Waarom de Post opnieuw een echte openbare dienst moet worden

Auteur: 
Thérèse Michels en Gérard Mugemangango

Bpost, de Belgische post, staat nu op de beurs genoteerd. De privéaandeelhouder, CVC, belegde een deel van het door hen ingebrachte kapitaal. Om er een succes van te maken moest het bedrijf aantrekkelijk zijn voor investeerders. Dat wil zeggen een gesaneerde, flexibele onderneming met een hoge winstmarge. De openstelling voor concurrentie van de Belgische post heeft al zware gevolgen gehad voor de kwaliteit van de dienstverlening en voor het personeel, maar ook voor de hele samenleving. Bpost is het enige bedrijf dat voor de werkomstandigheden zijn toevlucht moest nemen tot medische analyses om na te gaan of de geplande reorganisaties fysisch haalbaar waren. Hoog tijd voor een moderne en efficiënte post die best ook financieel, maar vooral sociaal rendabel is. Maar is dat wel mogelijk?

Toen de post nog een overheidsbedrijf was

Voor de liberalisering van de markt van de postdiensten begon, bestonden er een serie wetten en reglementen[1] die de taken van de post omschreven. Er waren principes die de werking ondersteunden.

De post stond in voor de dagelijkse uitreiking van brieven tot in de verste uithoeken van het land en voor een prijs die iedereen kon betalen en ze garandeerde ook het briefgeheim. Postbodes betaalden aan huis pensioenen en uitkeringen voor personen met een handicap, verdeelden dagbladen aan een democratische prijs (als steun aan de pers) en tijdschriften van verenigingen zonder winstoogmerk (aan een prijs onder de kostprijs).

De Postchequedienst (PCH) had 1,2 miljoen postchequerekeningen en 1800 kantoren. De dienst mocht het openen van een rekening niet weigeren aan een arme klant, zelfs als die rekening nooit een frank zou opbrengen.[2] De Post kreeg nog een aantal andere opdrachten toevertrouwd van de staat, zoals een aantal financiële postdiensten, verkoop van fiscale zegels en boetezegels, aflevering van een visvergunning enz. Dankzij de postbode en de vele postkantoren waren nabijheid en toegankelijkheid verzekerd. De werkvoorwaarden voor het personeel waren behoorlijk door het overheidsstatuut.

De teksten van het congres van de Algemene Centrale der Openbare Diensten (ACOD) van 2000 vatten goed samen volgens welke principes de post en de andere overheidsdiensten vroeger werkten: het is belangrijk om toegankelijkheid, universaliteit, continuïteit, doeltreffendheid en maatschappelijke nut van de verstrekte diensten te verzekeren.

De Openbare Diensten verzekeren en garanderen een groot aantal opdrachten die noodzakelijk zijn voor de bevolking, zowel voor de prijsvorming als voor de kwaliteit en de continuïteit die door de private sector niet kunnen worden gegarandeerd.[3]

Volgens de ACOD staat een overheidsdienst voor een aantal concepten zoals:

de gelijkheid van de gebruikers, omdat de kosten verdeeld worden over alle belanghebbenden. De – winstgevende – postactiviteit voor grote klanten hielp bijvoorbeeld de dienstverlening aan andere gebruikers financieren.

De universaliteit van de publieke dienstverlening, gespreid over het hele grondgebied, met dezelfde forfaitaire tarieven, of het nu om afgelegen of om stedelijke gebieden ging, in functie van het behoud van territoriale samenhang.

De toegankelijkheid tot publieke dienstverlening voor iedere burger ongeacht zijn inkomen, dankzij de solidariteit tussen meer en minder welgestelde burgers.

Er wordt gezorgd voor continuïteit omdat de diensten die moeten verleend worden, essentieel zijn voor de burgers en omdat het algemeen belang primeert op criteria van financiële rendabiliteit.

De kwaliteit van de dienstverlening en de strijd tegen verspilling, maar ook grote zorg voor de tewerkstelling veronderstellen doeltreffendheid. Geen sprake van zomaar het geld van de belastingbetaler over de balk te gooien. Er moet ook transparantie zijn, zonder cliëntelisme, een andere opvatting van een openbare dienst dan deze van de burger als klant die poen moet opbrengen.

Er moet een bereidheid bestaan om mee te evolueren met technologische en organisatorische veranderingen, nodig voor het goed functioneren van de openbare dienst en de veranderende behoeften.

Sociale rendabiliteit gaat boven financiële rendabiliteit, want als er winst gemaakt wordt, dan moet die dienen om het voortbestaan van de dienst te verzekeren. Winst mag geen doel op zich zijn.

Het statuut van de werknemers waarborgt dat de overheidssector zijn onafhankelijkheid behoudt, ongeacht politieke veranderingen.

Een overheidsdienst heeft nooit de bedoeling gewoon zoveel mogelijk winst te maken. Er is een overdracht van middelen van sectoren met een comfortabele winstmarge naar deficitaire sectoren.

Het kan in het belang zijn van de overheid dat zij een aantal diensten in grotere mate dan de markt kan aanbieden. Een privébedrijf kan zijn activiteit alleen ontwikkelen op basis van de solvabele vraag. In die zin heeft de overheid er alle belang bij openbare diensten te promoten zoals het onderwijs, het openbaar vervoer, de telefonie, de postdiensten en nog vele andere. Zij kan ze laten uitgroeien boven het niveau van de gegarandeerde rendabiliteit. Dan hebben we het over de sociale rendabiliteit, want meer dan over budgettaire criteria gaat het hier over het verzekeren van toegankelijkheid, universaliteit, continuïteit en efficiëntie van de verleende diensten.[4]

Wat het briefgeheim betreft, kunnen we stellen dat de postbodes in feite de overheid vertegenwoordigen. De statutaire postbeambten zijn ingezworen, zoals andere vastbenoemde ambtenaren. De vertrouwelijkheid van de postbode is een belangrijk facet van de postdienst. De postbode die een brief opent, riskeert een gevangenisstraf van twee weken tot zes maanden en een zware boete.

Waar is die post van weleer dan gebleven?

Vandaag is Bpost deels overheidsbedrijf, deels privébedrijf. Juridisch heeft Bpost het statuut van een naamloze vennootschap van publiek recht. De staat bezit iets meer dan 50 % van de aandelen en CVC Capital Partners de rest. Officieel heeft Bpost nog steeds een aantal taken op het gebied van de publieke dienstverlening. Er bestaan waarborgen voor een bepaald volume tewerkstelling. Net zoals voor “de taken en dienstverlening naar het publiek die Bpost in een welomschreven kader (aantal postkantoren per gemeente) moet vervullen.” [5]

Behalve de postbodes die het nog belangrijk vinden om zich dienstbaar op te stellen, functioneert Bpost in werkelijkheid echter vooral als een privébedrijf, volgens alle criteria van rendabiliteit. Hoe is het zover kunnen komen?

