Het spook van het communisme waart nog steeds door Europa

Herwig Lerouge[1]

Het spook van het communisme is al meer dan 15 jaar dood en begraven verklaard maar het waart opnieuw door de geesten van bepaalde Europese politieke beleidsvoerders.

Op 24 februari 2005 moesten de Europese Ministers van Justitie een gezamenlijke strategie tegen het racisme, de vreemdelingenhaat en het antisemitisme bespreken. Bij die gelegenheid hebben verschillende europese verkozenen uit de vroegere Oostblok-landen, leden van de Europese Volkspartij (EVP), waaronder de Letse oud-president Landsbergis, een verbod gevraagd van de communistische symbolen in de ganse Unie: hamer, sikkel, rode ster ... "Als de nazi-symbolen verboden moeten worden in de Unie, dan willen wij dat hetzelfde gebeurt met de communistische symbolen", zo verklaarde de vice-president van de EVP, de Hongaar Jozsef Szafer.[i]

Hierover ondervraagd oordeelde de Europese commissaris Frattini van de partij van Berlusconi, bondgenoot van de fascisten in de Italiaanse regering, dat de bespreking van de strategie tegen het racisme "niet het gepaste kader" was om het over de communistische symbolen te hebben. Maar hij heeft "het Parlement aangemoedigd om een debat over deze symbolen en wat ze kunnen betekenen voor de Europese burgers", te organiseren.[ii].

Ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van de bevrijding van Europa van het fascisme heeft het Europese Parlement (EP) in mei 2005 met 463 stemmen vóór, 49 tegen en 33 onthoudingen een anti-communistische resolutie goedgekeurd. Het initiatief kwam van de christen-democraat Elmar Brock, voorzitter van de Commissie voor Buitenlandse Zaken van het EP. Deze resolutie noemt de bevrijding van de landen van Oost-Europa van het nazisme "bezetting en sovjet-overheersing" en "communistische dictaturen". De woorden fascisme of nazisme komen in de resolutie niet voor.[iii].

Parlementsleden van de EVP die lid zijn van de Politieke Commissie van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PARE) hebben in oktober 2005 getracht een nog veel erger anti-communistisch memorandum te stemmen. De Raad van Europa werd in 1949 opgericht. Vandaag zijn er 46 landen lid van en hij heeft ook een Parlementaire Assemblee. De Raad heeft alle internationale activiteiten opgegeven, op één na: "de vooruitgang van de democratie en de mensenrechten op het continent evalueren", wat ze doet met een speciale ingesteldheid die ze van meet af aan aangenomen heeft: de strijd tegen het communisme.[2]

Er moesten drie rapporten worden voorgelegd aan de PARE waarvan het eerste gaat over "de ontoelaatbaarheid van de rechtvaardiging van het nazisme in het hedendaagse Europa", en het tweede over "de veroordeling van de misdaden begaan onder het communisme"[iv]. Deze tekst vraagt aan de Assemblee van 46 Europese landen een "onmiddellijke" internationale veroordeling van het communisme. Op 14 december 2004 heeft de Commissie voor Politieke Vraagstukken van de PARE in Parijs een parlementaire hoorzitting gehouden in het kader van de voorbereiding van zijn rapport over de kwestie. Onder de deelnemers waren Stéphane Courtois, auteur van het "Zwartboek van het communisme", Vladimir Bukovsky, ooit sovjet-dissident en Toomas Hiio van de "Letse Stichting voor onderzoek van misdaden tegen de mensheid" (zie verder).

Een "Inleidende nota" aan de dagorde van de hoorzitting omschrijft het objectief van de organisators: "Het is nu tijd om het bilan van de talrijke misdaden van het totalitaire communisme uit het verleden te maken en om deze plechtig te veroordelen. Als we dat niet doen dan zou een illusoire nostalgie kunnen ontstaan in de geesten van jonge generaties die in dat regime een vervangmiddel voor de liberale democratie zien"[v].

