Rechten van de Mens preciseert dat zwangerschapsonderbreking valt onder artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat wil zeggen dat het valt onder de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en bijgevolg het recht op zelfbeschikking. Het Comité voor de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties heeft overigens gewezen op de band tussen de weigering van artsen op basis van laattijdig aangevoerde gewetensbezwaren en het hoge aantal clandestiene abortussen.

De beleidsoriëntering in de gezondheidszorg

Frankrijk, 17 november 2014. Op de “Manif pour tous” spreekt het Front National bij monde van Marine Le Pen zich uit voor de afschaffing van de toegekende subsidies aan centra voor gezinsplanning en aan de verenigingen van lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgenders (LGBT).16 Die subsidies zouden immers bepaald gedrag aanmoedigen of bevorderen dat niet strookt met het partijprogramma. Voor Marion Maréchal Le Pen, FN-kopstuk van de regio Provence-Alpes-Côte d’Azur, wordt het tijd die organisaties “op te kuisen”, ze zijn immers “zeer gepolitiseerd en houden er een vrij gebanaliseerde benadering van abortus op na”. Hun eisen slaan niet alleen op de toegang tot vrijwillige zwangerschapsonderbreking maar ook op de organisaties die homoseksuelen willen helpen, “zoals de LGBT of gelijksoortige, waarvan ik de ideologie ten stelligste veroordeel. Zij mogen geen rotte cent krijgen.”17 Applaus van de overvolle zaal.

De afschaffing van de regionale subsidies van organisaties voor gezinsplanning in de regio Provence-Alpes-Côte d’Azur zal vast en zeker die lokale structuur verzwakken. De financiering van de gezinsplanning in Frankrijk hangt immers af van verschillende nationale, regionale en lokale overheidssubsidies.

Ook het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, waarvan de meerderheid tot de Republikeinse Partij behoort, keurde op 21 november 2015 twee maatregelen tegen abortus goed. Ze zijn een illustratie van het levendige conservatieve debat tegen abortus in de VS. De afgevaardigden keurden een wetsvoorstel goed dat een jaar lang alle overheidssubsidie afneemt van “Planned Parenthood”, de grote organisatie voor gezinsplanning.18

Nochtans zijn de organisaties voor gezinsplanning belangrijke openbare centra die permanente vorming organiseren en strijden tegen de ongelijkheid in de gezondheidszorg. De verbetering van de organisatie en het aanbod van eerstelijnszorg is in de meeste geïndustrialiseerde landen of ontwikkelingslanden een belangrijke bekommernis. Bovendien is de organisatie van eerstelijnszorg een van de “belangrijkste uitdagingen” voor elke gezondheidszorg”.19 De Wereldgezondheidsorganisatie heeft er zelfs een belangrijke hefboom van gemaakt in haar ontwikkelingsbeleid op het vlak van de volksgezondheid.

De ongelijkheid tussen man en vrouw

Het Europees Verdrag voor gendergelijkheid20 krijgt in de meerderheid van de maatschappelijke en persoonlijke levenssferen geen weerslag in de praktijk. In België bijvoorbeeld ligt het jaarinkomen van de vrouw in het algemeen 21 % lager dan dat van de man.21 74 % van de werkende bevolking die ouderschapsverlof nam in 2012 waren vrouwen.22

Het “masculinisme”, een reactionaire ideologie die zich stelt tegenover het feminisme en zich opwerpt als de verdediger “van de rechten van de mens”, lanceert in Europa giftige aanvallen tegen de “possessieve en discriminerende” moeders. Daarbij wordt het lijden van de vaders in kindervoogdijkwesties dik in de verf gezet. Die “belaagde mannen” aarzelen niet om op gebouwen of kranen te klimmen om hun boodschap uit te dragen. Van Montreal tot Londen of Nantes, maar ook België blijft niet achter. Het tijdschrift van de Belgische vzw Relais Hommes draagt zijn steentje bij en baseert zich op “vanzelfsprekende cijfers”.23 We kunnen hun bezwaren samenvatten in volgend theoretisch drieluik: de rechten van de vader worden geschonden; ook mannen zijn het slachtoffer van partnergeweld en de vrouwen hebben op alle niveaus de macht overgenomen van de mannen. Achter hun verwijten schuilt “een reactionaire visie van de maatschappij, gebaseerd op de terugkeer naar de autoriteit van de vader, de erkenning van de mannelijke suprematie en de terugkeer van de vrouw naar de haard om het sociale evenwicht te herstellen”.24 Ze wijzen met de vinger naar de discriminatie door de abortuswet, die de vader uitsluit van de beslissing.