Gérard de Sélys schreef een boek over de privatiseringen.[6] Hij maakte een analyse van het hele proces van liberalisering van openbare diensten in Europa van bij het prille begin. Hij keert hiervoor terug naar de crisis van 1973. Gérard de Sélys:

De verovering van nieuwe markten werd moeilijk. En verkopen met verlies om zodoende het cliënteel van de concurrent te winnen of om die over te nemen, kost veel geld. In hun wanhopige zoektocht naar nieuwe groeimarkten ontdekten ze een markt binnen handbereik: de openbare bedrijven en diensten. In 1985 vertegenwoordigde de openbare sector een gemiddelde van 15 % van de nationale rijkdom in de Europese Gemeenschap. [...] De grote privébedrijven begonnen de hand te leggen op de meest rendabele openbare bedrijven en diensten. Allereerst moesten ze het imago van deze bedrijven in diskrediet brengen via de media (‘niet efficiënt in de handen van het publiek’). Ook begonnen ze de grote internationale instellingen te beïnvloeden (het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank, de Wereldhandelsorganisatie, de Europese Commissie) opdat zij de nationale staten zouden verplichten hun ‘kroonjuwelen’ te verkopen.[7]

In 1980 kwam een historische richtlijn van de Europese Commissie tot stand onder druk van de Ronde Tafel van Europese Industriëlen (ERT) en anderen patronale groepen.[8] De overheidsbedrijven moesten verplicht de boeken openen voor de Commissie en er kwamen beperkingen aan de transfer van middelen binnen een overheidsdienst. Dat betekent dat een openbaar bedrijf de deficitaire activiteiten niet meer mocht financieren met de opbrengst van rendabele activiteiten. In dat geval bleven maar twee mogelijkheden: ofwel het verlieslatende onderdeel sluiten of verkopen, ofwel deze verlieslatende activiteiten laten dekken door overheidsgeld. En de druk werd steeds groter om een einde te stellen aan die tweede optie.

In 1985 komt er een tweede richtlijn van de Commissie voor de domeinen van water, energie, post, telecommunicatie, transport en overheidskrediet. In dat kader stemt de Belgische overheid de wet van 21 maart 1991. De wet vormt openbare bedrijven om tot autonome overheidsbedrijven (AOB) die bijna helemaal op dezelfde manier als privébedrijven beheerd worden.[9] Deze wet schuift elke voogdij van de politiek (van de nationale regering) radicaal opzij. Voortaan zijn de autonome overheidsbedrijven minder afhankelijk van de overheid, maar hun afhankelijkheid van de markt neemt toe.

Elio Di Rupo gaat zich met de post bemoeien

Op 15 december 1997 vaardigen het Europees Parlement en de Ministerraad voor de postdiensten een nieuwe richtlijn uit over de openstelling voor concurrentie.[10] Voortaan mogen privébedrijven ook poststukken van meer dan 350 gram behandelen. In de Europese ministerraad zaten in die tijd in 13 van de 15 vertegenwoordigde regeringen socialisten of groenen. En in de Commissie waren 10 van de 20 leden socialisten.

In België bekrachtigt een Koninklijk Besluit van 9 juni 1999, ondertekend door de toenmalige minister van Communicatie, Elio Di Rupo (PS), de eerste fase van de liberalisering: “De Post mag een deel van de zogenaamde universele postdienst, al dan niet gereserveerd, op contractuele wijze uitbesteden aan een derde en dit voor zijn rekening en verantwoordelijkheid.” De Post mag postactiviteiten uitbesteden in onderaanneming.

In 2001 verandert de post in een “naamloze vennootschap van publiek recht”. Op 13 maart 2002 beslist het Europees Parlement over de richtlijn voor verdere openstelling van de sector voor concurrentie. De privé of andere postoperatoren krijgen het recht om vanaf 2003 brieven van meer dan 100 gram te behandelen en te verdelen. En vanaf 2006 mogen ze dat voor alle post van meer dan 50 gram. Volledige openstelling voor concurrentie zou mogelijk moeten zijn vanaf 2009. De liberalen, de christendemocraten (EVP), maar evenzeer de socialistische fractie (PSE/ESP) keuren de nieuwe richtlijn goed. Nog diezelfde dag betogen op initiatief van de Franse vakbonden CGT en Sud-PTT 20.000 postwerkers in Parijs tegen deze stemming. Uiteindelijk is de markt (met garanties voor de universele dienst) volledig vrijgemaakt op 1 januari 2011.[11]

De Belgische post wordt een beetje Deens

Eind juli 2003 is de post nog voor 100 % een overheidsbedrijf. Nieuwe managers, weggehaald bij de privé, moeten maatregelen uitwerken om de post aantrekkelijk te maken voor privé-investeerders. Georoute is een voorbeeld van een dergelijke maatregel. Het is Canadese software die de post aankocht om de rondes van de postbodes te reorganiseren door het berekenen van de meest efficiënte route en op die manier heel wat aan productiviteit te winnen. Maar het is niet iets wat de postbodes goedschiks aannemen. Na 5 weken beurtstakingen tegen Georoute in de hele Luikse regio moest de directie toegeven op heel wat punten: herziening van de Georoute-rondes, gevoelig minder jobverlies, versoepeling van de normen.

Op 5 juni 2003 had de voorzitter van de raad van bestuur van de Post (en socialist), Pierre Klees, het al over een ‘Belgacomscenario’ voor de post met een gedeeltelijke privatisering. En de minister van Overheidsbedrijven, Johan Vande Lanotte (SP.A), was daar niet tegen: “De Post moet eerst de herstructureringen tot een goed einde brengen alvorens een partner te zoeken.”[12] Hij wil dat de regering snel beslist. Volgens het weekblad Trends “is de Belgische Post een kans die degene die haar grijpt, zal versterken. Te meer omdat het een goedkope operatie kan worden […]. Minister Vande Lanotte  gaf de afgelopen maanden sterke signalen van ‘goed bestuur’ ten gunste van de ontmanteling van onrendabele postkantoren …” [13]

Op 12 oktober 2005 tekenen de regering, de Post en het privéconsortium Post Invest Europe een akkoord voor strategische samenwerking. De staat blijft met 50 % plus één aandeel meerderheidsaandeelhouder. In het consortium zitten de Deense post (Post Denmark) en CVC Capital Partners, een van de vijf grootste private-equitybedrijven ter wereld.[14] Vandaag beschikt dit bedrijf over een net van achttien kantoren over heel Europa, Azië en de Verenigde Staten. De groep heeft onder meer 42,4 % van het kapitaal in handen van Formule 1. Over de Belgische post verklaarde de CVC manager voor België: “De prestaties op de Belgische markt kunnen nog aardig verbeterd worden. Binnen dit en vijf jaar zou CVC zich dan kunnen terugtrekken en de meerwaarde incasseren.”[15]

De directie van de Belgische post voert de Deense post dan weer op als het grote voorbeeld. We zouden heel wat kunnen leren uit hun ervaring. Het bedrijf wist immers zijn financiële prestaties te verbeteren. Logisch, met een personeelsinkrimping van 32.000 postbeambten in 1999 naar 22.000 in 2005. En het stond op het punt om 250 postkantoren te sluiten. Voor de aandeelhouders hadden de aandelen in 2004 een return van 24 % tegen slechts 5 % in 2002. Voor 300 miljoen euro wisten CVC en Post Denmark samen 49 % van het kapitaal van de Belgische posterijen in handen te krijgen. Een kapitaal dat nochtans werd geschat op 799,2 miljoen euro.[16] Met een zakencijfer van 2,123 miljard euro, een uitgebreide infrastructuur en geschoold en ervaren personeel was de Post op dat ogenblik een van de grootste bedrijven in België. 300 miljoen euro om de helft van het kapitaal in handen te krijgen, dat was werkelijk een gunstkoopje.

Dat brengt aardig wat op

In juni 2009 trekt de Deense post zich terug uit het kapitaal van de Belgische post en verkoopt zijn aandeel van 25 % aan CVC voor 373 miljoen euro. Dat betekent dat men de waarde van de Post op bijna 1,5 miljard euro schat.

