Hoe vergaat het Venezuela na 17 jaar ‘socialisme van de 21e eeuw’?

Auteur: 
André Crespin

De voorbije vijf jaar[1] vonden in Venezuela een aantal belangrijke gebeurtenissen plaats die de Bolívariaanse revolutie dooreen hebben geschud. Die revolutie begon in 1999 en ontleent haar naam aan Simón Bolívar (1783-1830), een Venezolaanse generaal en politicus. Bolívar leverde een enorme bijdrage aan de onafhankelijkheid van landen zoals Bolivia, Columbia, Ecuador, Panama, Peru en Venezuela. Hij droomde van één grote confederatie die heel Latijns-Amerika zou verenigen. En het is onder andere die droom over een eenmaking van de latino-landen, bevrijd van de aanwezigheid van het Amerikaanse imperialisme, die vandaag de Bolívariaanse revolutie in Venezuela inspireert.

     Het overlijden van de ontegensprekelijk charismatische leider Hugo Chávez op 5 maart 2013 betekent ongetwijfeld een keerpunt in de geschiedenis van het Caribische land. Een maand later[2] werd Nicolás Maduro, de opvolger die Chávez zelf had aangeduid, verkozen en het moorddadige geweld begin 2014 en de grote en terugkerende schaarstes van de voorbije jaren moeten alle in hetzelfde licht van die klassenstrijd worden gezien. De economische stabiliteit van het land werd bovendien enorm bedreigd door objectieve internationale factoren zoals de spectaculaire daling van de olieprijs per vat.

     Hoe zijn het land en de Bolívariaanse revolutie in die veranderende en geladen context geëvolueerd? Is het concept van het socialisme van de twintigste eeuw in de loop der tijd duidelijker geworden? Loopt de kapitalistische economie die door het kamp van Chávez zo verguisd wordt, het risico vervangen te worden door een gesocialiseerde economie? Welke voortrekkersrol kan de Verenigde Socialistische Partij van Venezuela (PSUV) spelen? Over die vragen buigen we ons in dit artikel.

Onder permanente imperialistische dreiging

The Wikileaks Files[3], een recent en zeer verhelderend werk, wijdt een volledig artikel aan Venezuela. Het boek verzamelt de opmerkelijkste ‘telegrammen’ ofwel interne en geheime informatie van hoge Amerikaanse diplomaten over Latijns-Amerika. Naargelang de lekken elkaar opvolgen, is er één constante die telkens weer naar boven komt en die de lezer perplex laat: de diepgewortelde angst van de Verenigde Staten voor Chávez en het alternatief dat hij vandaag nog steeds belichaamt en symboliseert. “De Verenigde Staten zagen ‘radicaal populistische’ leiders als een opkomende nationale bedreiging voor de veiligheid” gaf de bevelhebber van het Amerikaanse leger in Zuid-Amerika in 2004 al te kennen (SOUTHCOM).[4] Daarnaast zijn er vergaderingen van de VS-ambassadeurs om gecoördineerde strategieën te ontwikkelen om de ‘dreiging’ van de regio, en in de eerste plaats Venezuela, te counteren. Washington ontvangt alarmerende verslagen over “de agressieve plannen van Chávez ... voor een Bolívariaanse beweging ter eenmaking van Latijns-Amerika”. En wat verder: “... het is duidelijk dat we meer (en meer flexibele) middelen en instrumenten nodig hebben om Chávez’ inspanningen om tot een grotere heerschappij over Latijns-Amerika te komen ten koste van het leiderschap en de belangen van de Verenigde Staten, tegen te kunnen gaan”. Bij mogelijke pistes om die dreiging in de kiem te smoren, horen uiteraard ook louche voorstellen en de toenadering tot en het verstevigen van de banden met de militaire leiders uit de streek.[5]

     Via een eenvoudige zoekopdracht in de leaks over Latijns-Amerika leren we trouwens dat Venezuela 9.424 wordt vermeld. Dat is bijna een record. Alleen Brazilië, de eerste economie van het continent en een land met een bevolking die zeven keer groter is dan die van de thuishaven van Chávez, wordt nog vaker vernoemd (9.633 keer). Ter vergelijking: de andere twee Latijns-Amerikaanse economische zwaargewichten komen slechts 8.966 keer (Mexico) en 5.653 keer (Argentinië) voor.[6] In de ogen van de Amerikanen zijn Chávez en zijn project duidelijk van strategisch belang. Men zou zelfs kunnen zeggen dat het hier om een echte obsessie gaat.

     Deze berichten leggen uiteindelijk de volledige strategie van de Amerikanen bloot om zich van Chávez te ontdoen. We zien dat het USAID, officieel het Amerikaanse agentschap voor ontwikkelingshulp en het OTI (Office of Transition Initiatives), als echte Trojaanse paarden van het Amerikaanse imperialisme, een belangrijke rol spelen. In een geklasseerd geheim document uit november 2006 beschrijft de toenmalige ambassadeur William Brownfield de vijf actieterreinen waarop zijn pionnen tussen 2004 en 2006 actief waren: (1) de versteviging van de democratische instellingen, (2) het binnendringen van de politieke basis van Chávez, (3) het scheppen van verdeeldheid binnen het kamp van Chávez, (4) de bescherming van de belangrijkste Amerikaanse bedrijven en (5) het isoleren van Chávez op internationaal vlak.[7]

     De activiteiten van elk van deze terreinen worden haast dagelijks opgevolgd. De diplomaten zijn in de wolken met elke geboekte vooruitgang of ontstemd wanneer ze tegenslagen op het terrein vaststellen. De diplomaten hebben ook bijgedragen aan onder andere de financiering en de oprichting van tientallen organisaties van allerlei kaliber, maar ze beklagen zich over het feit dat die zonder Amerikaans infuus niet levensvatbaar zijn. Dit toont dan weer de totale afwezigheid van een draagvlak van die organisaties bij de Venezolaanse bevolking: “Zonder onze permanente hulp zouden de organisaties die we hebben helpen oprichten en waarmee Venezuela duidelijk het meeste kans heeft op een opener democratisch systeem, waarschijnlijk moeten worden opgedoekt [...]. Onze financiering geeft die organisaties de zuurstof waar ze naar snakken.”[8]

     De diplomaten beklagen zich op andere plaatsen over de bestaande en soms hoog oplopende spanningen tussen de verschillende leden en stromingen van de oppositie die zij zelf op alle mogelijke manieren proberen te verenigen. En dat terwijl het net heel moeilijk lijkt om aan het chávistische kamp te tornen.

