Revolutie en censuur op het internet

Auteur: 
Raf Jespers

De ongelijkheid in de wereld weerspiegelt zich ook op het internet. Uit cijfers van de VN blijkt dat de kloof in de toegang tot het internet gigantisch is. In industrielanden heeft 71,6 procent van de mensen toegang tot het internet, in ontwikkelingslanden is dat maar 21,1 procent.[1] Nochtans is vrije en gelijke toegang tot het internet een essentiële vereiste voor deelname aan de kennissamenleving en aan de nieuwe maatschappelijke evoluties.

De onbeperkte grenzen en mogelijkheden van het wijde web zorgen ervoor dat allerhande meningen vrij circuleren, de ene al genuanceerder dan de andere. Aansluitende of afwijkende stemmen vinden elkaar op blogs of sociaalnetwerksites. Dat laatste medium lijkt ook uiterst geschikt voor het rekruteren van bondgenoten en het oproepen tot vereniging. Op die manier wordt het internet – en ruimer het hele medianet – een cruciale tool voor de bescherming van het recht op vrije meningsuiting en op vereniging. Dat bewijst ook de centrale rol van nieuwe mediakanalen zoals YouTube, Twitter en Facebook voor de opstandelingen in de Arabische lente van 2011. Revolutie zonder het gebruik van sociale media lijkt vandaag de dag haast ondenkbaar. De sociale media bieden een alternatief voor de officiële media en geven ruimte aan kritische tegenstemmen. Het blauwe Twittervogeltje is dus niets meer dan het pamflet van vroeger.[2]

Toch is niet elke overheid opgezet met deze nieuwe evolutie. Toen Britse relschoppers zich in de zomer van 2011 van sociale media bedienden om aanhangers te ronselen, gingen er stemmen op om de toegang tot deze diensten tijdelijk af te sluiten. Premier Cameron waarschuwde ervoor dat het vrije informatieverkeer door onrustzaaiers kwaadwillig kon worden aangewend en benadrukte de noodzaak om dat te kunnen verhinderen. Privacyactivist Jim Killock van Open Rights Group reageerde bezorgd en zag hierin de zoveelste poging van gezagsdragers om geïsoleerde feiten zoals de Britse rellen te misbruiken voor een disproportionele inperking van burgerlijke vrijheden.[3]

Dat een sociaalnetwerksite als Facebook zo midden in een politieke polemiek over censuur en vrije meningsuiting terechtkomt, houdt ook gevaren in. Moet een privaat platform, dat oorspronkelijk het delen van foto’s met vrienden tot doel had, bij machte zijn om het politieke debat te bepalen dan wel aan banden te leggen? De verantwoordelijkheid die hiermee gepaard gaat, is enorm. “Wij zijn ervan overtuigd dat Facebookgebruikers de mogelijkheid hebben om hun mening te uiten. En het is niet onze gewoonte om inhoud, groepen of pagina’s die zich uitspreken tegen landen, religies, politieke entiteiten of ideeën, te verwijderen”, zegt Andrew Noyes, woordvoerder van Faceboek.[4] Nochtans is Facebook niet vies van een portie censuur. In België werd de profielpagina van radiozender Studio Brussel tijdelijk verwijderd wegens te veel eigen promotie. De pagina’s van het populaire Belgische tijdschrift Humo en digitale televisiezender Acht ondergingen hetzelfde lot.[5] En die trend zet zich ook buiten België door. Een boycotpagina gericht tegen olieconcern British Petroleum werd geschrapt. Door Facebook "obsceen" bevonden foto’s worden met een schijn van willekeur verwijderd. Facebook verzuimt hierbij zijn motivatie voor de schrapping kenbaar te maken. Deze evolutie is op zijn minst zorgwekkend te noemen en nefast voor het democratisch debat.[6]

Wanneer de stem van het volk té luid en té wijdverspreid wordt, moet de vrijheid van meningsuiting de duimen leggen voor wie aan de macht is, ook in het vrije Westen.