Hier wordt dus niet enkel het communisme geviseerd maar ook de "klassenstrijd". Want volgens de tekst van het memorandum van de PARE is "... het communisme ontstaan uit de theorie van de klassenstrijd". De discussie over dit project werd uitgesteld omwille van protesten.

Maar de jacht op communisten is ook een harde realiteit. In meerdere nieuwe lidstaten van de EU zijn de promotie van de communistische idealen en de symbolen van de internationale arbeidersbeweging verboden. In landen zoals Estland, Letland, Litouwen, Roemenië, Turkije zijn communistische partijen bij wet verboden of worden onoverkoombare hindernissen opgeworpen voor de legaliteit van hun acties. In Hongarije en de Tsjechische Republiek zijn het gebruik van socialistische symbolen strafbaar en bij wet verboden. Mikolas Bourakiavitsius, voorzitter van de Litouwse Communistische Partij en zijn kameraad Yiouozas Kouolelis zitten al meer dan tien jaar in het gevang voor politieke redenen. De Duitse socialist Verheugen, oud-commissaris voor de uitbreiding van Europa acht deze situatie geheel in overeenstemming met de Europese democratische waarden. Tijdens een onderhoud dat plaats had op 30 september 2003 in de Commissie voor Buitenlandse Zaken van het Europese Parlement antwoordde hij: "Na al wat de bevolking heeft moeten doorstaan onder het communisme zou ik, mocht ik een burger van die landen zijn, ook het verbod van de communistische partijen vragen".[vi]

Sean Garland, voorzitter van de Partij van de Arbeid van Ierland is vandaag onder huisarrest in Noord-Ierland na meerdere dagen in het gevang te hebben doorgebracht. Hij wordt bedreigd met uitlevering aan de Verenigde Staten zonder enige precieze beschuldiging.

José Maria Sison, stichter van de Communistische Partij van de Filippijnen en gevlucht naar Nederland, wordt bedreigd met uitlevering aan de Filippijnen of de Verenigde Staten op basis van een beschuldiging die verwijst naar de zogenaamde anti-terorismewetten die sinds 11 september 2001 door de Europese Unie aangenomen zijn.

In Frankrijk eist een groep die zich "Ukraine 33" noemt dat de universiteit van Paris VII sancties zou nemen tegen Mevrouw Annie Lacroix-Riz, professor voor hedendaagse geschiedenis, auteur van talrijke strikt wetenschappelijke boeken met internationale faam. De groep Ukraine 33 neemt het niet dat ze, archiefelementen ter hand, de thesis heeft ontkracht die in de jaren dertig in extreem-rechtse kringen werd ineengestoken en die zegt dat de Sovjet-macht in 1933 wetens en willens een "volkerenmoord door hongersnood" in de Ukraïne zou hebben veroorzaakt. Ze werd "op het matje geroepen" door de voorzitter van de universiteit "om uitleg te verschaffen".[vii]

Achter de veroordeling van het communisme gaat de heropleving van het fascisme schuil

Het initiatief van de PARE werd uitgesteld tot later dankzij protesten van onder meer de Russische delegatie [viii], communistische afgevaardigden en progressieven. Volgens Konstantin Kossatchev, Secretaris van de Commissie voor Buitenlandse Zaken van de Douma, het Russische parlement, zou de voorstelling van het rapport over het communisme gepast hebben in het spel van die krachten in de PARE die het communisme trachten gelijk te stellen met het nazi-totalitarisme om dit laatste daarna te kunnen banaliseren. Dat is ten andere wat er nu al in de Baltische staten gebeurt vanwaar verschillende parlementsleden komen die aan de basis liggen van deze talrijke anti-communistische initiatieven. "In Estland en Letland bijvoorbeeld hebben oud-leden van de "SS" dezelfde voordelen als de veteranen en oudstrijders van de Grote Pattriotische Oorlog. Deze gang van zaken is ontoelaatbaar" zo zei hij.[ix]

