Napoleon Bonaparte, revolutie en contrarevolutie

Auteur: 
Maurice Van Den Haute

De militaire staatsgreep van Napoleon Bonaparte

Op 18 brumaire[1] van het jaar VIII (9 november 1799) organiseert de ambitieuze generaal Bonaparte een militaire staatgreep. Hij verjaagt de regering (het Directoire) en maakt het parlement monddood. Het is een kantelpunt in de Franse Revolutie. Vanaf die dag tot aan zijn val in 1815 oefende Napoleon Bonaparte een militaire dictatuur uit. Hoe kon het zover komen?

Tien jaar Franse revolutie (1789-1799)

Voor het antwoord op die vraag moeten we terugkeren naar het begin van de Franse revolutie, tien jaar eerder, in 1789.

     In mei van dat jaar is koning Lodewijk XVI in Versailles verplicht de instelling van een Grondwetgevende Vergadering, de ‘Constituante van 1789’, te aanvaarden. Die toegeving aan de opkomende burgerij moet de Franse monarchie uit financiële problemen helpen. Maar in juni besluiten de vertegenwoordigers van de burgerij alleen samen te komen en ze roepen zich uit tot ‘Nationale Vergadering’. De grondwet zal een einde stellen aan het Ancien Regime, aan het absolutisme van de koning en de almacht van de adel. Ze moeten de politieke macht delen met de nieuwe burgerij.

     Barnave[2] zag het zo: “ (…) een nieuwe verdeling van rijkdommen leidt tot een nieuwe verdeling van de macht. Net zoals het grondbezit de aristocratie machtig gemaakt heeft, zal de industriële eigendom het volk (lees: de burgerij) machtig maken.”[3]

     Het gerucht doet de ronde dat de koning van plan is een militaire staatsgreep te organiseren om de grondwetgevende vergadering uiteen te drijven. Daarop mobiliseren de vertegenwoordigers van de burgerij de bevolking van Parijs. Het volk komt in opstand, wapent zich en grijpt de macht in Parijs. De val van de Bastille op 14 juli 1789 is het meest symbolische gebeuren in die volksopstand. De koning onderwerpt zich aan de Constituante. Het volk wordt ontwapend. De burgerij bereikt een compromis met een deel van de aristocratie. In augustus ziet ook de adel af van zijn feodale rechten. Voortaan beheren ze hun gronden als ‘grootgrondbezitter’. Op die manier vormt de adel zich om tot dat deel van de burgerij dat steunt op onroerend goed en deelt de macht met de burgerij, in het bezit van roerend goed (bedrijven, banken, handelshuizen...).

     Een deel van de adel ziet dit compromis niet zitten en wil terug naar het Ancien Regime. Samen met andere feodale regimes in Europa (en de hulp van Engeland) trekt deze aristocratie ten strijde tegen de Constitutionele monarchie.[4] Een burgeroorlog breekt uit. Het verraad van de koning en zijn entourage leidt op 10 augustus 1792 tot een contrarevolutie. De koning wordt afgezet en de Girondijnen, de grote handelsburgerij en de bankiers, komen aan de macht.

     Maar wanneer Frankrijk voor meer dan twee derde in handen is van de contrarevolutie, capituleren de Girondijnen of ze lopen over naar de vijand. In juni 1793 schuift de radicale kleinburgerij (de middenstand en de kleine industriëlen zouden we vandaag zeggen) de Girondijnen opzij en neemt de macht in handen. Om de vijand te verslaan volgt de ‘Terreur van de Vrijheid tegen de Terreur van het Despotisme’. Het gewoon volk, de sansculotten[5], gaan de vijand te lijf. Robespierre en de Jacobijnen[6] verzekeren het welzijn[7] van de gewone mensen. (Dat betekent: zoveel mogelijk zorgen voor de broodnodige voedingswaren, de rijkdom van de gevluchte contrarevolutionairen onder het volk verdelen, een geleide oorlogseconomie, algemeen stemrecht, deelname aan de macht via revolutionaire comités enz.)

     Eenmaal de binnenlandse en buitenlandse vijand verslagen, is de verenigde burgerij van oordeel dat de toegevingen aan het volk lang genoeg hebben geduurd. Robespierre wilde van het welzijn van de mensen een systeem maken.[8] De burgerij zal hem samen met zijn medestanders op 9 thermidor van het jaar II (27 juli 1794) uitschakelen.

     Er komt in 1795 een Directoire met een regering, bestaande uit vijf Directeurs en twee Kamers: de ‘Conseil des Cinq-Cents’ (de Vijfhonderd) en ‘de Conseil des Anciens’ (de Ouderen). De sansculotten worden vervolgd en het volk raakt al zijn voordelen en rechten weer kwijt. Het volk zint op wraak. Twee volksopstanden worden neergeslagen. Maar ook de contrarevolutionaire adel doet opnieuw een greep naar de macht. Op 13 vendémiaire van het jaar IV (5 oktober 1795) leiden de royalisten een contrarevolutionaire opstand in Parijs. Ze worden aan flarden geschoten door een ambitieuze generaal: Napoleon Bonaparte.

     Het risico op een nieuwe revolutie of contrarevolutie blijft echter bestaan. Het parlementair systeem van de notabelen maakt ook mogelijk dat de royalisten via legale weg opnieuw aan de macht komen.

     Twee leden van het Directoire, Barras en Sieyès, plannen een staatsgreep. Ze willen een dictatuur instellen en op die manier elke bedreiging van ‘links’ (de Jacobijnen) en van ‘rechts’ (de royalisten) uit te schakelen. Daarvoor hadden ze wel een ‘sabel’ nodig. Ze denken dat ze de Corsicaanse avonturier Napoleon Bonaparte[9] voor de klus kunnen gebruiken. Het lukt hun bovendien steun en geld (zowat 30 miljoen) los te krijgen van de banken.

     Die staatsgreep komt er, op 18 brumaire van het jaar VIII (9 november 1799) in Saint-Cloud.[10] Door de weerstand van de Vijfhonderd (de Tweede Kamer) draait het uiteindelijk uit op een gewapend optreden van Bonaparte. De soldaten volgen hem blindelings: “Volg mij, ik ben de God van de dag”.

     Het Directoire wordt ontbonden en drie consuls verdelen de macht onder elkaar: Bonaparte, Sieyès en Ducos. Bonaparte organiseert echter een staatsgreep binnen de staatsgreep. Al snel trekt hij, als Eerste Consul, het laken naar zich toe.

Het consulaat

De notabelen zijn tevreden. De Zwitserse bankier Necker schrijft naar zijn dochter Germaine de Staël: “Het nieuwe regime zal het recht en de kracht van de bezitters garanderen.”[11] De Banque de France wordt de staatsbank. Deze staatsbank staat echter niet in dienst van de regering, maar van de financiers. De bank weigert bijvoorbeeld de staat grote sommen geld te lenen om de oorlog te financieren. Bonaparte zal permanent te kampen hebben met een gebrek aan geld. Terwijl Engeland alle coalities tegen Napoleon Bonaparte kan financieren met leningen van Londense banken.

