Kapitalisme in veilige handen bij de Scottish National Party

Auteur: 
Frieda Park

Is een onafhankelijk Schotland beter of slechter voor de werkende klasse? Daarover ging het dossier in het zomernummer 2014 van het Britse tijdschrift The Socialist Correspondent.1 Aanleiding was het Schotse referendum over de onafhankelijkheid van 18 september 2014. Het resultaat is intussen bekend: een meerderheid van 55,3 procent sprak zich uit tegen de afscheiding van Schotland en 44,7 procent stemde voor de onafhankelijkheid. De opkomst bedroeg 84,59 procent.2 Misschien kan die uitslag het onafhankelijkheidsstreven – dat trouwens ook in andere Europese landen en elders in de geglobaliseerde wereld opnieuw op de agenda staat – kortstondig verstommen. Maar zelfs dat is niet zeker!

Frieda Park staat vanuit een strijdbaar marxistisch perspectief kritisch tegenover de afscheiding. We danken Brian Filling, de hoofdredacteur van The Socialist Correspondent, en de auteur voor de toestemming om deze tekst te vertalen en te publiceren.

Schotland na de regionale verkiezingen van 2011

Over een paar maanden kan Schotland ervoor gekozen hebben om onafhankelijk te worden of kan het ervoor gekozen hebben om deel van het Verenigd Koninkrijk te blijven. In de recente geschiedenis is er nooit een meerderheid voor de onafhankelijkheid gevonden. Waarom de kwestie dan nu toch weer te berde brengen?

Onlangs presenteerde de Scottish National Party (SNP) zich als een sociaaldemocratisch alternatief voor de proteststemmen in Schotland, waar de mensen gedesillusioneerd zijn in de Labour Party. Dat was niet altijd het geval. De SNP had immers de bijnaam van tartan Tories.3 Bij de regionale verkiezingen voor het Schotse parlement wist de SNP gewoonlijk veel proteststemmen te verzamelen, maar bij de verkiezingen voor het Britse Lagerhuis stemden de mensen meestal voor Labour. Vorig jaar snoepte Labour tijdens tussentijdse verkiezingen de SNP echter twee zetels af: een zetel in de gemeenteraad in Glasgow en de zetel van het kiesdistrict Dunfermline in het Schotse parlement. Sindsdien zagen we bij tussentijdse verkiezingen in Labour-gezinde kiesdistricten een verschuiving van de stemmen van de SNP naar Labour.

Het tactisch vernuft van de SNP zorgde, samen met de vreselijke prestaties van de Scottish Labour Party, niettemin voor een absolute SNP-meerderheid bij de vorige regionale verkiezingen in 2011. Dat was een overweldigende zege in een systeem dat erop gericht is om te voorkomen dat één partij de absolute macht krijgt. Maar al leek de zege in vele opzichten een ongeluk, dan was het toch een geprogrammeerd ongeluk.

De onafhankelijkheid was geen thema tijdens die verkiezingscampagne. Velen die voor de SNP stemden, hadden dit resultaat niet verwacht en de SNP zelf waarschijnlijk ook niet. De partij werd lange tijd gedomineerd door voorstanders van de geleidelijkheid. Ze dachten wellicht dat ze de komende jaren verder zouden onderhandelen over de overdracht van meer bevoegdheden naar het Schotse parlement, maar niet dat ze plots over de onafhankelijkheid zouden onderhandelen.

De pro-onafhankelijkheidsbetogingen waren tot nog toe niet bijzonder indrukwekkend. De Yes-campagne heeft zelfs de laatste bijeenkomst voor het referendum afgelast.

Het programma van de SNP

De SNP-leiding, die zich ervan bewust is dat de partij zich niet in een sterke positie bevindt, probeert nu de inwoners van Schotland ervan te overtuigen dat ze in een onafhankelijk Schotland al het goede uit het Verenigd Koninkrijk zullen kunnen behouden. De onafhankelijkheid zal niet te ontwrichtend of te radicaal zijn. Volgens het witboek Scotland’s Future4 zal Schotland alle geweldige Britse instellingen, zoals de BBC, de Royal National Lifeboat Institution en … de National Lottery, behouden. De SNP verklaart zelfs unilateraal dat – geen nood – Schotland ook het Britse pond en de monarchie zal behouden en lid van de EU en de NAVO zal blijven, zonder dat hierover ook maar de minste onderhandelingen gevoerd zijn. Het beeld dat in een onafhankelijk Schotland niets zal veranderen, behalve dat er minder Tories en meer kinderopvang zal zijn, vertoont wel ernstige barsten nu het Britse ministerie van Financiën een monetaire unie uitsluit en de EU erop wijst dat Schotland een nieuwe aanvraag tot lidmaatschap zal moeten indienen; wat een moeilijk proces kan worden.

