Jihad en kolonialisme

Auteur: 
Free Van Doorslaer

Op 10 juni 2014 vernietigden bulldozers van Islamitische Staat (IS) de Sykes-Picotgrens tussen Syrië en Irak. IS maakte er een propagandafilmpje van om duidelijk te maken dat ze het Sykes-Picot-Verdrag – de hertekening van het Midden-Oosten door de koloniale machten Frankrijk en Groot-Brittannië na de Eerste Wereldoorlog – niet erkennen. In Jihad en kolonialisme van Lucas Catherine en Kareem El Hidjaazi staan een paar foto's van deze actie.[1] Sykes-Picot? Het zegt waarschijnlijk de meesten hier te lande weinig. Nochtans is dit een mijlpaal in de geschiedenis van het kolonialisme. Over het kolonialisme valt doorgaans weinig te lezen in de mainstream media, tenzij dat het voorbij is en dat men er niet te veel op moet terugkomen. Zeker niet om er de oorzaken van de huidige belabberde situatie van vele landen van het Zuiden in te zoeken. Die link wordt al snel weggezet als ‘zich in een slachtofferrol wentelen’. Over die vergeten geschiedenis van het kolonialisme, meer specifiek de kolonisatie van de moslimwereld en het verband met wat men vandaag de ‘radicalisering’ noemt, gaat dit boek van Lucas Catherine en Kareem El Hidjaazi.

Vergeten geschiedenis

Lucas Catherine schreef al ettelijke boeken en artikels over de geschiedenis van de Arabische wereld, onder meer over Palestina, maar ook over Congo en Brussel als stad van Leopold II, de koloniale monarch bij uitstek. Deze documentalist – een beetje spottend Historicus van Vergeten Zaken genoemd – leidt ons met zijn recente boek binnen in de ongekende geschiedenis van de kolonisatie. Hij las daarvoor ook de archieven van de gekoloniseerden. En zo schetst hij ons een beeld van hoe de volkeren van het Zuiden het kolonialisme beleefden. Overal was er verzet tegen deze ongevraagde ‘beschavingsopdracht’. Dat ging bijna overal met veel bloedvergieten en gruwel gepaard. Bij de kolonisatie van Algerije bijvoorbeeld, moest het Franse leger dorp per dorp, stad per stad veroveren. Een derde van de bevolking verloor daarbij het leven. Het duurde 27 jaar, van 1830 tot 1857, vooraleer alle verzet gebroken was. De leider van dat verzet, emir Abdelkader is een nationale held in Algerije.

Lucas Catherine geeft in zijn boek een overzicht van de koloniale expedities en het verzet tegen de Europese penetratie in de gebieden van de moslimwereld. Van Java, over Zanzibar en Kisangani in Oost- en Centraal Afrika, tot Timboektoe en West-Afrika.

Napoleon zet in 1798 voet aan land in Egypte. Hij komt met vierhonderd schepen in Alexandrië aan. Het merendeel gevuld met soldaten uiteraard, maar ook 153 ingenieurs, dokters, wetenschappers… en twee drukpersen om de Franse koloniale administratie over heel het land te bestendigen. Al van in het begin is het verzet van de bevolking hevig. Uit Arabische bronnen vernemen we dat in heel Caïro barricaden worden opgeworpen. Generaal Kléber moet zijn artillerie inschakelen om de opstand te bedwingen. Overal waar koloniale legers worden ingezet botsen ze op felle weerstand.

Catherine schopt met zijn geschiedenis van de talrijke jihads tegen de koloniale binnendringers tal van vooroordelen omver. Eerst en vooral ging de vestiging van kolonies, met veel geweld en oorlogen gepaard. Een ander cliché is dat van de ‘onderontwikkelde volkeren’. Zo liet baron Roger, Frans gouverneur in Senegal in 1828, optekenen dat je “in de dorpen meer negers vindt die kunnen lezen en schrijven in het Arabisch, dan je in Franse dorpen boeren vindt die Frans kunnen lezen of schrijven”.

