Voor wanneer de zevende staatshervorming?

Auteur: 
Herwig Lerouge

In september zal het Parlement zeer waarschijnlijk de zesde staatshervorming goedkeuren. Voor de acht partijen die het akkoord ondertekenden brengt deze overeenkomst de langverwachte pacificatie. Er komt een einde aan de communautaire twisten. Men wil het hopen maar niets is minder zeker. We weten eigenlijk nu al waar de nieuwe splijtstof woekert waarmee binnen afzienbare tijd De Wever en zijn clan hun nieuwe bommen zullen vervaardigen.

U herinnert het zich nog wel. Na 500 dagen crisis en de verwijdering van de N-VA uit de onderhandelingen, kwam er in oktober 2011 eindelijk een communautair akkoord uit de bus. Vandaag zijn de wetteksten klaar. De zesde staatshervorming bestaat uit vier grote onderdelen: politieke vernieuwing, de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV), de overdracht van heel wat bevoegdheden van de federale regering naar de gewesten en gemeenschappen en een nieuwe financieringswet.

De politieke vernieuwing en BHV laten we hier even buiten beschouwing en we bekijken vooral de overgedragen bevoegdheden.

In 2015 zullen voor 20 miljard euro nieuwe bevoegdheden naar de gewesten en de gemeenschappen zijn gegaan. Ook in de sociale zekerheid. De overdracht van sociale bevoegdheden is goed voor 15 % van het huidige budget van deze sector. Het gaat hier onder meer over het arbeidsmarktbeleid (4,3 miljard), gezondheidszorg (4,2 miljard), beleid inzake hulp aan personen met een handicap, het ziekenhuisbeleid, het ouderenbeleid, de geestelijke gezondheidszorg en het preventiebeleid. Maar ook en vooral het gezinsbeleid (6 miljard ) met onder meer de splitsing van de kinderbijslag, de geboortepremies, de adoptiepremie zal voortaan niet meer hetzelfde zijn in het noorden en het zuiden van het land. En Brussel is nog een ander paar mouwen.

De financieringswet regelt de verdeling van de belastinginkomsten tussen de federale regering en gewesten en gemeenschappen en wat die overheden er mee mogen doen. Nu zullen de gewesten zelf mogen beslissen over 10,7 miljard euro in de personenbelasting, dat is ongeveer 50 % van hun eigen inkomsten, een verdubbeling. Er wordt ook voor meer dan 1 miljard euro aan fiscale uitgaven geregionaliseerd, zoals de belastingvermindering op de eigen woning.

We leven steeds minder in hetzelfde land

De hervorming zal de gewesten verder uit mekaar drijven

Voor de verkregen bevoegdheden zullen de gewesten in talrijke gevallen zelf de regels mogen bepalen. Dit is het geval voor het openbaar ambt. De gemeenschappen en gewesten krijgen meer mogelijkheden bij het bepalen van hun personeelsstatuut. Ze worden ook bevoegd om uitzendarbeid in de overheidsdiensten en de lokale besturen toe te staan.

De kinderbijslagen worden gesplitst. Het akkoord voorziet wel dat de kinderbijslagen moeten blijven bestaan. Dat komt in de Grondwet. De bedragen zullen ‘niet beduidend lager’ mogen zijn dan vandaag en er is een overgangsperiode voorzien van tien jaar om eventuele negatieve gevolgen op te vangen. Maar de kans is groot dat de kinderbijslagen in Wallonië en Brussel zullen dalen. Vooral in Brussel met een snelle bevolkingsaangroei, kunnen er ernstige problemen ontstaan.

De gemeenschappen worden bevoegd om de erkenningsnormen van ziekenhuizen te bepalen en voor de programmatie, de erkenningsnormen en (gedeeltelijk) de (zorg)- financiering van de rustoorden.

De gewesten kunnen regels opstellen met betrekking tot vermindering van sociale bijdragen voor de patroons of om te oordelen of werklozen voldoende actief naar werk zoeken en nog voor heel wat andere domeinen van het arbeidsmarktbeleid zoals de banenplannen.

Ze worden zelfs bevoegd voor een deel van de verkeersreglementering, bijvoorbeeld de snelheidsbeperkingen, de technische keuring en de rijopleiding.