De geschiedenis herhaalt zich. Tussen 1933 en 1940 hebben de leiders van de burgerlijke zogenaamde democratische partijen Hitler de vrije hand gelaten. Ze hoopten van Duitsland de speerpunt te maken in hun kruistocht tegen de Sovjet-Unie. In die omstandigheden was het fascisme een kleiner kwaad. Het ziet er naar uit dat de leiders van de Europese Volkspartij in het voetspoor van hun voorgangers treden. Ze twijfelen niet om partijen in hun rangen op te nemen die aan de macht zijn in Oost-Europese landen en daar communistische leiders opsluiten en bovendien de restauratie van Hitler-symbolen toestaan en collaborateurs van de SS als eervol voorstellen. Letland is een nieuwe lidstaat van de Europese Unie en de NATO. Op 16 maart 2005 werd er in de hoofdstad Riga voor het vijfde jaar op rij een manifestatie van de Waffen-SS gehouden. De manifestatie werd toegestaan ondanks een officiële vraag tot verbod vanwege Israël en Rusland. Noch de NATO, noch de Europese Unie hebben geprotesteerd.

Het moet ook gezegd dat de huidige machthebbers in deze landen een lange gemeenschappelijke traditie met de NATO en de Europese geheime diensten hebben van strijd tegen het communisme.

Zelfs nog vóór het einde van de IIe Wereldoorlog recruteerden de Britse geheime diensten agenten onder Letse nazi oorlogsmisdadigers (meer bepaald leden van het Arajs Kommando) om het communisme te bestrijden.[x] Ze hielpen ze het land uit naar Zweden en de "beste" elementen kregen een opleiding in Groot-Bretagne en werden geïntegreerd in het "stay behind"-netwerk van de NATO.[3] Na de omverwerping van het socialisme werden deze agenten aan de macht gebracht door de NATO en de USA. In Letland wordt het Bureau voor de Bescherming van de Grondwet (SAB), belast met - noteer - de verdediging van de democratie, geleid door Janis Kazocinu. Deze man is in feite een generaal van het Britse leger en werd militair attaché in Riga bij de onafhankelijkheid, daarna werd hij adjunct stafchef. Hij heeft de Letse nationaliteit pas aangenomen op het moment van zijn benoeming.[xi]

De presidente van Letland, professor Vaira Vike-Freiberga, is in feite een Canadese wiens familie Letland ontvlucht is bij de val van het fascisme. Ze was verbonden met de nazi-agenten van het "stay behind"-netwerk van de NATO via een klandestiene vereniging voor de diaspora "De Valken van de Daugava-rivier" (Daugavas Vanagi). Vike Freiberga heeft zich in Riga gevestigd begin 1999, heeft de Letse nationaliteit aangenomen en heeft zich tot presidente van de Republiek laten verkiezen. Volgens haar hebben de Letten die dienst genomen hebben bij de SS dit enkel gedaan om een bondgenoot te vinden om hun land te bevrijden.

In januari 2005 heeft de Letse regering met de steun van de ambassade van de Verenigde Staten een werk gepubliceerd met de titel "Geschiedenis van Letland: XXe eeuw". Het werk werd voorgesteld tijdens een persconferentie van de presidente van de Republiek. Men kan er onder meer in lezen dat het kamp van Salaspils waar de nazi's medische proeven deden op kinderen en waar 90.000 mensen werden vermoord maar een "werkstrafkamp" was en dat de Waffen SS helden waren van de strijd tegen de sovjet-bezetters[xii].