SOPA, PIPA, ACTA: vrij internetverkeer onder druk

Op 18 januari 2012 kleurde het internet zwart. Tal van websites, waaronder Wikipedia en Mozilla, protesteerden tegen SOPA (Stop Online Piracy Act) en PIPA (Protect Intellectual Property Act), twee Amerikaanse censuurwetten tegen piraterij en inbreuken op de intellectuele-eigendomsrechten.[7] Deze wetten plaatsen de belangen van de industrie lijnrecht tegenover die van de individuele internetgebruiker. SOPA[8] richt zijn pijlen tegen websites die illegale bestanden aanbieden. De wet moet de Amerikaanse reclame-inkomsten van die sites droogleggen, de weergave van de sites in zoekmachines verbieden of de sites in hun totaliteit blokkeren. Aanvankelijk hoefde er helemaal geen rechter aan te pas te komen. Een eenvoudige klacht volstond om het filtermechanisme automatisch in gang te trekken. Zonder enige vorm van justitiële controle dreigt zo'n vorm van internetcensuur ons op een gevaarlijke gladde helling te doen belanden. En tegen al te listige piraten, die censuur handig weten te omzeilen, beschermt de wet al evenmin. Petities tegen de Amerikaanse censuurdrift werden wereldwijd verspreid.[9] Als reactie op het protest werd de oorspronkelijke tekst van SOPA afgezwakt.

Elke vorm van censuur houdt onvermijdelijk het gevaar in dat niet gedeelde normen en waarden worden verdrongen door het heersende waardensysteem. Dat leidt tot een maatschappelijke nivellering en de aanvaarding van het behoudend wereldbeeld dat de Jobs en Zuckerbergs van deze wereld opdringen. Het streven naar een transparanter, meer controleerbaar internet mag dus niet tot gevolg hebben dat diversiteit wordt afgevlakt en eenheidsworst primeert.

Het gevecht om het vrije internet ‘voor het volk’ woedt in alle hevigheid en op alle fronten. In maart 2012 namen de 47 landen van de Raad van Europa een gemeenschappelijke internetstrategie aan om ‘de mensenrechten, de rechtsstaat en een pluralistische democratie online’ te beschermen. De landen willen opkomen voor een people centred internet en voor “internetvrijheid”.[10] In dezelfde maand legde een rechtbank te Hamburg de site RapidShare de verplichting op om een lijst van vierduizend files die copyrights hebben, te blokkeren.[11] Dat lijkt dan weer in tegenspraak met een uitspraak één maand eerder van het Europees Hof van Justitie, dat in de zaak Sabam tegen Netlog besliste dat Netlog niet kan worden verplicht een algemeen filtersysteem voor alle gebruikers in te stellen om zo het illegaal gebruik van muziek of audiovisuele producties te voorkomen.[12]

In de EU circuleren ook plannen voor een “virtuele Schengengrens”.[13]Het is de bedoeling om een grote Europese firewall op te zetten die op het internet sites met kindermisbruik, copyrightovertredingen, namaakmedicijnen, gokpraktijken enzovoort blokkeert. Providers zouden worden verplicht sites met illegaal materiaal die op een Europese zwarte lijst staan, ‘aan de grens’ te blokkeren.

Burgerrechtenorganisaties waarschuwen voor een vergaande vorm van internetcensuur. Niet alleen de vrijheid van meningsuiting, maar ook de democratie en de economie zijn niet gebaat bij een ‘gezuiverd’ internet. Eurocommissaris Nellie Kroes sprak zich uit tegen de oprichting van een Europese firewall. Kinderen moeten volgens haar met preventie en opvoeding beschermd worden tegen onwettige webinhouden en niet met het blokkeren en censuren van sites. Heeft Europa straks zijn eigen Chinese muur?