     Op internationaal vlak blijken de pogingen om Chávez te isoleren op niets uit te lopen. Zo is er PetroCaribe, een alliantie tussen de Caribische landen en Venezuela, dat de grootste Latijns-Amerikaanse uitvoerder is van aardolie. Dankzij PetroCaribe kunnen die landen aan voordelige voorwaarden aardolie kopen, waardoor velen zich voor hun olie liever tot Caracas wenden dan tot Exxon of Texaco. De Bolívariaanse Alliantie voor de Volkeren van Ons Amerika (ALBA) wint aan belang.[9] Als socialistisch land speelt Cuba hierbij een centrale rol. UNASUR, de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties ziet het licht. Ondertussen maakt Venezuela ook deel uit van Mercosur, de gemeenschappelijke markt van het zuiden, hoewel de Verenigde Staten er alles aan hebben gedaan om de Argentijnen en Brazilianen te overtuigen afstand te nemen van Chávez. Eens te meer zonder succes. Intussen interpreteren de Amerikaanse diplomaten de veranderingen op het continent op hun eigen manier: “De Venezolaanse president Hugo Chávez probeert op een agressieve manier Latijns-Amerika op te splitsen tussen zij, die dit populistische, anti-Amerikaanse beleid en de autoritaire boodschappen slikken en zij, die het beleid en de instellingen op basis van de vrije markt en democratische waarden proberen in te voeren en te verstevigen.”[10]

     De documenten die Wikileaks onthulde, zijn slechts het topje van de ijsberg van de Amerikaanse inmenging in Venezuela en op het gehele continent. Dit alles maakt deel uit van de VS-pogingen om Chávez te destabiliseren, te isoleren en omver te werpen. En tussen de regels lezen we heel duidelijk hoe het Amerikaanse imperialisme geen steen op de andere laat om daarin ook te slagen. Met alle wettelijke middelen, uiteraard, maar ook op niet zo legale manieren. Wikileaks bewijst zo ondubbelzinnig de rol van de Verenigde Staten in de staatsgreep tegen Chávez in 2002.

     Zolang Venezuela de Amerikaanse belangen blijft ‘bedreigen’ en zolang het voor veel andere landen in de wereld een geloofwaardig maatschappelijk alternatief blijft vormen, zal het land zijn ingeslagen weg nooit rustig kunnen bewandelen. Als Maduro en zijn regering dagelijks klagen over de mediaoorlog en de economische oorlog, dan is dat geen kletspraat. Ze moeten voortdurend vechten tegen de gevolgen ervan. En dat remt, verstoort en compromitteert het revolutionaire proces. De Latijns-Amerikaanse geschiedenis leert ons bovendien dat het Amerikaanse imperialisme nooit heeft geaarzeld om, indien ‘nodig’, militair in te grijpen. Hetzelfde geldt voor Venezuela dat een VS-interventie nooit met zekerheid kan uitsluiten.

Tabel 1. De evolutie van enkele indicatoren onder Chávez en Maduro (1999-2015)[11]
Armoede 1999 2013
Extreme armoede 20,1 % (4,6 miljoen mensen) 9,8 % (2,8 miljoen mensen)
Armoede 28,5 % 22,3 %
Totaal armoede 48,7 % 32,1 %
Niet-arme bevolking 51,7 % 67,9%
Totale bevolking 23,7 miljoen 30 miljoen
     
  1999 2012
Gini[12]-coefficient 0,4693 0,4040
     
  2000 2013
Human development index[13] 0,677 0,764
     
Gezondheid 1999 2009
Levensverwachting 72,28 jaar 74,30 jaar (2011)
Ondervoeding van de< 5-jarigen 4,7 % 2,9 % (2011)
Sterftecijfer van de < 5-jarigen 20,87‰ 15,98‰ (2010)
Sterftecijfer van de < 1-jarigen 19,15‰ 13,95‰ (2010)
Verdeling van drinkwater 82 % 95 %
Aansluiting op een riolering 64 % 84 %
     
Economie[14] 1999 2012
Bbp per inwoner uitgerukt in constante US $ 4 078 USD 16 614 USD (2014)
% van het bbp besteed aan de landbouw 4,7 % 5,5 %
Oppervlakte gebruikt voor de productie van graan 675 000 ha 968 000 ha
Vrouwelijke werkloosheid 16,0 % 9,1 %
Mannelijke werkloosheid 13,6 % 7,4 %
Invoer van goederen en diensten (in % van het bbp) 19,2 % 29,5 %

De economie

In augustus 2015 nam de Venezolaanse regering de eenzijdige beslissing om haar landsgrenzen met Colombia op verschillende plaatsen af te sluiten. Met die maatregel wilde ze de grensproblemen met het buurland stevig aanpakken: netwerken van smokkelaars, drugs- en wapenhandel en prostitutie.