Nochtans heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in zijn arrest Boso tegen Italië van 2002 die discriminatie niet weerhouden, met het argument dat de vader daardoor een vetorecht zou krijgen die de vrouw zou verplichten de zwangerschap te voldragen.25 Het Hof was van mening dat het objectieve verschil, vervat in de persoonlijke betrokkenheid van de vrouw, rechtvaardigt dat prioriteit wordt toegekend aan haar autonome beslissing.26

Moet ethisch gezien de zelfbeschikking van de vrouw in de voortplanting beperkt worden en de autonomie gedeeld worden met haar partner? In België geniet elke vrouw de rechten die zijn opgenomen in de Wet van 22 augustus 2002 over de rechten van de patiënt, net zoals elke andere patiënt die medische zorgen toegediend krijgt. Die wet geeft de meerderjarige of minderjarige vrouw het recht zelf te beslissen over een eventuele vrijwillige zwangerschapsonderbreking. Ook mag ze anticonceptiemiddelen gebruiken of zich laten steriliseren, zelfs zonder medeweten van haar partner. Zij mag eveneens gezondheidszorg weigeren als haar toestand gevaar inhoudt voor de foetus en zelf beslissen over de manier van bevallen.

Want inderdaad, iedereen wiens beoordelingsvermogen niet is aangetast, beschikt over de volledige autonomie om beslissingen te nemen over zijn of haar gezondheidszorg. De wetgever vult die grote vrijheid van de vrouw aan met maatregelen die haar kwetsbaarheid in bepaalde situaties beschermen zoals bijvoorbeeld het verbod van elke vorm van verminking van de vrouwelijke seksuele organen.27

Vrijwillige zwangerschapsonderbreking: recht of vrijheid?

Nu het recht op abortus van verschillende kanten bedreigd wordt, mobiliseert de internationale scène zich voor de strijd voor het behoud van deze bescherming van de vrouw. Naar aanleiding van de Werelddag voor het Recht op Abortus van 28 september lanceert “Osez le féminisme!” de campagne #NonCoupable28 samen met drie feministische organisaties uit Marokko, Portugal en Spanje. Zo willen zij de wereld eraan herinneren dat de toegang tot vrijwillige zwangerschapsonderbreking een fundamenteel recht is. Vandaag is abortus enkel een relatieve vrijheid, onderworpen aan de wil van de wetgever en de willekeur van de artsen.

Deze vrouwen stellen zich de volgende vraag: “Hoe is het mogelijk dat in 2015 elk land van de Europese Unie nog steeds zijn eigen abortuswetgeving heeft?” Het is hoog tijd dat het abortusrecht wordt opgenomen in het Europees Verdrag van Grondrechten. Juist doordat dit Verdrag het eerste instrument was dat de rechten in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens concretiseerde en dwingend maakte, is het niet alleen belangrijk omwille van de reikwijdte van de fundamentele rechten die het beschermt maar ook omwille van het beschermingsmechanisme dat Straatsburg instelde om schendingen te onderzoeken en erover te waken dat de landen hun verplichtingen nakomen. Het recht op abortus verankeren in heel Europa betekent niet alleen dat abortus gegarandeerd is voor alle Europese vrouwen maar ook dat de strijd wordt aangebonden om dat recht uit te breiden naar heel de wereld.

