Het wereldmonster van Yanis Varoufakis

Auteur: 
Henri Houben

Yanis Varoufakis is de huidige Griekse minister van Financiën in een regering, geleid door Syriza (in zekere zin een coalitiepartij van radicaal links). Zelf is hij geen lid van die partij, maar in het milieu wel een redelijk bekend economist die zich specialiseerde in de speltheorie.

     Hij werkte als adviseur voor Giorgos Papandreou. Dat bleef hij van 2004 tot 2006, voordat Papandreou in 2009 aan de macht kwam als eerste minister voor de PASOK (de sociaaldemocratische partij). De meningsverschillen tussen de twee mannen stapelen zich op. De opvattingen van Yanis Varoufakis zijn kritischer en radicaler dan de posities die de leider van de PASOK bereid is in te nemen. Als hevige tegenstander van de besparingsplannen die de opeenvolgende regeringen uitwerken, ziet hij zich in 2011 zelfs verplicht de wijk te nemen naar de Verenigde Staten, naar de universiteit van Austin in Texas, om verder te kunnen blijven lesgeven. Hij zoekt daarna meer en meer toenadering tot Alexis Tsipras en achter het vaandel van Syriza wordt hij bij de laatste verkiezingen in januari 2015 gekozen tot volksvertegenwoordiger. Hij noemt zichzelf een “libertair marxist”.

     Zijn belangrijkste werk, The Global Minotaur, werd naar het Frans vertaald.[1] Het is een diepgaande studie over de huidige crisis die begon bij het uiteenspatten van de vastgoedzeepbel in de Verenigde Staten en aanhoudt doorheen het permanent ontbreken van evenwicht binnen de eurozone. Een crisis waarvan Griekenland een van de belangrijkste slachtoffers is. Laat dit meteen gezegd zijn: in grote lijnen sluit zijn analyse aan bij de analyse die wij zelf maakten in ons boek De veertigjarige crisis.[2] We kunnen alleen maar aanbevelen zijn boek te lezen.

     Yanis Varoufakis begint bij de beurskrach van 1929 en beschrijft de gebeurtenissen die elkaar sinds die datum hebben opgevolgd. Hij legt uit hoe men een wereldwijd plan opvatte waarmee men een nieuwe recessie trachtte te voorkomen. De akkoorden van Bretton Woods, uitgewerkt door de Britse economist John Maynard Keynes en Harry Dexter White, medewerker bij het US Department of the Treasury[3], vormden een van de fundamenten van dit plan. Het kwam erop aan de wereldeconomie te stabiliseren, maar onder de vlag van Washington. Alle munten moesten tegen dollars inwisselbaar zijn en alleen de dollar was nog converteerbaar tegen goud. En dat allemaal aan vaste wisselkoersen.

     Het voordeel was dat op dat moment in de wereld een relatieve ‘pax americana’ heerste. (Een beetje zoals de vrede in het Middellandse Zeegebied in de 1e en de 2e eeuw na Chr. en die we de ‘pax romana’ noemen). Het nadeel was dat de Verenigde Staten alles dirigeerden in het eigen voordeel. En ze hebben flink misbruik gemaakt van die onvoorstelbaar grote macht. Zo besliste de Amerikaanse president Richard Nixon in 1971 naar aanleiding van de opeenstapeling van de overheidstekorten en de enorme druk die op de dollar begon te wegen[4], dat de waarde van de dollar niet langer inwisselbaar was tegen goud en even later ook dat het was afgelopen met de vaste wisselkoersen.

     Daar situeert Yanis Varoufakis een ommekeer in de Amerikaanse strategie. Hun wereldplan werkt niet meer. Gezien het dubbele tekort, op de overheidsfinanciën en op de buitenlandse rekeningen, moet er geleidelijk iets anders in de plaats komen. Het gaat om een fundamentele verandering. Voor de eerste keer in de geschiedenis is de dominante natie niet langer netto exporteur, van goederen en kapitaal. Integendeel, het wordt een netto importerend land. En om zijn tekorten te financieren moet het zich steeds meer in de schulden steken.