De Deense post deed duidelijk een mooie zaak: in 2005 was de participatie goed voor 150 miljoen, bij de doorverkoop 373 miljoen. Opbrengst: 223 miljoen euro. Bovendien streek het bedrijf nog een dividend op: van 10,6 miljoen euro in 2006, van 16,1 miljoen in 2007 en van 43 miljoen in 2008. Totale winst (dividend + netto opbrengst uit de verkoop van zijn participatie) : 292 miljoen euro voor een inzet van maar 150 miljoen bij de start. Dat is een meerwaarde van 195 % over vier jaar of bijna 50 % per jaar! Als de post een openbaar bedrijf was gebleven, zouden er wellicht een aantal moderniseringen en hervormingen gekomen zijn die een weliswaar bescheiden, maar redelijke winst hadden opgeleverd. En die vooral de dienstverlening aan het publiek en de arbeidsvoorwaarden voor het personeel hadden kunnen verbeteren!

En de publieke dienstverlening?

Officieel heeft men het niet langer over ‘openbare diensten’. Sinds 1997 gaat het over de ‘universele postdienst’. Die universele postdienst wordt in Europees verband omschreven in de postrichtlijn 97/67/CE van het Europees Parlement en van de Raad van 5 december 1997.

De minimumprestaties die de lidstaten moeten verzekeren omvatten de ophaling, het sorteren, het transport en de uitreiking van brieven tot 2 kg en van pakjes tot 10 kg en verder ook de behandeling van aangetekende zendingen en zendingen met aangegeven waarde. De ophaling van brieven en de uitreiking aan huis moet minstens eenmaal per werkdag gebeuren en minstens vijf dagen per week. Wat opvalt, is dat men deze ‘universele postdienst’ ook aan derden kan toevertrouwen of met andere woorden aan de privé.

Di Rupo verklaarde in 1996 in Lissabon, toen hij nog minister van Economie en Telecommunicatie was:

De universele postdienst wordt omschreven als een basisdienst, voor een redelijke prijs toegankelijk voor iedereen. [...] Sommige besluitvormers zijn zich er bewust van geworden dat er met het verdwijnen van de openbare diensten in kwestie een gapende leegte achterbleef. En de ‘universele postdienst’ is ter hulp geroepen. De ‘universele postdienst’ is dus een minimumconcept van algemeen belang, dat onwankelbaar verbonden blijft met de strategie van de privéoperatoren.[17]

Di Rupo staat achter het idee dat “de universele dienst verder moet gaan dan minimum minimorum diensten.”[18] Maar alle partijen in België blijven strikt binnen het kader van de Europese richtlijnen.

Wat moest gebeuren, gebeurde. Op het terrein heeft de universele postdienst zoveel aan inhoud verloren dat de overheid zich nu zelf beklaagt bij de staat. De Waalse Vereniging voor Steden en Gemeenten, de UVCW (Union des villes et commune de Wallonie) verklaart ondermeer:

De UVCW herhaalt hier nogmaals dat één postkantoor per gefusioneerde gemeente ruim onvoldoende is. Een sterk postnetwerk, aangepast aan de realiteit en aan de behoeften van de burgers, lijkt ons essentieel om de rendabiliteit te verzekeren van de diensten, verleend door de postoperator. Daarom roept de UVCW op dat het volgende beheerscontract rekening houdt met drie wezenlijke elementen die zij voorstelt: dat in het beheerscontract normen worden ingeschreven in verband met het netwerk van inzamelpunten, het behoud en de versterking van het netwerk van postkantoren in plaats van de afbouw hiervan en ten slotte de verplichting om het overleg met de plaatselijke overheden succesvol af te sluiten.[19]

In vergelijking met de notie ‘openbare dienst’ is de invoering van het concept ‘universele postdienst’ een kwalitatieve stap achteruit. Omdat Europa besliste dat de post alleen nog maar moest dienen om geld op te brengen, heeft de Europese Commissie dan maar deze mooie term uitgevonden. De publieke opinie zou moeilijk aanvaarden dat de post geen enkele maatschappelijke verantwoordelijkheid meer zou hebben.

Bpost naar de beurs - Paul Magnette is er niet tegen

Vandaag staat Bpost op de beurs genoteerd.

Een journalist informeerde wat Paul Magnette – toen nog minister van Overheidsbedrijven – dacht van een eventuele beursgang van de post. Zijn antwoord:

Ideologisch ben ik daar niet tegen. […] Er moet een openbare controle blijven bestaan op de bedrijven die diensten van algemeen nut leveren. Maar ik pin me niet vast op de 51 %. Als er hierdoor een beetje zuurstof in de budgettaire politiek kan gepompt worden, waarom niet? Maar een openbare controle blijft belangrijk, d.w.z. ten minste 26 % van het kapitaal, een blokkeringsminderheid. Daarna zal er een nauwkeurige berekening moeten gemaakt worden, want zulke bedrijven leveren dividend op. Kijk naar Electrabel. Eerst betaalt het bedrijf niets. Daarna werd dat 250 miljoen en daarna 550 miljoen. Het is een privébedrijf, maar wel gereguleerd en het levert de staat inkomsten op: dat model kan zinvol zijn.[20]

In zijn reactie herinnerde Michel Meyer, nationaal secretaris van de ACOD, ons aan een aantal eerdere operaties in dezelfde zin: Sabena, Gemeentekrediet, ASLK en Fortis en hij wees op de gevolgen: het faillissement van Sabena en de herfinanciering van Dexia en Fortis bank, op kosten van de belastingbetalers!

André Blaise van de Waalse christelijke vakbond, CSC-Transcom: “Op dit ogenblik zijn er meer dan 11.000 contractuele postmannen en zolang de staat aandeelhouder is, is hun tewerkstelling veilig.”[21] En: “Het verminderen van de aandelen van de staat zou alleen maar de ultraliberale technieken van de privésector binnen Bpost scherper doen uitkomen.”[22]

Privébeheer is nadelig voor personeel en dienstverlening

Dividenden en andere uitkeringen aan de aandeelhouders stegen van 42,4 miljoen in 2006 tot 390 miljoen in 2011, negen keer meer! In die zelfde periode daalde het aantal postbeambten van 35.207 naar 27.973 (- 20,55 %). Maar de voorbereidingen voor de intrede van de privé waren al begonnen in 2003. Tussen 2003 en 2011 zien we 12.051 jobs verdwijnen, dat is 30 % van het oorspronkelijk effectief (40.024 in 2003). Dat is de prijs die de werkers betalen voor een verkoop van staatsparticipaties, met alle gevolgen van dien voor hun arbeidsomstandigheden!

De gebruikers zien de dienstverlening over de hele lijn verslechteren: heel wat postkantoren gaan dicht, er zijn vergissingen bij de postbedeling en brieven gaan verloren, geleidelijk verdwijnt de maatschappelijke rol van de post.

Sluiting van postkantoren

In 2001 waren er 1342 postkantoren. In 2011 heeft Bpost 676 kantoren en 697 postpunten. Begin 2008 verantwoordt Johnny Thijs, de CEO van Bpost, de sluitingen met het argument dat de lonen te zwaar doorwegen in de onderneming. De lonen zouden jaarlijks een kostenstijging van 3 % met zich meebrengen en tegen 2012 verantwoordelijk zijn voor een verlies van 400 miljoen euro. Niet juist, repliceren de postbeambten, de cijfers in de hand. In 2006 was de loonmassa goed voor 1.114 miljard euro of 0,7 miljoen meer dan in 2005, een stijging met 0,05 %. Ver verwijderd van de aangekondigde 3 %.

In het beheerscontract voor de periode 2010-2014 staat dat Bpost de uitvoering van de universele postdienst verder op zich zal nemen voor een periode van acht jaar. Bpost zal minstens 1300 verkooppunten moeten tellen, waaronder minstens 650 postkantoren, iets meer dan in het vorige beheerscontract waarin sprake was van minimum 589 postkantoren.[23] De regering zag zich verplicht om de schade ietwat te beperken door de talrijke acties en de druk die van alle kanten kwam tussen 2007 en 2010.