De Perruche-rechtspraak29 stelde voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de kwestie van het onderscheid tussen het recht op abortus en het recht op de vraag naar een abortus. Die jurisprudentie noemt abortus een vrijheid − en dus geen recht − die valt onder artikel 8 van het Europees Verdrag ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Gelukkig hebben sinds die rechtspraak van 2006 recente internationale resoluties aangetoond dat de evolutie naar een erkenning van het recht op abortus als een vrouwenrecht tot de mogelijkheden behoort.

De Resolutie van 16 april 2008 van de Raad van Europa30 (Parlementaire Vergadering) besluit: “Een verbod op abortus leidt niet tot een daling van het aantal abortussen maar vooral naar clandestiene abortussen. (…) De Vergadering bevestigt dat elk menselijk wezen, en de vrouw in het bijzonder, recht heeft op respect voor de fysieke integriteit en de vrije beschikking over zijn/haar lichaam. In die context ligt de uiteindelijke beslissing om al of niet een abortus te laten uitvoeren bij de vrouw die daarvoor moet beschikken over de nodige middelen om dit recht doeltreffend uit te oefenen. (…) De Vergadering nodigt de lidstaten van de Raad van Europa uit om: 1. abortus binnen een redelijke termijn van de zwangerschap uit het strafrecht te verwijderen, indien dit al niet gebeurd is; 2. de daadwerkelijke uitoefening van het recht van de vrouw op veilige en wettelijke zwangerschapsonderbreking te garanderen; 3. alle vrouwen de keuzevrijheid te bieden en de voorwaarden te vervullen voor een vrije en verlichte keuze zonder daarom specifiek abortus te promoten; en 4. de beperkingen die de jure of de facto de toegang tot veilige abortus verhinderen, op te heffen.”

In paragraaf 60 van de Resolutie van het Europees Parlement van 14 januari 2009 over de situatie van de grondrechten (2004-2008) lezen we: het Europees Parlement “onderstreept de noodzaak de bevolking bewuster te maken van het recht op seksuele en reproductieve gezondheidszorg, en doet een beroep op de lidstaten om erop toe te zien dat vrouwen deze rechten volledig kunnen uitoefenen, om adequate seksuele voorlichting, informatie en diensten voor vertrouwelijk advies in te voeren en de toegang tot contraceptiemethoden te vergemakkelijken om niet-gewenste zwangerschappen en gevaarlijke en illegale abortussen te voorkomen (…).”31

Tot slot is er nog het Rapport van de Commissie voor de rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 2011.32 In zijn rapport over de wrede, inhumane en mensonterende behandeling preciseert Juan E. Méndez: “De speciale verslaggever roept alle landen op erover te waken dat de vrouwen toegang hebben tot dringende medische zorgen, daarbij inbegrepen verzorging na een abortus, zonder vrees voor strafsancties of represailles.”

Besluit

Uit de actualiteit blijkt dat het recht op abortus heel wat vooruitgang heeft geboekt maar dat het toch een fragiel en bedreigd recht blijft. De ethische beschouwing wijst op het gewicht van de individuele en collectieve waarden in dit dilemma. Dat komt op twee niveaus tot uiting: het statuut van menselijk leven vóór de geboorte in de verschillende stadia en de bescherming die het verdient, tegenover de plaats die toegekend wordt aan individuele vrijheden, in het bijzonder de autonome beslissing van de vrouwen die ongewild zwanger zijn.

Die moeilijke vragen krijgen soms zeer afgetekende antwoorden. Sommigen zijn van oordeel dat een foetus al vanaf de bevruchting een menselijk wezen is. De 40.000 betogers van de “Mars voor het Leven” in Parijs in 2014 vormen het bewijs van het ontegensprekelijke succes van die beweging die ijvert voor de afschaffing van abortus.

De strijd voor het recht op abortus is nochtans op meer dan één manier voorbeeldig: hij is de speerpunt en het symbool van een nieuw feminisme dat ijverde voor gelijkheid en in de jaren zestig en zeventig in Europa de kop opstak.