Het vrije internet staat ook onder druk door het omstreden Anti-Counterfeiting Trade Agreement, ACTA, dat begin 2011 door de EU en 22 EU-lidstaten ondertekend werd. ACTA heeft tot doel internetpiraterij en namaak tegen te gaan. In heel Europa trokken mensen de straat op uit protest tegen de ondertekening van het antinamaakverdrag. Zij menen dat het intellectuele-eigendomsrecht, dat ACTA poogt te beschermen, wordt misbruikt om vrije meningsuiting te beknotten en internetcensuur te vergoeilijken; antipiraterij als hefboom voor censuur van meningen en acties die niet tot de mainstream behoren. Het protest verdeelde de Europees Unie in twee kampen. Polen en Duitsland schortten de implementatie van het verdrag op in afwachting van de beslissing van de EU. Andere Centraal- en Oost-Europese landen bezweken eveneens onder druk van het protest. Die tweestrijd uitte zich ook in de Europese Commissie, waar enkele commissieleden het initiatief namen om het Europees Hof van Justitie de vraag voor te leggen of ACTA in overeenstemming was met de Europese normen.[14] Opvallend was dat het Europees Parlement de Commissie niet is gevolgd en geweigerd heeft om de kwestie voor te leggen aan het Europees Hof van Justitie. Het parlement vermoedde immers dat de demarche van de Commissie een tactisch manoeuvre was om een negatieve stemming in het Europees Parlement te voorkomen.[15] De parlementsleden pikten het niet dat het Europees Parlement en de nationale parlementen geen inspraak werd gegund bij de totstandkoming van ACTA. Het democratische besluitvormingsproces duldt niet dat bilaterale overeenkomsten via achterpoortjes de EU worden binnengeloodst. Op 4 juli 2012 verwierp het Europees Parlement ACTA met een grote meerderheid (479 tegen, 39 voor en 165 onthoudingen).

De Franse Hadopi-wet tegen illegaal downloaden kende een even omstreden parcours als zijn Europese tegenhanger. In 2009 keurde het Franse Grondwettelijk Hof een herwerkte versie van de three-strikes-wet goed.[16] De Hadopi-wet maakt het mogelijk dat internetgebruikers de toegang tot het internet verliezen indien ze driemaal op de vingers worden getikt wegens illegaal downloaden. President Sarkozy toonde zich al een hevig voorstander van een meer ‘beschaafd’ internet.[17]De Hadopi-wet werd dan ook triomfantelijk aangekondigd als een wereldpionier op het vlak van internetblokkering. De Franse burgers hebben het niet zo begrepen op Hadopi, maar de wet houdt voorlopig stand. Meer nog, ondanks de bewezen ondoeltreffendheid van het systeem, werd eind 2011 aangekondigd dat Hadopi zijn pijlen wijder wil richten, om ook de financiering van piratensites te treffen.

Na de Hadopi-wet kwam Loppsi, een wet die een doorgedreven controle van het internet moet mogelijk maken. De internetfilter kadert in een breed spectrum aan maatregelen die Loppsi oplegt ten behoeve van de binnenlandse veiligheid. Net als het eerste het beste automerk komt er met Loppsi 2 nu ook een nieuwe, sterkere uitvoering. Onder het mom van de strijd tegen kinderpornografie voorziet de wet in het gebruik van filters, spyware en videosurveillance, één voor één technieken die volgens het Franse La Quadrature du net aanleiding kunnen geven tot doorgedreven internetcensuur.[18] Frankrijk wordt hiermee de eerste Europese lidstaat op de lijst van landen die internetcensuur toepassen, een lijst die de internationale persorganisatie Reporters sans frontières jaarlijks opstelt.

De golf van protest tegen het Amerikaanse SOPA en het Europese ACTA deed de Franse tegenstand tegen de censuurwetgeving weer oplaaien.