De SNP beweert dat een onafhankelijk Schotland alle rechten (als je ze zo kan noemen) zal erven die het onder het Verenigd Koninkrijk bezat. Dat is onzin. Als Schotland voor onafhankelijkheid kiest, zal het zaken moeten opgeven. Zoals zo vaak bij echtscheidingen zal er langdurig onderhandeld worden over de verdeling van schulden en bezittingen, maar Schotland zal geen aanspraak kunnen maken op de instellingen van de rest van het Verenigd Koninkrijk. Het kan onderhandelen over de overname van regeringsgebouwen en hun uitrusting, infrastructuur enzovoort, maar het zou kunnen dat het van meet af aan zal moeten herbeginnen met de oprichting van een eigen omroep, een eigen reddingsbootdienst en een eigen loterij. Je kondigt je partner toch niet eerst aan dat je de echtelijke woning verlaat om vervolgens elke avond TV te komen kijken en de keuken te gebruiken, ‘omdat dat gemeenschappelijke bezittingen zijn’. Je zou verwachten dat je eerst samen uitmaakt wie de kat krijgt, wie de cd-verzameling en wie het koffiezetapparaat en dat dan ieder een eigen rekening opent en zijn eigen weg gaat. De SNP echter schijnt te willen vertrekken, maar toch niet echt niet te willen vertrekken. De SNP schijnt de onafhankelijkheid te willen, maar toch niet onafhankelijk te willen zijn.

Wanneer nationale partijen die beweren in naam van de rest van het Verenigd Koninkrijk, maar ook in naam van Schotland te spreken, bezwaren uiten en verklaren dat een monetaire unie tussen beide er niet zal komen, worden ze beschuldigd van intimidatie. Elk wiel dat van de onafhankelijkheidswagen van SNP-leider Alex Salmond5 valt, wordt in de schoenen van de Engelse Tories geschoven. In werkelijkheid zijn de problemen te wijten aan de onwil van de SNP om de inwoners van Schotland uit te leggen wat de onafhankelijkheid precies zal inhouden, hen uit te leggen dat het een moeilijk en complex proces kan worden met weinig waarborgen en met mogelijk negatieve gevolgen.

Desondanks oefent de idee van onafhankelijkheid op vele mensen een sterke aantrekkingskracht uit.

Het klassenkarakter van de onafhankelijkheidsbeweging

Nationalistische bewegingen moeten worden beoordeeld op hun klassenkarakter. Bij de voorstanders van de onafhankelijkheid vinden we een paar tamelijk grote kapitalisten, zoals Brian Souter, de christelijk-fundamentalistische en homofobe eigenaar van de vervoersmaatschappij Stagecoach, maar ook mensen uit de liberale middenklasse, de groenen, alle mogelijke soorten van trotskisten en een aanzienlijk aantal activisten uit de arbeidersbeweging. Maar de regionale SNP-regering is ook het troetelkind van sommige buitenlandse kapitalisten zoals Rupert Murdoch. Ook de tegenstanders van de onafhankelijkheid vormen een bont gezelschap, maar zonder groenen of trotskisten.

Zo gezien lijkt het of de eis tot onafhankelijkheid niet uitgaat van een coherent klassenbelang. Alle groepen bij de ja-stemmers geloven dat een onafhankelijk Schotland voor hen allen een beter Schotland zal zijn. Maar dat kan duidelijk niet.

Alhoewel de onafhankelijkheid in het belang van geen enkele klasse kan zijn, toch wordt het onafhankelijkheidskamp geleid door de SNP, dat ondanks haar sociaaldemocratisch plunje een kapitalistische partij is. In een onafhankelijke Schotland zou de SNP de vennootschapsbelasting doen dalen om parasitair kapitaal aan te trekken. Hoe denkt ze dan alle sociale beloften te kunnen financieren?