België behoort tot de Europese landen met de kleinste dichtheid van vaste postkantoren per aantal inwoners. Dat brengt een statistiek van Eurostat aan het licht.[24] In 2005 telde België gemiddeld een postkantoor per 7395 inwoners en staat hiermee achter Duitsland, Nederland, Luxemburg en Frankrijk.

Grafiek 1. Gemiddeld aantal inwoners voor een postkantoor, 2004 en 2009 (per 1000).

1) 2009, gegevens over de belangrijkste operator 2) 2008 ipv 2009 3) 2007 ipv 2009 4) 2004 niet beschikbaar
Bron: Eurostat. Post, Acces points. Zie: http://appsso.eurostat.ec.europa.eu/nui/show.do?dataset=post_ps_ac&lang=en.

Het behoud  van slechts 650 postkantoren, brengt de dichtheid van het net van postkantoren op 1 per 15.384 inwoners. En ondertussen staan in heel wat postkantoren lange wachtrijen. En hiervoor betekenen de postpunten, die punten in het grootwarenhuis of bij de krantenwinkel waar je post kan ophalen en een aantal basispostproducten kan kopen, hoegenaamd geen oplossing. Uit onderzoek van de christelijke vakbond blijkt dat de kwaliteit van de dienstverlening en het gebrek aan vertrouwelijkheid de belangrijkste problemen van deze postpunten vormen. Het verslag van het Belgisch Instituut voor de Postdiensten en de Telecommunicatie (BIPT) signaleert “een rotatie van de postpunten. Op het ogenblik van de controles was meer dan 10 % van deze punten gesloten wegens stopzetting van de samenwerking met Bpost of voor jaarlijks verlof of ze waren alleen open voor bepaalde klanten.”[25]

Breed verzet tegen kantoorsluitingen

In februari 2008 zijn er zowat overal protestacties. Soms is er een overwinning, dikwijls in de vorm van uitstel van de sluiting. Zoals in Sint-Jans-Molenbeek. De directie beweert dat het postkantoor niet rendabel is, maar de mensen staan er wel in de rij tot buiten op straat.

Met behulp van de plaatselijke PVDA-afdeling slaagden inwoners van Gent erin om twee kantoren die met sluiting bedreigd waren, minstens tijdelijk open te houden. In oktober 2007 moet Johnny Thijs, de grote baas van de post, in hoogsteigen persoon in de Waalse gemeente Thuin de gemoederen gaan bedaren en de sluiting van kantoren in de gemeente heroverwegen. In Luik hing het postkantoor in de wijk van Sainte-Marguerite een sluiting boven het hoofd vanaf 2007. Het buurtcomité kon de sluiting verdagen tot 2011.

Al deze acties hebben op zijn minst de verdienste dat ze de noodzaak aantoonden om de liberalisering terug te schroeven. Ze bewijzen dat burgers druk kunnen uitoefenen op politieke verantwoordelijken die maar al te graag opnieuw verkozen willen worden.

Meer klachten over de postbedeling

Samen met de intrede van de privé in het kapitaal van de post verhoogt ook het aantal klachten van gebruikers.

Elk jaar opnieuw stelt Xavier Godefroid, de ombudsman van de postdiensten, een verhoging vast van het aantal klachten. Zijn kritiek is scherp: “De post is bezig te ontmenselijken.” En hij wijst met een beschuldigende vinger naar de onophoudelijke herstructureringen.

Zijn laatste verslag van 2 augustus 2012 spreekt boekdelen: “In 2011 kwamen er bij de ombudsdienst van de postsector 14.739 aanvragen tot tussenkomst binnen, een vermeerdering met 20%.”

Ongeveer 63 % van de aanvragen tot tussenkomst houdt verband met de behandeling van de zendingen. Deze klachten hebben vooral te maken met foutieve bestellingen (39,73 %). “We komen tot dezelfde diagnostiek als vorig jaar: minder vaste postbeambten, meer vervangers, meer tijdelijke werknemers, langere rondes, minder tijd… en dus meer vergissingen”, zo vat het verslag de problemen samen.

Met alle Georouteplannen en andere ‘operationele verbeteringen’ hebben postbodes vandaag geen tijd meer en zelfs basisdiensten hebben hier sterk onder te lijden. Bij elke nieuwe versie van Georoute krijgen heel wat postbodes een volledig andere wijk toegewezen. Ze kennen de straten niet en ook de mensen niet en dat zorgt voor heel wat vergissingen. Soms proberen de postbodes ook tijd te winnen om op tijd te kunnen eindigen. Ze bellen bijvoorbeeld niet meer aan voor een aangetekende brief. Terwijl het misschien iets dringends is, bijvoorbeeld voor een werkloze die een reactie verwacht op een werkaanbieding of die zich moet melden bij de RVA of voor de rechtbank moet verschijnen.

De sociale rol van de postbode en van de post

In het derde beheerscontract tussen de staat en de nv De Post staat nog een plechtige verklaring:

Doorheen de tijd heeft De Post deze sociale rol ontwikkeld vooreerst dankzij de duizenden dagelijkse contacten van zijn postbodes, vervolgens via haar fijnmazig kantorennetwerk waarvan de dichtheid duidelijk groter is dan dat van elke andere instelling of onderneming. Deze sociale rol die iedereen erkent van De Post, wordt vooral gewaardeerd door geïsoleerde of minder bedeelde personen. De staat en De Post wensen dat deze rol verzekerd blijft in de context van een concurrentiële omgeving. De Post hoopt om daarvoor de middelen te hebben.

De Post verbindt er zich toe om de vertrouwensrelatie die de postbodes en loketbedienden ontwikkeld hebben met de burgers in de loop der jaren, te honoreren. Concreet betekent dit dat De Post zich ertoe verbindt een adequate interne organisatie te handhaven, die het structureel toelaat dit doel te bereiken.

Het vierde beheerscontract beperkt zich wat dit betreft tot het vermelden dat De Post erover zal waken de sociale rol van de postbode ten aanzien van geïsoleerde en minder bedeelde personen te verzekeren.

Vandaag krijgen de postbodes niet meer de nodige tijd hiervoor. En vooral, ze kennen de mensen niet meer, door de constante veranderingen van postbode. Is dat misschien de bedoeling? In Gent raakt een postbode zijn ronde kwijt na 22 jaar dienst. De inwoners van de Machariuswijk startten een petitie voor het behoud van hun postbode.[26]

Een brievenbus in ieders bereik?

Sinds 2005 verdwenen 4.000 rode postbussen uit het straatbeeld. Op dit ogenblik zijn er voor heel België nog 14.000. Om de landelijke zones te beschermen, verzekert Bpost dat de burgers altijd een rode brievenbus zullen vinden in een straal van 1500 meter. “Dat klopt niet”, zegt André Blaise, de nationale verantwoordelijke van ACV-Transcom. “Neem bijvoorbeeld de gemeente Bertogne (in de provincie Luxemburg), 21 dorpen verspreid over 9000 hectare. Kilometers leggen de burgers af om een brief te posten.”

De werkstress neemt hand over hand toe

De intrede van de privé in het kapitaal van De Post et het progressief laten vallen van de notie ‘openbare dienst’ heeft zeer zware gevolgen voor de tewerkstelling en voor de werkvoorwaarden van het personeel.

Een Vlaamse studie vergelijkt de kwaliteit en de ‘werkbaarheid’ van werk, gemeten in 2004 en 2010. En stelt vast dat 60 % van de postmannen en -vrouwen en van de werkers in de telecommunicatie in 2010 last hebben van werkstress (39 %) of een gebrek aan motivatie (29,7 %) of problemen hebben om werk en privéleven te combineren (14,6 %) of lijden onder een combinatie van deze problemen. In 2004 waren deze problemen minder groot: resp. 34 %, 21 % et 11 %.[27]

Van Georoute naar Georoute: op weg naar de top, van stress

Postbodes en sorteerders in een sorteercentrum maken permanente reorganisaties mee. Maar dat wil niet zeggen dat andere postwerkers, de schoonmakers, de bedienden, de chauffeurs enzovoort beter af zouden zijn. Ondertussen zet de directie alweer plannen op de rails voor reorganisatie van het werk.