     Volgende gegevens tonen de omvang van het probleem: bepaalde bronnen dicht bij de regering melden dat in de Colombiaanse grensstad Cúcuta alleen al negen miljard (!) Amerikaanse dollar wordt gespendeerd aan smokkelwaar uit Venezuela.[15] Uit de cijfers van de Wereldbank blijkt dat dagelijks een miljoen liter brandstof de grens illegaal passeerde om daarna aan Colombiaanse zijde vierenvijftig keer duurder te worden doorverkocht.[16] Daar komen nog de duizenden en duizenden tonnen basisconsumptiegoederen bij die in grote mate door de Bolívariaanse regering zijn gesubsidieerd en die niet alleen langs de grens maar ook in de grote Colombiaanse steden Bogotá, Cali of Medellín terug te vinden zijn, hoewel die verschillende honderden kilometers van de grens zijn verwijderd. President Maduro schat dat ongeveer 30 tot 40 % van die gesubsidieerde producten illegaal naar Colombia worden uitgevoerd.[17]

     Het heeft geduurd tot twee belangrijke macro-economische factoren samenvielen vooraleer de Bolívariaanse regering de koe bij de horens vatte. Enerzijds waren er de tekorten van bepaalde in te voeren basisproducten en anderzijds was er de dramatische terugval van de olieprijzen. Tussen juli 2014 en januari 2015 bleef de prijs voor ruwe olie per vat zakken, van ongeveer 110 dollar tot slechts 45 dollar.[18] Sinds begin 2015 is die daling gestabiliseerd, maar sindsdien blijft de petroleum hangen in een prijsklasse die de manoeuvreerruimte van Venezuela ernstig inperkt.[19] Maduro en zijn team kregen dus te maken met zware economische moeilijkheden. Ze beslisten daarom dat ze de aderlatingen die sinds jaar en dag open en bloot aan de Colombiaans-Venezolaanse grens plaatsvonden, stevig moesten aanpakken.

     Sinds zeventien jaar en dus ook sinds de eerste overwinning van Chávez bij de presidentsverkiezingen van 1998, weten de Venezolaanse politieke verantwoordelijken dat het belangrijk is de economie te diversifiëren. Intussen zijn hiervoor verschillende acties ondernomen, maar in de loop der jaren blijft die prioriteit toch bestaan. In 2009 drong Michel Collon er nog op aan dat “de grote uitdaging voor Venezuela erin bestaat om van een petroleumeconomie met sociale herverdeling over te gaan naar een productieve economie die op verschillende sectoren is gestoeld.”[20]

     Over het geheel genomen, is er maar weinig verbetering te merken in de vele economische uitdagingen waarmee het land al zo lang kampt. Na meer dan vijftien jaar heeft de Bolívariaanse revolutie nog steeds moeite om de productiestructuur van het land behoorlijk te veranderen. De Venezolaanse regering is zich terdege bewust van het dubbele gevaar dat een dergelijke afhankelijkheid van ingevoerde dagdagelijkse producten met zich meebrengt, omdat het land zich door zijn sociaal beleid in het vizier van het imperialisme bevindt. Maar op de vraag of diezelfde regering de economische macht nu wel of niet in handen heeft, is het moeilijk een eenduidig antwoord te geven.

     In tegenstelling tot de meeste andere regeringen in de regio, behoudt de Venezolaanse een stevige greep en controle op een groot deel van de economie. De politieke rechterzijde in Venezuela herhaalt uitentreuren dat dit trouwens een van de belangrijkste oorzaken is van de moeilijkheden die het land doormaakt. De verschillende nationaliseringen van invloedrijke bedrijven in de petroleum- of staalindustrie of de commercialisering van gesubsidieerde goederen in de Mercals[21] bewijzen de wil van de regering om de economie in dienst van het volk te stellen en dat ze er niet is in het belang van enkele rijkaards.

     Maar Caracas is er niet in geslaagd de importinfusen van zich af te schudden die het land van consumptiegoederen voorzien. Zelfs op een basisgebied zoals dat van de landbouw slaagt Venezuela er nog steeds niet in om zelf te produceren wat het nodig heeft. In 2012 werd 46 % van het maïsmeel (een basisvoedingsmiddel van veel Venezolanen) geïmporteerd. Hetzelfde gold voor 53 % van de rijst en 36 % van het vlees.[22] Het Nationale Voedingsinstituut verwoordt de situatie zo: 43,7 % van de beschikbare calorieën in het land zijn afkomstig van het buitenland (cijfers uit 2007). Volgens de cijfers van het Nationaal Instituut voor Statistiek werd 7,57 miljard dollar uitgegeven aan de invoer van voedingsmiddelen.[23]

     In een land met een klimaat dat zo gunstig is voor landbouw, met een enorme hoeveelheid beschikbare en vruchtbare grond, kunnen de projecten van de landbouwcoöperaties toch nog steeds niet genoeg gewicht in de schaal werpen om het productiepeil de hoogte in te krijgen. In 2003 startte de Zamora-campagne van het Nationale Landinstituut (INTI) dat [24]twee jaar eerder door Chávez met ambitieuze doelstellingen was gecreëerd. Tijdens de eerste twee fases zorgde ze onder meer voor een daadwerkelijke herverdeling van twee miljoen hectaren[25] onder de landbouwers. Dit had de start kunnen zijn van een beweging waarbij Venezuela zijn zelfvoorziening betreffende voedingsmiddelen beetje bij beetje zou veroveren. Er zijn natuurlijk een aantal belangrijk hindernissen te overwinnen. Om te beginnen zijn er de landeigenaars van wie land onteigend wordt en die van tijd tot tijd teruggrijpen naar de macabere diensten van bepaalde paramilitairen. Wanneer de leiders van de landbouwers wat te lastig worden, draaien die er hun hand niet voor om, om deze laatsten het hoekje om te helpen. Er is ook het gebrek aan knowhow. De boerenbevolking is klein in aantal en heeft niet genoeg landbouwkennis om op een doeltreffende manier te produceren. Ondanks die moeilijkheden wordt op bepaalde gebieden heuse vooruitgang geboekt, met een niet te verwaarlozen toename van 7 % van de productie van basisvoedingsmiddelen zoals maïs en rijst. Daarnaast is Venezuela sinds 2012 ook zelfvoorzienend op het vlak van kippenproductie.[26] Maar de vorderingen blijven voorlopig nog bescheiden.