Dit is het geschikte moment om het opnieuw te hebben over één van de "wetenschapsmensen" die op 14 december 2004 in Parijs opgeroepen werd voor de parlementaire hoorzitting van de PARE in het kader van de voorbereiding van zijn rapport over "de misdaden van het communisme". Het gaat over Toomas Hiio van de "Letse Stichting voor onderzoek van misdaden tegen de mensheid". De journaliste Anna Badkhen beschrijft hem in een artikel in de San Francisco Chronicle[xiii]. Het artikel heeft het over de straffeloosheid waarvan de oorlogsmisdadiger Michael Gorshkov geniet in Estland, een Est wiens Amerikaanse nationaliteit werd afgenomen in 2002 en die uit Florida werd uitgewezen. Een federale rechter oordeelde dat "er niet de minste twijfel was dat Gorshkov deelgenomen had aan de massamoord op minstens 3.000 joodse mannen, vrouwen en kinderen tijdens de nazi-bezetting van Oost-Europa, meer bepaald in het joodse getto van Sloutsk, in Witrusland". Gorshkov is vandaag een vrij man en geen enkele procureur in Estland denkt er aan om vervolging tegen hem in te stellen, noch tegen één van de 17 andere gekende Estse nazi-oorlogsmisdadigers. Toomas Hiio, raadgever van de president van Estland, historicus en lid van de "Staatscommissie belast met het onderzoek naar nazi- en sovjet-misdaden tegen Estse burgers" verwerpt de beschuldigingen tegen Gorshkov. "Men kan in elke gemeenschap mensen vinden die andere mensen haten", zegt hij. Hij verwerpt ook de bewijzen die door de Wiesenthal-stichting aangebracht werden tegen de leden van het "36e politie-bataljon" dat door de nazi's opgericht werd en uit Esten bestond die beschuldigd worden van de massamoord op op 7 augustus 1942 op 2.500 joden in de Wit-Russische stad Novogrudok. Hij acht het niet nodig om zijn beweringen te staven. "We weten niet met zekerheid dat ze joden hebben omgebracht", zeft Hiio. "Er zijn geen feiten, enkel propaganda. " Ziedaar de "experten" die door de EVP aangevoerd worden om zijn akte van beschuldiging tegen het communisme te schragen.

Vandaag de dag worden in Estland negationistische boeken zoals deze van de Zwitser Juergen Graf vrij verkocht. De auteur heeft in 2002 zelfs een rondreis door het land gemaakt. De Estse heavy metal groep Marras zingt tijdens zijn concerten ongestraft dat het "plezierig is om Joden te doden".

Achter de aanval op de Franse professor Lacroix-Riz profileren zich eveneens de erfgenamen van de fascistsiche collaboratie in Frankrijk. Eén van de verdedigers van "Ukraine 33" is Jean-Louis Panné, met Stéphane Courtois verbonden aan het "Instituut voor sociale geschiedenis". Volgens professor Annie Lacroix-Riz werd dit instituut na WO II door het patronaat opgericht om er oud-collaborateurs in te plaatsten. Het werd ondersteund door de collaborerende Worms-bank en de Amerikaanse inlichtingendiensten. Eén van de stichters is ondanks zijn 89 jaar nog altijd actief. Het is Guy Lemonnier, intimus van de collaborateurs Marcel Déat en Georges Albertini in het Rassemblement national populaire (RNP). Albertini was de secondant van collaborateur Déat in het RNP en directeur van zijn kabinet op het secretariaat van de Arbeid (1944). Begin jaren vijftig kreeg hij van Worms de opdracht het instituut te leiden "om de franse arbeidersklasse en de loontrekkers weg te halen van het communisme en de sympathie voor de USSR".[xiv]

