Over het nut van herdenkingen

Auteur: 
Herwig Lerouge

In het jaar 1918 verspreidde zich een griepgolf over de wereld, de Spaanse griep. Hij bleek afkomstig van de Amerikaanse troepen die naar Europa waren gezonden op het einde van de Eerste Wereldoorlog. De weerstand van veel mensen was ondermijnd door de schaarstes ten gevolge van de oorlog. De griep maakte al naar gelang de schattingen 20 miljoen tot 100 miljoen doden. Wanneer men deze slachtoffers meetelt als slachtoffers ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog, komt het totale dodental uit op 119 miljoen, waarmee de Eerste Wereldoorlog het dodelijkste conflict is dat de mensheid ooit heeft gekend, de Tweede Wereldoorlog inbegrepen.

De oorlog verwoestte het leven van miljoenen jonge mannen, gesneuveld of voor het leven verminkt. De economische schade was enorm. Na enkele jaren van economisch herstel brak in 1929 de grootste economische crisis ooit uit.

De oorlog heeft de kaarten van Europa en de wereld grondig veranderd en wel op zo een wijze dat er nog geen twintig jaar later al een nieuwe oorlog aankwam.

De oorlog luidde echter ook het begin in van de twintigste eeuw: de Sovjet-Unie werd het eerste socialistische land in de wereld. Uit schrik voor een revolutionaire besmetting kreeg de arbeidersbeweging het stemrecht, de achturendag en andere verworvenheden waarvoor ze al tientallen jaren vocht, en de leiders van de socialistische partijen werden in de regeringen opgenomen. De adel werd in talrijke landen vervangen door de grote burgerij in regering, leger en gerecht. Eeuwenoude keizerrijken werden ontbonden.

De honderdste verjaardag van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog is de aanleiding tot tal van historische herdenkingen. Terecht. De geschiedenis moet ons helpen te begrijpen. Hoe is het tot een dergelijke oorlog kunnen komen? Wie had er belang bij? Wat waren hun drijfveren? Waarom slaagden de regeringen erin om miljoenen mensen naar het slagveld te sturen zonder al te veel protest?

De geschiedenis moet ons ook helpen om dergelijke rampen te voorkomen.

Maar dan mogen de herdenkingen geen aanleiding worden om deze geschiedenis te vervormen en te misbruiken. De Belgische regering neemt vandaag, in het kader van de NAVO, deel aan oorlogen op verschillende fronten. De NAVO zelf maakt zich op om in Oost-Europa de confrontatie aan te gaan met Rusland. Elk jaar publiceert het Heidelbergse Instituut voor Internationaal Conflictonderzoek de zogeheten Conflict Barometer, de resultaten van een uitgebreid onderzoek naar oorlogen en conflicten in de wereld. In 2013 steeg het aantal oorlogen tot twintig, twee meer dan het jaar ervoor. Meer dan de helft (elf) van de oorlogen waren vorig jaar aan de gang in Afrika beneden de Sahara. Behalve de oorlogen in Syrië en Afghanistan telden ook bijvoorbeeld de situatie in Irak, Mali en de Centraal-Afrikaanse Republiek als een oorlog. De NAVO-lidstaten zijn bij praktisch al deze oorlogen betrokken. Ook België. België bekleedde in 2011 de negende plaats op de ranglijst van grootste Europese wapenexporteurs, met een uitvoerwaarde van 834,55 miljoen euro.

Toch wil de federale regering in België naar eigen zeggen met de herdenkingen van de honderdste verjaardag van de Eerste Wereldoorlog “het internationaal imago van België als neutrale bruggenbouwer, advocaat van een wereldwijde ontwapening en promotor van de rechtsstaat en van de strijd tegen straffeloosheid onder de aandacht brengen” en het “moedige gedrag van België tijdens de Eerste Wereldoorlog” dat “het belang bevestigd heeft van internationale samenwerking en multilateralisme” zoals dat vandaag belichaamd wordt door instellingen zoals de Verenigde Naties, de NAVO en de Europese Unie.[1]

Geschiedenis wordt door regeringen en elites altijd ‘gebruikt’. Volgens historicus Rudi Van Doorslaer is dit ook vandaag het geval. “Met de nakende herdenking van de Eerste Wereldoorlog is die kwestie zelfs urgenter dan ooit. Hoe moeten we ons in de 21e eeuw verhouden tot die oorlog? Welke mythes kunnen we overeind houden? Welke pedagogische boodschappen willen we uit die Eerste Wereldoorlog distilleren? Wat ik in de voorbereidende teksten (voor de herdenkingen) lees, doet mij vrezen voor het ergste. In haar missionstatement koos de Vlaamse overheid voor het thema ‘vrede’. Dat is de les die wij zogezegd uit de Eerste Wereldoorlog moeten trekken: dat mensen snakten naar vrede. Maar zowel tijdens als na de Grote Oorlog triomfeerde vooral het Belgische patriottisme. Er was natuurlijk de Vlaamsgezinde Frontbeweging en er was de collaboratie van het activisme, maar dat waren kleine minderheidsgroepen.”[2]

In dit dossier willen we daarom een aantal aspecten belichten die in de officiële herdenkingen weinig of niet aan bod zullen komen. Bijvoorbeeld over de Eerste Wereldoorlog als een klassenoorlog van burgerij en adel tegen de opkomende arbeiders- en socialistische beweging. Daar heeft historicus Jacques Pauwels een schitterend boek over geschreven dat begin juni in de boekhandel zal liggen.[3] Roel Van de Pol sprak uitvoerig met de auteur. Historicus Bruno Yammine van zijn kant onderzoekt het Vlaams-nationalistische verhaal dat nog ieder jaar tijdens de IJzerbedevaart wordt opgefrist: wat zich aan de IJzer tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft afgespeeld staat symbool voor de honderdjarige onderdrukking van Vlaanderen in dit kunstmatige, door de Franstaligen gedomineerde land.

Ook de historische splitsing tussen socialisten en communisten tijdens de Tweede Wereldoorlog is vandaag nog actueel. Het is tijdens deze periode dat de socialisten geworden zijn wat ze vandaag zijn: regeringspartijen die mee het kapitalisme beheren, die deelnemen aan alle koloniale en militaire avonturen van hun multinationals. In 1914 schaarden ze zich voor het eerst achter de burgerij van hun eigen land ten koste van de internationale solidariteit van de werkende bevolking. Uit onvrede met deze ontwikkelingen ontstond de communistische beweging en ook de eerste socialistische staat.

We hopen dat deze bijdragen mee helpen om ook vandaag te begrijpen hoe oorlogen nog altijd mogelijk zijn, ook in Europa. We hopen dat ze ook nuttig zijn in het debat over de richting die de strijd voor de vrede – een steeds dringender opdracht – moet uitgaan.


[3] Jacques R. Pauwels. De Groote Klassenoorlog, 1914-1918. Uitgeverij Epo, Antwerpen, 2014.