     Parallel met die zelfvoorziening op het vlak van voedingsmiddelen, zijn er ook problemen met de verdeling ervan. Sommige krachten die tegen de regering zijn gekant, zorgen op bepaalde tijdstippen voor voedseltekorten. Die voedseltekorten worden als bij toeval groter in de weken die aan verkiezingen voorafgaan. En dit zet natuurlijk in de verf hoe broos de controle over de voedselverdeling is en hoe moeilijk de overheid erin slaagt daar een einde aan te stellen. In bepaalde periodes worden haast dagelijks opslagloodsen of grote voorraden maïs of wc-papier ontdekt die geduldig wachten, ofwel tot de prijzen nog wat verder stijgen door de groeiende vraag, ofwel om langs de smokkelnetwerken naar buurlanden te vertrekken.

     Ook de ontwikkeling van een eigen industrie blijft, naast de industrie rond de winning en de raffinage van aardolie en gas, van levensbelang en vormt nog steeds een enorme uitdaging. Net zoals bij de voedingsmiddelen is een al te groot deel van de dagelijkse consumptieproducten afkomstig van import, terwijl de producten lokaal zouden moeten worden geproduceerd.

Overzicht van de politieke machten

Van bij het begin bestaat in Venezuela een duidelijke opdeling tussen de progressieve krachten en de tegenstanders van de Bolívariaanse revolutie en die breuk blijft nog steeds actueel. Een kleine meerderheid (die afhankelijk van de verkiezingsuitslagen schommelt tussen de 50,5 en de 65 %) steunt en verdedigt het Bolívariaanse proces; een grote minderheid verzet zich er hevig tegen. De progressieven groeperen zich aan linkse zijde met veertien partijen van verschillende strekkingen in het verkiezingsfront Gran Polo Patriótico “Simon Bolívar”.[27] De PSUV, de Verenigde Socialistische Partij van Venezuela, is de belichaming van het eengemaakte links dat Hugo Chávez wenste en is daarvan veruit de belangrijkste partij. Bij de presidentsverkiezingen van 2012 behaalde de partij op haar eentje 78 % van alle stemmen die naar Chávez gingen. De tweede belangrijkste partij, de Communistische Partij van de Venezuela (PCV), verzamelde 6 % van de kiezers die Chávez wilden herverkiezen.[28] Met deze machtsverhouding aan linkse zijde is het duidelijk dat de stellingnames van de PSUV bij de Venezolaanse progressieven overheersen, hoewel de kritiek van de communisten soms heel hard kan zijn. Maar de ploeg van Maduro hoort en respecteert ook de standpunten van de PCV. Maduro weet trouwens goed dat hij, zolang hij de politiek van Chávez blijft volgen, altijd kan rekenen op de steun van de PCV.

     Ook de rechterzijde heeft zich voor de verkiezingen verenigd in de MUD, de Tafel van Democratische Eenheid.[29] De MUD groepeert een twintigtal partijen, van centrumlinks tot extreemrechts. Zoals de Wikileaks uitgebreid documenteren, heeft dit platform al van bij het begin moeite om een leider te vinden en verenigd te blijven. De rechterzijde domineert en de belangrijkste breuklijn binnen de MUD situeert zich tussen diegenen die in hun strijd voor politieke verandering de regels willen volgen en binnen het grondwettelijke kader van Venezuela willen blijven enerzijds en diegenen die, zoals Leopoldo Lopez of Maria Corina Machado, bereid zijn alle mogelijke middelen te gebruiken om het Chavisme omver te werpen anderzijds. Hun doorslaggevende rol in la salida begin 2014 is daar het meest flagrante voorbeeld van. De salida (het vertrek) na de gemeenteverkiezingen van december 2013, was een oproep van de oppositie om koste wat kost uit het Chavisme te stappen. De toegang tot steden werd versperd en gezondheidscentra, die grotendeels door Cubaans personeel werden uitgebaat, en overheidsinstellingen werden aangevallen door stoottroepen. In die spiraal van opstand en geweld vonden een veertigtal mensen de dood.

     Wat sociale organisaties betreft heeft Venezuela een wel erg bijzonder verleden. In tegenstelling tot Evo Morales in Bolivia en, in mindere mate, Rafael Correa in Ecuador, had Hugo Chávez, toen hij in 1998 tot president van het land werd verkozen, geen enkele burgerorganisatie achter zich. Michel Collon: “Het is niet hijzelf die heeft gewonnen, maar wel de bestaande partijen die hebben verloren omdat ze volledig opgebrand en in diskrediet waren gekomen. [...] Wanneer hij aan de macht komt, vertegenwoordigt hij zeer zeker de ambities van zijn volk. Maar dat volk heeft geen machtige linkse partij en geen georganiseerde en strijdvaardige vakbonden.”[30] Chávez begrijpt welke grote uitdaging hij het eerst moet aangaan: de organisatie van de massa’s, en wel vanaf de basis. Wie de ambitie heeft “een contrarevolutionaire staat om te vormen tot een revolutionaire staat”[31] weet dat de betrokkenheid van het volk in dit proces essentieel is. Het is dan ook in die maagdelijke context dat de eerste organisatievormen het licht zien, de stadscomités die 100 tot 200 gezinnen samenbrengen om hun woningen te regulariseren die vaak zonder vergunning of toestemming zijn gebouwd. Daarna worden de gemeenteraden opgericht. Die ontvangen kleine budgetten van de centrale staat, met het doel de bureaucratie te omzeilen en ze te betrekken in de belangrijke beslissingen over hun wijk en hun omgeving. En dan zijn er natuurlijk de duizenden misiones (missies of uitzendgroepen) die zich in de wijken vestigen om de bevolking gezondheid, alfabetisering, gesubsidieerde producten en andere positieve gevolgen van de Bolívariaanse revolutie te brengen. Ook die misiones worden gerund door mensen uit het volk. Kortom, nadat hij aan de macht kwam, is Chávez er op korte tijd in geslaagd om een participerend democratisch leven op te bouwen waarbij “de basis van het volk (1) ook werkelijk aan het proces deelneemt, (2) een heuse controle over de verkozenen uitoefent en (3) zelf de problemen en de oplossingen ervoor bespreekt.”[32]