De auteur noemt dit nieuwe programma de “planetaire Minotaurus”, meteen ook de titel van zijn boek, naar een oude, Griekse of beter Kretenzische mythe. De Minotaurus is een woest monster met het lichaam van een man maar de kop van een stier. Het was zo bloeddorstig dat Minos, de koning van Kreta[5], het opsloot in een door Daedalus (en zijn zoon Icarus[6]) speciaal gebouwd labyrint, waaruit je onmogelijk kon ontsnappen. Om het beest te voeden moesten er jaarlijks (of, in een andere versie, om de zeven jaar) veertien jonge mensen, zeven jongens en zeven meisjes, worden aangevoerd uit Athene. Uiteindelijk doodt de held Theseus het beest, hierbij geholpen door Ariadne, de dochter van Minos. Zij weeft een lange garendraad, waarmee haar geliefde in het labyrint de weg kan terugvinden nadat hij het monster heeft gedood.

     Yanis Varoufakis illustreert de economische wereldsituatie aan de hand van deze mythe. Zoals het monster van Kreta incasseert Washington tol van de rest van de wereld die moet instaan voor een toevloed van kapitaal naar de Verenigde Staten. En het land verslindt al die fondsen om zich te voeden. In zijn voorwoord bij de Franse uitgave verduidelijkt de auteur zijn opvatting: “Diezelfde zuigpomp die de kapitaaloverschotten – het surplus – van de wereld naar Wall Street deed vloeien, heeft ervoor gezorgd dat gebeurt wat ik in dit boek de ‘mondiale herbelegging (recycling) van overschotten’ noem: geldoverschotten afkomstig van de rest van de wereldbol haasten zich naar Wall Street en maken zo de aankoop mogelijk van productieoverschotten uit de hele wereld die de Amerikaanse economie gretig opsoupeert. In die zin had de titel van dit boek evengoed ‘de planetaire stofzuiger’ kunnen zijn.”[7] Maar het werd dus De Minotaurus.

     Natuurlijk kan een dergelijk systeem niet blijven duren. Die groei op basis van krediet is gewoon onhoudbaar. Op een dag moet dat wel ontploffen. En dat gebeurt dus, vanaf 2007, met de subprimes. En hier citeert de economist de oud-voorzitter van de Amerikaanse centrale bank (1979-1987) en adviseur van Obama (2009-2011), Paul Volcker die in april 2005 voorspelde: “Het cement (van het economisch succes van de Verenigde Staten) is een massale en toenemende stroom van kapitaal, afkomstig uit het buitenland, voor een totaal van meer dan twee miljard dollar per werkdag en die neemt nog constant toe.”[8] Volcker besluit: “Het probleem is dat dit schijnbaar comfortabel model niet oneindig kan duren. Ik ken geen enkel land dat erin is geslaagd gedurende lange tijd te consumeren en 6 % meer te investeren dan het zelf produceert. De Verenigde Staten slorpen meer dan 80 % op van de totale netto geldstroom aan internationaal kapitaal.”[9]

     Alleen, in de realiteit is er geen Theseus om de kolos te vloeren en geen draad van Ariadne. En zo komen we terecht in wat de Griekse economist de “faillietocratie” noemt, dat wil zeggen een periode waarin de Minotaurus wel is gevallen, maar er niet echt iets in de plaats is gekomen. We citeren de auteur die besluit met een cynische uitroep: “Maar nu de rest van de wereld steeds minder kapitaal injecteert in bedrijven en vastgoed en de Verenigde Staten steeds minder goederen uit de rest van de wereld invoeren, kunnen we er zeker van zijn dat het monster dood is en dat er niets voor in de plaats is gekomen, dat in staat is het zo belangrijke proces van recycling van overschotten weer op gang te brengen. Laat ons dus vol verdriet uitroepen: de planetaire Minotaurus is dood! Leve het deficit van Amerika!”[10]

     Er bestond eind jaren zeventig tot in 2008 inderdaad een soort systeem waarbij de Verenigde Staten de vruchten plukten van de productie in de rest van de wereld. Met de crisis van de subprimes is dat uit elkaar gespat. En we zitten nu effectief in een situatie waarin de economie weer een klein beetje opleeft, zo goed en zo kwaad als het gaat, en aan een ritme dat zeer sterk varieert van regio tot regio. Maar het accumulatieritme heeft helemaal niks meer te maken met de groei in de periode 1960-1990.