Alhoewel dat de Schotse banken tijdens de bankencrisis de spil van de ineenstorting waren, toch hemelt de SNP de Schotse financiële sector nog altijd op. De omvang van de Schotse bankensector bedraagt momenteel twaalf maal het bruto binnenlands product (bbp); in de rest van het Verenigd Koninkrijk is dat nog geen vijf maal. Tijdens de financiële crisis van 2007 bijvoorbeeld bedroeg de omvang van de bankensector in IJsland en Ierland ongeveer zeven maal het bbp van die landen.6 Wanneer we bang zijn van zo’n economisch scenario, heeft dat dus niets te maken met paniekvoetbal, maar wel met een rationele reactie.

De SNP wijst ook op het potentieel van de Noordzeeolie en vergelijkt Schotland met Noorwegen. In Noorwegen worden grote delen van de olie-industrie echter door de staat gecontroleerd. De SNP rept met geen woord over veranderingen in de eigendomsstructuur van deze eindige grondstof of in de uitbating ervan.

In feite wordt aan de Schotse inwoners gevraagd een deel van de kapitalistenklasse te volgen. De pro-onafhankelijksvleugel van links heeft een eigen agenda, maar ze is niet de leidende kracht in deze campagne. Er is uitzicht op een Tory-vrij Schotland, maar in werkelijkheid roept het nationalisme de werkende klasse op om samen met de kapitalisten een kapitalistisch Schotland op te bouwen.

De linkse argumenten voor de onafhankelijkheid

Links brengt vijf onderling verbonden argumenten voor onafhankelijkheid naar voren, ook al onderschrijft niet iedereen die de onafhankelijk steunt, al die argumenten.

  1. Schotland heeft tijdens de vorige verkiezingen voor het Lagerhuis niet voor de Tories en het besparingsbeleid gestemd; het zal dus beter af zijn met een linkse regering in Holyrood7 die de wensen van het Schotse volk beter weerspiegelt.

  2. De Schotse geschiedenis, cultuur en tradities verschillen van de Engelse. Soms zegt men zelfs impliciet of expliciet dat ze progressiever zijn en dat ze in een onafhankelijk Schotland beter tot hun recht zullen komen.

  3. De onafhankelijkheid zal de Britse staat doen ineenstorten.

  4. Schotland wordt onderdrukt door Engeland; de onafhankelijkheidsbeweging voert een nationale bevrijdingsstrijd.

  5. Hoe meer belang het lokale niveau krijgt, des te beter. Wanneer de Schotten hun eigen lot in handen nemen, verhoogt dat het democratisch gehalte van de samenleving.

Het belangrijkste bezwaar tegen deze argumenten is dat ze een echte groepering van de klassenkrachten voor onafhankelijkheid negeren en de klassenstrijd en de progressieve bewegingen in andere delen van het Verenigd Koninkrijk, in het bijzonder in Engeland, laten vallen. Over Wales of Noord-Ierland wordt trouwens nooit gesproken.

Sommigen dromen van een politieke hergroepering na de Schotse onafhankelijkheid. Maar als zo’n hergroepering mogelijk is, waarom is ze er dan niet gekomen in de strijd tegen de heerschappij van de Tories? We sturen misschien minder Tories naar het parlement dan in Engeland, maar maakt de klassenstrijd in Schotland inderdaad zo’n vooruitgang dat we al kunnen dromen van een rechtvaardig en kernwapenvrij Schotland?

Klassenstrijd en progressieve tradities in Schotland en Engeland

Onlangs was er een conflict in het chemiebedrijf Ineos in Grangemouth.8 De Schotse werknemers hebben zich moedig verzet, maar ze hebben evenmin als hun Engelse broeders en zusters de macht om het buitenlandse kapitaal op de knieën te dwingen. Ze waren niet aantoonbaar militanter. De Schotse maatschappij heeft zich ook niet achter hen geschaard. Uiteindelijk bogen de regionale Schotse regering en het parlement in Westminster voor het concern; ze hoestten geld op en steunden liever de privé-investeerders dan de werknemers. Intussen voert de transportvakbond RMT9 actie voor het behoud van jobs en diensten in de Londense metro.