     Met een goede tien jaar op de teller zijn deze comités, raden en misiones nog steeds sterk vertegenwoordigd en zorgen ze er dagelijks voor dat de olieopbrengst ten voordele van iedereen wordt herverdeeld. In de loop der jaren zijn ze zelfs het handelsmerk van de Bolívariaanse revolutie geworden. Wanneer nodig kan de regering de Venezolaanse massa’s via die comités meteen mobiliseren. Wanneer ze de straat op moeten trekken om de regering te steunen, zijn de Venezolanen altijd talrijk van de partij. Op de manifestaties die de rechterzijde organiseert, komt nooit zoveel volk af als op die van het Chavistische kamp. Maar de organisatie van de Venezolaanse massa’s kent één groot zwak punt dat niet mag worden onderschat: ze hebben geen organisatorische structuren. Het volk komt in beweging voor de eigen wijk, voor de eigen gemeente, maar op een hoger niveau is het niet echt georganiseerd. De vakbonden zijn er nog veel te klein en hebben nog te weinig voet aan de grond bij de bevolking. Maar de relatieve zwakte van de vakbonden is slechts de afspiegeling van de zwakte van de economische structuur van Venezuela. De dag waarop Venezuela meer zal beginnen produceren, zullen ook de vakbonden groeien en zullen ze hun historische rol in het revolutionaire proces opnemen.

Vooruitzichten

Tijdens haar zeventienjarige bestaan heeft de Bolívariaanse revolutie op veel vlakken fenomenale resultaten bereikt. Naast de Cubaanse regering is er waarschijnlijk geen enkele andere Latijns-Amerikaanse regering die zich zo heeft ingezet voor haar volk – zowel op het gebied van gezondheid, onderwijs als huisvesting – als die van Chávez en Maduro. Hun blijvend electoraal succes (één enkel verlies tegen achttien overwinningen) is daarvan slechts een van de vele voorbeelden. Toch bedreigen meerdere factoren het voortbestaan van de Bolívariaanse revolutie.

     In de eerste plaats is er de reële macht van rechts en van de oppositie. Zij zouden een van de volgende verkiezingen kunnen winnen en zo de politieke controle over het land overnemen. Na een bliksemsnelle vooruitgang en duidelijk zichtbare veranderingen voor de volksmassa’s tijdens de eerste jaren na de revolutie, heerst nu een zeker status quo. Hierbij speelt de boli-bourgeoisie een belangrijke rol. Die nieuwe klasse komt voort uit de Bolívariaanse revolutie en heeft zich comfortabel in het bestuur van de PSUV genesteld. Ze profiteert van haar bevoorrechte positie met corruptie en vriendjespolitiek en wil het revolutionaire hervormingsproces net afremmen omdat ze voordeel haalt uit die stagnerende situatie. De bevolkingsmassa’s worden de klok rond door de dominerende media gebombardeerd met contrapropaganda en zullen vroeg of laat geen begrip meer kunnen opbrengen voor een revolutionair proces dat verder

     Ook het gevaar voor een gewelddadige omverwerping van de Bolívariaanse revolutie blijft uiteraard bestaan. De salida van februari 2014 is daarvan het meest recente voorbeeld. Leopoldo López, partijleider van de Voluntad Popular (Volkswil) zit achter slot en grendel, omdat hij aanzette tot geweld en, waarschijnlijk, criminele groeperingen financierde.

     Net zoals dat het geval was bij de staatsgreep van 2002, zijn de Verenigde Staten bij al die destabiliserende gebeurtenissen in Venezuela nooit ver weg. Wikileaks onthulde dat de VS Lopez vanaf 2008 zag als iemand die ze moesten steunen omdat hij de oppositie kon verenigen[33].

     En ten derde is de prijs van de ruwe olie op dit ogenblik zo onstabiel dat niemand de evolutie ervan op middellange of lange termijn durft te voorspellen. De zware terugval van 2014 heeft de uitvoering van het regeringsprogramma haast volledig tot stilstand gebracht. De sociale uitgaven blijven wel verzekerd en vallen niet onder de budgettaire beperkingen die de conjunctuur oplegt. Dat neemt echter niet weg dat Maduro actief op zoek is naar geld voor zijn land. Begin 2015 is hij haast de hele wereld rondgereisd om uit te zoeken welke mogelijkheden er zijn om leningen van miljarden dollars aan te gaan met China, Rusland, Qatar of Saoedi-Arabië. Nog meer dan vroeger is duidelijk hoe erg het manna van goedkoop verkochte aardolie de hoeksteen vormt die de hele financiering van de Bolívariaanse revolutie schraagt. Doordat het zijn economie niet voldoende heeft kunnen diversifiëren en niet zelfvoorzienend is op het vlak van levensmiddelen, moet Caracas zich nu wel tot bevriende landen wenden om wat stabiliteit in zijn economie te brengen.