     Toch zijn er twee belangrijke opmerkingen te maken bij dit werk. Ten eerste, de auteur stelt het voor alsof het een bewuste strategie is van de Amerikanen om de hele planeet te overheersen, of dat nu is met een wereldwijd plan of met het Minotaurus-programma. Alsof het een weldoordacht en bewust uitgewerkt beleid van het establishment is. De termen die hij gebruikt en die mythe zijn niet zomaar een mentale constructie zodat ook lezers die minder goed thuis zijn in de problematiek, het gemakkelijk kunnen begrijpen. Yanis Varoufakis heeft het over ‘de architecten’ van het wereldwijde plan, en over ‘het uitdenken’ en ‘ten uitvoer brengen’ van dit plan, alsof het echt bedacht is. Ook over de planetaire Minotaurus schrijft hij in gelijkaardige bewoordingen.

     Jammer genoeg is een dergelijk scenario weinig geloofwaardig. Het wekt de indruk dat er bepaalde duistere krachten aan het werk zijn. Die zouden in staat zijn zulke gigantische plannen te ontwerpen en uit te voeren op internationale schaal zonder ook maar enige weerstand. En zonder enig probleem, dat de realisatie ervan zou kunnen verstoren. Met dit soort redeneringen kom je al vlug terecht bij complottheorieën. Neen, in feite gaat het om een hele reeks beslissingen, genomen op verschillende niveaus. Sommige weliswaar heel discreet, maar dan toch met een meer beperkt doel. We denken bijvoorbeeld aan de strategie van containment (indamming) om de vooruitgang van de volksmacht en de communistische krachten te stoppen, wat dan resulteert in de Koude Oorlog of in het Marshallplan. Dat het kapitalistisch systeem zo stabiel blijft, heeft te maken met een combinatie van verschillende manoeuvres, los van elkaar uitgedacht, en in samenhang met de huidige realiteit van het wereldkapitalisme. Het subtiele proces van het op elkaar afstemmen van al die manoeuvres gebeurt via mechanismen inherent aan het systeem, omdat elke speler zich eraan aanpast. De regeringen voeren een keynesiaans beleid, de vakbonden vragen loonsverhogingen en sociale zekerheid om het lot van de werknemers te verbeteren enzovoort. Om dat uit te leggen is helemaal geen complot nodig of geheime maatschappijen of zo.

     Voor de jaren zeventig en tachtig is dat nog veel duidelijker. Neoliberale regeringen en conservatieve volksvertegenwoordigers ontmantelden tal van sociale verworvenheden, leverden een gevecht met de vakbonden om hun macht in te dijken, namen allerlei fiscale maatregelen in het voordeel van de rijksten en van de ondernemingen, dereguleerden de financiële markten … Maar niemand kwam op het idee om de kapitaalstroom om te keren, waarbij de Verenigde Staten om steeds meer geld hadden moeten bedelen om te kunnen blijven consumeren, iets wat de machtigste staat van de wereld ontegensprekelijk structureel in een heel kwetsbare situatie plaatst. Dat is het resultaat van een verlies aan competitiviteit van de Amerikaanse industriële bedrijven ten opzichte van hun Europese en voor Japanse concurrenten. De bedrijven hebben dus beslist hun activiteit te verhuizen naar de Derde Wereld of om er gewoon helemaal mee te stoppen en zich voor een aantal basisproducten te bevoorraden in de Derde Wereld. Ook hier gaat het niet om vooraf goed uitgewerkte plannen die vastliggen en naar de letter worden toegepast.