Ook internetfiltering en -blokkering houden gevaren in voor de netneutraliteit, die een vrije toegang tot het internet moet garanderen. Dat sommige informatie voorrang krijgt op andere houdt een aantasting van dit wettelijk verankerd beginsel in. Google sloot in de VS al een dergelijke overeenkomst met internetprovider Verizon, waardoor het internet met twee snelheden weer een stap dichterbij kwam. Een dominant basisaanbod van kapitaalkrachtige websites wordt zodoende aangevuld met tragere, ‘inferieure’ exemplaren. Organisaties zoals het Nederlandse Bits of freedom en het Franse La Quadrature du net maken de strijd voor het behoud van een neutraal internet tot een van hun kerntaken.

Gevaarlijke Europese bewaarplicht

Begin 2006 pakte de Europese Unie uit met een richtlijn die erop neerkomt dat telecombedrijven en internetproviders gedurende zes maanden tot twee jaar moeten bijhouden naar welke nummers iemand belde en hoelang, naar wie iemand e-mails of sms-jes stuurde en welke internetsites iemand bezocht. Dat werd keurig verpakt in de formulering: Richtlijn betreffende de bewaring van gegevens die verwerkt zijn in verband met het aanbieden van openbare elektronische communicatiediensten of van openbare communicatienetwerken.[19]

De internetproviders en telecommaatschappijen moeten, telkens ernaar gevraagd wordt, die opgeslagen gegevens aan de nationale instanties doorspelen “ten behoeve van het voorkomen, onderzoeken, opsporen en vervolgen van ernstige strafbare feiten”. Het resultaat is dat alle burgers onder controle staan. Voorlopig is nog niet bepaald dat ook de inhoud van de communicatie moet worden bewaard, maar de Europese richtlijn duwt de privacy op een spekglad hellend vlak. Communicatiegegevens leggen sowieso, zelfs zonder dat de inhoud ervan bekend is, heel veel bloot.

De Fortiszaak, met het ontslag in 2008 van premier Leterme en minister van Justitie Vandeurzen, is daar een voorbeeld van. Op basis van wie met wie wanneer communiceerde, werden vergaande besluiten geformuleerd over de inhoud van de gesprekken, door deze communicatie te koppelen aan bekende feiten zoals de datums van gerechtelijke uitspraken.

De Europese richtlijn torpedeert artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. Dat artikel bepaalt dat de privacy alleen in welbepaalde, uitzonderlijke gevallen beperkt kan worden, terwijl de richtlijn van die uitzondering de regel maakt. De EU eist immers dat algemeen en preventief alle gegevens die via telefoon of internet passeren, bewaard worden.

De uitzonderlijke gevallen waarbij volgens het Europees Verdrag een inbreuk op de privacy toch nodig kan zijn, betreffen: de openbare veiligheid, het economisch welzijn van het land, de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid en van de goede zeden en de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

In het jargon heet dat “de doelbeperking”. De overheid mag dus niet “zomaar” en “massaal” van jan en alleman data bewaren. Ze heeft geen zaken met wie en wanneer iemand belt of mailt; ze kan pas op onderzoek gaan wanneer ze kan aantonen dat ze daarvoor gegronde redenen heeft.

De Europese richtlijn negeert deze beperkingen. Met de bewaarplicht wordt informatie verzameld over iedereen, zonder onderscheid des persoons. De overheid kan daarmee gegevensbestanden ook doorzoeken op risicoprofielen, het zogenaamde dataminen. Dat is een ongehoorde inbreuk op de privacy. Ook gevoelige gegevens van onverdachte personen worden immers doorzocht.

De telecommaatschappijen en internetproviders zullen door de richtlijn hun opslagcapaciteit drastisch moeten uitbreiden. Volgens advocaat Geert Somers, voorzitter van de juridische werkgroep van ISPA, de Belgische vereniging van internet serviceproviders, zal de bewaarplicht het telefonie- en internetverkeer tot 25 procent duurder maken. De operationele kosten worden op 100 miljoen euro per jaar geschat. “Indien de kosten bij de operatoren worden gelegd, zullen zij die verhalen op hun klanten”, zegt Somers.[20]

Frankrijk was een van de eerste landen om in 2006, zonder intern debat, de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving. De reden hiervoor is wellicht dat de Fransen al in 2001, kort na de aanslagen van 9/11, een gelijkaardige wet hadden aangenomen.[21] In Frankrijk kunnen de communicatiegegevens maximum twaalf maanden bewaard worden, en geen twee jaar zoals de Europese richtlijn voorschrijft.[22]Internetgiganten zoals Google, Microsoft, Facebook en eBay vochten de wet voor de Franse Raad van State aan, omdat de wet hen verplicht de paswoorden van hun gebruikers op te slaan. Dat is volgens hen in strijd met de bescherming van het privéleven.