Binnenkort zullen verschillende regels gelden voor huishuur.

De NMBS krijgt ook vertegenwoordigers van de gewesten in haar beheerraad. Rijke gewesten zullen voortaan ook eigen spoorweginfrastructuur mogen aanleggen. Op weg naar de Nationale Maatschappij van Vlaamse Spoorwegen.

Via de financieringswet krijgen de gewesten regelgevende bevoegdheid voor belastingverminderingen in de personenbelasting. Ze beschikken straks over een even groot, of zelfs groter budget dan de federale overheid.

Zo belanden we in een concurrentiefederalisme. Gewesten kunnen voortaan verschillende belastingtarieven invoeren en ze hebben het recht om opcentiemen te heffen.

De Belgische sociale zekerheid staat wel degelijk op de helling

De kinderbijslagen worden gesplitst. De erkenningsnormen van ziekenhuizen, de programmatie, de erkenningsnormen en (gedeeltelijk) de financiering van de rustoorden worden aan de gemeenschappen toegewezen. De federale Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) wordt een lege doos, want voortaan bepalen de gewesten niet alleen wat ‘een passende betrekking’ is, ze sanctioneren ook de werklozen, via de VDAB, de Forem en Actiris. Als de gewesten een ander sanctiebeleid voeren, als ze een andere wetgeving voor interim-arbeid hanteren, dan hebben we niet meer dezelfde sociale zekerheid voor het hele land.

De gewesten kunnen regels opstellen met betrekking tot vermindering van sociale bijdragen voor de patroons. Als ze andere programma’s volgen voor wedertewerkstelling en lastenvermindering, dan zijn op den duur ook de loonkosten niet meer dezelfde en worden die een middel om concurrentie te voeren.

Voor degenen die dachten dat we nu eindelijk van het communautair geruzie af zijn: neen. Er zijn nieuwe conflicten in de maak. De nieuwe situatie zal de roep naar nieuwe opsplitsingen versterken. Deze halve splitsing is koren op de molen van de separatisten. Er ontstaan nu al verschillende interpretaties over dat reglementaire kader. Er zijn nog patroons zoals de Vereniging van Katholieke Werkgevers die vinden dat arbeidsrecht, sociale zekerheid en loonkosten federaal moeten blijven en dat een ééngemaakt beleid onvermijdelijk is. Die vinden ook dat hoe meer men regionaliseert, hoe grotere verschilpunten men gaat creëren. Wanneer maatregelen haaks op elkaar beginnen te staan, gaat de efficiëntie eronder lijden. Het is volgens hen gemakkelijker om zaken federaal – ‘aan de bron’ – te regelen.[1] Maar in Vlaanderen neemt de invloed van Voka en Unizo in de patronale wereld toe. Jo Libeer, gedelegeerd bestuurder van Voka, baart het zorgen dat het arbeidsrecht, de sociale zekerheid en het loonbeleid federale materies blijven: “Neem nu de ‘passende dienstbetrekking’. Je voelt nu al aan dat daar in het noorden van het land een andere interpretatie over bestaat dan in het zuiden. Er zijn aspecten die in de toekomst aanleiding kunnen geven tot noodzakelijke volgende stappen.”[2]

Naar een splitsing van de sociale relaties en de cao's?

Nu de deelstaten bevoegd worden voor de arbeidsmarkt (doelgroepenbeleid om moeilijke groepen aan werk te helpen, controle werkzoekenden…) en sociale bescherming, neemt de drang naar regionalisering van de sociale relaties toe. De Vlaamse patroons willen de Sociaaleconomische Raad van Vlaanderen (de SERV) vroeger in het federaal sociaal overleg betrekken. De SERV brengt de Vlaamse patroons en de vakbonden samen voor overleg en advies over sociaaleconomische thema’s op vraag van een Vlaamse minister, het Vlaams Parlement of op eigen initiatief. Daarnaast is de SERV een strategische adviesraad voor de beleidsdomeinen werk, sociale economie, economie en energie. Nu blijft de rol van de SERV beperkt tot advies geven. De SERV moet volgens VOKA en Unizo meer een overlegorgaan worden, waar echte Vlaamse sociale akkoorden worden afgesloten. In feite wordt de SERV dan een Vlaamse Groep van 10 (die nu bijvoorbeeld op federaal niveau het akkoord over het statuut van arbeiders en bedienden heeft uitgewerkt). Een SERV als Vlaamse Groep van 10 zou ook een overwinning van Voka betekenen.