In een onafhankelijk Schotland kan de sociaaldemocratie op korte termijn misschien vooruitgaan, misschien ook niet. Maar elke beleidswijzing zal wellicht eerder uitmonden in een rechts beleid, want Alex Salmond en Nicola Sturgeon10 zwemmen in een kapitalistische oceaan en zullen, als ze willen overleven, een neoliberaal besparingsbeleid moeten voeren. Ongetwijfeld zullen ze de schuld hiervoor in de schoenen schuiven van de armzalige regeling waarmee ze na de onafhankelijkheid opgescheept zitten en van de Engelse aartsschurken.

We zijn trouwens niet gedoemd om voor eeuwig door Tories geregeerd te worden. Het zou kunnen dat in de toekomst Labour het weer voor het zeggen krijgt in Westminster. In de opiniepeilingen ligt Labour steevast voor op de Tories. Bovendien verzwakt het succes van de UKIP11 en het stemmenverlies van de liberaaldemocraten de regeringscoalitie.

Zonder de Schotse stemmen zal het lastiger zijn om de Tories een nederlaag toe te dienen. Wanneer we voor de onafhankelijkheid kiezen, zullen we dus niet, zoals sommigen beweren, een lichtbaken voor de Engelse arbeidersklasse zijn. We zullen de Engelse arbeiders in de steek laten. Of Schotland nu ‘onafhankelijk’ is of niet, een versterkte rechtse meerderheid in het parlement van de rest van het Verenigd Koninkrijk is in niemands belang.

We mogen ons eraan verwachten dat na de onafhankelijkheid Labour en andere progressieve organisaties zullen splitsen. De grote bedrijven die onze economie domineren, zullen de arbeiders ten noorden en ten zuiden van de grens tegen elkaar uitspelen. We hebben altijd al zwaar strijd moeten voeren om te verhinderen dat lokale belangen de bovenhand krijgen en om de eenheid van de arbeidersklasse te smeden. Hoe zal een scheiding deze strijd vooruithelpen?

Allen die menen dat de onafhankelijkheid de enige progressieve optie is, moeten ook eens overwegen dat zonder de stemmen van de Schotse parlementsleden het Verenigd Koninkrijk nu zou betrokken zijn bij een oorlog in Syrië.

De linkse voorstanders van onafhankelijkheid rechtvaardigen hun standpunt soms met het argument dat Schotland diepgewortelde radicale tradities heeft, die na de onafhankelijkheid een basis zullen vormen voor een constante linkse vooruitgang.

Schotland heeft inderdaad prachtige en radicale tradities, die zich tot vandaag voorzetten. Deze voortzetting van deze tradities is een essentieel onderdeel van de klassenstrijd. Maar we moeten onze geschiedenis bestuderen en onze cultuur waarderen in het licht van de klassenstrijd, als een conflict tussen ideologieën. We mogen niet denken dat tradities door iedereen als vanzelfsprekend beschouwd worden. Wij herdenken Robert Burns12, de Red Clydeside13 en de bijdrage van de Schotten aan de Spaanse burgeroorlog, maar heel veel Schotten bezoeken de militaire taptoe in Edinburgh en zijn trots op het Schotse regiment.

Het is ook niet juist om te beweren dat de Engelse overheersing een rem is op de Schotse arbeidersklasse. Schotland kiest inderdaad niet voor de Tories, maar dat doen grote delen van Noord-Engeland en London ook niet.

Over de progressieve tradities in Engeland hebben de voorstanders het nooit en ook niet over de veranderende etnische samenstelling, die het beleid beïnvloedt. Klasse is belangrijker dan geografie. In feite is het kapitalisme een rem, niet Engeland.

Vele personen uit het linkse kamp verklaren, impliciet of soms zelfs onomwonden, dat Schotland van nature socialistisch/sociaaldemocratisch/links is. Een woordvoerder van de Common Weal14, een project van de Jimmy Reid Foundation, dat een onafhankelijk Schotland propageert naar het voorbeeld van het Scandinavische sociale model, verklaarde bij het begin van de People’s Assembly against poverty niet eenmaal, maar tweemaal dat “eerlijkheid in ons DNA zit”.

