Jan Fermon en Christian Panier geven aanzet tot linkse visie op justitie

Auteur: 
Pierre Robert

Justitie mag dan alomtegenwoordig zijn in de media, een grondige analyse zul je er maar zelden vinden. In Justice: affaire de classes heeft Michaël Verbauwhede een reeks gesprekken gebundeld met advocaat Jan Fermon en de gepensioneerde rechter Christian Panier.[1] Michael Verbauwhede heeft ervoor gezorgd dat de lezer een gestructureerde analyse krijgt.

Dit werk heeft twee bijzondere verdiensten. Vooreerst hebben Jan Fermon en Christian Panier het aangedurfd een zeer gevoelig en ernstig probleem aan te kaarten: het ondemocratische karakter van onze rechtspraak. Ten tweede nemen ze de moeilijke taak op zich een links alternatief uit te werken.

Het boek opent met enkele frappante voorbeelden van minnelijke schikking in de financiële criminaliteitsdossiers: Omega Diamonds, Chodiev, Bois Sauvage... Even zoveel voorbeelden van gigantische fraudezaken die werden afgehandeld met een minnelijke schikking, waarna de fraudeurs werden vrijgesteld van verdere vervolging.

Na lectuur zal de lezer overtuigd zijn dat klassenjustitie niet zomaar een vaag gevoel is maar harde werkelijkheid. De theoretische en praktische analyse wordt geïllustreerd met talrijke voorbeelden. Een basisidee schraagt het boek: de wet reproduceert de uitbuitingsverhoudingen van een klassenmaatschappij en wettigt en institutionaliseert de heerschappij van één klasse over een andere. En justitie moet dat in stand houden.

Na de Tweede Wereldoorlog was die heerschappij niet zo groot en werd de rechtspraak gedemocratiseerd. Vandaag gaan we de tegenovergestelde richting uit. Minnelijke schikkingen in grote financiële fraudedossiers, de inmenging van rechtbanken in sociale conflicten (Clabecq, dwangsommen), de prominente plaats van het eigendomsrecht in het juridisch systeem, de toegenomen controle op magistraten, de duurdere toegang tot een advocaat, de privatisering en vermarkting van justitie, het juridische taalgebruik en ritueel, de korpsgeest onder het personeel… Deze kenmerken liggen diep ingebed in onze rechtspraak waardoor ze niet kan zijn wat ze zou moeten zijn: onpartijdig, democratisch en in dienst staand van de beklaagden.

Het klassenkarakter komt het best tot uiting in het strafrecht maar dit boek besteedt vooral aandacht aan andere terreinen van rechtspraak.

Het linkse alternatief wordt in het tweede deel van het boek uitgewerkt aan de hand van vier grote krachtlijnen: een justitie die toegankelijk is, dicht bij het volk staat, participatief is en gericht is op herstel.

Het eerste punt heeft vooral betrekking op de financiële toegankelijkheid en volgt hier de actualiteit op de voet (de recente hervorming van het pro-deosysteem en de invoering van btw op de factuur voor een advocaat). Hier zou een soort ‘mutualiteit’ moeten worden opgericht naar analogie met de gezondheidszorg. Deze idee is zelden het onderwerp van kritiek want zelfs met een geneeskunde met twee snelheden is de gezondheidszorg veel democratischer dan de rechtspraak. Wel krijgt ze vaak het etiket ‘politiek onhaalbaar’ opgeplakt: het zou geen zin hebben een systeem in te voeren dat ingaat tegen de sterke Belgische tendens, namelijk de communautarisering en de privatisering van de solidariteitsmechanismen. Jan Fermon ziet dat helemaal anders: “Links moet dit terrein inpalmen en ambitieuze voorstellen doen in die richting.”

Een rechtspraak die dicht bij het volk staat houdt in dat ze wordt gedecentraliseerd tot op het niveau van de wijken en wel voor alle burgerlijke en strafrechtelijke bevoegdheden die aan het dagelijks leven van de burgers raken. De rechter zou omringd worden door diensten voor bemiddeling en sociale bevraging. Er zou bij voorkeur mondeling recht gesproken worden en de procedure zou vereenvoudigd worden. In veel gevallen zouden de beklaagden geen advocaat nodig hebben. Alleen meer complexe zaken zouden nog door de centrale rechtbanken worden behandeld.

Een rechtspraak dicht bij het volk zou samengaan met een grotere deelname van de burgers. In overeenstemming met wat nu bijvoorbeeld gebeurt op de arbeidsrechtbank of de handelsrechtbank, zou de professionele rechter bijgestaan worden door rechters uit het burgerleven. Hun deelname zou de verdienste hebben dat de bevolking meer inspraak heeft in de manier waarop recht wordt gesproken en zou justitie toegankelijker maken.

Tot slot zou justitie meer op herstel moeten gericht zijn. Met andere woorden: minder straffen, meer herstellen. Zo zou in de eerste plaats gemikt worden op het herstel van de maatschappelijke cohesie in plaats van het vangnet van het strafrecht almaar uit te breiden. Precies vanuit deze optiek zou voorrang moeten worden gegeven aan de vervolging van economische en financiële delinquentie.

Ondanks de ernst van de vastgestelde feiten zijn de auteurs nooit defaitistisch. Integendeel, ze dragen een dubbele boodschap uit: we moeten ons eerst bewust worden van de verborgen realiteit en op basis van die vaststellingen moeten we een andere justitie opbouwen. Het debat is geopend.

Pierre Robert, advocaat


[1] Jan Fermon, Christian Panier, Justice : affaire de classes, gesprekken met Michaël Verbauwhede, Aden, 2014. ISBN 9782805920707.