26 jaar werd gevochten om die ene mythe de wereld uit te helpen: dat het in de aard van de vrouw ligt kinderen te baren. Dit resultaat wordt vandaag bedreigd door het discours dat vrouwen te pas en te onpas abortus laten uitvoeren. Het wijst op een achteruitgang in de mentaliteit en introduceert de idee dat vrouwen onverantwoordelijk zijn en ondoordacht handelen. Abortussen bij gevorderde zwangerschappen en de vooruitgang van de neonatologie met als voorwendsel dat de medische wetenschap nu al baby’s van amper 26 weken kan redden alsook de erkenning van de foetus als persoon, vormen ernstige bedreigingen.

Enkel een wetgeving die het recht van de vrouw op haar lichaam respecteert, gekoppeld aan een gunstige omgeving zoals seksuele opvoeding op school voor allen, toegankelijke diensten voor gezinsplanning en de toegang tot noodcontraceptie, kunnen een structureel antwoord bieden. De pro-leven-beweging is op het oorlogspad. Ze beschikt over de nodige financiële middelen en machtige lobby’s, en haar aanvallen zijn vooral ideologisch en politiek. Daar tegenover staat dat clandestiene abortussen en het feit dat er wereldwijd om de 9 minuten een vrouw sterft, bewijzen dat we hier voor een grote maatschappelijke uitdaging staan. Die strijd moet dan ook op drie fronten uitgevochten worden. Juridisch met het oog op de erkenning van een verworven vrouwenrecht, op het vlak van sociale bescherming en gezondheidszorg voor de vrije toegang tot de betrokken diensten en politiek door en voor de vrouwengroepen.

Alex Mauron uit Genève Selon, deskundige bio-ethiek, zegt hierover: “Enkel een geleidelijke interpretatie van het leven voor de geboorte houdt rekening met het onderscheid tussen een verzameling van enkele cellen en een gedifferentieerde foetus, een interpretatie die overigens duidelijk de gemeenschappelijke ervaring van de meerderheid van de mensen weerspiegelt. Het hanteren van een termijn waarbij de vrouw het recht heeft op een vrijwillige zwangerschapsonderbreking tijdens het eerste trimester van de zwangerschap wijst erop dat hier een duidelijk onderscheid wordt gemaakt. Het respecteert de individuele vrijheid en het recht op zelfbeschikking van de vrouw, des te meer daar het gaat om het begin van prenataal leven.”

Abortus heeft altijd al veel vragen opgeroepen. Zo werd de praktijk ervan eerst getolereerd, daarna verboden en uiteindelijk, sinds enkele decennia, in zekere mate goedgekeurd. Op zo’n omvattend onderwerp kan moeilijk met een simpel ja of neen geantwoord worden. We zullen ons antwoord op een genuanceerde manier moeten rechtvaardigen. Abortus is een moeilijke keuze en de beslissing ligt enkel bij de zwangere vrouw.

Democratie is een egalitair proces en is bedoeld om − al dan niet vrijwillige − onrechtvaardigheden uit de wereld te helpen en sociale vooruitgang te realiseren.

De recente stellingnames van internationale organisaties stemmen ons hoopvol: er kan opnieuw vooruitgang geboekt worden om dit nu zo bedreigde recht te verankeren. De strijd gaat voort.

Morgane De Meur (mdemeur@ulb.ac.be) studeert internationaal recht aan de Université libre de Bruxelles. Ze werkt als juriste voor de Fédération des étudiants francophones (FEF).


1 Zie: http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&c....

2 Het Centre d’Action Laïque (CAL) realiseert in 2010 een pedagogisch dossier en een documentaire van 26 minuten: Le corps du délit. 20 ans du droit à l’avortement en Belgique.

3 N. Gallus, Bioéthique et droit, Anthemis, 2013, p. 76.

4 Stemming in de Senaat op 24 oktober 1989.

5 Zie: http://www.histoire-des-belges.be/au-fil-du-temps/epoque-contemporaine/r... Brief van de Koning aan de Eerste minister, 30 maart 1990.