Dit is natuurlijk een grote bedreiging voor de vakbondseenheid. Wat het patronaat expliciet nastreeft.

Het VBO boet dan aan invloed in. In Vlaanderen groeit de invloed van Voka en Unizo in de patronale wereld. De verschillende federale en regionale interprofessionele werkgeversorganisaties hebben een nieuw overlegorgaan opgericht: het Interprofessioneel Werkgeversoverleg (IWO). Het gaat om de federale werkgeversorganisaties VBO en Unisoc (social profit), en de regionale werkgeversorganisaties Unizo, UCM, Beci, Boerenbond/FWA en Voka. Voka zal voortaan betrokken worden bij de voorbereiding van het federale loonoverleg, maar het VBO blijft verantwoordelijk en zal de akkoorden ondertekenen.

Meer concurrentie tussen de gewesten

Met een geregionaliseerde arbeidsmarkt zal de loonconcurrentie in eigen land toenemen: een Waalse werknemer verdient nu al gemiddeld 8 % minder dan een Vlaamse.[3] Als dat verschil nog groter wordt, komen ook de Vlaamse lonen onder druk te staan. De Vlaams-nationalisten kijken daarom al reikhalzend uit naar een volgende buit. Vlaams minister-president Peeters (CD&V maar vooral ex-Unizo) klaagde een tijd geleden dat hij “geen grip heeft op de loonkosten”.[4] Nu probeert hij nog een verdrag af te sluiten met de federale regering om in het hele land de loonkosten terug te dringen. Als dat niet lukt is de poort open voor een nieuw communautair gevecht: de splitsing van het loonbeleid en dus de sociale zekerheid. Met als gevolg een spiraal naar beneden voor de lasten voor de patroons en de verworvenheden van de werkende mensen. Aan Waalse kant is de grootste betrachting van de Forem vandaag al om te bewijzen dat haar activerings- en dus uitsluitingsbeleid van werklozen nu al strenger is dan het Vlaamse.

Aan Franstalige kant drijft de hervorming nu ook al de Franstaligen uit elkaar en komt er een nieuwe concurrentie. De strijd voor de verdeling van de bevoegdheden en de budgetten tussen Franstaligen is begonnen. Met het argument dat elk gewest autonoom moet zijn om een aangepast beleid te voeren, willen de Waalse regionalisten alles regionaliseren, ook het onderwijs. Dat willen ook de Brusselse regionalisten. Waalse regionalisten beweren dat de Franse Gemeenschap hun eigen kenmerken negeert. Maar de Brusselse regionalisten zijn de tegenovergestelde mening toegedaan.

Gevaar voor een aanval op het middenveld

Er is nog een groot politiek debat te verwachten, met gevolgen voor budget en personeel, over hoe de gewestregeringen zelf de overgedragen bevoegdheden zullen invullen en welke beleidskeuzes ze daarbij maken. Dit is nu de grote zorg van de vakbonden. Zal de Vlaamse overheid de kinderbijslag opnieuw in de vorm van medebeheer met de sociale partners uitkeren of niet? De rechtse partijen willen van de hervorming gebruik maken om de vakbonden, de mutualiteiten en de organisaties van armoedebestrijding te weren uit de beheers- en overlegorganen van de RVA, de ziekteverzekering en de pensioenen. Dat is één van de motieven achter de recente aanvallen op de christelijke arbeidersbeweging. Natuurlijk zijn deze organisaties dikwijls erg begripvol voor sommige besparingsmaatregelen van de regeringen. Maar ze vormen toch nog altijd een zekere dam en tegenmacht tegen de neoliberale visie die ook de pensioenen en de gezondheidszorg volledig wil privatiseren, de jacht op werklozen nog wil opvoeren en flexibele jobs wil veralgemenen. Het enige middenveld dat partijen als de N-VA nog wil, zijn de organisaties die zich met een of andere vorm van liefdadigheid bezighouden, de lokale, vrijwillige, belangeloze inzet. Niet de vakbond of de mutualiteit, hoewel die de grootste vrijwilligersorganisaties zijn met zeer veel lokale, belangeloze inzet, in bedrijven en op gemeentelijk of regionaal vlak. Maar die kunnen protesteren en die lopen soms voor de voeten van de vermarkting met zijn onbetaalbare gezondheidszorg die je enkel aankan met een privéverzekering. Ze voeren actie tegen zeer duur en elitair kwaliteitsonderwijs en de tendens tot minimale publieke dienstverlening.

