Industrie 4.0 en de ‘modernisering van de arbeidsmarkt’

Auteur: 
Herwig Lerouge

Hoogtijd voor een strategisch debat 

De industrie staat voor een nieuwe omwenteling: industrie  4.0, ook soms internet der dingen genoemd. Het gaat om machines die met elkaar kunnen communiceren. Zoals een slimme meter die de stand van de gas- en elektriciteitsmeter doorgeeft zonder dat er een controleur moet langskomen, een machine die zelf aangeeft wanneer ze moet worden gesmeerd, een distributieautomaat die automatisch een signaal geeft als een bepaald product (bijna) uitgeput is, of identificatie met radiogolven (RFID-tags op een product), zodat de machine weet welke bewerkingen er nog moeten worden uitgevoerd.

Waar industrie 4.0 precies toe zal leiden, staat nog open. Naar de dertigurenweek? Naar meer en flexibeler werken voor minder loon en zonder de sociale verworvenheden van de twintigste eeuw? Vele voorstellen voor de ‘modernisering van de arbeidsmarkt’ vinden hun oorsprong in deze evolutie, ook het voorstel van minister van Werk Kris Peeters om de arbeidsduur meer flexibel te maken en de vaste achtendertigurenweek in de prullenmand te gooien.

Zal industrie 4.0 arbeid vernietigen? Of zullen robots het vuile werk opknappen, terwijl miljoenen nieuwe jobs geschapen worden? Zal iedereen kunnen werken waar en wanneer hij of zij wil? Of zullen bedrijven hun opdrachten via crowdsourcing kunnen aanbieden aan talloze (schijn)zelfstandigen zonder achtendertigurenweek, zonder sociale zekerheid en zonder ontslagbescherming of minimumloon? Wordt deze ontwikkeling een hefboom voor deregulering, voor het scheppen van precaire jobs? Wie wordt beter van de interneteconomie? Worden de arbeidsplaatsen door de technologie vernietigd of door het misbruik dat ervan wordt gemaakt om nog meer winst te maken?

“De eerste grote lijnen van arbeidsmarkt 4.0 worden zichtbaar, ook al is er nog een lange weg te gaan. Welke richting die weg zal uitgaan en welke afslagen we zullen nemen, dat wordt nu bepaald.” Dat schrijft de Duitse vakbond DGB in het voorwoord bij zijn jaarboek Gute Arbeit 2016. In Duitsland is de vakbond al begonnen met na te denken over de mogelijke gevolgen voor de werkomstandigheden en over een vakbondsstrategie daaromtrent. Of en in welke mate reële risico’s kunnen worden ingedijkt, hangt louter af van de maatschappelijke krachtsverhoudingen. Voor de Duitse specialist arbeidsrecht Wolfgang Däubler is het “belangrijk de eis voor recht op werk te  lijven herhalen omdat die eis, net zoals looneisen, erg geschikt is om een gemeenschappelijke actie van alle werknemers mogelijk te maken, over alle levensbeschouwelijke en politieke kloven heen. Een gepaste baan is een wens die voor iedereen duidelijk en herkenbaar is.” 

Met dit dossier willen we ook in België dit debat op de agenda proberen te plaatsen.