Napoleon Bonaparte en de staat

De militaire dictatuur en alleenheerschappij

Bonaparte vestigt op zeer korte tijd een alleenheerschappij. Dankzij een militaire staatsgreep grijpt hij de macht en dankzij de militairen kan hij aan de macht blijven. De grote burgerij verzaakt aan de politieke macht en zal hem in al zijn avonturen blijven steunen zolang hij aan de winnende hand is en de burgerij zich kan verrijken.

Boven de klassen en de klassenstrijd?

“Noch rode mutsen, noch rode hakken, ik behoor de Natie toe.”[12] Dat is het devies van Bonaparte. Hij wil alle bezitters verenigen in de natie. In de eerste plaats de burgerij, maar ook de boeren die nu landeigenaars zijn geworden. Uit angst dat ze bij een terugkeer van de adel en het Ancien Regime hun gronden weer moeten afstaan, zullen die boeren trouw blijven aan Napoleon Bonaparte. Gedurende gans zijn regime zal hij naar de stemming onder de boeren luisteren: “De opinie van de salons en de praatjesmakers? Ik ken er maar één: die van de boeren!”[13]

De grondwet en de versterking van de uitvoerende macht

Om de nieuwe staatsmacht vorm te geven moet de nieuwe grondwet de uitvoerende macht versterken. De nieuwe notabelen waren voorstander van de versterking van die macht.

     Sieyès die ook aan de wieg van de grondwet van het Directoire stond, schrijft een ontwerp voor de “Grondwet van het jaar VIII van de Republiek” (december 1799). Voor Bonaparte is het allemaal te ingewikkeld en gaat het veel te traag. In een minimum van tijd drukt hij dan ook zijn Grondwet met 70 artikelen erdoor. Hij slaagt erin een “korte en duistere”[14] grondwet uit te vaardigen. Het absolute recht op particulier eigendom is de basis van de nieuwe grondwet. Marx omschrijft deze grondwet als “het politieke omhulsel van de burgerlijke economische heerschappij”.[15]

     De consuls en op de eerste plaats de Eerste Consul (Bonaparte dus) vormen de kern van de regering. Zij hebben het initiatiefrecht om wetten uit te vaardigen. Ze maken het parlement monddood. In de ogen van Bonaparte zijn de idealen van de Franse Revolutie verwezenlijkt en moet de Revolutie stoppen.

     De rechterlijke macht valt onder het gezag van de regering. De staatskrant, Le Moniteur, is duidelijk: “De rechterlijke macht moet onder het gezag van de regering staan.”

De moeder aller politiediensten

Bonaparte organiseert drie politiediensten die de bevolking en elkaar controleren.

     De politie- en spionagedienst van Fouché wordt hét voorbeeld voor alle politiescholen na Napoleon Bonaparte. Hij omspant de hele maatschappij als een kleverig web.

     De vrije meningsuiting is sterk aan banden gelegd. Het aantal kranten dat in Parijs nog mag verschijnen, is beperkt tot 13 (in plaats van 73) en later zelfs tot 9.[16] Voortaan is Le Moniteur de staatskrant. De censuur wordt ingesteld en controlefreak Bonaparte laat streng optreden tegen al wie op hem of zijn bewind kritiek levert.

     Elke vorm van oppositie is op die manier onmogelijk. Bonaparte geeft Fouché opdracht in de eerste plaats de Jacobijnen te vervolgen. De royalisten worden dan weer aangemoedigd om terug te keren en krijgen uiteindelijk amnestie.

Sterke centralisatie

De administratie is alom aanwezig, centraal geleid vanuit Parijs. Ze bestaat uit specialisten die enkel aan Bonaparte verantwoording zijn verschuldigd. Gezagdragers van de staat in de departementen zijn de prefecten, aangeduid door de consuls. Ze veranderen regelmatig van departement om te beletten dat ze zouden vastroesten of zich vereenzelvigen met een departement. De regering duidt ook alle burgemeesters van de gemeenten met meer dan 5.000 inwoners aan.

De Code civil of Code Napoléon

Een belangrijke bijdrage van Napoleon Bonaparte voor de vorming van de moderne burgerlijke maatschappij is de Code civil (goedgekeurd op 21 maart 1804). Het is hét monument van het burgerlijk recht en geldt voor een deel nog steeds in landen die door de Fransen werden bezet (het huidige België, Nederland, het Rijngebied) en het noorden van Italië. De Code civil maakte brandhout van feodale wetgevingen zoals het kerkelijk, feodaal en plaatselijk recht.

     Maar op vele punten is de Code Napoléon een stap achteruit, vergeleken met de grondwet van het jaar I (1792-1793) van de Franse Revolutie. Vrouwen zien hun rechten opnieuw beperkt. De vrouw is onderworpen aan haar man die het wettelijk hoofd van het gezin is. Deze wet blijft in België tot het midden van de jaren zeventig van de 20e eeuw gehandhaafd.

     De Code civil en de latere Code pénal nemen de burgerrechten af van wie een misdaad begaat. Lijfstraffen en zelfs brandmerken worden opnieuw ingevoerd.[17]

     Toch blijft de Code civil een kwalitatieve breuk met het recht onder het Ancien Regime met zijn middeleeuwse wetten.

     De Code civil hecht veel belang aan het bezit en het behouden en verbeteren van het privébezit. Sinds de Franse Revolutie veranderde een groot deel van de bezittingen (vooral onroerende goederen) van eigenaar. De rijken wisten zich een groot deel van de kerkelijke goederen en de gronden van de gevluchte adel toe te eigenen. Een groot deel van de boeren werd eigenaar van het land dat ze bewerkten. Maar die (nieuwe) bezittingen blijven bedreigd. En dat van twee kanten: enerzijds door de adel en de kerk die hun eigendommen terug willen, aan de andere kant door het meest radicale deel van de volksbeweging, dat een gelijke verdeling van de eigendommen eist. Het kadaster moet het grondbezit nauwkeurig in kaart brengen.

     Een van de belangrijkste vrijheden wordt de vrijheid van arbeid. Het staat een patroon vrij arbeiders(ster) aan te werven en te ontslaan. Later krijgt dit wetboek een aanvulling met het arbeidsrecht. Maar de rechten van de arbeiders worden steeds meer beknot. De wet Le Chapelier[18] wordt bevestigd en richt zich tegen elke vereniging die de productie hindert. Concreet viseert deze wet de arbeidersgroepen en -bewegingen die zich organiseren om hun belangen te verdedigen (artikel 415). Alle arbeiders en arbeidsters krijgen een “arbeidsboekje”.[19]

     Weinigen weten dat Napoleon Bonaparte in 1802 de slavernij, afgeschaft in 1794 in de periode van de Terreur (Robespierrre), opnieuw invoerde in de kolonies. Bonaparte hoopte door die maatregel de Franse kolonies in Centraal- en Noord-Amerika (Louisiana) economisch te versterken. Daar komt uiteindelijk niet veel van door een opstand in Saint-Domingue (vandaag Haïti en San Domingo) van Toussaint Louverture en Dessalines en een nieuwe oorlog met de Britten.