De Venezolaanse communisten over het Bolívariaanse proces

De opkomst van de PSUV bewijst in alle duidelijkheid de intensiteit van het politieke leven in Venezuela. Bij de aankondiging van de oprichting van de partij in 2008, hebben 5,8 miljoen mensen zich ingeschreven als kandidaat-militanten. Tijdens de voltallige zitting op het congres van 9 maart 2008 waren 92.000 afgevaardigden aanwezig die samen 1,2 actieve leden vertegenwoordigden. Duizelingwekkende cijfers ... Zoveel deelnemers zorgen onvermijdelijk voor een grote verscheidenheid aan meningen en stromingen binnen de partij. Zoals Pol De Vos al aangaf in 2009 gaat het in die zin meer over een progressief front dan over een echte politieke partij met een goed gedefinieerd analysekader en een duidelijke strategie.[34]

     Het is nuttig te lezen hoe de PSUV zichzelf definieert: “Als instelling voor sociale en politieke eenheid van een overweldigende meerderheid, samengesteld uit werknemers uit alle sectoren, landbouwers, jongeren, professionele en kleine producenten van het platteland en de stad, werkte de PSUV in de marge van een revolutionair proces, als middelpuntzoekende kracht door het bijeenbrengen van ervaringen en individuen met uiteenlopende levenservaringen. […] Militairen, jongeren en veteranen, communisten en christenen, revolutionairen en reformisten, en zovele andere vertakkingen die op een beperkte manier binnen een verschillend sociaalpolitiek kader, in Venezuela samenvloeien naar de enige as die plaats kan maken voor een gelijkaardige samenvoeging, in gelijk welk deel van de wereld: de socialistische revolutie.”[35]

     Door die verscheidenheid zijn ook de opvattingen over ‘socialisme’, ‘nationaaldemocratische revolutie’ en ‘het bezit van de productiemiddelen’ binnen de PSUV allesbehalve homogeen.

     Tegenover die mengeling van uitzonderlijke en onbetwistbare verwezenlijkingen van de Venezolaanse regering en de enorme uitdagingen waarmee ze te maken heeft, wijst de PCV op de elementen waarop Bolívariaanse revolutie moet werken om ze te beschermen en te verdiepen.

     In een artikel van augustus 2015 met als titel “Het dilemma van de improvisatie” wijst de PCV op het gebrek aan strategie in het Bolívariaans revolutionaire proces: “In de voorbije 15 jaren deed het Uitvoerend Bestuur belangrijke inspanningen om de weg van sociale omvormingen in te slaan, maar toch werd deze intentie beperkt door de inprovisatiecultuur, niet enkel voor wat het opzet en de visie betreft, maar ook in de uitvoering en de opvolging. Alles verliep heel dikwijls impulsief en stond bijna altijd los van andere sectoren, vooral van de productieve.”[36] Om het proces te verdiepen moet de regering volgens de PCV duidelijke doelen vooropstellen. Ze moet eveneens de tussenfases aangeven die nodig zijn om die doelen te bereiken en een overzichtelijke planning opmaken van wat op korte termijn moet worden ondernomen. Dit alles moet gebeuren met het oog op de ontwikkeling van de productiekrachten en de omverwerping van het kapitalisme. Voor een land dat al decennialang geld haalt uit de verkoop van aardolie en op basis van die inkomsten functioneert, is die ingewikkelde planningsoefening des te moeilijker. Deze manier van denken is voor Venezuela immers volledig nieuw: “De uitvoering van een beleid dat de sociale levensomstandigheden van ons volk verhoogt, is sterk verbonden met de ontwikkeling van de productiekrachten. Deze dubbele sterkte moet men terugvinden in een echte planning die de wederzijdse afhankelijkheid weerspiegelt.”[37]

     De PCV benadrukt het positieve dat uit dit soort planning kan voortkomen en waarom die onder het socialisme nuttig (en nodig) is: “Onze huidige politieke onafhankelijkheid verschaft ons een waardevolle gelegenheid om een democratisch, anti-oligarchisch en anti-imperialistisch volksproject te ondernemen. Dit gaat in niets in tegen het gebruik van de beste werktuigen en wetenschappen voortgebracht door de historische vooruitgang van de mensheid om tegemoet te komen aan de noden van het land. Integendeel, het is onze plicht om aan te tonen dat deze werktuigen nuttiger zijn, wanneer zij niet gebonden zijn aan de belangen van de bourgeoisie en minder nog aan het imperialisme.[38]

     In een opmerking over de aard van de Bolívariaanse revolutie en haar vooruitzichten, stelt de PCV vast dat de huidige Venezolaanse staat een hoofdzakelijk burgerlijke staat is, haast uitsluitend gebaseerd op de herverdeling van de winst uit aardolie. De Venezolaanse communisten dringen aan om onmiddellijk drie punten te verwezenlijken om die burgerlijke staat te kunnen ‘opheffen’ en een nieuw model op te bouwen waarbinnen staatsbedrijven en -instellingen op een democratische en participerende manier worden beheerd.

1. Om de veranderingen in het land te verdedigen en uit te bouwen, bestaat de belangrijkste opdracht in de strijd tegen de corruptie, het bureaucratisme en het gebrek aan efficiëntie binnen het administratief apparaat.

2.    Gespreks- en uitwisselingsruimtes instellen en verstevigen tussen de politieke en sociale krachten van het revolutionaire proces. De effectieve deelname van de bevolking aan het bestuur moet een doeltreffend instrument worden dat ervoor kan zorgen dat de plannen voor een goed verloop van de revolutie ook gerealiseerd worden.

3. Een diepgaand debat over het socialisme “openen en voeden, ook met de regering. De opvatting over het socialisme moet worden uitgelegd en hindernissen die de objectieve realisatie ervan in de weg staan, moeten duidelijk benoemd worden.” (Nationale conferentie van de PCV, maart 2013)[39]

     Verder verdedigt de PCV de volledige nationalisering van de buitenlandse handel met één enkele overheidsinstelling voor alle invoer.[40] Ze doet dit om de parasitaire burgerij een zware slag toe te kunnen brengen omdat die zich verrijkt met de invoer van consumptiegoederen en tegelijk speculeert op de wisselkoers van de bolívar/dollar. Deze burgerij is immers grotendeels verantwoordelijk voor de economische destabilisering van het land.[41]

     Over de terugkerende economische moeilijkheden binnen de progressieve processen in Latijns-Amerika, verklaart de PCV dat ze “de grenzen bereiken van wat het kapitalistische systeem toelaat. Wat toont dat de echte macht zich nog altijd bij de verschillende lagen van de burgerij en de kleine burgerij bevindt.” En: “De macht moet veroverd worden door de bewuste, georganiseerde en gemobiliseerde werkende bevolking, […] om een barst en een breuk teweeg te brengen in het kapitalistische systeem en zijn instellingen en waarden.”[42]