We zijn vandaag toe aan de zesde versie van Georoute. In een groot postkantoor, waar vroeger ongeveer 125 postbodes werkten, zijn ze vandaag voor hetzelfde werk nog maar met 75. Men zal zeggen dat er nu een kleiner volume post is. Dat klopt, maar hoegenaamd niet in dezelfde verhouding. Tussen 2003 en 2011 verminderde het postvolume met 11,5 %. Het personeelsbestand daalde in die zelfde periode met 30 %.

Het strategisch plan Visie 2020 plant een daling van het aantal werknemers met 10.800 eenheden tegen 2020. Magnette, tot eind 2012 minister van Overheidsbedrijven, stelt gerust: geen naakte ontslagen! Maar elke nieuwe versie van Georoute en elke herstructurering zorgt voor nieuwe slachtoffers. Natuurlijk zijn er geen collectieve ontslagen. Slachtoffer zijn de uitzendkrachten die geen nieuw contract krijgen, de contractuelen die voor het kleinste foutje ontslag riskeren. En dan zijn er nog al diegenen die niet meer meekunnen, die op zijn. Bij elke herstructurering vallen opnieuw een aantal werknemers uit de boot, als gevolg van ziekte (zere rug, kapotte knieën of schouders, stress, oververmoeidheid, fibromyalgie…) of na een arbeidsongeval (door te hoog werkritme, door stress of door de risico’s van het rijden met de brommer).

Nog andere slachtoffers zijn minder zichtbaar, de jonge schoolverlaters en andere werklozen. Voor hen gingen er bij de post 11.000 vacatures verloren.

Niet te verwonderen dat er enorm veel stakingen waren tegen Georoute. Ze konden de plannen van Bpost in zekere mate afremmen en vertragen.

Sorteercentra: de machines aan de macht?

Een getuigenis:

We hebben het allemaal in sneltempo zien veranderen bij de Post. Ze laten het personeel geen week meer gerust. Constant voeren ze veranderingen door die de werkdruk steeds verder opdrijven. De machines gaan steeds sneller draaien. Het zijn de machines die met een computersysteem de mens volledig controleren. Die slaan elke minuut en elke beweging op in databanken. Nieuwe machines drijven de werkstress ten top. Dat het personeel pijnstillers of kalmeermiddelen aan elkaar doorgeeft, om het werk vol te houden, is een gewoonte geworden. Ze spelen de verschillende functies en werkzones tegen elkaar uit.

En dan heb je nog die flexibiliteit. Mensen die al jaren in vaste ploegen werken, krijgen te horen dat ze binnenkort van 10 tot 18 uur en niet langer van 6 tot 14 uur moeten komen werken! Interimairs werken met dagcontracten en krijgen vaak dezelfde dag pas te horen of ze moeten werken en hoe laat.”

Het beroep van postbode, topsport?

Tien jaar geleden was er min of meer een evenwicht tussen het voorbereidingswerk van de postbode binnen en de postbedeling. De steeds meer doorgedreven automatisering bij het sorteerwerk heeft dat evenwicht geleidelijk doorbroken.

Met het plan Visie 2020 wil de directie deze tendens verder zetten en de voorbereidende activiteiten maximaal automatiseren en centraliseren. Op termijn zullen praktisch alle postbodes met het nieuw distributiemodel (NDM) alleen nog maar post moeten uitreiken, 7u36 op straat. Als je weet dat die 7u36 een theoretisch gemiddelde is, zullen postbodes in de toekomst op sommige dagen wellicht 8,5 tot 9 uur of meer buiten moeten werken.

Als gevolg van de terughoudendheid van de vakbonden tegenover 7u36 buitenwerk, liet Bpost onderzoekers van de VUB bekijken hoe zwaar het werk van postbodes is en of ze in staat zijn om de hele dag op straat post te bedelen. Het onderzoek werd uitgevoerd door het Brussels Labo voor Inspanning en Topsport, BLITS. Op 27 maart 2012 kregen vakbonden en kaders van Bpost uitleg bij de resultaten van professor Bas de Geus. Zijn conclusies zijn klaar en duidelijk:

“Uit de cijfers voor de hartfrequentie en het energieverbruik kunnen we besluiten: Buitenwerk is 60 % zwaarder dan binnenwerk. Vanaf 50 jaar moet het werk minder zwaar worden. Vrouwen moeten minder belast worden dan mannen. Kortom, het beroep van postbode is een zwaar beroep.”

Volgens de professor was 7u36 buitenwerk haalbaar op voorwaarde dat de postbodes hun inspanningen via training geleidelijk opdrijven zoals in de sport. En ze moeten “gezond eten, stoppen met roken en meer sporten ”. Allemaal goed, maar sportlui moeten niet opstaan om 4 uur ’s morgens. Ze beoefenen hun sport ook maar tot hun 35-ste. En hun loon ziet er ook wel een beetje anders uit. Op die manier zal het beroep nog alleen haalbaar zijn voor topsporters.

Een mix behouden van binnen- en buitenwerk

De directie wil machines installeren die nog beter presteren, die alles automatisch klasseren en samenvoegen en die al het voorbereidende werk van de postbode vooraf op kantoor voor de ronde op straat overbodig maken. Nu ze weten dat het werk buiten 60 % zwaarder is, vinden postmannen en –vrouwen en syndicalisten dat het hun plicht is om het behoud van de huidige manuele voorbereiding van de post te verdedigen.

Dat wil absoluut niet zeggen dat de vakbonden tegen elke vooruitgang zijn, als de modernisering ook echt vooruitgang is, maar wel als die het werk van de mensen zwaarder maakt.

De vakbondsorganisaties vrezen dat de directie naar aanleiding van deze  studie haar oorspronkelijk idee weer zal oppikken: onvolledige of halftime diensten. Er bestaat een alternatief: een mix van werk buiten en binnen behouden en niet alles tot het uiterste gaan automatiseren. Of nog: opnieuw tijd voorzien voor de echte sociale rol van de postbode.

Vertrekken van thuis uit met een camionette van Bpost

Het plan Visie 2020 wil de huidige 400 uitreikingskantoren herleiden tot 60 Mail Centers: met aanzienlijk minder kosten voor omkadering, verwarming, elektriciteit en infrastructuur. Maar ook een drastische inkrimping van het aantal vrachtwagenritten voor het vervoer.

Er is zelfs sprake van om de postzakken thuis af te zetten bij de postuitreikers, daar waar dit kan!

Gevolgen voor het personeel: scheiding van het voorbereidend werk en de uitreiking. Het beroep van postbode verdwijnt. Voor een aantal veel verder van huis. Voor anderen vanuit een depot beginnen en 7u36 op straat. Samen zijn op het werk bestaat niet meer. Banen verdwijnen, misschien zelfs de hele afdeling Transport.

Hulppostbode: de creatie van een substatuut

Tot nog niet zolang geleden waren alle werknemers bij de post statutair, ambtenaren dus. De afgelopen twintig jaar kwam hier geleidelijk verandering in. Er kwamen verschillende statuten en ook verschillende lonen en dat voor hetzelfde werk. De uitzendkrachten laten we dan nog buiten beschouwing.