De perfectionering van de burgerlijke staatsmacht

De belangrijkste erfenis van Napoleon Bonaparte is dat hij onder zijn bewind de burgerlijke staatsmacht perfectioneerde. De hele staatsmachine zoals Bonaparte die uitbouwde, met haar sterke uitvoerende macht, haar repressieorganen (gerecht, politie en leger) en bureaucratie, staat vanaf dan model voor alle moderne burgerlijke staatsmachines.

Napoleon Bonaparte en de kerk

Van bij het begin van de revolutie is Frankrijk sterk verdeeld omwille van het schisma binnen de Kerk. De traditionele Kerk van de paus veroordeelt de mensenrechten en weigert de nieuwe Franse staat te erkennen. Daarnaast is er de Kerk van de Franse staat die de goederen van de Kerk van Rome heeft aangeslagen en priesters verplicht een eed van trouw te zweren aan de Franse grondwet.

     Het grootste deel van de Franse bevolking bestaat uit gelovige boeren. De Kerk bepaalt hun dagelijkse leven. Uit hun midden rekruteren de royalisten die de oude macht van de Kerk willen herstellen, contrarevolutionaire troepen voor een burgeroorlog tegen de Republiek.

     Maar Bonaparte zint op een middel om de contrarevolutie het wapen van het geloof uit handen te slaan. Hij wil een einde stellen aan het schisma en zich verzoenen met de paus. Juni 1800 begint de paus, voor wie Frankrijk ‘de oudste dochter van de Kerk is’, onderhandelingen. Bonaparte is niet van plan het katholicisme te erkennen als staatskerk, maar het komt hem goed uit als ‘het katholicisme het geloof is van de meerderheid van de Fransen’. Op 26 messidor van het jaar IX (15 juli 1801) ondertekent hij een verdrag met het Vaticaan, het Concordaat. De Kerk krijgt haar tegoeden niet terug, maar de overheid betaalt voortaan priesters en bisschoppen en staat in voor het onderhoud van de kerken (zie de kerkfabrieken). Van een echte scheiding tussen kerk en staat is in wezen geen sprake.[20] Als Bonaparte een Conventielid naar zijn mening vraagt over het akkoord, krijgt hij een verbitterd antwoord: “Eén miljoen mensen stierven voor de afschaffing van wat u hebt hersteld.”[21]

     Bonaparte gebruikt nu ‘zijn’ Kerk en zijn priesters om de Fransen nog beter in zijn greep te houden: “Er is niets dat ik niet kan doen met mijn gendarmes en mijn priesters.”[22]

     Vanaf het Concordaat wordt de Kerk, naast het militair- en politieapparaat en de administratie, een tak van de staatsmacht. Spotprenten zullen heel de 19e eeuw de samenwerking van het repressieapparaat en de kerk afbeelden door een gendarme met een sabel en een priester met een wijwaterkwast die samen de arbeiders bedreigen.

Keizer Napoleon I

Keizer en toch republikein?

Een mislukte aanslag op zijn leven in december 1800 en zijn actieve deelname aan veldslagen waar hij in het vizier loopt, zijn tekenen dat het elk moment afgelopen kan zijn met het beleid van de Eerste Consul. Om te vermijden dat het nieuwe Frankrijk, zoals hij het op de rails zette, met hem zou verdwijnen, creëert Bonaparte een nieuwe dynastie. In mei 1804 roept de Senaat hem uit tot keizer. Op 2 december 1804 zal hij zichzelf luisterrijk tot keizer kronen, keizer Napoleon I.

     In het begin probeert hij de betekenis van deze stap te relativeren om de kritiek van de republikeinen te pareren: “Keizer? Ach, dat is maar een woord als een ander”, zegt de nieuwe Keizer. Hij stelt het Keizerrijk voor als de natuurlijke voortzetting van de Republiek. Ook in het Oude Rome, waar de Franse Revolutionairen graag naar verwijzen, volgde het Keizerrijk op de Republiek. Allerlei symbolen moeten trouwens bewijzen dat de Republiek blijft bestaan, het behoud van de Franse driekleur bijvoorbeeld of de leuze op de nieuwe Franse munt: “Napoléon empereur - République Française”.

     Maar die verwijzing naar het Oude Rome maakt dit plaatje toch niet helemaal volledig. De kroning tot Napoleon I en de zalving door de Paus houden ook een verwijzing in naar Karel De Grote (en zijn kroning in Rome in 800) en de Keizer van het Heilig Rijk der Duitse Naties. Het keizerschap houdt niet enkel een boodschap in voor de Fransen. Het is een signaal van de macht en de ambitie van Napoleon I voor alle Europese staten en volkeren.

Het Keizerrijk wordt de triomf van het nepotisme en de corruptie

In 1808 vormt Napoleon een eigen adel. Hij verheft zijn familie en aangetrouwde familieleden in de adelstand en zet ze in verschillende landen van Europa op de troon of aan het hoofd van nieuwe door hem geschapen staten, zoals in het Noorden van Italië.

     Zijn belangrijkste maarschalken en generaals zoals Fouché en Talleyrand, maar ook medewerkers krijgen een adellijke titel. Murat, de zoon van een stalknecht, wordt grootadmiraal en koning van Napels.

     Zo ontstaat in het westen van Europa een keten van koninkrijken, graafschappen en hertogdommen waarvan de leiders persoonlijk schatplichtig zijn aan Napoleon. Zo heeft hij die staatjes in een ijzeren greep. Na zijn nederlaag zal die constructie met hem aan diggelen vallen.

     Een lijfspreuk van zijn moeder Laetitia was: Pourvu que ça dure (Laat ons hopen dat het blijft duren). Maar dat zal onmogelijk blijken.

Napoleon verovert (bijna) Europa

De ambitie Europa te veroveren brengt hem ertoe voortdurend oorlog te voeren tegen alle machten van het Oude Europa en de Britten. Zoals sinds 1792 tegen het Frankrijk van de revolutie, organiseerden die keer op keer coalities tegen Napoleon. Napoleon was in de ogen van de keizers en koningen van het Ancien Regime de vertegenwoordiger van het revolutionaire Frankrijk die hen wilde onderwerpen. Engeland wilde kost wat kost de ambitie fnuiken van Frankrijk om niet alleen een politieke maar ook een economische wereldmacht te worden.

     In de ogen van zijn tegenstanders was de Eerste Consul en latere keizer een parvenu die geen enkel recht had om over een land als Frankrijk te regeren. Napoleon begreep dat zeer goed: “Een Eerste Consul kun je niet vergelijken met die Koningen ‘bij de gratie Gods’ wiens bedje is gespreid. Hij heeft nood aan spectaculaire acties en bijgevolg aan oorlog.”[23] De Anciens Regimes konden inderdaad na elke verloren veldslag en oorlog aan de macht blijven. Om niet ten onder te gaan, mocht Napoleon geen enkele veldslag verliezen. Wat onvermijdelijk toch een keer gebeurt

Het militair genie van de Franse Revolutie

Tijdens de Franse Revolutie kwam een nieuw soort leger tot stand: het volksleger. In de beginjaren van de Franse revolutie werd immers al snel duidelijk dat het beroepsleger met haar aristocratische officieren totaal onbetrouwbaar was.