Vandaar de aanvallen van de N-VA tegen het ACW en de vakbonden. Vandaar hun voorstellen om de uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen door de vakbonden af te schaffen. Dat is geen kerntaak van de vakbonden en kan beter rechtstreeks door de overheid worden uitgeoefend, vindt N-VA.[5] Open VLD is het daarmee eens. Open VLD-senator Nele Lijnen diende een gelijkaardig voorstel in. Deze krachten willen de vakbonden snijden van hun brede basis en hun slagkracht te ondermijnen.

Bij de invulling van de nieuwe bevoegdheden stellen zich ook volgende vragen: zal er worden afgestapt van de koppeling tussen de kinderbijslag en de bijdrage van de patroons en zal de kinderbijslag voortaan uit de belastingen van iedereen gefinancierd worden? Wat de N-VA wil, stond in haar Economisch Herstelplan van 2008. Daar diende de splitsing als loonlastenverlaging voor het patronaat: “De verlaging van de sociale werkgeversbijdragen kan ook zodanig aangewend worden dat ze als hefboom kan dienen om de kinderbijslag uit de sociale zekerheid te halen. Nu gaat daar 7 % van de werkgeversbijdragen naartoe, terwijl in geen enkel ander land de kinderbijslag gefinancierd wordt vanuit lasten op arbeid. Dat maakt onze loonkost zeer duur en schept een ernstige internationale concurrentiehandicap. Een huidige verlaging in het kader van het herstelplan zou eventueel kunnen aangevuld worden met een afbouw van de resterende werkgeversbijdragen voor gezinsbijslag over 10 jaar en een geleidelijke vervanging door een financiering met algemene middelen. De middelen hiervoor kunnen dan weer gevonden worden door een volgehouden efficiëntieoefening van de federale overheid.”[6]

Deze hervorming betekent verarming

De Waalse Interregionale van het ABVV stelt vast: “Helaas slaat de zesde staatshervorming op meer dan één manier een bres in de federale solidariteit. Ze organiseert een transfer van bevoegdheden zonder daarbij de nodige middelen te voorzien. De overdracht van de kinderbijslag en een deel van de gezondheidszorg, bijvoorbeeld, zal de mensen geen meerwaarde bieden. Integendeel, ze zal waarschijnlijk resulteren in een vermindering van de rechten voor de rechthebbenden.”[7]

De situatie in het Franstalig onderwijs is vandaag al dramatisch. Toch plant de Franstalige Gemeenschap opnieuw besparingen in deze al gesplitste bevoegdheid, onder meer omwille van de verminderde middelen die de staatshervorming zal meebrengen.

Ondoorzichtiger, complexer en duurder

Minder efficiënt

Niet omwille van goed beheer maar uit nationalisme heeft men zaken willen opsplitsen die goed functioneren. De kinderbijslagen, de RVA en de ziekteverzekering werken uitstekend, en toch wil men ze splitsen. Le Soir van 30 mei 2013 kondigde aan dat het Europees Forum van de Sociale Zekerheid (ISSA), dat plaatsvond van 28 tot 30 mei in Istanboel, prijzen gaf aan de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers (RKW) en de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). Het Forum onderscheidde het project kwaliteitscontrole gepresenteerd door de RKW, die jaarlijks zonder problemen 3.700.000.000 euro betaalt voor 2,1 miljoen kinderen en jongeren in meer dan 1,2 miljoen huishoudens. Het systeem zal waarschijnlijk verdwijnen na de ‘defederalisering’ van de  kinderbijslag. In een voorbereidende commissie voor de staatshervorming kwamen deskundigen uitleggen dat op het gebied van de kinderbijslagen alles erg goed werkt, alles wordt correct betaald en niemand klaagt, maar wat het nu zal worden weet niemand. De krant van de Franstalige Gezinsbond, Le Ligueur van 7 januari 2013, schrijft: “We zien slechts het begin van de problemen. Men denkt er nu al aan om in Wallonië de doorvoering uit te stellen tot 2019. Als elke deelstaat zijn weg opgaat kunnen we ons verwachten aan vier verschillende versies.”