In een onlangs verschenen artikel in de Morning Star schrijft Pam Currie15: “De idee dat Schotland moet blijven om de Engelsen tegen zichzelf te beschermen, is uitermate bizar. Zoals in elke democratie krijgt Engeland de regering waarvoor het gekozen heeft – dus ook de huidige. Indien de Engelse linkerzijde zich wil versterken, dan moet ze beginnen met aantrekkelijk te zijn voor de Engelse kiezers, niet voor kiezers uit naburige landen.”16

Wie zijn die ‘Engelsen’ naar wie de auteur verwijst, dat nationaal zootje dat we zonder enig onderscheid van klasse en etnische afkomst kunnen haten? Dit is de tweedracht zaaiende chauvinistische zienswijze van het kapitalisme.

In de Engelse arbeiderswijken en -steden stemmen de mensen voor Labour. Het is een teken van solidariteit om samen met hen op te komen tegen de besparingen en de Tories bij de volgende verkiezingen een nederlaag toe te brengen. Internationalisme is misschien niet altijd eenvoudig, maar het is wel de juiste weg.

Het karakter van de staat en de verhouding tussen de Engelse en de Schotse natie (T1)

Een andere belangrijk argument van de linkse voorstanders van onafhankelijkheid is dat de Schotse onafhankelijkheid de Britse staat zal doen ineenstorten. Dat is eens te meer een verleidelijke bewering waarmee we op het eerste gezicht akkoord zouden kunnen gaan.

Maar zal dat ook in de realiteit zo zijn? De SNP-versie van onafhankelijkheid – niet de utopische versie die we voor ogen hebben – laat om te beginnen veel staatsstructuren intact en spreekt zich uit voor samenwerking inzake defensie en inlichtingendiensten.

Bovendien kanten de vertegenwoordigers van wat er zou overblijven, van de rest van het Verenigd Koninkrijk, zich steeds meer tegen die visie. Maar zelfs wanneer Schotland zich echt zou afscheuren, is het moeilijk zich in te beelden dat er veel zou veranderen. De rest van de Britse staat zal verder blijven functioneren, zonder zich nog zorgen hoeven te maken over zijn Labour-gezinde noordelijke buur.

Sommige voorstanders van de onafhankelijkheid stellen dat Engeland Schotland onderdrukt en het Schotse nationalisme een nationale bevrijdingsbeweging is.

Van de zeventiende tot het einde van de negentiende eeuw ontstonden in heel Europa kapitalistische natiestaten die hun grenzen afbakenden. Engeland liep op dat vlak ver voorop: het beslechtte feodale geschillen, smeedde een gecentraliseerde staat en richtte zijn blik op het buitenland, op de wereldheerschappij.

Andere landen, waaronder Schotland, hadden gelijkaardige ambities. In 1695 richtte het Schotse parlement de Bank of Scotland en de Company of Scotland op om kapitaal voor de handel met Afrika, Oost-Indië en de Amerika’s te verzamelen.

In enkele weken werd een vijfde van de rijkdom van het land in dit fonds gestoken. Het geld verdween in het desastreuze Darien-project: de oprichting van een Schotse kolonie in Panama met als doel de landengte te controleren. Sir William Patterson, de promotor van het project, viel in ongenade, maar kende later toch nog een succesvolle carrière. Hij werd een van de oprichters van de Bank of England.

Het Darien-project veroorzaakte het failliet van Schotland. De enige mogelijkheid om zijn imperialistische ambities te handhaven was een unie met Engeland. Een deel van de Schotse adel verzocht Engeland de Schotse nationale schuld kwijt te schelden en de Schotse munt stabiel te houden. Uiteindelijk stemde Engeland in om de waarde van het Schotse pond gelijk te stellen aan die van een Engelse shilling.17 Dat toont dus aan dat het pond in feite Engels is en geen gemeenschappelijk bezit, zoals Alex Salmond beweert!

Driehonderd jaar later, nu het Schotse financiële systeem, met inbegrip van de Bank of Scotland, opnieuw gered moet worden, vragen we ons af of sommigen in Engeland niet twijfelen aan het nut van hun Schotse medeplichtigen.

Inderdaad, medeplichtigen, want de Schotten speelden onbetwistbaar op alle niveaus een belangrijke rol in het Britse Rijk en het ‘Schotse’ kapitalisme profiteerde daarvan. De buit van het rijk werd gebruikt om de loyaliteit van de Engelse arbeidersklasse te kopen, maar even goed die van de Schotse.