     Aanvankelijk bestaat het nieuwe volksleger uit vrijwilligers die de Franse Republiek met veel enthousiasme en moed verdedigen.

     Als in de zomer van 1792 de Republiek in gevaar is, besluit de Conventie tot massale oproeping. Het eerste Franse massaleger telt meer dan 800.000 soldaten. Een nooit gezien aantal voor die tijd. Vanaf september 1798 komt er een algemene dienstplicht. Alle jongeren vanaf 20 jaar dienen gedurende 5 jaar in het leger.

     Het leger bestaat voor het overgrote deel uit boerenjongens. Voor hen staat de Republiek gelijk aan het bezit van grond. De soldaten mogen voor een groot deel zelf hun officieren kiezen en hen eventueel ook weer afzetten. De officieren delen lief en leed met hun soldaten. Lijfstraffen zijn verboden. Misdraagt een soldaat zich, dan vellen zijn kameraden een oordeel. Alle soldaten kunnen door moed en bekwaamheid officier of zelfs generaal worden.

     Landen als Oostenrijk, Pruisen of Rusland kunnen hier tegenover enkel beroepssoldaten plaatsen. Jonge mannen die meestal gedwongen werden om in dienst te treden. De officieren van die legers zijn aristocraten die hun soldaten enkel onder dwang kunnen doen marcheren. Op het slagveld reageren die legers van het Ancien Regime als robotten.

     Alleen bij de Britten ging het er anders aan toe. Hoewel Wellington moest toegeven dat zijn leger voor een groot deel uit ‘gespuis’ bestaat, zijn ze wel erg gedisciplineerd.

De voorwaarden voor het militair succes

Zolang er geld binnenkomt, blijft het leger van de Franse Republiek en Napoleon onoverwinnelijk. Geld, meestal afkomstig van belastingen en grote schadevergoedingen, opgelegd in ‘bevriende’ landen (België, het Rijnland, Italië, Saksen) en ‘verslagen’ landen (Oostenrijk, Pruisen...). Zolang kan Frankrijk nieuwe lichtingen oproepen en kan de industrie het leger blijven bevoorraden. Verder mag de bevolking van de bezette landen niet in opstand komen en mogen zijn vijanden zijn manier van oorlog voeren niet overnemen. Wat natuurlijk wel zal gebeuren.

     Eén type oorlog kan Napoleon nooit winnen: de guerrilla (de kleine oorlog). In Spanje voert het volk een slopende en permanente oorlog tegen de troepen van Napoleon. Daarbij worden geen militaire regels gerespecteerd. Massa-executies en vernietigen van dorpen en steden halen echter niets uit. Napoleon is verplicht permanent 180.000 tot 360.000 soldaten te stationeren in Spanje. Men vergeet vaak dat het in Spanje is dat de Franse legers hun eerste nederlagen hebben opgelopen en werden verslagen.

Overwinningsbulletins

Napoleon zorgt ervoor dat de publieke opinie achter zijn oorlogen blijft staan. Hij beweert steeds dat niet hij maar de vijand verantwoordelijk is voor een nieuwe oorlog. Bij elke nieuwe oorlog belooft hij dat het ‘de laatste’ is. Hij besteedt veel aandacht aan propaganda. Na elke veldslag zendt hij ter publicatie een bulletin naar Parijs. Bulletins die al even kort en krachtig als leugenachtig zijn. Hij camoufleert zijn nederlagen. Tot hij na de catastrofale campagne in Rusland de waarheid niet langer kan verbergen.

Napoleon en zijn soldaten

Hij blijft de ‘kleine korporaal’. “Ik ben geen koning, (…) ik ben een soldaat van het volk.” Napoleon draagt een eenvoudig uniform en grijze cape. Het steekt fel af tegen de protserige en weelderige uniformen van zijn maarschalken en generaals. Na elke veldslag beloont hij de soldaten en officieren die bijdroegen tot de overwinning, met bevorderingen, geld en medailles (die toch niets kosten). Napoleon zei: “Het Franse volk heeft twee passies die allebei even sterk zijn. Ze lijken tegenstrijdig, maar komen voort uit eenzelfde sentiment: de liefde voor gelijkheid en de liefde voor onderscheidingen.”

De strijd met Engeland voor de wereldheerschappij

De eerste oorlogen die het Frankrijk van de Revolutie van 1789 voert, zijn oorlogen ‘voor natuurlijke grenzen’. Zo wil de burgerij haar interne markt vergroten tot aan de Rijn in het oosten en het noorden.[24] Maar daar blijft het niet bij. Frankrijk wil Noord-Italië en het Rijngebied omvormen tot vazalstaten om van daaruit zijn expansie verder te zetten.

     Het doel van de oorlogen van Napoleon I is Europa veroveren, de Britten bekampen en een wereldmacht vormen door de controle over het Euraziatische continent. De Franse keizer beweert door de verovering van Europa een oude droom van de volkeren van Europa te realiseren: “Nog te veel verschillen scheiden de volkeren van dit mooie Europa, dat slechts één grote familie zou moeten vormen.”[25] Mooie woorden die de overheersing van Frankrijk moeten camoufleren. Napoleon hertekent voortdurend de kaart van Europa om de oude machten en de volkeren permanent onder controle te houden.

     Op het einde van de 17e eeuw was de burgerlijk-democratische revolutie in Groot-Brittannië uitgedraaid uit op een compromis tussen de burgerij en de adel (The Glorious Revolution, 1688). Na Spanje en de Nederlanden te hebben verslagen, werd Engeland meester over de wereldzeeën. Engeland, de bakermat van het kapitalisme en de moderne industrie, begrijpt snel dat de Franse Revolutie van 1789 krachten heeft vrijgemaakt die haar hegemonie kunnen bedreigen. Daarom steunt het, van de begindagen van de Revolutie tot de val van Napoleon Bonaparte, alle aristocratische en reactionaire krachten in Europa die het Frankrijk van de revolutie op de knieën willen dwingen.

     Bonaparte trekt naar Egypte (1798-1799) en het Midden-Oosten om de invloed van de Britten te counteren. Deze poging mislukt. In 1805 plant hij een waanzinnige poging tot invasie van Engeland vanuit Boulogne. De nieuwe oorlog met Oostenrijk en Rusland en de vernietiging van de Franse vloot in de slag bij Trafalgar in oktober 1805 gooien roet in het eten. De Keizer moet het over een andere boeg gooien.

