Nieuwe Belgische regering: een ontspoord veiligheidsbeleid en militaire avonturen

Auteur: 
Redactie van Marxistische Studies

De regering Michel-De Wever maakt gebruik van de aanslagen in Parijs om haar programma voor justitie, veiligheid en inbreuk op onze democratische rechten versneld in praktijk te brengen.

Daags na de aanvallen was de Belgische regering er als de kippen bij om twaalf veiligheidsmaatregelen goed te keuren. Het gaat onder meer over de oprichting van een Nationale Veiligheidsraad naar Amerikaans model, om het inzetten van het leger op straat, het intrekken van de Belgische nationaliteit, het verruimen van de mogelijkheden voor het aftappen van telefoongesprekken en voor elektronisch toezicht en ten slotte, strengere antiterreurwetten. Al die maatregelen stonden eigenlijk al in het regeerakkoord van oktober 2014. De regering aarzelt geen ogenblik om de angst bij de bevolking op te drijven door soldaten in te zetten op straat, om de bittere pil die ze ons bereidt gemakkelijker te doen slikken.

Verschillende van deze maatregelen zijn flagrant in strijd met de democratische vrijheden. De Liga voor de Mensenrechten en zelfs een aantal mensen binnen de regering verzetten zich tegen de doorvoering. De N-VA en de liberalen profiteren ervan om nu, in 'uitzonderlijke omstandigheden', maatregelen te nemen die onze vrijheid sterk beperken. Maatregelen, die eenmaal de dreiging voorbij is, natuurlijk van kracht blijven.
De nieuwe minister van Binnenlandse zaken, Jan Jambon (N-VA), krijgt hiermee een nooit eerder geziene macht in handen.

We herhalen het nog een keer: dat was allemaal al voorzien voor de aanslagen in Parijs. Het was duidelijk dat de regering zich verwachtte aan felle reacties tegen haar antisociaal antidemocratisch beleid vol racistische trekjes. Daarom maakte ze zich niet alleen op voor maatregelen tegen wat zij noemt 'radicalisering', maar ook voor een arsenaal aan antivakbondswetten.

Iedereen heeft vandaag de mond vol over vrijheid van meningsuiting en het verdedigen van de democratische vrijheden. Ondertussen laat de liberale partij, de MR, weten dat ze in februari een wetsvoorstel indient om het stakingsrecht en stakingspiketten aan banden te leggen. Deze partij zegt dat ze ook een voorstel zal doen in verband met de rechtspersoonlijkheid van vakbonden. Dat moet het mogelijk maken hen voor het gerecht te dagen. Voegen we er nog de zogenaamde 'gegarandeerde dienst' aan toe die ze willen opleggen bij de NMBS en in de luchthavens en we belanden bij een programma à la Thatcher, dat openlijk de oorlog verklaart aan de syndicale organisaties.

Een regering dus, duidelijk in dienst van de grote werkgeversbonden, ja zelfs van de meest radicale fractie van dit patronaat. Elke lijn van het justitieluik in dit regeerakkoord ademt diezelfde intentie uit. Trouw aan het programma van voorgaande regeringen, zet ze het klassenkarakter van onze rechtspraak nog wat sterker in de verf. We krijgen een duidelijke bevestiging van de antidemocratische tendens die al aanwezig was in het beleid van de vorige regeringen: minnelijke schikkingen in zware strafdossiers van financiële fraude, inmenging van rechtbanken in sociale conflicten via dwangsommen, verscherpte controle op magistraten, privatisering van het justitieapparaat, een 'hervorming' van het pro-deosysteem waardoor justitie minder toegankelijk en duurder wordt, btw op diensten van een advocaat, een onbegrijpelijk juridisch taaltje en rituelen die mijlenver af staan van de gewone sterveling.
De beweging rond de verdwenen kinderen in de jaren negentig zette een reeks problemen op de politieke agenda, zoals de toegankelijkheid, de transparantie, de taal en de werking van justitie. Ze eiste een justitie die meer toegankelijk is, dicht bij het volk staat, participatief is en gericht op herstel. Maar we staan steeds verder af van deze wil tot democratisering. Deze regering gaat precies de andere kant op.

De regering zegt dat ze door deze maatregelen het jihadifascisme wil bekampen. Maar zich afvragen waar die jihad eigenlijk vandaan komt, nee, dat niet. Al sinds de jaren tachtig geven de Westerse regeringen met de Amerikanen op kop, zelf voedsel aan dit terrorisme. Ze maakten er gebruik van om nationalistische regimes in de moslimwereld te fnuiken. Zij bewapenden de milities van de Taliban. Ze hebben zelf die terroristen opgeleid in Amerikaanse trainingskampen. De oorlog tegen Irak en de bezetting brachten een golf van sektarisch geweld op gang. Diezelfde Westerse leiders aarzelden niet om in de strijd tegen het regime van Khadafi in Libië of van Assad in Syrië de ergste jihadisten te bewapenen en hun opleiding te financieren samen met Saoedi- Arabië, hun machtige bondgenoot in de regio. En als je zou denken dat dit alles de Belgische regering aanzet om in haar buitenlandbeleid – sorry voor de uitdrukking – het geweer van schouder te veranderen, vergeet het maar. In het kader van de NAVO en van het Trans-Atlantisch Verdrag, een soort economische NAVO, bereidt ze zich voor om wereldwijd deel te nemen aan nieuwe interventies.