Kritiek op het lokalisme en conclusie

Het argument dat beslissingen het best op lokaal vlak genomen worden door diegenen voor wie ze gelden, houdt evenmin steek. Dit argument schuift eerst en vooral het klassenbelang opzij en stelt dat door decentralisatie de macht dichter bij de mensen komt.

Al onze ervaringen met het kapitalisme tonen aan dat dit niet het geval is. Nationale regeringen, regionale of lokale raden voeren geen radicaler of verantwoordelijker beleid. Alleen de klassenstrijd kan dat.

Zal, zelfs als we het van de meest positieve kant bekijken, een onafhankelijk Schotland een beter sociaaldemocratisch beleid kunnen voeren ten gunste van het Schotse volk? Zelfs dat lijkt onwaarschijnlijk. Schotland staat immers onder druk om te functioneren binnen een neoliberale mondiale economie en de SNP zal een voor het kapitaal gunstige economische politiek voeren. Waarom zouden we trouwens de beloftes van de SNP over de sociale welvaart of de Trident moeten geloven? Wij hebben niet de gewoonte kapitalistische politici blindelings te geloven.

Onafhankelijkheid zal geen business as usual betekenen, maar het zal een complex en onzeker proces zijn met vele onbedoelde en negatieve sociale en economische gevolgen.

Als we zien wat er vandaag gebeurt, dan is er geen reden om aan te nemen dat linkse of socialistische ideeën in een onafhankelijk Schotland zullen gedijen.

De rest van het Verenigd Koninkrijk zal een versterkte rechtse parlementaire meerderheid hebben, die ook haar macht en invloed zal trachten uit te oefenen op een onafhankelijk Schotland, op de overige Britse volkeren en op andere landen. En de kansen om hieraan iets te veranderen zullen verkleinen.

De arbeiders- en de progressieve beweging in Schotland en de rest van het Verenigd Koninkrijk zullen van elkaar gescheiden worden en een gemakkelijke prooi worden voor het kapitalisme, dat zal beweren dat we aan beide zijden van de grens andere belangen hebben, zodat we zullen eindigen met elkaar te bestrijden en niet de echte vijand.

Deze verdeeldheid is al merkbaar en het is triestig om te zien hoeveel tijd en energie er gestoken wordt in de pro’s en contra’s van de onafhankelijkheid. Tijd die we zouden kunnen investeren in de uitbouw van een oppositie tegen de kapitalistische besparingspolitiek.

Frieda Park is een medewerkster van The Socialist Correspondent.


1 Frieda Park, Capitalism is safe in the SNP’s hands, The Socialist Correspondent, zomer 2014, p. 24-26. Zie: http://www.thesocialistcorrespondent.org.uk/.

2 BBC News, Scotland votes No, 19 september 2014. Zie: http://www.bbc.com/news/events/scotland-decides/results.

3 Tartan Tories: kilt dragende conservatieven.

4 The Scottish Government, Scotland’s Future, 29 november 2013. Zie: http://www.scotland.gov.uk/Resource/0043/00439021.pdf.

5 Alex Salmond is voorzitter van de SNP en eerste minister van de Schotse regering. Hij nam ontslag na het referendum.

6 The Economist, Alex’s Salmond’s big problem, 22 februari 2014.

7 Officiële residentie van de Britse koningin in Schotland. In deze wijk bevindt zich ook het Schotse Parlement.

8 De werknemers werden voor de keuze gesteld een loonstop te aanvaarden of akkoord te gaan met de sluiting van het bedrijf.

9 RMT: National Union of Rail, Maritime and Transport Workers.

10 SNP-politica. Ze volgde na het referendum Alex Salmond op als voorzitter van de SNP en als eerste minister van Schotland.

11 UK Independence Party, rechts-populistische partij.

12 Schotse dichter.

13 Belangrijke periode van sociale arbeidersstrijd in Glasgow tussen 1910 en 1930.

14 Schotse progressieve beweging. Zie: http://www.allofusfirst.org/what-is-common-weal.

15 Kader van de Scottish Socialist Party.

16 Pam Currie, The most Progressive option on the table, The Morning Star, 23 februari 2014. Zie: http://morningstaronline.co.uk/t56536e-pam.

17 Een shilling bedroeg ongeveer een twintigste van een pond.