Onoverzichtelijk en asociaal

In de gezondheidszorg is het grote gevaar dat alles nog ingewikkelder zal worden. Het gezondheidsbeheer is nu al opgesplitst en heeft niet minder dan 8 bevoegde ministers. Door de zesde staatshervorming zal die administratieve en institutionele versnippering enkel maar groter worden. De ziekenfondsen zitten met de handen in het haar. De Christelijke Mutualiteit ziet erg veel problemen, maar ook Xavier Brenez, directeur generaal van de Onafhankelijke Ziekenfondsen: “Hoe gaan wij de verschillen tussen al die stelsels voor geneeskundige verzorging aanpakken? Wat met de toegang tot de zorg in de verschillende gewesten, met de verschillen tussen de stelsels en met de gelijkheid tussen personen en gewesten? Waarden als billijkheid en toegankelijkheid worden bedreigd. Als het stelsel verschilt, dan zal ook de planning verschillend zijn. Het gevaar is niet denkbeeldig dat de patiënten zullen gaan shoppen in een ander gewest. Hoe gaan we dat beheersen? En dan hebben we het nog niet gehad over het financiële luik. De verschillen dreigen nog erger te worden door het feit dat de overgedragen financiële middelen (en zeker die voor de ouderenzorg) niet volstaan om te beantwoorden aan de noden. Men zal het geld dus moeten gaan halen bij de deelstaten. Een ander ongewenst effect is dat men elkaar zal gaan beconcurreren om verzorgend personeel aan te trekken. Het is nu al geen sinecure om artsen en verpleegkundigen te vinden. Het dreigt alle kanten uit te gaan met de barema’s en de arbeidsomstandigheden. Dat is echt een heikel punt: in Brussel zou men bijvoorbeeld voor de rusthuizen drie verschillende regelingen kunnen krijgen. De weinig coherente splitsing van de bevoegdheden zorgt nog voor een ander risico, dat van de substitutie: eenzelfde pathologie kan ten laste genomen worden door zorgcircuits die beheerd worden door het federale niveau of door de deelstaat. Dit kan leiden tot een gezondheidsbeleid, gericht op zorgcircuits die gefinancierd worden door het andere niveau, én tot het doorschuiven van de hete aardappel (de kosten) van het ene niveau naar het andere. Hét grote risico is dus dat de boel finaal in de soep zal draaien en dat men dat als argument zal gebruiken om nog meer bevoegdheden over te dragen!”[8]

Eindeloze interpretatie discussies

Er komen eindeloze interpretatie discussies. Het staat nu al vast dat tijdens latere fases nog discussies zullen ontstaan over de precieze omvang en reikwijdte van bepaalde bevoegdheidsoverdrachten. Op 10 november 2011 gaf de Vlaamse Regering aan de Vlaamse administratie de opdracht een inschatting te maken van de gevolgen van de zesde staatshervorming op de Vlaamse overheid. Een jaar later laat de administratie weten dat “we aan het begin staan van een lang proces waarbij in een eerste fase het politiek akkoord zal worden omgezet in bevoegdheidsverdelende regels. Dit vereist aanpassingen aan de Grondwet, de bijzondere wetten en de gewone wetten die ons federaal systeem regelen. Een juiste inschatting van de impact van de staatshervorming op de Vlaamse administratie zal pas kunnen gemaakt worden nadat het akkoord geconcretiseerd is en omgezet in bevoegdheidsverdelende regelgeving”. De redenen die de administratie aangeeft zijn: (1) uit het akkoord zelf kan niet altijd de precieze draagwijdte en de omvang van de bevoegdheidsoverdracht afgeleid worden en (2) de complexiteit inzake personeel en organisatie.