In Nederland was de invoering van de bewaarplicht de directe aanleiding voor het Small Sister Project, dat anoniem e-mailen wil promoten en mogelijk maken.[23] Het laat zich raden dat criminelen de eersten zullen zijn die technische snufjes om niet gelokaliseerd te worden, zullen aanwenden. In die zin is de richtlijn een zeer dure slag in het water. De dupe daarvan is

de privacy.

Welke nationale autoriteiten zullen de bijgehouden informatie mogen inkijken? Wie zal het niet-toegestane inkijken en gebruiken van gegevens controleren en strafbaar stellen? En wie zal de bewakers bewaken? Al deze vragen blijven zonder antwoord.[24]

Dat de richtlijn op heel wat protest stootte, mag dan ook niet verbazen. Zo’n 35.000 Duitsers dienden een gezamenlijke klacht in bij het Grondwettelijk Hof, met het verzoek de Duitse databewaringswet, die de Europese richtlijn in Duitse wetgeving omzette, ongedaan te maken.[25] Met succes. Op 2 maart 2010 vernietigde de hoogste Duitse rechtbank de bewaarplichtwet omdat ze in strijd is met het telecommunicatiegeheim dat in de Duitse grondwet is vastgelegd.[26] Het Hof spreekt over “een bijzonder zware ingreep tegen de rechten van de burgers met een reikwijdte die de rechtsorde tot nu toe niet gekend heeft”. De dataretentie maakt “een verregaande inkijk in het sociale milieu en in de individuele activiteiten van de burgers” mogelijk. Dat kan leiden tot “het opstellen van gedetailleerde persoonlijkheids- en verplaatsingsprofielen van vrijwel alle burgers”. Niet mis te verstane woorden. Een jaar eerder had een lagere Duitse rechtbank in Wiesbaden al brandhout gemaakt van de dataretentiepraktijken.[27] De rechtbank zag in de bewaarplicht “een schending van het grondrecht op privacy. Ze is in een democratie onnodig. Het individu geeft geen aanleiding voor die inbreuk, maar kan bij normaal gedrag wel geïntimideerd worden vanwege het risico op misbruik en het gevoel gecontroleerd te worden.”

Het Duitse nein staat niet alleen. Op 8 oktober 2009 oordeelde ook het Roemeense Grondwettelijk Hof dat een gelijkaardige Roemeense wet in strijd was met de Roemeense grondwet, die bepaalt dat het geheim van telefonische en andere communicatie niet mag worden geschonden. De Roemeense ngo Civil Society Commission had de telecomoperator Orange Romania voor het Grondwettelijk Hof gedaagd omdat die in uitvoering van de wet data van burgers had opgeslagen. Het Hof oordeelde dat de verplichting om gegevens te bewaren een onaanvaardbare inbreuk was op de bescherming van het privéleven en van de vrije meningsuiting.[28] Maar in juni 2011 diende de Roemeense minister van Informatie en Communicatie een nieuw wetsvoorstel in dat de toepassing van de richtlijn moest mogelijk maken.[29]

Ook in Bulgarije, een ander EU-land, werd in december 2008 de dataretentieplicht gedumpt.

Zowel in Tsjechië[30] als op Cyprus[31] werd de richtlijn in 2011 door het Grondwettelijk Hof ongrondwettig verklaard. Ierland heeft de betwisting voorgelegd aan het Europees Hof van Justitie te Luxemburg.[32] Het Hof heeft op die manier de mogelijkheid om zich uit te spreken over de wettigheid van de richtlijn. Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens is hiervoor onbetwistbaar een belangrijke toetssteen.