Eind 2009 creëert Bpost een heel nieuw statuut of liever een substatuut. Postbodes en sorteerders krijgen ermee te maken. De achterliggende idee is dat er bij de post moeilijke en gemakkelijke taken zijn en dat het ‘dus’ normaal is dat je minder betaald wordt voor de gemakkelijke taken. Probleem is natuurlijk dat elke postbode in zijn pakket wel een aantal moeilijkere en een aantal zogenaamd gemakkelijke taken heeft. Grofweg zou je kunnen stellen dat de zuivere postbedeling een gemakkelijke taak is, aangetekende zendingen, postwissels en pensioenbetalingen eerder moeilijke taken. De distributeurs auxilaires (de DA of hulppostbodes) werden verondersteld eenvoudige post te bedelen en vooral dan de zogenaamde ZZA (zendingen zonder adres), reclame met andere woorden.

De eerste versie was onverteerbaar. Het haalde zelfs de voorpagina’s in de kranten, vooral omdat het over mini-jobs ging, halftime jobs aan een uurloon van 8,43 euro. Er kwam onmiddellijk reactie uit Luik en Seraing. De nachtploeg van de postbodes en sorteerders ging in staking. In de daaropvolgende veertien dagen volgden heel wat andere postkantoren hun voorbeeld. Uiteindelijk moest Johnny Thijs inbinden.

Na een fase van onderhandelingen introduceerde Thijs uiteindelijk de functie van “hulppostbode”, maar deze keer met een voltijds contract voor onbepaalde duur en een startloon van 9,68 euro bruto per uur (vandaag 10,58 euro). Op het einde van hun contract van bepaalde duur werden werknemers verplicht om te tekenen voor dit type DA-contract van hulppostbode. Maandelijks 200 à 300 euro minder loon, geen eindejaarspremie meer, een aantal verlofdagen minder en dat allemaal voor hetzelfde werk en op exact dezelfde dienst. De vakbonden wisten een quotum van maximum 4000 uit de brand te slepen voor het aantal hulppostbodes. De oudsten in dienst zouden dan promotie krijgen

In januari 2011 leggen de avondploeg en de nachtploeg in het sorteercentrum van Antwerpen X het werk neer uit protest tegen de ongelijke arbeidsvoorwaarden voor de nieuwe postbodes. Het ongenoegen kristalliseerde zich rond het ordewoord voor een algemene staking waardoor de vakbonden toch een aantal aanpassingen aan het substatuut konden afdwingen.

De turn-over op vlak van vrijwillig vertrek ligt zeer hoog bij de hulppostbodes. 752 van hen verlieten Bpost in 2012 (vrijwillig of na afdanking), 893 in 2011 en 623 in 2010. Dat is veel ten opzichte van hun volledig aantal, 4.379 op dit ogenblik.[28]

Volgens de directie zou dit statuut een pluspunt zijn voor de werknemer, vooral voor de uitzendkrachten of de tijdelijke werknemers, want die krijgen op die manier een contract van onbepaalde duur. Maar met een loon van 1200 euro kan je niet veel plannen maken en al helemaal geen huis kopen.

Het jaarverslag van 2011 vermeldt: “De verdere aanwerving van postbezorgers in een lagere weddeschaal had een gunstige invloed op de loonkosten, die daardoor met 8,1 miljoen euro afnamen.”[29]! Winst gestegen, dus… doel bereikt.

De Post: melkkoe voor de aandeelhouders

In 2000 telde Bpost 43.500 medewerkers. Vandaag zijn dat er iets meer dan 32.110. Dat komt overeen met een aantal van 27.973 voltijdse werknemers.[30] En het plan van de directie streeft naar 20.800 medewerkers tegen 2020.[31]

Johnny Thijs richt zich dikwijls tot het personeel in volgende bewoordingen: “We staan voor grote uitdagingen: de daling van het volume afstoppen en niet moeten onderdoen voor de nieuwe communicatiemiddelen die met onze activiteit concurreren.” De studiedienst van de PVDA ging op zoek naar de concrete cijfers over de postvolumes: “We stellen vast dat de post tussen 2003 en 2011 met ongeveer 11,50 % is gedaald. Gemiddeld bedroeg de daling 1 % per jaar, behalve in 2009 als gevolg van de crisis.[32]

Voor 2010 en 2011 rapporteren de jaarverslagen een daling van het postvolume voor de belangrijkste activiteit (transactional mail) van “minder dan 0,5 %” in 2010 en globaal genomen een groei voor alle andere inkomensposten. In 2011 was er een globale daling van de postvolumes met 2 %. Maar het zakencijfer (de bedrijfsinkomsten) ging in 2010 wel met 3 % omhoog ten opzichte van 2009 en nog eens met 2 % in 2011.

Het jaarverslag van Bpost van 2011 verschaft meer uitleg over de evolutie in de postvolumes: “De bedrijfsinkomsten bedroegen 2.364,6 miljoen euro (in 2010: 2.317,8 miljoen euro). Tijdens het jaar werd het bedrijf weliswaar geconfronteerd met een intensifiëring van de onderliggende volumedaling bij Domestic Mail (de nationale post), maar kon de omzet in vergelijking met het vorige jaar toch verhoogd worden met 2 % dankzij een reeks nieuwe producten (bv. de Europese nummerplaten), een aantal prijsverhogingen en de verdere ontwikkeling van de buitenlandse dochterbedrijven.”

Als er al een daling is van de postvolumes, wordt deze meestal gecompenseerd door de stijging van andere postproducten (o.a. de pakjes[33]) en vooral, het zakencijfer bleef ondertussen stijgen: van 1,92 miljard in 2003 naar 2,36 miljard in 2011 of een groei met 22,9 %. Dit haalt het argument van de directie van Bpost helemaal onderuit, waar ze de daling van de postvolumes gebruikt om de daling van de tewerkstelling te rechtvaardigen. In diezelfde periode van acht jaar daalde het aantal FTE-banen (voltijdse equivalenten) van 40.024 in 2003 naar 27.973 in 2011: 30 % op acht jaar.[34]Ter voorbereiding op de belangrijke datum van 1 januari 2011 en “om de concurrentie het hoofd te kunnen bieden” heeft het personeel bij de post enorme inspanningen geleverd die een pak verder gaan dan de daling van de postvolumes. 30 % minder banen op nog geen acht jaar en een stijging van de productiviteit met 69 %, terwijl de post over diezelfde periode maar daalde met 11,5 %. Al die inspanningen kwamen uitsluitend ten goede aan de aandeelhouders, aan CVC op de eerste plaats.

  2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011
Tabel 1. Evolutie omzet en winst van Bpost 2003-2011 (in miljoen euro)
Omzet 2.101,0 2.141,9 2.123,7 2.230,5 2.276,4 2.262,4 2.250,1 2.317,8 2.364,6
Winst -63,4 40 -18,6 135,9 182,7 221,8 240,1 319,2 358,3

Bron: Jaarrapporten van Bpost. Het zijn geconsolideerde omzetcijfers die alle bedrijven van de Bpost-groep omvatten.

In 2012 steeg het zakencijfer nog maar eens met 2,2 %. Het bedraagt nu 2,416 miljard euro. De bedrijfswinst bedraagt 404 miljoen euro, een verhoging met 12,7 % in vergelijking met 2011.

Worden de reserves van Bpost geplunderd alvorens het schip te verlaten?

In 2912 had Bpost nog een reserve van 1 miljard euro. Na de kapitaalsvermindering en uitkering van extra dividenden (418 miljoen) begin 2013, bleef er nog 600 miljoen euro achter in de kas.

De regering besliste toen tot een nieuwe kapitaalsvermindering van 145 miljoen euro en nog een extra dividend van 50 miljoen euro. In totaal werd er nog zo’n 200 miljoen euro gestort, CVC en de staat kregen elk 100 miljoen.[35] Buiten de 85 miljoen die aan de staat moet worden teruggestort, bleef er nog maar 315 miljoen euro in kas! Als de rijkdom van Bpost ieder jaar toeneemt is dat dan niet het resultaat van het werk van 30.000 postbodes? Deze rijkdom behoort aan de gemeenschap toe te komen en niet aan een handvol gefortuneerde zakenlui.