Conclusies

“De enige manier om een einde te maken aan de armoede bestaat erin macht te geven aan de armen.”[43] Dat verklaarde Hugo Chávez in 2003 tijdens een conferentie aan de universiteit van Buenos Aires. Die notie van de “macht” is essentieel. Wanneer het volk die macht niet kan uitoefenen, blijft het gedurende het hele politieke proces slechts een passieve speler. Als het niet kan deelnemen aan de opstelling van de begroting, als het zijn mening niet kan geven over in te slagen richtingen, als het niet met zijn eigen knowhow kan bijdragen aan de dagdagelijkse opbouw van een nieuwe maatschappij, dan zal het nooit helemaal geëmancipeerd zijn. Chávez voorzag toen al de gevaren die zijn revolutie belaagden: enerzijds een conformistische en passieve houding van de volksmassa’s ten opzichte van wat de ‘revolutie’ hun kon bieden en anderzijds de parasitaire rol van de nieuwe, opkomende boli-bourgeoisie die verantwoordelijk was voor de sociale herverdeling van de olie-inkomsten en daarbij in bureaucratisme, cliëntelisme en corruptie vervalt.

     Zijn hele politieke leven lang en onder andere dankzij zijn buitengewone redenaarstalenten, heeft Hugo Chávez zijn volk zonder ophouden gesensibiliseerd en dooreengeschud opdat het zelf de motor van het revolutionaire proces zou vormen. Als de volksmassa’s deelnemen aan het proces, dan geef je ze ook de kans om uit eigen ervaring te leren. Terwijl ze vechten tegen de reactionaire elementen die zich aan hun privileges vastklampen, groeit hun revolutionair bewustzijn.

     In tegenstelling tot de prijs van de aardolie, waarop Maduro en zijn regering nauwelijks vat hebben, is de boli-bourgeoisie een intern element van het revolutionaire proces in Venezuela. Het is dus logisch dat de regering haar krachten bundelt tegen de reactionaire invloeden waarmee ze bij de ontwikkeling van het socialisme te maken krijgt. Mocht het referendum dat Chávez in 2007 voorstelde (en verloor met 49 % tegen 51 %) zijn goedgekeurd, dan was niet alleen de werkdag van zes uur en de veralgemening van de sociale zekerheid doorgevoerd, maar dan hadden ook “de basisgemeenteraden meer macht gekregen om de bureaucratie te controleren en te omzeilen”.[44] Precies doordat de boli-bourgeoisie zelf amper aan de campagne voor dit referendum heeft meegewerkt, verloor het Chavistische kamp de meest ‘revolutionaire’ stemming waaraan het Venezolaanse volk ooit mocht deelnemen. Maar de strijd om de revolutie verder te zetten moet doorgaan. De corruptie die door de boli-bourgeoisie in stand wordt gehouden, zal pas worden uitgeroeid als de volksmassa’s zich meer met de beslissingen en de controle over en het beheer van het overheidsgeld gaan bezighouden. De ervaring die ze zo opdoen zal hun politieke bewustzijn verder ontwikkelen waardoor de subjectieve omstandigheden voor een overgang naar een echte gesocialiseerde economie verder kunnen rijpen. De nationale burgerij en het Amerikaanse imperialisme zullen uiteraard alles op alles zetten om die overgang naar het socialisme te verhinderen. Maar het vastbesloten Venezolaanse volk zal laten zien dat het opgewassen is tegen de complexe taken die het op zijn pad tegenkomt.

André Crespin (andrecrespin at gmail.com) is coördinator Beleid en Beweging bij Geneeskunde voor de Derde Wereld (G3W).


[1]     Tussen 2007 en 2010 publiceerde Marxistische Studies verscheidene bijdragen over het Venezuela van Chávez. Daarin beschreef Pol De Vos de toestand van de economie en de sociale klassen van het land maar ook de verschillende conflicten als gevolg van de Bolívariaanse Revolutie (staatsgreep, patronale lock-out, enz.). Drie jaar later probeerde hij in een tweede artikel om het ‘socialisme van de twintigste eeuw’ te ontleden en schetste hij de economische en politieke uitdagingen van het land. Hij ging onder andere dieper in op de Verenigde Socialistische Partij van Venezuela (PSUV), de nieuwe partij die Hugo Chávez had opgericht en op de avant-gardistische rol die deze laatste kon spelen om de vooruitgang en verdieping van de revolutie te verzekeren. Zie: Pol De Vos, “Venezuela: anti-imperialisme en socialisme”, Marxistische Studies, nr. 77, januari-maart 2007, http://marx.be/nl/content/archief?action=get_doc&id=71&doc_id=371; Pol de Vos, “Venezuela en het socialisme van de 21e eeuw”, Marxistische Studies, nr. 87, oktober-december 2009, http://marx.be/nl/content/archief?action=get_doc&id=81&doc_id=471.

[2]     Op 14 april 2013 werd Nicolás Maduro met 50,60 % van de stemmen verkozen. Zie: http://www.lefigaro.fr/international/2015/02/03/01003-20150203ARTFIG00277-hugo-Chávez-serait-mort-plus-de-deux-mois-avant-l-annonce-de-son-deces.php.

[3]     J. Assange, The Wikileaks Files: The World According to US Empire, Verso, 2015.

[4]     Idem, p. 341.

[5]     Idem, p. 527-528.

[6]     Idem, p. 526.

[7]     Idem, p. 518.

[8]     Idem, p. 522-523.

[9]     Deze organisatie is opgericht op initiatief van Fidel Castro en Hugo Chávez en heeft streeft naar de integratie van de Latijns-Amerikaanse en Caribische landen op basis van principes van solidariteit, complementariteit, gerechtigheid en samenwerking.

[10]    J. Assange, op. cit., p. 527.