Niet verwonderlijk dat vrij snel vanuit de koloniale machthebbers een verbod kwam op Arabische boeken en teksten, want het verleden werd als subversief bestempeld. De kolonisatie was trouwens niet alleen een kwestie van economie en politiek, maar ook van cultuur en van gedwongen maatschappelijke veranderingen. Daar kan niet genoeg de nadruk op gelegd worden. En Catherine wijdt er veel aandacht aan. Zo lezen we dat het Arabisch schrift in een groot deel van Afrika gebruikt werd, tot in het huidige Zuid-Afrika toe.

Racisme, de binnenkant van het systeem

Kolonialisme en racisme zijn twee kanten van hetzelfde systeem, schrijft Lucas Catherine. Kolonialisme is de buitenkant en racisme is de binnenkant. Racisme is de noodzakelijke voorwaarde voor de imperialistische overheersing van de rest van de wereld. De idee dat de Westerse beschaving de beste is en de enige universele, leidt automatisch tot het denigreren van andere beschavingen. In zijn analyse grijpt de schrijver terug naar Frantz Fanon, de auteur van De verworpenen der aarde, ook wel het communistisch manifest van de gekoloniseerden genoemd. Fanon is een Antilliaan uit Martinique die als dokter-psychiater lid werd van het Algerijnse FLN (Front de Liberation Nationale, het Algerijns antikoloniaal verzet). In zijn dokterspraktijk in Algerije eind de jaren vijftig van vorige eeuw – in volle Algerijnse oorlog (1954-1962) – moest hij ‘geradicaliseerde’ jongeren behandelen.

Fanon analyseert dat de koloniserende macht niet enkel de grondstoffen steelt, maar ook het verleden en de toekomst. In de kolonies doet het kapitalisme de cultuur van de gekoloniseerde ’verstenen’. “Waar die cultuur eens veerkrachtig en toekomstgericht was, begint ze zich af te sluiten en te verschrompelen. Het is een soort culturele mummificatie”.

Het is naar deze versteende traditionalistische cultuur of religie dat de volkomen gedesillusioneerden zich wenden. Ze voeren de oude gebruiken en instellingen terug in en gebruiken die als een verdedigingsmechanisme tegen racisme en uitbuiting. Deze analyse en beschrijving van Frantz Fanon van zestig jaar geleden lijkt zeer actueel te passen op de geradicaliseerde jongeren van vandaag.

Natuurlijk wordt de link kolonialisme – racisme – radicalisering door rechtse politieke krachten bestreden. Ze beweren dat het kolonialisme al meer dan een halve eeuw voorbij is. Maar Lucas Catherine noemt het terecht zelfbedrog om te verklaren dat er geen kolonialisme meer is. En inderdaad het kolonialisme van staat tot staat is verdwenen, en inderdaad België bezet en bezit niet langer Congo. En Mali is ook geen kolonie meer van Frankrijk. Maar de kolonisering is niet verdwenen. Ze gaat door en is multinationaal geworden. In Congo wordt nog steeds gejaagd op grondstoffen, alleen is het nu niet alleen meer door België, maar ook door Frankrijk, de VS en andere landen, via hun multinationals. En nog altijd gaan destabilisering van en agressie tegen onwillige regeringen van het Zuiden door onder de dekmantel van strijd voor mensenrechten en democratie.

En dat is dan ook een van de redenen waarom het racisme – ook vijftig jaar na de officiële dekolonisatie – zo levendig aanwezig blijft in de Westerse samenlevingen: “Het racisme zal niet verdwijnen zolang de Westerse maatschappijen leven op kosten van de rest van de wereld en dat moeten blijven verantwoorden door de rest van de wereld alsnog niet ontwikkeld en achterlijk voor te stellen en dus racistisch te denken.”