     Ten tweede aarzelt de auteur ook niet om uitwegen uit te crisis te schetsen  die ofwel zeer technisch zijn ofwel zeer verbazend voor een linkse economist. Zo stelt hij drie maatregelen voor die volgens hem Europa uit de problemen kunnen halen: (1) de ECB (de Europese Centrale Bank) moet banken liquiditeiten verschaffen op voorwaarde dat zij een deel van de overheidsschulden die ze in handen hebben, annuleren; (2) de ECB zou de overheidsschulden van de staten moeten overnemen tot een bedrag gelijk aan 60 % van hun bbp, in ruil voor euro-obligaties die de ECB zou uitschrijven en waarbij iedereen van dezelfde voordelige intrestvoeten kan genieten als de ECB zelf; (3) de EIB (de Europese Investeringsbank) zou gebruik moeten maken van de interessante leningen die de ECB kan krijgen om te investeren in de landen binnen de eurozone die in moeilijkheden zijn en om op die manier het surplus te herbeleggen van de landen met overschotten.

     Yanis Varoufakis stelt zelf: “Om samen te vatten, met de eerste twee maatregelen kunnen we ons ontdoen van de schuldencrisis en de derde maatregel zou kunnen fungeren als stut voor de eurozone, als precies dat ene ontbrekende puzzelstukje – het recycling mechanisme dat de eurozone nooit heeft gehad en waarvan het ontbreken als reactie op de krach van 2008 de eurocrisis heeft uitgelokt.”[11] Maar hij voegt toe dat hier niets van in huis zal komen. Berlijn moet immers niets weten van een dergelijke oplossing. De Duitse kanselier zou dan namelijk niet langer de Europese touwtjes in handen hebben.

     Het is ongetwijfeld nodig dat de ECB de lidstaten kredieten verstrekt en een deel van hun schulden verlicht, maar dat blijkt onvoldoende te zijn. We twijfelen er integendeel sterk aan of de rijke landen echt bereid zijn om de industriële ontwikkeling in het zuiden en het oosten van Europa te financieren indien dat niets oplevert voor hun multinationals. Als we Varoufakis mogen geloven zouden we de crisis kunnen oplossen door een eenvoudig mechanisch spelletje van financiële transfers binnen de Unie waar uiteindelijk iedereen bij zou winnen. Maar er moet wel iemand zijn die betaalt en het zou toch beter zijn als dat diegenen zijn die hiervoor de middelen hebben. Anders zullen het de werkende mensen en de uitkeringstrekkers zijn die er de gevolgen van zullen ondervinden, zoals nu het geval is in Griekenland, Spanje, Portugal, Ierland en elders op het continent. De ‘redelijke en vreedzame’ oplossing die Varoufakis wenst, maakt slechts weinig kans. Behalve als de volkeren in beweging komen voor dergelijke solidariteit en overwinningen behalen op dat vlak. Maar de volksbewegingen hebben dat niveau nog niet bereikt en de Griekse economist roept hiervoor ook niet echt op (hij heeft het zo goed als niet over sociale strijdbewegingen).

     Nog verbazender is dat de auteur zijn hoop stelt op het Witte Huis om de wereld uit de huidige recessie te halen. Hij legt uit: “Vermits Europa zichzelf buiten spel heeft gezet en de opkomende landen klem zitten tussen enerzijds de crisis en anderzijds het ontbreken van enige traditie om de wereld opnieuw uit te vinden op wereldschaal, zijn het nog maar eens de Verenigde Staten die, ditmaal misschien wel voor de laatste keer, de loop van de geschiedenis in handen moeten nemen. Om het simpel te stellen, ik zie niet hoe anders reëel vooruitgang zou kunnen geboekt worden met een steekhoudend systeem dat echt leidt tot herbelegging van overschotten.”[12] Het enige wat de Amerikaanse elite moet doen, is zich bewust worden van het feit dat de planetaire Minotaurus echt definitief is begraven en dat, als ze er nu niet anders tegenaan gaan kijken en handelen in het algemeen wereldbelang, die wereld straks de gebeurtenissen van de jaren dertig opnieuw zal beleven, en wellicht veel erger.