[11]    Alle cijfers uit de tabel (behalve die over de economie) zijn uitgegeven door het Nationaal Instituut voor Statistiek van Venezuela. Zie: www.ine.gov.be.

[12]    De Gini-coëfficiënt is een statistische regel voor de spreiding van een verdeling binnen een gegeven bevolking. De ongelijkheid wordt uitgedrukt in een getal dat varieert tussen 0 en 1. Hierbij staat 0 voor perfecte gelijkheid en 1 voor perfecte ongelijkheid. Deze coëfficiënt wordt heel vaak gebruikt om de inkomensongelijkheid binnen een land te meten. Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Gini-co%C3%ABffici%C3%ABnt.

[13]   De Human Development Index (Index van de menselijke ontwikkeling) varieert tussen 0 (afschuwelijk) en 1 (uitstekend). Hij gaat voornamelijk armoede, analfabetisme, onderwijs en levensverwachting na in een bepaald land. Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Index_van_de_menselijke_ontwikkeling.

[14]    El Banco mundial, Agricultura, valor agregado (% del PIB). Zie: http://datos.bancomundial.org/indicador/NV.AGR.TOTL.ZS/countries?page=3&....

[15]    Minsterio del Poder Popular para la Comunicacíon y la Información. Radio mundial. Zie: http://www.radiomundial.com.ve/article/c%C3%BAcuta-percib%C3%ADa-9-mil-m....

[16]    El Banco mundial, Precio de la gasolina para el usuario (US$ por litro). Zie: http://datos.bancomundial.org/indicador/EP.PMP.SGAS.CD.

[17]    Aporrea, Cúcuta percibía 9 mil millones de dólares mensuales producto del contrabando, 27 augustus 2015. Zie: http://www.aporrea.org/ddhh/n276501.html. Venezolano de Televisión, Presidente Maduro: Contrabando de extracción se lleva al menos 40% de productos del mercado nacional, 12 augustus 2015. Zie: http://www.vtv.gob.ve/articulos/2014/08/12/presidente-maduro-contrabando-de-extraccion-se-lleva-al-menos-40-de-productos-del-mercado-nacional-2764.html.

[18]    Boursorama, Graphique historique pétrole Brent. Zie: http://www.boursorama.com/bourse/cours/graphiques/historique.phtml?mo=0&.... Geraadpleegd op 29 oktober 2015.

[19]    De productiekosten voor een vat ruwe olie in Venezuela bedragen 19 USD. Zie: http://contrapunto.com/noticia/costo-de-produccion-del-petroleo-venezola...).

[20]    Michel Collon, Les 7 pêchés d’Hugo Chávez, Investig’action, 2009, p. 278.

[21]    Mercal is een levensmiddelenketen die door de regering wordt gecontroleerd. Naast de gesubsidieerde verkoop van producten voor basislevensbehoeften, zet Mercal zich ook in voor de strijd tegen de honger in de zones met extreme armoede die er nog zijn in het land. Zie: http://www.mercal.gob.ve/.

[22]    Angie Contreras, “Alimentos importados son parte del menú diario de la población”, El Universal, 3 juni 2012.

[23]    Angie Contreras, “Venezuela, alimentos y dependencia de las importaciones”, 29 juni 2011.

[24]    Instituto Nacional de Tierras. Zie: http://www.inti.gob.ve/historia.php.

[25]    Alex Contreras Baspineiros, “Reforma agraria en Venezuela y sus logros”, 6 september 2003. Zie:  http://www.monografias.com/trabajos15/reforma-agraria/reforma-agraria2.shtml#REFVENEZ.

[26]    Agencia Venezolana de Noticias, “Venezuela alcanzó más de 70 % de producción de alimentos en 2012”, 6 januari 2013. Zie: www.avn.info.ve.

[27]    Meer informatie op www.granpolopatriotico.org.ve.

[28]    Wikipedia, “Gran Polo Patriótico Simón Bolívar”. Zie: https://es.wikipedia.org/wiki/Gran_Polo_Patri%C3%B3tico_Sim%C3%B3n_Bol%C....

[29]    Mesa de la Unidad Democrática. Meer informatie op http://www.unidadvenezuela.org.

[30]    Michel Collon, op. cit., p. 309

[31]    Chávez Hugo, Toespraak bij de eedaflegging van de nieuwe regering, 8 januari 2007.

[32]    Collon, op. cit., p. 302.

[33]    Russia Today, “Cables de Wikileaks revelan contactos de la oposición venezolana con EE.UU. ”, 23 februari 2014. Zie: www.actualidad.rt.com.

[34]    Pol De Vos, op. cit., oktober-december 2009.

[35]    PSUV, Somos un faro para América Latina y el Mundo. Zie: www.psuv.org.ve/psuv/.

[36]    César Quintero Ríos, “El dilema de la improvisación (II)”, Tribuna popular, PCV, 22 augustus 2015. Zie: prensapcv.wordpress.com/2015/08/22/el-dilema-de-la-improvisacion-ii/.

[37]    Idem.

[38]    César Quintero Ríos, “El dilema de la improvisación (I)”, Tribuna popular, PCV, 18 augustus 2015. Zie: prensapcv.wordpress.com.

[39]    Politiek Bureau van de PCV, “PCV, la fuerza del pueblo trabajador!”, 22 september 2015, Zie: prensapcv.wordpress.com.

[40]    Maurice Lemoine, “Stratégie de la tension au Venezuela”, 20 februari 2014. Zie: www.medelu.org.

[41]    PCV, Plenaire zitting van het Centraal Comité, 18 oktober 2013.

[42]    PCV, Plenaire zitting van het Centraal Comité, 11 juli 2014.

[43]    La Nación, Chávez encabezó un acto frente a la Facultad de Derecho, 19 augustus 2003. Zie: http://www.lanacion.com.ar/520603-Chávez-encabezo-un-acto-frente-a-la-facultad-de-derecho.

[44]    Michel Collon, op. cit., p. 330.