6 Zie: http://www.rtbf.be/info/belgique/detail_la-loi-qui-depenalise-l-avorteme.... Gepubliceerd op 7 april 2015.

7 Zie: http://www.avortementivg.com/monde/avortement-pardon-exceptionnel-a-locc.... (11 mei 2015)

8 Lisa B. Haddad en Nawal M. Nour, “Unsafe Abortion: Unnecessary Maternal Mortality”, Rev. Obstet, Gynecoly, vol. 2, nr. 2, voorjaar 2009. Zie: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC2709326/.

9 Arte, Avortement, un droit menacé en Europe, 6 maart 2015. Zie: http://info.arte.tv/fr/avortement-un-droit-menace-en-europe.

10 N. Gallus, op. cit., p. 66.

11 Beleidsverklaring Justitie, 17 november 2014, p. 30.

12 Maandblad van het Centre d’action laïque, maart 2015, nr. 437, p. 6-8.

13 Advies nr. 33/2009 van 25 november 2009.

14 OVSE: Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.

15 Maandblad van het Centre d’action laïque, november 2014, nr. 433, p. 23-25.

16 LGBT: lesbian, gay, bisexual, transgender. http://www.lefigaro.fr/politique/le-scan/citations/2015/11/27/25002.

17 Louis Hausalter, “Paca: Marion Maréchal-Le Pen veut supprimer les subventions au planning familial”, http://www.marianne.net/paca-marion-marechal-pen-veut-supprimer-les-subv....

18 “Le planning familial américain bientôt privé de fonds publics?” Zie: http://www.avortementivg.com/etats-unis/le-planning-familial-americain-b....

19 “Les services de santé de première ligne en Belgique sont-ils sur la voie du changement?” Cahier Sc, nr. 37, Course d’obstacles, juli 2006.

20 Europees Verdrag voor gendergelijkheid 2011-2020.

21 Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM), Vrouwen en mannen in België, Genderstatistieken en –indicatoren, 2012.

22 RVA, Ouderschapsverlof - Evolutie van de verhouding mannen/vrouwen van 2002 tot 2012. Zie : http://www.rva.be/sites/default/files/assets/publications/Etudes/2014/Co....

23 Le calumet, nr. 3, 2006, p. 8.

24 Maandblad van het Centre d’action laïque, november 2014, nr. 433, p. 47-49.

25 CEDH, 5 september 2002, Boso tegen Italie.

26 N. Gallus, op. cit., p. 60

27 Geneviève Schamps, “L’autonomie de la femme et les interventions biomédicales sur son corps en droit belge”, in A. Aouij-Mrad en B. Feuillet-Liger (dir.), Corps de la femme et Biomédecine: Approche internationale, Bruylant, p. 39-68.

28 #NonCoupable, une mobilisation internationale pour le droit à l’avortement. Zie: http://www.osezlefeminisme.fr/article/cp-noncoupable-une-mobilisation-in....

29 CEDH, 6 octobre 2005, Draon c. France, affaire no 11810/03 et CEDH, 21 juin 2006, Maurice c/ France, affaire no 11810/03. De jurisprudentie die voortvloeit uit het arrest “Perruche”: het Franse Hof van Cassatie was op 17 november 2000 van oordeel dat Nicolas Perruche, een gehandicapte man van 19 jaar, integraal moest vergoed worden voor het materiële en morele letsel in de mate dat een foute diagnose voor de geboorte zijn moeder niet in de mogelijkheid had gesteld om haar recht op abortus uit te oefenen.

30 Europese Raad, “Accès à un avortement sans risque et légal en Europe”. Zie: http://assembly.coe.int/nw/xml/XRef/Xref-XML2HTML-FR.asp?fileid=17638&la....

31 Europees Parlement, Situatie van de grondrechten in de Europese Unie (2004-2008), Resolutie aangenomen op 14 januari 2009. Zie: http:// http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+P6-T....

32 Juan E. Méndez, “Rapport du Rapporteur spécial sur la torture et autres peines ou traitements cruels, inhumains ou dégradants”. Zie: http://www.ohchr.org/Documents/HRBodies/HRCouncil/RegularSession/Session....