Het anti-communisme is nog steeds actueel

Vandaag neemt de fascisering toe en het fascisme wordt gebanaliseerd in heel Europa onder de salgzin: "het Hitler-fascisme en het Stalin-communisme zijn tweelingbroers". Sinds 1989 is deze slagzin een soort dogma dat, zo schijnt het, geen bewijs meer behoeft. Deze slogan is afkomstig van in 1945 verslagen nazi's die in de westerse geheime diensten opgenomen werden om het gevecht voor de vernietiging van het communisme, door Hitler gestart in 1923, voort te zetten. Met de hulp en financiële steun van de CIA hebben deze nazi's de wereld overspoeld met een zondvloed van leugens over de "misdaden" en de "holocausts" van Stalin. Deze leugens moesten dienen om de Hitler-holocaust eerst te relativeren en vervolgens te verantwoorden. Om hun misdaden goed te praten hadden de fascisten een overtreffende hoeveelheid doden nodig, slachtoffers van het bloeddorstige regime in de Sovjet-Unie! De anti-communistische aanvallen moeten dienen om een officiële geschiedschrijving over de Sovjet-Unie te legaliseren, gebaseerd op de criminalisering van het land en van de communistische beweging. Door deze resolutie te stemmen, door de "dissidente" onderzoekers te weren, wil men de legalisatie bekomen van een officiële "geschiedenis" van de URSS en van het communisme die voor altijd uit het bereik zal blijven van het tegensprekelijk debat, van de proeve van kritiek en van het archief-onderzoek.

Vandaag heerst het imperialisme opnieuw en als enige over het grootste deel van de planeet en maakt openlijk vooruitgang: oorlogen, explosie van de werkloosheid, van racisme en fascisme, van armoede en criminaliteit. Maar de geesten zijn onderworpen aan de ideologische matrakslagen waarmee het westers systeem voorgesteld wordt als de vertegenwoordiging van "democratie, vrijheid en mensenrechten". Het anti-communisme verwerpt de opvatting dat de heerschappij van het grootkapitaal niet eeuwig is. Het verzet zich tegen elke vorm van revolutionaire en socialistische strijd tegen het wereldkapitaal. Er zou geen alternatief zijn voor het imperialistische systeem en alleen al het vooruitschuiven van de idee dat dit niet het einde van de geschiedenis is, is op zich reeds een criminele daad. Vijftien jaar van kapitalistische hervormingen hebben in de vroegere socialistische landen de vernietiging van de industrie en de landbouw, massale werkloosheid, burgeroorlogen, emigratie, het verdwijnen van gratis gezondheidszorg en onderwijs, de triomf van corruptie en mafia, van criminaliteit en prostitutie veroorzaakt. Wat de media "nostalgie voor het communisme" noemen, breidt zich uit in deze landen. Maar ook in West-Europa worden door de neo-liberale vloedgolf met zijn privatiseringen, delocalisaties, vervanging van stabiele jobs door armoedige en ultra-flexibele jobs en ontmanteling van de sociale zorgsystemen grote delen van de bevolking naar de revolte gedreven, zij het dat die nog overwegend syndicaal en electoraal van aard is. Getuigen daarvan zijn het Neen aan de Europese grondwet, de vooruitgang van de communistische en arbeiderspartijen in de Tsjechische republiek, in Duitsland en in andere landen van Oost-Europa, partijen die door de bevolking terecht of onterecht aanzien worden als vertegenwoordigers van het socialistische systeem.

Dit alles betekent niet dat we aan de vooravond staan van een nieuwe socialistische revolutie. Maar in de ogen van de meest rechtse Europese burgerij is het hoog tijd om te verhinderen dat het ondenkbare opnieuw werkelijkheid wordt. In een periode waarin de sociale en politieke strijd opgang maakt dank zij onder andere de inspanningen van de communisten, gaat het er om deze strijd te verlammen door de krachten aan te vallen die de sociale rechten en de democratie van de werkers verdedigen. Het gaat er om het communisme en alle verdedigers van het socialistische alternatief buiten de wet te stellen. Ook moeten de nog bestaande socialistische landen verdwijnen. In een resolutie van het congres van de Europese Volkspartij staat dat "in verschillende delen van de wereld enkele regimes zich blijven vastklampen aan de macht ten nadele van het welzijn van hun bevolking". Natuurlijk, wat de EVP ondraaglijk vindt is de steun die de Kubanen, de Chinezen, de Vietnamezen, de Laotianen of Koreanen aan hun regeringen geven. Want deze volkeren kennen het verschil tussen hun situatie en deze van hun Haïtiaanse, Filippijnse of Afrikaanse buren die gedomineerd en uitgebuit worden door kapitalistische regimes, geïnstalleerd door leiders van partijen van het slag van de EVP. Nooit nog mag er een regime (her)ontstaan waar het volk zich meester maakt van de rijkdommen die het zelf voortgebracht heeft. Zoals de dagorde van de parlementaire hoorzitting van de PARE van december 2004 zegt: "opdat de geschiedenis zich niet zou herhalen en er zich niet opnieuw een illusoire nostalgie in de hoofden van de jongere generaties, die in dit (communistisch) regime een vervangmiddel zien voor de liberale democratie, zou nestelen".[xv]