Europa blijft grondig verdeeld over deze kwestie. In Oostenrijk was de invoering gepland voor midden april 2012.[33] In Nederland kon de richtlijn op weinig sympathie rekenen, maar ze werd wel in 2009 ingevoerd. In Nederland bestaat er geen Grondwettelijk Hof om wetten te toetsen. Deze bevoegdheid komt er toe aan de Eerste Kamer. Die heeft zich zeer kritisch uitgelaten over het evaluatierapport dat de Europese Commissie in 2011 over de databewaring had opgesteld.[34] Het is dan ook niet uit te sluiten dat de Eerste Kamer de wijziging of annulatie van de richtlijn zal vragen.

In mei 2012 diende de Britse regering een voorstel in om de internetproviders te verplichten een permanent systeem in te stellen dat de GCHQ, de openbare dienst die het elektronisch verkeer afluistert, in staat moet stellen om in real time en zonder mandaat van een rechter toegang te hebben tot alle communicaties. Een mandaat zou nog wel nodig zijn om de inhoud te consulteren. “Dit viseert niet alleen terroristen of criminelen, maar iedereen. Het gaat simpelweg om een nutteloze uitbreiding van de bevoegdheden van de staat, die zich op die manier kan inmengen in de zaken van onschuldige burgers. Dat is een macht die we haar niet kunnen geven”, verklaarde David Davis, oud-minister van Binnenlandse Zaken.[35]

In België is er dankzij verzet in het parlement en van de Liga’s voor de mensenrechten nog altijd geen dataretentiewet. Eind oktober 2009 lanceerde een breed platform van organisaties een campagne: Bewaar je privacy. De campagne bestaat uit een website, www.bewaarjeprivacy.be, en een petitie tegen de Belgische implementatie van de dataretentierichtlijn. Ook organisaties van journalisten, medici, juristen en internetklanten doen mee. De databewaring leidt immers ook tot een aantasting van het beroepsgeheim van artsen, advocaten, geestelijken en journalisten. De organisaties vegen het argument dat “het moet van Europa” van tafel. Ze vinden dat de Belgische regering het initiatief moet nemen “om deze Europese richtlijn zelf ongedaan te maken of minstens grondig bij te sturen”. Maar de regering heeft daar geen oor naar. Ze diende een wetsontwerp in en wil dat ook België tegen midden 2013 een dataretentiewet heeft.

In april 2011 publiceerde de Europese Commissie een rapport met een evaluatie van de richtlijn. Hoewel ten minste vijf grondwettelijke hoven zich tegen de richtlijn uitgesproken hebben, handhaafde de Commissie de richtlijn. Choquerend is dat Zweden, dat de richtlijn niet heeft omgezet in een eigen nationale wet, voorwerp was van financiële sancties door de Europese Unie en voor het Europees Hof van Justitie werd gedaagd.[36] De lobby's blijven zonder ophouden achter de schermen ageren. Een documen dat gepubliceerd werd door het Oostenrijkse hackerscollectief Quintessenz, onthult dat de Commissie in het geheim bevestigd heeft dat de richtlijn illegaal is.[37] Nochtans blijft de Commissie officieel van de EU-lidstaten eisen dat ze de richtlijn in nationale wetgeving omzetten.

Raf Jespers (raf.jespers bij progresslaw.net) is advocaat bij Progress Lawyers Network. Hij is auteur van Big Brother in Europa, EPO, 2010, ISBN 9789064456183. Dit artikel is er uit overgenomen.


[1]          “Machthebbers zijn bang van internet”, De Wereld Morgen, 5 juni 2011.

[2]     “Mensen maken revoluties, maar zonder media lukt dat niet”, De Wereld Morgen, 11 maart 2011.

[3]     “UK Riots give birth to the idea of suspending social media services”, EDRi-gram, nr. 9.16, 24 augustus 2011.