Het continentaal stelsel of de economische blokkade, een tweesnijdend zwaard

Napoleon wil Groot-Brittannië nu economisch wurgen. Hij vaardigt een blokkade uit voor alle Britse producten en verbiedt handel met Groot-Brittannië. Men noemt dit het ‘continentaal stelsel’. Op 21 november 1806 vaardigt Napoleon het uit bij decreet. Maar producten blokkeren die de Britten verhandelen, kan alleen door de toegang tot het continent te verhinderen. De goederen raken in 1807 en 1808 nog altijd via Portugal, Spanje en Rusland continentaal Europa binnen. Dat vormt een ernstig probleem. Die landen moeten, goedschiks of kwaadschiks, de door Napoleon opgelegde blokkade aanvaarden. Vandaar zijn oorlogen tegen Portugal, Spanje en Rusland om het Europees continent hermetisch te sluiten. Het zijn die oorlogen die Napoleon fataal zullen worden. Portugal wordt veroverd in november 1807. In Spanje wordt het decadent koningshuis gevangen genomen en het land bezet. Daarop barst in mei 1808 een opstand los. De Fransen kunnen het land nog nauwelijks controleren. Rusland respecteert de blokkade niet, ondanks de afspraken die in Tilsit tussen keizer Napoleon en tsaar Alexander I werden gemaakt. Rusland kan dat niet, omdat zijn economie voor een groot deel leeft van de export van granen, ijzererts en hout naar Groot-Brittannië. De tsaar wil niet naar de waarschuwingen van Napoleon luisteren. Een oorlog wordt onvermijdelijk.

     Tot 1808 is de blokkade voor de Britten een groot probleem, maar daarna veel minder. Ze veroveren nieuwe markten in Latijns-Amerika en Noord-Amerika en dringen via smokkel toch het continent binnen.

     Maar Frankrijk verliest markten: Groot-Brittannië, de overzeese gebieden en Amerika (omdat de Britten alle Fransen schepen aanvallen). Franse luxegoederen en wijn geraken moeilijk verkocht aan goede prijzen. Grondstoffen worden zeldzaam. Katoen is nauwelijks nog te vinden en het gebruik van wol maakt kleding duurder. Vervangproducten als suikerbieten en cichorei worden weinig geapprecieerd. De Franse manufacturen draaien slecht. Bedrijven gaan failliet en de banken krijgen het moeilijk. Er is werkloosheid in de grote steden en in de havens.

Napoleon onderschat de financiële macht van Groot-Brittannië

De Britten financieren de oorlogen van de Russen, de Oostenrijkers en de Pruisen. Er worden steeds nieuwe coalities tegen Frankrijk gevormd. Ze slagen erin de Fransen te isoleren in een steeds kleiner wordend Frans Europa. De ondergang van Napoleon zit eraan te komen.

Triomf en teloorgang

De discussie wie verantwoordelijk is voor de permanente oorlogen is een welles-nietes verhaal. Feit is dat de Anciens Regimes in Europa de overwinning en de uitbreiding van de Franse Revolutie nooit aanvaardden en

     Anderzijds draagt Napoleon minstens een even grote verantwoordelijkheid omdat hij zijn doel, de verovering van Europa, niet kon realiseren zonder oorlog. Oorlog diende ook de binnenlandse vrede in Frankrijk. Napoleon Bonaparte “verving de permanente revolutie door de permanente oorlog”, schrijft Friedrich Engels.

     Tot 1811 verslaat Napoleon zijn vijanden. Net zoals de Franse Republiek voor hem, beweert Napoleon bij elke verovering en bezetting “de volkeren te bevrijden”. Robespierre had nochtans gewaarschuwd voor “gewapende missionarissen” die de idealen van de Franse Revolutie zouden willen opleggen aan de volkeren van Europa.

     Maar de schoenen van de soldaten verspreiden ook de zaden van de idealen van de Franse Revolutie, met haar hang naar vrijheid en gelijkheid onder de burgers. Het nationalisme en de “natie”-idee van de Fransen brengt bij de onderdrukte volkeren een nationaal gevoel teweeg. In verschillende Duitse staten wordt de Franse bezetting aanvankelijk goed onthaald. Zoals in het Groothertogdom Berg (Düsseldorf) waar 16 kleine staten worden samengevoegd en een stap naar eenmaking wordt gezet. Men zal er in 1808 de lijfeigenschap en in 1809 de feodaliteit afschaffen.

     In Westfalen wordt de Code Napoléon van kracht. Koning Jérôme, een broer van Napoleon, is er een tijd erg populair.

     Ook in Pruisen is de overheersing en invloed van de Fransen globaal positief. Na de nederlaag van Pruisen in 1806 voert koning Frederik Willem III onder impuls van zijn ministers hervormingen door. Hij schaft de lijfeigenschap af, maar de feodaliteit blijft bestaan. Het leger wordt naar het Franse voorbeeld hervormd.[26]

     Maar de plunderingen, belastingen en opeising van steeds meer Duitse soldaten doen in verschillende Duitse staten de stemming overslaan.

     Vanaf 1809 leidt de herbergier Andreas Hofer in Tirol[27] tot driemaal toe een boerenopstand. Hofer wordt in 1810 geëxecuteerd, maar in heel Duitsland hij wordt een volksheld.

     In Pruisen organiseren jongeren (studenten en soldaten) zich in de Tugendbund (Bond van de deugdelijkheid) die het liberalisme verdedigt en Pruisen wil bevrijden van de Franse hegemonie. Ze vormen in het geheim gewapende vrijkorpsen[28] die de Franse troepen aanvallen.

     In alle Duitstalige staten komt een nationaal gevoel tot stand. De oorlog in Duitsland van 1813 tot 1814, waarbij de Fransen definitief werden verdreven, ging de geschiedenis in als ‘een Duitse bevrijdingsoorlog’.

     De tragiek van Napoleon is dat hij geloofde dat de gekroonde hoofden van Europa en de aristocraten hem uiteindelijk zullen aanvaarden. Meer nog, hem zullen gehoorzamen. De meest tragische vergissing was zijn poging de feodale adel en het Ancien Regime te verzoenen met het nieuwe regime van de burgerij en het kapitalisme. Op het einde van zijn leven stelt hij vast: “Ik heb heden en verleden willen verenigen, de middeleeuwse vooroordelen en de instellingen van onze eeuw; ik heb me vergist en vandaag zie ik de volle draagwijdte in van mijn fout. Dat kost me misschien de troon, maar ik zal de wereld begraven onder zijn puinhopen.”[29]

     In totaal zullen de vijanden van Frankrijk vanaf de overwinning van de Franse Revolutie zeven coalities vormen tegen Frankrijk. Drie hiervan zal Napoleon verslaan. Voor twee coalities moet hij de duimen leggen.