Er is geen andere uitleg voor de heropleving van het agressieve anti-communisme sinds twee, drie jaar. Zoals in het verleden wordt het fascisme opnieuw een respectabele bondgenoot in de strijd tegen de dodelijke vijand: de macht van de werkers.

In het belang van de strijd voor sociale rechtvaardigheid, democratie, vrede en tegen het fascisme moeten we strijden voor de vrijheid van spreken en organisatie van de communistische partijen, voor de onmiddellijke stopzetting van alle politieke vervolgingen en van alle maatregelen om hun acties te bemoeilijken.

De "anti-terrorismewetten", aangenomen in Europa na 11 september en de zogenaamde "lijst van terroristische organisaties" moeten ingetrokken worden. De definitie van terrorisme die daarin gehanteerd wordt laat toe om elke partij of beweging die opkomt voor een andere maatschappij als terroristisch te behandelen.

De vrijheid van onderzoek en expressie van de wetenschapsmensen moet verdedigd worden tegen de nieuwe heksenjacht van fascistische inspiratie.


[1] Lid van het Centraal Comité van de Partij van de Arbeid van België. Verantwoordelijke van de Studiedienst.

[2] De Raad werd opgericht met de steun van de CIA, de Amerikaanse geheime dienst, via het "American Committee for United Europe", de ACUE. De eerste voorzitter van de ACUE was William Donovan, stichter van het "Office of Strategic Services" (OSS), de Amerikaanse geheime diens ten tijde van WO II. Toendertijd steunde de Amerikaanse regering de pogingen voor eenmaking van het kapitalistische Europa om een tegengewicht te vormen tegen het socialistische blok rond de USSR. Donovan zal in december 1956, drie maanden voor zijn dood, een verenigd Europa voorstellen als een "vesting tegen het agressieve gestook van de communistische wereld". Tussen 1949 en 1953 heeft de CIA aan de ijveraars voor een verenigd Europa , waaronder de grondleggers van de Raad van Europa, het equivalent van méér dan 15 miljoen Euro gestort [2].

[3] De "stay behind"-netwerken zijn groepen van anti-communistische agenten, militairen zowel als burgers, aan het einde van WO II opgericht door de Amerikaanse en Britse geheime diensten in alle NATO-lidstaten. Hun opdracht was in Europa te blijven in geval van een "sovjet-bezetting" van West-Europa om sabotages te plegen en inlichtingen in te winnen. Ze beschikten over geheime wapendepots en werden regelmatig getraind in het kader van de NATO. In 1990 heeft het Italiaanse gerecht ontdekt dat leden van deze groepen betrokken waren bij de bloedige aanslagen van de jaren 70 en 80. Ze wilden deze acties op rekening van linkse organisaties doen komen om te verhinderen dat de Italiaanse Communistische Partij aan de macht zou komen. Aanslagen van hetzelfde type werden in België gepleegd door de zogenaamde "Bende van Nijvel" die 29 slachtoffers maakte. De terroristen werden telkenmale beschermd en het onderzoek leverde nooit iets op.


[ii] idem

[xi] KGB et Cie, à l'assaut de l'Europe door Roumania Ougartchinska, Éditions Anne Carrère, 2005