Volgens De Tijd heeft CVC de Bpost al op voorhand leeggezogen: “Bovendien heeft CVC Bpost al op voorhand voor een stuk leeggemaakt: de private-equitygroep haalde samen met de staat de voorbije maanden meer dan 600 miljoen euro ‘overtollige’ cash uit het bedrijf. [...] Het moge duidelijk zijn: de enige die baat heeft bij de beursgang van Bpost is CVC.”[36]

CVC kocht in 2005 samen met de Deense Post net geen 50 procent in Bpost voor 300 miljoen euro. Ze betaalden elk de helft. Vier jaar later kocht het investeringsfonds de Deense Post uit voor 373 miljoen. De totale investering bedroeg dus 523 miljoen. Waarvan een onbekend deel via geleend geld en de rest cash.

De afgelopen jaren ontving CVC 585 miljoen euro dividenden en cashuitkeringen van Bpost, waardoor het al voor de beursgang zijn initiële investering terugverdiende. Met de 821 miljoen uit de beursgang erbij, levert Bpost CVC in totaal bruto 883 miljoen euro ‘meerwaarde’ op.[37]

Uiteindelijk behoudt CVC nog 17 tot 21 % van het kapitaal van Bpost. Dat zal verder dividend opbrengen en natuurlijk in de toekomst nog eens terugbetaling van het geïnvesteerde kapitaal!

Bpost, speelbal van de beurs

Sinds 6 juni zijn Bpostaandelen te koop op de beurs. Het bedrijf kondigt een jaarlijks dividend aan dat overeenkomt met “minstens 85 % van zijn winst” en met een rendement van 6 tot 8 % voor de aandeelhouder. Maar ten koste van wat zal dit rendement worden bereikt?

Dit bedrijf is veel te belangrijk om een casinopolitiek mee te voeren. Om te blijven beantwoorden aan de beursverwachtingen zal het rendement nog wel wat moeten stijgen. Resultaat: nog meer druk op de lonen, nog grotere flexibiliteit en het personeelsbestand zal verder krimpen. Bpost heeft een belangrijke opdracht op vlak van dienstverlening aan het publiek. Deze opdrachten gaan niet samen met criteria zoals rendabiliteit en concurrentie. Voor het herstel van een echte kwaliteitsvolle openbare dienst en waardige arbeidsvoorwaarden moet de staat de aandelen van CVC Capital Partners terug in handen nemen.

Waarom de terugkeer naar een openbare postdienst een dwingende noodzaak is

Eerst en vooral voor de maatschappelijke dienstverlening. Elke overheidsdienst zou volgende essentiële kenmerken moeten hebben: toegankelijkheid, universaliteit, continuïteit, efficiëntie en sociale rentabiliteit. Het statuut van de werknemers moet een waarborg zijn voor onafhankelijkheid ten opzichte van politieke veranderingen én voor goede werkvoorwaarden. Sociale rendabiliteit moet primeren op financiële rendabiliteit.

Alleen de overheid kan dit allemaal garanderen. Zij alleen kan de kwaliteit van de postbedeling verzekeren, het merendeel van de gesloten postkantoren opnieuw openen, zorgen dat alle post opnieuw onberispelijk, met respect voor het briefgeheim, wordt uitgereikt, de sociale rol van de postbode opnieuw in ere herstellen en zorgen voor een postdienst dicht bij de burgers, een openbare Bank van de Post beheren, de arbeidsvoorwaarden opnieuw behoorlijk maken en de post aanpassen aan de moderne communicatiemiddelen: internet, cybercafé enz.

De sociale rol van de postbode moet opnieuw in ere hersteld worden. Hoe kunnen Bpost-managers beweren dat het niet hun job is, terwijl de sociale rol toch expliciet is opgenomen in het beheerscontract? Vandaag is hiervoor gemiddeld twee minuten per dag per postbode voorzien. We leven in een maatschappij waar er zoveel verdriet is en individualisme en depressies hoogtij vieren. We hebben allemaal dringend behoefte aan meer positief en warm menselijk contact, meer aandacht voor sociale problemen. Dat geldt niet alleen voor postbodes. Vroeger konden verpleegkundigen patiënten geruststellen en begeleiden, maar nu hebben ze daar ook nog amper tijd voor. Hetzelfde bij het verzorgend personeel in de rusthuizen. In de bus zijn de begeleiders afgeschaft. Die konden nog met reizigers in gesprek gaan. Leerkrachten kunnen leerlingen die het wat moeilijker hebben, niet meer van dichtbij volgen omdat de klassen veel te groot zijn. En de postbode die voor een heleboel mensen de enige mens was die ze op een dag te zien kregen, en die toch een soort buurtfunctie vervulde, die heeft daar ook geen tijd meer voor. De loketbedienden in de post die via “de bank binnen ieders bereik” eigenlijk de mensen – ook de minderbedeelden – konden helpen, krijgen nog maar drie minuten per “klant” om hun verkoopdoelen te halen. Enzovoort, enzovoort. De ervaring leert ons dat vanaf het moment dat de privé zich gaat bemoeien met overheidsdiensten, er niet veel meer overblijft van die wezenlijke kenmerken.

Om de continuïteit van de postdienst te verzekeren moet de post toch opnieuw 100 % overheidsbedrijf worden, niet?

Eenmaal de privé alles uit Bpost heeft gehaald wat er te halen is, trekken ze zich misschien terug. Het is immers niet evident de winstmarges constant aan hetzelfde ritme te laten stijgen. Het is niet evident om een nieuwe partner te vinden voor Bpost, noch financieel, noch een andere postoperator.

We zouden alle kosten voor de maatschappij die de herstructureringen en de afbraak van de publieke dienstverlening met zich hebben meegebracht, eens moeten optellen: sociale zekerheidsuitgaven voor de behandeling van alle ziektes die voortvloeien uit de slechte werkomstandigheden (stress, meervoudige systeematrofie, depressies enz.), minder belastinginkomsten als gevolg van de lagere lonen voor de hulppostbodes en de daling van het aantal mensen dat bij Bpost werkt, verlies aan ‘sociale rendabiliteit’ (minder dienstverlening voor alleenstaanden en ouderen), milieuschade door het wegvallen van posttreinen en het bouwen van sorteercentra vlakbij de snelwegen enz.

In 2009 maakte de UNI Post Europa (Internationale Vakbond van de Posterijen) een wereldwijde studie over de gevolgen van de liberalisering van de postdiensten voor de werknemers. De belangrijkste conclusie is dat de economische theorie die de liberalisering verdedigt, geen steek houdt. Er is immers maar weinig concurrentie, want het marktaandeel van de nieuwkomers gaat van 0,1 tot 10 %. Maar overal stelt de UNI enorm banenverlies vast, verslechtering van de werkomstandigheden bij de concurrerende postoperatoren, steeds minder stabiele arbeidsvoorwaarden door de toename van allerlei atypische werkvormen, loonafbraak en regelrechte loondumping.[38] De liberalisering is dus in veel gevallen een voorwendsel geweest om de werkvoorwaarden van het postpersoneel onder vuur te nemen.