De Russische nachtmerrie[30]

De Russische adel verplicht de Tsaar de blokkade tegen Engeland niet te respecteren. Napoleon trekt ten aanval: in juni 1812 steken zowat 600.000 soldaten de rivier de Memel over.[31] Het komt tot een confrontatie in Borodino, op zowat honderd kilometer van Moskou, op 7 september 1812. De verliezen aan beide zijden zijn enorm. Aanvankelijk bezet Napoleon Moskou. Een aangestoken brand die de stad grotendeels vernietigt, verplicht hem echter zich terug te trekken bij gebrek aan bevoorrading en omdat er geen enkel signaal komt van Tsaar Alexander over eventuele onderhandelingen. De terugkeer is vreselijk. De Fransen ontsnappen eind november 1812 in de slag aan de Berezina, een bijrivier van de Dniepr, op het nippertje aan volledige vernietiging. Uiteindelijk bereiken slechts 60.000 soldaten de Poolse grens. Napoleon keerde al eerder terug, nadat in Parijs een staatsgreep werd gepleegd. Het waren zijn naaste medewerkers die hem hadden verraden.

     De zware nederlaag in Rusland is voor zijn vijanden het signaal om weer in de aanval te gaan. Napoleon rukt op naar Duitsland waar hij in het voorjaar van 1813 de Pruisen verslaat. Clemens von Metternich doet hem eind juni in Dresden zeer mooie vredesvoorstellen. ‘De natuurlijke grenzen’ tot aan de Rijn blijven verzekerd en Napoleon kan aan de macht blijven. Napoleon wil niet ingaan op deze vredesvoorstellen. Opnieuw breekt de oorlog los, nu tegen een nieuwe coalitie van Pruisen, Russen en Oostenrijkers, gesteund door de Britten.

     In de slag van Leipzig van 16 tot 19 oktober 1813 staan 180.000 Fransen en Polen tegenover 300.000 soldaten van de ‘Zesde coalitie’ (Rusland, Oostenrijk, Pruisen en Zweden). De nederlaag van Napoleon is onvermijdelijk en het Franse leger verlaat het strijdtoneel in complete chaos. Ten slotte valt in 1814 de ‘Heilige Alliantie’ van Britten, Ieren, Russen, Pruisen en Oostenrijkers Frankrijk binnen. Ondanks de weerstand van Napoleon in het noorden van Frankrijk bezetten de Russen Parijs in maart 1814.

     Kamer en Senaat schuiven Napoleon opzij ten voordele van Lodewijk XVIII. Op 6 april 1814 dwingen zijn maarschalken hem tot troonsafstand. Hij wordt verbannen naar het eiland Elba, maar mag zijn titel van keizer behouden. Men belooft hem een jaarlijks pensioen van 2 miljoen Franse frank. Op 1 november 1814 start het Congres van Wenen waar de overwinnaars de kaart van Europa hertekenen. De Verenigde Nederlanden worden onder Willem I een bufferstaat tegen Frankrijk. Pruisen verwerft het Rijngebied en staat nu pal tegenover Frankrijk.

Honderd nutteloze dagen

Napoleon is echter niet van plan te vegeteren op het kleine Elba, vlak voor de Italiaanse kust. Hij is erg ontevreden: naar de beloofde 2 miljoen jaarlijks pensioen kan hij fluiten. Zijn vrouw en zoon mogen hem niet vervoegen op het eiland.

     Hij verneemt dat er onrust heerst in Frankrijk. De Fransen verachten de nieuwe vadsige koning. De terugkeer van de witte vlag van het Franse koninkrijk is voor de Fransen een belediging en velen aanvaarden niet dat het katholicisme opnieuw de staatsgodsdienst wordt.

     In het leger heerst het meest verzet: de hogere rangen in het leger worden opnieuw toevertrouwd aan leden van de aristocratie. Duizenden officieren krijgen maar de helft van hun vroegere soldij[32] en tienduizenden beroepssoldaten worden ontslagen. In het noorden van Frankrijk plannen republikeins gezinde officieren een staatsgreep.[33]

     Op 1 maart 1815 verlaat Napoleon stiekem Elba en landt bij Juan-les-Pins. Vrij gemakkelijk slaagt hij erin op te rukken naar Parijs (via de Franse Alpen). De legers, uitgestuurd om hem tot staan te brengen en gevangen te nemen, lopen over. In Lyon ontvangen de arbeiders hem in triomf: “Weg met de koning, leve de Keizer”.

     Op 20 maart zit Napoleon opnieuw op de troon dankzij de militairen. De notabelen zijn weinig enthousiast, maar Napoleon belooft zich te onderwerpen aan de grondwet en de parlementaire democratie te respecteren.

     Ondertussen rukken 800.000 soldaten vanuit het Noorden, het Oosten en het Zuiden op tegen Frankrijk. Napoleon kan maar 125.000 soldaten verzamelen.

     De eindstrijd speelt zich op 18 juni 1815 af in de Slag bij Waterloo. 70.000 Fransen vechten tegen 67.000 Britten en Nederlanders onder leiding van Wellington.[34] Enkele tienduizenden Pruisen die in twee colonnes aankomen op het slagveld, maken de overwinning van de geallieerden compleet.

     Frankrijk capituleert. Napoleon doet voor de tweede maal troonsafstand en vlucht opnieuw. Ten slotte geeft hij zich over aan de Britten die hem ditmaal verbannen naar het eiland Sint Helena. Hij komt aan op een ‘onherbergzaam’ eiland op 16 oktober 1815. De volgende zes jaar zal hij zijn memoires, vol zelfverheerlijking en zelfbeklag, dicteren en zijn lotgenoten en bewakers de duvel aandoen. Hij sterft op 5 mei 1821 aan maagkanker. Napoleon is dood, de mythe leeft tot op vandaag verder.

Napoleon, tussen mythe en werkelijkheid

De personencultus

De personencultus rond Napoleon is wellicht de grootste die Europa ooit heeft gekend. Dit vormt een grote mistbank waar doorheen het moeilijk kijken is.

     Napoleon zelf heeft die mythe al in het leven geroepen. Zo wilde hij de Fransen ervan overtuigen dat een meteoor boven Corsica zijn geboorte aankondigde. Hij wist niet alleen zijn overwinningen te gebruiken voor zijn cultus maar ook zijn nederlagen, door ze om te toveren tot overwinningen. “De perceptie is belangrijker dan de feiten zelf.”[35] Hij beschouwde zichzelf als een genie dat zijn “historische opdracht” moest volgen: “Een geniaal iemand is als een meteoor, bestemd om op te branden om zijn eeuw te verlichten.”

     Sinds Louis Philippe[36] drijven de machthebbers in Frankrijk de mythe verder op. Het Frankrijk van de 19e eeuw had veel aan macht en prestige ingeboet. De terugkeer van het stoffelijk overschot van Napoleon naar Frankrijk en het praalgraf in de Dôme des Invalides moesten de glorie van Frankrijk herstellen. Straten, lanen en bruggen kregen namen die aan de heldendaden van Napoleon en de Fransen moesten herinneren.[37]

     Vandaag maakt men nog steeds gebruik van deze mythe. Volgens de Franse journalist Alain Duhamel[38] betekent Napoleon en zijn mythe “een sprankeltje hoop tegen het huidige pessimisme bij de Franse bevolking. De Napoleonverering werkt als een wondermiddel tegen neerslachtigheid. Hij roept ‘het glorierijke Frankrijk’ op met zijn 130 departementen van Rome tot Holland.”