Kareem, de gedekoloniseerde moslim

De bijdrage van Kareem El Hidjaazi in het boek is in meer dan één opzicht merkwaardig. Al was het maar om mee in het hoofd te kruipen van iemand die zich tot het islamisme keert, zijn redenering te proberen volgen en de politieke gevolgen daarvan te leren kennen.

De Belgisch-Palestijnse Kareem – zijn vader Palestijn, zijn moeder West-Vlaamse – groeide op in België, werd onderzoeker, maar ging de ‘moslimtoer’ op om de woorden van Catherine te gebruiken. Kareem haalde een masterdiploma vertaler en was tolk voor senator Vincent Van Quickenborne tijdens zijn reis naar Palestina. Hij schreef onder meer in Brussel deze week. Kareem werd een praktiserende moslim. Hij vertrok uit België en woont en leeft ondertussen als ‘gedekoloniseerde moslim’ al vijftien jaar in Egypte, Jemen en Marokko. Hij vertrok omdat hij het racisme en de discriminatie beu was en omdat hij wou ‘dekoloniseren’ en echt als een moslim kunnen leven. Hij schreef op vraag van Lucas Catherine een bijdrage voor dit boek over kolonialisme en jihad.

Kareem El Hidjaazi kijkt als ‘gedekoloniseerde moslim’ naar de moderne wereld en haar geschiedenis.

Hij is het absoluut niet eens met George Bush jr. die na de aanslagen van 11 september zei dat deze mensen dit soort aanslagen plegen omdat ze de vrijheden van de westerlingen haten. Neen, antwoordt Kareem El Hidjaazi, dat is een leugen: “Ze plegen aanslagen omdat de westerlingen hun vrijheden, via brutale dictaturen hebben afgenomen. De vrijheid om hun religie openlijk te beoefenen, de vrijheid om hun cultuur te behouden en de vrijheid om hun moslimland met moslimwetten en – principes te regeren.” Met die dictators krijgt Kareem trouwens te maken: tijdens zijn verblijf in Egypte verdwijnt hij een tiental dagen in de foltergevangenissen van Moebarak, zonder enige beschuldiging of wat dan ook. Wanneer hij later in Jemen woont maakt hij een dodelijke aanval met drones mee. Op een paar honderd meter van zijn appartement komen drie droneraketten made in USA neer en doden een groep mensen.

Kareem beschrijft de kolonisatie als een bezetting en een vernietiging van de moslimcultuur. Zo vermeldt hij dat al bij het begin van de Franse bezetting van Egypte (1798) de koloniale machthebbers het bestaande onderwijssysteem vernietigden en de professoren van de belangrijke Al Azharuniversiteit in Caïro vermoordden. Dat de moslimlanden de duimen moeten leggen tegenover de koloniserende machten is grotendeels hun eigen schuld: “Si nous avons été colonisés, c'est que nous étions colonisables”[2], citeert hij de Algerijnse filosoof Malek Bennabi. “Morele verloedering en desinteresse voor de godsdienst maakten het mogelijk  dat corrupte leiders de macht konden grijpen.”

Als oplossing ziet hij het herstel van de authentieke islam in de moslimwereld. Hij past dat ook op zichzelf toe. Hij vertrekt naar Egypte en Jemen op zoek naar moslimgeleerden, moslimhistorici die de ware islam willen doen herleven. Hij gaat in Jemen wonen omdat hij daar “moslim kan zijn zonder zich te hoeven verantwoorden of te schamen”. Hij pleit voor het herwinnen van een eigen moslimidentiteit. Wat neerkomt op een terugplooien van de moslimwereld op zichzelf met de blik op het verleden, toen die moslimwereld groot was en gerespecteerd werd.

Hij ziet de huidige overheersing als een cultureel proces. Tijdens de kolonisatie werd de moslimcultuur opzijgezet en vervangen door de Westerse cultuur, die van zichzelf zegt dat ze universeel en beter is. Sindsdien is de moslimwereld steeds meer afhankelijk geworden van de Westerse wereld.