[4]     “Facebook censureert fanpagina Palestijnse Intifada”, De Wereld Morgen, 9 april 2011.

[5]     “Facebook schrapt pagina Acht”, De Standaard, 13 december 2010.

[6]     “Facebook, een gevaar voor de democratie?”, De Wereld Morgen, 9 oktober 2010.

[7]     “Protest tegen internetcensuur massaal opgevolgd”, De Wereld Morgen, 19 januari 2012.

[8]          “Internetcensuur in ‘vrije’ Westen”, De Wereld Morgen, 27 december 2011.

[10]    Council of Europe, “Internet governance -  Council of Europe strategy”, 15 maart 2012.

[11]    “New German court decision on traffic filtering”, EDRi-gram, nr. 10.6, 28 maart 2012.

[12]    Europees Hof van Justitie, arrest C-360/10, Sabam tegen Netlog, 16 februari 2012.

[13]    “The ‘Virtual Schengen Border’ or ‘Great Firewall of Europe’”, EDRi-gram, nr. 9.9, 4 mei 2011.

[14]    “Polen voert Europees verzet tegen antipiraterijverdrag aan”, De Wereld Morgen, 15 februari 2012.

[15]    “European Parliament defends itself and democracy from ACTA”, EDRi-gram, nr. 10.6, 28 maart 2012.

[16]    “One more step for France in adopting the graduated response”, EDRi-gram, nr. 6.21, 5 november 2008.

[17]   “Sarkozy wants a 'civilized' Internet”, EDRi-gram, nr. 9.2, 26 januari 2011.

[18]    “France: Loppsi 2 adopted – Internet filtering without court order”, EDRi-gram, nr. 9.4, 23 februari 2011.

[19]    Richtlijn 2006/24/EG.

[20]    Zie: www.weljongniethetero.be/forum, 22 mei 2008.

[21]    Loi n° 2001-1062 relative à la sécurité quotidienne, 15 november 2001.

[22]    “Telecom data to be retained for one year in France”, EDRi-gram, nr. 4.6, 29 maart 2006.

[23]    Pgzlog.wordpress.com, 2  augustus 2009.

[24]    “Bewaren telecommunicatieverkeer verplicht vanaf juli 2007”,  J. Deene, De Juristenkrant, vol. 126, 22 maart 2006.

[25]    www.vorratsdatenspeicherung.de, 16 maart 2009.

[26]    Bundesverfassungsgericht, Urteil, 2 maart 2010, 1 BVR 256/08, 263/08, 586/08/.

[27]    Verwaltungsgericht Wiesbaden, Beschluss van 27 februari 2009, Aktenzeichen 6 K, 1045/08.WI, Firma X en Gbr t. Land Hessen.

[28]    “Romanian NGO’s demand stopping data retention in Europe”, EDRi-gram, nr. 9.2, 26 januari 2011.

[29]    “New draft law for data retention in Romania”, EDRi-gram, nr. 9.13, 29 juni 2011.

[30]    “Czech Constitutional Court rejects data retention legislation”, EDRi-gram, nr. 9.7, 6 april 2011.

[31]    “Data retention law provisions declared unlawful in Cyprus”, EDRi-gram, nr. 9.3, 9 februari 2011.

[32]    “Irish court allows Data Retention Law to be challenged in ECJ”, EDRi-gram, nr. 8.10, 19 mei 2010.

[33]    “Austria: Petition against Data Retention Directive”, EDRi-gram, nr. 9.24, 14 december 2011.

[34]    “Dutch Senate disappointed with Data Retention evaluation”, EDRi-gram, nr. 9.14, 13 juli 2011.

[35]    BBC News, 4 april 2012.

[36]    “Sweden argues that transposing data retention directive is unnecessary”, EDRi-gram, n° 9.17, 7 september 2011.

[37]    “Commission confirms illegality of Data Retention Directive”, EDRi-gram, n° 10.1, 18 januari 2012.