De zesde staatshervorming zal gepaard gaan met de overgang van een aanzienlijk aantal federale ambtenaren, minstens enkele duizenden. Er zal zich een probleem stellen van integratie van federale ambtenaren, het opzetten van nieuwe structuren, het inpassen van verschillende statuten. Bij de vorige hervorming duurde dat soms tien jaar om de overdracht te regelen (personeel, informatie en communicatie, huisvesting, logistiek, budget, regelgeving). De staatshervorming zal de gewesten confronteren met een aantal nieuwe bevoegdheden waarvoor de vereiste competenties niet aanwezig zijn. De overheveling van een aantal bevoegdheden die belangrijk zijn voor burgers en bedrijven, zal een gevoelige toename van het aantal oproepen bij infolijnen meebrengen: belastingverminderingen en -kredieten, bevoegdheden inzake de arbeidsmarkt, de huurwetgeving.

Gezien veel domeinen ‘grensoverschrijdend’ zijn, moeten ontelbare samenwerkingsakkoorden afgesloten worden en commissies in het leven worden geroepen. Van de 25 samenwerkingsakkoorden die in het vooruitzicht worden gesteld, is er in zeven gevallen nu al overleg met de andere partijen of er bestaan al overlegstructuren die kunnen geactiveerd worden. In een enkel geval is het akkoord al jaren klaar maar werd het nog niet ondertekend. In de 17 andere gevallen werd nog geen overleg opgestart. Naast de akkoorden die expliciet worden aangekondigd, bevat de hervormingsnota nog tal van andere afspraken die een samenwerkingsakkoord of -protocol lijken in te houden. Door het overhevelen van bevoegdheden zullen slechts 4 bestaande akkoorden niet langer nodig zijn.

Een wapenstilstand maar geen vrede

Deze hervorming is slechts een wapenstilstand. Het is een kluwen dat de structuren van de staat ondoorzichtiger, complexer en duurder maakt. Ze bereidt een zevende staatshervorming voor. De separatisten zullen heel snel, en terecht, aantonen dat dit het leven van de mensen niet eenvoudiger maakt. Maar ze zullen die ondoorzichtigheid aangrijpen om nog meer splitsing te eisen en nog meer solidariteit af te bouwen.

Een staatshervorming is nodig, maar een democratische, gebaseerd op solidariteit. De splitsing van de kinderbijslagfondsen en de RVA toont hoe absurd de huidige hervorming is. Deze instellingen krijgen internationale erkenning en tonen dat federale instellingen heel goed kunnen functioneren. Als men ze splitst, zit er een verborgen agenda achter die met efficiëntie of betere afstemming op regionale specifieke situaties niets te maken heeft.

We hebben de oude solidariteitsmechanismen ook vandaag nodig. We hebben de uitbouw van nieuwe solidariteitsmechanismen nodig: in het onderwijs, voor Brussel. Dat kan alleen in een verenigd, democratisch België, met een centrale overheid die garant staat voor de gelijkheid van alle inwoners van België. Daarvoor moet ze bevoegd zijn voor justitie, arbeidsrecht en arbeidsverhoudingen, sociale zekerheid, loonpolitiek en prijzenpolitiek, personenbelasting en vennootschapsbelasting, gezondheidsbeleid, normen en financiering van het onderwijs. De grote politieke en economische vraagstukken behoren tot de federale bevoegdheid. Waar regionalisering leidt tot inefficiëntie, moet ze ongedaan gemaakt worden. Dat is het geval voor het transport, het verkeer, de wegeninfrastructuur, de huisvesting, het wetenschappelijk onderzoek...

In deze materies moet er een homogene centrale bevoegdheid zijn. Dat is de ontwikkeling in de meeste federale staten.