Om deze aan de werknemers opgedrongen concurrentie tegen te houden moeten we alle postdiensten, pakjesdiensten, expresdiensten en financiële diensten, opnieuw in een enkele postdienst samenbrengen en die nationaliseren. Onderzoek van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) geeft volgende cijfers: “Het netwerk van postdiensten met wereldwijd een goede 700.000 vaste postkantoren stelt ongeveer zes miljoen mannen en vrouwen tewerk, behandelt dagelijks meer dan een miljard verzendingen en is het meest uitgebreide materiële distributienet ter wereld.”[39]

Dat was in 2002. Vandaag beheersen allerlei privébedrijven vooral de winstgevende markt van pakjes en expreszendingen, maar ook een gedeelte van de markt van de gewone postbedeling, vooral dan de internationale briefwisseling en de post van grote bedrijven. Ze specialiseren zich heel dikwijls in die segmenten die het meest opbrengen. Gevolg van die wildgroei aan postbedrijfjes, pakjes- en koeriersdiensten: complete anarchie in het systeem! Vrachtwagens en camionetten kruisen elkaar om in dezelfde wijken, dezelfde straten te gaan leveren. Om steeds maar sneller te leveren, helemaal afgestemd op just in time. Al in 2001 stelt een Vlaams onderzoek[40] de enorme stress vast en de bijzonder flexibele arbeidsvoorwaarden van werknemers, vaak onderweg als “zelfstandigen”, in deze sector.[41]

Het onderzoek van het Vlaamse gewest geeft ook toe dat “de grote toename aan koeriersbedrijven proportioneel… sterk meespeelt in het fenomeen van de files”. In ons alternatief kan al die dienstverlening veel rationeler verlopen via een enkele postdienst die dagelijks elke woonplaats in het land aandoet. We roepen het toenemende aantal vrachtwagens en camionetten een halt toe en maken maximaal gebruik van de spoorwegen.

Oplossing: nationalisatie van alle postdiensten, pakjes- en koeriersdiensten in een enkele openbare postdienst.

Met de bankencrisis hebben we gezien tot welke wereldwijde problemen deze instellingen kunnen leiden. Daarom zou het veel veiliger zijn om die bank terug onder de vleugels van de overheid te brengen. Geen risico’s of onethisch beleggen meer met geld van de spaarders. Er moet opnieuw echte dienstverlening aan de bevolking komen en gesloten postkantoren moeten opnieuw open.

We moeten het beroep van postbode die ons het briefgeheim en de vertrouwelijkheid van alle andere aangeboden stukken garandeert, herwaarderen en zijn sociale rol in ere herstellen.

De lonen van topkaders mogen niet hoger zijn dan directielonen van openbare instellingen zoals universiteiten.

We moeten de examens opnieuw invoeren zodat iedereen opnieuw de kans krijgt om statutair te worden. Er bestaan bij Bpost teveel verschillende categorieën: D3, D2, DA, interim, contractueel, statutair... Dit bevordert allerminst de eenheid van het bedrijf. Het statuut verenigt de mensen in plaats van hen te verdelen. Eén statuut voor iedereen die in de sector van de posterijen werkt, of dat nu in een privébedrijf of bij de overheid is, is aangewezen.

De werkbelasting, de werkdruk en de stress moeten drastisch verminderd.

Er moet volledige transparantie zijn in het beheer en in de boekhouding van de post, voor het personeel en voor het publiek.

Thérèse Michels (michelsthrse at gmail.com) is licentiaat in economische wetenschappen en heeft gedurende 27 jaar als postbode gewerkt. Ze was gedurende 12 jaar vakbondsafgevaardigde. Zij heeft de hele liberalisering van de Belgische post en de strijd die daarmee gepaard ging, meegemaakt.

Gérard Mugemangango (gerard.mugemangango at ptb.be) is boekhouder-fiscalist van opleiding. Hij is al meerdere jaren dePVDA-verantwoordelijk voor de postsector. Hij bedankt alle leden voor hun waardevolle bijdrage bij de realisatie van dit artikel.


[1] Wet van 26 december 1956 over de Postdiensten.

[2] Sinds 2003 moeten ook alle banken een minimumdienst verlenen.

[3] Statutair Congres ACOD, “Les services publics, outils d’une véritable citoyenneté”, 25 en 26 mei 2000.

[4] Statutair congres ACOD, 25 en 26 mei 2000.

[5] Minister van Overheidsbedrijven, La Libre Belgique, 25 mei 2013.

[6] Gérard de Sélys, De kraak van de eeuw. Dossier privatiseringen, EPO, Antwerpen, 1996.

[7] Solidair, interview met Gérard de Sélys, 19 september 2001.

[8] Richtlijn 80/723/EEG van de Commissie van 25 juni 1980 betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen lidstaten en openbare bedrijven, http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:31980L0723:N...

[9] Richtlijn 85/413/EEG van de Commissie van 24 juli 1985 ter wijziging van richtlijn 80/723/EEG betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen lidstaten en openbare bedrijven.

[10] Richtlijn 97/67/EG gaat over de gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten. Deze richtlijn stelt o.a. de criteria vast voor de afbakening van de diensten die in elke lidstaat voorbehouden kunnen worden aan de leveranciers van de universele dienst en ook een kalender voor de verdere geleidelijke liberalisering.

[11] Postrichtlijn 97/67/EG op de portaalsite van de Europese Unie. Zie: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:31997L0067:N....

[12] Le Soir, 9 oktober 2003.

[13] Nicolas Maréchal, Trends, 16 december 2004.

[14] Private equity is risicodragend vermogen, afkomstig van beleggers en wordt gebruikt voor de financiering van niet-beursgenoteerde ondernemingen. (Wikipedia)

[15] Le Soir, 2 juli 2012.

[16] De Post, Jaarverslag 2006, p. 44.

[17] Internationale CIRIEC Conferentie, “De toekomst van de openbare diensten”, toespraak van Elio Di Rupo, Lissabon, 21 mei 1996.

[18] Ibid.

[19] UVCW, Contrat de gestion B-Post: l’UVCW pour une meilleure prise en compte des besoins locaux, 8 mei 2012. Zie:

http://www.uvcw.be/actualites/2,129,1,0,4178.htm.

[20] La Libre Belgique, 12 januari 2013.

[21] Belga, 12 januari 2013.

[22] Idem.

[23] La Libre Belgique, 2 april 2010.

[24] Zie grafiek 1.

[25] Le Soir, 27 februari 2013.

[26] Nieuwsblad mei-juni 2012 en Gentblogt.be.

[27] Sectorprofiel WBM post- en telecommunicatiesector 2004-2010. SERV.

[28] La Dernière Heure, 12 juli 2013.

[29] Bpost, Jaarverslag 2011, Financieel verslag, punt 2.1.2. Bedrijfskosten, p. 68.

[30] Bpost, Jaarverslag 2011.

[31] Paul Magnette in La Dernière Heure, 8 maart 2012.

[32] Volgens een communiqué van de post van 21 april 2010 “veroorzaakte de crisis een daling van de postvolumes van ongeveer 4 % in 2009, wat veel is in vergelijking met voorgaande jaren toen de daling gemiddeld 1 % was.”

[33] Volgens BeCommerce blijft Bpost de meest populaire koerierdienst voor pakjes: 65 % van de ondernemingen leveren via de post.

[34] Bpost, Jaarverslagen.

[35] De Standaard, 19 maart 2013.

[36] De Tijd, 25 mei 2013.

[37] De Tijd, 21 juin 2013.

[38] Tribune, ACOD, oktober. 2009.

[39] Verslag IAO, 13-17 mei 2002.

[40] SERV, Vlaamse gemeenschap, Per expresse, koeriersbedrijven onder de loep, 2001, p. 17.

[41] Bij TNT op de site van Bierset laden en lossen jongeren de hele nacht vliegtuigen voor een loon waar je niet van kunt leven. Zelfs met maar vier uur per nacht werk, staat nu al vast dat ze vijftien jaar vlugger ‘opgebrand’ zullen zijn dan hun vaders. Zie interview met Hans Krammisch, dokter voor het volk in Seraing, Solidair, 22 mei 2002.