Hoe Napoleon beoordelen?

Zeker, Napoleon was een schurk en een moordenaar. Maar dit vaststellen helpt ons niet vooruit bij het begrijpen van de historische betekenis van Napoleon Bonaparte.

     In linkse middens maakt men soms een vergelijking tussen Hitler en Napoleon.[39] Dergelijke vergelijking houdt geen rekening met de omstandigheden, noch met de verschillende doelstellingen van beide personages. Al zijn ze beiden verantwoordelijk voor miljoenen doden.

     Karl Marx kon zich eraan ergeren dat men Napoleon Bonaparte steevast een “massamoordenaar” noemde. Volgens hem leidde het begin en midden 19e eeuw tot het verdedigen van een terugkeer van het Ancien Regime en het verheerlijken van de triomf van de contrarevoluties. “Napoleon de Grote, deze ‘moordenaar’ van zoveel miljoenen mensen, met zijn snelle, kordate en vernietigende wijze van oorlog voeren was een toonbeeld van humanisme vergeleken met de besluiteloze en trage ‘staatslieden’ die de leiding hadden in deze Russische oorlog (de Krimoorlog van 1853 tot 1856, nvdr).”[40]

Napoleon verzekerde de definitieve doorbraak van het kapitalisme

De belangrijkste bijdrage van Napoleon is dat hij Frankrijk en Europa op een brutale manier de nieuwe moderne tijden in katapulteerde.

     Het voorbeeld van de Zuidelijke Nederlanden (het huidige België) maakt dit duidelijk.

     Vanaf 1794 maken de Zuidelijke Nederlanden en het prinsbisdom Luik deel uit van de Franse Republiek en vanaf juni 1804 van het Keizerrijk van Napoleon I. De Fransen verdwijnen in januari 1814. In België krijgen we ‘ de Franse Revolutie’ van buitenaf opgelegd. Niet meteen ideaal, maar wel een historische vooruitgang in een land, niet in staat de feodaliteit van zich af te schudden.[41]

     In onze gewesten vervangt het Franse gecentraliseerde staatsmodel het provincialisme. Wat later de vorming van de unitaire staat België mogelijk maakt. Het land wordt verdeeld in negen departementen, een verdeling die geen rekening houdt met de taalgrens.

     De rationalisering van het bestuur komt in de plaats van de ingewikkelde en achterlijke maatschappelijke structuur van het Ancien Regime.[42] Het Frans wordt de officiële taal, ten nadele van de plaatselijke dialecten: het Vlaams, het Waals, het Picardisch, het Limburgs, het Brabants...

     De Code civil doet zijn intrede en ruimt de feodale wetten, het gewoonterecht en de kerkelijke wetten en rechtspraak op. Op de Burgerlijke Stand noteert men geboorte, huwelijk, scheiding en overlijden. De Belgen worden ‘nieuwe’ Fransen en zijn gelijk voor de wet. Ons huidig gerechtsapparaat stamt nog grotendeels uit de periode van de Fransen.

     De zeer machtige en rijke Kerk die het leven en denken van de mensen beheerst, krijgt rake klappen. Ze verliest een groot deel van haar bezittingen ten voordele van de burgerij. Kloosters worden manufacturen en bedrijven. Voor het eerst is er een echte godsdienst en filosofische vrijheid. Al zal het Concordaat van 1801 hier de schade voor de kerk wel beperken.

     Het kadaster brengt het grondbezit in kaart. De handels- en economische beperkingen worden tenietgedaan. De tolbarrières worden opgeheven. Er is geen grens meer met Frankrijk. De wet Le Chapelier maakt brandhout van alle regels en bescherming van oude gilden. Deze wet zal worden gebruikt om de eerste syndicale organisaties van de arbeidersklasse te breken en de stakingen te onderdrukken.

     Het metrisch stelsel maakt een einde aan de vele verschillende maten en gewichten in het land. Dit is van levensbelang voor de industriële productie, de handel en de technische ontwikkeling. De nieuwe staat geeft de burgerij hier de kans om het kapitalisme te ontwikkelen. Het Continentaal Stelsel (de blokkade) zal een beslissende invloed hebben op de economie in onze regio. De concurrentie van de Britten is uitgeschakeld. De immense West-Europese markt ligt open.

     De haven van Antwerpen, “het pistool gericht op het hart van Engeland”[43], wordt gemoderniseerd maar kan zich niet ontwikkelen omwille van de blokkade en de dreiging van de Britten aan de Scheldemonding. In Verviers en Gent bloeit de textielindustrie. In Gent wordt de productie gemechaniseerd (stoommachines, moderne weefgetouwen... ). Vooral het Luikse bekken vaart wel bij de Franse periode. Industrieën (steenkool[44], metaal, glas, wapenindustrie) komen tot bloei.

     De industrie kan ook rekenen op een talrijke en jonge bevolking. De veralgemening van het lager onderwijs zorgt voor enige scholing van de werkers.

     Napoleon hecht veel belang aan België. In 1803 en 1810 brengt hij er twee belangrijke werkbezoeken.

     Als de nederlagen van Napoleon zich beginnen op te stapelen, gaat het snel achteruit met de economie in onze regio’s. Napoleon was er steeds van overtuigd dat de Britten nooit de aanhechting van België bij Frankrijk zouden aanvaarden. En hij krijgt gelijk. Eind 1813 verjagen de Nederlanders en de Britten de Fransen.

     Het nieuwe Hollandse regime van Willem I, de koning-koopman, bouwt wel voort op de dynamiek die het Franse bewind op gang had bracht. Zo wordt België het meest moderne geïndustrialiseerde land op het Europese continent. De arbeidersbeweging kent in België een grote ontwikkeling vanaf de tweede helft van de 19e eeuw. De doodgraver van het kapitalisme komt in beweging.[45]


[1]     De Franse revolutie voerde een eigen kalender in. De scheiding van Kerk en Staat werd doorgetrokken en de tijd werd niet langer gerekend vanaf de geboorte van Christus, maar vanaf 22 september 1792, de geboorte van de Eerste Franse Republiek. De maanden kregen andere namen, de weken telden 10 dagen (decades).

[2]     Antoine Barnave is één van de leiders van het begin van de revolutie (samen met bijvoorbeeld Lafayette en Mirabeau).

[3]     Albert Soboul, De Franse revolutie, deel 1, Van Gennep, Amsterdam, 1979, p. 39.

[4]       Constitutionele monarchie: de rechten van de koning en de adel worden beperkt door een grondwet.

[5]     Sansculotten waren handwerkslieden, kleine handelaren en winkeliers. Hun kleding ligt aan de basis van hun naam. Ze droegen geen kniebroeken zoals de adel maar lange werkmansbroeken met daarboven een jas. Ze dragen vaak ook rode mutsen.

[6]     De Jakobijnen vormden tijdens de Franse Revolutie van 1789 tot 1794 een de meest radicale groep van hervormers. Zij kwamen op voor meer sociale rechtvaardigheid, volkssoevereiniteit en de ondeelbaarheid van de Franse Republiek. Robespierre was hun radicale vertegenwoordiger.