De strijd tegen het Europees besparingsbeleid wordt verzwakt

De zesde staatshervorming is een verborgen wapen om de asociale Europese richtlijnen versterkt te kunnen doorvoeren door concurrentie tussen de Gewesten, door de neoliberale invulling van de nieuwe bevoegdheden, de splitsing en de verzwakking van de vakbonden en de sociale relaties en de verzwakking van het strijdbare middenveld. Indien de sterke middenveldorganisaties verdwijnen uit de beheerraden van de grote sociale instellingen, betaald met de sociale bijdragen van de werkende mensen, dan zal hun plaats worden ingenomen door de lobby’s van privéspelers op de markt van de gezondheidszorg, de arbeidsbemiddeling, de pensioenen. Die kunnen dan, zoals op Europees vlak, zelf op hun maat bedachte wetteksten voor de gewestregeringen schrijven.

Naast een principegevecht tegen de verdere splitsing, is vandaag ook waakzaamheid en verzet nodig tegen de manier waarop de gesplitste bevoegdheden zullen ingevuld worden. Ook moet er veel aandacht gaan naar de verdediging van de vakbonden en de andere middenveldorganisaties die een dam kunnen vormen tegen deze evolutie.

De toename van de regionale bevoegdheden maakt ook dat de aandacht voor het beleid van de gewestregeringen belangrijker wordt en de verdediging van de rechten van de werkende mensen ook op dit terrein aan belang wint. Wat Vlaanderen en Wallonië zelf doen, doen ze dikwijls niet beter, althans niet voor de gewone werkende mensen. Je hoeft maar te kijken naar de wachtlijsten in de gehandicaptenzorg, de kinderopvang, de problemen in het lager onderwijs en de sociale woningbouw. De begrotingscontroles in de gewesten zullen ook belangrijker en asocialer worden omdat ze niet de middelen krijgen voor hun nieuwe bevoegdheden en dus zullen proberen te besparen. Ze hebben beloofd om mee te werken aan de door de Europese Unie opgelegde besparingen. De gemeentes zijn daar nu al het grootste slachtoffer van.

Een zekere decentralisatie naar de gewesten in dit land beantwoordt meer aan de sociaaleconomische realiteit dan de opdeling in gemeenschappen die tot nationalisme en verdeeldheid leidt. Maar het huidige Belgische federalisme is concurrentiefederalisme tussen de regio’s: over wie de laagste bedrijfswinstbelastingen heeft, de goedkoopste industrieterreinen, de laagste sociale bijdragen, de minst strenge milieunormen of wie het meeste werklozen schorst. Er is ook de zogenaamde ‘competitieve samenwerking’ (we splitsen en werken vervolgens samen om beter de jacht op werklozen over de grenzen heen te voeren).

Brussel is de achillespees van de nationalisten. Ze hebben geen realistische oplossing. De strijd tegen de invoering van twee soorten Brusselaars op het vlak van sociale zekerheid en de te voorziene chaos die een splitsing zal meebrengen kan er toe bijdragen om het separatisme voor te stellen zoals het is: een apartheidsregime dat de mensen verdeelt en verarmt en het bestuur inefficiënter maakt. Daarom ook is ondersteuning voor de (weinige) maatregelen in de richting van samenwerking tussen regio’s geboden, zoals bij de oprichting van een grootstedelijke gemeenschap in Brussel. Daar zullen Vlaams en Waals Brabant en het Brussels HoofdstedelijkGewest meer samenwerken op het vlak van transportplanning, tewerkstelling en een reeks andere belangrijke gemeenschappelijke punten.


[1] Jobat, Het vlinderakkoord van Di Rupo I: ‘Regionalisering is geen doel op zich’, http://www.jobat.be/nl/artikels/het-vlinderakkoord-van-di-rupo-i-regionalisering-is-geen-doel-op-zich/.

[2] Idem.

[3] Robert Plasman, Michael Rusinek et Ilan Tojerow, La Régionalisation de la formation des salaires. Exemple d’étude réalisée récemment pour la Belgique (2007). Dulbea Working paper (www.dulbea.org).

[4] De Tijd, 18 oktober 2012.

[5] Knack 13 mei 2013.

[7] IRW FGTB Congrès extraordinaire, Objectifs pour la Wallonie de demain, 7 februari 2013.

[8] Health Forum, Landsbond van de Onafhankelijke Ziekenfondsen, “6e Staatshervorming: welke risico’s en kansen?”, nr. 14, juni 2013. http://www.mloz.be/files/22052013-hf14nl.pdf.