De economische overheersing, de inschakeling van de moslimlanden in de globale imperialistische uitbuiting door de grootmachten is volledig afwezig in zijn analyse. De uitweg wordt dan ook niet gezocht in de progressieve bevrijding van het imperialisme, in de echte zelfbeschikking over eigen land, over eigen grondstoffen, eigen productiekrachten, eigen cultuur. Neen, de bevrijding moet gezocht worden in de terugkeer naar de authentieke islam, ontdaan van alle westerse vervormingen. Terug naar de zuivere bron. Door een educatieve jihad, volksopvoeding, terugkeer naar de islamitische kennis, en niet door terrorisme.

Daarom is hij ook een uitgesproken vijand van progressieve figuren uit de antikoloniale Arabische geschiedenis: van Mohamed Ali (eerste moderne leider van Egypte begin 19e eeuw), over Nasser tot Khadaffi. Die hij niet kritiseert omwille bijvoorbeeld van hun autoritaire praktijken, maar omdat ze ‘anti-islamitisch’ waren en te Westers. De oplossing ligt in de koran: “We hebben alles geprobeerd: Arabisch nationalisme, baathisme, communisme, liberalisme, democratie, [...] Niets heeft Palestina of de moslimwereld vooruit kunnen helpen, wel integendeel Dus laat ons de islam proberen, die in het verleden wel gewerkt heeft.” (p. 143).

Kareem El Hidjaazi gaat dan ook te rade bij oude moslimfilosofen als de 13e eeuwse Ibn Taymiyya die de oorzaak voor de onderwerping van de moslimwereld – toen door de Mongolen, nu door het Westen – legt bij het niet meer volgen van de authentieke islam. Lucas Catherine noemt in zijn boek Islam voor ongelovigen diezelfde Ibn Taymiyya een van de lievelingstheologen van de fundamentalisten.

Nawoord van Lucas Catherine

In zijn nawoord gaat Catherine na hoe Belgische moslims reageren op racisme, deze na-etterende wonde van het kolonialisme. Hij geeft aan waarom Turkse moslims niet naar Syrië vertrekken. De grote meerderheid van de Belgische Turken steunen Erdoğan. De Turkse leider cultiveert de glorietijd van het Ottomaanse Rijk en zo wordt nationalisme als oplossing naar voor geschoven voor de frustratie van het racisme.

Bij de Marokkaanse Belgen ligt dat volgens hem anders. Een kleine minderheid fragiele, kwetsbare jongeren radicaliseren of om het met de woorden van Frantz Fanon te zeggen, raken getraumatiseerd. Zij worden jihadisten. Anderen – zoals Kareem El Hidjaazi – roepen op tot studie binnen een religieus kader waarin cultuur en geschiedenis wel zijn opgenomen. Nog anderen zoeken het in een ruimer kader en diepen hun cultuur en kunst verder uit, zoals bij het kunstencentrum Moussem.

Waar we weinig over horen is de groeiende groep van hoogopgeleiden van Marokkaanse afkomst die wegtrekken uit het racistische Europa, richting Marokko of Canada. Een braindrain rechtstreeks veroorzaakt door de aanhoudende discriminatie.

Catherine besluit dat Europa zich dringend mentaal moet dekoloniseren. Want de kolonisatie heeft diepe wonden geslagen. Het huidige racisme is onlosmakelijk verbonden met de kolonisatie en het blijft voortwoekeren zolang de multinationale kolonisatie aanhoudt. Het blijft een van de voedingsbodems waarop radicalisering wortel kan schieten.

Free Van Doorslaer


[1] Lucas Catherine en Kareem El Hidjaazi, Jihad en kolonialisme, uitgeverij EPO, 2015, 222 p.

[2] “Als we gekoloniseerd zijn geworden dan komt dat omdat we koloniseerbaar waren.”