[7]     In de Jacobijnse grondwet van het jaar II heeft “het recht op bestaan” voor het eerst voorrang op “het recht op bezit”. Het is duidelijk dat dit voor de burgerij die pas aan haar opgang begint, onaanvaardbaar is.

[8]     Het welzijn betekent, volgens Robespierre, dat de mensen moeten kunnen leven en gelukkig zijn dankzij de vruchten van hun arbeid en hun klein bezit. Het bezit moet beperkt worden. Niemand mag zich verrijken ten koste van een ander.

[9]     Napoleon Bonaparte (1769-1821). Hij werd op Corsica geboren uit ouders van adellijke Genuese afkomst. In de jaren voor de Franse Revolutie werd hij in Frankrijk tot artillerieofficier opgeleid. Zijn militaire successen in Egypte hadden hem een zekere faam bezorgd.

[10]    Beide Kamers zetelen buiten Parijs omdat Napoleon beweert dat een Jacobijnse staatsgreep nakende is en de volksvertegenwoordigers en de regering bescherming nodig hebben.

[11]    Henri Guillemin, Napoléon (5), Brumaire, Radio Télévision Suisse francophone, RTS, 13 maart 1968. Zie: http://www.rts.ch/archives/dossiers/henri-guillemin/3477989-napoleon.html.

[12]    De Jacobijnen droegen een rode Frygische muts, het symbool van de bevrijde slaven in het Oude Rome, en de elegant geklede edele droeg in het Ancien Regime hoge rode hakken. Bertaud Jean-Paul, Bonaparte prend le pouvoir, Éditions Complexe, 1987, Brussel, p. 11.

[13]    Ludwig Emil, Napoleon, deel II, Uitgeverij het Spectrum (Prisma boeken), Antwerpen, 1960, p. 24.

[14]    Cf. “courte et obscure” in: Albert Manfred, Napoléon Bonaparte, Éditions du Progrès, Moskou, 1980, p. 270.

[15]    Yevgeny Tarle, Napoleon, Uitgeverij Progres, Moskou, 1970, p. 94.

[16]    Georges Lefebvre, Napoléon, Presse universitaire de France, Parijs, 1969, p. 90.

[17]    Yevgeny Tarle, op. cit., p. 141.

[18]    Deze wet van juni 1791 was oorspronkelijk positief. Ze brak het monopolie van de gilden en coöperatieven die de vrijheid van arbeid en productie beperkten.

[19]    In dit boekje noteerde de werkgever de aanwerving van de werknemer(ster) en ook zijn ontslag (met de redenen waarom). Dit maakte de controle op de arbeidersklasse zeer groot en beperkte in grote mate de klassenstrijd.

[20]    De scheiding tussen kerk en staat in Frankrijk wordt pas een feit in 1905. Het Concordaat is nog altijd grotendeels van toepassing in België.

[21]    Jacques Presser, Napoleon, historie en legende, Uitgeverij de arbeiderspers, Amsterdam, 1946, heruitgave 1968, p. 374.

[22]    Jacques Presser, Idem, p. 374.

[23]    Jean Burnat, Le dossier Napoléon, Marabout Université, Parijs, 1962, p. 337-338.

[24]    ‘Natuurlijke grenzen’ zijn een zeer rekbaar begrip en meestal een excuus voor expansionisme.

[25]    Olivier Coquard, Napoléon ou le rêve européen, in het tijdschrift Napoléon, le héros absolu, Le Vif- L’Express, Hors Série, 24 april 2015, p. 60.

[26]    Tudesq en Rudel, 1789-1848, Collection d’histoire - Louis Girard, Bordas, 1964, p. 293-294.

[27]    Tirol was toen een deel van Beieren.

[28]    Ludwig Emil, Napoleon, deel II, Uitgeverij het Spectrum (Prisma boeken), Antwerpen, 1960, p. 25.

[29]    Revue des Deux Mondes, deel 36; “Prince de Metternich, La coalition européenne en 1813 et 1814”, Parijs, 1879, p. 491.

[30]    Het boek van Johan Opdebeeck, De nachtmerrie van Napoleon is een uitstekend relaas van de Russische invasie en terugtocht (EPO, Berchem, 2012)

[31]   De Memel (in het Pools: Niemen en het Russisch: Neman) stroomt door Wit-Rusland en Litouwen en vormt ook een stuk van de grens met Rusland.

[32]    Jean Tulard (redactie), L’ABCdaire de Napoléon et de l’empire, Flammarion, Parijs, 1998.

[33]    Georges Lefebvre, Napoléon, Presse universitaire de France, Parijs, 1969, p. 573.

[34]    Luc De Vos, Het einde van Napoleon, Waterloo 1815, p. 100-103.

[35]    Christophe Barbier, Dominique de Villepin “La France se nourrit d’imaginaire”, in het tijdschrift Napoléon, le héros absolu, Le Vif- L’Express, Hors Série, 24 april 2015, p. 57.

[36]    Louis Philippe I (Lodewijk Filips I) was koning van Frankrijk van 1830 tot 1848. Men noemt deze periode de  ulimonarchie. Hij vertegenwoordigde (na de val de Restauratie) de wereld van de bankiers.

[37]    Quai d’Austerlitz, Pont de Iena, rue de Rivoli, avenue de la Grande Armée, avenue de Friedland, rue d’Ulm, Pont Napoléon...

[38]    Vanessa Scheider, Napoléon, le superman français, Le Magazine du Monde, Paris, 23 augustus 2014.

[39]    In het artikel “Le Napoléon de G. Lefebvre appliqué à l’Europe de la première moitié du XXe siècle” gaat G. Devleeshouwer dieper in op deze vergelijking. Annales Historiques de la Révolution Française, Nr. 253, 1983, p. 446-453. Maar hij keert zich tegen diegenen die Napoleon en Hitler vergelijken buiten elke historisch, sociale en economische context. Als marxistische historicus beklemtoont hij dat Hitler zich steunde op de krachten van de reactie en dat Napoleon precies deze krachten bevocht.

[40]    Yevgeny Tarle. Napoleon, Uitgeverij Progres, Moskou, 1970, p. 466.

[41]    De Brabantse poging om zich te bevrijden van de Oostenrijkse Habsburgers. Maar deze revolutie mislukte door de verdeeldheid tussen de revolutionairen (de Vonckisten) en de reactionairen (de Statisten).

[42]    Pierre Delsaerdt, Bastille, Boerenkrijg en Tricolore, deel 2, De politieke aspecten, Davidsfonds, Leuven, 1989, p. 68.

[43]    Deze uitspraak wordt toegeschreven aan Napoleon.

[44]    Het was belangrijk dat de ondergrond niet langer het eigendom was van de eigenaar van de grond, maar van de staat die de ondergrond in concessie gaf aan de mijnindustrie.

[45]    Marx en Engels, Het Communistisch Manifest, Marxistische Studies, nr. 41, Brussel, 1998, p. 111.