     Dat zijn toch wel vreemde beweringen. Hij zoekt de oplossingen niet zozeer bij het mobiliseren van de volksmassa’s, maar wel bij de goede wil van verlichte Amerikaanse leiders. Er is in de hele geschiedenis, want daar moeten we ons toch op verlaten, nergens een dergelijk voorbeeld aan te tonen. Het zijn de krachtsverhoudingen, dikwijls gewelddadige krachtsverhoudingen, die eventueel de heersende klasse dwingen tot toegevingen, om niet langer zo inhalig en hebzuchtig te zijn, om wat beter na te denken over het overleven van het kapitalisme.

     We kunnen dromen dat er een nieuwe Keynes opstaat aan de overzijde van de Atlantische oceaan. Keynes verscheen op het toneel tussen twee wereldoorlogen, de zwaarste economische crisis in de geschiedenis van de mensheid en de opkomst van de nazigruwel aan de ene kant en het communisme als alternatief systeem aan de andere kant. Toen stond voor de leidende elite het kapitalisme op het spel. De volkeren konden zich toen massaal tot het Sovjetsocialisme wenden. In Spanje en in Frankrijk wonnen volksfronten de verkiezingen, hoe ambigu en broos die coalities ook waren. Maar vandaag is dergelijke situatie nog ver weg. De arrogantie van zowel de Amerikaanse als de Europese bourgeoisie is nog helemaal niet ten einde. Kijk maar naar hoe de Europese leiders omgaan met het kleine beetje toegevingen dat Athene vandaag vraagt.


[1]    Yanis Varoufakis, Le Minotaure planétaire: L’ogre américain, la désunion européenne et le chaos mondial, Enquêtes & Perspectives, december 2014, 381 p. (In 2014 was “Enquêtes & Perspectives” de naam van een reeks van de Franse uitgeverij Éditions du Cercle; in 2015, wordt die “Retour aux sources.”). Minotaurus staat in de Griekse mythologie symbool voor een allesverslindend monster ; de auteur gebruikt het als een symbool voor de Amerikaanse veelvraat en de chaos in de wereld en in Europa.

[2]    Henri Houben, De veertigjarige crisis. Het einde van het kapitalisme?. Nederlandse vertaling bij EPO, Antwerpen, 2015, 365 p. Voor het eerst in het Frans gepubliceerd in 2011. In hetzelfde jaar als de eerste publicatie, in het Engels, van het boek van Varoufakis. Beide boeken zijn dus quasi gelijktijdig gepubliceerd, evenwel totaal onafhankelijk van elkaar.

[3]    Het Amerikaanse ministerie van Financiën.

[4]    De overheidstekorten worden gefinancierd door het bijmaken van geld, wat de inflatie voedt. Dat leidt tot feitelijke waardevermindering van de dollar: die wordt minder waard omdat je door de stijging van de prijzen minder kunt kopen voor hetzelfde geld. Maar die dollar kan dus helemaal niet devalueren omdat het systeem van Bretton Woods op vaste wisselkoersen is gebaseerd met de dollar als basis en reservemunt.

[5]    Tussen ongeveer 2100 en 1200 voor Chr. staat de beschaving op het eiland Kreta op een voor die tijd erg hoog peil. Ze overheerst heel het oostelijke Middellandse zeegebied. Deze glorietijd van Kreta wordt aangeduid als minoïsche cultuur (naar de naam van koning Minos, ook al was dit een personage uit een legende).

[6]    Onderwerp van een andere beroemde Griekse mythe. Pieter Breughel de Oude maakte daarvan een buitengewoon mooi schilderij (Museum voor Schone Kunsten in Brussel).

[7]    Varoufakis, Le Minotaure…, op. cit., p. 28.

[8]    Op. cit., p. 215.

[9]    Op. cit., p. 216.

[10]  Op. cit., p. 318.

[11]  Op. cit., p. 298-299.

[12]  Op. cit., p. 354.